ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008


JAMES KOLE - BEST OF JAMES KOLE

ANE BRUN - CHANGING OF THE SEASONS

ERIC’S BLUES BAND - FROM TOWN TO TOWN

ROB JUNGKLAS - GULLY

DAVE MEHLING - HOW DO I MAKE YOU LONESOME?

A WHISPER IN THE NOISE - DRY LAND

QUESTAR WELSH - HEART AT A CROSSROADS

TIG WIRED - NE OBLIVISCARIS (NEVER FORGET)

BACKYARD - AMERICAN DREAM

T. MAC. - SCHMUCKSVILLE



 

JAMES KOLE
BEST OF JAMES KOLE
Website - Myspace
Label: Gibraltar Records
VIDEO 1 VIDEO 2
Cdbaby

 

James Kole is een veelzijdige artiest, hij combineert met gemak de functies van blues gitarist, folk singer en rockabilly muzikant tot en met maker van filmmuziek en muziek voor commercials. De vier eerste songs op deze "Best Of" zijn onuitgegeven songs met Mario Desantis op bas en Matt Indes op drums. De song "Leaving Las Vegas", de laatste van dit viertal met Brian Reidinger op drums en Kevin Bowers op bas. Vier sterke rockabilly nummers, die je het stilzitten absoluut beletten. Uit 1999 stammen de drie volgende songs, meer bepaald uit zijn cd "Between Dreams". Dit is weer een heel ander soort sound wat we hier horen, het langzamere shuffle ritme zoals op "Big Orange Sun" of de slow blues "The Waiting For Blues" en "Lady On My Mind" hebben alle drie een subtiele bluesy sfeer over zich waarin James' stem zich van zijn zachtste zijde laat horen. Hadden we net de song "Big Orange Sun", dan komt nu "Atlanta 12 String Blues" uit de cd met die titel. Dit nummer is voor mij één van de beste uit deze verzamelaar, hij staat bovendien in zijn akoestische versie opgenomen tussen de vier nieuwe onuitgegeven songs en heeft vocaal een hoog Clapton gehalte. Uit "Voltage and Fidelity" komen "Only Eight" en "Al Fin", het eerste een fijne rockabilly song, terwijl het laatste, een korte instrumental, de sfeer van "Der Dritte Mann" uitademt, één van zijn filmprojecten uit de film "Dead Horse" hetgeen niet echt past tussen deze blues en rockgetinte muziek, maar laat ons niet vitten, want met "Today" zitten we weer helemaal bij de zaak, een nummer waar zowel jazzy, bluesy als rock elementen elkaar in een mooie balans vinden, dit is de enige song uit de E.P. "All Along The Watchtower" uit 2006. Uit "Liberty" (1997) stamt "A Gift Of Faith" waar eerder de singer songwriter uit zijn beginperiode naar boven komt . "Break it Down" van nog een jaartje vroeger heeft een Bo Diddley beat terwijl "Out Of The Night" van dezelfde cd "Keep on Pushin on" zuivere folk is, met mandoline en akoestische gitaar als instrumentatie. Zoals je zelf merkt, James Kole is een man waarmee je alle kanten op kan, maar duidelijk een rasmuzikant die de laatste 10 jaar uiterst productief is geweest.
(RON)



 

ANE BRUN
CHANGING OF THE SEASONS
Website - Myspace - Contact
Label : Determine Records
Distr. : V2 Music

 

