ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008


MARS ARIZONA - HELLO CRUEL WORLD

AMERICAN MUSIC CLUB - THE GOLDEN AGE

eels - MEET THE EELS – ESSENTIAL EELS VOL. 1 (1996-2006)

SHELBY LYNNE - JUST A LITTLE LOVIN'

LADY LINN and her MAGNIFICENT SEVEN - HERE WE GO AGAIN

SCOTT MATTHEW - SCOTT MATTHEW

THE HI-RISERS - ONCE WE GET STARTED

THE MITCHELL BLUES BAND - CRYING THE BLUES

TIM VANHAMEL - WELCOME TO THE BLUE HOUSE

MASON RACK BAND - JOIN HANDS


 

 

 

 


 

MARS ARIZONA
HELLO CRUEL WORLD
Website
Myspace
Label: Big Barn Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1

Het aangenaam verrassende debuut van Mars Arizona, "Love Songs From The Apocalypse" geheten, is alweer een dikke vijf jaar geleden op BigBarn Records uitgebracht. Met deze niet meer verkrijgbare cd, werkte het koppel Paul Michael Knowles en Nicole Storto, afkomstig uit de omgeving van San Francisco, zich dadelijk in de belangstelling. Songs als "Promise Me Nothing" en het soulvolle "Voyeur" waren hier misschien wel de grootste uitschieters, songs waarmee de stem van Nicole Storto dadelijk werd vergeleken met die van Natalie Merchant of Liz Phair. Voor de tweede plaat, "All Over The Road" (2005) genaamd, kan men de stroom lofbetuigingen er weer eens bij pakken. Hoewel de aanpak van dit album in zekere zin vergelijkbaar is met die van zijn debuutplaat, lijkt de band rondom dit duo totaal veranderd door de inbreng van de legendarische drummer Kenny Aronoff (John Mellencamp, Bob Dylan, Smashing Pumpkins, Willie Nelson), Emory Joseph (dobro, mandolin en backing vocals) en vioolspeler Chad Manning. "Hello Cruel World" is nu de derde release en hierop doen Knowles en Storto beroep op David Grisman (mandolin), Sam Grisman (staande bas), Al Perkins (lap steel) en Billy Block(drums). Samen maken ze fijne roots-muziek waarin folk, country en bluegrass allemaal aan bod komen. De vocalen van Knowles klinken fijn gruizig, die van Nicole Storto glashelder en hun stemmen vullen elkaar zeer mooi aan. De sfeervol gedetailleerde en tegelijkertijd spaarzame arrangementen van "Hello Cruel World" die soms wat aan de Cowboy Junkies doen denken, kun je omschrijven als een warm deken voor koude woestijnnachten. Ook de onvermijdelijke beelden van een knapperend kampvuurtje en een doorleefde zanger, die zijn keel regelmatig met een slok tequila smeert, doemen onmiddellijk op bij het luisteren naar sommige nummers als bijvoorbeeld "Circus", een song die ook gecomplementeerd wordt met de stem van Storto. Dit intrigerende luisteralbum, waarvan de titel de lading volledig dekt, is behoorlijk ingetogen en sfeervol. Naast acht eigen nummers zijn er ook covers, als Neil Young's "Time Fades Away", Loretta Lynn's "Blue Kentucky Girl" en T. Rex's "By The Light Of A Magical Moon". Deze laatste song en het reeds vermelde "Circus" zijn misschien wel de meest uitschietende nummers op deze plaat, het mooie gitaarspel van Knowles en de steelgitaar van de legendarische Al Perkins geven deze songs extra glans. Dit album kent feitelijk geen echte uitschieters, maar ook geen enkele misser. "Hello Cruel World" bevat luistermuziek voor insiders in het genre, zeg maar gerust fijnproevers. Gewoon een degelijke plaat in een genre waar veel kaf tussen het koren zit.



