OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007
JAIMI FAULKNER - LAST LIGHT / BACK TO YOU
THE DEAD BEAT CLUB - RANDOM HEARTFELT TRINKETS
BETTY HARRIS - INTUITION
BENJAMIN TUCKER - WENONAH / DIFFERENT STATE OF MIND
LUCIEN LAMOTTE - WHEN YOU GO
FRANK CRITELLI - WALTZING THROUGH QUICKSAND
WYCKHAM PORTEOUS - 3 AM
JAY SEMKO - LIVE AT THE ROYAL SASKATCHEWAN MUSEUM / REDBERRY
BOB URH & THE BARE BONES - SWAMP O DELIC
DOUGHBOYS - IS IT NOW?

JAIMI
FAULKNER
LAST LIGHT / BACK TO YOU
Website
Myspace Contact
Label: Mumble records
LAST
LIGHT
Dit debuut van de jonge Australier Jaimi Faulkner uit 2004 was een schot in
de roos, want deze cd heeft het allemaal, ondanks de jeugdige leeftijd van Jaimi,
uiterst sterke songs, een stem zo soulvol, maar toch met de nodige "grit"
en een gitaar die je regelmatig kippenvel bezorgt. Ingetogen ballads, zoals
het meer dan uitstekende "Hold on Babe", een prachtig duet met Mia
Dyson, en voor mij één van de topsongs van 2004. In deze langzame
songs komt de singer songwriter naar boven, met veel aandacht voor de sterke
poetische teksten. Zowat de helft van de songs zijn echter uptempo rootsrockers,
maar die roots hebben een sterke bluesinslag. De resonator van Jaimi, zijn lap-steel
en de mondharmonica van die andere special guest, Chris Wilson, dragen vooral
bij aan dat bluesy geluid. "Drink My Wine" bijvoorbeeld, nog zo'n
prachtige ballad met Jaimi's resonator als blikvanger, beweegt zich tussen alt.country
en blues.Voortdurend moet ik tijdens het beluisteren denken aan de cd "Red
Light" van Jonny Lang, die qua sfeer veel overeenkomsten vertoont met deze
"Last Light". Moderne blues maar tegelijkertijd evenveel popgetint.
Hoogtepunten liggen hier voor 't grijpen, naast de reeds vernoemden is er nog
"King For A day" dat we zeker niet mogen vergeten en "Houses
Out The Rain", met een prachtige tekst. "Al I Can" houdt deze
sfeer vast en is de meest ingetogen song van deze cd, en beëindigt deze
"Last Light" in alle rust.
BACK
TO YOU
Twee jaar later, 2006 zijn we nu, maar Jaimi blijkt geen vlot schrijver, want
slechts 5 songs staan er op deze nieuweling "Back To You". Of heeft
hij teveel moeten toeren? In alle geval, beter 5 goede songs dan 10 waarvan
er maar 2 de test doorstaan. Deze mogen er allemaal zijn, net als op het debuut,
alleen blijf je na twintig minuten proeven van dat lekkers wat op je honger
zitten. Het E.P'tje begint sterk met weer een samenzang met Mia Dyson in "Close
to You". Mia is zowat de Australische Bonnie Raitt. Ze schrijft nummers
in dezelfde stijl en heeft dat aparte, zelfde timbre. Samen klinken deze stemmen
hemels. "Coming Home To Your Love" wat dan volgt is behoorlijk sterk
spul voor Jaimi's doen, zwaar rockende gitaren, een sterke beat en de slide
in overdrive. In "Shame" vallen we terug op het vertrouwde geluid,
een lap steel, die prachtige stem, de Hammond b3 op de achtergrond; kortom een
parel van een nummer zoals "Hold On Babe" op zijn debuut dat was.
Daarna is het uit met de rust want "Special no. 94" is een vinnige
instrumental met de slidegitaar als centrale gast en "Roll, Tumble, Smuggle
& Stumble" is zoals de titel al laat vermoeden, een wat aparte song,
aan Gov't Mule herinnerende loodzware gitaarriffs, en een scheurende slide van
Jaimi maken dit tot een buitenbeentje. De nieuwe richting voor de opvolger?
