ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008


JOHN VESTER - ALL THE WAY OUT WEST

NELS ANDREWS - OFF TRACK BETTING

LOTTA WENGLEN - IN THE CORE

BLUES COMPANY - HOT AND READY TO SERVE

MICHAEL VEITCH - PAINTED HEART

MONZA - ATTICA!

MELANIE DEKKER - REVEALED / ACOUSTIC RIDE

ROY ROGERS - THE BEST OF 2 / LIVE! AT THE SIERRA NEVADA BREWERY BIG ROOM

TEJAS BROTHERS - SAME

DAVE MORRISON - A LITTLE FARTHER DOWN THE LINE


 

 

 

JOHN VESTER
ALL THE WAY OUT WEST
Website - Myspace
Label : Venetian Records
Distr. : Hemifran

 

 

Venice Beach, Californië is de huidige verblijfplaats van de in Cincinnati, Ohio geboren singer-songwriter John Vester. In hetzelfde oord verblijft Mark Lennon, de zanger van de popgroep Venice van wie we onlangs nog een nieuwe cd bespraken voor Rootstime. Vester en de broers Mark en Michael Lennon kennen elkaar sinds vele jaren omdat John Vester sinds geruime tijd regelmatig muzikaal hand- en spanwerk verrichtte voor Venice. Al op vrij jonge leeftijd begon hij zijn eigen liedjes te componeren en er teksten bij te schrijven. Een eerste cd “My Heart Is In Your Hands” verscheen in 1998 en werd vier jaar later opgevolgd door “Half A World Away” en door een derde album “Things I Wish I Would Have Said”, nog eens twee jaar later. “All The Way Out West” maakt nu dus het kwartet vol en is net als de vorige cd’s samengesteld uit het typische werk van John Vester, te weten eenvoudige, haast schilderachtig beschrijvende verhalen zonder teveel franjes. In de beginjaren zeventig speelde hij in diverse bands tot hij naar Los Angeles verhuisde. Daar zette hij zijn muzikale carrière verder als singer-songwriter en gitarist voor o.a. de band Venice met wie hij de gouden plaat “2 Meter Sessies” in Nederland behaalde in 2003. “All The Way Out West” toont ons een muzikant met een duidelijke voorliefde voor de countrysound met vleugjes rock en folk. De pedalsteelgitaar wordt dus regelmatig bovengehaald, zoals al in het beginnummer “Lucky You”, een ballade. Het gaat nog even rustig verder in “Put All Your Heart In A Song”. De veertien liedjes op deze plaat zijn een gevarieerde afwisseling van trager en swingend werk, van liefdesliedjes en droevige songs over afscheid en pijn. “Night Becomes The Day” is een oosters getint melodietje waarop hij uitstekend zingt in harmony vocals met Kate Markowitz en Mark Lennon. “All The Way Out West” - de titeltrack - is een typisch country and westernliedje met leuke rijmpjes waarvoor hij 4 leden of zowat de hele Lennon-familie heeft uitgenodigd om mee te komen zingen. Er zit overigens ook een tof stukje mondharmonica in dat nummer verwerkt. Sid Page leidt het liedje “Please Don’t Be So Sad” op een fijne wijze in met vioolklanken en in “I Don’t Want To Say Goodbye” doet hij dat nog eens over maar de hoofdrol in die song is weggelegd voor een doedelzak. Naast de mooie liedjes op deze plaat is John Vester ook nog verantwoordelijk voor het artwork van het cd-boekje dat vol staat met knappe eigenhandig gemaakte tekeningen. Een man met vele talenten, zeker.
(valsam)


NELS ANDREWS
OFF TRACK BETTING
Website - Myspace - Contact
Label : Reveal Records
Distr. : Lucky Dice

 

