JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008
EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
JEREMY WALLACE TRIO - SUICIDE SUITCASE
BERNARD ALLISON - THE RIVER'S RISING
JIMI CULLEN - THE JUNKYARD POET
JON BRAENDSGAARD TOFT & GUNNAR SNAER GUNNARSSON - GUITAR MAN
HARMONICA HINDS - FINALLY
A.h.a.b. - A.h.a.b.
DAN MAY - THE LONG ROAD HOME
ADAM PUDDINGTON - BACK IN TOWN - FOR THE MEANTIME
THE STONE COYOTES - VIII
PALMYRA - MIS-EN-SCENE

JEREMY
WALLACE TRIO
SUICIDE SUITCASE
Website Myspace
CDBaby
VIDEO 1
VIDEO 2
Het
eerste wat je opvalt zodra je Jeremy Wallace hoort op deze "Suicide Suitcase"
is dat zijn zangstijl duidelijk wat door Tom Waits geïnspireerd werd. Luister
maar even naar het prachtige “Lillian”. Toch zeg ik er dadelijk
bij dat Wallace geen imitatie is van Tom. Zijn muziek is duidelijk meer traditioneel
roots en blues getint, vooral door bekende covers als "Back Door Man"
van Willie Dixon, groot gemaakt door Howlin' Wolf, of door "Death Letter
Blues" van Son House en de echte traditional "Casey Jones". Op
andere momenten lijkt zijn stem dan weer op die van Ian Siegal, en wat later
is het Springsteen waaraan je denkt. Hij zal het me allemaal niet graag horen
zeggen, want zelf zegt Jeremy dat hij niemand kan bedenken waar zijn muziek
op lijkt. Gelijkenissen met anderen of niet, de muziek die Jeremy Wallace brengt
is prachtig. Zijn ruige stem, de storytelling in zijn teksten, het prachtige
volle geluid van zijn resonator, alles vloeit samen tot een boeiend geheel,
in een veelheid van stijlen en emoties. . De eigen songs zijn voorzien van sterk
poëtische teksten, hij leerde het vak van Dave Van Ronk, waarmee hij 18
maanden samenwerkte als jong artiest. Deze bracht hem in aanraking met het werk
van Leadbelly, Kokomo Arnold, Furry Lewis, en Charlie Patton. Deze invloeden
bepaalden vooral het geluid van zijn debuut “My Lucky Day” nu tien
jaar geleden. Met de opvolger “She Used to Call Me Honey” waar hij
de grenzen van zijn singer-songwriter bestaan wat verlegde in de studio en tijdens
zijn live optredens door te experimenteren met een landschap van geluiden, zet
hij nu een stap verder in zijn carrière door een prachtig album vol te
zingen met eerlijke, eigen songs vol ingehouden kracht, aangevuld met sterke
bewerkingen van een aantal bekende traditionele bluessongs. Dit is Jeremy Wallace
derde werkstuk ondertussen, zijn humor werd wat donkerder, zijn stem wat gruiziger
en met sterke songs als “Hokkan Street” en “Gimme Some”
doet hij een aanval op een nieuwe schare fans. Dit zal hem zeker lukken, want
zoals ik in het begin van deze bespreking al zei, is dit een zeer sterke cd.
Met de hulp van Matt Gruenberg op bas en drummer Tom Castagliola, zet Jeremy
hier elf songs neer die grote indruk op mij maakten. Hij verdient uw aandacht
ook volop. Luister en geef je over!
(RON)

BERNARD ALLISON
THE RIVER'S RISING
Website Myspace
Label : Music Avenue
Bernard
Allison is de zoon van de in 1997 overleden blueslegende Luther Allison en deze
jonge bluesmuzikant weet natuurlijk hoe de blues gespeeld moet worden. Dit is
hem namelijk door zijn leermeester Luther met de paplepel ingegoten. Al op zijn
13e stond Bernard op het podium met zijn vader. Maar later werd het natuurlijk
tijd om op eigen benen te staan. Bernard Allison toert u zeer regelmatig het
continent rond en timmert al die jaren aan de weg met uitstekende blues-cd’s.
