ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

GLENNA BELL - THE ROAD LESS TRAVELED

DROPKICK - PATCHWORK

ERIC BELL - LIVE TONITE ... PLUS!

ROB SZABO - LIFE & LIMB

MARSHALL LAWRENCE - THE MORNING AFTER

BLACK RIVER BLUESMAN & THE CROAKING LIZARD - RAT BONE

TUCK - LULLABIES AND OTHER LIES

YARN - EMPTY POCKETS

LUKA BLOOM - ELEVEN SONGS

VARIOUS ARTISTS - A TRIBUTE TO HOWLIN’ WOLF

 


 

 

GLENNA BELL
THE ROAD LESS TRAVELED
Website Info: Americana Media Produtions

 

 

Opgegroeid in Beaumont, Texas, en als kind onder de indruk van de gezongen hymnen in de naburige kerk, begon zij zelf ook te zingen. Ook de ‘old’ country stijl beïnvloedde haar, die zij ontdekte door te snuisteren in de platencollectie van familieleden. Begiftigd met schrijverstalent, begon zij op zeker ogenblik zelf songs te schrijven, waarbij zij folkelementen vermengde met countrymuziek. Afgestudeerd aan de Houston Universiteit, waar zij het Creative Writing Program volgde, weet zij mooie beeldtaal in haar songs te verweven. Daarmee toerde zij door gans Texas, stond op de podia in Austin, Houston, Dallas, opende o.m. voor Chip Taylor en Carrie Rodriguez en haar songs draaiden op de radiozenders. Haar ster aan het singer-songwriters firmament schitterde nog meer na haar cd ‘Face This World’, een album dat in 2006 uitkwam. Evenals dit album, werd ook nu deze ‘The Road Less Traveled’, inmiddels haar derde, in de Sugar Hill Studio’s in Houston opgenomen. Singer-songwriter John Evans is weerom de producer en op twee na schreef Glenna alle songs. Deze gaan over het leven zoals het zich ontrolt met kleine en grote verdrietigheden, vallen en opstaan, soms gezongen met ironie en soms met diepe emotie zoals het nostalgische ‘La Casa Que Yo Amo’, over verlies en heimwee. Het meest opvallende aan dit album is echter de unieke stem van Glenna. Meer nog dan de poëtische teksten boeit zij door de emotionele echo’s die in haar zilveren stem doorklinken. Je kunt haar met niemand vergelijken, eventueel wel in de triangel plaatsen tussen Mary Gauthier, Eva Cassidy en Patsy Cline. Bovendien voelen haar begeleiders haar goed aan. Zo begeleidt John Evans haar met gitaar, piano en elektrische bas. Hij zingt met haar ook het liefdesduet ‘The East Side’, over twee gekwetste zielen die de weg naar elkaar niet meer kunnen overbruggen. Op een andere song springt Herb Remington bij met steelgitaar. En op het overbekende ‘Jackson’ zijn het de contrabassen en drums die het ritme voortstuwen. Ook Johnny Bush met zijn karakteristiek, diep Johnny Cash stemgeluid zingt met haar een liefdesduet. In Texas wordt de traditie in stand gehouden om singer-songwriters een breed platform te geven. Voor Miss Bell mag er zeker een ereplaats worden vrijgemaakt. (Marcie)


 

 

DROPKICK
PATCHWORK
Website Myspace Info: Hemifrån

Label : Sound Asleep Records

 

 