De van oorsprong uit Albuquerque, New Mexico afkomstige singer-songwriter Nels Andrews schijnt zijn aanhang vooral in Europa te hebben, en ondanks zijn bejubelde cd "Sunday Shoes" (2004) blijft hij nog altijd volslagen onbekend. Volkomen onterecht, want Andrews manifesteert zich op zijn nieuwe studioplaat "Off Track Betting", als een buitengewoon getalenteerd singer-songwriter. Zijn muziek valt moeilijk te omschrijven, omdat vreemde eend in de bijt Andrews ditmaal uit meerdere van elkaar gescheiden bronnen put. Verwacht van Andrews niet een stoffig folkproduct, maar eerder een schijfje waarop elementen uit de beste Americana en roots tradities versmolten zijn met hedendaagse moderne snufjes. En voelbaar is zijn streven de liedjes toegankelijk te houden. Hij is een singer-songwriter met een lekker warme stem met een klein beetje gruis, die best weet zijn donkere teksten namelijk te voorzien van verrassende arrangementen, die hem soms richting folk brengen, zoals in de ballade "Lady Of The Silverspoon” en het door pedal steel gedragen "Shoot Out The Stars". Andere track die de luisteraar zal aanspreken is o.a. het afsluitende "Dollar And The Dream", waarin hij Amerika viseert. Het knappe van deze plaat is dat Andrews moderne technieken weet te combineren met prachtige composities. De teksten zijn even duister als de hoes, maar de prachtige melodieën zorgen ervoor dat deze plaat toch iets 'lichts' heeft, dit heeft natuurlijk te maken met de productie, want deze keer was het multi-instrumentalist Todd Sickafoose (Ani DiFranco) die deze plaat produceerde. Voeg daarbij sterspelers als Adam Levy (Norah Jones), Michael Jorgensen (Wilco), Ben Perowsky (Joan As Policewoman) en gastvocalisten Ana Egge en AJ Roach, krijgen we nu een productie die wel klinkt als een klok, kraakhelder met veel nuances. Vergelijken maken met anderen is eigenlijk zinloos, al doen de meest spaarzame arrangementen soms wat denken aan Calexico, Richmond Fontaine, Ray Lamontagne ... OK, geen vergelijkingen. Centraal staan ook nu de vertellingen en de wat licht-hese stem van Andrews. Hij schrijft prachtige verhalen over mensen in voor hen onwennige situaties, over relaties, veranderingen in een mensenleven. Liedjes die lijken te zinderen van de warmte van de woestijn en die ook nauwelijks mid-tempo genoemd mogen worden. Sommige van Amerika’s diepste emoties liggen vast in zijn DNA en ze komen eruit via songs die recht op het hart mikken, de geest prikkelen en naar de heupen zakken. "Off Track Betting" is fraai geproduceerd en zit vol muzikale hoogstandjes, maar de songs staan gelukkig altijd centraal. Songs die ondanks hun diepgang lekker in het gehoor liggen en stuk voor stuk tijdloos klinken. Andrews is natuurlijk een een fantastische zanger en liedjesschrijver en muzikaal is het album absoluut rijker dan "Sunday Shoes". Maar "Off Track Betting" is nauwelijks te vergelijken met "Sunday Shoes". Het zijn beiden ijzersterke cd’s met ieder een eigen opbouw en aanpak. Het moet daarom een flinke klus zijn geweest voor Andrews om een opvolger van "Sunday Shoes" te maken. Het resultaat kun je zonder problemen als één van de hoogtepunten van de Americana beschouwen en beschouwen we de Nr.3 vermelding in de Euro Americana Chart (maart) als zeer terecht.


 

 

LOTTA WENGLEN
IN THE CORE
Website - Myspace - Contact
Label : Margit Music/Rootsy.nu
Distr. : Sonic Rendezvous

 

 

