OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007
HARRY BODINE - WHICH WAY HOME
SHINER TWINS - ALL IN STORE
PROOF OF GHOSTS - PROOF OF GHOSTS
MUD ANGELS - A BOLT FROM THE BLUE
AMERICAN MARS - WESTERN SIDES
MICK HART - FINDING HOME
MATT JONES - BUTTER & RUM
HANS YORK - YOUNG AMELIA
BLUE RODEO - SMALL MIRACLES
HUMAN PROJECT II - HUMANIZED

HARRY
BODINE
WHICH WAY HOME
Website - Myspace
- Contact
Label: Eigen Beheer
Cdbaby
Wat
je dadelijk opvalt als je luistert naar Harry Bodine's "Which Way Home"
is dat het geluid van zijn slide gitaar regelmatig erg veel lijkt op dat van
de te vroeg overleden Duane Allman. Als je achteraf in zijn bio leest dat hij
door het luisteren naar "Live at the Fillmore East" van de Allman
Brothers en "Layla" van Derek and The Dominoes ook begon met slide
gitaar te spelen, is het duidelijk door wie Harry Bodine in zijn jeugd beinvloed
is. In 1999 was hij als songwriter/gitarist één van de frontmannen
van de band Delta Roux, waarmee hij gedurende vijf jaar, naast hun thuishaven
Austin, ook in Europa shows opende voor o.a. Aarron Neville, Delbert McClinton,
The Fabulous Thunderbirds en vele anderen. "Which Way Home" is een
levendige bluesplaat geworden in een rauwe en vertrouwde vorm. Harry Bodine's
enthousiasme en bedrevenheid bieden voldoende speelruimte voor elf spetterende
bluessongs, waarbij de songtitels "Enough Hard Times" (een van die
songs met Duane Allman signatuur), het bezwerende "Troubled Mind"
en "Drivin' Up Thru Memphis" genoeg verklappen. In de songs zitten
regelmatig ook mooie gospelinvloeden, vooral dankzij de vocale steun van Glenda
Dotson en Mike Roeder. Prachtsongs zijn onder meer "Shufflin Shoes"
het funky "Can't Live Without It" en vooral het ijzersterke "Hip
Street". De zin om met een clubje vrienden zompige barroom blues te maken,
druipt van elk nummer. Door het schitterende gitaarwerk (slide en andere gitaren)
dat hij achteloos uit zijn mouw schudt en de perfecte mixing door Stuart Sullivan
(Sublime, Robert Plant, Jimmy Vaughn) is "Which Way Home" warm aanbevolen!
Bovendien op 23 maart te bekijken in de Antwerpse bluescafé Crossroads
samen met de al even voortreffelijke Nederlandse Shiner Twins, een topact in
het Americana genre waarover U hieronder alles kan lezen.
(RON)
HARRY
BODINE & THE SHINER TWINS LIVE
23 maart - Crossroads - Antwerpen
HARRY
BODINE IN NEDERLAND:
Vrijdag 21 maart: Southern Blues Night, Heerlen (band)
Zaterdag 22 maart: Blues Night, Chassee Theater, Breda (band) -
Dond 27 maart: Wilhelmina, Eindhoven (band)
Vrijdag 28 maart: De Weegbrug, Roermond (band)
Zaterdag 29 maart: Nix Bluesclub, Enschede (band)
Zondag 30 maart: Witte Bal, Assen (band)

SHINER
TWINS
ALL IN STORE
Website - Contact
Label: Suburban
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO 3
The
Shiner Twins zijn muzikanten met een rijk verleden. Zo dienden ze ooit als begeleidingsband
van de topvocalist Malford Milligan uit Austin,Texas, een man die met zijn krachtige
stem zowel op soul als bluesgebied aardig wat furore maakte, in Double Trouble,
maar vooral met zijn eigen band en Storyville. Momenteel is hij alweer de zanger
in de band van de legendarische gitarist Greg Koch, waarvan we de live cd (met
Milligan) enkele maanden geleden bespraken. Ook J.W Roy maakte dankbaar gebruik
van hun diensten. De verdere muzikale historie van de vier Shiner Twins beslaat
een dwarsdoorsnede van bands die in roots-minnend Nederland hun sporen ruimschoots
verdiend hebben: de band van JW Roy, Sunset Travelers, Crown Jewels, Millstreet
Bluesband, Soul Survivors en Arti Rhythm. Nicky Hustinx is bovendien al enkele
jaren de vaste drummer op de Europese tournees van Patricia Vonne uit Austin,
die vooral op Tex Mex gebied vernieuwend bezig is. Gitarist Richard van Bergen
is door kenners al een paar malen uitgeroepen tot één van de beste
roots-gitaristen van het land vanwege zijn onmiskenbare slidegitaar-spel en
zijn andere gitaristische kunsten. Toen er in de zomer van 2003 een einde kwam
aan de samenwerking met Milligan, besloten de bandleden verder te gaan als Shiner
Twins, met hun eigen repertoire. Vanaf dat moment zijn zowel Richard en Jack
veel nieuwe nummers gaan schrijven voor de band, en een 13-tal daarvan zijn
nu verzameld op de nieuwe CD "All In Store", met als resultaat een
geslaagde mix van blues, country, texmex, gospel en een vleugje zydeco/cajun.
