ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008


VAN MORRISON - KEEP IT SIMPLE

DAN SANDMAN - IN TECHNICOLOUR

GAYLE ACKROYD - WOMEN BE WISE

ANNIE KEATING - BELMONT

MIKE MORGAN & THE CRAWL - STRONGER EVERY DAY

JAIK MILLER BAND - JAIK MILLER BAND

FOUR FINGER FIVE - FOUR FINGER FIVE

JOAN OSBORNE - BREAKFAST IN BED

ASH GRUNWALD - LIVE FROM THE FACTORY

JOE CASSADY AND THE WEST END SOUND - WHAT’S YOUR SIGN?


 

 

 

VAN MORRISON
KEEP IT SIMPLE
Website
Label: Exile / Polydor Records
Distr.: Universal Music

 

 

Na zijn verscheiden van de R&B-band Them in 1967 begon Van Morrison aan een solocarrière die tot op de dag van vandaag voortduurt. In meer dan veertig jaar maakte Van The Man even zovele platen. Op elke plaat neemt Van Morrison ons mee op een muzikale reis die voert van zijn geboorteland (Noord- Ierland), naar het Zuiden van de Verenigde Staten en weer terug. Soms verwijlt hij wat langer aan de overkant van de oceaan en maakt daar diverse omzwervingen, andere keren reiken zijn muzikale expedities niet veel verder dan de grenzen van zijn geboortegrond. Met klassiekers als "Brown Eyed Girl", "Bright Side Of The Road" en het melancholieke "Have I Told You Lately", heeft de wereldberoemde Ier geschiedenis geschreven. Hij heeft met bijna ieder genre geflirt en is daardoor niet gemakkelijk in één hokje te stoppen. Of het nou om blues, jazz, folk, rock, R&B of gospel gaat, Morrison draait zijn hand er niet voor om. In de 40 jaar die zijn muzikale loopbaan inmiddels omspant is deze Ierse troubadour vele muzikale paden ingeslagen en heeft hij gaandeweg een ontzagwekkend groot oeuvre opgebouwd. In welke richting de muziek van Morrison zich ook bewoog, op alle platen waart zijn geest vanaf de eerste noten onmiskenbaar rond. Na muzikale projecten en zijn vier goed onthaalde vorige studioalbums: "Pay The Devil" (2006), "Magic Time" (2005), What's wrong with the picture? (2003) en "Down The Road" (2002), verschenen van Van vorig jaar drie compilatie albums: "Still On Top - The Greatest Hits", "The Best Of ... Vol 3", en het iets vroeger verschenen "At The Movies", een verzameling liedjes die tot achtergrondmuziek van diverse films hebben gediend.

