ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008


STEVIE RAY VAUGHAN - SOLOS, SESSIONS & ENCORES

STEVIE RAY VAUGHAN AND DOUBLE TROUBLE - PRIDE AND JOY - DVD

BETTYE LAVETTE - THE SCENE OF THE CRIME

NATHAN BELL - IN TUNE, ON TIME, NOT DEAD

REMMELT, MUUS & FEMKE - THE LONG WAY ROUND / EVENSONG

MARK FRY - SHOOTING THE MOON

JOHN - ALEX MASON - TOWN & COUNTRY

JON MACEY & STEVE GILLIGAN - EVERYTHING UNDER THE SUN

CROSBY LOGGINS AND THE LIGHT - WE ALL GO HOME

COCOON - MY FRIENDS ALL DIED IN A PLANE CRASH



 

 

STEVIE RAY VAUGHAN
SOLOS, SESSIONS & ENCORES
Label: Legacy Recordings
Distr.: Sony BMG Music Entertainment
VIDEO

 

 

Toen Stevie Ray Vaughan in 1990 op amper 35-jarige leeftijd door een helicoptercrash kwam te overlijden kwam er een stroom van releases op de markt, iets wat eigenlijk tot vandaag doorgaat. Van de doden niets dan goeds moet Sony/BMG dan ook gedacht hebben bij de release van "Solos, Sessions & Encores" samen met de dvd-retrospectieve "Pride And Joy" van Stevie Ray Vaughan, want van iemand van zijn kaliber verdient het niet om te verdwijnen in de nevelen van de vergetelheid. Beide releases zijn te vinden in de zogenaamde Legacy Recordings series, een bedenksel van Sony voor het promoten van hun imposante, rijk gevulde backcatalogus. Het betekent dat de opnamen opgepoetst worden om te voldoen aan audiofiele maatstaven anno 2008. Omdat voor de opnamen uit verschillende bronnen geput wordt, zijn kwaliteitsverschillen in geluid onvermijdelijk. Informatie in de inlay van deze "Solos, Sessions & Encores" is herschreven door Andy Adelort (Guitar World) en voor de productie en mastering zorgde Bob Irwin, Sony’s huisproducer. "Solos, Sessions & Encores" bundelt 14 tracks (waarvan zes nog nooit uitgebrachte) waarop Vaughan voor albumsessies en live jams zijn uitmuntende gitaarspel in de strijd werpt. In totaal passeren zeven live nummers de revue, waarin namen voorkomen als Albert en B.B. King, Jeff Beck, Lonnie Mack, Katie Webster, Albert Collins, Bonnie Raitt en broer Jimmie Vaughan. Deze CD hinkt op twee gedachten lijkt het in eerste instantie. Uitgebracht materiaal gekoppeld aan onuitgebracht. Zo komen Marcia Ball en Johnny Copeland voorbij als uitgebracht materiaal, maar luister vooral eens naar de stomende livejams met Albert Collins ("Albert's Shuffle") of met Lonnie Mack ("Oreo Cookie Blues"), dit is een ware showcase van Vaughns enorme gave als bluesgitarist. Andere hoogtepunten zijn vooral "Change It" samen opgenomen met zijn broer Jimmie in de succesvolle Amerikaanse TV show "Saturday Night Live". Dit nummer kent hier een verpletterende uitvoering van de beide broers, die hier geïntroduceerd worden door de eregast van de show Jerry Hall, bijgestaan door toenmalig echtgenoot Mick Jagger. "Texas Flood" blijft natuurlijk hoog aangeschreven, en zeker in deze versie waarin Bonnie Raitt ook bewijst dat ze een begenadigd slide gitarist is. Bij de tracks uit studioplaten van andere artiesten, waarop Vaughan zijn partijtje meespeelt, gaat onze voorkeur naar "Pipeline" met Dick Dale, afkomstig van de soundtrack "Back to the Beach". Het afsluitende "Let’s Dance" van David Bowie, is hier wel wat de vreemde eend in de bijt en valt letterlijk compleet uit de toon. Het onuitgebrachte werk is daartegenover veelal live en dat samen zorgt er voor dat dit 70 minuten lang een zeer prettig beluisterbare plaat is geworden.

TRACKS:
1 The Sky Is Crying (Live)11:46
2 Soulful Dress (Album Version)5:25
3 Don't Stop By The Creek, Son (Album Version)6:44
4 Miami Strut (Album Version)4:17
5 Na-Na-Ne-Na-Nay (Album Version)5:10
6 Goin' Down (Live)8:48
7 Oreo Cookie Blues (Album Version)10:53
8 On The Run (Live)8:54
9 Albert's Shuffle (Live)11:51
10 Change It (Live)7:01
11 You Can Have My Husband (Album Version)4:13
12 Texas Flood (Live)9:10
13 Pipeline (Album Version) 4:19
14 Let's Dance (Album Version)12:17



 

 

STEVIE RAY VAUGHAN AND DOUBLE TROUBLE
PRIDE AND JOY - DVD
Label: Legacy Recordings
Distr.: Sony BMG Music Entertainment
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

 


Helder staat mij nog het moment voor ogen toen ik hoorde van de dood van Stevie Ray Vaughan, een man die net als diens grote voorbeeld Jimi Hendrix nog lang niet aan de top van zijn roem stond. Hoe groot zijn talent als soloartiest ook was, de veel te jong gestorven bluesinnovator was één van de top gitaristen van zijn generatie. Hij werkte zich op vanuit donkere achterbuurten om uiteindelijk als een heldere komeet aan het blues-rock firmament te schitteren.

