ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

MADISON VIOLET - NO FOOL FOR TRYING

LEONARD COHEN - LIVE IN LONDON

OMAR KENT DYKES - BIG TOWN PLAYBOY

THE DEEP DARK WOODS - WINTER HOURS

NEIL YOUNG - FORK IN THE ROAD

DIANA KRALL - QUIET NIGHTS

SOPHIE HUNGER - MONDAY’S GHOST

IAN TYSON - YELLOWHEAD TO YELLOWSTONE AND OTHER LOVE STORIES

LOUISIANA RED & LITTLE VICTOR'S JUKE JOINT - BACK TO THE BLACK BAYOU

 


 

 

MADISON VIOLET
NO FOOL FOR TRYING
Website MySpace
Label india-media.de

 

 

De wegen van de muzikale goden zijn dikwijls ondoorgrondelijk. Puur toeval bracht bijna tien jaar geleden de twee hartsvriendinnen Brenley MacEachern en Lisa Marie MacIsaac van het Canadese meidenduo Madison Violet bij elkaar. Sindsdien zijn ze niet meer bij elkaar weg te denken. Innig verbonden door hun Schotse Cape Breton roots, geld hetzelfde voor hun perfect in elkaar vloeiende stemmen. Weinig duetten kunnen zich beroepen op zulke samensmelting van harmonieën. Niet voor niets was topproducer John Reynolds, ooit de wederhelft van Sinead O’Conner, er als de kippen bij om hun twee vorige albums “Worry The Jury” en “Caravan” onder zijn auspiciën klaar te stomen. Voor hun nieuwe album “No Fool For Trying” verkoos het duo uit Toronto echter de Canadees Les Cooper en treedt John Reynolds op als gastproducent in het titelnummer, “No Fool For Trying”, dat als remixversie tweemaal op de cd verschijnt. Het blijft dezelfde countryfolkballade , maar terwijl Reynolds kiest voor een volle , modernere sound met achtergrondkoor, elektrische gitaar en pedalsteelaccenten, gaat Cooper voor een meer rootsy, subtielere aanpak met enkel akoestische begeleiding van gitaar, mandoline en upright bass, die veel beter in het geheel en de hedendaagse sound van Madison Violet past en de stemmen op de voorgrond plaatst. De plaat opent met de droevige en van teleurstelling overlopende trage countryballade “The Ransom”, over hoge verwachtingen in een muzikale loopbaan die niet ingelost geraken. Madison Violet komt ijzersterk naar voor in de meer droevige nummers op deze cd. Het kleinste, meest geborgen plekje in hun hart vertrouwen ze toe aan “Small Of My Hart”, dat drijft op een repetitief refrein en een originele klank die een kruising vormt tussen de vertrouwde Stevie Nicks sound en een Sheryl Crow’s “Strong Enough”. In de countryblues “Hallways Of The Sage” krijgen we een verhaal over levenswijsheid en ervaringen, opgeluisterd met solerend vioolspel van Lisa en een heldere banjotokkel. Een prachtige meezinger is het ritmisch aanstekelijke “Crying”, getooid met één van ’s werelds mooiste harmonische zangpartijen van het duo Brenda en Lisa. Een verhalend hoogtepunt op de plaat is het authentieke, maar droevige verhaal van “The Woodshop”, waar een vader schrijnwerker een kist moet maken voor zijn eigen zoon, mooi subtiel gehouden met een tokkelende gitaar en hartverscheurende accenten van accordeon, banjo en Les Cooper’s slide gitaar. “Darlin’” zal vele amoureuze harten sneller doen slaan in een innige omhelzing op de dansvloer op de tonen van deze in tederheid gehulde sleper, met een mondharmonica die ons doet denken aan een andere grootheid uit Toronto, Neil Young. Madison Violet heeft met deze stap weer een stap voorwaarts gezet en hebben met deze plaat hun eigen sound gevonden met een meer rootsy klankbestuiving van een vertrouwde een kruising tussen country en folk. De kwaliteit is altijd aanwezig geweest, zowel vocaal als instrumentaal, maar één ding is zeker : deze nummers gaan live zeker hun meerwaarde bewijzen. (Blowfish)

 