De Schotse broertjes Andrew en Alastair Taylor hebben met hun al in 1995 opgerichte formatie ‘Dropkick’ een waardige opvolger uitgebracht voor hun vorige plaat “Dot The i” die we begin vorig jaar van een zeer positieve recensie mochten voorzien bij Rootstime. Samen met naam-maar-niet-familiegenoot Roy W. Taylor op gitaar en bassist Scott Tobin is deze vierkoppige band uit Edinburgh er opnieuw wonderwel in geslaagd om met hun achtste album “Patchwork” een prima staaltje country-powerpop af te leveren. Alweer 12 nummers met catchy melodieën en teksten die over lopen van humor en woordspelingen. Het geheel klinkt zeer als 21e eeuwse, moderne popmuziek met country invloeden, voornamelijk gecreëerd door het pedal steel-spel van Alastair Taylor en de banjoklanken van Andrew Taylor. De samenzang van deze broers is ook een steeds weerkerend kenmerk en werkt vergelijkingen met klassieke Californische groepjes in de hand. ‘The Jayhawks’ waren er de oorzaak van dat Dropkick zich van een oorspronkelijk als punkgroepje opererend bandje bekeerde tot de alt-countrymuziek. Na de eerste beluistering valt al op dat de melodieën in je geheugen blijven kleven als Pattex op metaal. Net als Tom Petty, The Proclaimers, Ben Folds, Wilco en Beach Boys beheerst ‘Dropkick’ de gave om hun songs meteen op je vaste schijf geprint te krijgen en er zich voor lange tijd te nestelen. “Nowhere Girl”, “Breakdown”, “Patchwork” en “What’s Going On” zijn de swingende songs die ons alvast bij het nekvel grepen. Maar ‘Dropkick’ profileert zich op deze cd ook als een alt-country band die schitterende countryballads kan schrijven en zingen. Zo zijn wij helemaal verloren voor nummers als “Where I’m From”, “The State That Remains” en “Travelling Song” waarmee dit album wordt afgesloten. Ook geven wij graag een speciale vermelding voor de swingende countryrocksong “Lucky That The Heart” waarop Andy Tucker - de ex-zanger van Dead Beat Club - zeer mooi komt meezingen. Met “Patchwork” levert ‘Dropkick’ een uiterst aangenaam en onderhoudend album af dat ons blij maakt en helpt om door de alledaagse sleur te komen. Meer hoeft dat voor ons dus niet te zijn. (valsam)



 

ERIC BELL
LIVE TONITE ... PLUS!
Website Myspace
Label: Angel Air

 

 

In het jaar 1972 moet 't ongeveer geweest zijn dat ik een lp kocht met de intrigerende naam "Shades Of A Blue Orphanage". Een blauwe hoes, met een foto van 3 uitgehongerde boefjes in schamele klederen, duidelijk een foto uit de depressie van de jaren 30. Het groepje dat deze cd gemaakt had, was mij, en de rest van de wereld toen ook nog, volslagen onbekend, maar ze hadden mij overtuigd met hun bluesy cd. Enkele jaren later zou "Thin Lizzy" want zo heette deze bluesband, met "Whiskey In The Jar" een wereldhit hebben, en daardoor de pure blues de rug toekeren en meer in de poprichting verder gaan. Thin lizzy was onstaan toen de gitarist van de band "Shades of Blue" en de zanger van "Orphanage" elkaar ontmoeten tijdens een gig. Waarom vertel ik dit verhaal? Omdat de gitarist van die eerste band, Eric Bell was, en de zanger van de tweede natuurlijk Phil Lynott. Na ongeveer 35 jaar heeft Eric terug de draad opgenomen en doet waar hij altijd best in was: pure gitaarblues spelen. De opnames voor deze cd gebeurden in Goteburg en Helsingborg tijdens live optredens en drie bonus opnames werden in een Spaanse studio opgenomen met publiek en in one take. Bij het live materiaal gaat het voornamelijk over bluescovers en een paar Thin Lizzy covers, natuurlijk mocht "Whisky In The Jar" ook niet ontbreken. Openen doet Eric het concert in Zweden met 'n stomende versie van Freddy King's "The Stumble", gevolgd door "Oh Pretty Woman" van Albert King, "Things I Used To Do" van Eddie Jones, beter bekend als Guitar Slim. Ze volgen mekaar op, de bekende klassiekers, zoals "Baby,Please Don't Go" bekend van Them en 't gaat verder in dezelfde lijn met "Madame George" van Van Morrisson. Deze song is op zeer overtuigende wijze gebracht en de sfeer van 't originele nummer is helemaal terug te vinden in deze knappe cover. B.B King's "Three O'Clock Blues" krijgt ook een overtuigende uitvoering, net als Buddy Guy's "Hold That Plane" om dan het concert af te sluiten met het hardere Thin Lizzy werk. Hier blijkt dat Eric vocaal een kameleon is want zoals hij even terug Van Morrisson's zangstijl kon benaderen met zijn stem, zo roept hij nu herinneringen op aan Phil Lynott tijdens de twee Thin Lizzy Covers "Whiskey In The Jar" en "The Rocker". De verrassing van de cd is echter een van de studio-opnames, met een heel andere Eric Bell, namelijk het rustige jazzy bluesnummer "Just to Get By" met prachtig mooie vocals, en subliem, maar rustig gitaarwerk. De bewondering voor Them en Van Morrisson kan Eric niet wegsteken, begrijpelijk, want voor Thin Lizzy was Eric ook nog Them gitarist gedurende een kortere periode. Hij sluit de cd dan ook af met een live in de studio versie van "Gloria". Zeker geen verrassende cd, deze "Thin Lizzy Blues" maar voor liefhebbers van gitaarblues, in de stijl van het vroegere John Mayal werk valt hier veel te genieten. Zie ‘m aan ’t werk op deze video samen met Thin Lizzy collega Gary Moore in "Whisky in the Jar", met mooie gitaarduetten. (RON)