Door al die compilaties en coveralbums van de laatste jaren was het ons ontsnapt dat het al negen jaar geleden was dat Van Morrison nog eens een eigen album gemaakt had. "Avalon Sunset" (1989) is dan ook Morrisons meest christelijke plaat vanwege de opvallend directe verwoording van het geloof, zijn laatste plaat in de jaren tachtig en commercieel zijn meest succesvolle. Het album levert hem zelfs een bescheiden hit op: "Have I Told You Lately". In feite is "Avalon Sunset" ook de laatste plaat waarop de muziek in dienst staat van Morrisons zoektocht naar innerlijke rust en het samengaan van aardse en hogere liefde. In het vervolg van zijn carrière maakt de spirituele zelfontdekking plaats voor blues georiënteerde muziek, eigen interpretaties van klassieke songs en klaagliedjes over de tol van de roem en de verwerpelijke muziekindustrie. Hier en daar steekt in de teksten berusting of zelfs verbittering de kop op. Maar goed, met songs als "How Can A Poor Boy?" en "Lover Come Back" dachten we dat "Keep it simple" ook weer zo'n hommage aan oude glories was. Maar nee, de elf songs zijn vintage Morrison: zijn muziek is al van eenzelfde eenvoud als de teksten. Het is een mooie, sobere plaat geworden, die puur naar de essentie zoekt. "Keep It Simple" is natuurlijk ook gewoon een song op deze plaat, maar het is tegelijk een juist gekozen albumtitel. Geen strijkersarrangementen, geen kopersectie achter onze 63 jarige Belfast Cowboy, enkel zijn getekende stem is hier het belangrijkste instrument, hier en daar terzijde gestaan door een koortje, bestaande uit: Crawford Bell, Margo Buchanan, Karen Hamill, Katie Kissoon en Jerome Rimson, die met hun hemelse stemmen, hun oerzuivere en doorleefde gospel, deze plaat naar een hoger niveau tillen. Verder kon hij zich ook veroorloven alleen de allerbeste muzikanten rond zich te verzamelen: organist John Allair (John Lee Hooker, Linda Rondstadt), pianist Geraint Watkins (Nick Lowe) en gitarist Mick Green (Johnny Kidd and the Pirates, Bryan Ferry, Paul McCartney). Het album telt elf gloednieuwe songs van eigen hand. De meeste liedjes hebben een rustig tempo en bewegen zich tussen blues, jazz, Celtic, country, soul en gospel. Vanaf de eerste klanken van de openingssong "How Can A Poor Boy?" ademt de plaat een sfeer van vrede en verzoening met het leven zoals het is. Leven naar het moment, zonder achteromkijken, zonder vooruitkijken, één zijn met je omgeving. In "Behind The Ritual", waarmee het album besluit, voegt Van The Man de daad bij het woord. Steunend op een eindeloos repeterende melodie mediteert de zanger er lustig op los en voert hij ons mee in een trance waarin woorden er steeds minder toe doen en ritme, klanken en lettergrepen gaandeweg samenvloeien. Is het erg dat Morrison een leven lang op zoek is naar iets dat hij waarschijnlijk nooit zal vinden? Het is maar hoe je het bekijkt. Morrison is behoorlijk gefrustreerd over zijn onvermogen om tot een blijvende religieuze of spirituele overgave te komen. Hij heeft hard geleefd, veel gezocht en geassimileerd, en trekt nu zijn conclusies: alles vloeit, en klein is mooi. "Keep It Simple", zal ongetwijfeld nieuwe klassiekers bevatten, en dan denken we meteen aan bloedmooie liedjes als deze titelsong, "No Thing" en "Soul". Voor de fans is Morrisons eeuwige zoektocht zeker géén ramp. De religieuze queeste van de norse filosoof heeft immers een reeks prachtige platen opgeleverd en "Keep It Simple" heeft een serene kwaliteit die deze fans zeker zullen appreciëren en begrijpen.


 

 

DAN SANDMAN
IN TECHNICOLOUR
Website - Myspace - Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

Een heel belangrijk moment in het leven van de in Camden, Noord-Londen wonende Dan Sandman was de eerste keer dat hij Bert Jansch op een folkfestival zag spelen voor een geboeid publiek. Met alleen maar zijn gitaar slaagde hij er in om de aandacht van de toehoorders te grijpen via zijn uiterst vakkundig vingerwerk op die zes snaren van het akoestische instrument. Zo wilde Dan Sandman zelf ook gitaar kunnen spelen. Daarnaast leerde hij ook de kracht van het gezongen woord kennen via de liedjes van de poëet Nick Drake die zijn gevoelens op een onnavolgbare wijze kon weergeven in zijn teksten. Ook dat wilde Dan Sandman ooit zelf kunnen. Tenslotte was het voorbeeld van Richard Thompson inspirerend omdat hij er blijkbaar al in geslaagd was om die combinatie vlekkeloos uit voeren, zelfs met een gezonde portie humor en een fascinerende live performance. De helft van de liedjes op zijn debuutalbum “In Technicolour” gaat over zijn soms turbulente liefdesleven en in de andere helft bezingt hij in het nummer “In Loving Memory” het gemis aan de o zo spannende oorlogsverhalen die zijn overleden grootvader aan hem vertelde, zijn liefde voor het Britse platteland in “Autumn” en in “Flowers” en een stukje geschiedenis van de gitaarmuziek, voornamelijk in de instrumentale nummers “Mum”, “Pub” en “Fulltime” maar ook in zijn ode aan de gitaargrootheden in de muziekgeschiedenis via het liedje “Acoustic (I Love It)”. Zijn bewerkingen in de stijl van zijn grote voorbeelden zijn terug te vinden in “She Swam, Swam And She Swam” en in “Ramble Song”. De beslommeringen in de liefde komen aan bod in “Say No Words”, “Caravan” en in “Nothing At The Bar”. “InTechnicolour” is een knap debuutalbum van een artiest die langzaam maar zeker bouwt aan een muziekcarrière in de stijl van zijn bovenvermelde voorbeelden. Laat maar snel terug wat van je horen, beste Dan Sandman. Bijvoorbeeld door spoedig een mooie opvolger voor dit album op ons los te laten.
(valsam)


 

 

GAYLE ACKROYD
WOMEN BE WISE
Website - Myspace- Contact
Foto: Greg Tjepkema
Label: Eigen Beheer

 