MADISON VIOLET LIVE

10.apr.2009 - Toogenblik, Brussels
11.apr.2009 - N9 Villa, Eeklo

 

 


 

 

LEONARD COHEN
LIVE IN LONDON
Website VIDEO
Label: Sony Music

 

 

De joods-Canadese troubadour Leonard Cohen is ongetwijfeld één van de belangrijkste en invloedrijkste songwriters van de laatste decennia. Van oorsprong eigenlijk dichter, richtte hij zich in de late jaren '60 op zijn muzikale carrière. De albums "Songs Of Leonard Cohen" en "Songs Of Love And Hate" leverden hem meteen een cultstatus in het folk pop circuit op. Later uitgebracht werk als "I'm Your Man" (1990), "The Future" (1992), "Ten New Songs" (2001) en "Dear Heather" (2004) herbevestigen zijn status en worden alom als klassiekers beschouwd. Nummers als "Suzanne", "Hallelujah" en "So long Marianne" behoren niet enkel tot het collectieve geheugen van elke muziekliefhebber, ook muzikale grootheden liggen deze nummers na aan het hart. Getuige daarvan zijn de naar schatting 1300 covers die van zijn werk gemaakt zijn, waarvan Jeff Buckley's vertolking van "Hallelujah" en Judy Collins' "Suzanne" enkele van de bekendsten zijn. Ook REM, Sting, Martha & Rufus Wainwright, Anthony en Nick Cave zijn grote liefhebbers van Cohen's oeuvre.

In 2008 keerde grootheid Leonard Cohen terug in de schijnwerpers met zijn eerste tournee in 15 jaar tijd, nadat een voormalige manager hem op een slinkse manier zo'n 5 miljoen pecunia's afhandig had gemaakt. Je denkt dan natuurlijk meteen die knakker doet het allemaal alleen maar voor het geld. Echter de shows die Cohen, ook in ons land (Minnewaterpark in Brugge en speelde ook twee keer in Vorst Nationaal) gaf voelden niet aan als een zakkenvultrucje. De 74-jarige Canadese singer-songwriter deed oprecht zijn best en de optredens werden zelfs omschreven als fenomenaal. Tijdens het derde luik van zijn wereldtournee 2008-2009 zal Leonard Cohen opnieuw België aandoen, nl. op zaterdag 4 juli om 20.00 uur treedt hij samen met zijn band op in het Sportpaleis in Antwerpen