Zijn nieuwe album voor Music Avenue, "The River's Rising" wijkt niet
al teveel af van zijn vorige platen of van zijn laatst verschenen platen. Want
deze plaat is een compilatie van de beste nummers uit zijn album "Across
the Water" uit 2000 en "Storms of Life" uit 2002. Allison maakte
inmiddels al een flinke stapel platen, maar deze twee behoren wel degelijk uit
een periode dat zijn muzikale vakmanschap hoog stond aangeschreven. Zoals op
"Across the Water" begint ook deze cd met het up-tempo funky "The
River's Rising", gevolgd met het ZZ Top- achtige "I Just Came Back
To Say Goodbye". Na "Coming Back (Across The Water)" en "Feels
Kinda Funny" werd nog gekozen voor het funky "There is No Higher Love"
en het op een Stevie Ray-gitaarstijl gerichte "I've Been Down". Na
deze zes tracks komen er zeven uit "Storms of Life", eveneens beginnende
met dezelfde opener, het op slide gedragen, "Slip Slidin'". Zoals
we steeds op al zijn platen composities terugvinden van zijn vader, viel hier
de keuze op de prachtige versie van Luther's "Down South". Een andere
cover, als Mark Knopfler's "I Think I Love You Too Much" doet wat
aan Robert Cray denken, maar de muziek van Allison is een stuk authentieker.
Het gitaarwerk is fantastisch, de stem van Allison lekker soulvol en de mix
van blues, funk, boogie is nog zeer aanstekelijk in Johnny Winter's "Mean
Town Blues", Anders Osborne's "Snake Bit Again" en Leon Russell's
"Help Me Through The Day". Hoewel Bernard Allison mede beïnvloed
is door gitaristen als Albert King, Muddy Waters, Stevie Ray Vaughan en Jimi
Hendrix heeft hij ook een eigen geluid ontwikkeld dat goed past in deze tijd.
Luister maar even naar zijn eigen "Speed Slide" en je weet meteen
genoeg, al zegt deze titel ook voldoende. "The River's Rising" bevat
allemaal bluessongs met uitstapjes richting funk, soul en jazz die worden gedragen
door Allison’s aangename stemgeluid. Niks mis dus met deze cd. Critici
zullen ongetwijfeld zeggen dat de cd niet veel toevoegt aan zijn vorige cd’s
of de cd's van vergelijkbare bluesartiesten en dat is misschien ook wel zo.
Iedereen die nog niets van Allison in de kast heeft doet met "The River's
Rising" echter een prima aankoop.
BERNARD ALLISON LIVE
Night of the Bluesfactory
Bernard Allison + Sean Walsh Band + The Brew
M.C. de Bosuil - WEERT (NL)
zondag 02 november 2008 - Aanvang: 16.00u

JIMI CULLEN
THE JUNKYARD POET
Website Myspace
CDBaby
Ierland
is de Europese kweekvijver voor singer-songwriters. Als je het lijstje afgaat
en de verhouding bekijkt ten aanzien van het aantal inwoners wordt het helemaal
verbazingwekkend. En toch is dit aantal geen overdosis met een gebrek aan kwaliteit
en originaliteit. Naast de grote kanonnen zoals een Luka Bloom, Damien Rice,
Glen Hansard en andere Sinead O’Connors is er nog plaats voor nieuw, jong
talent die hun kansen kunnen wagen in hun clubcircuit. Zo begon Jimi Cullen
ooit, enkel gewapend met een paar songs en een gitaar onder de arm, al liftend
van de ene gig naar de andere, simpelweg omdat hij zich geen auto kon veroorloven.
