OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007
ROBERT WILLIAMS - WALKING HOME
CAROLINA CHOCOLATE DROPS - HERITAGE - DONA GOT A RAMBLIN' MIND
CAPITAL B - COCKTAILS BY THE DUMPSTER
JO CAROL PIERCE - DOG OF LOVE
DAVEY O - THIRTYNINEDOLLARVIEW
PATTY LARKIN - WATCH THE SKY
PETE SCHEIPS BAND - BACK ON THE BLUES TRAIN
PETER MOORE - FAOIN SPEIR
RICH SOMERS - TERRACOTTA SKIES
LUKE DOUCET AND THE WHITE FALCON - BLOOD'S TOO RICH

ROBERT
WILLIAMS
WALKING HOME
Website - Contact
Label: Bluebird Café Berlin Records
Cdbaby
Wereldreiziger
Robert Williams, opgegroeid in Oklahoma, heeft een bewogen jeugd achter de rug.
In 1969 trok hij naar Berlijn, waar hij de muziekscène opzocht. Terug
in Amerika koos hij er voor om als muzikant zijn weg te zoeken in het clubcircuit.
Bij zijn doortocht naar Austin, Texas, trok hij met zijn bluesrock en folkmuziek
de aandacht van het publiek en al gauw mocht hij openen voor o.m. Joan Armatrading
en Leo Kottke. Als globetrotter verkende hij ook andere continenten dan Noord-Amerika:
Zuid Amerika, Azië, Afrika en Europa. Als hij niet schrijft of toert, geeft
hij als professor in de linguïstiek les aan de Universiteit, meer precies
in Cairo, Egypte. Bij iemand die regelmatig de grenzen oversteekt, komt er meer
dan genoeg inspiratie aangewaaid. Niet alleen qua muziekstijlen, maar ook qua
thema’s. Als hij over een vluchteling zingt die wegloopt van zichzelf,
dan weet hij wellicht waarover hij het heeft. Zijn stem klinkt wat eentonig,
maar in het melodische ‘You Don’t Even Have To Ask’ legt hij
een vaderlijke gevoeligheid aan de dag. In ‘Walking Home’, geproducet
door Ramesh B. Weeratunga, begeleidt hij zich met akoestische gitaar of mandoline.
Naast Ramesh zelf, met drums en gitaar, spelen nog andere muzikanten mee. De
contrabas van Thomas Baumgarte draagt bij tot de soundrijkdom. En Ingo Bischof’s
piano verlevendigt het jazzy ‘Jumbo’s Clown Room’, dat ik
er graag uitpik als mijn voorkeursong. Ook in ‘No Mo’ worden er
met behulp van de klarinet wat jazzy invloeden ingelijfd. Robert Wiliams brengt
songs die aan Jerry Jeff Walker of Joe Ely herinneren. Zijn stem heeft dan weer
datzelfde timbre als Ray Wylie Hubbard. Melancholische overpeinzingen duiken
op in ‘On A Gray Day’. Op grond van dit album lijkt het er op dat
voor Robert Williams de muziek een uitlaatklep is, want wanneer hij zingt dat
hij door de straten wandelt ‘with a head full of the blues’ mag
je veronderstellen dat zijn gevoelens erom vragen poëtisch verwoord te
worden.
Marcie



CAROLINA
CHOCOLATE DROPS
HERITAGE - DONA GOT A RAMBLIN' MIND
Website - Myspace
Label: Music Maker
Distr.:DixieFrog/Bertus
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO
3 VIDEO
4 VIDEO
5
De
Carolina Chocolate Drops is een stringband bestaande uit Dom Flemons, Rhiannon
Giddens en Justin Robinson, drie jonge Amerikanen, die de traditie van de zwarte
stringband music uit de eerste helft van de vorige eeuw voortzetten, m.a.w.
de country blues, jugband - en early African-American stringband - muziek. Ze
lijken zo uit de film "O Brother, Where Art Thou" weggelopen. Al bijzonder
succesvol in de US, zijn ze nu ook in onze lage landen voor een aantal optredens.