(RON)
JAIMI
FAULKNER LIVE
ZONDAG 2 MAART 2008
Crossroads, Antwerpen

THE DEAD BEAT CLUB
RANDOM HEARTFELT TRINKETS
Website - Myspace
- Contact
Label : Eigen Beheer
Andy
Tucker is de frontman van de pas in 2005 opgerichte Britse vijfmansformatie
“The Dead Beat Club” uit Edinburgh, Schotland. Hij schreef ook eigenhandig
alle nummers die zijn terug te vinden op hun debuutalbum “Random Heartfelt
Trinkets”. De sound van deze groep is wat onconventioneel en regelrecht
tegen de huidige popmuziektrends in. Ook de keuze van de instrumenten houdt
geen rekening met het gebruikelijke instrumentarium van de hedendaagse popscène.
Banjo, accordeon en Hammondorgel komen veeleer meer aan bod in de Amerikaanse
rootsmuziek. Maar het dient gezegd dat The Dead Beat Club op uitstekende wijze
gebruikt maakt van deze leuke klanken in hun songs. “Sometimes”
– de song waarmee wordt begonnen – vertoont sporen van oudere Springsteen-songs,
“If I Can’t Make You Feel (The Way I Feel)” leunt meer aan
bij bluegrass qua muziek maar laat ons ook voor het eerst kennis maken met de
knappe vocale capaciteiten van Andy Tucker. Ook “Broken Heels” is
een mooie song voor de liefhebbers van het betere singer-songwriterwerk. Het
leuke aan al deze liedjes is dat ze heel eenvoudig opgebouwd zijn en daardoor
probleemloos reeds bij een eerste beluistering aanslaan. The Dead Beat Club
wil vooral live een aangename avond bezorgen aan het publiek. Ze traden op één
jaar tijd zo’n honderd keer op, onder meer al voorprogramma van Seasick
Steve, The Beautiful South, Belle & Sebastian, James Yorkston, Snow Patrol,
Elbow en Kevin Montgomery. Daardoor hebben ze de kwaliteit van de songs op “Random
Heartfelt Trinkets” veelvuldig kunnen uitproberen op een kritisch publiek
en hier en daar wat bijgeschaafd indien nodig. En dat kan je echt horen aan
de liedjes zelf. Ze zijn af en waar nodig is de song opgebouwd rond een catchy
refrein en naar emotionaliteit neigende teksten. De backing vocalen van percussioniste
Shona Brodie zijn ook subtiel aanwezig in enkele nummers. In “Have You
Always Been Around?” neemt ze zelfs een overgroot deel van het zangwerk
voor haar rekening en ook dat gaat haar zeer goed af. Maar de heel mooie stem
van Andy Tucker klinkt doorheen elk lied boeiend en aangenaam. Die stem is dan
ook de grootste kracht van deze band. Zijn vocale bereik wordt enkele keren
geëtaleerd zoals in het Coldplay-achtige “Man Overboard” dat
overigens overloopt van veelvuldige beeldspraak. Heel mooi nummer, hoor. Erg
speciaal vinden we ook het emotievolle “The Pact” met een intrigerend
stukje piano en alweer kwalitatieve backing vocals van Shona Brodie. Alle twaalf
songs op deze debuutplaat vloeien trouwens even gemakkelijk binnen als een uit
vijf bollen bestaande ijscrème op een bloedhete zomerdag. Voor we jullie
afsluitend gaan vertellen dat je deze plaat maar best zelf aan je collectie
kan toevoegen willen we nog enkele songs ten zeerste aanbevelen: het grappige
“My Drunk Girlfriend”, de countryballad “Mercy Killing”,
de door mondharmonica gedragen countrysong “Black Black Heart” en
de aan Jeff Buckley herinnerende afsluiter “Coming Up For Air”.
Eigenlijk hadden we best van in het begin heel kort kunnen zijn: kopen!
(valsam)

BETTY
HARRIS
INTUITION
Website
Info: Blind Raccoon
Label: Evidence
Distr.: Bertus
Dat
muziekstad New Orleans goed geluimde muziek heeft voortgebracht, bewijzen de
vroege opnamen van soulzangeres Betty Harris. In de jaren ’60 komt de
rhythm & blues in New Orleans tot volle bloei. Artiesten als Lee Dorsey,
James Booker en Betty Harris voerden de hitlijsten aan, of tenminste de zwarte
versie ervan die race charts genoemd werden (later werden dat de rhythm and
blues charts in tegenstelling tot de blanke pop charts). Betty Harris naam zal
daarom niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar onder deep soul-fanaten
is haar status welhaast legendarisch. In 1963 had ze haar eerste hit met Solomon
Burke’s "Cry To Me". Nog twee andere Top 10-noteringen en een
tournee met Otis Redding volgden, maar de meeste faam ontleent de nu 66-jarige
zangeres aan een twintigtal singles opgenomen onder hoede van Allen Toussaint.