TRACK LISTING:
1. The Stumble
2. Oh Pretty Woman
3. Things I Used To Do
4. Baby Please Don't Go
5. Madame George
6. Walk On Water
7. Three O'clock Blues
8. Hold That Plane
9. Whiskey In the Jar
10. The Rocker

PLUS
11. Just To Get By
12. Two Ships 13. Gloria

 



 

ROB SZABO
LIFE & LIMB
Website Myspace
Contact CD-Baby

 

 

“Life & Limb” is een verzameling van tien songs die de Canadese zanger Rob Szabo zelf schreef of die in een nauwe samenwerking met zijn vriend en producer Steve Strongman tot stand kwamen. De opnamen van het album vonden plaats in een 100 jaar oude schuur om de warmte en de intimiteit van de songs optimaal te kunnen registreren. Dit is de derde full-cd van deze muzikant uit Toronto die eerder al de albums “A Battery Of Tests” uit 2003 en “Like A Metaphor” in 2006 uitbracht en vorig jaar nog een collectie van een reeks oudere opnamen en demo’s op de markt gooide onder de titel “After The Gravity”. Rob Szabo is een uitstekende zanger die bij het songschrijven steeds zeer veel aandacht schenkt aan de teksten en de boodschappen die hij er in verwerkt. Qua muziekstijl zweeft hij van pop over folk naar countrypop. Al van bij de eerste song “That Cold Hard Sell” krijg je de impressie dat een catchy ritme en een goede tekst de vaste ingrediënten zijn voor alle liedjes op “Life & Limb”. Deze song is één lange scheldpartij tegen de alom aanwezige reclame en tegen de vele gewone levens vernietigende consumentencultuur. Daarna volgt de song “He Loves You”, een prachtige emotionele ballade die met een militaire drumband en een ontroerend kinderkoor werd opgenomen. Het liefdesliedje “All The Sleepy Souls” wordt haast geheel akoestisch gebracht en de muzikale eenvoud van enkel gitaar en cello geeft deze song een heel intiem cachet mee. Song nummer vier is “Last Night”, een prachtig countrygetinte duet met de Canadese zangeres Kerri Ough van de formatie ‘Good Lovelies’. Andere sterke songs uit dit album zijn de ballads “B’s Song”, “My Young Friend”, “What I Deserve”, “No One Gets Hurt” en “That Kind Of Fight”. De mooie stem van Rob Szabo is in elke song zeer nadrukkelijk aanwezig, soms zalvend en minzaam, soms bijtend en agressief. Het lijstje topmuzikanten die aan dit album meewerkten is trouwens ook indrukwekkend. Zo spelen o.a. mee: Bob Egan (slide gitarist bij ‘Blue Rodeo’), Dave King (drummer bij ‘T Bone Burnett’ en eigenaar van de bovenvermelde schuur), zangeres Karyn Ellis en Mike Olsen (cellist bij ‘Arcade Fire’). In de pers worden er vlotjes vergelijkingen gemaakt met Elliott Smith als het om de emotionele songs gaat en met de jonge Elvis Costello als het op de originaliteit van de songteksten aankomt. Het album “Life & Limb” is meer alt-country en Americana dan zijn vorige meer popgetinte platen. En wat ons betreft moet hij niet meer twijfelen of hij al dan niet in deze stijl verder moet gaan met zijn carrière. Deze meer akoestische en intieme stijl is helemaal zijn ding. Graag meer van dit op de volgende plaat. (valsam)