Wie er vorig jaar in Brugge of Brussel bij was, zal het beamen. Leonard Cohen speelde er - op een zeer bescheiden manier - legendarische concerten. De media bleken het er roerend over eens: de oude vos beschikt nog steeds over een gouden stem, smetteloos krijtpak, grijze hoed en een ontwapenende glimlach. Voor een ieder die nog eens mooie herinneringen wil ophalen aan de memorabele concerten en voor een ieder die nu eindelijk wel eens wil horen wat hij of zij vorig jaar gemist heeft, ligt er nu een live dubbel-cd en DVD "Live In London" in de winkel, die vorig jaar op 17 juli werd opgenomen in de nog grotere 02 Arena in Londen (20.000 zitjes). Op de dubbel CD neemt Cohen ons, bijgestaan door een uitstekende negenkoppige band, mee op een reis door een imposant oeuvre dat inmiddels zo’n vier decennia omvat. Uiteraard komen alle publieksfavorieten voorbij, maar ook voor een aantal wat minder bekende tracks is plaats. In alle gevallen zorgen de uitstekende muzikanten waarmee Cohen zich tijdens deze tour heeft weten te omringen voor een even smaakvolle als solide basis. Een basis waarop de donkere en uit duizenden herkenbare zang van Cohen uitstekend tot zijn recht komt. Op CD1 trekken Cohen en zijn band voluit de poëtische kaart, met zacht schuifelende percussie en veel melodieuze solo’s en op CD2 is er iets meer dynamiek te horen om dan af te sluiten met het vaste trio "Closing Time", "I Tried To Leave You" en de a cappella "Whither Thou Goest". Verder horen we op deze release breekbare nummers als o.a. "Ain’t No Cure For Love", "‘Bird On The Wire", "Who By Fire", "Tower Of Song", "Take This Waltz", "If It Be Your Will", "Hallelujah", "First We Take Manhattan", "So Long Marianne" en "Suzanne", alle klassiekers uit zijn imposante 40-jarige oeuvre die met zoveel gevoel uitgevoerd worden, dat zelfs de koelste kikker hier nog een warm gevoel van krijgt. Het is niet de kwaliteit van Cohens stem die het hem doet, het is meer dat timbre, die half reciterende zangstijl, dat beeld van die oude man die nog door de knieën zinkt om de schoonheid en waarheid te bezingen, die ontroert. We kunnen het dan ook een rustig klassiek concert noemen. Cohen zong alle songs die de mensen wilden horen, zijn band zocht naar geen enkel effect en ambieerde enkel pure emotie. Echter vind ik live-cd’s maar zelden echt interessant. Het is immers bijna onmogelijk om de magie van een goed optreden te vangen, waardoor live-cd’s heel vaak klinken als een slap aftreksel van de studioplaten van een artiest. "Live In London" behoort echter tot het selecte stapeltje live-cd’s dat wel iets toevoegt aan het in de studio opgenomen oeuvre van een artiest. Cohen is opvallend goed bij stem en klinkt warmer en meer ontspannen dan we van hem gewend zijn, wat het beluisteren van de 26 tracks op deze plaat tot een buitengewoon aangename luisterervaring maakt. Leonard Cohen wordt dit jaar 75 jaar, maar behoort op het podium nog altijd tot het beste wat de popmuziek momenteel te bieden heeft, iets wat prachtig wordt onderstreept door deze werkelijk sublieme live-plaat, waarvan een deel van de opbrengst zelfs naar het goede doel gaat. Het is dan ook niet meer dan terecht dat Leonard Cohen met zijn staat van dienst in 2008 een welverdiende plek in de Rock & Roll Hall of Fame heeft bemachtigd.

Wie de triomfantelijke optredens van Leonard Cohen vorig jaar in Brugge en Vorst om onbegrijpelijke redenen gemist heeft, kan zijn blunder alsnog rechtzetten. De Canadese grootmeester concerteert immers op zaterdag 4 juli in het Antwerpse Sportpaleis.

 


 

OMAR KENT DYKES
BIG TOWN PLAYBOY
Website
Label: Ruf Records
Distr.: Munich Records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Een nieuwe cd van Omar Dykes betekent altijd feest. Zijn samenwerking met Jimmie Vaughan op het Jimmy Reed tribute zindert nog na, en jawel, beide heren werken opnieuw samen. Deze keer pakken ze een hele resem topcovers aan van onder meer Eddie Taylor, de originele big town playboy zelf. Na zich jaren op de grens van blues en bluesrock bewogen te hebben, schijnt Omer zonder zijn "Howlers" definitief gekozen te hebben voor de roots van de blues, want hij begeeft zich verder op Jimmy Reed's Highway. Twaalf klassiekers passeren hier de revue, met de handtekening van onder mee John Lee Hooker, Ivory Joe Hunter, Smokey Smothers en Jimmy Cracklin. Twee Jimmy Reed covers en ook twee van de reeds vernoemde stijlgenoot Eddie Taylor zorgen voor een cd die helemaal in het verlengde ligt van zijn voorganger. Met de hulp van bekende gasten als James Cotton, Lazy Lester, Gary Clark Jr., Derek O'Brian, Ronnie James, Wes Starr en laten we de belangrijkste niet vergeten, Lou Ann Barton, die voor een paar prachtige duetten met Omar zorgt. Jimmy Reeds "Close Together" is er een van, plus de aparte versie van Aretha Flanklin's "Think". Slim Harpo's "King Bee" waarmee men er hier een punt achterzet, is één van de verdere hoogtepunten op deze cd. Het valt ons op dat er de laatste tijd een ware terugkeer naar de meest pure en originele blues bezig is, want gisteren mochten we nog genieten van de nieuwe Louisiana Red, die dezelfde stijl hanteert. De puristen zullen het graag horen en als het zo goed gebracht is als op beide voorbeelden zul je ons niet horen klagen. Als je dit jaar wegens de crisis maar één blues cd zou kunnen kopen, wel laat het dan deze zijn. Niet tevreden, geld terug, zouden we er zelfs durven bijzeggen. (RON)