Deze release van Gayle Ackroyd is een combinatie van een aantal live opgenomen songs, drie om precies te zijn. Verder nog zes songs die in vier verschillende studios opgenomen werden met telkens verschillende muzikanten, zodat voor elk instrument een vijftal namen vernoemd worden. Dit lange waslijstje met verdienstelijke, maar minder bekende namen gaan we u besparen. Toen deze Canadese roots zangeres in 1997 haar debuut uitbracht werd deze dadelijk goed onthaald. Gayle speelt zelf ook behoorlijk gitaar een brengt een mengvorm van blues, country, folk, zydeco, soul en zuiderse soul. Het resultaat mag er zijn en vertoont heel wat overeenkomst met wat bijvoorbeeld Bonnie Raitt ons brengt. Dit is al dadelijk merkbaar aan de titel van deze cd, want "Women Be Wise", een Sippie Wallace cover, kennen we ook van Bonnie, net als de song "Love Me Like A Man" een song die Bonnie Raitt schreef samen met William Smither. Verder kan je hier ook nog luisteren naar mooie live versies van B.B King's "Paying The Cost To Be The Boss" en "Memhis In The Meantime" van John Hiatt. Voor de rest echter eigen nummers. Een journalist van een belangrijke Canadese krant noemde haar muziek bij de bespreking van "Anything But Blue" toen: " Een hele berg zacht, met een klein beetje ruig". Misschien was dat zo op haar debuut dat ik nooit hoorde, maar nu zijn de verhoudingen eerder andersom lijkt me. Het "ruig" heeft zeker aan terrein gewonnen en Gayle's gitaar rockt behoorlijk. Haar stem heeft het juiste evenwicht tussen country en blues en klinkt heel natuurlijk en spontaan. Geboren op een boerderij in het zuiden van Ontario, begon ze al vlug met gitaarspelen en startte met het naspelen en zingen van Neil Young en Joni Mitchell materiaal. Gayle wou echter eigen songs schrijven en belandde tussen de topfinalisten van een songschrijverswedstrijd. Hierdoor mocht ze naar Nashville voor een cursus. Dat ze ondertussen het songschrijven ten volle onder de knie heeft bewijst ze op deze "Woman Be Wise". Haar zelfgepende song "Never Felt Blue Like This Before" is een voltreffer, een sterke bluesy rootssong, bovendien voorzien van prachtig gitaarwerk. Een song die geknipt is voor airplay en echt hitpotentie heeft. Ook de openingssong "Your Kiss" laat horen dat Gayle oog (en oor) heeft voor catchy tunes met een stevige "hook", de basis voor succesvol songschrijven. Ja, ze komt er wel, deze meid uit Ontario, zeker weten.
(RON)


 

 

ANNIE KEATING
BELMONT
Website - Myspace - Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

In het New Yorkse Brooklyn timmert de uit Boston afkomstige Annie Keating al sinds 1992 aan de weg als muzikante met een mengeling van de liedjesschrijfstertalenten à la Lucinda Williams, gitaarspel à la Gillian Welch en een stemgeluid dat geheel op haar eigen rekening kan worden geschreven. In 2004 verscheen haar eerste cd “The High Dive” die uitermate positieve reviews kreeg in de vakpers. Amper één jaartje later volgde album nummer 2 al onder de titel “Take The Wheel”. Haar doorleefde teksten en knappe muziek vullen haar mooie stem aan tot een geheel dat meestal “unieke stijl” wordt genoemd. Er zit wat folk, wat country en zelfs rock in de moderne Americana-liedjes en recensenten schrijven haar superlatieve kwaliteiten toe door vergelijkingen te treffen met o.a. Willie Nelson en John Prine. Het dient gezegd: niet onterecht. Haar liedjes vertellen een zinvol verhaal en de afwisselende instrumentatie in de songs leiden tot een sluitend geheel van moderne en vlot in het gehoor liggende nummers. De onderwerpen in de songs beschrijven haar kinderjaren en relaties met gewonnen maar ook met verloren gevechten. De wijze waarop de verhalen geschreven zijn getuigen van een grote eerlijkheid, transparantie en moed want zelf komt ze niet altijd als winnares uit dergelijke strijd. Op deze derde plaat “Belmont” gaat Annie Keating gewoon verder op de ingeslagen weg en speelt ze voort in de vertrouwde stijl zoals de fans allicht van haar hadden verwacht. “It Already Hurts When You Leave” is de eerste song die je emotioneel aangrijpt. “Flowers Bloom” heeft een behoorlijke swing in huis om het moreel weer wat op te krikken. “Valentine” is een “I-feel-good” song en af en toe wordt er ook een stevig stukje blues gespeeld zoals in “I’ve Got You”. Maar op haar sterkst ervaar ik Annie Keating in de countryballads zoals bij “I Want To Start Something With You” waarin de klagende pedal steel als typische sfeermaker wordt gehanteerd. Die sfeer wordt nog even doorgetrokken in de titeltrack “Belmont” waarin ze vertelt over haar jeugdjaren, over hoe ze leerde de gitaar te bespelen en over hoe ze van de muziek van de Rolling Stones leerde genieten via de platen van haar broer. “Drive” is een stevige countryrocksong met drijvende drumbeat en sterke vocalen. Daarna is het weer slowtime-sexytime met “My Surprise” waarin reflecties over haar jeugdjaren en de eerste liefdeservaringen op een erg knappe wijze worden gezongen. De sfeer in dit nummer wordt lekker mysterieus gehouden door cello en viool. “Backs To The Wind” is de laatste song op deze cd maar echt afgesloten wordt met een alternatieve versie van de titeltrack “Belmont” met zydeco-accordeonklanken en leuk swingend. Mooi en zeer genietbaar album zou een correcte korte omschrijving van deze nieuwe cd van Annie Keating kunnen zijn. Vandaar dus deze omschrijving.
(valsam)