In 1970 keerde ze de muziekbusiness echter de rug toe. "Intuition"
komt dan ook als een donderslag bij heldere hemel, want na meer dan dertig jaar
relatieve afwezigheid laat Harris zien dat er met haar muzikale intuïtie
nog niets mis is. Harris is altijd in de kerk blijven zingen en heeft gewerkt
als zangpedagoge, maar met haar nieuwe plaat "Intuition", met de steun
van Jon en Sally Tiven, is dit wel een zeer geslaagde comeback. Ze schreven
samen met enkele anderen bijna alle liedjes voor dit album, speelden ook nog
eens de songs in en lieten vervolgens Harris haar ding doen. In de Hormone Studios
in Texas, waar Jon Tiven (Wilson Pickett, Ellis Hooks) het album opnam en produceerde
zijn er ook gastbijdragen van soul-man Freddie Scott, Bekka Bramlett (Fleetwood
Mac, Faith Hill) en alt. country-held Buddy Miller, die de lead-gitaar bespeelt
zoals alleen hij dat kan, op "Still Amazed". Harris maakt dankbaar
gebruik van dit alles. De songs passen dan ook goed bij haar en ze doet de jaren
lange ervaring en passie spreken. Resultaat: allemaal uitschieters op deze cd,
maar toch gaat mijn persoonlijke voorkeur meer naar "Since You Brought
Your Sweet Love" een soulvol duet met Freddie Scott, de bluesy rocker "Who’s
Takin’ Care of Baby?" en het met slide gitaar gedreven "Time
to Fly" (co-written by Bonnie Bramlett). "Need" is werkelijk
gemaakt voor een duet met Bonnie Raitt maar met songs als "A Fool Can Always
Break Your Heart", "How To Be Nice" en "Happiness Is Mine"
laat ze nog even zien hoe het hoort. De reputatie van Betty Harris is daarom
ook groot en terecht. Als deze Deep Soul madam haar stem verheft, gaan zelfs
groten als Solomon Burke door de knieën, en bewijst ze net als Betty Lavette
nog steeds tot grote hoogtes te kunnen stijgen. Soul, funk, gospel – ze
zingt het alsof ze nooit is weggeweest.
Tracks
1 Is It Hot in Here? - Hahn, Tiven, Tiven 3:38
2 Isolation (Someone to Hold) - Reynolds, Tiven, Tiven 4:31
3 Intuition - Bramlett, Tiven 4:09
4 Still Amazed - Reale, Tiven, Tiven 4:30
5 Since You Brought Your Sweet Love - Scott, Tiven, Tiven 4:12
6 A Fool Can Always Break Your Heart - Reid, Tiven, Tiven 3:46
7 You Do My Soul Good - Feldman, Mosser, Tiven 4:22
8 How to Be Nice - Ragovoy, Tiven 3:53
9 Who’s Takin Care of My Baby? - Kemp, Tiven, Tiven 3:40
10 Time to Fly - Bramlett, Davis, Tiven 2:53
11 It Is What It Is - Durett, Ragovoy 3:19
12 Need - Covay, Tiven, Tiven 4:10
13 She Stays On - Kemp, Tiven, Tiven 4:36
14 Tell It to the Preacher Man - Springs, Tiven, Tiven 3:35
15 A Bible and a Beer - Russo, Tiven, Tiven 4:27
16 Happiness Is Mine - Harris, Tiven


BENJAMIN
TUCKER
WENONAH / DIFFERENT STATE OF MIND
Website - Myspace
- Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby
Zowat
anderhalf jaar geleden maakte Benjamin Tucker een einde aan zijn carrière
als leraar en ging hij werken als meteropnemer bij een gasmaatschappij in Minnesota,
USA. Die beslissing had hij genomen omdat hij daardoor meer tijd vrij zou kunnen
maken voor zijn voornaamste hobby: het schrijven van liedjes en het opnemen
van die songs. Hij stuurde ons meteen 2 resultaten van die ijverige bezigheid
toe: een uit 5 nummers bestaande ep-tje getiteld “Different State Of Mind”
en zijn recentste full-cd “Wenonah”. Dat debuutalbum werd geproduceerd
door zijn vriend Ben Kyle die zelf ook actief is in de muziekbusiness met zijn
groep Romantica. Ook een serie andere vrienden werd uitgenodigd voor de opnames
die plaatsvonden in een huiskamer die dienst deed als studio. “Wenonah”
bevat 14 songs die vrij sober gearrangeerd zijn met een minimum aan instrumenten.