 

THE DEEP DARK WOODS
WINTER HOURS
Myspace
VIDEO
Label: Black Hen Music / Rounder
Distr.: Munich Records


 

 

Naast het nieuwe album "My Walking Stick" van Jim Byrnes tovert het kwaliteitslabel Black Hen Music, wederom een prachtig album op de markt dat tot het beste behoort wat Americana nu te bieden heeft. Want "Winter Hours", de derde CD van The Deep Dark Woods is er weer één. Een plaat waarop de band uit Saskatoon, Saskatchewan, muziek maakt die geen geheim maakt van haar voorliefde voor muziek uit een ver verleden. "Winter Hours" is zoals de voorganger "Hang Me Oh Hang Me" uit 2007 wederom een ijzer- en ijzersterke alt.country-cd. Het viertal: Ryan Boldt (gitaar, vocals), Burke Barlow (gitaar, vocals), Chris Mason (bas, vocals) en Lucas Goetz (drums, vocals) – dat uitgebreid wordt met Steve Dawson op allerlei gitaren, Adam Iredale-Gray op viool en Chris Gestrin (piano, Hammond) – laat horen beïnvloed te zijn door The Byrds, The Grateful Dead, Gram Parsons, Neil Young, Bob Dylan, Tom Waits, maar ook traditionele bluegrass artiesten als The Stanley Brothers en Carl Story, inspiratiebronnen die de band op haar MySpace-site zelf vernoemen en waaraan ik er niet één kan toevoegen die treffender is dan de namen uit het bovenstaande lijstje. Inspiratiebronnen die allemaal doorklinken in de tijdloze mix van folk, country, rock, psychedelica en bluegrass die deze band maakt. Al die bands die schatplichtig zijn aan stromingen voor hen, willen volgens mij allemaal The Band zijn, zo zien ze er in ieder geval vaak uit. The Deep Dark Woods hebben dat ook wel. Maar net als The Band komen ze dan ook uit Canada. Dat scheelt. Zij zijn dan ook een uiterst aangenaam klinkende band, een mooie mix van gepaste somberheid, desolate donkere bossen, en een lichtheid die bijna aanstekelijk werkt. De samenzang in de refreinen is puik, daarvoor hebben de heren goed geluisterd naar boven vermelde artiesten. De songs steken eenvoudig maar vernuftig in elkaar: meezingen kan al na een paar draaibeurten. Er wordt veel afscheid genomen, het geld raakt op, de galg wacht, of er wordt tevergeefs op de slaapkamerdeur geklopt. De band houdt het overwegend rustig, hierdoor ontstaat een heerlijke dynamiek die, ondersteund door de melodieuze composities, heel goed tot zijn recht komt in de live favorieten: "The Gallows", "The Birds on the Bridge", de eerste single van deze plaat, het nummer "All the Money I Had Is Gone" en de titeltrack. Deze live uitvoeringen waarbij de opnames voor dit album tot stand kwamen bevatten inhoudelijk een gevarieerde, doch ongepolijste rijkdom. En dat hebben we het beste nog niet gehad wat naast de traditional "When First Into This Country" en de R & B invloeden in het epische "Sun Never Shines" is het topnummer op deze plaat "Two Time Loser", een nummer waarmee de band bewijst ook gas te kunnen geven. The Deep Dark Woods hebben echt een fantastische cd gemaakt. Intense muziek die liefhebbers van bands als Willard Grant Conspiracy en the Handsome family moeiteloos voor zich zal weten te winnen. Met een band die z'n cd "Winter Hours" noemt, hoef je geen vrolijke deuntjes te verwachten voor zonovergoten uren in een cabrio. Producer Steve Dawson heeft perfect de sfeer van het moment weten te pakken, en bovendien te behouden, waardoor deze band geschikter is voor druilerige dagen, waarop de weemoed toeslaat. Het slotnummer, "The Sun Never Shines" is dan ook zeer toepasselijk voor in het diepe donkere woud. In deze ontluikende lente willen we echter "Winter Hours" warm aanbevelen, want kwaliteit is gewoon seizoenloos.