 

 

 

AMERICAN MUSIC CLUB
THE GOLDEN AGE
Website - Myspace - Contact
Label : Cooking Vinyl
Distr. : V2 Music

 

Onlangs traden ze nog op in de Brusselse AB (zie Rootstime-concertverslag) en nu hebben we hier de nieuwste cd van American Music Club uit Los Angeles in de cd-speler zitten voor een grondige beluistering en dito bespreking. Dit Amerikaanse muziekclubje bestaat sinds meerdere jaren wat wordt onderschreven door het feit dat dit al hun negende full-cd is. American Music Club is opgebouwd rond singer-songwriter en behoorlijk weirde muzikant Mark Eitzel uit San Francisco. De vernieuwde vaste kern van de groep bestaat naast Eitzel uit Vudi op gitaar, Steve Didelot op drums en Sean Hoffman op bas. De oorspronkelijke titel voor deze nieuwe plaat luidde “MacArthur Park” omdat de bandleden die originele song van Jimmy Webb zo graag hoorden maar bij nader inzicht besloten ze toch maar om de titel te veranderen naar “The Golden Age”. De songs op dit album zijn wat lichter van structuur en daardoor makkelijker verteerbaar dan hun vorige cd’s “San Francisco” en “Love Songs For Patriots” uit 2004. Geen emotionele of depressieve teksten op deze plaat maar eerder moderne popsongs met op het gepaste moment een grappige tekstuele kwinkslag zoals we van Mark Eitzel gewoon zijn tijdens de live optredens van American Music Club. Toch is de sound van de plaat niet vrolijk en dat is ook maar goed zo want de melancholische, donkere en dromerige muziek van Eitzel is toch ook een beetje zijn handelsmerk geworden en wordt door de fans van het eerste uur nog altijd het meest geapprecieerd. Wat ontbreekt op dit nieuwe album zijn songs die een eigen impressie nalaten, een dergelijke eyecatcher ontbreekt. Ondanks het feit dat er geen enkele zwakke song op de plaat staat moeten we ook vaststellen dat de scherpe kantjes die je op vorige platen steevast terugvond nergens op deze cd zijn waar te nemen. Daardoor wordt het geheel een beetje van alles hetzelfde en is deze cd wat minder nadrukkelijk gefocust op emoties van vreugde en verdriet, hartzeer of cynisme. Blijkbaar heeft Mark Eitzel de touwtjes van zijn leven opnieuw goed in handen en heeft hij zijn destijds sterk wisselende emoties nu beter onder controle. Eerste song op de plaat “All My Love” is een vrij complexloos liefdesliedje met zelfs enige blijheid gezongen. De countrypopsong “Decibels And Little Pills” inclusief pedal steel heeft wat meer hitgevoeligheid en “All The Lost Souls Welcome You To San Francisco” zou probleemloos deel kunnen uitmaken van de soundtrack van een musicalfilm. “The John Berchman Victory Choir” is een Aztec Camera-achtig verhaal verteld op mooie en melodieuze muziek. “The Sleeping Beauty” is een song die ook al op een vroegere cd “Candy Ass” stond. Het nummer wordt hier van een knap opgefrist arrangement voorzien en klinkt in deze nieuwe versie een stuk aangenamer. Mijn favoriete song is “One Step Ahead” gevolgd door het aanstekelijke op een vrolijke walsritme gezongen “I Know That’s Not Really You” maar tegelijkertijd ook een nummer voorzien van een spiesscherpe en egelachtige tekst. De laatste song op “The Golden Age” is een op tristesse gebaseerde liedje dat “The Grand Duchess Of San Francisco” heet en de professionele songschrijvercapaciteiten van Mark Eitzel voor een laatste keer op dit album blootlegt. De nieuwste cd van American Music Club is zeker niet hun beste maar ik ken wel honderd groepen die uitermate tevreden zouden zijn als ze in hun hele carrière maar één plaat zouden kunnen maken met dergelijke kwaliteit.
(valsam)



 

 

eels
MEET THE EELS – ESSENTIAL EELS VOL. 1 (1996-2006)
Website - Myspace
Label : Geffen Records
Distr. : Universal Music

 