Hier en daar wordt het zangwerk ondersteund door een akoestische gitaar, een
mondharmonica of een viool. Voornamelijk toegevoegd om de emoties in het nummer
wat expressiever in de verf te zetten. De vooral uit country- en folkliedjes
bestaande songlist benadrukt de aandacht die Benjamin Tucker wil geven aan de
teksten van zijn liedjes. Zijn mooie stem wordt bijgestaan door harmony vocals
van o.a. producer Ben Kyle, Robin Kyle en Jayanthi Kyle. Twee songs op het album
draagt hij op aan zijn muzikale voorbeelden: zo is “I’ve Been There”
voor John Prine en “Very Own Hometown” voor Bob Dylan. Alle nummers
worden gekenmerkt door goed verzorgd en mooi zangwerk, vooral de titeltrack
“Wenonah”, “Love Will Not Fail” en “Old Town Square”
waarin ook een vrij naakt maar indringend vioolgeluid de aandacht weet te trekken.
Het countrygetinte “Selma” verschilt wat meer van de rest van de
liedjes op dit album. “Harvest Time” en afsluiter “Mourning
Dove” tonen aan dat Benjamin Tucker ook regelmatig naar een akoestische
Springsteen heeft zitten luisteren. Zijn eigen songs mogen er allemaal zijn.
Ik denk ook dat hij de muzikaliteit van die liedjes bewust sober heeft gehouden
om ze in de gewenste sfeer te kaderen. En toch blijft er de knagende vraag over
hoe die songs zouden geklonken hebben mochten ze zijn opgenomen met een volledige
orkestparticipatie. Misschien zullen we daarvoor op toekomstig werk van deze
talentvolle kerel moeten wachten. Ik wou ook nog even gauw meegeven dat mijn
persoonlijke lievelingssong op het ep-tje staat en “True” heet.
(valsam)

LUCIEN
LAMOTTE
WHEN YOU GO
Website - Contact
Label: eigen beheer
Cdbaby
Wat
sommige muzikanten ertoe drijft om gelijktijdig met de uitbouw van een klassieke
carrière een muzikale zijweg in te slaan, wegmarkering singer-songwriterschap
is niet direct duidelijk. Maar met ‘When You Go’ bewijst Lucien
La Motte dat er op aangeboren muziektalent geen grenzen staat. Zijn drijfveer
is vermoedelijk te zoeken in zijn persoonlijk statement. Bondig kan dit worden
samengevat als de intentie om ‘elke gelegenheid aan te grijpen om zijn
vaardigheid als composer, performer en docent verder te ontwikkelen, om aldus
een dialoog aan te kunnen gaan met de wereld en de complexiteit van het menselijk
bestaan beter te begrijpen’. Een streefdoel dat normaal verschillende
generaties omvat met telkens herbeginnen. Maar La Motte is dan ook al vroeg
begonnen met de exploratie van zijn talent. In de eerste plaats is hij een klassieke
muziekschrijver in brede zin, want zijn composities zijn veelzijdig. Hij schreef
o.m. kamermuziek, concertmuziek voor orkesten, stukken voor jazzcombo’s,
improvisaties voor trio’s en uitwisselingsprogramma’s. Hij verwerkte
poëzie in muziek, schreef stukken voor piano, cello’s, marimba’s
en vocalen, zette conversaties tussen fluit en klarinet op muziek, schreef variaties,
frames, rondo’s en andere muzikale kleinoden. Met zulk een talent viel
hij dan ook vaak in de prijzen. Afgestudeerd aan de universiteit in San José
richting muziek/composities, geeft hij nu zelf les aan studenten in de San Francisco
Bay regio, privé of in colleges. Daarnaast is Lucien La Motte een vermaard
en uitstekend gitarist. Zoals hij bijv. ‘Recuerdos de La Alhambra’
van Francisco Tarrega vertolkt, op zijn solo akoestische album, moet hij niet
onderdoen voor Julian Bream. Ook in de studio, op het podium of op Jazzfestivals
boeit zijn gevarieerd gitaarspel. Hij opende voor de meest diverse artiesten,
gaande van Chaka Khan tot de reggaemuzikanten Don Carlos en Ziggy Marley en
speelt zelf in jazzcombo’s of in het wereldmuziekensemble ‘Brother
Sun’. Zijn palmares oogt dus indrukwekkend. En nu komt daar nog een album
bij als singer-songwriter dat hijzelf producete. Daarop tien songs, waartussen
twee instrumentale improvisaties, die hij met een zoetgevooisde stem zingt in
een sfeer die wat aan de combinatie Slaid Cleaves-Jackson Browne doet denken.