Hun geluid wordt gedomineerd door vier- en vijfsnarige banjo, fiddle, gitaar,
kazoo en snare drum. De origine van de banjo is trouwens in Afrika te zoeken.
De viool speelde, anders dan bv. in de Apalachen, een eerder secundaire rol
in de traditionele zwarte muziek uit de bergachtige Piedmont-regio in North
Carolina. U kunt er alles over lezen op Black
Banjo. Rhiannon Giddens en Justin Robinson groeiden daar op, terwijl Dom
Flemons afkomstig is uit Arizona. Het zijn alle drie zangers/multi-instrumentalisten,
die ondertussen enkele cd’s uit hebben. Als goedgemutste muziekarcheologen
(ze squaredansen, omdat dat volgens hen evengoed tot de zwarte traditie behoort)
leiden ze ons naar vergeten zwarte muzikanten als Odell & Nate Thompson,
Dink Roberts, John Snipes, Libba Cotten, Emp White en tal van anderen. Op hun
eerste cd, "Dona Got A Ramblin' Mind" (2006) voor het Music Maker
label, spelen deze jonge Afro-Amerikanen veertien traditionals uit de rijke
Amerikaanse muziekhistorie. En dat doen ze niet alleen met respect en vakmanschap,
maar vooral ook met enthousiasme en eigenzinnigheid. De songs klinken in hun
handen springlevend en eigentijds. Zo'n nieuwe generatie folkloristen, is zeker
welkom om dit muzikale erfgoed niet te doen vergeten, zoals ook ooit Pete Seeger
deze taak op zich nam. Hun nieuwe album "Heritage" is meteen een eerste
kennismaking op breder vlak, want dankzij het Dixiefrog label is deze plaat
niet meer op kleinere schaal verkrijgbaar zoals de vorige cd's, maar ligt hij
nu al bij de platenboer in de rekken. Zoals ook op deze vorige platen blijven
gitaar, banjo, de resonator en fiddle, het instrumentaria dat voorbij komt.
Het repertoire van Carolina Chocolate Drops eert zelfs de fameuze jug bands,
want tijdens "Black Eye Blues", "Georgie Buck" en "Cornbread
And Butter Beans", neemt Don Flemons nog even zo'n jug ter hand. Naast
deze jugband muziek horen we voornamelijk fiddle tunes en banjo rigs, tot low
down blues en het prachtig a-capella gezongen "Po' Lazarus". Drie
songs werden eind 2006 live opgenomen tijdens het Bucksjump Festival in St.
Louis en op deze plaat "Heritage" vinden we ook een video terug, waar
de interviewer in het begin de vraag stelt aan dit trio hoe ze hun muziek noemen.
Hun antwoord is heel simpel: "Early American music, roots music. Because
it is at the root of American music that came later", en zo hadden we het
ook begrepen. Bij de Carolina Chocolate Drops staat authenticiteit gewoon centraal
in hun weergaloze mix van gospel, blues, bluegrass en folk.

CAPITAL
B
COCKTAILS BY THE DUMPSTER
Website - Contact
Cdbaby
Capital
B, the Blues Machine, of "The artist formerly known as Brian" zoals
hij zichzelf wel eens spottend noemt op het podium, is na 20 jaar afwezigheid
terug gekeerd naar de muziekscène van Ottawa. Gedurende die jaren ruilde
hij zijn gitaar in voor een camera en de video mixtafels van een bekend tv station.
Voordien was hij als muzikant tamelijk bekend geweest in de jaren zeventig.
Sinds zijn terugkeer eind jaren negentig maakte hij al 3 knappe blues cd's waarvan
we nu de laatste bespreken. "Cocktails By The Dumpster" bevat blues,
maar wel in de ruimere zin van het woord, geen stereotiepe 12 maten blues. Brian
McPhillips (zijn echte naam) heeft een krachtige en mooie bariton stem die de
volle aandacht vraagt voor zijn sterke teksten die meestal vol "tongue
in cheek" humor zitten. "I Made A Mistake Again" gaat over het
zich in nesten werken door domme dingen te begaan. Of "My Baby 's Got A
Problem" (she can't keep her clothes on). Je merkt het al Capital B houdt
het allemaal nogal grappig en luchtig, maar dat betekent niet dat er ondertussen
geen goede muziek gemaakt wordt. Integendeel, ik vernoemde het al, de krachtige
stem van Capital B, die me herinnert aan Long John Baldry, samen met zijn funky
gitaarstijl zorgen ervoor dat songs als "The Best Things In Life Are Free"
en "She Won't Stay" zich diep in je muzikaal geheugen nestelen. Zeer
sterk is: "Where you Gone And Where You Been", een gebruikelijke "bedrogen
echtgenoot" song die op een echte bluescd natuurlijk niet mag ontbreken.