 

NEIL YOUNG
FORK IN THE ROAD
Website Myspace
Label: Reprise Records
Distr.: Warner
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Neil Young maakt binnenkort opnieuw zijn opwachting in ons land. En dat is altijd bijzonder. Vorig jaar nog verwende hij zijn Belgische fans met twee intieme concerten in de Antwerpse Stadsschouwburg en met een grandioze passage op Rock Werchter en zaterdag 6 juni van dit jaar staat hij alweer in het Sportpaleis in Antwerpen. De legendarische zanger weet zich dankzij zijn talent, eigenzinnigheid en integriteit door de decennia heen te handhaven in de grillige wereld van de popmuziek. Maar eerst is het genieten geblazen met Young’s nieuwste album "Fork On The Road", zijn tweeëndertigste studioplaat vol maatschappelijk relevante nummers waarmee hij onder andere het milieu en de financiële crisis onder de aandacht brengt, hetgeen we duidelijk horen op de eerste single, de stevige ZZ Top-achtige garagerocker "Johnny Magic", waarin hij opmerkt: "the world starts running out of money/ people are losing their jobs." terwijl hij zich in het toepasselijk getitelde "Cough Up The Bucks" vertwijfeld afvraagt: "where did all the money go/ where did all the cash flow?" Neil Young heeft het afgelopen jaar zijn Lincoln Continental uit 1959 laten verbouwen voor het gebruik van alternatieve brandstoffen, dus gaan we in veel nummers op zijn nieuwste cd de weg op. Veel van zijn nieuwe songs ademen het plezier van het eindeloos rijden langs 's heren wegen in het mooie Promise Land, Neil Young-jargon voor de VS. Onderweg worden we wel geconfronteerd met wat sombere bespiegelingen van de rockdino, want goed gaat het natuurlijk niet in Amerika. Dat is uiteraard dankbaar voer voor Young: elk voordeel heeft z’n nadeel. Gelukkig zit zijn degelijke stuwende rockgeluid nog steeds onder de motorkap. "Fork in the Road" staat dan ook garant voor een mooie trip. "The worl d is ready for a whole new game/ Some old timers just wanna stay the same/ But they still advertise how clean and green they are.", zingt Young met een ouderwets hoog stemmetje in de zompige rocker "Fuel Line". Young wijdt werkelijk veel van zijn aandacht aan zijn zogeheten LincVolt-project. Young's Lincoln is een benzineslurpend monster. Deskundigen zijn daarom druk doende met het inbouwen van een verantwoorde elektromotor. LincVolt heet het project. Een aardig verhaal dat Neil Young op deze plaat verbindt met wat moralistische boodschappen over energieverspilling en de kredietcrisis. "Light a Candle" is een mooi nummer waarbij Ben Keith op pedal steel de gramstorigheid van Neil Young eventjes hemels verzoet. De plaat werd in zeer korte tijd opgenomen met dezelfde muzikanten die Young begeleidden op zijn laatste tournee. "Fork in the Road" klinkt niet als een plaat waar lang over is nagedacht en/of waar lang aan is gewerkt, want het klinkt vooral slordig, zowat Youngs handelsmerk, maar desondanks is dit een spontaan en geïnspireerd album. Uiteraard kan deze stomende rockplaat met blues-, gospel- en countryrocksongs zich niet meten met de klassiekers uit het imposante oeuvre van Neil Young, maar luister een paar keer naar deze plaat en hij blijkt een stuk beter dan je bij eerste beluistering zult vermoeden. Enige bedenking die we met deze conceptplaat hebben, waar hij zingt "Where did all the money go? / Where did all the cash flow?", vind hij dan ook de ticketprijzen (tussen 54 en 79€) aanvaardbaar voor zijn optreden in het Sportpaleis op zaterdag 6 juni!