 

 

MIKE MORGAN & THE CRAWL
STRONGER EVERY DAY
Website
Label : Severn Records
Distr. : Rounder / Munich Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

Mike Morgan is één van de leidinggevende gitaristen in de hedendaagse Texaanse bluesscène. De befaamde 'Texas Shuffle' is kenmerkend op al zijn platen en ontbreekt ook niet op zijn nieuwste plaat, "Stronger Every Day". Voor de mensen die Mike Morgan nog niet zo goed kennen: geboren in Dallas 30 November 1959, en opgegroeid in Hillsboro, Texas, luisterde in zijn jeugd veel naar otis Redding en Wilson Pickett. Later ZZ Top en AC/DC en realiseerde zich dat hij vooral aangetrokken was door de bluesy getinte songs. De kenmerkende ooglap heeft Morgan te danken aan een raceongeluk met zijn motor, toen de muziek nog op de achtergrond stond, maar spoedig raakte hij in de ban van grootheden als Steve Ray Vaughan, Anson Funderburgh en Ronnie Earl. Mike Morgan ontwikkelde toch zijn eigen stijl en richtte samen met Darell Nulisch the Crawl op in 1986. Darell had veel kennis van bluesmuziek en bracht Mike in kennis met de Chicago bluesscène. Al snel werd Mike Morgan and the Crawl één van de beste bands in Texas met zelf geschreven songs en covers die ze speelden met hun eigen geluid. Nadat Nulisch de band heeft verlaten gaat Mike op zoek naar een vervanger en die wordt gevonden in de persoon van Lee Mcbee, die bovendien ook nog mondharmonica speelt en The Crawl een nog voller geluid geeft. Na hun debuutalbum in 1990 "Raw Ready" volgen nog 5 albums. In 1994 maakt hij nog een tussenstop met Jim Suhler, de cd "Let The Dogs Run" staat bijna bij iedere bluesliefhebber in de kast. In 1999 kwam er een einde aan de samenwerking met Lee Mcbee die zijn eigen band formeerde, tijd voor Mike om voortaan zelf de vocals te gaan doen. De cd "Texas Man" (2000) was de eerste cd waarop Mike de vocals voor zijn rekening neemt. Gek genoeg was er van deze welhaast ultieme live-band nog geen ultieme live-registratie. "Live in Dallas" (2004) was dan de opvolger, opgenomen in Bootlegger's, Dallas, Texas, op 1 juni 2002. De opener "One Of A Kind" op deze CD spreekt meteen boekdelen, maar ook de overige nummers van de plaat knetteren uit de boxen. Ondanks verschillende bezettingswissels, staan ze er vandaag nog steeds. Want nu, een paar jaar verderop, hebben Mike Morgan and the Crawl vanzelfsprekend nog meer geoefend door de vele festivals en zodoende valt hun nieuwe CD, met de zeer toepasselijke titel, "Stronger Every Day", toch weer op door dat uiterst inventieve gitaarwerk, de onderlinge chemie en de speelse swing die de veertien swingende Rhythm & Blues nummers kleuren. Deze R & B formule vinden we hier terug op drievierde van de plaat. Acht jaar na zijn vertrek is zanger Lee Mcbee terug tegast op drie songs. Zo croont en stijgt hij over de Jimmie Vaughan-esque gitaaraanval op de bluesballade "Sweet Angel". Morgan demonstreert zijn vocale bekwaamheid in "You’re the One (I’ll Miss the Most)", waarbij hij tevens ook uitbundig harmonica speelt. Rootsrocker Randy McAllister neemt ook als gast vijf nummers voor zijn rekening, zoals de R&B klassieker "Where’s the Love". Alle songs zijn door Morgan geschreven behalve Gatemouth Brown’s "Okie Dokie Stomp", een intrumental met een Fabulous Thunderbirds gevoel. Ander instrumentaal nummer is "Funky Thang", een nummer dat meteen de funk van Freddie King naar boven haalt. Door de inbreng van Lee Mcbee en Randy McAllister op deze plaat kunnen we meer genieten van het geweldige gitaarwerk van Mike Morgan, hetgeen ook zijn invloed heeft op de rest van de band. Het resultaat is een CD die zich met gemak kan meten met de beste cd’s die Mike Morgan and the Crawl tot dusver maakten en die bovendien geldt als een van de hoogtepunten binnen het huidige aanbod van deTexas Blues.