Natuurlijk konden zij hiervoor rekenen op hun vrienden om hun een wederdienst
te bewijzen voor het prima werk dat deze jongens op hun platen verricht hadden.
Zo kwam ondermeer Patricia Vonne, J.W. Roy en Roel Spaanjers hun rangen even
vervoegen, waardoor het overigens al prima resultaat nog naar een wat hoger
niveau getild wordt. Sommige songs dragen dan ook duidelijk een Sunset Travelers
stempel. Richard Van Bergen en Jack Hustinx hebben met deze cd een product afgeleverd
dat zich zonder blikken of blozen mag meten met de beste releases van muzikanten
uit pakweg Austin of een andere zuiderse muziekstad. Zonder twijfel de beste
Nederlandse Americana release tot op heden. Na de Glitter Twins nu de Shiner
Twins? Zoals ik al zei, maar ik zeg het graag nog eens: In Bluescafé
“Crossroads” te Antwerpen op 23 maart samen met Harry Bodine. Be
there or be square! Want deze jongens hebben het in ieder geval overduidelijk
"All In Store".
(RON)
HARRY
BODINE & THE SHINER TWINS LIVE
23 maart - Crossroads - Antwerpen

PROOF
OF GHOSTS
Website - Contact
Label : (weewerk) Records Contact
Met
“Proof Of Ghosts” krijgen we een in 2003 opgerichte en veelbelovende
folkrockgroep uit Toronto, Ontario, Canada voorgeschoteld. De drijvende kracht
achter deze formatie is een zekere Steve Shoe die de liedjes schrijft, zingt
en daarbij ook nog eens de meeste instrumenten voor zijn rekening neemt. In
een vroeger leven zong hij ook bij de groep “Suck My Disc Collective”.
De groep Proof Of Ghosts ontstond toen er op een avond een landelijke stroompanne
was die meer dan 50 miljoen mensen in Canada en de Verenigde Staten zonder elektriciteit
zette. Steve Shoe besloot de tijd nuttig door te brengen en begon in een plaatselijke
club akoestische songs te zingen. Enkele toehoorders in het publiek vonden dat
ze met zo’n stem een goede zanger voor hun groep in huis konden halen.
Zo werd Proof Of Ghosts geboren en kon de groep de 15 songs die nu voor deze
plaat weerhouden werden gedurende twee jaar uittesten op een kritisch publiek.
Met een Neil Young-lookalike stem brengt Steve Shoe zijn liedjes die in een
gelijkaardige categorie thuishoren als die andere formatie uit Toronto, te weten
Great Lake Swimmers. Vooral op het eerste nummer “I’m Coming Home”
duikt die vergelijking meteen op. Ook in de banjoliedjes “Oshawa, ON pt.