De aanhouder wint en vandaag stelt hij zijn tweede full-album “The Junkyard
Poet” voor. Jimi is een zeer geëngageerd iemand en dit komt goed
tot uiting in zijn songs , waar hij dikwijls opkomt voor de zwakkere en de verstotene
uit onze maatschappij. Ook de politiek laat hem niet onberoerd en ooit was hij
één van de bezielers van het hevige protest tegen de Amerikaanse
vluchten met oorlogsgevangenen die landden op het Ierse Shannon Airport. Het
album heeft een hele natuurlijke klank alsof het live opgenomen is in één
take. Jimi Cullen mag geklasseerd staan bij de singer-songwriters, het album
gaat van start met de keiharde grungerocker “Tomorrows Child”, bedolven
onder scheurende gitaardistortions : een song die trots naast “Rockin’
In A Free World” van Neil Young mag poseren, al gaat het inhoudelijk over
jonge mensen die hun kansen in rook zien opgaan door de armoedige omgeving waarin
ze geboren zijn. Neil Young blijft Jimi Cullen ook inspireren in het folkgetinte
“Butterfly, waar hij toont ook goed met mondharmonica uit de voeten te
kunnen. Wat heb je meer nodig dan een akoestische gitaar en een mooie stem in
een protestsong zoals “Poverty” , waar “spoken word“
nog meer zeggingskracht krijgt dan de gezongen partijen. Supernummer en mooie
meezinger is tevens de single uit het album met de veelzeggende titel “Messed
Up World”, een aanklacht tegen al de miserie in deze wereld en het onbegrip
over het zo ver is kunnen komen. Jimi klinkt hier als een overtuigende Tom Petty
in “Free Fallin’” en het repetitief refrein hamert je de boodschap
er gegarandeerd in. Nog andere verrassingen houd hij voor ons in petto. In “Sick
And Tired Of All Your Bullshit Baby” maakt hij als een swingende Frank
Black korte metten met de capsones van zijn vriendin, maar we zijn wel even
met verstomming geslagen als hij de tekst van “Memories” proclameert
als een volleerde rapper. Lachen geblazen in “Realistic Love Song”
waar hij zoveel stroop smeert bij zijn geliefde en zulke onrealistische geloftes
maakt dat het niet mooi meer is, behalve dan met “I Will Always Lift The
Toiletseat”. Zeer veelzijdig talent die Jimi Cullen, die alle stijlen
de baas kan, wat belooft voor zijn live-acts. Het romantische “By My Side”
zou mooi passen in een Ben Harper album en een “The Ballad Of Sleazy Steve”
kan doorgaan voor een Dylan klassieker. Voor wie nog niet overtuigd moest zijn
van de capaciteiten van deze jonge Irishman rest er maar één ding
: schaf je als de bliksem deze cd aan.
Blowfish

JON BRAENDSGAARD TOFT &
GUNNAR SNAER GUNNARSSON
GUITAR MAN
Website CD-Baby
Jon
Brændsgaard Toft en Gunnar Snær Gunnarsson zijn twee muzikanten
uit Denemarken die elkaar voor het eerst ontmoetten tijdens een collage. Zij
werden goede vrienden en babbelden voluit over hun muzikale interesses die merkwaardig
genoeg nauw bij elkaar aansloten. Zij besloten een tijdje geleden dan ook om
samen een muzikale collage uit te werken van hun individuele muzikale ideeën.
De opnames voor het debuutalbum “Guitar Man” werden voorbereid door
elk vijf liedjes te schrijven die ze daarna samen in de studio zouden opnemen.
En zoals wel eens vaker voor komt is de som van de delen groter dan het geheel.
Temeer omdat de opmerkingen van de collega over de songs van de andere ernstig
bestudeerd werden en via enkele aanpassingen zorgden voor een versterking van
het resultaat. Om internationaal op succes te kunnen rekenen moeten wij de heren
toch aanraden om eens ernstig over een makkelijkere groepsnaam na te denken
want hun beide namen zijn behalve in het hoge Noorden nauwelijks uitspreekbaar
voor de Europese luisteraars. Stel je even voor dat je in een Belgische platenzaak
naar de nieuwste cd van … moet gaan vragen. Toft is de gitarist in het
gezelschap en Gunnarsson speelt voornamelijk klarinet. “Guitar Man”
is dus een verzameling van 2 x 5 liedjes die zich allemaal ofwel in het folk,
blues en rockgenre ofwel in het zuivere singer-songwritergenre situeren. De
bezongen onderwerpen gaan over de liefde of over de politieke situaties en de
teksten bevatten vooral een gezonde dosis humor. De cd werd in de beslotenheid
van de eigen woonkamer opgenomen met als voornaamste instrumenten akoestische
en elektrische gitaren, klarinet, keyboards en percussie. Zelf zeggen de heren
dat hun muzikale keuzes beïnvloed zijn door artiesten als Pink Floyd, Jethro
Tull en Crosby, Still, Nash & Young. Wij kunnen voorlopig vooral bevestigen
dat die invloeden in enkele songs duidelijk hoorbaar aanwezig zijn. Zo houden
wij nogal van de songs “Wake Up”, het rockerige “Be Your Man”,
het op een reggaeritme voortkabbelende “My Friend”, het close harmonynummer
“The Biggest Bomb Around” en het afsluitende laid backnummer “You
Don’t Love Me”. De blues is dan weer sterk aanwezig in “People
Of Earth”, “Aching Head Blues” en in het Pink Floyd-schatplichtige
“Blind As A Bat”. Enkel nog een toffe groepsnaam dus en daarna vooruit
met de geit.