NEIL YOUNG LIVE
op zaterdag 6 juni 2009
Sportpaleis, Antwerpen


 

DIANA KRALL
QUIET NIGHTS
Website Myspace
Label: Universal Music
VIDEO

 

 

De Canadese Jazzdiva Diana Krall bracht in 2006 het succesvolle ‘From This Moment On’ uit en werd hetzelfde jaar moeder van een tweeling, waarvan Elvis Costello, waarmee ze in 2003 huwde, de trotse vader is. Ondertussen verscheen er nog wel de collectie ‘The Best Of Diana Krall’, maar nu is er eindelijk een plaat met nieuw werk. Op deze ‘Quiet Nights’ combineert de zangeres enkele American Songbook standards met Braziliaanse Bossa Nova. Daarnaast is er oa ook nog een Bacharach cover en een nummer van Marcos Valle te horen op dit album. ‘Quiet Nights’ is een perfecte titel voor dit mooie album want de sfeer ligt zo halverwege tussen relaxatie en dromerigheid. Het is best mogelijk dat Krall je me dit album in slaap sust, maar dit is dan voor één keer eerder op te vatten als een compliment. De strijkersarrangementen zijn hier niet vreemd aan. Deze zijn van de hand van Claus Ogerman, waarmee Krall al eerder werkte op ‘The Look Of Love’ (2001) en die onder meer ook samenwerkte met Frank Sinatra. Maar waar de meeste artiesten onder een teveel aan violen meestal verzuipen in zeemzoetigheid, weet Diana haar klasse en elegantie gelukkig te behouden. Hetzelfde niveau als Sinatra haalt Diana echter niet in de Bossa Nova klassieker ‘The Boy From Ipanema’ , maar haar versie mag er zeker zijn. De sixties klassieker ‘Walk On By’ bloeit mooi open en het bekende ‘Too Marvelous For Words’, met spaarzaam, maar o zo prachtig pianospel, onderstreept de klasse van deze artieste. De plaat bevat ook enkele songs van de godfather of Bossa Nova, Antonio Carlos Jobim. Schoolvoorbeeld hiervan is het sublieme ‘Este Seu Olhar’, waarin de Portugees zingende Krall, in pure Bossa Nova stijl, haast onweerstaanbaar sexy klinkt. Het titelnummer, ‘Quiet Nights’, een andere Jobim song, baadt in een dromerig, late night sfeertje en wordt ook hier weer fijn opgefleurd door het zachte pianogepingel van Krall, dat zo nu en dan opduikt. Een laatste hoogtepunt is de Marcos Valle cover ‘So Nice’, dat Diana op het lijf is geschreven. Wie van klassieke platen als ‘In The Wee Small Hours Of The Morning’ (Sinatra), ‘Lady In Satin’ (Holiday) of daarnaast gewoon van zachte Bossa Nova houdt zal behoorlijk enthousiast zijn van deze ‘Quiet Nights’. Deze plaat zal het ongetwijfeld schitterend doen bij al uw candlelight dinners, maar ook als achtergrondmuziek bij wat pillow talk met uw partner kan dit schijfje bijzonder effectief zijn. U weze gewaarschuwd. (Shake)


 

SOPHIE HUNGER
MONDAY’S GHOST
Label: Irascible
Myspace
VIDEO 1 VIDEO 2
Label: Irascible Distr.:Bang! Music


 

 

Op 15 mei kan u in de Botanique in Brussel in het kader van Les Nuits Botaniques gaan kijken en luisteren naar Sophie Hunger. En er zijn vele goede redenen om dat vooral te dóen. Sophie Hunger is een jonge excentrieke solo-artieste die aan het venster komt kijken en die het, zo voelen wij dat aan, wel eens erg ver zou kunnen schoppen. Sophie Hunger is een zesentwintigjarige dochter van een diplomaat, geboren in Zwitserland en dan met pa heen en weer verhuisd tussen London, Bonn en Bern. Haar muziek is intrigerend. Er zijn echo’s van Jeff Buckley en Martha Wainwright en zelfs Anthony, met een strakke en bij momenten opzwepende en eigentijdse productie. De plaat werd trouwens opgenomen in Brussel met als producer Marcello Giuliani, bekend van bij Etienne Daho en Jane Birkin. Gitaren, blazers en vocals worden in de uptempo nummers inventief gemixt zodat een bezwerende sound ontstaat. Als tegenhanger zijn er pianoballads met gedurfde tempowisselingen. Hoewel ‘Monday’s Ghost’ bezwaarlijk een typische rootsplaat genoemd kan worden, maakt Sophie Hunger bijvoorbeeld met het prachtige ‘Birth-Day’ duidelijk dat ze haar klassiekers kent: akoestische gitaar, drums, bas en mondharmonica. Dat wordt dan gevolgd door het bloedmooie ‘Monday’s Ghost’ dat de plaat haar naam gaf en waarin Hunger haar demonen temt vanachter de piano. Complete stemmingswisseling. ‘House Of Gods’ is dan weer een op softe drums en percussie drijvende mantra waarin Hunger’s ijsblauwe stem schittert. En zo blijft Sophie Hunger een hele plaat lang variëren en schakelen tussen verschillende stijlen en sferen. Er staat zelfs een lied op waarvan wij zouden geloven dat het een Schubert-melodie draagt (‘Rise And Fall’). En wat nog straffer is, bij zoveel variatie slaagt ze er toch in om een rode draad te weven die deze fenomenale plaat een ruggegraat geeft. ‘Monday’s Ghost’ is een verbluffende plaat die de cretieve frisheid heeft die meestal enkel voor debuten weggelegd is. Een klassieker-in-wording!