Malmö, Zweden is de bakermat van zangeres Lotta Wenglén die er 37 jaar geleden geboren werd. Op piepjonge leeftijd begon ze gitaar te spelen en maakte ze op een aftandse bandopnemer samen met haar oudere broer de eerste opnamen van zelfgemaakte liedjes. In 1998 kon ze een eerste cd uitbrengen met haar bandje “ba-ba-loo” onder de titel “Frosting - The American Way”. De groep veranderde later hun naam naar “Bobby Ray”. In 2000 besloot Lotta Wenglén om aan een solocarrière te beginnen met de release van de cd “Golden Green” waarop ze een liedje bracht in het exclusieve gezelschap van Chip Taylor. Twee jaar nadien begon ze met een eigen platenlabel “Margit Music” genoemd naar haar oma. De cd “Paintbrush” was de eerste vrucht van dat nieuwe label. Een derde cd “Ask Harry” kwam er in 2005 en nu werd een vierde plaat uitgebracht met de titel “In The Core”. De elf liedjes op deze plaat zijn allen zelfgeschreven en eerder somber van aard te noemen. Gelukkig wordt het lijden in grote mate verzacht door het uitstekende zangwerk van Lotta Wenglén. Inhoudelijk zijn de liedjes eerder triest en donker en de bezongen onderwerpen als verkrachting, eenzaamheid, moeilijke ouders en gebrek aan liefde stemmen ook al niet echt tot veel vrolijkheid. In de titelsong “In The Core” gaat het al meteen van kwaad naar erger als de pijn van verkrachting beschreven wordt. Het einde van een relatie is het onderwerp van “Move Away” en “Mother” is geen ode maar eerder een kille beschrijving van liefdeloosheid van een moeder voor haar eigen kind. Wat meer uptempo is terug te vinden bij “In A Beautiful World” en in “Blow Your Nose”. Daarna volgt een vocaal duet met gitarist Màns Wieslander in het nummer “Welcome”. De versmachtende liefde van haar partner wordt koeltjes omschreven in de song” My Love” waarvan ik door de cynisch klinkende tekst nu nog altijd niet weet of hij positief of negatief bedoeld is. Pikkedonker is het nummer “Daddy’s Sick” over de impact van het leven met een vader die lijdt aan paranoia. “Water” gaat over het gevoel dat je bedrogen wordt door je partner die doet alsof alles koek en ei is in de relatie. En ook afsluiter “A Lonely Place” over de eenzaamheid nadat je partner wegging biedt geen hoop op beterschap. “In The Core” is een mooie plaat die echter geen licht verdraagt, hooguit een getemperd schemerlampje. Depressievelingen zullen in de teksten op deze plaat zeker interessante gespreksonderwerpen kunnen terugvinden.
(valsam)


 

 

 

 

 

 

 

BLUES COMPANY
HOT AND READY TO SERVE
Website - Contact
Label: Inakustik records / Distr.: Coast To Coast
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

Blues Company uit Osnabrück is de meest succesvolle bluesband van Duitsland en bestaat al meer dan 30 jaar, momenteel Duitsland’s langstlopende bluesband. Deze band is gewoon een team van artiesten die hun reputatie al hebben verdient, muzikanten met ervaring en heel veel kennis. Ondertussen is de band uitgegroeid tot een gevestigde naam, niet alleen in ons buurland maar ook in de rest van Europa. Muziek maken is voor de heren geen routineklusje, de muzikanten stoppen heel hun hart en ziel in de muziek. Bij iedere nieuwe cd, met elk concert bewijzen deze profs dat hun passionele liefde voor de blues nog even uitbundig is als in het begin, en dat was in het jaar 1976. De drijfveer achter de Blues Company is zanger, gitarist en liedjesschrijver Todor 'Toscho' Todorovic. Toscho is altijd opzoek naar nieuwe ideeën, want hij weet maar al te goed dat de blues altijd aan verandering onderhevig is en daarom altijd levend blijft. Het repertoire kent krachtige bluesrock, ontspannende swingende R&B, onvergetelijke blues ballads, maar geeft ook een inleiding in de soul en funk muziek. Voor het album "The Quiet Side Of Blues Company" (2006) gaan ze terug naar de roots: The Roots of the Blues. Hierop horen we naast een paar oldies van Robert Johnson en Muddy Waters, ook andere nummers dewelke opnieuw zijn bewerkt. Ze kwamen erachter dat een aantal nummers beter klinken als ze akoestisch worden gespeeld dan elektronisch. Maar met hun nieuwe cd "Hot And Ready To Serve" keren ze eerder terug naar de oorsprong van de Blues Company en tonen ze wederom de talenten waarom zij bekend staan: krachtige, moderne, op gitaar-gebaseerde blues. Dat deze band voor deze cd, naast de klassieke ritmesectie, zowel piano, bluesharp en blazers in zijn gelederen heeft, maakt hen hoogst interessant. De ritmesectie kwijt zich uitstekend van zijn taak, de piano zorgt voor de nodige zachtere passages, maar het zijn vooral de blaaspartijen en de harp die hier schitteren. Vaak hebben wij reeds beweerd dat blazers en mondharmonica in één band meestal niet goed gedijen. Wel, bij Blues Company lopen deze instrumenten mekaar niet constant voor de voeten, maar leven ze samen in een perfecte harmonie, zonder zich evenwel beperkingen te moeten opleggen. Ook vocaal doet Todor 'Toscho' Todorovic een aardige duit in het succeszakje. Todor kent duidelijk zijn vocale beperkingen, maar weet door dat tikkeltje overacting en het vakkundig cultiveren van dat dunne laagje 'braam' op zijn stembanden, zijn stem te transformeren in een prachtig instrument dat de songs de nodige glans geeft. Hot And Ready To Serve luidt het motto van Blues Company, en zoals de voorkant van de hoes al laat zien, is de muziek een gumbo: Hot Licks - Cool Blues - Dynamite Blues. Aanknopingspunten met het verleden zijn er overduidelijk: zo horen we de jaren vijftig R&B en jump in de opener "Till The Light Go Out" en het volgende nummer "My Guitar And Me" heeft dan meer dat gevoel van de Chess opnames van de jaren 60. Neem nu een song als "Hollywood", dat rockt als het beste van Chuck Berry, een wat grappiger nummer "Soon Or Later" of de afsluitende rockende medley van Freddie King’s "Hideaway" en Henry Mancini’s "Peter Gunn Theme", in al deze nummers bewijzen de bandleden dat zij dit repertoire tot in de puntjes beheersen. Ik hoop dat deze band ons nog lange tijd zal verblijden met haar muziek, want ik heb het hier dan over het plezier dat mensen beleven aan de muziek van deze band, die met hun album "Hot And Ready To Serve" het tegendeel bewijzen van de opvatting dat de blues in een dip zit.