Ane Brun heet eigenlijk Ane Brunvoll en is een 32-jarige zangeres en songschrijfster afkomstig uit Noorwegen en sinds enige tijd woonachtig in Stockholm, Zweden waar ze een eigen platenfirma leidt; Determine Records waarvoor ze ook haar nieuwste cd “Changing Of The Seasons” heeft opgenomen. Een optreden van Ane Brun is een intieme gebeurtenis waarbij de frêle zangeres vaak helemaal alleen haar publiek in de ogen kijkt vanop het podium, gewapend met enkel haar akoestische gitaar. Toch boeit ze het publiek op innemende wijze met haar zeer typisch stemgeluid en met de mooie, sfeervolle teksten die ze voor haar liedjes heeft neergepend. Zij heeft in het noorden van Europa al sinds geruime tijd een aanzienlijke reputatie opgebouwd en speelt elk optreden voor uitverkochte zalen. Ook wordt ze door andere artiesten regelmatig gevraagd om vocale ondersteuning op hun platen te bieden. Zo duikt ze op als backing vocaliste op de splinternieuwe cd van de Noorse cultband Madrugada en zingt ze soms ook mee op liedjes van de Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith. Haar allereerste full-cd “Spending Time With Morgan” verscheen pas in 2003 wat aangeeft dat Ane Brun een late bloeier is. Ze leerde pas in haar 21ste levensjaar gitaar spelen en dat was meteen ook het startschot voor het schrijven van eigen nummers. Gedurende enkele jaren probeerde ze haar liedjes uit als straatzangeres in de straten van het Spaanse Barcelona en San Sebastian. Een tweede cd volgde in 2005 en heet “A Temporary Dive”. In hetzelfde jaar bracht ze nog een andere cd uit met duetten, toepasselijk “Duets” geheten. De song “Lift Me” die ze samen met Madrugada zingt op “Duets” was een monsterhit in Noorwegen en leverde haar een lokale Grammy-award op als beste vrouwelijke zangeres. Vorig jaar verscheen er een live-album dat de top bereikte in de hitlijsten van alle Scandinavische landen, ook alweer met een zeer toepasselijke titel “Live In Scandinavia”. Met liedjes vol droefheid, depressieve teksten over verloren gegane liefdes en zelfs over de dood pende ze 13 songs neer voor “Changing Of The Seasons”. Deze cd werd geproduceerd door Valgeir Sigurdsson die zijn sporen eerder verdiende als producer voor o.a. Björk, Sigur Ros, Mum, Bonnie Prince Billy en Coco Rosie. In het eerste nummer “The Treehouse Song” klinkt haar stemmetje als een jonge Dolly Parton. De eerste single van dit album heet “The Puzzle”, een verhalend stukje muziek waarbij haar zangwerk bij mij herinneringen oproept aan de jonge Kate Bush. “I walked into love, I walked into a minefield I never heard of” zingt ze zo overtuigend dat je naar de telefoon wil snellen om de ontmijningsdienst te bellen voor een dringende interventie. In de titeltrack zingt ze “Restlessness is me, you see it’s hard to be safe, it’s difficult to be happy”. Het is zo’n oprechte dramatiek en treurnis die op erg breekbare wijze wordt gezongen door Ane Brun waardoor de luisteraar ongewild mee in een diepe depressie wordt gesleurd. In het nummer “Ten Seconds” wordt ze vocaal bijgestaan door Christian Kjellvander, die andere indie popster uit het Hoge Noorden. Nog meer tranen en verlatingsangst in “Don’t Leave” met de volgende tekst :”Don’t you ever leave, that is what you said to me. Do you know what it means when you plead?”. Ook de songs “Armour” en “Gillian” - een ode aan haar muzikale voorbeeld Gillian Welch - raken de aandachtige luisteraar in het diepst van zijn of haar hart. “Changing Of The Seasons” van Ane Brun kan misschien het best omschreven worden als zijnde de perfecte soundtrack voor alle tedere, gevoelige en gebroken harten.
(valsam)



 

ERIC’S BLUES BAND
FROM TOWN TO TOWN
Website
Myspace
Label: Rootsy.nu

 