 

 

 

JAIK MILLER BAND
Website - Myspace - Contact
Label : Truth Movement

 

 

Twaalf liedjes voor nauwelijks 36 minuten wordt meestal aanzien als wat te weinig waar voor je geld. Het geeft eveneens aan dat de liedjes op de plaat behoorlijk kort van stof zijn. Maar in het geval van Jaik Miller Band willen we dat allemaal voor een keertje eens door de vingers zien. De eerste studio-cd van deze groep doet me terugdenken aan de tijd dat we nog 33-toeren vinylplaten kochten en blij waren dat we een reeks originele songs via de wiebelende naald door de speakers konden jagen. Jaik Miller speelde in de jaren negentig gedurende zes jaar mee in een groepje met de naam Xanax 25 en bracht met hen twee cd’s uit. Hij is zonder twijfel altijd een grote fan geweest van countryrockzangers als Tom Petty, Graham Parker en John Hiatt. Met dezelfde ruwheid in zijn stem en in zijn muziek swingt hij onweerstaanbaar in zijn rockliedjes en zorgt hij ervoor dat het moeilijk is om de voetjes stil te houden bij de beluistering van dergelijke rocksongs op dit debuutalbum. “Another Good Look”, “Social Disease” “Anything You Don’t Want” en “4447” rocken als de pest en zijn tijdloze en energieke songs die er heel vlotjes in gaan. We zijn ervan overtuigd dat Jake Miller Band ettelijke avondjes in de clubs van Brooklyn, New York kan opvrolijken met hun liedjes. Onverwacht maar heel opvallend is het reggaegetinte nummer “Keep Movin” met een knap repetitief gitaarklankje dat je niet meer uit het geheugen kan wissen, ook niet met veel goede wil. Dat nummer heb ik dan maar meteen een drietal keer na elkaar laten spelen vooraleer over te gaan op de volgende liedjes. “Orange Sunshine” is rustiger en wordt met die nasale stem van Jaik Miller op een boeiende wijze ingezongen. Af en toe klinkt de stem van Jaik Miller wat doorzopen en slordig zoals ook Tom Waits zijn ballads pleegt te zingen. “Sweet Illumination”, “Your Own Light”, “There’s A Whole World On Fire” en “After Last Call” zijn gevoelige ballads waarin Jaik Miller op een wat naïeve maar emotionele wijze zingt zoals we dat van Vic Chesnutt gewoon zijn. Subliem en aangrijpend. Ik denk dat ik deze man een tijdje van naderbij zal gaan opvolgen want hij zou wel eens één van de ontdekkingen van dit jaar kunnen worden.
(valsam)


 

 

FOUR FINGER FIVE
Website - Contact
Label: Terrestrial records - Myspace
VIDEO

 