 

 

MICHAEL VEITCH
PAINTED HEART
Website - Contact
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

Naast professioneel fotograaf, protestzanger en milieuactivist is New Yorker, Michael Veitch, ook een singer-songwriter die al zes albums uitbracht. Hij zit dus nooit om inspiratie verlegen, want de liedjes van zijn hand zijn al niet meer te tellen. Voor het album ‘Painted Heart’ werkte hij samen met liedjesschrijfster Julie Last, die deze cd producete. De opname ving aan in haar eigen huis om twee jaar later in haar nieuwe studio in Woodstock NY te worden afgerond. Op deze cd staan vooral desolate liefdesliedjes en songs van afscheid en gemis. Michael schreef alle songs zelf en kan uitstekend in een enkel beeld een ganse gemoedstemming vatten. Zijn ervaring als fotograaf zit daar vermoedelijk voor iets tussen. Luister naar ‘My Old Car’ en je ziet deze wagen zo in de roest en het onkruid wegzinken met alle vervagende jeugdherinneringen. Op de meer melancholische songmelodieën, waarin sociale thema’s worden aangeraakt, schreef ook Julie mee, zoals in ‘Quarryman’ en ‘Kiss Me Comrade’. Michael was zelf een strijder voor meer sociale rechtvaardigheid tot hij merkte dat hij met zijn songs meer in beweging kon zetten dan door zijn daden als activist. Fulltime schrijven en zingen werden dan ook de vervulling van zijn droom. In zijn omgeving vond hij vele muzikanten bereid om aan dit album hun medewerking te verlenen. Op het schrijnende ‘Kiss Me Comrade’ speelt o.a. Artie Traum mee op gitaar, Josh Roy Brown op lapsteel en Julie Last op harmonium. Vocaliste Julie leent trouwens regelmatig haar backing stem om de melodielijnen wat engelenvleugeltjes te geven. Mijn voorkeur gaat vooral uit naar beide songs waarin je de cello van Sera Smolen hoort. Geen droevere klankomlijsting dan haar cello om het eenzame lot van de steenkapper te omzwachtelen. En in ‘Hello Love’ zweeft het ‘bluesy’ verlangen zichtbaar door de lege kamers op zoek naar de lang verwachte geliefde. Soms wisselt Michael Veitch af met meer countryrock geïnspireerde nummers, of met een hulde aan bluegrass vertolker John Herald, zodat zijn ‘Painted Heart’ een gevarieerd album werd, waarin zijn flexibele tenorstem goed met de ritmewisselingen weet om te springen. Af en toe doet zijn hoge stem wat aan Tom Petty denken. Van Michael Veitch wordt gezegd dat hij kon zingen vóór hij kon spreken. En dat zijn beeldende pen en hartritme worden aangedreven door de passie voor muziek, is na dit ‘Painted Heart’ album ook wel duidelijk.
Marcie


 

MONZA
ATTICA!
Website - Myspace
Label : EMI Music Belgium

 