Het trio: Creepin Blues/ Bruised/ Alone is mooi, vooral vanwege deel 3: "Alone"
dat met zijn lichte Tom Waits invloeden, jazzy sax en gitaar, een mooie intieme
sfeer oproept. Die sfeer wordt brutaal verbroken door een scheldtirade in "Let
It Go, You Skanky Ho", een nummer dat wat verder in "gekuiste"
versie nog eens hernomen wordt (voor de kinderen?), ditmaal als "Let It
Go, you So And So". Capital B heeft met deze "Cocktails By The Dumpster"
een mooie en afwisselende bluesy cd uitgebracht, die net als zijn voorganger
"Completely Blue For You" en het sterke debuut, "Staccato Grove"
bij mij voor heel wat luisterplezier gezorgd hebben. Wij hopen voor u hetzelfde!
(RON)

JO
CAROL PIERCE
DOG OF LOVE
Website - Myspace
- Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby
Aan
het album “Dog Of Love” werd gedurende een periode van drie jaar
keihard gewerkt door singer-songwriter Jo Carol Pierce en haar producer, de
legendarische Mark Andes. Het resultaat mag er best wezen voor deze in Austin,
Texas wonende zangeres. Zij groeide op in Lubbock van waar ook andere grote
talenten afkomstig zijn zoals Joe Ely, Butch Hancock, Terry Allen en Jimmie
Gilmore, die er haar schoolvriendje was en met wie ze later trouwde en er samen
een dochter Elyse mee kreeg. Met doorleefde teksten weet Jo Carol Pierce op
te vallen in het grote bos van songschrijvers. Na een lange pauze van meer dan
12 jaar staat ze er weer helemaal met een opvolger voor haar laatste cd “Bad
Girls Upset By The Truth” uit 1995 en loont haar nauwe samenwerking met
David Halley die als co-auteur vermeld staat bij de meeste liedjes op dit album.
De titeltrack “Dog Of Love” is ook de eerste song op deze plaat
en toont meteen dat Jo Carol Pierce nog helemaal niets verleerd is van haar
kunsten die we nog kennen vanuit de voorbije decennia en waarvoor ze meerdere
keren met een music award werd beloond. Geen enkel onderwerp wordt uit de weg
gegaan in de teksten van deze liedjes: zwakzinnigheid, het leven in Texas, de
Heilige Maagd Magdalena (in “Barb Wire Crown”), zelfmoord, snelle
wagens, Jesus en echte liefde. Geef toe dat er voor elk wat wils tussen zit
in de mix die ons door Jo Carol Pierce wordt aangeboden op dit album. Enkele
van de betere songs zijn “My Boyfriend” en “Drunken Rain”.
In “You’re So True” zingt zij als een vrouwelijke versie van
Vic Chesnutt en zalft ze de zielen met haar emotionele zangwerk. Er loert ook
een vleugje Lucinda Williams om de hoek in dit nummer. Dat wordt even later
nog eens schitterend herhaald in “Life Is Sweet” en in de bonustrack
“I’ve Got Your Eyes”. Daarna wordt het wat jazzy in het bijna
instrumentale “Quicksand” en wordt er een rockende zangeres gehoord
in de song “Rock In My Shoe”. Tussen al deze songs staan er ook
drie korte dialogen waaronder een kort gedicht van Yates: “Carnival Girls”.
Met haar typisch Texaanse accent klinkt Jo Carol Pierce toch altijd even anders.
Een andere opvallende song op dit album is “Don’t Miss This”.