 

Geinspireerd door zijn oudere broer Jimmie begon Stevie Ray reeds op jonge leeftijd gitaar te spelen. Hij bleek erg getalenteerd te zijn en speelde al snel in een aantal lokale bandjes. In 1972 stopte Vaughan met studeren om zich volledig te kunnen concentreren op muziek. Stevie wist niet duidelijk wat hij voor carrière wilde, naar eigen zeggen was muziek zijn enige uitweg. Daarom verhuisde hij naar Austin, Texas en werd daar professioneel artiest. In het begin van de jaren '70 speelde Vaughan samen met Doyle Bramhall in de band The Nightcrawlers. Hierna speelde hij een aantal jaren in The Cobras. Deze band was vrij populair in Austin. In 1976 vormde hij een bandje genaamd "Triple Threat Revue". In 1979-1980 veranderde de band van naam en noemde zich Double Trouble (samen met Tommy Shannon op basgitaar en and Chris Layton op drums). In 1982 werd Stevie Ray tijdens het Montreux Blues Festival opgemerkt door David Bowie. Deze was zo onder de indruk van Vaughan dat hij hem vroeg mee te werken aan zijn nieuwe cd "Let's Dance". Naar aanleiding van datzelfde optreden bood Jackson Browne zijn opnamestudio aan waar het eerste album van Double Trouble ("Texas Flood") werd opgenomen. Hierop volgde een contract voor Stevie en zijn band met Epic Records. Voor de band was dit het begin van een internationale carrière. Hun album "Texas Flood" werd uitgegeven in 1983 en ze mochten dat jaar ook voor het eerst in de bekende televisieshow "Austin City Limits" optreden. Hierna ging het steeds voorspoediger met Double Trouble. De band nam ongeveer elk jaar een nieuw album op (o.a. "Couldn't Stand The Weather", "Live Alive" en "Soul to Soul"). In de loop der jaren raakte Stevie Ray verslaafd aan drank en drugs. In 1986 stortte hij als gevolg hiervan in tijdens een tournee. Hij werd later dat jaar opgenomen in een ontwenningskliniek waar hij zijn beide verslavingen wist te overwinnen. In 1989 werd het album "In Step" opgenomen. Met dit album won Stevie datzelfde jaar een prestigieuze Grammy Award. Hij werd nogmaals uitgenodigd om op te treden in het tv-programma "Austin City Limits". De twee optredens voor dit programma werden later op video uitgegeven onder de naam "Live From Austin Texas". In 1990 nam hij samen met zijn broer Jimmie een cd op genaamd "Family Style". Dit was één van de laatste hoogtepunten in zijn leven.
Met de dvd-retrospectieve "Pride And Joy" komt Stevie Ray Vaughan opnieuw wat meer in de belangstelling, al kwamen sinds zijn overlijden tal van dvd's op de markt, "Pride And Joy" bewijst eens te meer dat in het begin van de 80er jaren zijn succes werkelijk astronomisch was. Technisch was het een virtuoos. Zijn ‘speedtechniek’ was als dat van een heldere bliksemschicht en daarbij was hij ook een meester in het creëren van explosieve geluidseffecten. Heel plezierig is om deze periode (1983 - 1992) weer eens te zien mede door het Miami Vice-achtige sausje dat bij veel van deze promoclips te vinden is. Daarbij is deze video aangevuld met "Little Wing", drie Unplugged-opnamen en al het promomateriaal voor "Family Style". Met een speelduur van ruim een uur, essentiële kost voor de liefhebbers van Stevie Ray!



 