 

MARSHALL LAWRENCE
THE MORNING AFTER
Website Contact CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Wat hebben Canadese artiesten toch met treinen? Fred Eaglesmith, Gordie Tentrees, Rob Lutes, allemaal hebben ze één ding gemeen, treinsongs. Deze Marshall Lawrence, die overigens heel toevallig uit datzelfde Edmonton in Alberta komt als Greg Martin, waarvan ik enkele dagen geleden nog maar pas zijn prachtige cd besprak, begint zijn nieuw werkstuk "The Morning After" ook al dadelijk met "Freight Train". Verder niks op tegen, het is alleen maar een vaststelling. Een volgende vaststelling is dat we momenteel op cd en op onze podia zowat overspoeld worden door Canadese singer-songwriters. Ook niks op tegen, integendeel, want wat we toegestuurd krijgen bevalt ons enorm. Deze Marshall Lawrence bijvoorbeeld, is een prima muzikant. De foto op de achterzijde van de hoes met drie prachtige gitaren, glimmende dobro's en resonators, doen me al watertanden. En wat ik hoor is ook genieten. Knappe rootsmuziek is dit, net als zijn stadsgenoot brengt Marshall een mengeling van blues en Americana songs, met veel verfijnd gitaarwerk, vooral steel gitaar en af en toe een mandoline en banjo. Vooral met de cover van Taj Mahal's "Light Rain Blues" levert die banjo een origineel geluid op. Bijgestaan op deze opnames wordt Marshall door mondharmonicaspelers Sherman Doucette (die John Wilds verving die spijtig genoeg halverwege het tot stand komen van de cd stierf) en bassist Russell Jackson (ja, van BB Kings vroegere band) op staande bas, muzikanten die duidelijk van wanten weten. Hij noemt zichzelf "doctor of the blues" en bracht al eerder een cd uit met vooral uptempo party bluesnummers die de toepasselijkle titel "Where's The Party" meekreeg. In dat opzicht is dus ook "The Morning After" een logisch vervolg. Geen hoofdpijn echter deze keer, zoals de morgen na de meeste party’s, daar heeft de doctor voor gezorgd met een voorschriftje voor 13 prima bluessongs Onder meer de covers van Blind Willie McTell’s "Blue Sky Is Falling" en Charlie Patton’s "Moon Going Down". Voor de rest echte bijna allemaal eigen werk op deze vooral met Delta blues gevulde cd. Sterke songs, voorzien van meer dan uitstekend gitaarwerk, want Marshall Lawrence is een gitarist die met hetgeen hij brengt diep doordringt tot in het hart van de blues. This is just what the doctor ordered! (RON)

 



 

 

BLACK RIVER BLUESMAN & THE CROAKING LIZARD
RAT BONE
Website Myspace CDBaby

 

 