Ongeveer een half jaar geleden bespraken wij de cd van de Zweedse Allen Finney, een cd die hij opnam met als begeleidingsband Eric’s bluesband, een band geleid door de jonge bluesgitarist Eric Hansson. Het resultaat was toen een erg laid back mooi werkstukje, met een heel hoog J.J Cale gehalte. Nu kregen we vanuit het Hoge Noorden deze “From Town To Town” toegestuurd, de nieuwe van Eric’s Bluesband, opgenomen in maar liefst 4 studios: de A-stream, Gigstudion en Daddy Longlegs studio. Voor de leadzang gebruikte men de Vokalkraft studio. Het cd'tje zit in een smaakvol mooi hoesje ontworpen door de bassist Tomas Klinta en de nummers zijn allemaal eigen composities. Allen Finney hielp met de lyrics, hij is namelijk Engelstalig, maar woont reeds geruime tijd in Zweden. Naast Eric op gitaar bestaat de band verder uit Henning Axelsson op keyboards en percussie, de zojuist vernoemde bassist Tomas Klinta en drummer Patrik Fackt. Deze vaste kern wordt nog eens versterkt met een hele bende gastmuzikanten op harmonica, saxofoon, trombone, trompet, backingvocals en extra percussie. Dit levert een zeer “volle” sound op voor deze bluescd, die een vernieuwende en zeer jeugdig klinkende funky blues laat horen, ver verwijderd van de 12 bar bluesbandjes die hun cd’s vullen met de zoveelste versie “Sweet Home Chicago” en aanverwanten. Niets van dit alles hier. Eigen nummers, eigen geluid. En vooral afwisseling. Daar zorgen in de eerste plaats de blazers voor, die het geheel iets aparts geven. De tempowisselingen en breaks en de mooi klinkende slide van Eric die regelmatig voor boeiende momenten zorgt. Het beste voorbeeld hiervan is de tweede song, en tevens titelsong “From Town To Town” met op het einde een distorted saxofoonsolo die het nummer een uiterst modern tintje meegeeft. Ook “I’m A Man” een eigen compositie en geen cover van gelijknamige hitsongs met dezelfde titel is een sterk nummer met sterke funky gitaarpassages. De slide die “Girl please Don’t Cry” opent bezorgt je kippenvel, en klinkt heel desolaat en sfeervol, prachtig geruggesteund door een mondharmonica, maar tevens toont dit nummer een van de kleine zwakheden van deze cd: Eric’s stem mist spijtig genoeg wat kracht en ruigheid, iets wat deze voor de rest uitstekende song op een niveau hoger zou kunnen tillen. En dit is spijtig genoeg in enkele songs zo, maar dit is dan ook de enige kritiek op deze voor de rest zeer overtuigende bluesplaat. “Tears Running“ bijvoorbeeld , een Texaanse boogie met wat lichte SRV invloeden, maar minder stereotiep dan de meeste songs in die stijl, omdat hier de gitaar toch ook evenzeer BB.King in herinnering brengt en de blazers dat alleen maar versterken. De mooie met resonator gebrachte akoestische song “Another Sad Goodbye” is nog een hoogtepunt, net als “Glass Of Water”, nog een shuffle met Stevie Ray’s signatuur. Neen, deze jongens komen er wel, en de stem van de jonge Eric zal ook nog wat rijpen, al was ’t maar door het velen optreden in rokerige bluesclubs, zoveel is zeker.
(RON)



 

 

 

ROB JUNGKLAS
GULLY
Myspace
Label: Madjack Records
Distr.: Bertus

 

De belangstelling voor blues is tegenwoordig weer groot. Niet de gepolijste versie van BB King of Robert Cray, maar de authentieke countryblues uit de jaren dertig van de vorige eeuw staat in de belangstelling. De muziek van Rob Jungklas komt uit het mythische, diepe zuiden van Amerika en verwijst naar kruispunten, Robert Johnson en andere wegbereiders van de blues als Son House, Furry Lewis, Sid Selvidge en Blind Willie Johnson. Maar Jungklas is geen schaamteloze imitator. In de pers wordt zijn muziek hoodoo-blues en folk met soul genoemd. In 1986 verscheen zijn debuut album "Closer to the Flame" voor het label Manhattan Records en drie jaar later "Worksongs for a New Moon" (RCA/BMG), twee intussen vergeten platen maar wel platen die wellicht hun tijd iets te ver vooruit waren. Met zijn derde album "Arkadelphia" (2002) kwam hij terug na een leemte van vele jaren en liet hij horen dat hij de traditie nog steeds op zijn eigen manier wil voortzetten. Deze plaat kreeg echter juichende kritieken in Americana kringen, en was voor Lucinda Williams aanleiding om Rob mee op tournee te nemen. Zijn bezwerende klaagzangen gaan samen met de invloeden van de muzikale elementen en cultuur dewelke 'the southern delta' omringen. Met de duivel op zijn hielen, de apocalys verkondigend. Toongezet met gemene bluespatronen en welhaast barbaarse gitaarescepades ertussen door gevlochten. In de Rolling Stone schreef een recensent over deze cd "Arkadelphia": "een aangrijpend document vol bloederige bottleneck gitaar en gesmoorde gebeden, waarbij het lijkt of Nick Cave gevangen zit in de lange, donkere gangen van Bob Dylan’s Time Out of Mind." En nu keert hij terug met "Gully", ruim vijf jaar na het vorige. We hopen dat deze cd niet hetzelfde overkomt als zijn voorgangers, want het is - en we wegen onze woorden - een meesterlijke plaat. Bijbelse symboliek, moord en wraakgevoelens gaan hier tijdens deze pikdonkere elf tracks met elkaar in de clinch. Jungklas zingt het allemaal met een prachtige, hoge, wanhopige en woeste stem, speelt gewoon de blues met dezelfde verontrustende gedrevenheid als de hoger vernoemde Nick Cave, maar soms is het net of we op het muzikale erf van Tom Waits rondlopen. De begeleiding bestaat uit vertraagde folk- en bluesriffs, vervormd gitaarlawaai, een jankende lap steel en een vermoeid stampende voet. Zijn thema's blijven even verscheurend en tragisch als zijn zang en gitaarspel. Intens en beklemmend, zonder relativering. Het resultaat is een wanhopige en fascinerende plaat, wat agressiever dan "Arkadelphia", maar het blijft een donkere, melancholiek stemmende soundtrack, die echter over een ongekende zeggingskracht beschikt.