Een beter advies voor de luisteraars kon ik zelf even niet verzinnen.
(valsam)

DAVEY
O
THIRTYNINEDOLLARVIEW
Website - Myspace
Label: H3O Music
VIDEO
Met
een unieke mengeling van folk, blues en country brengt Davey O ons zijn songs.
Zijn stem heeft net dat tikkeltje ruigheid, maar klinkt toch tegelijkertijd
zacht en warm, en doet me soms ook denken aan die van Don Henley. Zijn verhalende
teksten, waarin hij het leven in al zijn facetten belicht, zijn aangenaam en
pretentieloos. Songs van liefde en hoop en het verlies daarvan. Samen met gitarist
Jeffrey Mikulski, zorgt hij voor een warm geluid voor zijn intieme songs, door
middel van het gebruik van dobro, akoestische gitaar, mandoline en heel even
een Dylan-esque mondharmonica. Na zijn debuut “Reflect” kwam in
2002 “The Bare Sessions”, een jaartje later “The Emotional
Shelter” en nu deze korte E.P “Thirtyninedollarview”. Vier
overtuigende songs, zoals “Indiana Mud” over een roadtrip die slecht
afliep en “No Use”, een song met een hoog Eagles gehalte, die handelt
over verdriet na een breuk tussen twee geliefden.”Transformation Road”
met de prachtige mandoline van Jeffrey is tussen de vier songs mijn favoriet.
Davey O sluit deze korte songcyclus af met het al even sterke “Coming
Home” alweer een roadsong, waar de mondharmonica zorgt voor de Dylan sfeer.
Veel te kort, want na zo vier prachtsongs kan je alleen op je honger blijven
zitten, en hopen dat er heel vlug een full cd van dit kaliber zit aan te komen.
(RON)

PATTY
LARKIN
WATCH THE SKY
Website - Myspace
- Contact
Label: Vanguard Records
Distr.: Munich Records
Vanuit
Boston, Massachusetts bereikte ons de nieuwste cd van Patty Larkin, een bijzonder
creatieve dame die de teksten en de muziek voor alle songs zelf schreef, alle
instrumenten op haar plaat “Watch The Sky” zelf speelt en het geheel
ook helemaal alleen produceert. Het gaat hier deze keer niet om een singer-songwriter
die zich zelf enkel op akoestische gitaar begeleidt. Patty Larkin speelt voor
dit album op de volgende instrumenten: akoestische gitaar, elektrische gitaar,
lap steelgitaar, banjo, bouzouki, computer drumloops, speelgoedorgeltje en ze
experimenteert frequent met een hele reeks geluidjesproducerende speeltjes.
Zij is ook begiftigd met een knappe stem waarmee ze een breed bereik tentoon
spreidt. Je kan bij Patty Larkin dus absoluut van een eigen geluid spreken.
Ook haar teksten zijn mooi uitgewerkte verhalen die aantonen dat ze ook dat
vakmanschap helemaal onder de knie heeft. Vocaal positioneert ze zich erg dicht
in de buurt van Shawn Colvin, Laurie Anderson en Joni Mitchell, stuk voor stuk
indrukwekkende stemmen. Patty Larkin groeide op in een muzikaal gezin in Milwaukee,
Wisconsin en langs moeders kant heeft ze Ierse roots. Net 7 jaar was ze toen
ze aan een opleiding klassieke piano begon. Later leerde ze gitaar spelen via
zelfstudie en al snel nadien volgde haar eerste experiment als songschrijfster.