Bluesgroepen in de traditie van Fat Possum, de Mississippi Hill County muzikanten en met invloeden van Black Keys en White Stripes duiken op met trosjes tegenwoordig, in mijn cd kast kan ik er wel een dik metertje aan kwijt ondertussen. Denk maar aan Bob Log III, of recent Hillstomp en Gravelroad bijvoorbeeld, ook nieuwere bands in dat stijltje. En er is er weer ééntje die zich er komt tussenwurmen. Geen groepje uit het broeierige zuiden van Amerika echter, maar wel ééntje uit wat zowat het Europese bluesland bij uitstek is, ook al zou je dat niet zo direct verwachten. Deze jongens brengen hun Delta Hypnotic Swamp blues namelijk van uit het koude Finse Mustio, maar ze klinken net zo moerassig alsof ze tot aan hun knieën in de Clarksdale modder staan, terwijl alligators hen met open bek van op de oever gadeslaan. Black River Bluesman is Jukka Juhola, gitarist/zanger van dit trio, en ook de man die alle nummers schreef, Croaking Lizard, voorheen Cockroach Combo, zijn band, bestaat uit drummer Antti Huttunen, Jussi Konttinen is de bassist (bariton guitar) en Juha Lindgren speelt bluesharp. Hun geluid roept zowel herinneringen op aan (natuurlijk) R.L Burnside, maar ook Tom Waits, Captain Beefheart, de Doors en Black Keys hebben hun stempel gedrukt op het Finse ruige embryonale bluesgeluid van deze "Rat Bone", overigens al hun vijfde werkstuk. "Ride No More", de opener heeft nog het meest ritmische trance geluid van de ganse cd en benadert wat we gewend zijn van Burnside's Fat Possum platen. Alternatieve blues is dit en toch tegelijkertijd oertraditioneel, blues in al zijn puurheid, rauwheid en eenvoud, teruggebracht naar de pure emotie zelf. De meest intrigerende song "You Are Wrong Again" is zo ruig en back to basic dat het soms wel klinkt als de soundtrack van de apocalypse. Dit is geen "mooie" plaat, dat woord kunnen we hier echt niet gebruiken, maar dat was ook niet de bedoeling van de makers, wel het overbrengen van eerlijke emoties, direct en zonder toegevingen. Deep, deep blues. Je houd ervan of niet... en toegegeven, ook ik had een tweede beluistering nodig eer hun trance me in zijn greep had, maar eens ze je te pakken hebben is er geen weg terug! (RON)



 

 

TUCK
LULLABIES AND OTHER LIES
Website Myspace Contact CD-Baby

 

 

Met Jaime Ashurst (zang), Jessica Werb (cello) en Kim Stewart (basgitaar) maken drie dames de meerderheid uit in het kwintet “Tuck”. Zanger Amos Ashurst - broer van Jaime – en drummer Rob Linton completeren deze formatie die zich gespecialiseerd heeft in het brengen van hedendaagse liedjes waarin diverse invloeden als folk, jazz, blues, klassieke muziek en pop in elkaar verweven terug te horen zijn. Op hun full-cd “Lullabies And Other Lies” dat geproduceerd werd door Steve Dawson en waarmee Tuck debuteert brengen ze negen moderne songs waarin naast de obligate gitaar, bas en drums ook enkele klassieke instrumenten als cello, klarinet en piano mee het geluid bepalen. Deze groep werd in 2005 opgericht en lanceerde een eerste ep-tje in 2007 met “Seven Songs”. In een aantal songs hoor je soms driestemmig gezang en een kakafonie aan instrumentatie zoals ook groepen als ‘Arcade Fire’ en ‘Decemberists’ vaak plegen te brengen. Misschien is deze laatste vergelijking niet helemaal toevallig te noemen, aangezien Amos Ashurst en Rob Linton enkele jaren samen musiceerden met Sarah Neufeld, één van de stichtende leden van ‘Arcade Fire” Die herkenbare sound kan je waarnemen in liedjes als “So Lovely”, “Falling Out Of Windows”, “Until It’s Over” en “Faceless” die overladen zijn met grote hoeveelheden swing en noise. Maar zoals ondertussen misschien wel geweten bij onze lezers zijn wij vooralsnog grote fans van rustigere songs waarin meestal mooier gezongen wordt en waarbij er meestal zinvollere teksten gedeclameerd worden. Net daarom vallen wij bij het beluisteren van “Lullabies And Other Lies” nogal gemakkelijk voor nummers als de titeltrack, het ontroerende “Tailspin” en onze favoriete song “Everything” waarin het knappe vocale werk van zanger Amos Ashurst voor de nodige emotionele ogenblikken zorgt. Tusk debuteert niet echt wereldschokkend maar zeker wel verdienstelijk en zal ten gepaste tijde met een goede tweede cd moeten bevestigen. (valsam)