BETTYE LAVETTE
THE SCENE OF THE CRIME
Website
http://www.bettyelavette.com/
Myspace
Label: Anti / Epitaph
Distr.: PIAS
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Soulmuziek is de afgelopen jaren gelukkig weer helemaal terug van weg geweest. Dat levert niet alleen leuke cd's op van nieuwe soulzangeressen, maar geeft ook oudere soulzangeressen de mogelijkheid om nog eens te laten horen wat ze in huis hebben. In 2005 leverde dat een briljante cd op van Bettye LaVette, "I’ve Got My Own Hell To Raise". Volgens Rootstime wel de beste soulplaat van dat jaar en haar nieuwe album "The Scene Of The Crime" is daarop het heerlijke vervolg. Inmiddels is LaVette de zestig gepasseerd en blikt ze op dit album terug op haar leven dat meer diepte- dan hoogtepunten kende. Op "A Woman Like Me" uit 2003 liet LaVette haar machtige stem in twaalf verschillende songs spreken. Prachtige, intense soul, blues en ballads van een zangeres die kan fluisteren, grommen, schreeuwen of gewoon mooi zingen, vaak tezamen in één en hetzelfde nummer. In diverse songs bezingt Lavette het lot van de vrouw die is bedrogen of verlaten maar tegelijkertijd weet beter af te zijn zonder die klootzak. Songtitels als "Serves Him Right", "It Ain’t Worth It After A While" en "Salt On My Wounds" lieten hier weinig te raden over. Ze maakte al albums in de jaren zestig, was ooit actief op het label Motown, maar nog nooit brak ze door naar een wat groter publiek. Dat gebeurde nu de laatste twee jaren wel met het album "I've Got My Own Hell To Raise", een album opgenomen in dezelfde legendarische Muscle Shoals studio in Alabama waar ze in 1972 ook al een vergeten meesterwerk afleverde, "Child Of The Seventies". Deze plaat was al klaar toen platenbonzen er plotseling de stekker uittrokken. Bijna dertig jaar later, in 2000, werd het album via een Frans label alsnog uitgebracht onder de titel "Souvenirs". Maar vergeten we ook niet haar stomende concerten in de AB 2005, Rock Werchter 2006 en Belgium Rhythm 'n' Blues Festival, Peer 2006, als gevolg van dit "I've Got My Own Hell To Raise"- album waar Joe Henry de reddende producer was. Nu werkte ze met Drive-By Truckers, die de liedjes voorziet van een solide elektrische basis en enkele oudgedienden zoals Spooner Oldham (keyboards) en David Hood (bas), maar blazers tref je op deze plaat niet aan. Het aardige is dat David Hood de vader is van Patterson, leider van de Drive-By Truckers. "The Scene Of The Crime" laat vanaf de eerste noot een getergde zangeres horen die met haar messcherpe vocalen het hart van de luisteraar doorklieft. Schreeuwend, kermend, kreunend en dan weer gewoon zingend baant zij zich een weg door de tien liedjes van de plaat en legt zij haar ziel ondubbelzinnig bloot. Van deze tien nummers zijn er negen covers, maar de verhalen die deze nummers vertellen over de duistere kant van het leven passen perfect bij LaVette's levensverhaal. Afgezien van enkele bloedstollende ballads neigen de songs naar blues en soulblues. De covers op deze plaat zijn ondermeer composities van Elton John, Willie Nelson en Ray Charles. Ondanks het feit dat de begeleidingsband op deze plaat bestaat uit de countryrockers Drive-By Truckers is "The Scene Of The Crime" een onvervalste soulplaat geworden. Zelfs in nummers als "Somebody Pick Up My Pieces" van Willie Nelson, waarin de band eigenlijk als een countryband klinkt, is het eindresultaat toch een soulplaat. Dit komt door de geweldige stem van Bettye LaVette, waarmee ze heel veel kan, van soulvol swingen tot getergd klagen. De pijn en tragiek van een leven vol teleurstellingen vertolkt door een geniale stem levert wel hele prachtige muziek op. Kortweg: Vier decennia na haar vroegste opnamen toont Bettye Lavette dat haar stem nog niets aan kracht en intensiteit heeft ingeboet, maar alleen maar rijper en doorleefder is geworden. "The Scene Of The Crime" is een grootse plaat van een een rhythm & blues-zangeres in de fleur van haar leven. Zij doet wat haar hart haar ingeeft en dat klinkt geweldig. Bettye LaVette is een ervaren en doorgewinterde artieste, die brengt wat haar publiek wil, en dat is te horen op deze plaat. Dit is echt Soul met een Hoofdletter.

BETTYE LAVETTE LIVE

8 APRIL: AB, Brussel
9 APRIL: Paradiso, Amsterdam

 



 

 

NATHAN BELL
IN TUNE, ON TIME, NOT DEAD
Website - Myspace - Contact
Label : Zensuit/Zencaster Records
CD-Baby

 