1”, “Tempted And Tried” en “Glen Hill Park” kan
je die heel typische sound nog herkennen. Proof Of Ghosts toerde ook een tijdje
door Amerika als voorprogramma van Do Make Say Think en deed daarbij ook enkele
ideetjes op voor eigen songs. “Genevieve”, “My Baby Don’t
Come Round Here Anymore” en “Everything Is Gonna Be Alright”
zijn liedjes die je zeker op dat lijstje kan bijschrijven. Enkele leden van
DMST dragen ook een muzikaal steentje bij tot de realisatie van deze debuutplaat
“Proof Of Ghosts”. Een eerste echte hoogtepunt is de klaagzang van
“Hey Anna!”, poepsimpel maar bloedmooi. Met wat goede wil kan je
“California Is Doomed” een Counting Crows-achtige song noemen. Als
debuutalbum kan dit schijfje tellen en er is een vaag vermoeden dat dit zeker
niet het laatste is wat we van deze beloftevolle groep zullen horen.
(valsam)


MUD
ANGELS
A BOLT FROM THE BLUE
Website - Myspace
- Contact
Label: Eigen beheer - Cdbaby
The
Mud Angels, een bluesband uit Madison, Wisconsin, zet zich met dit debuut dadelijk
op de lijst van de beloftevolle nieuwe acts. Een groot deel van die verdienste
gaat naar vocaliste Laura England, die met haar soepele stembanden in 2007 de
nominatie "Female Vocalist Of The Year" wegkaapte in de Madison Area
Music Awards. De ganse groep deed er daar nog twee bovenop, namelijk "Blues
Artist" en "Blues Song". Wij waren dus duidelijk niet de enigen
die het potentieel van deze "Mud Angels" herkend hadden. De Mud Angels
brengen hoofdzakelijk bluesrock, maar een serieuze portie rustige songs zorgen
voor het nodige evenwicht en afwisseling. Daardoor verzandt het geheel niet
in een eindeloos soleren van de gitaristen, zoals dat wel meer het geval is
bij andere bluesrock acts. Beide gitaristen laten echter wel horen de kneepjes
van hun vak duidelijk onder de knie te hebben. Die gitaristen zijn Kenny Cobb
en "Jackson" die tevens voor de tweede stem zorgt. Bassist Mike Burden
en drummer Andy Mosey maken de bezetting volledig. Alle nummers van de cd zijn
eigen composities, iets wat voor een debuut van een bluesband helemaal niet
vanzelfsprekend is, integendeel, het is eerder een uitzondering. Een lekkere
slide intro in "Derailed", de openingssong, doet je al dadelijk de
oren spitsen, wanneer dan de stem van Laura erbij komt, weet je dat dit een
traktatie voor de oortjes gaat worden. Laura's stem houdt het midden tussen
die van Susan Tedeschi en die van Shania Twain en dat hoor je nog 't best in
de slow blues die daarna volgt, het zes minuten durende sensuele "Kiss
Me Slow". Laura's stem kronkelt zich met verbluffend gemak tusen en rond
de tekst als een python rond haar prooi. In de shuffle "You say I'm Picky"
met zijn gesproken passage komt die zwoele kant van haar stem nogmaals tevoorschijn.
Bij elke song die volgt groeit het besef dat je hier dat die "Blues Vocalist
Of The Year" nominatie echt verdiend was, zo is "Bring Color Back"
een song die zijn naam alle eer aandoet, dit is niet de stem van een grijze
mus, maar een regenboog van klanken die net als onze commerciele zender, je
dag kleurt, alleen met wat meer kwaliteit dan. Recht toe recht aan rocken kan
Laura echter ook, maar zelf dan is de soepelheid van die stem verwonderlijk.
Het rustige akoestische "River Landing" is niet aleen een song die
voor het nodige contrast zorgt tussen het eerder stevige aanbod, het is tevens
nog eens een extra "spotlight" op de vocale kwaliteiten van "Torch"
zoals Miss England ook wel genoemd wordt. Vermits Laura zo te zien geen "rosse"
is zal het wel vanwege haar "vlammende" stem zijn dat ze die bijnaam
kreeg. Sterk debuut van deze jonge band: Really got the "Madison Blues"!
(RON)

AMERICAN
MARS
WESTERN SIDES
Website - Myspace
- Contact
Label : Gangplank Records
CD-Baby
American
Mars is een groep uit Detroit, USA die wel erg lang doet over het uitbrengen
van zijn nieuwe cd’s. De eerste plaat was “Late” (misschien
een verborgen hint) uit 1997, gevolgd door “No City Fun” uit 2001.