Mark Oliver Everett kent waarschijnlijk niemand maar als we erbij vertellen dat dit de echte naam is van het fenomeen dat de muziekliefhebbers kennen als eels of E klaart het al gauw op in het grijze collectieve geheugen. Als zoon van de bekende natuurkundige Hugh Everett had hij het in het begin moeilijk om zijn eigen weg te vinden in een richting die niet meteen ondersteund werd door zijn ouders. In 1982 vond de toen 19-jarige Mark zijn vader dood in bed na een hartaanval, een gebeurtenis die een blijvende impact op zijn leven heeft gehad. In 1996 kreeg hij ook in zijn privé leven harde noten te kraken: zijn zus Elisabeth pleegt zelfmoord en bij zijn moeder wordt kanker vastgesteld hetgeen twee jaar later tijdens een grote tournee van eels tot haar dood leidde. Dat leverde toen zijn tot nader order meest depressieve plaat op: “Electro-Shock Blues” die volledig aan die twee trieste gebeurtenissen gewijd was. Zijn tweede succesplaat was “Souljacker” uit 2001. En dan in 2005 zijn laatste hitplaat met de dubbel-cd “Blinking Lights And Other Revelations”. Met melancholische en soms ook heel verdrietige teksten vallen de songs van eels op tussen al het popgeweld dat ons dezer dagen via allerlei MTV’s en Jim TV’s wordt ingepompt. In 1985 verscheen de eerste plaat van eels onder de titel “Bad Dude In Love”. Meer dan 20 jaar later heeft hij een imposante serie platen opgenomen met diverse thema’s maar haast altijd met een mix van rustige popsongs en stevig swingende en door blues beïnvloede rockmuziek. Nu heeft eels met “Meet The eels – Essential eels vol. 1, 1996-2006” een uitgebreide en in chronologische volgorde samengestelde terugblik op de voorbije tien jaar uit zijn muzikale verleden uitgebracht. In een mooi verzorgd hoesje met tekstboekje waarin hij wat meer inzicht geeft over de omstandigheden waarin de songs op dit album tot stand kwamen. En met naast de muziekcd ook een dvd met 12 video-opnamen van zijn beste songs krijg je echt veel goede waar voor heel weinig geld. De cd bevat 24 songs waarmee de maximale opnamecapaciteit van 80 minuten helemaal wordt volgemaakt. Bovendien krijg je bij deze compilatieplaat niet het gebruikelijke gevoel bij verzamelplaten dat er enkele belangrijke songs ontbreken. Alles wat er moet opstaan staat er ook op. “Novocaine For The Soul, “My Beloved Monster” “3 Speed”, “Last Stop: This Town”, “I Like Birds”, “Mr. E’s Beautiful Blues”, “That’s Not Really Funny”, “Saturday Morning”, “Hey Man (Now You’re Really Living)”, “Love Of The Loveless”, “Railroad Man”, “Losing Streak” en “Trouble With Dreams” is slechts een beperkte selectie van mijn favoriete songs uit de playlist. Ook “I Need Some Sleep” - zijn bijdrage aan de soundtrack voor de film “Shrek 2” - kreeg een plaatsje in dit hitoverzicht. Voor de fans heeft eels er trouwens ook 2 nooit eerder uitgegeven liedjes aan toegevoegd: “Climbing To The Moon” en “Get Ur Freak On”, een cover van een Missy Elliott-song. Ter informatie willen we ook nog even meegeven dat naast deze compilatie-cd tegelijk ook een tweede verzamelplaat werd uitgebracht onder de titel “Useless Trinkets” met daarop zomaar eventjes 50 tracks van b-kantjes en eerder onuitgegeven materiaal met als extra ook al een dvd over hun optreden tijdens het Amerikaanse Lollapalooza in 2006. De fans hebben natuurlijk al de cd’s van eels al lang in hun collectie zitten maar het opnemen van “Meet The eels” is iets wat ze zeker ook niet zullen kunnen nalaten. Want dit blijft een vrij compleet muzikaal overzicht van de indrukwekkende prestaties doorheen het voorbije decennium van een man die niet meer noch minder het label van muzikale genie verdiend.
(valsam)



 

 

SHELBY LYNNE
JUST A LITTLE LOVIN'
Website - Myspace
Label: Lost Highway Records
Distr.: Universal Music
VIDEO