 

 

DAVE MEHLING
HOW DO I MAKE YOU LONESOME?
Website - Myspace - Contact
Cdbaby

 

Af en toe maak je het mee dat je verstomd staat van een debuutalbum en je afvraagt waar die jonge gast die maturiteit vandaan heeft gehaald. Met Dave Mehling val je twaalf maal van de ene verrassing in de andere en niet alleen omwille van zijn knap pianospel, maar ook op grond van zijn schrijverstalent en zijn zangstijl. Op ‘How Do I Make You Lonesome?’ staan een dozijn songs die stuk voor stuk het gemoed beroeren of naar het hart doorstoten. ‘Tremble’ en ‘When I’m Dead’ zijn er zo twee. Zeldzaam om bij een twintiger dergelijk talent aan te treffen. Niet alleen zingt hij vol zelfvertrouwen, maar zijn pianospel is werkelijk indrukwekkend en past perfect bij de introspectieve songteksten en zijn wendbare stem. Daarnaast speelt hij elektrische en akoestische gitaar, waarbij hij de Gibson gitaar van wijlen zijn oom liefdevol onder handen neemt. Hij krijgt het gezelschap van percussionist Jeramie Olson en bassist George Ellsworth op dit gevarieerd album dat hij trouwens zelf producete samen met Eric Swanson. Het begint al met ‘Idaho’, geschreven voor een vriend, die de deur open zet om alle vuur en emotie binnen te laten die Dave verder weet op te wekken. Het album roept diezelfde bevreemdende sfeer op als op de albums van bijvoorbeeld Krista Detor, die als zijn vrouwelijke evenknie mag beschouwd worden. Dave is afkomstig van Duluth in Minnesota en begon al op 16 jaar te spelen en demo’s op te nemen. Hij zit in datzelfde muziekschuitje waarin ook Damien Rice, Josh Rouse en A.J. Croce zich een weg roeien. Het album werd opgenomen in de Sacred Heart Studios en komt over als een spontaan proces, wat vermoedelijk bedrieglijk is. Want bij de poëtische teksten en afwisselende arrangementen is ongetwijfeld nagedacht. Dave wisselt melodische pop af met zachte rock, intieme americana en jazzy tunes, zoals in ‘Setting Sun’. Eén song die ik zou willen voordragen voor een Award nominatie is het melancholische ‘Everyone You Know’ over de droeve waarheid van verbroken relaties. De song begint met gevoelvol pianospel om dan uit te barsten in een toetsenturbulentie van emoties. Het introverte pakkende ‘Tremble’ sluit daar naadloos bij aan. Knap en moeilijk te bevatten dat al die talenten gebundeld zitten in één jongen, pas in de lente van zijn leven.
Marcie



 

A WHISPER IN THE NOISE
DRY LAND
Website - Myspace - Contact
Label : Exile On Mainstream / EU : Southern Records
Distr. : Bang!
CD-Baby

 

 