Daarna werd het erg lang stil rond deze groep van zanger Thomas Trimble en gitarist
David Feeny. Deze laatste is ook de producer van hun cd’s en hij verdiende
zijn sporen eerder achter de knoppen bij o.a. Loretta Lynn en The White Stripes.
In de automobielstad Detroit met traditioneel veel garagerock en punkmuziek
valt American Mars wat uit de toon met hun atmosferische en soms emotioneel
geladen rocksongs. Maar dat ze een gevestigde waarde in de lokale scène
zijn bewijzen hun vele sideshows met o.a. The National, Tim Easton, Elbow, The
Black Horse Procession en 16 Horsepower. Nu verschijnt de nieuwste plaat “Western
Sides” van deze rock’n’rollformatie met daarop 11 mooie en
zelfgeschreven Americana-liedjes. De creatie en het uitwerken van de songs op
deze plaat begon al in 2003 en ze werden verfijnd gedurende de vele try-outs
bij de diverse optredens. Tussendoor viel al het muzikale gebeuren ook nog eens
twee jaar volledig stil door het feit dat hun bassist Garth Girard door kanker
getroffen werd waarvan hij in 2006 genezen verklaard werd. Dat was het signaal
om zich opnieuw met volle overgave op de opnamen van “Western Sides”
te storten. De eerste song “Long Walk Home” start nog rustig maar
met “Who Here?” tonen de heren van American Mars al snel hun ware
gelaat als rockers. Voor de popballade “Anne Marie” wordt de pedal
steelgitaar van stal gehaald en toont de groep dat ze ook in het zachtere werk
ervaring hebben. Dat wordt nog nadrukkelijker in de verf gezet in het Daniel
Lanois-schatplichtige “Sunray”, een melodramatisch verhaal doorspekt
met schitterend klankenspel. Dan volgt een moderne popsong met het nummer “Better
Angels” waarin ik flarden van Bono in de vocalen en U2 in de muziek meen
waar te nemen. Mysterieuze, etherische klanken zorgen er voor dat deze song
boven zichzelf uitstijgt. Eigenlijk wordt ditzelfde gevoel nog even doorgetrokken
in de nummers “Westernside” en het rockende “Democracity”
met The Edge-gelijkwaardig gitaarspel. Heel catchy is het hitgevoelige “Make
It Up” met door Thomas Trimble haast liefelijk gezongen lyrics en voorzien
van een schitterende gitaarriff. American Mars bewijst dat de groep nog steeds
heel veel in zijn “mars” heeft met deze prachtige plaat “Western
Sides” die doorheen alle songs een boodschap van hoop en vertrouwen verweven
heeft. Deze groep moet alleen niet meer zo lang wachten om nieuw werk uit te
brengen want daarvoor heeft het publiek in deze tijden meestal niet meer het
geduld. En is hun muziek ook nog veel te goed en te actueel.
(valsam)

MICK
HART
FINDING HOME
Website - Myspace
- Contact
Label: Besides Records
Distr.: Sonic Rendezvous
Gedurende
de voorbije 10 jaar toerde de Australische singer-songwriter Mick Hart doorheen
de hele wereld om op allerlei festivals en concerten op te treden. De meeste
bijval kreeg hij in Europa waar hij als support act mocht optreden voor Bob
Dylan, Coldplay, Van Morrison, Sting, Paul Weller en nog meer van dat moois.
Met zijn typerend schorre, ruwe maar soulvolle en nasale stemgeluid heeft hij
ondertussen al vier cd’s uitgebracht waarvan deze akoestische “Finding
Home” de laatste is. De opnames hiervan dateren al van 2006 en het begin
van 2007 en vonden plaats in Engeland en Frankrijk waar hij momenteel ook woont.