(Duke J)

Concert : SOPHIE HUNGER
15/05/09 op Les Nuits Botanique, Brussel

 

 


 

IAN TYSON
YELLOWHEAD TO YELLOWSTONE AND OTHER LOVE STORIES
Website Myspace
Label: Stony Plain Music
Distr.: Munich Records

 

 

Ian Tyson is een God in Canada. Dat mag onder andere blijken uit het feit dat zijn ‘Four Strong Winds’ in 2005 werd verkozen tot beste Canadese song aller tijden. De concurrentie bij deze verkiezing van artiesten als Neil Young, Leonard Cohen, Joni Mitchel en Paul Anka was nochtans niet min. ‘Four Strong Winds’ kent u waarschijnlijk beter in de versie van Neil Young, Bob Dylan of Johnny Cash, allen bewonderaars van Tyson. De originele versie van de song werd door Tyson opgenomen in 1963, samen met zijn latere vrouw Sylvia Fricker en dit onder de naam Ian & Sylvia. Ian was toen twintig en had er al carrière opzitten als rodeorijder. Na herhaalde ongelukken in die ‘sport’ had hij er niets beter op gevonden dan met muziek te beginnen. Gedurende de jaren ’60 bleef hij hits scoren met Ian & Sylvia en later werd hij gastheer van een bekende Canadese Tv-show. Toen zijn carrière in de mid-seventies wat in het slop geraakte, keerde hij terug naar Alberta om er paarden te trainen op zijn ranch. In de jaren ’80 maakte hij een comeback en scoorde alweer platinum en goud met onder meer het album ‘Cowboyography’ (1987). Tyson bleef daarna met de regelmaat van een klok, (ongeveer om de drie jaar), nieuwe platen uitbrengen en nu is er dus ‘Yellowhead To Yellowstone And Other Love Stories’. Het eerste wat opvalt is de stem van de inmiddels 75-jarige Tyson. Deze heeft een metamorfose ondergaan en klinkt nu een heel stuk heser. Tyson geraakte enige jaren geleden in de problemen toen hij met zijn stem tegen een slecht afgestelde geluidsinstallatie moest opboksen. Tijdens zijn herstel kreeg hij daarenboven af te rekenen met een hardnekkig virus op de stembanden, waardoor de man nu behoorlijk ‘anders’ klinkt. Maar misschien is de zanger ook gewoon wat ouder geworden. Op de hoes van de nieuwe plaat doet Tyson ons aan John Wayne denken en de lekker ouderwetse cowboyromantiek is ook nog steeds voelbaar in zijn songs. In het prachtige ‘Yellowhead To Yellowstone’ kruipt Tyson in de huid van een opgejaagde wolf die de tocht van het Canadese Yellowhead naar het Amerikaanse National Park Yellowstone maakt. Het verhaal levert een dijk van een song op. Daarnaast brengt Tyson enkele lovesongs in de beste Old School Country traditie, met vanzelfsprekend veel ‘Twang’ and lots of pedal & lap steel. De traditional ‘Ross Knox’ krijgt dan weer een sobere folkbehandeling die perfect past bij het hese stemgeluid van Tyson. ‘My Cherry Coloured Rose’ is opgedragen aan de overleden echtgenote van hockey-ster Don Cherry. ‘Blaino’s Song’ en ‘Go This Far’ hadden net zo goed van Johnny Cash kunnen zijn, maar tonen vooral aan dat Ian Tyson een bijzonder straffe songsmid is. Het ultieme bewijs hiervan is de afsluiter ‘Love Never Comes At All’, een country lovesong die nu al een klassieker mag genoemd worden. ‘Yellowhead To Yellowstone And Other Love Stories’ is 24-karaats Country, waarvoor we maar al te graag onze Stetson afnemen. Respect! (Shake)