West Thordson is het alter-ego van de formatie A Whisper In The Noise (AWITN) uit Minneapolis, Minnesota. De sound van hun muziek is eerder donker, melancholisch, teneergeslagen en van zeer subtiele arrangementen voorzien. Naast de gebruikelijke gitaar, bas, drums en keyboards breidt de groep de pallet aan instrumentarium uit met cello, viool en French horn. AWITN bracht in 2003 een eerste album uit met live opnamen, getiteld “Through The Ides Of March” en drie jaar later volgde een eerste studioalbum “As The Bluebird Sings” met daarop een memorabele versie van de Dylan-klassieker “The Times They Are A-Changin’”. De groep bestaat nu uit vijf leden waarbij Hannah Murray en Rebecca Farmer voor de vioolklanken instaan, Megan Irwin vocale ondersteuning geeft aan West Thordson en zijn broer Matt Irwin drums, gitaar en synthesizer bespeelt. Tijdens hun live optredens gebruiken ze visuele aspecten als video, foto en film waardoor AWITN ook wel eens het label “art rock” opgekleefd krijgt. Opener “As We Were” vertoont alvast Genesis-achtige klankkleuren. De meeste nummers op “Dry Land” zijn filmisch van opbouw en de klanken werden zorgvuldig geselecteerd om een bepaalde – niet direct optimistische - sfeer op te wekken bij de luisteraar. Deze cd werd geproduceerd door Steve Albini, een long time vriend des huizes bij AWITN. De eerste 2000 exemplaren van “Dry Land” werden als limited edition eigenhandig verpakt door Matt Irwin en West Thordson in meer dan 100 jaar oud papier dat ze eerst overvloedig met koffievlekken hadden besmeurd, dan gedroogd en daarna bedrukt. Die beperkte oplage was al snel uitverkocht en de hieropvolgende exemplaren zitten in een eenvoudig gehouden kartonnen hoesje. Maar het gaat AWITN toch voornamelijk om de muziek. “A New Dawn” is een song die instrumentaal knap in elkaar gestoken is en voorzien van mooi zangwerk. “This Time, It’s” is daarna echter weer een zeer melancholische pianosong. Dat pianowerk is overigens vaak heel klassiek uitgewerkt. De teksten zijn nadrukkelijk donker en hebben poëtische overdenkingen over verloren liefde, woede over culturele onrechtvaardigheden en over hebzucht als onderwerp. De klagerige melodieën accentueren al die gevoelens nog sterker waardoor “Dry Land” zeker geen vrolijke plaat is geworden, hetgeen allicht ook niet tot de doelstellingen van AWITN behoorde. Af en toe gaat het er zelfs behoorlijk chaotisch en apocalytisch aan toe zoals in “Sons” en “Armament”. “You, The Orphan” is wat meer toegankelijker en met wat goede wil kan je een vergelijking doortrekken naar de drijvende songs van Arcade Fire. De Low-achtige piano-sfeersong “Beauty’s Grace” kan ook behoorlijk boeien en hun interpretatie van “True Love Will Find You In The End” - een song van Daniel Johnston - kan op zijn minst beklijvend en intrigerend genoemd worden. Voor fans die graag nog eens stevig in de dieperik geduwd willen worden en er pseudo sado-masochistisch ook nog van kunnen genieten willen we drie concerten van AWITN in België aanbevelen: op 15 maart in de Vk* (Vaartkapoen) in Brussel, op 17 maart in STUK te Leuven en op 18 maart in de Gentse Vooruit. Aangeraden wordt om je vrolijke smoel thuis te laten want die zal tijdens deze concerten toch helemaal uit den boze zijn. Een must voor depressievelingen.
(valsam)

A WHISPER IN THE NOISE LIVE

15 maart : Vk* (Vaartkapoen), Brussel

17 maart : STUK, Leuven

18 maart : Vooruit, Gent



 

 

QUESTAR WELSH
HEART AT A CROSSROADS
Website - Myspace
Label : Real Recording NYC
CD-Baby

 