Zijn stijl van zingen levert hem vergelijkingen op met Ben Harper, Elliott Smith
en Bob Dylan. De liedjes variëren qua stijl van folk tot pop, blues en
rootsmuziek. Zelf bespeelt hij de akoestische gitaar en het mondharmonica en
om het geheel wat te voorzien van een voller geluid zijn er subtiel hoorbare
bas en drums op enkele nummers toegevoegd. Over het algemeen blijven de liedjes
echter ingetogen. “Don’t Walk Away” en “I’m Going”
zijn zo’n typische singer-songwriterliedjes zoals ook een Ryan Adams of
Damien Rice plegen te brengen. In “Smile” springt hij even vrolijk
naar de microfoon en swingt de song op een bedje van mondharmonica, passionele
percussie en ritmisch handclapping. De onderwerpen van de meeste liedjes nopen
echter meestal tot intiem zangwerk van Mick Hart. Als het over problemen in
relaties, ongeluk en trieste eenzaamheid gaat is de stem van deze Australiër
op zijn best. Bewijzen hiervoor zijn songs als “I”m Going”,
“Ballad Of A Broken Man” en “The Taste Of Us” waarbij
je als luisteraar als het ware de hartenpijn zelf begint te voelen bij het horen
van al die miserie. Het reggaedeuntje “All At Your Door” en het
rockende “Freedom Song” vallen een beetje uit de algemene toon van
deze plaat maar dat wordt al snel weer rechtgezet in “Stay Another Day”
en “’til You Forgive” dat alle plots opgewekte vrolijkheid
weer snel onderdrukt. Niets voor tot-in-de-kist-optimisten, maar die zijn tegenwoordig
sowieso erg zeldzaam, dus zal de overgrote meerderheid van zwartkijkers op deze
wereld ten volle kunnen genieten van het album “Finding Home“ en
het indringende stemgeluid van Mick Hart.
(valsam)

MATT
JONES
BUTTER & RUM
Website
Label: Eigen beheer
Cdbaby
"Butter
& Rum" is een E.P met vier songs van Matt Jones, geboren in Brazillië,
maar opgevoed in Texas, terwijl hij nu vooral actief is in het New Yorkse clubcircuit.
De buitenlandse pers vergelijkt hem met namen als Wilco, Ray La Montagne, Nick
Drake, Townes Van Zandt, Van Morrison, Bill Withers en Bob Dylan, maar zover
zou ik zelf niet durven gaan, zeker niet aan de hand van vier songs. Matt leerde
viool en piano spelen op zijn zevende, maar na het horen van “All Along
The Watchtower” van Hendrix was hij op zijn zestiende plots gewonnen voor
de gitaar. In 2004 studeerde hij echter ook jazz, voornamelijk viool, maar daarvan
is hier niets merkbaar op deze cd. De vier korte songs zijn uitstappen in het
folk en singer- songwriter genre, enkel sober begeleidt met akoestische gitaar,
wat mandoline, ukelele, piano, bas en drums. In “Will You Run” levert
dat een mooi boeiende song op, daarentegen in “Lie Here Beside Me”
horen we dat Matt een boeiend verhalenverteller is. “Not Even Dreaming”
en “Dancing in The moonlight” zijn songs die vooral boeien door
de speciale frazering, want die is bij Matt wel heer apart, en vormen zijn typische
kenmerk waardoor hij zich onderscheidt van andere singer-songwriters. Natuurlijk
is een E.P met vier eerder korte songs niet van die aard om een erg duidelijk
beeld te krijgen van iemands capaciteiten. Al heeft het natuurlijk wel het voordeel
dat ik tijdens deze bespreking de cd al viermaal volledig gehoord heb en ze
bevalt me elke keer meer en meer. Weer één van die groei ...?
(RON)

HANS
YORK
YOUNG AMELIA
Website - Myspace
- Contact
Distr.: Hemifran http://www.hemifran.com
CD-Baby
Hoe
simpel en complexloos kan muziek soms toch zijn. Dat is de eerste vraag die
bij mij opkomt bij het beluisteren van de cd “Young Amelia” van
de in Seattle wonende maar in Duitsland geboren singer-songwriter Hans York,
wiens echte naam Hansjörg Scheid is, om begrijpelijke redenen een naam
die aanzet tot het zoeken van een pseudoniem of artiestennaam. Toch kan eenvoud
ook briljant zijn zoals deze artiest in de nummers op dit album bewijst. In
voornamelijk akoestisch georiënteerde songs vertelt hij een verhaal over
één of andere reis doorheen een wereld van emoties en liefde.