 

 

LOUISIANA RED & LITTLE VICTOR'S JUKE JOINT
BACK TO THE BLACK BAYOU
Website
Label: Ruf Records Distr.: Munich Records

 

 

Iverson Minter heeft nog eens een nieuwe cd gemaakt. Wie is Iverson Minter hoor ik je vragen, wel als ik zeg Louisiana Red heeft wat nieuws gemaakt, zullen meer mensen weten over wie het gaat. Red werd bijgestaan door de artiest die wellicht ook zijn grootste fan is: Little Victor, aka "The Beale Street Bopper". Inderdaad, Little Victor leerde het vak op deze bekende straat in Memphis. Lousiana Red daarentegen is echter niet afkomstig van de staat die zijn naam laat vermoeden. Hij is afkomstig uit Alabama, en was voorbestemd om de blues te zingen. Als je moeder sterft kort na je geboorte en je vader gelyncht wordt door de Klu-Klux Klan, als je nog maar negen bent, dan is er namelijk nog bitter weinig plaats voor een gelukkige jeugd. Zijn naam kreeg hij gewoon omdat hij gek was op een soort tabascosausje dat die naam droeg. Zo scherp als dat sausje wel smaken zal klinkt ook deze "Back To The Black Bayou". Zijn eerste opnames, begin jaren vijftig, verschenen op het legendarische Chess Label, en zodoende kwam Red in contact met onder meer John Lee Hooker, die hem rechtstreeks de kneepjes van het bluesvak leerde. Muddy Waters, Lightnin Hopkins en Elmore James deden hetzelfde, en als je in die kringen vertoeft hebt, mag je jezelf trots tot de "echte" en bovendien een van de weinige nog in leven zijnde legendes van de blues tellen. Helemaal niet verwonderlijk dus dat de grote namen van de huidige blues als het ware staan te dringen om als gast mee te mogen spelen. Hier zijn dat onder andere Kim Wilson, Bob Corritore en Jostein Forsberg op harp, de fantastische Dave Maxwell op piano en The Hawk en Little Victor op gitaar, die ook de productie deed en zorgvuldig de songs uitkoos. Songs die behoren tot zijn favorieten in het repertoire van Red. Het wederzijds respect is hoorbaar in deze opnames, en de gasten voegen net dat beetje extra toe aan de songs, die steunen op de dubbele gitareninteractie tussen Red en Little Victor. Het resultaat is wat we simpelweg als een echte, "pure" bluesplaat kunnen bestempelen zoals enkel artiesten als een Louisiana Red die nog kunnen maken, artiesten die de wortels van de blues nog in zich dragen en verder geven. Momenteel woont Red in Europa, in Duitsland meer bepaald. De opnames voor deze cd werden in het Noorse Notodden gemaakt, een stad met naam in de blueswereld, omdat daar jaarlijks het bekende bluesfestival plaatsheeft. De "Juke Joint studios", die bovendien bekend zijn omdat er nog analoog, of volledig "vintage" opgenomen wordt, met apparatuur die gedeeltelijk nog stamt uit de Chess en Stax studios. Dus is dit mede daardoor, een super traditioneel blues album geworden, maar allesbehalve saai of voorspelbaar, daar zorgen die heerlijke stem van Red, zijn gitaar, aangevuld door Little Victor's licks en de vakkundige bijstand van zijn gasten wel voor. Het mooi verzorgde inlay boekje met voor ieder nummer een verhaaltje van Red bij elke song krijgen we er extra bovenop. (RON)