De uit Alabama afkomstige Shelby Lynne Moorer was nog amper de tienerjaren ontgroeid, toen ze eind jaren tachtig door Nashville werd binnengehaald als aankomende countryster. Het verhaal van de doortastende jonge meid die op haar zeventiende beide ouders verloor toen haar vader haar moeder vermoordde en daarna de hand aan zichzelf sloeg, en die opeens voor zichzelf en haar jongere zus Alison moest zorgen en die het toch wist te maken, was natuurlijk ook een ultiem countryverhaal. Niettemin begon Shelby Lynne al gauw het hele countrywereldje, waarin iedere vorm van spontaniteit en individuele creativiteit in een strak keurslijf is gedrongen, steeds meer als benauwend te ervaren. Pogingen om binnen het genre de grenzen op te zoeken, werden nauwelijks op prijs gesteld, laat staan getolereerd, en door in 1998 te verhuizen naar Palm Springs in Californië, nam ze rigoureus afscheid van haar country-verleden. Als bewijs daarvan verscheen in 1999 het prachtige, alom gewaardeerde "I Am Shelby Lynne", een meesterwerk dat helaas werd gevolgd door het dramatisch slechte "Love, Shelby", waarna het in 2003 verschenen "Identity Crisis" en "Suit Yourself" (2005) weer zorgde voor enig eerherstel. "I Am Shelby Lynne" was in feite een onvervalste southern soul-plaat, en ook niet zomaar ééntje, maar misschien wel de beste in het genre van een blanke zangeres sinds Dusty Springfield's klassieker 'Dusty' In Memphis uit 1968. Barry Manilow bracht haar vervolgens dan ook op het idee om een eerbetoon aan Springfield op te nemen. Het resultaat: "Just a Little Lovin'" is een prachtige, sfeervolle plaat, en laat Shelby Lynne eens te meer horen wat ze waard is. Want deze cd maakt gehakt van al haar vorige cd’s en weet zelfs "I Am Shelby Lynne" te overtreffen. Waar de cd’s van Shelby Lynne tot dusver nogal eens ten onder gingen aan overproductie, zorgde producer Phil Ramone, die werkte met groten als Frank Sinatra en Aretha Franklin, voor een passend spaarzame, bijna kale muzikale omlijsting van Lynne's gloedvolle stem. Alle songs, zijn uitvoeringen van bekende nummers, waarbij heel slim gekozen is om de grootste klassieker "Son Of A Preacherman" over te slaan, omdat het origineel daarvan niet te evenaren valt. Bovendien heeft Dusty Springfield vele prachtige nummers van onder andere Burt Bacherach, Tony Joe White en Randy Newman opgenomen. Deze staan allemaal wel op dit album en bij het horen van de nieuwe versies van "You Don't Have To Say You Love Me", "How Can I Be Sure" of andere platgecoverde nummers kan niets anders worden geconcludeerd dat Shelby Lynne zeer goed geslaagd is in haar missie. Nergens is gekozen om het origineel te kopiëren waardoor de nummers weliswaar bekend klinken, maar op dit album toch een eigen geheel vormen. De pijn en het verdriet dat in de versies van Springfield vooral onderhuids aanwezig was, krijgen bij Shelby Lynn alle ruimte. Zelfs het enige nieuwe nummer, het door Lynne zelf geschreven "Pretend" valt niet uit de toon en torent naast al deze klassiekers er in sommige gevallen zelfs bovenuit. "Just a Little Lovin'" is niet alleen een zeldzame tribute-plaat maar wederom een klein meesterwerk waarop Lynne haar troeven één voor één uitspeelt.



 

LADY LINN and her MAGNIFICENT SEVEN
HERE WE GO AGAIN
Website - Myspace
Label: V2
VIDEO




 

 