Ze spelen jazz, soul, rock, en pop, en ja, zelfs rap, dit trio van Muskegon, Michigan. Elke poging om hun muziek in een hokje te stoppen, willen ze blijkbaar omzeilen, maar dan hebben ze natuurlijk buiten de recensenten gerekend. Het is natuurlijk onze job om jullie, de lezers duidelijk te maken wat je kan verwachten van een bepaalde groep. Bij Four Fingers Five kan je het al een beetje raden. Op de eerste plaats dus al zeker diversiteit, maar dan weet je natuurlijk niet hoe ze klinken. Wel, ondanks de naam die ze hebben gekozen zijn ze slechts met drie. De bezetting is dus zoals te verwachten, met de drie basisintrumenten. Op gitaar en stem: Joe Sturgill, op bas: Mike Phillipsen en op drums: Steve Harris. Maar natuurlijk zijn er de gastmuzikanten: op sax hebben we Karl Denson en aan de piano Anthony Smith. Een vijftal jaren geleden begonnen ze als een losse jam band met veel jazzy invloeden, maar doorheen de jaren zijn ze gegroeid naar een veel hechtere combinatie die naar een meer gestructureerd geluid toegaan. De soul en pop invloeden werden groter. Momenteel klinken ze als een uiterst boeiende synergie van al deze verschillende stijlen. Zanger Sturgill haalt de dagen van Steve Winwood en Traffic in herinnering, en regelmatig klinkt het geheel wat Steely Dan achtig, op andere momenten is het de dansbare jazzy pop van Jamiroquai die doorschemert. Ook drummer Harris is een man met een brede speelstijl, het gaat van bombastisch Keith Moon geroffel tot super strak bijna op een drumcomputer gelijkende percussie. Bassist Philips is een meester op de bas, hij beheerst zijn instrument virtuoos en gelijkenissen met Victor Wooten, met wie hij trouwens meerdere malen het podium deelde zijn geenzins overdreven. Hun debuut vorig jaar, een vijf song E.P was veerbelovend en toonde al die veelzijdigheid, die gedurende dit laatste jaar nog sterk toegenomen is. Met "Solid Ground" beginnen ze sterk, het nummer is een soort jazz rock song met tempowisselingen en vooral sterke baslijnen van Mike Phillipsen. Het veel rustiger "Not Your War" is de song waar de Steely Dan en Jamiroquai invloeden beiden samenvallen en de sax van Karl Denson puik werk levert. Meteen één van de sterkere songs op de cd. Diezelfde lijn zet zich wat door op "Bullets": lekker jazzy, relaxed en Joe Sturgill laat horen een uitstekend zanger te zijn. Het tempo zakt nog wat in "I'm Nowhere" en we blijven in het jazzy soulsfeertje, met een mooie elektrische pianosolo van Anthony Smith, dit nummer is samen met het hierop vogende "It All Takes Time" van een uitstekende kwaliteit en beide zijn echt radio vriendelijk. In "The Johnson" komen de echte jazz elementen terug uit de kast en deze instrumental; met een belangrijke plaats voor Karl Denson's sax is 100% jazz. "Soul Rhythm" dat je best zou kunnen typeren als 'Traffic meets Jamiroquai', is weer een ijzersterke compositie, met de stem van Joe Sturgill die inderdaad de hoogdagen van Steve Winwood in herinnering haalt terwijl de sax en de jazzy backing aan Jamiroquai doen denken. Het nummer waarmee de cd eindigt, het langzame"Rewind" is sfeervol met mooie pianopassages en Joe's stem weer in topvorm. "Four Finger Five" is niet het gebruikelijke genre dat we hier meestal bespreken, maar "verandering van spijs doet eten" zegt het spreekwoord, en ik heb ervan gesmuld. Een groep om te volgen, ik ben al benieuwd naar de volgende.
(RON)


 

 

JOAN OSBORNE
BREAKFAST IN BED
Website - Myspace
Label: Time Life
Distr.: Rough Trade
VIDEO 1 VIDEO 2


 