(valsam)

HARMONICA HINDS
FINALLY
Website Contact
CDBaby
VIDEO
Hij
is zo wat de huismuzikant in de befaamde club "Buddy Guys Legends"
en treed er op, helemaal solo of met begeleiding van andere muzikanten, meestal
bekende gitaristen ( zie video).Ook speelt hij dikwijls op platen van John Primer,
Eddie Taylor Jr. en Koko Taylor. Hij deed onder meer alle harmonicasolo's op
haar bestseller "Earthshaker". Maar hij is meer dan alleen maar een
sideman, en dat bewijst hij op deze cd. In een stijl die sterk beïnvloed
is door de twee "Walters" van de mondharmonica: Big Walter Horton
en Little Walter, brengt hij op deze "Finally" een kennismaking met
zijn eigen geschreven songs, jawel, geen enkele cover op deze cd, opmerkelijk
voor Chicago blues. Want het is muziek die naast de invloeden van bovengenoemde
mentors namelijk ook een sterke Chicago blues stempel draagt. Zo denk je regelmatig
aan de sound van Muddy Waters (It's So Cold), James Cotton (You Got It Good)
en andere Chicago groten. Erg origineel is de instrumental "You Got It
Good" die herinnert aan James Cotton in zijn beste dagen. "Imelda"
heeft daartegen een Sonny Boy Williamson sfeertje in het mondharmonica geluid.
Een andere instrumental "Harmonica Hinds Shuffle" haalt zijn drive
in een Jimmie Reed ritme, aangevuld door Eddie Taylor Jr.'s prachtige slidewerk.
Als afsluiter krijgen we "Connected With The Sun" een bijna hypnotiserende
trance blues, die net als je dreigt meegezogen te worden in de repetatieve beat,
abrupt stopt. Voor liefhebbers van een portie goede Chicago-inspired mondharmonica
blues, een cd die zeker hen niet zal ontgoochelen. Eigenaardigheidje op de hoesinfo:
de speelduur van de songs is aangegeven tot op 1/100 van een seconde. Ook zonder
die tijden komt Hinds bij ons in aanmerking voor het ereschavotje vinden we:
geen goud, (nog) geen zilver, maar welverdiend brons!.
(RON)

A.h.a.b.
Website Myspace
Contact
Label : White Whale Records
CD-Baby
“Ahab” is Hebreeuws
voor “broer van de vader” maar “A.h.a.b.” - met de puntjes
ertussen - is een band die ontstaan is uit een toevallige ontmoeting van twee
getalenteerde songschrijvers die beiden optraden bij een muziek-event in Londen.
Callum Adamson en Dave Burn vonden elkaar als creatieve muzikanten die samen
iets wilden gaan doen in het alternatieve country genre. Ondanks hun uiteenlopende
muzikale achtergronden bleek dat ze toch meer gemeen hadden dan op het eerste
zicht te verwachten viel. Ze werkten aan een unieke doch zeer herkenbare eigen
sound voor hun samen neergepende liedjes en verzamelden het resultaat op hun
eerste full-cd die titelloos als “A.h.a.b.” werd uitgebracht. Gedurende
het voorbije jaar slaagden ze er met enkele van hun nummers al in om airplay
te vergaren bij het Australische ABC-netwerk en de BBC-radio volgde al snel
door hen een live-sessie aan te bieden voor het programma “Brand New Country”.