In New York vindt Questar Welsh een ideaal afzetgebied en een thuishaven voor de liedjes die zijn voorkeur wegdragen. Hij heeft er al een indrukwekkend verleden van meer dan 30 jaar op zitten in de lokale muziekscène. Als grote fan van de countrymuziek van o.a. Hank Williams besloot hij op een dag om zelf te gaan proberen akoestische gitaar te spelen en zijn eigen liedjes te schrijven. Maar tijdens zijn studies werd hij verliefd op het fellere geluid van de elektrische gitaar en oefende hij dat instrument op songs van o.a. The Beatles en Led Zeppelin. Nadat hij naar New York verhuisde om het helemaal te gaan maken in de muziekwereld vond hij al snel werk in Sound Heights, een opnamestudio waar hij de hele dag met zijn favoriete hobby kon bezig zijn. Als de studio niet in gebruik was mocht hij zich er verder bekwamen in opnametechniek. Tenslotte groeide hij uit tot een veelgevraagde audio-engineer en mocht hij muzikale werkstukjes opnemen die als achtergrond fungeerden bij o.a. handelsbeurzen. Ondertussen werkte hij ijverig aan een serie eigen liedjes die hij doorheen de jaren bleef verfijnen en verbeteren tot ze de kwaliteit hadden die we nu kunnen horen op zijn eerste album “Heart At A Crossroads” met twaalf eigen composities uit de voorbije tien jaar, variërend in genre van rock’n’roll over klassieke rock tot hedendaagse countrymuziek. Midden 2008 komt er al een nieuwe cd uit van Questar Welsh onder de titel “On Your Own”. Sinds enige tijd staat hij ook op het podium als gitarist bij de Eric Stuart Band. In de twaalf zelfgeschreven songs op “Heart At A Crossroads” toont Questar Welsh dat hij erg veel aandacht besteed heeft aan de melodie van de liedjes. “Another Lonely Sun Goes Down” en “The Way The Cards Fall” zijn moderne uptempo popsongs. “I Wish I Could Forget” en “Someday” zijn eerder ballads van het betere soort. Countryrock vormt de toon van ”Dreaming” en “She’s Gonna Be Mine”. Voor ondergetekende blijft echter maar één song echt hangen en dat is de knap georchestreerde en uitstekend gezongen song “Somebody”. Alle composities vallen onder de noemer Americana met een flinke scheut moderne pop te katalogeren. En daar moet je als luisteraar al echt van houden om dit album van Questar Welsh te appreciëren.
(valsam)



 

 

TIG WIRED
NE OBLIVISCARIS (NEVER FORGET)
Website - Myspace - Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

Tig Wired is een Canadees project van Colin en Chris Campbell, twee broers uit Victoria die beweren vooral muziek te willen maken voor de werkende klasse in de bouwnijverheid, gaande van loodgieters over pijpfitters tot lassers. Muzikaal tappen ze daarvoor uit diverse genre-vaatjes zoals R&B, blues, country, rock en reggae. Colin Campbell is al zo’n 35 jaar professioneel muzikaal actief en geeft daarnaast muziekles aan beginnend Canadees talent. De bezongen onderwerpen op “Ne Obliviscaris” gaan over het dagelijkse leven en de dagelijkse overlevingsstrijd van de “working class people”. De titel van de cd betekent “vergeet nooit” waarmee de Campbells bedoelen dat je je afkomst nooit mag vergeten of verloochenen, ook niet als je door hard te werken succesvol bent doorgegroeid in de maatschappij. “There’s A Wild One Going On” is de eerste song op deze plaat, gevolgd door “Shutdown Blues”, niet toevallig een bluesnummer met veel mondharmonicawerk. Op “Driving Back To Your Arms” geven de broertjes van jetje op diverse blaasinstrumenten zoals trompet, saxofoon en bugel. Daardoor krijgt dit nummer een behoorlijk pak Motown-soulsound aangemeten. “You Give Me No Reply” is een Stonesachtige ballad met knap zangwerk van Colin Campbell in pure Mick Jaggerstijl en een gitaarlick à la Clapton. “Gravy Train” en “A Happy Start” kabbelen een hele tijd zachtjes verder op een reggaeachtige ritme. Het volgende genre dat wordt aangeboord is jazz in “Some Things Aren’t Meant To Last” en in “Waiting For My Life To Begin”. Daarna is het tijd voor country in “When I Get To Feel This Way” en “It’s This Job I Do”. “Ne Obliviscaris” (Never Forget) is een beetje van alles. Misschien is het dat wat me dwarszit en had ik liever een keuze voor een bepaald genre gezien. Maar de werkende klasse houdt misschien eerder van veel afwisseling en dan worden ze met deze plaat op hun wenken bediend door de broertjes Campbell.
(valsam)



 

 