Op ‘When You Go’ verwerkt hij vele invloeden, gaande van pop, over
folk en americana tot meer jazzy tunes. Je zou van een warm dekentje kunnen
spreken, indien ook de sociale kritiek af en toe niet opdook zoals in het bittere
‘State Of Misery’. Dit alles weet veelzijdige Lucien La Motte te
omwikkelen met een rijkdom aan instrumenten: akoestische en elektrische gitaar,
mandoline, lapsteel, pedaalsteel, keyboard, bas en drum. Hij speelt deze allemaal
zelf en laat de melodische lijnen vloeiend aansluiten bij de thema’s over
liefde, aanklacht en hoop. Geen uitschieters op deze cd, maar ’24 Frames’
zou ik toch graag als verzoeknummertje vragen bij de betere radiozender. En
met het nostalgische ‘When You Go’ herinnert de songwriter nog eens
aan het vluchtige van alles, al blijven zijn songs wel in de lucht zweven.
Marcie

FRANK
CRITELLI
WALTZING THROUGH QUICKSAND
Website - Myspace
- Contact
Label : Thin Man Music
CD-Baby
“Een
woordkunstenaar, dichter, verteller van verhaaltjes die helemaal alleen op het
podium zijn nummers met een rauwe emotionele eerlijkheid brengt, maar ook met
regelmatig een kwinkslag om het dagelijkse leven wat te relativeren. Zonder
meer mooi in zijn eenvoud”. Zo beschreef ik Frank Critelli in januari
2007 toen ik een bespreking maakte van zijn vorige cd “Before You Break”.
Hoe profetisch die woorden toen waren wordt nog maar eens bewezen op de nieuwste
plaat van deze singer-songwriter uit New Haven, Connecticut, USA. “Waltzing
Through Quicksand” is de zesde studioplaat en al de tiende cd van deze
rasartiest die zelf zegt al meer dan 1000 optredens achter de rug te hebben.
Hij deelde het podium doorheen de jaren met grote namen als Arlo Guthrie, Joan
Baez, John Sebastian, Richard Thompson, Steve Forbert en The Hooters. Ondanks
zijn beroep als leraar Engels in een lokale middelbare school schrijft hij ook
al zijn hele leven lang liedjes en zijn onuitputtelijke bron van verhalen -
verzonnen of uit het eigen leven gegrepen - is bijna legendarisch te noemen.
Vanzelfsprekend moet de luisteraar op deze recente cd geen onuitgegeven nieuwigheden
verwachten maar daarentegen wel meer van het goede dat hij ook al op zijn vorige
platen etaleerde. Twaalf knappe liedjes die hij heeft opgenomen met de drie
vaste begeleiders bij zijn live optredens: drummer Rich Suarez, toetsenist/percussionist/mandolinespeler
Shandy Lawson en bassist/elektrisch gitarist Don Horton. Enkele titels om voor
te beluisteren op de CD-Baby site: “What I Did”, “Only She
Knows”, “Goodbye (Hello)”, het erg knap gezongen en heerlijk
voortkabbelende walsje “On”, de Beatlesque songs “Orbiter”
en “Come Away” en de mooie afsluitende ballad “Have A Good
Time”. Alweer een klasseplaat maar we hadden eerlijk gezegd niets minder
verwacht toen we het schijfje in handen kregen. Sommige artiesten hebben nu
eenmaal die gave dat ze geen zwakke nummers kunnen schrijven en Frank Critelli
is zo een artiest. “Waltzing Through Quicksand” is alweer een heel
aangename plaat.