Sinds de studietijd trad ze op in koffieshops, in kleinere clubs en vaak ook
gewoon als straatmuzikant, nog steeds de beste leerschool. “Watch The
Sky” is ondertussen haar tiende full-cd maar volgt toch al vijf jaar na
haar laatste worp “Red=Luck” uit 2003. Zij heeft zich een behoorlijke
reputatie opgebouwd als bijzonder getalenteerde muzikante en zangeres. De eerste
song op “Watch The Sky” heet “Phone Message”, een upbeat
nummer en ook “Hallelujah” is een ritmische song, “Walking
In My Sleep” drijft op een jazzy dancebeat en wordt op een indrukwekkende
wijze gezongen. Heel aanstekelijke song. Soms worden de meeste instrumenten
aan de kant gelaten en worden de liedjes uitgekleed tot het naakte verhaal zoals
in “Cover Me”, “Dear Heart”, “All Soul Days”,
“Travelling Alone” en “Here”. Dromerige zen-achtige
soundtracks die als sfeermaker of rustgever bij meditaties dienst kunnen doen
zoals o.a. het instrumentale “Bound Brook”. Haar inspiratie haalt
ze in Indische melodieën, ritmes uit het Midden-Oosten en klassieke muziek.
Niet voor niets is Patty Larkin de eigenares van een eredoctoraat in muziek
aan het Berklee College Of Music, een blijk van waardering die ook Duke Ellington,
Sting en Natalie Cole mochten ontvangen. Daarnaast kreeg ze elf Boston Music
Awards voor haar muzikale bijdragen en werden haar songs gebruikt voor film
en televisie. Tenslotte speelde ze ook nog mee op songs van Bruce Cockburn,
Dar Williams, Roseanne Cash en John Gorka. “Traveling alone is a wonderful
thing” zegt Patty Larkin in de gelijknamige song en dat ze dat meent en
ook goed doet bewijst ze met al wat ze gedaan heeft op de ganse cd “Watch
The Sky” die je probleemloos kan katalogeren als een “speciale schijfje”.
(valsam)

PETE
SCHEIPS BAND
BACK ON THE BLUES TRAIN
Website - Contact
Label: Music Avenue
De naam Pete Scheips zal muziekliefhebbers bekend in de oren klinken. Al op vroege leeftijd blijkt Scheips een talent op de basgitaar te zijn: zijn eigen benadering van deze techniek zorgt er later voor dat hij op het podium klimt om te openen of om mee te spelen met B.B. King, Steely Dan, Hall & Oates,Tower of Power, John Mayall & the Blues Breakers, Larry McCray,The Fabulous Thunderbirds, Kim Wilson, Dickey Betts & Great Southern, Les Paul, Johnny Winter, Coco Montoya, Charlie Musselwhite, Marcia Ball, Roomful of Blues, Kenny Neal, Derek Trucks Band, Lynyrd Skynyrd, Deep Purple, Ted Nugent, Buddy Guy, Phil Guy, Bo Diddley, Luther Allison, James Cotton, Lonnie Brooks, Jeff Healey, Debbie Davies, Susan Tedeschi, Jimmy Thackery, Duke Robillard, Ronnie Earl, Rick Derringer, Southside Johnny & the Asbury Jukes, Rod Piazza & the Mighty Flyers en zoveel anderen. Zijn muzikale smaak strekt zich uit naar elektrische blues, maar ook naar akoestische blues, want naast bassist is hij ook een gedreven akoestische gitaarspeler. Maar naast al deze gastoptredens speelt hij ook in zijn eigen band: Pete Scheips Band. Deze band is niet zoals de naam doet vermoeden een band waar Scheips de baas is, maar een groep waarin de rol van alle muzikanten even belangrijk is. Pete Scheips Band bestaat naast Scheips uit Chris D'Amato (gitaar), Matt Zeiner (orgel), Mark Mercier (piano), Jonathan Lichtig (drums), Stephen K.Miller (gitaar,mandolin), Barry Seelen (orgel, piano), Chris Tofield (gitaar) en op een tweetal songs is er een bijdrage van Jaimoe (Otis Redding/Allman Brothers Band/Sea Level) op drums. De band wil op dit album hun muzikale grenzen verkennen door het mengen van verschillende muziekgenres, een album waarop Scheips zich manifesteert als een briljant songwriter- zanger- gitarist, maar er is meer dan dat. Op "Back On The Blues Train" horen we een geweldige band aan het werk. Een band die de pannen van het dak kan spelen, maar die ook wat te