Hun muziek wordt in de vakpers meermaals vergeleken met die van Crosby, Stills
& Nash. Voorafgaand aan dit album verscheen een eerste ep-tje onder de voor
de hand liggende titel “e.p.1” waarmee veelbelovende reviews behaald
werden. Deze eerste full-cd bevat negen eigen liedjes en één knappe
en ingetogen cover van “Breed”, een song uit het Nirvana-repertoire
van Kurt Cobain. Die eigen songs mogen er best op zichzelf zijn en bevestigen
het talent van beide componisten. Wij waren vooral gecharmeerd door liedjes
als “Wish You”, “No No Babe”, “Oceans” en
“Oklahoma Girl” waarin we sporen van Crowded House of The Jayhawks
menen te herkennen. In de nummers “The Killer” en “Incidents”
valt ons vooral de zangstem op die sterke gelijkenissen vertoont met die van
Chris Isaak in zijn stuwende Americana-songs. In “Nature’s Son”
worden vrouwelijke backing vocals ter hulp geroepen, een opdracht die perfect
door Kirsten Adamson wordt vervuld. Mike Skelton draagt aan het slot zijn vocale
steentje bij voor het nummer “Crows”. Ook het korte maar krachtige
“Avenues” verdient een extra pluim. Jammer dat dit schijfje ons
maar een schamel half uurtje muziek oplevert. Maar daar hebben we een oplossing
voor gevonden. Als de cd afloopt duwen we op de replay-toets waarna het genieten
kan herbeginnen.
(valsam)

DAN
MAY
THE LONG ROAD HOME
Website Myspace
CDBaby
Het
beste wat een singer-songwriter kan overkomen is een kleurrijk jong leven vol
afwisseling en avontuur. Zo was Dan May op vijfentwintig jaar al gepolijst door
het leven, een man van twintig stielen en evenveel ervaringen, op zoek naar
zijn ware roeping. Alles heeft hij in zijn jeugd uitgeprobeerd, van grafdelver
tot tv-cameraman, van ijsventer tot bewaker van nucleaire raketten. Daarnaast
studeerde hij nog compositieleer en koos hij in eerste instantie voor een carrière
als operazanger, totdat een operatie aan zijn stembanden een kruis trok door
de beloftevolle toekomst die daar voor hem was weggelegd. Hij keerde willens
nillens terug naar de stiel van songwriter, iets waar hij altijd al kwaliteiten
voor had. Ondertussen pakt Dan al uit met zijn derde full-album en het is een
kanjer van een plaat geworden. Vanaf de eerste tonen wordt het al duidelijk
dat je te maken hebt met een geschoolde zanger-componist die dank zij zijn ervaring
in klassieke zang zijn stem perfect onder controle heeft en deze dikwijls voorziet
van een natuurlijke tremolo. De plaat opent met “Water Under The Bridge”
dat kraakt als een oude vinylplaat en begint met een spookie gospelkoor, maar
al vlug overslaat in een zeer ritmisch en percussief, radiohitgevoelig nummer
. Zijn stijl en stem zijn sterk verwant met de hedendaagse Richard Thompson,
ook qua arrangementen. Er staan zo wel een paar nummers in diezelfde richting
op het album, voorzien van mooie lyrics, zoals het stevige”Shallow Grave”,
doorspekt van rootsige gitaren en banjo , “The Last Spring” over
onze toekomst na ons aards bestaan en het emotionele liefdesverhaal “Missing
You, Love Me”. Dan May is een goed tekstschrijver en verteller en buit
dit ook uit. Zo beschrijft hij aan de piano bijna cinematografisch “The
Peculier Mr. Jones”, een excentrieke, eenzaam levende oude man. De instrumentale
begeleiding is overal goed uitgekozen. “Bird In The Wind” doet ons
denken aan Los Lobos met zijn latino-tango ondertoon, opgevuld met Wurlitzer
en accordeon, maar met toch een stevige elektrische leadgitaar op de voorgrond
en een stevig, uptempo refrein. May kan teder uit de hoek komen zoals in het
zeer soulvolle gezongen “Ponder In Wonder”, waar de jazzy, harmonische
achtergrondpartijen en zijn duet met de prachtige stem van Heather Hurlock door
hart en ziel kerven. In de meezinger “Time And Again” herkennen
we een sterke Gordon Lightfoot in een akoestische gitaarballade over een jeugdige
Dan, die een wijze les meekrijgt van een oude man : “Live Is What It Takes
Learn From Your Mistakes”. Het bluesy “Train Going Home” refereert
met zijn piano-intro naar Randy Newman en de akoestische wals “Irene”
krijgt de juiste romantische klank mee op de slepende tonen van viool en cello.