Singer-songwriter Joan Elizabeth Osborne werd geboren op 8 juli 1962 in Anchorage, Kentucky, USA maar ze verhuisde einde jaren '80 naar New York City waar ze haar eigen platenlabel oprichtte (Womanly Hips) vooraleer ze tekende bij de giant Mercury Records. Haar eerste CD op dit label was "Relish" in 1995, een album met voornamelijk country, blues en folkmuziek. Maar ook terug te vinden op "Relish" was haar monsterhit "One Of Us" uit 1996, zowat de enige echte popsong op deze CD met de overbekende tekst "What if God was one of us? Just a slob like one of us? Just a stranger on the bus trying to make his way home". Door dit succes verkocht de CD meteen 3 maal platinum in de Verenigde Staten en werd Joan Osborne verheven tot eenzelfde status als andere grote vrouwelijke singer-songwriters als Tori Amos, Alanis Morisette en Sarah McLachlan. De 2e CD was "Early Recordings" uit 1996, terend op het succes van "Relish". Daarna duurde het tot 2000 vooraleer we opnieuw een album getiteld "Righteous Love" met voornamelijk eigen songs mochten verwelkomen. Dit was echter geen grote meevaller en Osborne kwam pas terug in de spotlights toen ze een rol ging spelen in de documentaire "Standing in the Shadows of Motown" uit 2002, waardoor ze ook ging touren met de legendarische "Funk Brothers". Nadien speelde ze ook nog samen met The Dixie Chicks en The Dead (ex leden van The Grateful Dead), waar ze de vocalen voor haar rekening nam. Doordat ze opnieuw in de kijker liep kon ze ook een eigen nieuw album uitbrengen "How Sweet It Is" (2002) met covers van klassieke rock- and soulnummers. In 2006 verscheen dan haar album "Pretty Little Stranger", waarvan Osborne zelf zegt dat het haar "Nashville-CD" is, haar persoonlijke versie van een countryplaat. Hoewel de reeds vermelde albums soms wat wisselvallig klinken, is er op haar nieuwe album, "Breakfast In Bed", daar absoluut geen sprake van. Dit is namelijk haar beste album sinds het onvolprezen "Relish". "Breakfast In Bed" is meteen het vervolg op het soulvolle coveralbum "How Sweet It Is" uit 2002, waarop Joan ditmaal heeft gekozen om, naast een zestal splinternieuwe eigen liedjes, een elftal soul en R&B songs in een nieuw jasje te steken. Zo vallen eigen nummers als "Baby Is A Butterfly", "Cream Dream" en "I Know What’s Going On", absoluut niet uit de toon tussen klassiekers als "I’ve Got To Use My Imagination", "Break Up To Make Up" en "Ain’t No Sunshine" die ze zich ook schijnbaar moeiteloos eigen heeft gemaakt. Bij dit laatste nummer verlang je zelfs even naar het origineel van Bill Withers. "Breakfast In Bed" weet nergens te verrassen, maar luistert bijzonder aangenaam weg. Op zich is daar natuurlijk niets mis mee, maar het is wel duidelijk dat Joan Osborne, na haar voorganger "Pretty Little Stranger", nu als soulzangeres het meest op haar plek is.


ASH GRUNWALD
LIVE FROM THE FACTORY
Website - Myspace
Verkrijgbaar bij: www.musicplug.net
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

 

Ash Grunwald, Australisch blueswonder met een voorliefde voor de Delta Blues terwijl er delen Howlin’ Wolf, Robert Johnson, Ben Harper en North Mississippi Allstars in zijn muziek weerklinken, trad reeds meerdere malen op in ons landje. Zo was hij te zien tijdens het Bluesfestival in het Belgische Peer in 2005, maar ook vorig jaar in De Klinker te Aarschot en AB te Brussel. Optredens die het publiek zeker niet vergeten zijn, want de twintigjarige Australische surfliefhebber die naar verluidt ooit eens een aanval van een haai overleefde door de tussenkomst van enkele dolfijnen, lijkt qua uiterlijk vaagweg een kruising tussen een aboriginal en Matt Damon, bleek over een flinke dosis zelfvertrouwen en een fijn gevoel voor humor te beschikken. Na een reeks opgemerkte optredens met The Blue Grunwalds en The Groove Catalysts besloot Ash in 2002 het alleen te proberen. Zijn solodebuut, "Introducing Ash Grunwald", was een live opname met dobro, lapsteel en akoestische gitaren, en een eigenhandig ineen geknutselde potten en pannen percussie/ritmebox waarmee hij vooral oude blues standards vertolkte. Het album werd een succes, net zoals de opvolgers "I Don't Believe"(2004) en "Live At The Corner" (2005), die volgens hetzelfde procédé werden vervaardigd. Soms is dat goed voor een Grammy, zoals met het juist vermelde "I Don't Believe" in 2005 "Album of the year", en in 2003 "Australian Blues Vocalist of the Year", hetgeen hem in 2004 een finaleplaats leverde tijdens de International Blues Challenge in Memphis, USA, met een eerste internationale concerttour. Zijn vorige conceptuele album "Give Signs" (2006), bevat enkel eigen composities en sleepte meteen na de release al tal van nominaties in de wacht. Dit is zijn meest persoonlijke plaat, waarin hij op een zeer originele manier zijn kijk brengt op de Delta Blues. "Van dit vroege genre onthou ik graag de soul in het zingen en het gitaarspel en die combineer ik met coole zaken uit de moderne muziek en dat kan zowel rootsmuziek als rap zijn", zegt Grunwald zelf over zijn muziek. In zijn songkeuze hoort u invloeden van schrijvers als William Blake, Kenneth Rexroth, alsook de muziek van Sleepy John Estes, Fred McDowell en the Alan Lomax field recordings. Waar velen hun stijl deden aanpassen aan de normen van de tijd, bleef Grunwald deze keer trouw aan de Delta blues die hij nu al jaren beoefend en dat is eigenlijk maar goed ook. De twaalf gedreven, soms hypnotiserende uitvoeringen behoren dan ook tot de beste. Zopas verscheen het in eigen beheer uitgebrachte vijfde album, "Live From The Factory", met vooral gepassioneerde versies van nummers uit z’n laatste album die hier de revue passeren. We horen Grunwald in bloedstollende uitvoeringen zoals "Give Signs", meteen één van mijn all time favorites. Grunwald opent met het gedreven "Don't Worry" maar daarna wordt het alleen maar donkerder en vuiler met als uitschieters: "Think Tank", "Money" en natuurlijk het hilarische "Serious" en het gemeen rockende "Skywriter". En laat en passant steeds horen hoe goed hij uit de voeten kan op de slide gitaar. Voor allen die bovenvermelde optredens gemist hebben, doen er goed aan deze "Live From The Factory" in huis te halen, want deze stringmaster Grunwald moet u zeker live horen! Ash Grunwald is zonder meer een revelatie, die naast het behagen van een ouder publiek een hele nieuwe generatie naar de blues brengt. Je moet geen Nostradamus heten om te weten dat voor deze jongeman een veelbelovende toekomst is weggelegd.