zeggen heeft. Blues doordrenkt met R&B, blues- en southern rock, zoals we die kennen van de Alabama’s Muscle Shoals. "Back On The Blues Train" bevat tien songs, waarvan negen geschreven zijn door Scheips zelf. Muzikaal ligt hun muziek ergens tussen de Allmans en Grateful Dead. Twee dingen die direct opvallen zijn de heerlijke liedjes met kop en staart die zich al gauw in je hoofd beitelen en het superbe bluesy gitaarspel van Chris D'Amato. Pete Scheips heeft daarbij een aangename stem waarmee hij de songs ten gehore brengt. Matt Zeiner en Mark Mercier zorgen ondertussen voor een stevig fundament waarop de liedjes gebouwd kunnen worden. Meestal is gekozen voor een midtempo, waarbij de versiering van de nummers verzorgd wordt door het samenspel van vocalen en gitaarsoli. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de nummers "Nassau County Blues", "Already Gone" en "Fill in the Blank", waarin Zeiner en D’Amato de achtergrond vocalen verzorgen. Andere hoogtepunten zijn hiernaast de opener "Back on the Train", met een verhaal om het nog maar eens te proberen, het rockende "Time Will Tell" en het instrumentale "Run Rabbit Run" met mooi pianowerk van Matt Zeiner en D’Amato’s beste gitaarsolo van het hele album. Scheips daarentegen komt persoonlijk het meest in de spotlight met zijn akoestische gitaarsolo in "Coming Up Blue" en in de twee afsluiters, "Say Goodbye" en "She’s In Control". Een lekkernij voor de echte fijnproever, deze "Back on the Blues Train", het motto van de Pete Scheips Band ! Wij hebben reeds een ticket richting eindstation, en... mogen deze heren u ook bij de volgende stopplaats aan boord verwelkomen?

PETER
MOORE
FAOIN SPEIR
Website
Label: Mc Daids Records
Cdbaby
Neen,
ik was niet dronken toen ik de titel aan het typen was, dit is Gaelic en het
betekent zoiets als ”onder de blote hemel". Peter Moore uit Dublin
was eerst oprichter van de International Blues Band, daarna kwamen The Raindogs
en The Wandering Harrys. The International bluesband was een normale bluesband
met Ierse invloeden, hun nevenproject, The Raindogs was wel erg apart, ze speelden
namelijk hun lievelings cd's na in erg uitgesponnen eigen versies, wat resulteerde
in bijvoorbeeld Van Morrison's “Astral Weeks” omgevormd tot een
twee en half uur durend concert. Van origineel gesproken. The Wandering Harry's
was een band die speelde in Mc. Daids in Harry Street, toen de zaak verhuisde,
was de groepsnaam een logisch gevolg. Een label plakken op de muziek van de
wat eigenzinnige Peter Moore is niet gemakkelijk. Het begint al dadelijk mooi
en zeer sfeervol met een korte Iers klinkende ballade in de stijl van Shane
MacGowan, "Harry Road". Het bluesy, slepende "The Boys In Blue"
ademt een dromerige sfeer uit waarbij Peter stem het best tot zijn recht komt.
Helemaal anders is weer "Downtown Manhattan" een intro met big band
blazerssectie, een swingend jazzy ritme en een snijdende slide gitaar daar bovenop.
"Icecream Chimes", een ingetogen song die daarna volgt, zou evengoed
geschreven kunnen zijn door Van The Man, al is Peter's stem natuurlijk behoorlijk
anders, maar qua sfeer een opbouw zit het er erg dichtbij. Tussen zijn voorbeelden
staat op zijn website dan ook terecht “early Van”, naast Scott Walker,Tom
Waits, Captain Beafheart en zelfs Rory Gallagher en Chuck E. Weiss. Dit geeft
aan dat we hier inderdaad ook met een uiterst gevarieërde schijf te maken
hebben. "Cold Black Porter" rockt er bijvoorbeeld vervolgens stevig
op los. Het volgende nummer, "Positively O'Connell Street", is dan
meer een parlando song. De ruige schuurpapieren stem van Peter zorgt voor een
dreigend sfeertje, terwijl hij met zijn voordracht een beschrijving schetst
van een niet zo veilige, donkere straat, vol sporen van drugs, geweld en rotzooi.