(valsam)

WYCKHAM
PORTEOUS
3 AM
Website - Myspace
Distr.: Hemifran
Label: Cordova Bay Records
Nieuw
is "3 AM", het album van Wyckham Porteous. Evenzeer kan je er van
op aan dat dit weer een uitstekend album is met 12 klassesongs van de man met
een stem die men uit de duizenden herkent. Ik heb Porteous leren kennen in 1995
toen ik zijn CD "Looking For Ground" - overigens geproduceerd door
Jimmy Lafave - ergens in een uitverkoopbak heb gevonden en waarvan ik me nu
nog steeds afvraag hoe zo'n mooie CD ooit in die bak terecht kon komen. In de
winter van 2006 werd "3 AM" opgenomen in Vancouver en geproduceerd
door Andrew Loog Oldham, die nog maar net zestien was toen hij de school verliet
om te gaan werken voor de modeontwerpster Mary Quant. Tegelijkertijd hielp hij
Brian Epstein om de Beatles te promoten en nadien was hij een tijdje de manager
van de Rolling Stones. Wyckham Porteous zelf is door de jaren heen een begenadigd
zanger en songschrijver geworden die voornamelijk Americana-muziek brengt. Voor
dit album heeft hij enkele goede covers geselecteerd zoals "Please, Please
Me" (Beatles) dat hij brengt in een countryachtige trage haast onherkenbare
versie die zeer goede respons kreeg bij de luisteraars van enkele BBC1-radioprogramma's.
Mij doet hij in dit nummer even denken aan Neil Diamond wiens stem in dezelfde
regionen tewerkgesteld is. Een andere uitstekende cover is ook Hungry Heart
(Bruce Springsteen) waarvan hij hier een heel eigentijdse ooh wah wah-versie
brengt op "3 AM". Afsluiters op dit album zijn een versie van Ben
E. King's "Spanish Harlem", een song die overleeft in alle mogelijke
versies maar waarbij Wyckham Porteous hier eigenlijk geen toegevoegde waarde
weet te creëren en een piano mix van het reeds vernoemde "Please,
Please Me". Bij het eerste nummer op dit album "Deep Into The Water"
geeft hij al meteen zijn visitekaartje af in een song die ik zelf ook wel zou
willen kunnen schrijven. Ook andere eigen songs kunnen de tand des tijds zeker
doorstaan, zoals bijvoorbeeld "Harper's Ferry" met een heerlijke op
accordeon gebaseerde sound. Ook "Teach Me Tonight" is zo'n mooi in
al z'n eenvoud jazzy laid-back liedje dat je een heel goed gevoel bezorgt en
je blij maakt. De titeltrack "3 AM" gaat over eenzaamheid en het gevoel
om je geliefden te missen. Kwaliteitsalbum met warme liefde gemaakt, dat kan
je zo horen. Dus aan te bevelen.
(valsam).


JAY
SEMKO
LIVE AT THE ROYAL SASKATCHEWAN MUSEUM / REDBERRY
Website - Myspace
- Contact
Label : Smoothwater Records
CD-Baby (live) - CD-Baby
Wat zijn wij
toch gelukszakken bij Rootstime. Van over de hele wereld krijgen wij zomaar
schitterende muziek toegestuurd door artiesten die hopen dat wij wat aandacht
aan hun muzikale werkstukjes willen besteden en het hopelijk ook nog allemaal
goed vinden. Promotie maken voor sommige artiesten is echter helemaal niet altijd
even moeilijk. Zo kregen we ineens twee cd’s opgestuurd door Jay Semko:
zijn nieuwste live-album “Live At The Royal Saskatchewan Museum”
uit 2008 en ook een exemplaar van zijn laatste studioalbum “Redberry”
uit 2006. En laat dat nu ook nog eens toevallig allebei prachtplaten zijn van
deze Canadese singer-songwriter en bassist bij de lokaal zeer populaire popgroep
“The Northern Pikes”. De live cd bestaat uit elf songs die in maart
2007 in een theater in Regina, Saskatchewan werden opgenomen met de muzikale
begeleiding van een vijfkoppige formatie. De liedjes zijn tracks uit de “Redberry”-cd
afgewisseld met 2 songs uit de al in 1995 opgenomen en in 2005 heruitgebrachte
eerste soloplaat ” Mouse”: “Strawberry Girl” en “Mouse
In A Hole”. Ter afsluiting staan er ook nog twee songs op die eerder werden
opgenomen met zijn groep “The Northern Pikes”: “Things I Do
For Money” en “Girl With A Problem”. Jay Semko schrijft ook
muziek voor tv-series (o.a. voor “Due South”) en zijn liedjesteksten
zijn ook vaak uitgesponnen verhalen over de liefde in goede en minder goede
tijden. Country en folkrock vormen de muzikale fundamenten voor de meeste songs.