“Attica!”, het klinkt een beetje als "attack" en dat is wat Monza met deze plaat doet. Een aanval op de mensheid via een resem observaties die zanger en tekstschrijver Stijn Meuris blijkbaar niet aanstaan. Vaak opstandig, zich ergerend en negatief maar af en toe ook hoopgevend. “Attica!” is een behoorlijk stuk ruiger dan “Van God Los”, de debuut-cd van Monza uit 2001 en het intimistische “Grand”, de vorige cd uit 2005. Nauwelijks één jaar nadat Noordkaap zichzelf in 2000 had opgelost stond Monza op, de nieuwe formatie rond Stijn Meuris, de poëet uit Hasselt en de man met de altijd ietwat andere kijk op de dingen die er dagelijks om ons heen gebeuren. “Gene gemakkelijke”, zeggen enkele mensen die hem beter kennen. Maar wel altijd duidelijk in zijn opinie en recht voor de raap, of we dat nu leuk vinden of niet. Hij is doorheen de vele muziekjaren ook altijd hondstrouw gebleven aan de Nederlandse taal om zich uit te drukken en om zijn grieven, ergernissen en frustraties van zich af te schrijven. Het huidige Monza bestaat naast Stijn Meuris uit bassist Bart Delacourt, drummer Dirk Loots, gitarist Bruno Fevery en toetsenist-gitarist Kris Delacourt. Deze cd begint rustig en positief met “De Dag Is Helder”, gevolgd door de op de nationale radiozenders veelgedraaide nieuwe single uit “Attica!”: “Wie Danst Er Nog?”. Deze song met monotone beat moet je enkel nog van een engelstalige of franstalige tekst voorzien om hem zo op de setlist van Arno’s TC-Matic bij te kunnen schrijven. In enkele liedjes neemt Meuris de luisteraar mee op reis naar een aantal Europese plaatsen zoals in het vanuit bewondering geschreven en heel melodieuze “Engeland”, “Tanken In Luxemburg” met een kritische blik op de smalle kantjes van de Belgen en “Wenen In Wenen”. De titeltrack “Attica!” is wat je een oertypische Monza-song zou kunnen noemen. In “Solaris” maken we een ruimtereis met een door de ruimte gefascineerde en gepassioneerde “captain Stijn”. De kritische noot botviert nog eens in “Lobby” waarin de “jasje-en-dasje” zakenmannen een behoorlijke veeg uit de pan krijgen. “De Schuld Van De Deejay” begint als een popperige rockplaat maar ontaardt daarna snel in een Wall Of Sound met veel gitarengeweld en Meuris-geschreeuw. Gelukkig volgt daarop het naar mijn gevoel mooiste nummer van deze cd “Conquistadores” dat zowel qua zangwerk en muzikaal erg professioneel werk etaleert. Het op pianoklanken drijvende “Bijna Niets” sluit op indrukwekkende wijze deze rockplaat af en bevat ondersteunend zangwerk van Gregory Frateur (van Dez Mona). In de Nederlandstalige rockmuziek heb je eigenlijk alleen maar De Mens en Monza. Zowel Frank Van Der Linden als Stijn Meuris hebben een bijzondere aandacht voor intens doordachte teksten en gevoel voor rijm. Beiden hebben een eigen plaats veroverd in ons land. “Attica!” is toch wat ruiger en rockend en de teksten zijn zeker kritischer bij Monza. Daarom verdient Monza in ons land tot nader order de eerste plaats.
(valsam)

MONZA LIVE

Mar 22 Try-out Rock Im Ring, Zaal Moorland stabroek
Mar 29 StuBruPuntUit, Vooruit gent
Apr 3 Rock Im Ring Hasselt
Apr 10 Rock Im Ring Leuven
Apr 14 Rock Im Ring Brussel
Apr 24 Rock Im Ring Gent
May 2 Rock Im Ring Brugge
May 7 Rock Im Ring Kortrijk
May 15 Rock Im Ring Mechelen
May 27 Rock Im Ring Sint-Niklaas


 

MELANIE DEKKER
REVEALED / ACOUSTIC RIDE
Website - Myspace - Contact
Label : Sonoma Mountain Records
CD Baby
Distr. : Hemifran

 