Een straat zoals er spijtig genoeg teveel bestaan vandaag. Weer Ierse en Keltische
folk invloeden in “Drinking with the Moon”, een nummer dat bluesy
boogieritmes vermengt met verre doedelzak geluiden op de achtergrond, terwijl
Peter met die gravelstem van hem, zijn teksten meer declameert dan zingt. Denk
echter hierbij niet dat die gesproken teksten dienen om zijn zangkwaliteiten
te verbergen. Neen, het geeft Peter’s muziek dat jazzy Tom Waits gehalte,
ten tijde van “Nighthawks at the Diner”, vooral het prachtige “Hollow”
roept deze sfeer meesterlijk terug op. Net als je echter denkt dat dit zonder
meer het hoogtepunt van deze cd gaat worden, volgt nog de uitsmijter “Time”
(Hepcats on a train). Deze song overtreft alles wat we tot nu toe gehoord hadden.
In de allerbeste Van Morrison traditie haalt Peter de diepste emoties uit zijn
ziel naar boven en levert een stukje “Irish blues” af zoals ik enkel
de grote Van Morrison zelf dat kan. Dit komt echter heel dicht in de buurt,
en toch is het geen na-aperij. Peter Moore is echt, ik zou zelfs meer zeggen.
Peter Moore is More!
(RON)

RICH
SOMERS
TERRACOTTA SKIES
Website - Myspace
- Contact
Cdbaby
Je
moet het maar kunnen. Je goed draaiende antiquariaatzaakje achter je laten om
de wijde wereld in te trekken de muziekmuzes achterna. Rich Somers, geboren
in Brighton, die zijn brood verdiende als antiekrestaurateur, voelde meer en
meer de muzieknoten kriebelen. Hij trok naar Mexico en verder naar Australië,
Barbados en India, terwijl de omvang van zijn portfolio met zelf geschreven
songs aandikte. Hij kon optreden in bars en gelegenheidslocaties en het idee
voor de ‘Terracotta Skies’ nam langzamerhand vorm aan. Zijn songteksten
kregen nog meer diepte toen hij in 2004 in India de gevolgen van de tsunami
rampspoed meemaakte. Al die ervaringen en impressies vind je terug in deze terracotta
songs, die hij met zijn wat rokerige gepassioneerde stem vertolkt met daarin
enkele tikkeltjes Neil Diamond en Paul Weller echo’s. Zelf leerde hij
al vroeg gitaar spelen en als singer-songwriter in wording nam hij gretig invloeden
tot zich van Bob Dylan en Wilson Pickett. Dit album wint aan terracottakleur
door de begeleiding van pianist/cellist Geoff Randall en gitarist Ross Lower,
beiden afgestudeerd en in het bezit van muziekdiploma’s. En zonder de
zang van Joanne Arrowsmith zou ‘Still Stood Still’ niet diezelfde
ontroeringfactor hebben. Een andere gevoelvolle song is ‘She Follows Him’
zwanger van heimwee en op pianoklanken van compassie. Rich Somers schreef dit
toen hij verreweg het overlijden vernam van Paula Yates, Tv-presentatrice van
het muziekprogramma ‘The Tube’ en dood aangetroffen op haar hotelkamer,
amper veertig jaar oud. De omstandigheden van haar leven en dood grepen hem
aan waardoor deze song een emotionele diepte krijgt. Andere songs zijn dan weer
geïnspireerd door een zonsondergang in Mexico of zijn betrokkenheid met
de slachtoffers van de Tsunami, destijds aan de kustlijn in Sri Lanka, waardoor
hij moeite heeft om zijn empathie met de getroffenen in woorden te vatten. Dan
maar in een melodie,‘The Words’. Gewoon alle songs stralen een gevoelsgeschakeerde
warmte uit, waardoor je Phil Taylor mag feliciteren dat hij Rich Somers producete
en deze bij zijn terugkeer in Brighton wist op te pikken. Rich speelde toen
al geruime tijd in een duo-bezetting in het lokale clubverband, waar zijn pakkende
songs indruk maakten. Na beluistering van deze cd vermoed je dat zijn ‘Bourbon
Street’ mogelijk wat semi-biografische referenties inhoudt, wanneer hij
zingt over een personage, gedreven door zijn angsten, hoop en dromen en op zoek
naar antwoorden, zonder zeker te weten wat de vragen zijn. Want die indruk laten
de terracota songs na. Als het ware een aaneenschakeling van impressionistische
songs, soulvol en bluesy gebracht door een singer-songwriter die aan zijn bestaan
zinvol richting wil geven. Met dit album maakte hij alvast een schitterende
keuze.