BACKYARD
AMERICAN DREAM
Website - Myspace - Contact
Label : Wuli Records
CD-Baby

Backyard is een Amerikaanse groep uit de regio Chicago, Illinois die in 1998 werd opgericht tot een zeskoppige formatie, bestaande uit muzikanten die allen kunnen bogen op een lang verleden in de muziekwereld. De stem van zangeres Hanan Hall is het typerende kenmerk van Backyard maar het is Art Miller die de meeste songs op “American Dream” heeft geschreven en de basgitaar hanteert bij de vele optredens van de band in Amerika. Hun eerste cd dateert uit 2002 en heet “Seven Days”. Nu volgt er dus een tweede full-cd onder de titel “American Dream”. Veruit de sterkste song op dit album is de single “Mercy” waarop de soms op Tina Turner lijkende stem van Hanan Hall het best tot ontplooiing kan komen. De muzikale basis van de liedjes van Backyard bevindt zich in blues, rock, country en rockabilly, genres die allemaal ergens aan bod komen in de dertien songs van dit album. “Trouble” heeft zo’n typische bluesgitaarsound en de titeltrack “American Dream” rockt stevig weg. Ik kan me voorstellen dat je met deze sound heel succesvol kan optreden in diverse Amerikaanse clubs en op lokale festivals, maar voor onze Europese normen ligt dat waarschijnlijk wat moeilijker. De countrysound van “Tell Me I’m Right” is daarentegen veel makkelijker te absorberen voor liefhebbers van dit genre. De ballad “Precious Time” en het catchy “True Love” zouden op ons continent zeker ook nog op regelmatige airplay kunnen rekenen. Door de band genomen zou Backyard in Europa een behoorlijk succesvol balorkestje zijn dat feestjes en parties vlot zou kunnen entertainen en de fuifgangers het beste van zichzelf zou kunnen doen geven op de dansvloer. Maar eerlijk is eerlijk, deze jongen zal daar dan niet tussen staan.
(valsam)



 

 

T. MAC.
SCHMUCKSVILLE
Website
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

T. Mac. is een pseudoniem voor Terence McCartney die op zijn recente plaat geen hulp meer toelaat voor de opnames van zijn liedjes. Alles doet hij zelf, van songschrijven tot zingen, opnemen en produceren. “Schmucksville.” is een magische reis doorheen een landschap van ritmes en verzen, die eerder lyrische composities zijn van verhalen die hij via zijn songs wil vertellen. Af en toe met akoestische gitaarbegeleiding en meestal via elektrische gitaarklanken probeert hij de aandacht van de luisteraars te grijpen en hun respect voor zijn nummers af te dwingen. Nochtans heeft T. Mac. in het verleden niet altijd alles zelf gedaan want hij heeft er meerdere jaren op zitten als muzikant en zanger in diverse groepjes. Live optreden doet hij niet meer, enkel nog in de luwte van zijn privé studio werken aan zijn nieuwe composities. Dat nieuwe werk zal binnenkort al verschijnen op een volgende cd genaamd “Tattletale Wind”. In zijn songschrijven wordt hij vooral beïnvloed door de muziek van o.a. The Eagles, Dire Straits, Bad Company, Eric Clapton en meer recenter Coldplay en Tom Petty. De onderwerpen van zijn liedjes variëren van eigen levenservaringen over observaties, waarnemingen van gebeurtenissen in de geschiedenis tot verhalen ontsproten louter uit zijn verbeelding. De cd begint met elektronica en bluesy gitaarspel in de stijl van Robert Cray als voorspel in de song “Breaking Hearts And Telling Lies”. “Plastic Glory” en “Rocky Road” kabbelen rustig verder op de ingeslagen weg. Moderne melodieuze popsongs is het handelsmerk van T. Mac. zoals blijkt uit het instrumentale “Georgia’s Ballet” met Knopfleriaans gitaarspel en een voor de film Bilitis geschikte soundtrack. “Looking For An Answer” en “Rough Cut Diamond” hebben dan weer wat meer weg van de Duitse schlagers uit de jaren tachtig. Allemaal vrij commercieel getinte songs dus hetgeen betekent dat er soms wat tegen het randje wordt aangeschuurd en het risico opduikt dat het allemaal wat afglijdt naar platheid. Gelukkig verandert T. Mac. het geweer terug van schouder voor “Fools Gold” en het wat theatrale “Schmuck City”. Afsluiter “No Tears Will Fall” roept bij mij beelden op van Gilbert O’ Sullivan achter zijn piano en dat is toch al een beeld van enkele decennia geleden. Enfin, beoordeel zelf maar.
(valsam)