Je zou je kunnen afvragen: wat doet zo’n jong ding temidden van een jazzsetting jaren 1920-1940. Maar Lien De Greef, of Lady Linn, geboren in het Oost-Vlaamse Amandsberg heeft blijkbaar toch ergens die uitdovende vonk uit de vooroorlogse jaren opgepikt om er wat nieuw leven in te blazen. Dat zij de hulp kreeg van haar Magnificent Seven is mooi meegenomen, want dank zij de blazers en de honky tonk piano veroverden haar zelfgeschreven swingnummers inmiddels de Vlaamse podia en de radiozenders. ‘That’s Alright’ is inmiddels ‘hot’ gedraaid op de radio, al verkies ik persoonlijk het energieke ‘I Feel Something’. De blazersectie vooral, - met bariton en tenorsax, trompet en trombone-, weet die swingjaren van de jazz- en bigbands, genre Benny Goodman en Ella Fitzgerald, dynamisch naar deze eeuw over te hevelen. Lady Linn schreef alle blazerarrangementen zelf, zoals trouwens de meeste nummers en dan vooral vanuit het buikgevoel. Niets liet vermoeden dat Lien deze richting zou inslaan, toen zij als zestienjarige in een rockgroepje speelde of recent in het hiphopgroepje ‘Skeemz’. Wel studeerde zij af aan het Conservatorium van Gent, waar zij de afdeling jazz en lichte muziek afsloot, richting zang. Haar Zeven Magnifieken vond zij trouwens in datzelfde jazzy conservatoriummilieu. De Tv bood hen de gelegenheid om door te breken met hun bruisende vertolking van jazzstandards, alhoewel Lady Linn toen al twee jaar rondtoerde met haar Magnificent Seven. Lien investeerde zelf financieel in deze cd, gewoon omdat zij erin geloofde en zo ook haar muzikanten. Behalve de Magnificent Seven zijn er nog de gastmuzikanten die meespelen, waaronder o.m. Isolde Lasoen met Vibrafoon, drie violisten en de cellist Hans Vandaele. Maar vooral de koperblazers en pianist Christian Mendoza complementeren dit swingend geheel dat rond de zoetgevooisde stem van Lady Linn draait, waarin trouwens een zweempje Lily Allen te bespeuren valt. Ofschoon hier en daar wat droefgeestigheid in de teksten doorschemert, swingt dit album van begin tot einde. Alleen ‘Waiting’ onderbreekt wat het swingritme, waarop Lien als een achterkleinkind van Dinah Washington haar bluesy feelings weg zingt en waaraan de violen nog wat nostalgie toevoegen. Ook ‘I Don’t Wanna Dance’ van de Guyanees/Brit Eddy Grant met die sax, diepe bas en het handgeklap heeft alles om opnieuw een jukeboxhit te worden. Maar ‘I Am Aware’ riep voor mij nog het sterkst die tijdsgeest op waarin het plezier primeert om zich gezamenlijk via de muziek uit te leven. En Lady Linn straalt genoeg enthousiasme uit om als een volleerde ‘retro’ en ‘poppy’ jazzzangeres de muzikanten rond haar nog wat meer aan te stoken met haar eigentijdse ritmejazz en jeugdige soul.
Marcie

LADY LINN and her MAGNIFICENT SEVEN LIVE

Mar 30
CC Casino Koksijde
Apr 12
Roma,RADIO MODERN Antwerpen
Apr 19
CC De Muze Heusden Zolder
Apr 20
CC Jan Tervaert Hamme
Apr 25
Ontmoetingscentrum De Brug Aalst
Apr 26
CC De Witte Merel Lint



 

 

 

SCOTT MATTHEW
Website - Myspace - Contact
Label : Glitterhouse Records
Distr. : Munich Records

 

Via het Duitse label Glitterhouse Records bereikte ons de titelloze cd van Scott Matthew uit Brooklyn, New York. In nauwelijks 35 minuten muziek voor 11 songs slaagt deze singer-songwriter er in om ons te overtuigen van zijn potentieel. Na zijn studies aan de universiteit van Queensland, Australië te hebben afgebroken verhuisde hij naar Sidney om er deel uit te maken van de punkrockgroep Nicotine. In 1997 volgde hij een goede vriend naar New York en vormde er samen met hem de alt. popgroep “Elva Snow”. Later schreef hij songs voor de film en sexkomedie “Shortbus” van John Cameron Mitchell en zijn song “Amputee” werd geselecteerd voor de muziek van de documentaire “An American Opera”. Met dat nummer begint hij nu zijn eerste soloalbum waarop ook vier lichtjes herbewerkte liedjes uit de soundtrack van “Shortbus” staan, te weten “In The End”, “Little Bird”, “Surgery” en “Upside Down”. Dat alles wordt daarenboven aangevuld met zes nieuwe nummers, meestal gevoelige liedjes die Scott Matthew met zijn typische stemgeluid vol pathos zingt. Die stem roept overigens herinneringen op aan de jonge, emotioneel zingende David Bowie en lijkt ook sterk op de stem van Liam McKahey, de zanger van de Londense alternatieve muziekformatie Cousteau. Vooral in de nummers “Abandoned” en “Prescription” wordt je als toehoorder meegezogen in de intens uitgeschreeuwde emoties. Soms lijkt het gebrachte werk op klassieke kamermuziek met schaarse piano-arrangementen en verder voorzien van een zeer minimale instrumentatie. In zijn songteksten geeft Scott Matthew zich helemaal bloot en strooit hij kwistig rond met zijn diepste zielenroerselen. Zijn stem leent zich uitstekend voor de liedjes die hij brengt, hier en daar met een traantje zoals in “Laziest Lie”, “In The End” en “Surgery”: stilistisch zeer hoogstaande songs die getuigen van een grote elegantie, tijdloosheid en respect voor het leven. Scott Matthew is naast zijn carrière als soloartiest ook lid van de vaste begeleidingsgroep van Antony & The Johnsons waar hij muziek speelt die in grote lijnen overeenkomt of aansluit bij het werk dat hij in zijn soloalbum ten gehore brengt. Mooi werk.
(valsam)