Marcie

LUKE
DOUCET AND THE WHITE FALCON
BLOOD'S TOO RICH
Website - Myspace
Label: Six Shooter
Label: TeleSoul Records
DIstr.: Rounder / Munich
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO
3
Luke
Doucet is hier nog een grote onbekende, maar geniet in thuisland Canada een
flinke reputatie als songschrijver, gitarist en producer. Tal van acts maken
gebruik van zijn diensten. Naast producer van o.a. NQ Arbuckle en Justin Rutledge,
ook Canadese singer-songwriters van het hetzelfde six shooter label, is hij
ook een uitstekende liedjesschrijver en muzikant. "Aloha, Manitoba"
(2001) was Doucets debuut nadat hij zijn band Veal had opgeheven. Het is een
rustige, ietwat onderkoelde singer-songschrijverplaat met akoestische klankkleur
waarin hier en daar subtiele orgeltjes zijn verwerkt en Doucet onnadrukkelijk
excelleert als gitarist. Met de opvolger "Outlaws" uit 2004 heeft
Doucet de versterker van zijn gitaar wat meer opengedraaid en dan hoor je pas
welke felle twang hij in zijn vingers heeft. Op deze liveplaat gaat het wat
vlotter en energieker aan toe dan zijn debuut. Op zijn derde solo cd "Broken
(And Other Rogue States)" (2005) bezingt hij op fraaie wijze het leed dat
komt kijken bij een gebroken hart. De songs vol wanhoop en ellende zijn voorzien
van een afwisselend muzikaal palet. Alt-country, blues, Beatlesque pop, folk
en een beetje jazz, worden op knappe wijze samengesmeed tot een uniek geluid.
Drie cd's die ons stuk voor stuk wisten te vermaken, maar met zijn laatste album
"Broken" konden we terecht spreken van een meesterwerk. Nu zijn we
met zijn nieuwe album "Blood’s Too Rich" beland, een cd die
misschien wat meer tijd nodig heeft om te overtuigen, maar na een tweede beluistering
is ook dit een cd die je maar moeilijk los laat. Waar "Broken" de
luisteraar direct bij de strot greep dankzij de indringende thematiek: relatieperikelen,
leed dat je niemand toewenst, maar dat in de muziekgeschiedenis al talloze keren
garant heeft gestaan voor indrukwekkende muziek, schiet zijn muziek deze keer
alle kanten op. Muziek waarin zijn band The White Falcon nadrukkelijker aanwezig
is dan op "Broken", muziek gewoon verpakt in een veelzijdig rootspop
jasje. "Blood’s Too Rich" sluit aan bij de platen van Justin
Rutledge, Ryan Adams, maar een nummer als "It’s Only Tuesday"
klinkt ook erg Neil Young-achtig en in sommige nummers horen we solo’s
waar de meester zelf zich niet voor zou hoeven te schamen. Luister maar even
naar het nummer "Cleveland", gewoon prachtig. Vergelijkingen maken
is eigenlijk zinloos, want hij verkent ook andere stijlen, want zo is "The
Day Rick Danko Died", een kippenvel bezorgende blues over de dag dat Danko
stierf. Sommige nummers pakken je meteen, zoals de swingende titeltrack, "The
Comandante" of het prachtige "Motorbike", songs die lekker in
het gehoor liggen, maar die ook iets ongrijpbaars hebben en je hierdoor iedere
keer weer op een andere manier weten te raken. "Blood’s Too Rich"
is stevig en zelfverzekerd, maar met veel subtiliteit en gelaagdheid - een heerlijke
plaat. Wat ons betreft één van de betere singer-songwriter platen
van het jaar.