“Haven’t Even Kissed U Yet”. Met die song begint de cd “Revealed” van de Canadese zangeres met Nederlandse roots Melanie Dekker. Dat klopt, maar lettend op de foto’s denk ik toch dat ze niet te hard zal moeten aandringen. We kregen twee cd’s van dit knappe talent uit Vancouver toegestuurd met naast de nieuwe cd “Revealed” ook een tweede album met de titel “Acoustic Ride”. Melanie Dekker schrijft al haar liedjes zelf en brengt die regelmatig op de planken in Canada waar ze al samen optrad met o.a. Diana Krall, Bryan Adams en Faith Hill. Vocaal doet ze me denken aan Shania Twain en aan Martina McBride. De nummers zijn vrij stereotiepe singer-songwritersverhalen zonder te veel scherpe kantjes maar met een behoorlijke portie soul in de melodie en het zangwerk. Afwisselend ballads en songs met wat meer swing in een productie van David Kershenbaum, die dat eerder ook al deed voor o.a. Tracy Chapman, Tori Amos, Joe Jackson en Bryan Adams. Bijzondere aandacht werd besteed aan de tekstuele inhoud van de songs. Vooral met het engagement tonende “Fall In (Wounded Soldier)” viel Melanie Dekker in de prijzen en ze zal een deel van de opbrengst van de verkoop van deze cd ook overmaken aan een vereniging die zorgt voor gewonde soldaten en hun familie. Als je de cd via CD Baby koopt legt deze internet-verkoopsorganisatie er nog één dollar bovenop voor dat goede doel. Enkele titels van betere songs op “Revealed” zijn “I Said I” dat ook veel airplay krijgt, “Sweet Bitter”, “Calling”, “Shakespeare Says” en de eerder vermelde radiohitsingle “Haven’t Even Kissed U Yet”. Ook de tweede cd “Acoustic Ride” is samengesteld met elf tracks in hetzelfde genre. Er zijn geen echt uitspringende songs maar wel allemaal goed verzorgde en mooi gearrangeerde liedjes. De moderne folkliedjes van Melanie Dekker duiken ook regelmatig op in films en tv-series als sfeerbepalende nummers. Als je haar muziek ergens zou moeten plaatsen dan vind ik dat ze vrij nauw aansluit met het werk dat we kennen van artiesten zoals Shawn Colvin en Jann Arden. In de lente van 2008 zal Melanie Dekker een grote tournee maken doorheen het noorden van Europa en de liefhebbers van dit soort muziek kunnen daar gaan kennismaken met deze nieuwe Canadese ster.
(valsam)

‘Melanie Dekker zal in oktober een exclusief solo tourtje doen samen met Marjan Debaene’.

Voor boekingen en meer info:

evelyne.doop@hethoofdkwartier.be tel. 02/452.72.03


ROY ROGERS
THE BEST OF 2
LIVE! AT THE SIERRA NEVADA BREWERY BIG ROOM
Website - Myspace
Label :Chops Not Chaps Records
Info : Segue Entertainment
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4