 

 

 

THE HI-RISERS
ONCE WE GET STARTED
Website - Myspace - Contact
Label : Rock&Roll Inc. / Munster Records
Distr. : Sonic Rendezvous

 

De Beatles van New York wonen in Rochester. Het trio The Hi-Risers met Greg Townson, Todd Bradley en Jason Smay werd in 1997 gevormd en de heren zijn met “Once We Get Started” al aan hun zevende cd toe. Deze plaat werd zo goed als volledig live opgenomen en de pret die daarbij gepaard ging valt genoegzaam te beluisteren in de veertien songs op dit album. Met hun zelfgeschreven liedjes nemen ze de luisteraar op een avontuur ver terug in de tijd, namelijk naar de swinging sixties ten tijde van The Beatles, The Beach Boys, The Kinks of The Isley Brothers. Met zeeluchtfrisse energie spelen ze authentieke rock’n’rollmuziek meestal voor een razend enthousiast en nostalgisch publiek in Amerika en ook in Europa. De titeltrack van deze cd is een evengoed Beatlesnummer als die van The Beatles uit Liverpool zelve. “Two Weeks Notice” komt uit dezelfde koker als die waar Stray Cats al hun liedjes vandaan toveren. Ook “Boom Chicka Boom” swingt als de pest. Wie op deze songs stil blijft staan is waarschijnlijk al dood. Na enkele nummers ben je al in de roes van zowat veertig jaar geleden en daarna kunnen The Hi-Risers niet veel meer fout doen. “ATM Inside” lijkt alweer op één van de eerste Beatlesopnames. “Katy Did” is de eerste doo-wopsong op deze plaat en ook de Californische surfsound die we kennen van The Beach Boys en Jan & Dean is nooit veraf. De countrysong “Wheels Of Love” zou op het repertoire van een jonge Johnny Cash kunnen gestaan hebben en heeft een leuke pedalsteelgitaarsound inclusief twanggitaar-intermezzo. Voor deze cd hebben The Hi-Risers samengewerkt met o.a. Kaiser George, de leadzanger van The Kaisers en met Eddie Angel van Los Straitjackets die in hetzelfde genre actief zijn. Er zit ook een behoorlijke portie rockabilly in enkele songs o.a. in “With The One I Love”. Todd Bradley en Greg Townson spelen al meer dan twintig jaar samen en hebben doorheen hun muzikale carrière samengewerkt met Pee Wee Ellis, Hank Ballard, Delbert McClinton en Bo Diddley. Rock’n’roll lijkt een erg eenvoudig genre te zijn als je “Once We Get Started” op de stereo beluistert en je kan er met de beste wil van de wereld niet van houden. De ganse plaat zit vol met fun, dansmuziek, catchy en knap swingende deuntjes die qua lengte niet moeten onderdoen voor de liedjes uit de sixties: kort maar goed. Een must-have voor een wat ouder wordend publiek en perfect geschikt voor een wilde retro-party zoals enkel de ouderen ons ze nog organiseren kunnen.
(valsam)



THE MITCHELL BLUES BAND
CRYING THE BLUES
Website
Label: Eigen beheer
VIDEO

 