Dit album werd gedurende amper twee dagen in twee sessies opgenomen, een eerste
live sessie in oktober 2007 en een maand later volgde nog een tweede studiosessie
in Seattle. In de twaalf songs die voor de cd werden weerhouden wordt vooral
aandacht besteed aan ritme door subtiele toevoeging van percussie aan de voornamelijk
uit akoestische gitaar bestaande begeleidingsmuziek. Naast zijn eigen zangwerk
deed Hans York ook nog een beroep op enkele andere zangers en zangeressen voor
een aantal liedjes. Zo neemt Larry Murante de vocalen voor zijn rekening in
4 songs en zijn er bijdragen van Kym Tuvim in 2 songs en James Hurley in 1 song.
Het geheel van “Young Amelia” klinkt laid back, jazzy en verloopt
ritmisch geheel onder controle. Een eerste hoogtepunt op deze cd is het nummer
“Love Is Here” met heerlijke trombone- en celloklanken, aangevuld
met een vrolijk zingende en fluitende Hans York. Ook “Snow” en de
eerste single uit de cd “Invocation” zijn dergelijke subtiele werkjes
waarbij ik sporadisch de geest van James Taylor doorheen de songs ontwaar. York
beschikt over de gave om diverse genres als folk, world, pop en jazzmuziek op
een speciale wijze te blenden tot een geheel dat de luisteraar de gelegenheid
geeft om tot volledige rust te komen in deze drukke tijden. “Ontspanningsmuziek
voor gestresseerden” zou een goede subtitel van dit album kunnen zijn.
Opvallend in zowat alle songs is ook het meer dan goede gitaarwerk van Hans
York, vaak jazzy maar ook heel ritmisch, zoals in “Tell Me Why”.
Afsluiter “Never Been In Love” is een soort van ragtime-song waarin
Hans York het chaotische leven na een afgebroken relatie bezingt. De titeltrack
“Young Amelia” is een ballade met een op melancholische muziek gezette
gedicht over de spanningen tussen de liefde en het verlies en de jeugdjaren
vergelijkt met het veel complexere leven op oudere leeftijd. Blijkbaar doorworstelt
Hans York een fase in zijn leven waarbij hij veel nadenkt over het ouder worden
en de nakende dood want ook in “Letting Go” bezingt hij dit eerder
duistere onderwerp. “Young Amelia” is zijn vierde full-cd en als
je een liefhebber van dit genre zou zijn, dan kan ik je zeker aanraden om ook
op zoek te gaan naar het oudere werk van deze vertolker van jazzy wereldmuziek.
(valsam)

BLUE
RODEO
SMALL MIRACLES
Website - Myspace
Label: TeleSoul Records
Distr.: Rounder
Blue
Rodeo, opgericht in 1984, bewijst sinds het debuutalbum "Outskirts"
in 1987 al jaren aan de top te staan in Canada, want voor velen vormen ze de
soundtrack van hun leven. De liedjes op hun vorige cd's, die we allemaal als
bestsellers kunnen beschouwen gaan over vrienden, mensen en eigen ervaringen.
Verschillende ervaringen over liefde, familie, vrienden, vluchtpogingen, hoop,
het leven en de dood. Op hun elfde cd "Small Miracles" de opvolger
van "Are You Ready" uit 2005, kiezen de heren voor een aangenaam relaxte
benadering van de muziek, waarbij vooral de beide zangers en gitaristen Jim
Cuddy en Greg Keelor, maar ook Bob Egan (pedel steel, mandolin) voor een eigen
geluid zorgen en daarom is Blue Rodeo een band die zich niet gemakkelijk laat
vergelijken met andere bands. Het countrygetinte "3 Hours Away" is
misschien het meest toepasselijke, want ze gebruiken de sfeer en textuur van
het oude vreemde Amerika zoals The Band, maar vooral The Eagles dat ooit deden.
De dertien songs van deze zesmansformatie zijn het best te vangen onder de noemer
rustige countryrock en het is verdraaid goed gemaakt ook! Het ene moment is
het rockachtig, als de eerste de single "C'mon" en het andere moment
wordt er weer heel subtiel gemusiceerd met pedal steel en een meer folky sound.