De Amerikaanse zanger/gitarist Roy Rogers en zijn band The Delta Rhythm Kings zijn in ons land geen onbekenden meer, want iets meer dan tien jaar geleden stonden ze o.a. op het podium van BRBF Peer. Met zijn muziek, de Mississippi Delta Blues, heeft Rogers een vaste schare bewonderaars aan zich weten te binden. "Live! at the Sierra Nevada Brewery Big Room" (2004) was het laatste album van Rogers met zijn Delta Rhythm Kings, en het zal voor zowel fans als nieuwe luisteraars een mooie verrassing zijn dat er nu ook een nieuw album, "The Best Of 2" van deze meester slidegitarist is. Ondanks het feit dat Roy Rogers zovele jaren in de blues actief is, blijft hij nog steeds even creatief en geïnspireerd. Rogers en de zijnen bevinden zich voor hun livealbum "Live! at the Sierra Nevada Brewery Big Room" in werkelijk excellent gezelschap. Phillip Aaberg (piano), Norton Buffalo (harmonica, vocals), Scoop McGuire (upright bass), Shana Morrison (vocals) en Tom Rigney (viool), ze waren allemaal van de partij om hun steentje eraan bij te dragen op 21en 22 juni in The Sierra Nevada Brewery te Chico, Californië. De aldaar geboren Rogers is nu al zo'n 30 jaar één van bekendste Mississippi Delta Blues spelers en dit op zijn grote voorliefde, de slide gitaar. "Live! at the Sierra Nevada Brewery Big Room" is een collectie van elf vroegere opnames en één nieuwe track. Roy begint met een eigen nummer "Ever Since I Lost You." "Mellow Apples" volgt met een opvallende slide-bijdrage en pianist Phillip Aaberg laat zijn kunsten zien in Willie Dixon's "Built for Comfort." Robert Johnson's "Terraplane Blues" laat eens te meer Rogers' grote gitaar teckniek bewonderen. Shana Morrison steunt Rogers met haar vocale bijstand in Brownie McGhee's "I'm a Stranger Here". "Gertie Ruth" vertoont het gedreven vioolspel van Tom Rigney van de Cajun/Zydeco groep Flambeau. "Duck Walk" is een rockende instumentaal van Rogers en hij brengt de band terug samen in Etta James' "Shake Your Moneymaker", waarin we een uitblinkende Norton Buffalo horen op harmonica. Afsluiter is het zelfgeschreven "For the Children", Rogers solo op zijn best! Roy Rogers is al decennia-lang een gevestigde naam in de wereld van de Delta blues en heeft zeer goed ontvangen CD's op zijn naam staan, denkende aan "Slideways", "Chops Not Chaps", "Slidewinder", "Blues On the Range", "Slide of Hand", "Slide Zone", "Rhythm & Groove", "R&B" en "Travelin' Tracks". Zijn eigen Chops Not Chaps label brengt nu een mooie compilatie op de markt, "The Best of 2", een heruitgave van 18 songs van Rogers' favoriete releases uit de jaren '90: "Slide of Hand" en "Slide Zone", platen opgenomen tijdend zijn Capitol Nashville/Liberty Records periode. Daar deze platen reeds vele jaren niet meer verkrijgbaar zijn is deze re-release een must voor iedere slide liefhebber. Dat Roy Rogers de kunst verstaat te boeien, was toen al zeker. Meer zelfs, hij laat je huiveren. Zijn prachtig stemgeluid, zijn perfect getimede blueslicks en zijn niet aflatende liefde voor de traditionele blues doen in mij veel bewondering opwekken. Ook op deze albums genoot Rogers van een prachtige begeleiding, zo horen we op de "Slide of Hand" tracks in twee songs, "Cure for An Achin' Heart" en "Bull Hog Grind", New Orleans producer/componist/pianist Allen Toussaint. Van het "Slide Zone"- album zijn natuurlijk de tracks met Charlie Musselwhite op "Livin' on Borrowed Time" en de twee tracks met banjo virtuoos Bela Fleck, "Ode to the Delta" en "Off the Cuff" onmisbaar. Een andere pracht bijdrage is hier ook van gast pianist Phil Aaberg (Peter Gabriel, Elvin Bishop) in "Rough House". Geen wonder dan ook, dat deze plaat een uitstekend album is geworden, vergeefs zal je hier wachten op ook maar één moment van zwakte. Van "Don't Give It Up" tot het afsluitende "Off the Cuff” volgt enkel en alleen superieur materiaal, getuigend van een ongelooflijke instrumentbeheersing en een al even indrukwekkend schrijftalent. Noteer dus maar in koeien van letters: Roy Rogers rules!


 

 