Tim Mitchell Richardson is de oprichter van deze “Mitchell Blues Band”. Tim komt uit Oklahoma en wat hij brengt is modern klinkende blues, ontstaan door down home blues te voorzien van een funk en rock injectie en zo een geluid te verkrijgen dat in de buurt komt van wat we gewoon zijn van acts als Robert Cray en Michael Hill. Al op 4 jarige leeftijd begon hij met gitaarspelen, want zijn moeder gaf hem les (zij was zelf een getalenteerde keybordspeler en gitariste). Wat later bespeelde de jonge Tim dan ook elk instrument dat in zijn buurt stond of lag. Met zijn ervaring speelde hij al snel in verschillende bands in Oklahoma gedurende jaren. Dit ontwikkelde zijn kennis natuurlijk steeds meer en meer en een aantal jaren later speelde hij dan ook bij grote namen, zoals The Stylistics, James Brown en Harold Melvin, als lid van "The Blue Notes". Met deze bands kwam hij ook regelmatig naar Europa en tijdens die tournees speelde hij in kleine clubs en pubs op vrije momenten, zag de mogelijkheden die hier waren en besloot in Europa te blijven, meer bepaald in Spanje. Wat later was hij lid van de bekende Vargas Blues Band, een band die op vele festivals in Europa speelde (zelfs met Carlos Santana, Buddy Guy en B.B King). Ondertussen werkte hij verder aan de Mitchell Blues Band en vestigde zich in Palma De Mallorca. Hier ontmoette hij ook Sharon, een Amerikaanse zangeres uit Brooklyn, die nu zijn vrouw is en ook zangeres is in deze band. Momenteel is Tim bezig zijn muziek ook in Amerika terug aan de man te brengen, maar Europa is en blijft zijn grote doelgroep. Het moderne, snedige gitaarspel van Tim, samen met zijn krachtige stem, is ideaal voor de funky bluesnummers die de Mitchell Blues Band brengt. Dit levert meesterwerkjes op als “My Baby’s Allright” of “7 Minutes To Midnight”. Het prachtige “All Night Blues” is een stukje hedendaagse blues om duimen en vingers af te likken. Het duet met vrouwtje Sharon in “Treat Me Right” of het langzame “Troubled Blues”, allemaal voorbeelden van hoe een down home bluesband anno 2008 kan en moet klinken. Alles is voorzien van funky baslijnen, messcherpe gitaarpassages en het soulvolle stemgeluid van Tim. Het aparte “Uncle Bo” is een gave afsluiter van deze funky bluesrelease uit de Balearen, een plaatsje waar je niet direct dit soort muziek verwacht.
(RON)



 

 

TIM VANHAMEL
WELCOME TO THE BLUE HOUSE
Website - Myspace - Contact
Label : Loud Tongues
Distr. : Play It Again Sam - PIAS

 

 

Na meerdere jaren de “Millionaire” te hebben uitgehangen vond de inmiddels 30-jarige Zonhovenaar Tim Vanhamel de tijd rijp om zijn teloorgegane relatie met het beroemde model Hannelore Knuts van zich af te zingen door middel van een zeer persoonlijk getinte plaat. Dat werd “Welcome To The Blue House”, een album waarvan de twaalf songs zijn diepste zieleroerselen beschrijven. Voor de opnamen trok hij samen met producer Luuk Cox voor twee weken naar de Ardennen waar dit project succesvol geïmplementeerd werd. De single “Until I Find You” grijpt de luisteraar meteen naar de keel om nadien niet meer los te laten. Dat nummer is zo aangrijpend dat je het – ook mede dankzij de vele airplay op de nationale radiozenders en tv-stations – niet meer uit je geheugen kan krijgen. Ook “Living The Way You Should” rockt kordaat verder op de ingeslagen weg. Toch is het gitaargeweld op deze plaat minder heftig en de muziek minder hard dan op de Millionaire-platen en geeft hij de powerpopsongs meer melodie mee dan op eerder werk. De songteksten van de nummers beschrijven een aantal gebeurtenissen die Tim Vanhamel in de voorbije twee jaar heeft meegemaakt. Hij drijft hierbij steeds verder af van wat hij ten gehore bracht bij zijn vroegere bands Evil Superstars, dEUS of Millionaire. Vooral “Red River” heeft een behoorlijke portie hitgevoeligheid meegekregen en ook het catchy nummer “Sometimes I Wanna Run” heeft alles om het in de populaire charts te maken. Zo kan zijn verdriet om de beëindigde relatie toch nog omgebogen worden in iets positiefs voor deze sympathieke Limburgse bard. Buddy Luuk Cox die we kennen van Shameboy beroert de drums en is de enige muzikant die iets heeft kunnen of mogen bijdragen aan “Welcome To The Blue House”, al de overige instrumenten werden door Tim Vanhamel zelf ingespeeld. “Tell Me” en “Take Me Home” kan je zonder verpinken zelfs zachte ballads noemen met op het einde telkens wat meer bombast in de sound. “Saviour” heeft wat weg van een Beach Boysnummer uit de late sixties. In “Like A Fire” wordt er nog meer teruggeblikt op de muziek waarmee Tim Vanhamel is opgegroeid en probeert hij terugblikkend op zijn onbezorgde jeugdjaren een rasecht liefdesliedje te brengen. Misschien is de verliefdheid nog niet helemaal uit zijn lijf verbannen, getuige daarvan de mooie en melodieuze smeekbede om meer liefde in “Return To Love”. Daarmee zijn we al toegekomen aan de melancholische afsluiter “Garden Of Weeds” met knappe vioolarrangementen van Reinhard Vanbergen (Das Pop) en indruk makende door Tim Vanhamel zelf ingezongen tweestemmigheid. Bijwijlen denk je zelfs aan Coldplay tijdens dit nummer. De hidden track van dienst heet “Keep Your Heart” maar had voor ons gevoel net zo goed verborgen kunnen blijven omdat het nummer te sterk afwijkt van de algemene sfeer die Tim Vanhamel met “Welcome To The Blue House” heeft willen creëren. Samenvattend durven we dit toch een sterke Belgische plaat noemen die we ook het allerbeste buiten onze landsgrenzen willen toewensen.
(valsam)