Nathan Bell zit al bijna 30 jaar in de Amerikaanse muziekscène en hij speelde in ontelbaar vele clubs, concertgebouwen en op diverse muziekfestivals doorheen Noord-Amerika. In de jaren ’80 stond hij op het podium met Townes Van Zandt, Emmylou Harris en Mary-Chapin Carpenter. In 1992 stopte hij met optreden en drie jaar later werd hij voor het eerst vader en concentreerde hij zich alleen nog op zijn gezin. Maar zoals het gezegde het wil kruipt het bloed waar het niet kan gaan en twintig jaar na het verschijnen van zijn vorige plaat is er nu een nieuwe cd op de markt verschenen. Onder de titel “In Tune, On Time, Not Dead” wil hij met dit album expliciet aangeven dat hij terug onder de mensen is en het songschrijven en zingen nog altijd goed beheerst. Zijn knappe songteksten zijn meestal geïnspireerd op literatuur van schrijvers als Jack London en William Faulkner, op gedichten van Marvin Bell en liedjes van songschrijver Townes Van Zandt. In zijn liedjes klinken soms ook andere gitaristen-zangers door zoals Lou Reed, Richard Thompson en Steve Earle. In de song “Manuel Jacket” zingt hij met een treffende beeldspraak over hoe hij ooit de keuze had om voor het leven als rockster te kiezen maar toch voor de anonimiteit van zijn gezin koos. Voor dit nieuwe album kon hij een beroep doen op producer Richard Bennett die eerder platen opnam voor Steve Earle, Kim Richey en Marty Stuart. Nathan Bell is in de eerste plaats een gitarist en zijn grote liefde voor het snareninstrument wordt bezongen in “1966 Telecaster”. En ook de politieke boodschap schuwt hij niet in “What Did You Do Today” waarin hij beide politieke zijden in Amerika oproept om de vele tegenstrijdigheden aan de kant te laten en vrolijk met hem mee te zingen op de tonen van een melodieuze gitaarriff. Zijn tekstuele spitsvondigheid etaleert hij in songs als “Strike Up The Band” en “Big Bad Love”. Zijn verbondenheid met het familiale leven en hoezeer hij daar kan van genieten bezingt hij tenslotte in “The Good Things” en in “The Nest (Go Slow)”. Opvallende song op “In Tune, On Time, Not Dead” is het nummer “King Of The North” waarin Don Henry als special guest mag meedoen. Ondertussen is Nathan Bell al hard aan het werk voor de songs van zijn volgende cd “Traitorland” die binnen enkele maanden zal uitkomen. Stuur ons tezijnertijd maar een exemplaar toe, Nathan. Wij zullen dan ook over dat nieuwe album een passende, hopelijk lovende bespreking maken.
(valsam)



 

REMMELT, MUUS & FEMKE
THE LONG WAY ROUND / EVENSONG
Website - Contact
Info: Hemifran
Label : Remmelt Records

 

Remmelt, Muus & Femke zijn Haagse singer-songwriters met zeer gevarieerde Amerikaans getinte popsongs. Ze noemen hun muziek gepassioneerd akoestisch. Hoe Hollands de naam ook is, Amerikaanser kan hun muziek niet klinken, als de betere country-pop in de beste traditie van Crosby, Stills, Nash & Young en vooral deze laatste, zoals letterlijk bezongen is in "Carina’s Waltz": And they all sang along/ When we played Mr. Young. In 1995 zijn Hugo Remmelt en Thijs Muus begonnen en in 1998 werd het duo af en toe versterkt door de prachtige vocalen van Femke Japing, zij is het jongste lid van het trio, met een leeftijdverschil van ongeveer 20 jaar. Iets later werd het duo definitief een trio. Hun in 1999 (toen nog als duo) verschenen ‘titelloze’ debuut cd werd door een collectief van Haagse popjournalisten verkozen tot beste Haagse cd van 1999. Op hun 2e cd, "Bridging the Gap", is de stem van Femke veel prominenter aanwezig. Zij maakte al vanaf haar zesde muziek. Zingen in een kinderkoor, gitaarspelen en later kwam daar pianospelen bij. Op een gegeven moment kreeg ze gitaarles van Thijs Muus. Op haar zestiende ging Femke meedoen, eerst als tweede en derde stem, later ook als componist en gitarist. Naast Remmelt, Muus & Femke heeft ze een singer-songwritertrio met haar zussen, Edda en Anneloes Japing, Femke & Sisters. Op hun laatste studio-album "The Long Way Round" (2005) komen tevens ook een aantal eigen nummers van Femke. Het repertoire van Remmelt en Muus wordt omschreven met het woord ‘Americana’. Femke ziet zichzelf niet zo. "Ik stop mezelf liever niet in een hokje. De mensen die mij het meest hebben geïnspireerd zijn Sheryl Crowe, Janis Joplin, Sarah Bettens van K’s Choice en Beth Hart." Op "The Long Way Round" draait alles om vocale harmonieën en ze zijn werkelijk wonderschoon. De muzikale begeleiding is uiterst sober en vooral akoestisch. Dit om de stemmen van Remmelt, Muus & Femke alle ruimte te geven. Dit is een wijs besluit, want wat zingen ze mooi. De muziek van Remmelt, Muus & Femke is honigzoet, maar wel puur en eerlijk. De composities lijken in dienst te staan van de samenzang van het trio. Slechts in een enkel geval wordt daarvan geen gebruik gemaakt, zoals in de ballade "You" en het wat vreemde "New Shoes For Kids". Daarentegen wordt het prachtige "Sad Man" in beperkte mate overgoten met harmonievocalen, maar wel met een hoofdrol voor een fluit. Die stemmensymfonieën vinden we terug in de door Hugo Remmelt en Femke Japing voorzichtig over akoestische gitaren en een intimistisch streepje mondharmonica gedrapeerde prachtliedjes als “Sacred Arms” of “Move On”, je voelt je hier als luisteraar ogenblikkelijk thuis. Ook de door Thijs Muus van een wel zeer nadrukkelijk Neil Young-tintje voorziene stukken als “Love Me” en “Wishing” zijn adembenemend, deze songs laten me denken aan de sound van Neil Youngs legendarische album “Freedom”. Toch bewerkstelligd het stel een eigentijdse invulling te geven aan het genre waar menig veertig plusser naar terug verlangt. Hoogtepunt is wel het poprockende “Here Comes The Sun” geschreven door Hugo Remmelt, gewoon prachtig. Er staat gewoon niet één slecht liedje op "The Long Way Round".