 

 

YARN
EMPTY POCKETS
Website Myspace CDBaby

Info: Americana Media Produtions

 

 

‘Yarn’ omsluit een kwintet uitstekende muzikanten uit Brooklyn met Blake Christiana als leadzanger. Het dynamisch groepje brengt zijn tweede album uit en als je het beluistert ben je geneigd om op zoek te gaan naar hun eerste. Want hun ‘Empty Pockets’ zitten vol met verborgen schatten, zeg maar kostbaarheden zoals avontuurlijke jongens die graag stuk voor stuk in hun zak verstoppen. Blake zegt dat hij niet zozeer diepgaande liedjes wil brengen als wel de luisteraars plezieren met een zwierig geheel van melodische en ritmische songs, lyrische bluegrass van het unieke soort. Nochtans tasten zowel ‘Ain’t That A Sin’ als ‘Lies I’ve Told’ naar de diepere lagen in de ziel. Meer dan eens herinnert Yarn aan Gram Parsons of aan Crosby Stills & Nash en in de fellere nummers aan The Grateful Dead, The Band of Son Volt. De uitgenodigde gastmuzikanten zijn niet de eerste de beste. Vingervlugge Tony Trischka speelt banjo, Casey Driessen fiedelt en Caitlin Cary, één van de drie ‘Tres Chicas’ meisjes zingt. Ook Edie Brickell zingt op ‘I’m Down’, een intimistische ballade. Blake Christiana schreef alle songs zelf, enkele samen met Shane Spaulding en geeft zijn fantasie de vrije teugel. Het titelnummer ‘Empty Blues’ klinkt als een kruising van Cash en Kristofferson. Maar het allermooiste ‘I’ve Already Won’ ontroert door die onbestemde melancholie als mistige regen bij valavond. En de ‘5 Guitars’ in duo zang met Caitlin loopt a.h.w. verloren in een waas van droefgeestigheid. Blake speelde vroeger met de band ‘The Family Dog’, maar in 2006 zocht hij zijn toevlucht en groei in deze ‘Yarn’ Band. Trevor MacArthur met gitaar, Andrew Hendryx met mandoline en het ritmesectieduo Rick Bugel en Jay Frederick maken er eveneens deel van uit. In de New Yorkse clubs ziet men deze band graag komen want hun animo en muzikaliteit staan garant voor een hoogstaand concert. Ook op dit album word je bijna een uur verwend met muziek waarin ritmes, ambiance, lyriek en melodische elegantie zich met elkaar verstrengelen. Christiana’s warme expressieve stem, de gitaren, mandoline, jubelende viool, pedal en lapsteel en vooral Trischka’s banjo zijn allemaal elementaire deeltjes om van dit ‘Empty Pockets’ een succes te maken. Je kan naar hartelust in hun Pockets graaien om er zowel kostbare Americana als zeldzame Alt-Country tevoorschijn te halen. (Marcie)



LUKA BLOOM
ELEVEN SONGS
Website Myspace Contact
Label : Big Sky Records
Distr. : V2 Music

 