TIM VANHAMEL LIVE
Mar 29 2008 - StuBru.Uit - Gent
Apr 5 2008 - KARMA HOTEL - Oostende
May 17 2008 - PLAY festival - Hasselt
May 31 2008 - PETROL - Antwerpen



 

 

MASON RACK BAND
JOIN HANDS
Website - Myspace - Contact
Label: Bloodstock records
Management: Black Market music

 

Het lijkt wel "Australian Week" bij Rootstime momenteel, vorige week bespraken we Geoff Achison's 3 bijzonderste cd's uit een rij van negen, de twee cd's en het concert van Jaimi Faulkner zijn nog maar net achter de rug en hier is al de volgende band uit het land van Oz die om onze aandacht vraagt. Graag jongens, want wij dragen de Aussies een warm hart toe. Op mijn bureel wachten alweer een drietal schijfjes van "Down Under" hun beurt af, maar we verraden nog niet wie, hou de volgende weken onze reviews maar in het oog, dan merk je het wel. Vandaag dus de nieuwe van Mason Rack Band, een groep die me vorig jaar aangenaam verraste met hun derde cd "Show Me Yours". Met deze opvolger gaat Mason nog een stap verder in de goede richting. Vanaf het openingsnummer "Join Hands", tevens de titelsong, weet je het al, dit wordt een aparte roots en bluesplaat. Mason's stem en manier van zingen is in tegensteliing tot de vorige heel wat relaxter. "Dust" is al één van die platen die op " triple J ", het belangrijkste radio station van Australie, cultstatus heeft verdiend. Op deze cd horen we hoe hedendaagse blues klinkt. Veel luisteraars zullen dit zelfs geen blues meer noemen, en dat begrijp ik want de 12 bar ritmes zijn ver weg. Regelmatig moet ik denken aan artiesten als Michael Franti of Tom Waits. Roots muziek is het alleszins, en een Australisch muziekblad blokletterde onlangs "Mason Rack is the best new Blues/Roots act ever seen". Live optredens van hem zijn legendarisch omdat hij zich 200% geeft en er altijd drummarathons tussen het publiek plaatsvinden, op alles wat daarvoor an dienen. Dit schijnt een vast onderdeel en publieksfavoriet te zijn. Uit zijn aparte Weissenborn slide gitaar (bekend van onder meer Ben Harper en Xavier Rudd) tovert hij de ene keer bluesy swamp geluiden, dan weer alternatievere tonen. Een van zijn uitspraken "Shoot For The Moon, If You Miss, At least You're Out With The Stars" zet hij bij elk optreden in daden om. Hij speelt dan of het zijn laatste optreden is en zijn eigen ster is rijzende. "n no time he'll be out with the stars".
(RON)