We zijn inmiddels twee jaar verder en wel enigszins gewend geraakt aan het Haagse trio Remmelt, Muus en Femke die de bijnaam "de Haagse Crosby, Stills & Nash" kregen. "Evensong" is een live-plaat die in juni 2006 werd opgenomen in de prachtig gerenoveerde Roepaen kapel in Ottersum, en dit tijdens het tienjarige verjaardagsfeest van het Real Roots Cafe en het Roots @ Roepaen Festival 2006. Een deel van de tracks op deze plaat kennen we dan ook al: "Move On", "Wishing", "Sacred Arms", "Here Comes The Sun" ... de songs van het toen nog recente en lovende "The Long Way Round". Maar de nadruk ligt voornamelijk op enkele covers van grote voorbeeld Neil Young. "Old Man" en "Tonight’s The Night/New Mama" krijgen hier zo'n prachtige uitvoeringen dat ze bijna niet van de originelen zijn te onderscheiden, meteen ook de hoogtepunten van dit sfeervolle optreden. Hun muziek is gewoon verpakt in aangename songs met mooie melodieën, prachtig gitaarwerk en vooral wonderschone harmonieën. Harmonieën waarin de doorleefde mannenstemmen van Hugo Remmelt en Thijs Muus prachtig contrasteren met de stem van Femke Japing. Stemmen die op de plaat prachtig klinken, maar die ook live goed uit de verf komen, maar dan in een prachtig eigentijds jasje. Ga het live zien, voorlopig alleen in hun thuisland, maar ook zeker horen op deze prima live plaat. Kortweg: de inhoud van beide albums bestaat uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die van "The Long Way Round" tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. "Evensong" is misschien niet zo’n mokerslag als deze voorganger, maar wat blijft dit een fascinerende band. Zet deze cd's op, sluit je ogen en je waant je in de late jaren 60 of de vroege jaren 70. De jaren waarin de West-Coast pop, Amerikaanse country- en folkmuziek, werden bedacht en waarin vocale harmonieën tot kunst werden verheven.


REMMELT, MUUS & FEMKE LIVE

Mar 20 2008 Omrop Fryslan, LEEUWARDEN, Friesland
Mar 20 2008 ’t Kommissiehuys, NIJEGA
Mar 22 2008 Kaffee Lambiek , TILBURG, Noord-Brabant
Mar 29 2008 Folkcafé de Lantaern, ZEVENAAR, Gelderland
Apr 6 2008 ’t Wapen van Oudeschans, OUDESCHANS, Groningen
Apr 6 2008 De Boerderij (opening for Alan Parsons Project), ZOETERMEER, Zuid-Holland
Apr 11 2008 Café de Cerck, BEILEN, Drenthe
Jun 22 2008 De Amer festival, Amen, Drenthe



 

 

MARK FRY
SHOOTING THE MOON
Website - Myspace - Contact
Label: Boredidlebaby
Cdbaby