De pedal steelgitaar van Warren Rutherford is in bijna elke song aanwezig maar
ook de akoestische en elektrische gitaren komen veelvuldig aan bod in de meestal
wat laidback gespeelde nummers. Op de “Redberry” studioplaat wordt
Jay Semko vocaal ondersteund door Serena Ryder en Therese Sokyrka, niet toevallig
beiden ook woonachtig in Saskatchewan. Enkele nummers tonen ons een romantische
en sentimentele zanger die vertelt wat hem beroert en zijn emoties overheerst.
Prachtige liedjes zijn “Saskatoon Smile”, “Come Across The
Water”, “Don’t Deserve It”, de swingende countryrocksong
“Happy With Nothing” en natuurlijk ook de bijzonder mooie titeltrack
“Redberry”. Toch vind ik persoonlijk dat de twee allermooiste liedjes
op “Redberry” niet weerhouden werden voor de live-plaat. Ik smelt
namelijk helemaal weg voor het o-zo-intrieste “Juliet Is Bleeding”
- een gedicht dat in duet gezongen wordt met Andrea Menard (wat een stem heeft
die meid!) - en ik word vloeibaar boterzacht voor de ballad “Rob Roy Room”.
Dus toch nog altijd goed dat we beide albums toegestuurd kregen voor een aangenaam
uurtje luisteren, waarvoor onze welgemeende dank aan Jay Semko.
(valsam)

BOB
URH & THE BARE BONES
SWAMP O DELIC
Website - Contact
Label: Green Cookie Records
Een dikke twee jaar geleden bracht Bob Uhr samen met The Bare Bones het album "Hoodoo Garage" uit. Een geweldige plaat waar ik nog steeds van onder de indruk ben. Bob Urh (lead vocals, gitaar, percusie, drums), Greg Clarke (drums, percusie), Tony Matura (vocals, gitaar, bluesharp), Ed Smith (gitaar), Kyle Dollinger (toetsen, drums) en Tara McMunn (bas, toetsen) zijn na verloop van tijd alleen maar gegroeid. Het zal me niets verbazen dat dan ook hun nieuwe album, "Swamp O Delic", hele ogen zal gaan gooien in de lijst van favoriete platen van het huidige charts. Alleen die hoes al, die past absoluut perfect bij de plaat. Als je Bob Urh op de cover met zijn gitaar ziet staan dan vrees ik dat hij de doden tot leven wekt. Muzikaal rammelt "Swamp O Delic" zoals de voorganger charmant aan alle kanten met hun wel bekende recept: ouderwetse r&b en garagerock. De vijftien songs zijn afwisselend en ronduit sterk. Al lijkt het dat op deze nieuwe plaat Bob Urh zich meer heeft afgezonderd en zijn ruwe muzikale schetsen heeft opgenomen op een analoge tape; en daarbij zijn Bare Bones heeft buitengesloten. Er wordt wat getokkeld op een gitaar en gemompeld in een microfoon. Het vergt tijd om te bevatten wat er daadwerkelijk gebeurt. Langzaam maar zeker trekken de mistflarden op boven het drassige geluid van Bob Urh en worden de contouren van half uitgewerkte nummers langzaam maar zeker zichtbaar. Het wordt duidelijk waarom de band The Bare Bones wordt genoemd, ieder nummer wordt uitgekleed tot op het bot wat een fascinerend resultaat oplevert. Pyscho Garage noemt hij zijn muziek zelf, maar ik heb meer het gevoel dat de duivel in hem is getreden. Voor de avontuurlijk ingestelde muziekliefhebbers is deze schijf helemaal om de vingers bij af te likken. Op "Swamp O Delic" staan songs die in geen enkele categorie passen. Zijn eigen songs met spookachtige verhalen worden afgewisseld met Hank Williams' "Ramblin Man", met hierin de plaats voor een minimalistische piano. Hank Williams, zeker een vergelijking, maar denk ook Jeffrey Lee Pierce, Robert Johnson, Tom Waits, denk daarbij niet dat hij het pad van deze voorbeelden volgt want Bob Urh volgt zijn eigen pad. Liefhebbers weten dan vast wel genoeg.