Tracks:
1. Don't Worry
2. Think Tank
3. Give Signs
4. Take the Drop
5. Skywriter
6. Money
7. Serious
8. Heart Attack and Vine
9. Going Down slow
10. 1976 Coaster Van
11. Give something Away


 

 

JOE CASSADY AND THE WEST END SOUND
WHAT’S YOUR SIGN?
Website - Myspace - Contact
Label : Avenue A Records
CD-Baby

 

 

In de Amerikaanse wereldstad New York wordt continu muziek van allerlei origine geproduceerd door miljoenen echte en pseudo-artiesten die allemaal denken dat de wereld snel aan hun voeten zal gaan liggen bij het aanhoren van hun geproduceerde muzikale geweld. De werkelijkheid is vaak dat er een grote poel vol ligt met mensen die hun doel niet bereikt hebben en hun ontgoocheling verdrinken of hun falen in een door drugs opgewekte virtuele wereld proberen te vergeten. We willen daarmee zeker niet beweren dat Joe Cassady zo’n geval is want hij timmert nog steeds keihard aan een succesvolle toekomst in de muziekscène. Hij legt zich daarbij toe op het schrijven van songs in de alt. countrystijl en tot nader order kunnen we enkel besluiten dat zijn toekomst er nog steeds rooskleurig uitziet. Hij beschikt over een opvallend stemgeluid en de liedjes op zijn tweede album “What’s Your Sign” zijn allemaal door een leerproces en een continu verbeteringsproces gegaan waardoor de scherpe kantjes afgevijld zijn en het maximale effect uit zowel de afgewogen teksten als de gepolijste muziek wordt gehaald. Je kan ook horen dat de muziek die hij in zijn jeugd kreeg ingelepeld country-roots had en waarschijnlijk afkomstig was van artiesten als Willie Nelson, Waylon Jennings, Johnny Cash en Kris Kristofferson. Later heeft hij ook de invloeden van Bob Dylan en Steve Earle opgesnoven en met dergelijke leermeesters kan het eigenlijk niet meer fout lopen. Songs als” What’s Your Sign”, “If I Wake Up”, “Mad Woman”, “I’d Rather Be You” en het liefdesliedje “Angel Eyes” overtuigen de luisteraar dat deze jongeman een breed uitzicht op een geslaagde toekomst heeft. Het bluesy “Sixteen Coaches” en “Tonto’s Blues” toont ook aan dat hij nog veel meer in zijn mars heeft en een veel breder spectrum van genres aankan. Alle songs werden door Joe Cassady zelf geschreven behalve de afsluitende meezinger “Jack Kerouac”, een nummer van Kenn Kweder. Zijn stem leunt dicht aan bij die van Tom Petty en past uitstekend bij de typische Americana-melodiëen met pedal steel, bas, gitaar en drums waarop hij zijn teksten zingt. Zijn band The West End Sound verdient overigens een pluim voor de uitstekende begeleiding van deze getalenteerde singer-songwriter. In 2005 verscheen hun debuutalbum onder de titel “Joe Cassady And The West End Sound” en ook die cd kon rekenen op bakken positieve kritieken van de vakpers. In the Big Apple zijn ze al groot, nu nog snel daarbuiten groeien en Joe Cassady hoeft nooit meer te vrezen dat ook hij op de stapel van falende artiesten terecht zal komen.
(valsam)