Cuddy en Keelor schrijven al jaren samen ambachtelijke popmuziek, met eerlijke
teksten en mooie melodieën, maar vooral radiovriendelijke songs. Zo begint
deze cd zeer sterk met "So Far Away" en "This Town", waarbij
al dadelijk opvalt dat de tempowisselingen en arrangementen op dit album absoluut
niet voor de hand liggend zijn, maar als je de plaat een paar keer hebt geluisterd
kom je tot de conclusie dat alles op zijn plaats valt en dat hij bij elke luisterbeurt
dieper onder je huid kruipt. Jim Cuddy heeft een aansprekende stem en gooit
de onontbeerlijke emotie in zijn zang, dat mooi uitkomt in dit laatst vermeld
bloed-mooie "This Town", waar Jim ook éémalig achter
de piano plaats neemt, een song die er ook direct uit springt. Als je op zoek
bent naar iets nieuws, want voor heel veel mensen buiten Canada is de band een
grote onbekende, dan moet je bij Blue Rodeo zijn. Wat de band doet, doet ze
wel erg goed en dit nu al meer dan twintig jaar. Het zijn goede en smaakvolle
muzikanten en hun succes is meer dan terecht. Met Jim Cuddy en Greg Keelor hebben
ze uitstekende songwriters en zangers in hun midden. Behalve dat er erg sterk
wordt gemusiceerd, maakt ook de variatie in songs "Small Miracles"
tot een sterke cd, reden te meer dat wat meer mensen van deze band mogen gaan
houden. Dat verdienen ze alleen al door het zo lang vol te houden, we gunnen
de heren dan ook maar wat graag hun volgende twintig jaar in het vak.

HUMAN
PROJECT II
HUMANIZED
Website humanrocks.net
Contact
Label: Eigen beheer
Cdbaby
Zijn
echte naam is Loyd Vandergriff en hij noemt zich the Human. Als hij zin én
genoeg materiaal heeft om een cd te maken, zoekt hij enkele vrienden muzikanten
bij elkaar en duikt de studio in onder de naam "The Human Project".
Bij deze is dat nu de tweede maal. Zijn teksten hebben allemaal één
ding gemeen, ze gaan over de simpele dingen die de mensen bezighouden, alledaagse
dingen, droevige, diepzinnige, maar meestal grappige met een portie humor erdoor
verweven. Hij gebruikt daarvoor rock in al zijn vormen, van blues rock over
southern rock via country rock en folk rock tot echte onvervalste blues en langzamerhand
kreeg zijn soort muziek de titel Human Rock. In Human Rock vinden we dingen
terug die herinneren aan Bob Seger, Delbert Mc Clinton, Wet Willie en aanverwanten.
Belangrijk onderdeel in het geluid van gitarist Dana Long, the Human's rechterhand,
en een prima kracht die van alle markten thuis is en zowel Stones als Allman
Brothers geluiden uit zijn gitaar tovert om even later dan weer te klinken als
bijvoorbeeld Robin Trower. De opnames gebeurden in Dana's homestudio in Visalia,
de stad waar beide wonen. "Drive Drive Drive" met zuiderse Allman
Brothers slidegitaar is een knappe song over twee jeugdige delinquenten met
de politie op de hielen. "Bad Moma" met een beat-up rocktempo over
een druggebruikende en drinkende moeder "MyV8 Ford" dat op de persinfo
zowat als het belangrijkste nummer aangegeven wordt is een gedreven uptempo
song, iets wat je van een car-song wel mag verwachten, maar het merendeel van
de songs is mijn inziens sterker. Mooi is bijvoorbeeld "Modern Day Folksong"
een nummer, een beetje in de stijl van de Band, over de dreiging van het terrorisme.
"Creepers" is de song waar gitarist Dana Long volop ruimte krijgt
om zijn uitstekende gitaarwerk, hier in Robin Trower/Hendrix stijl te etaleren.
Het bluesy, van Stones gitaarriffs voorziene politiek kritische "Taxman
II" is simpel maar sterk, net als "Deep River" dat wel erg dicht
aanleunt bij "Sweet Home Alabama". "High Anxiety" met een
vervormde zangstem, een primitief juke joint ritme en prachtige gitaar en harp
passages is alleen al de aankoop waard. Mijn favoriet zonder meer. Ik draai
'm dadelijk nog eens. Kortom, "Humanized" is een pretentieloze cd
geworden met tien "simpele" rocksongs in de goede betekenis van het
woord. Muziek waar wij van houden. We are Humanized!
(RON)