DOUGHBOYS
IS IT NOW?
Website - Myspace
Label : RAM Records
Distr. : Sonic Rendezvous
Hoog
tijd voor een stevige portie nostalgie bij Rootstime waar het overgrote deel
van de redactie een leeftijd heeft bereikt die toestaat om weemoedig even terug
in de tijd naar “those good old days” te kijken. In de jaren zestig
waren “The Doughboys” veruit de meest populaire groep van New Jersey,
gesticht in 1964 als “The Ascots” en hun naam veranderend in 1966.
Ze traden destijds op in aftandse legerkostuums uit de eerste wereldoorlog en
hun Americana rocksongs stonden wekenlang bovenaan de hitlijsten. Hun twee singletjes
“Rhoda Mendelbaum” en “Everybody Knows My Name” groeiden
ondertussen uit tot erkende klassiekers in de Amerikaanse popgeschiedenis. In
die gouden periode traden The Doughboys samen op met artiesten als Neil Diamond,
The Beach Boys, Billy Joel en Grand Funk Railroad en waren ze de huisband in
het legendarische Café Wha? In Greenwich Village. De charismatische zanger
Myke Scavone had nadien nog een bijzonder succesvolle carrière als zanger
van de hardrockgroep Ram Jam die de oudere rockers onder ons zeker nog kennen
van de wereldhit “Black Betty”. Ook drummer Richard X. Heyman was
behoorlijk succesrijk door zijn werk met Brian Wilson en Ben E. King en bassist
Mike Caruso scoorde naast Tommy James en Jimmy Hendrix. Gitarist Gar Francis
tenslotte was ook actief in het hardere werk via Billy Idol en de Stones covergroep
“Sticky Fingers”. Wel, The Doughboys zijn onlangs terug samen gekomen
op initiatief van Nancy, de vrouw van Richie Heyman en ze hebben de wereld nu
verblijd met een splinternieuwe cd: “Is It Now?”. Weliswaar zonder
de oprichter van de originele groep want gitarist en songschrijver Willy Kirchofer
is in 2005 plots overleden. Zijn rol wordt hier door Gar Francis op voortreffelijke
wijze overgenomen. Het album wordt door de bandleden wel respectvol opgedragen
aan hun veel te vroeg overleden vriend. De verfrissend klinkende cd is een plezier
voor de liefhebbers van recht-voor-de-raap rock’n’roll en kan als
voorbeeld dienen voor alle pas beginnende ruige knaapjes. Hier valt op korte
tijd voor een prikje ontzettend veel te leren voor jonge nieuwkomers. De twaalf
songs op “Is It Now?” konden evenzogoed in de swinging sixties opgenomen
zijn want die tijdsgeest zit in elk nummer vervat. Pure garagerock en rock’n’roll
in de stijl van The Rolling Stones in hun allerbeste dagen (en dat is toch ook
al enkele decennia geleden). The Doughboys coveren er ook schitterend op los:
“Ain’t Gonna Eat My Heart Out Anymore” dat we vooral kennen
van The Rascals, “Down Home Girl” een hit uit 1964 voor de Stones,
“I’m Cryin’” van The Animals en “Route 66”,
de originele song van Bobby Troup maar vooral in de sixties-hitparades gezongen
door de Stones zelve. Stukken beter dan de versie van Mick Jagger en de Rolling
Stones is “That’s How Strong My Love is”, een song die vooral
door good old soullegende Otis Redding onsterfelijk werd gemaakt. Tussendoor
zitten er een hele reeks eigen nummers verweven die zelf ook de tand des tijds
zullen doorstaan: “Black Sheep”, “Too Little Too Late”
of “Maybe I’ve Gone Crazy”, “Everything That’s
Close To You” en “She Comes In Colors”, alledrie geschreven
door Gar Francis. Bob Dylan zei ooit: “je wordt niet ouder, je wordt alleen
maar beter”. Dit is absoluut een gezegde dat van toepassing is op The
Doughboys. En misschien ook wel op (valsam)