Als extraatje krijgen we nog een bonustrack “ Christmas In My Hometown”
geserveerd die ons met djinglebells moet zoet houden in de koude kerstdagen.
Dit album zou voor Dan May wel eens de doorbraak naar een groter publiek kunnen
betekenen. De kwaliteit is er. Deze man verdient onvoorwaardelijk onze steun.
Blowfish


ADAM
PUDDINGTON
BACK IN TOWN - FOR THE MEANTIME
Website Myspace
Contact
Label: Hay Sale Records Myspace
Hay
Sale Records is een onafhankelijk Canadees platenlabel met een kleine stal.
In het verleden brachten The Guthries, The Divorcees, Dale Murray maar ook Adam
Puddington in 2005 het album "For The Meantime"
uit. Al deze artiesten verkennen het popterrein en laten zich af en toe verleiden
tot een uitstapje richting countrypop. Er zijn dus duidelijke overeenkomsten,
maar daarentegen ook de nodige verschillen. Adam Puddington komt van Almonte,
Ontario en vond niemand minder dan alt-country/60’s pop session ace Dale
Murray (The Guthries, Buck 65, Nathan Wiley, Cuff the Duke, Matt Mays and El
Torpedo) bereid om voor zijn debuut achter de knoppen plaats te nemen. Deze
combinatie heeft gewerkt, want met "For The Meantime" heeft Puddington
zeker geen onaardige plaat gemaakt; roots uit de 1e divisie, zullen we maar
zeggen. Dat Dale Murray ook de nodige inbreng had in de gitaarpartijen is logisch;
ook pedal steel, lapsteel en de backing vocals was aan hem besteed. Voorts vinden
we in de bezetting, Brian Murray (drums, percussie) en bassist Serge Samson.
Puddington heeft een vlotte hand van songwriting; songs die de voor dit genre
geijkte thema’s in zich hebben, zoals in het fraaie "Deer in the
Headlights" waarin hij zingt: "I have no notions of grandeur/ I’m
provincial at best", voor ons wel het hoogtepunt op deze cd. Puddington
maakte vroeger naast Dale Murray en Matt Mays ook deel uit van The Guthries.
Die ervaring heeft Adam duidelijk goed gedaan, want "For The Meantime"
is minder poppy, al zijn de ijzersterke melodieën nooit ver te zoeken,
en meer Americana gericht. Dat resulteert in een elftal prima nummers, variërend
van stevig rockend tot aangenaam ingetogen. Het gitaarspel is gedegen, charmant,
maar niet uitzonderlijk. Nee, de kracht zit hem behalve die frisse stem vooral
in de sterke melodielijnen die de meer rootsy gerichte popsongs als "In
My Bones" en "Stick With Me" laten vlinderen. Puddington's stem
klinkt fraai in het klankbeeld en het instrumentarium is met een koppeltje gitaristen,
die soms lekker loos gaan, puik in orde. De liedjes zijn bovendien van een hoge
kwaliteit, met melodieën die blijven hangen en met de juiste roots sfeer.
Je gaat vanzelf denken: wanneer krijgt Adam Puddington de roem die hij verdient?
Het pas verschenen "Back In Town" zal misschien
toch wat gaan veranderen. Behalve bij artiesten, vinden zich ook smaakveranderingen
plaats bij ons muziekliefhebbers. Zo ook bij mij, want mijn persoonlijke smaakpupillen
zijn eveneens onderhevig aan een stroom van ontwikkelingen. Ik merk bijvoorbeeld
dat ik steeds verder van de country gerelateerde muziek afdrijf. Ook al behoort
Adam Puddington gedeeltelijk tot het hierboven genoemde segment, hij blijft
mij uiterst boeien met zijn nieuwste album. Puddington is in blakende vorm en
hij trakteert de luisteraar op het feest der herkenning. We horen nu vooral
terugkomende thema’s gegoten in een ware "Pudding"- stijl: meer
stevige songs tot zelfs swingende countryblues als in "Boomtown Blues".