Er zijn nog blijkbaar toch nog een paar zekerheden in deze turbulente wereld. Eén daarvan is dat als er een nieuwe cd van Luka Bloom op de markt komt er aan de fans een op en top kwaliteitsproduct wordt aangeboden. Door en door professioneel singer-songwriter en performer Kevin Barry Moore aka Luka Bloom - de intussen al 53 jaar jonge muzikant koos voor die naam op basis van de song “Luka” van Suzanne Vega omdat hij niet wilde geassocieerd worden met zijn toen bekendere muzikale broer Christy Moore - staat ook met zijn nieuwe plaat “Eleven Songs” weer als een huis. De 11 (jawel hoor) folk georiënteerde liedjes stralen zoals gebruikelijk pure klasse uit. Toch verschilt het nieuwe album in enige mate van voorgaande platen omdat Luka Bloom voor dit schijfje een hele reeks voornamelijk Ierse topmuzikanten in de studio heeft uitgenodigd. Het resultaat daarvan is dat “Eleven Songs” een zeer muzikale plaat is geworden en daardoor voorlopig nog twijfels veroorzaakt of Luka Bloom deze songs ook live zo mooi zal kunnen brengen. Het is bekend dat hij live optredens meestal alleen op het podium afwerkt met zijn 2 gitaren, een witte elektrische en een zwarte akoestische (die hij ‘Rudi’ heeft genoemd). Zelf noemt hij “Eleven Songs” zijn beste plaat tot op heden. Er wordt dan ook ijzersterk ingevlogen met het liedje “There Is A Time” en ook nummer 2 “I’m On Your Side” swingt als de pest. Daarna schakelt Luka Bloom toch een versnelling trager naar het genre dat hem zo vertrouwd is en waarmee hij de eeuwige roem heeft bereikt. Want dat hij een schitterende zanger is bewijst hij in overvloed in het liedje “I Hear Her, Like Lorelei”. De songs op dit twaalfde Luka Bloom-album zijn afwisselend ballads en uptempo maar klinken voller door de bredere instrumentatie waarbij zelfs klarinet, fluit en violen het geluid optimaliseren. Heel akoestisch wordt het even in het mooi en ingetogen gebrachte “Sunday” en in het prachtige “When Your Love Comes” waarin deze zanger zijn uitstekende stemkwaliteiten op zijn best kan demonstreren. In “Fire” horen we een traditionele Luka Bloom met naast zijn stem enkel akoestische gitaar-begeleiding. Toch ben je als fan geneigd om blij te zijn met de breder georkestreerde liedjes zoals “See You Soon” en “Eastbound Train” met een heuse koorzang aan het einde, net als in de erg mooie en vrolijke cd-afsluiter “Don’t Be Afraid Of The Light That Shines Within You”. Vakmanschap en meesterschap worden door deze oersympathieke Ierse bard geëtaleerd op zijn nieuwe cd “Eleven Songs”. (valsam)


LUKA BLOOM LIVE


Mar 4 2009 Ancienne Belgique - Brussel
Mar 5 2009 Tivoli - Utrecht

 

 

 



 

 

VARIOUS ARTISTS:
A TRIBUTE TO HOWLIN’ WOLF
Label: Telarc Blues Distr.: Codaex

 