TEJAS BROTHERS
SAME
Website - Myspace
Label: Eigen beheer.
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Chris Zalez kennen de meesten onder jullie wel van Mike Morgan's band, vorig jaar was hij ook nog te bekijken in Ospel op het Moulin Blues festival met zijn eigen band. Wel, Chris heeft een nieuwe hobby, samen met accordeonist David Perez, bassist John Garza en drummer Danny Cochran heeft hij een nieuwe Tex-Mex band opgericht, de Tejas Brothers uit Forth Worth. Zij doken de Audio studios in Dallas in met hulp van some other brothers from a different mother, waaronder topgitaristen Anson Funderburgh en Matt Hillyer. Hun Tex-Mex country blues mix klinkt hemels, terug zijn de dagen van het Los Lobos debuut, Augie Meyers en Doug Sahm. Opener "I Can't Sleep" zet er al dadelijk de beuk in. Zalez en Perez (hun namen alleen al klinken samen als muziek) kwijten zich voortreffelijk van hun taak als zangers. "She's Gone" swingt als de neten en dat bluesritme met een pikant Mexicaans sausje smaakt naar nog. "Sweet Lolita", haalt Flaco even terug in herinnering. We mogen niet klagen tot nu toe. Dat vinden ze zelf ook, want in "I Can't Complain" gebruiken ze het recept "blues à la ranchero" nog eens met succes. De dobro en accordeon versmelten tot een smeeuig geheel zoals de ingredienten in een Mexicaanse guacamole. Dat deze jongens voor dampende optredens gaan zorgen die aan beide kanten van de borderline tussen Texas en Mexico de omzet van Corona en Margeritas zullen opkrikken is te voorspellen. Want hun songs zorgen voor non stop ambiance en feeststemming. Neem nu "Boogie Woogie Mamacita", de titel alleen zegt al genoeg, geen verdere uitleg is hier nodig. Als je denkt het allemaal gehoord te hebben, komt daarna nog een hidden track "Mangina", een (grappig en ondeugend) nummertje over de mannelijke "Camel-Toe" die te voorschijn komt bij het dragen van een té spannende jeans waarbij de zinssnede "it's just two balls with a seam" tientallen malen terug komt. Om het met een paar van hun eigen songtitels te zeggen: The Tejas Brothers: "That's All I Need" and they are "Doing A Real Fine Job". Hopelijk binnenkort in onze lage landen.
(RON)


 

DAVE MORRISON
A LITTLE FARTHER DOWN THE LINE
Website - Myspace - Contact
Label : Trough Records
Distr. : Hemifran
CD Baby

 

Het magazine ”American Songwriter” beschrijft de cd ”A Little Farther Down The Line” van de Californische singer-songwriter Dave Morrison als volgt: ”de plaat waar we hebben op zitten wachten; intelligent, met humor, diepgang en medelijden, maar vooral recht vanuit het hart”. Omdat ik het zelf echt niet beter zou kunnen omschrijven heb ik me voor de gelegenheid gepermitteerd om deze frasering integraal over te nemen zonder hiervoor auteursrechten te betalen. Voor dit debuutalbum levert Dave Morrison een knappe verzameling van 14 zelfgeschreven songs af met elk een verhaal uit het ware leven gegrepen en in treffende en nauwkeurig geselecteerde bewoordingen beschreven. De melodieën van die liedjes zijn ook zorgvuldig uitgewerkt en vormen de ideale achtergrond voor de songs als sfeermaker voor de luisteraars. De meeste nummers hebben een raakvlak met de traditionele folksongs in het singer-songwritergenre van de seventies zoals we dat kennen van Jim Croce en Harry Chapin. “Times Like These” en “Precious One” met piano en orgeltje laten je het best horen wat ik hiermee bedoel. Als arbeider had Morrison niet zo veel tijd om op te treden maar als de gelegenheid er was stond hij toch ergens op één of ander podium gedurende de voorbije 20 jaar. Het was dan ook niet meer dan normaal dat hij ooit met een eigen plaat zou komen. Aan de songs op deze cd is te horen dat ze doorheen de voorbije jaren gerijpt zijn en daardoor een professioneel tintje hebben meegekregen. “Once Myself” is zo’n nummer waarbij je aanvoelt dat de tekst ettelijke keren werd aangepast tot het verhaal de juiste boodschap bracht zoals we ze nu op de cd kunnen horen. Een andere conclusie die je kan treffen na beluistering van deze cd is dat Dave Morrison zijn debuutalbum met volle overgave heeft gemaakt en er zijn hart en ziel heeft ingestoken. De invloeden van country folkrock en Americana zoals we die kennen van John Prine en Jackson Browne zijn hoorbaar in meerdere liedjes maar vooral in “Out Through The Window”, het intrigerende accordeondeuntje “Quartzsite”, “Halcyon Days” en het erg mooie “Good Things Are Coming”. Het gemeende liefdesliedje “Falling Down” is aangrijpend en beklijvend en laat ons toe een kijkje te nemen in de diepste zielenroerselen van de zanger. Op “Too Much Freedom” en “Everywhere I Go” springt Dave Morrison even uit de band en rockt hij als het ware. Maar zijn grootste kracht ligt toch vooral in de inhoudsvolle songs waarbij hij ook zijn mooie stem tot uiting kan laten komen. Een veelbelovend debuut van een intussen toch al niet meer zo jonge singer-songwriter. Wij hebben er van genoten.
(valsam)