Een afwisselende balans van smaakvolle akoestische ballades naar het betere
rockende werk, waarbij hij steun krijgt van o.a. zijn companen the Guthries:
Serge Samson, Dale & Brian Murray en Ruth Minnikin. De plaat wordt vooral
gesierd door sterke ballads als "Not The Only One", "Draw The
Drapes", "Looking For A Light", "I Leave You Dreaming",
"Monday In A Month" tot het zalige walsje "Two to Tango"
een duet met Kelly Sloan. Zonder enige twijfel herken ik Calexico in het mariachi-achtige
"Let's Go Out Drinking". Maar ook in stevige rockers als de titeltrack
weet Puddington van wanten en getuigt hij van visie. Of wat te denken "Secondhand
Heart", ook zo'n rockende roadsong stamper of onze persoonlijke favoriet
"All I Have is Time", de opener van deze uitstekende tweede plaat
waarin Adam Puddington laat horen dat hij het uitstekend naar zijn zin heeft.
Puddington maakt het leven eenvoudig, en hij verveelt voor geen moment. Reden
genoeg om dit album vol Canadese Americana niet over het hoofd te zien.

THE
STONE COYOTES
VIII
Website Contact
Label: Red Cat Records
CDBaby
Barbara
Keith, een roots zangeres die in 1972 met haar titelloze tweede LP het paradepaardje
werd van het Warner label, een ijzersterke plaat, waarmee ze rechtstreeks in
concurrentie kwam met haar stijlgenoten Emmylou Harris, Bonnie Raitt en Linda
Ronstadt, stond zo te zien een even grote roem te wachten. De crème de
la crème van toenmalige studiomuzikanten, waar onder Lowell George, speelden
mee op dat debuut en verschillende andere grote namen, waaronder Barbara Streisand,
Melanie en Tanya Tucker coverden songs van die plaat. Maar Barbara werd door
de platenwereld en showbusiness danig gedesillusioneerd, gaf het miljoenenvoorschot
op haar platencontract terug aan de platenfirma en stapte uit de hele heisa
rond haar. Ik dacht voorgoed, en betreurde dit, omdat ik zoveel plezier beleefde
aan songs als "The Bramble and The Rose". Maar toen ik enkele jaren
geleden hier begon besprekingen te schrijven voor releases van "independant"
artiesten, stuitte ik toevallig op een groepje dat me wel aansprak: "The
Stone Coyotes". Een trio: gitaar, drums, bas, keiharde riffs à la
AC/DC en daarbij een stem die me wel bekend voorkwam. Even de bezetting bekeken
en inderdaad, de zangeres was Barbara Keith, maar de muziek was zo anders. De
band bleek te bestaan uit Barbara, haar man Doug Tibbles (drums) en stiefzoon
John Tibbles (bas). Een muzikale familie, maar zeker geen “familiemuziek”,
deze band heeft ballen. Hun achtste cd is dit dus ondertussen, zoals de titel
het ook aangeeft, en ik ben fier dat ik ze allemaal bezit, inclusief die lp,
waarvan ooit beweerd werd dat het the “greatest lost album of all times”
is. Vorig jaar schreef ik hier een special aan de vorige cd's (zie blikvangers)
en nu draait VIII rondjes in mijn cd speler. Natuurlijk is de invloed van de
jeugdige bassist een sterk element in het groepsgeluid, waarschijnlijk zou de
muziek van Barbara rustiger klinken moest hij er niet bij zijn, maar dit is
net het boeiende. De combinatie van de power riffs van John met de ”troubadour”
invloeden van mam Barbara, maken deze muziek net zo mooi. De aparte stem van
Barbara klinkt nog net zo mooi als vroeger, maar is door de backing ook moderner
en heeft iets gruizig erbij op sommige momenten. Ze speelt stevig lead gitaar
en haar songs zijn voorzien van sterke “hooks”, iets waardoor haar