Uit het schijnbaar onuitputtelijke blik singer-songwriters blijven we ondertussen prima cd’s opdissen. Zo viel ons net "Shooting The Moon" van de Brit Mark Fry in de lenden. Het glimmende schijfje blijkt bol en vol te staan van rijk gearrangeerde pure folksongs. We werden er zowaar een weinig week van. Krista Detor liet zich op zijn myspace al lovend uit over deze man, maar we verzuimden de laatste tijd wel vaker om naar Krista te luisteren. Het zal ons leren: Mark Fry blijkt inderdaad een begenadigd songsmid. Zijn songs knip of lip je mee vanaf de eerste beluistering. Zo waart onder andere de geest van Bob Dylan meer dan prachtig en vol bewondering rond in vele tracks, denkende aan Dylan ten tijde van "Blood on the Tracks". De schijn wordt hoog gehouden, maar het aantal denkbeeldige vrienden blijkt perfect op één hand geteld te kunnen worden. Nu eens klinkt hij als een Ron Sexsmith met ballen, dan weer springt ons eerder het talent van James Taylor, of een Jim Croce voor de geest. Zijn teksten gaan over eigen wel en wee en laten zich vrijwel meteen begrijpen. Bij deze man geen grootse bespiegelingen of ingenieuze metaforen, zoals ook complexe structuren niet aan hem besteed zijn. Fry handelt in eenvoudige folksongs en hij weet als weinig anderen mooie en natuurlijke melodieën neer te pennen. Tekstuele vreugde en verdriet, gepresenteerd in een kader van slepende, dan weer springerige muziek, worden gedragen door Fry's warme, in een bad van melancholie gedrenkte stem. Hierdoor moet hij niet zo nodig op enkele tonen blijven hangen als sommige van zijn collega's. Bovendien passen de teksten meestal vlot op de melodie. Het sympathieke en het vanzelfsprekende wordt nog versterkt door de nummers te laten drijven op voornamelijk gitaren en/of piano. Nu eens is er een sterke bluesy-inslag, dan weer is het geluid ronduit jazzy. En hoewel hij op "Shooting The Moon" voor midtempo tracks kiest, zijn er ook nog enkele hoofdwiegers, gelukkig zonder zielig te klinken. Op "Shooting The Moon" was duidelijk geen plaats voor opvullertjes of middelmaten. Integendeel: Mark Fry legt de lat van start tot finish stabiel en hoog. Omdat we altijd wel een paar lievelingen moeten hebben, lichten we er opener "Under The Milky Way" en verder "Regrets" en "Leave It To Me" uit. Deze laatste twee songs voor de mooie bijdrage van William Gibbs op sax. Het meer gedreven "Hand On The Wheel" kan ik best omschrijven als oprecht, puur en compleet. Voornamelijk dit laatste, de inbreng van viool, piano, pedal steel aan deze song draagt veel bij aan de warmte van het geheel. Gewoon klasse! Maar wie het oudere werk van Mark Fry al kent, weet dat hij 35 jaar geleden op 19-jarige leeftijd reeds een juweeltje op de markt bracht. Voor wie deze Brit nieuw is, kan na het beluisteren van deze plaat het graven beginnen naar deze cult klassieker "Dreaming Of Alice" uit 1972 (re-release in 2006, Sunbeam Records) waar hij toen vergeleken werd met Donovan en the Incredible String Band.



 

JOHN - ALEX MASON
TOWN & COUNTRY
Website - Contact
Info : Blind Raccoon
Distr: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

Twee mensen hebben het muzikale verleden bepaald of beter gezegd gevormd van John Alex Mason. Om te beginnen zijn oudere broer Stephen, die een groot gedeelte van de dag platen draaide van Led Zeppelin, Grateful Dead, Jimi Hendrix en de Allman Brothers en van de andere kant zijn meter Viola Marigna met haar gospel stem en kerkliederen van de Baptisten. "Dingen die in mijn geheugen gegrift staan zijn de eerste maal dat Stephen Led Zeppelin II opzette en de geur van zware parfums in de kerk waar Viola zong" zegt John Alex. Wat later ontdekte John Alex de blues en hoorde hij de connectie tussen "praising" en "rocking". Een van zijn eerste bluesplaten was "Hard Again" van Muddy Waters, je weet wel, met de legendarische "I'm A Man" (a hootchie Coochie man) met een schreeuwende Johnny Winter, die tevens de producer was, op de achtergrond. Het waren concerten van diezelfde Johnny Winter en James Cotton, die hem volledig in de armen van de blues drukten. Hij was zo van de wereld en betoverd door dat optreden van Cotton, dat hij na het optreden door de gitarist op de schouder getikt werd met de vraag of alles O.K was, en hij plots besefte dat hij alleen in de zaal was en totaal verbijsterd naar het ondertussen lege podium zat te staren, als aan de grond genageld. In een andere school in Vermont ontmoette hij een vriend die net zo bezeten was door blues als hij, een zekere Gerry Hundt. Kenners weten natuurlijk onmiddelijk dat het de sideman van Nick Moss is ondertussen. Hij werkte een tijdje op een legerbasis in Duitsland en trad 's avonds in de straten van Duitse en Nederlanse stadjes op als blues busker en leerde zo het vak terdege. In 2001 won hij dan op het bekende Telluride Blues festival de competitie, en werd gevraagd om op de camping lessen te geven aangaande slidegitaar. Daar en op meerdere andere festivals ontwikkelde hij een grote voorliefde voor het geven van gitaarlessen en werd vooral beinvloed door Taj Mahal, John Cephas, Alvin Youngblood Hart en Richard Johnston. Het was met deze laatste dat hij begon samen te werken op Beale street in Memphis. Sindsdien is het snel bergop gegaan met John Alex. Hij trad op met BB King, James Cotton, John Mayall, Jimmie Vaughan, John Hammond en vele vele anderen. Hij won in 2004 de prijs van "Meest belovende blues artiest" op het Arkansas Blues en Heritage Festival" en nu eind 2007 werd "Town and Country" opgenomen, een cd met een gedeelte solo opgenomen akoestische songs en een even groot gedeelte met elektrische gitaar en een kleine band, een hele kleine band dan, want ook deze nummers, die veel voller klinken speelt hij solo, als one man bluesband zorgt hij voor percussie en baslijnen. Een eerste vraag die je te binnen schiet als je deze cd hoort is: "Is dit werkelijk het jonge kereltje op de hoes, wat ik hoor?" want inderdaad , deze opnames klinken zo doorleefd, puur en diep dat je het amper gelooft. John's stem klinkt soms al die van Tony Mc Phee van de Britse Groundhogs van vroeger. Hoofdzakelijk bespeelt hij de resonator, soms fingerpickin' in Piedmont stijl of met slide in de Delta songs. De CD, trouwens een HDCD begint en eindigt met "Shake 'm On Down", in twee verschillende versies natuurlijk. Dit is Deep Country Blues, akoestisch en versterkt. "Bury My Boots" is een intense song, je voelt er net als in Robert Johnson's "Terraplane Blues" een authenticiteit in die ik zelden hoorde. Andere traditionals als "Boll Weevil" en "Milk Cow Blues" geven je het gevoel om ergens het gevoel in een juke joint te zitten met de "real cats" als een Burnside. Het nummer over het New Orleans drama "Chef Menteur" behoeft geen uitleg, iedereen weet over wie John Alex het heeft, his days are numbered. De droefheid die de song uitstraalt is echt, net als in "Strange Things" over al wat er misgaat tegenwoordig. Maar het is niet allemaal kommer en kwel, op de elektrische versterkte versie van "Shake Your Money Maker" en "Locomotove" wil je wel gaan dansen. "Onthoud die naam, mensen" John Alex Mason is here to stay!
(RON)