Volgend jaar 2010 wordt Chester Burnett, alias Howlin’ Wolf, honderd jaar. Tenminste indien hij nog zou leven, maar hij stierf in januari 1976. Vele bluesmannen na hem zagen in hem een rolmodel of maakten hem tot hun idool, zoals o.a. de destijds jonge Canadees Colin Linden die op dit tribuutalbum meespeelt. De andere muzikanten kenden hem van dichterbij, stonden jaren lang naast hem op het podium zoals Hubert Sumlin of ondersteunden hem in zijn laatste jaren van ziekte zoals saxofonist/tourmanager Eddie Shaw. Ook bassist Calvin Jones en drummer Sam Lay waren met hem bevriend, net zoals Henry Gray die op dit huldealbum zijn beste pianospel lijkt boven te halen. Het zestal dat de honneurs waarneemt is bijgevolg een uitgelezen select muzikaal groepje, evenals de talrijke gastmuzikanten, allen grote namen. Allen blijven zij tijdens de opnamesessies bescheiden in hun rol, zich spiegelend aan Howlin’ Wolf, die nooit sterallures aannam of een limousine liet voorrijden. Van Wolf werden hoofdzakelijk bekende songs geselecteerd. Taj Mahal vertolkt ‘Saddle My Pony’ , Cub Koda ‘Riding In The Moonlight’ en Debbie Davis ‘Ooh Baby’. Pianist Henry Gray zingt zijn onovertroffen ‘Smokestack Lightnin’. Tussenin staan er enkele nummers van Willie Dixon, met o.a. de bluesklassieker ‘The Red Rooster’ gezongen door de charismatische Kenny Neal. Ronnie Hawkins vertolkt met doorleefde en gruizige stem het onverwoestbare ‘Back Door Man’. Als Eddie Shaw zijn sax aan zijn mond zet dan komt het Tribuutplaatsje nog het meest tot zijn recht, alsof hij de geest van Howlin’ Wolf terug leven wil inblazen. Naast hem doet Henry Gray wonderen met tintelende pianoritmes. Samen maken zij ‘Built For Comfort’ tot een hoogtepunt. Hubert Sumlin staat als steeds trouw terzijde met zijn gitaar, zoals vroeger naast Howlin’ Wolf. De hoofdrol gaat natuurlijk naar het bluesicoon zelf. Het is tenslotte zijn muziek die wordt vereeuwigd. Die klinkt nog even fris en tijdloos als in zijn gloriejaren. Als tienjarige knaap werd Chester Burnett de plantage ingestuurd, maar beïnvloed door tijdgenoten als Blind Lemon Jefferson, Charlie Patton en Sonny Boy Williamson II, baande hij zich een weg naar erkenning en roem via de omweg van Memphis en Chicago. Tot in Europa was hij welkom en geliefd. Hubert Sumlin was twintig jaar lang zijn vaste gitarist en het is hij die het mooiste nummer voor zijn rekening neemt wanneer hij zijn stem leent aan ‘Kiling Floor’. Als geen ander voelt hij de soul van de oude bandleider aan. Dit album werd al in 1998 uitgebracht met Randy Labbe als producer, maar Telarc biedt een aantal albums opnieuw aan tegen verlaagde prijs aan mogelijk geïnteresseerden of handelaars/winkeliers, waaronder dus dit Howlin’ Wolf tribuut. Het is een unieke kans voor liefhebbers van authentieke blues om zich te verdiepen in Wolf’s blueswereld en zijn muzikale entourage of zijn songs keer op keer te kunnen herbeluisteren. (Marcie)

Telarc (distr.: Codaex) biedt een aantal albums goedkoper aan winkels dan normaal. Voor dit label is het - uiteraard - de bedoeling dat de handelaars ze dan ook goedkoper in de winkelrekken leggen. Telarc hoopt dat de bluesfans op deze manier opnieuw meer albums gaan kopen. Het zijn dan ook cd's die het verdienen om gekocht te worden omwille van de muziek. Voor Telarc is het ook meteen een test om te zien of mensen terug meer cd's kopen als die goedkoper zijn. De prijs is namelijk een veel gebruikt argument om er geen meer aan te schaffen.
Zijn reeds verschenen:

JUNIOR WELLS - Better of with the Blues
LUTHER "GUITAR JR." JOHNSON AND THE MAGIC ROCKERS - Slammin' on the West Side
MARIA MULDAUR - Fanning the Flames
HOWLIN' WOLF - A Tribute to Howlin' Wolf
COTTON/BRANCH/MUSSELWHITE - Superharps
MIGHTY SAM MCCLAIN - Blues for the Soul
PINETOP PERKINS - Back on Top
JAMES COTTON - Fire Down Under the Hill
ROBERT JR. LOCKWOOD - Delta Crossroads
JIMMY THACKERY AND THE DRIVERS - We Got It
CHARLIE MUSSELWHITE - One Night in America
TAB BENOIT - The Sea Saint Sessions