debuut lang geleden ooit ook zo een succes werd. De cd begint dadelijk sterk
met “Tomorrow Is Another Day”, gebouwd rond een hypnotiserende riff,
terwijl Barbara haar lyrics op een declamerende manier brengt. Haar mix van
rock en alt. Country zou niet misstaan op om het even welke Lucinda Williams
cd. Bij “Land Of The Living” is het echter de keiharde AC/DC riff
die het nummer tekent. Die vergelijking zal wel in elke Stone Coyotes bespreking
onvermijdelijk zijn. Dit nummer rockt als de neten. Go Barbara! Het wat meer
bluesy riffje en de slidegeluiden in ”Not Right Now”, maken dit
tot één van mijn lievelingssongs op deze cd “John Lee Hooker
on the stereo..” zingt ze, vooraleer de slide je alle hoeken van de kamer
laar zien. Meer in de stijl van haar vroegere rustige werk zijn songs als “The
Lights Of Home”,”Kern River”, de Merle Haggard cover en “The
Grey Robe Of Rain” songs met een meer alt.country inslag waarbij haar
unieke stem het meest tot zijn recht komt. De meeste nummers zijn echter stevige
rocksongs vol power. Luister maar naar het wat dreigende “The Beat’s
Got A Hold On Me” of het nerveus rockende “If I Knew How To Dance”
. Barbara Keith, onderschat in de jaren zeventig, daarom, laat dit nu niet opnieuw
met de Stone Coyotes gebeuren, ze hebben acht cd’s om je te overtuigen
van hun talent. My favorite family!
(RON)

PALMYRA
MIS-EN-SCENE
Website Myspace
Contact
Label : I Am Janet! Records
CD-Baby
Palmyra
is een indie popgroep uit Brooklyn, New York die pas in 2007 geformeerd werd
rond zangeres en songschrijfster Gina Pensiero die eerder al in andere muzikale
projecten als ‘Umberto’, ‘The Dumb’ en ‘Ugly Club’
meedeed. Met “Mis-En-Scene” verschijnt nu het debuutalbum van deze
nieuwe groep waarvan de broers Sean en Jon Lango, Karl Sturk en Kenny Roebuck
de overige leden vormen. Op dit schijfje vinden we dertien tracks terug die
voornamelijk in de poppy sfeer gebracht worden. De in ruwe vorm afgewerkte liedjes
hebben iets punkerigs over zich maar distantiëren zich anderzijds ook van
dit genre doordat ze toch commerciëler zijn en op een grotere doelgroep
mikken. “Nowhere To Go”, “Regrets”, “Bad Kids”
en “You Can’t Go Anywhere” zijn catchy en rockerige popsongs
maar andere liedjes zoals “Comfort”, “Wool” en “Apathy”
zijn eerder als ballads te categoriseren en bezingen de liefde in al haar facetten,
positieve zowel als negatieve. Het nummer “Wool” heeft zelfs een
zeer mooi viool-intermezzo meegekregen dat gespeeld wordt door Nicole Scorsone.
We dienen echter ook op te merken dat er volgens ons nog wat te veel geëxperimenteerd
wordt op enkele liedjes die voor “Mis-En- Scene” werden geselecteerd
zoals in “Borderguards” en in “Learn Chinese”. We kunnen
de sound van Palmyra niet echt met iets anders vergelijken omdat de groep twee
zeer uiteenlopende genres probeert te verenigen voor dit debuutalbum. Dat hoeft
daarom niet negatief te zijn maar kan natuurlijk wel leiden tot situaties waarbij
het publiek voor een bepaald type songs de rest van de plaat maar niets vind.
De dreiging dat ze daardoor tussen wal en schip zullen vallen blijft derhalve
reëel. En dat zou toch wat jammer zijn want ons afsluitende oordeel is
dat Palmyra wel iets moois bij te dragen heeft aan de hedendaagse muziekscène.
Een song als “June’s Disappointment” bijvoorbeeld alleen al
verrechtvaardigt een verlengd verblijf in onze platencollectie.
(valsam)