 

 

JON MACEY & STEVE GILLIGAN
EVERYTHING UNDER THE SUN
Website - Myspace - Contact
Label : Actuality Records
CD-Baby

 

Een duo bestaande uit twee muzikanten die echte bewonderaars zijn van Amerikaanse akoestische folk en countrymuziek. Zie daar een definitie die kan gelden voor de heren singer-songwriters Jon Macey en Steve Gilligan uit Cambridge, Massachusetts. Beide artiesten hebben een muzikale carrière achter de rug van meerdere decennia in diverse genres, gaande van punk en rock - Jon Macey was destijds de ruige zanger van punkband “Fox Pass” uit Boston, waarbij Steve Gilligan een tijdje de basgitaar hanteerde tijdens hun reünieconcerten in 2005 - tot hedendaagse folkmuziek, waar Steve Gilligan zich eigenlijk altijd beter thuis voelde. Nu besloten ze om samen een eigen geluid te creëren met een mix van deze verschillende genres. Beiden zijn begenadigde zangers en hun stemmen vloeien wonderwel in elkaar over op de twaalf songs die te horen zijn op hun eerste cd “Everything Under The Sun”. De instrumenten die telkens weer te horen zijn in hun liedjes zijn de akoestische gitaar ondersteund door ofwel de mandoline of de mandocello. Dit minimale gebruik van instrumenten zorgt ervoor dat de songs meestal heel simpel en subtiel van opbouw zijn. De bezongen onderwerpen gaan van de liefde in al haar facetten tot dromerige overpeinzingen en eigenzinnige visies op diverse gebeurtenissen in de hedendaagse wereld. Jon Macey en Steve Gilligan staan veelvuldig samen op het podium en dan zorgen ze voor een aangename avond plezier in diverse clubs in de Boston-regio. De 12 liedjes op deze cd zijn allemaal van eigen makelij maar tijdens live optredens durven ze ook wel eens originele interpretaties geven van liedjes uit het songboek van hun favoriete zangers zoals Hank Williams, Bob Dylan, Merle Haggard en Gram Parsons. Er zitten nergens echte verrassingen tussen de liedjes op deze cd. Ze zijn allemaal tot hetzelfde genre en dezelfde stijl terug te voeren. In “All You Gotta Do” herken ik even de zangstem van Michael J. Sheehy maar dat kan ook alleen maar van mij afhangen. Enkel in “Talkin’ Metaphysical Blues” wordt er naast de eerder vermelde instrumenten ook een mondharmonica bovengehaald. Maar veel inventievere activiteiten dan dat hoef je van deze beide heren niet te verwachten. Een zuivere folksongs-collectie en derhalve voornamelijk geschikt voor de echte fans van dit genre.
(valsam)



 

 

CROSBY LOGGINS AND THE LIGHT
WE ALL GO HOME
Website - Myspace
Label : Provogue Records
Distr.: Bertus

 

Crosby Loggins is de oudste zoon van de Amerikaanse rockzanger Kenny Loggins (bekend als helft van het duo Loggins & Messina) van wie hij zijn muzikale aanleg erfde. Crosby kreeg de muziek dan ook met de paplepel ingegoten, in een huishouden waar beroemdheden als Graham Nash, Michael McDonald en Jackson Browne kind aan huis waren. Gelukkig is Crosby’s muziek beslist geen slap aftreksel van de muziek van deze heren. Met zijn band The Light creëert hij op dit album een aangename mix van rock, folk, funk, en een vleugje country. Zijn nummers drijven op een krachtige soulstem en naadloze muzikale vaardigheid. Ze laten steevast een emotionele stempel na. Crosby Loggins heeft een aangeboren gevoel voor timing. Hij weet precies wanneer de muziek gracieus en zuinig moet zijn en wanneer hij ze voluit vooruit mag laten razen. Bovendien schrijft Crosby intelligente teksten, wat er voor zorgt dat politiek geëngageerde liedjes als "March On, America", dat erg aan Peter Gabriel doet denken, niet verzanden in slappe clichés. Zijn muziek kunnen we best omschrijven als: typische westcoastpoprock, mooie songs, geen opdringerige gitaren en zang die nooit doordringend wordt. Beetje blues in "Rocks Into Sand", beetje funk in "Wanna Be You", beetje rock in "March On, America", maar over het algemeen beetje te braaf in de andere songs. Niettemin is "We All Go Home" een homogeen geheel en vooral een zeer genietbaar album van een veelbelovende band - die verder bestaat uit: multi-instrumentalist Jesse Siebenberg, Paul Cartwright (zang, viool, mandoline), Dennis Hamm (drums) en Forrest Williams (bas) - en die we hier in de Handelsbeurs te Gent op woensdag 19 maart kunnen gaan beluisteren, in het voorprogramma van Joe Bonamassa, maar dan Crosby Loggins solo en akoestisch.

Tracklist:
01 Good Enough
02 Always Catching Up
03 Rocks into Sand
04 Man in the Middle
05 March on, America
06 Here She Comes
07 Wanna Be You
08 Radio Song
09 Angel of Mercy
10 Couldn't Save Me
11 We All Go Home
12 Same Old Song (La, La, La)

CROSBY LOGGINS AND THE LIGHT LIVE
Handelsbeurs - Gent
woensdag 19/03/2008 om 20:15
INFO: Handelsbeurs
Telefoon: +32 9 2659165



 

COCOON
MY FRIENDS ALL DIED IN A PLANE CRASH
Website - Myspace - Contact
Label : Sober & Gentle
Distr. : Bang!

 

Twee jonge mensen uit het Franse Clermond-Ferrand maken samen heel mooie muziek. Niets speciaals zal je denken, maar wat het duo “Cocoon” doet is toch wel heel speciaal. Op de meest subtiele wijze knutselen ze intrigerende maar wondermooie klanken in elkaar tot een geheel dat in de volksmond ook wel eens “prachtsongs” genoemd wordt. De 22-jarige Mark Daumail en zijn 19-jarige vriendinnetje Morgane Imbeaud hebben in de kortste tijd een maturiteit in hun songwriting en hun live performance-capaciteiten gecreëerd die ronduit indrukwekkend genoemd mag worden. Op 17 maart kan je naar de AB in Brussel om jezelf hiervan te overtuigen want dan treden ze daar op in het voorprogramma van Aaron. Op een haast fluisterende en ingetogen wijze worden de fragiele liedjes ingezongen op hun debuutalbum “My Friends All Died In A Plane Crash” dat daardoor als de ideale soundtrack voor een schemerig weekend kan dienen. De stemkwaliteiten zijn echter ook al zo uniek als de geluiden op deze plaat. Toch is dit niet de eerste kennismaking met “Cocoon” want vorig jaar releasden ze een eerste ep onder de titel “I Hate Birds” met daarop 5 liedjes. Singer-songwriters als Nick Drake, Sufjan Stevens en Elliott Smith dienden als historische voorbeelden voor deze jonge muzikanten en met heel veel respect voor die meesters schreven ze hun eigen twaalf romantische songs in dezelfde stijl maar met een duidelijk herkenbare personal touch. Het zachte getokkel op een akoestische gitaar, een subtiel ukelele-snaartje, een banjo en wat minimalistische keyboardsklanken vervolledigen de muzikale basis voor alle liedjes op deze plaat. Erg veel aandacht wordt geschonken aan de melodielijnen van de nummers die ook vaak melancholische of ijle klanken als decor krijgen. Heel af en toe hoor ik songs die ook bij groepen als “Utah Carol” of “Over The Rhine” zouden passen. “Take Off” neemt de aftrap en wordt gevolgd door “Vultures”. Daarmee wordt de toon gezet voor de rest van de cd. De stem van Mark Daumail herinnert in meerdere songs aan die van Tom McRae die ook altijd zo voorzichtig en schuchter zijn liedjes aan de luisteraar presenteert. In “Cliffhanger” worden de violen en de cello van zolder gehaald om nog meer intimistische sfeer aan het nummer te geven. De ukelele in “Owls” is een ideale keuze geweest en draagt die song doorheen de volle drie minuten. En volledig onverwacht duikt er plots ook een vrolijke song op tussen al dat treurigs en depressiefs: “Chupee” is wat je met wat goede wil zelfs een meezingertje kan noemen, maar doe dat dan vooral niet te luid. Daarna snel terug je hoekje in voor “Hummingbird” en “Microwave” wat het einde van deze opvallende plaat betekent. De beluistering ervan was voor ondergetekende vooral een aangename bezigheid en ik geef dan ook met enige graagte de kwotering “klasse” aan deze plaat van “Cocoon”.
(valsam)