ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
GLENNA BELL - THE ROAD LESS TRAVELED
DROPKICK - PATCHWORK
ERIC BELL - LIVE TONITE ... PLUS!
ROB SZABO - LIFE & LIMB
MARSHALL LAWRENCE - THE MORNING AFTER
BLACK RIVER BLUESMAN & THE CROAKING LIZARD - RAT BONE
TUCK - LULLABIES AND OTHER LIES
YARN - EMPTY POCKETS
LUKA BLOOM - ELEVEN SONGS
VARIOUS ARTISTS - A TRIBUTE TO HOWLIN’ WOLF

GLENNA
BELL
THE ROAD LESS TRAVELED
Website Info: Americana
Media Produtions
Opgegroeid
in Beaumont, Texas, en als kind onder de indruk van de gezongen hymnen in de
naburige kerk, begon zij zelf ook te zingen. Ook de ‘old’ country
stijl beïnvloedde haar, die zij ontdekte door te snuisteren in de platencollectie
van familieleden. Begiftigd met schrijverstalent, begon zij op zeker ogenblik
zelf songs te schrijven, waarbij zij folkelementen vermengde met countrymuziek.
Afgestudeerd aan de Houston Universiteit, waar zij het Creative Writing Program
volgde, weet zij mooie beeldtaal in haar songs te verweven. Daarmee toerde zij
door gans Texas, stond op de podia in Austin, Houston, Dallas, opende o.m. voor
Chip Taylor en Carrie Rodriguez en haar songs draaiden op de radiozenders. Haar
ster aan het singer-songwriters firmament schitterde nog meer na haar cd ‘Face
This World’, een album dat in 2006 uitkwam. Evenals dit album, werd ook
nu deze ‘The Road Less Traveled’, inmiddels haar derde, in de Sugar
Hill Studio’s in Houston opgenomen. Singer-songwriter John Evans is weerom
de producer en op twee na schreef Glenna alle songs. Deze gaan over het leven
zoals het zich ontrolt met kleine en grote verdrietigheden, vallen en opstaan,
soms gezongen met ironie en soms met diepe emotie zoals het nostalgische ‘La
Casa Que Yo Amo’, over verlies en heimwee. Het meest opvallende aan dit
album is echter de unieke stem van Glenna. Meer nog dan de poëtische teksten
boeit zij door de emotionele echo’s die in haar zilveren stem doorklinken.
Je kunt haar met niemand vergelijken, eventueel wel in de triangel plaatsen
tussen Mary Gauthier, Eva Cassidy en Patsy Cline. Bovendien voelen haar begeleiders
haar goed aan. Zo begeleidt John Evans haar met gitaar, piano en elektrische
bas. Hij zingt met haar ook het liefdesduet ‘The East Side’, over
twee gekwetste zielen die de weg naar elkaar niet meer kunnen overbruggen. Op
een andere song springt Herb Remington bij met steelgitaar. En op het overbekende
‘Jackson’ zijn het de contrabassen en drums die het ritme voortstuwen.
Ook Johnny Bush met zijn karakteristiek, diep Johnny Cash stemgeluid zingt met
haar een liefdesduet. In Texas wordt de traditie in stand gehouden om singer-songwriters
een breed platform te geven. Voor Miss Bell mag er zeker een ereplaats worden
vrijgemaakt. (Marcie)

DROPKICK
PATCHWORK
Website Myspace
Info: Hemifrån
Label : Sound Asleep Records
De
Schotse broertjes Andrew en Alastair Taylor hebben met hun al in 1995 opgerichte
formatie ‘Dropkick’ een waardige opvolger uitgebracht voor hun vorige
plaat “Dot The i” die we begin vorig jaar van een zeer positieve
recensie mochten voorzien bij Rootstime. Samen met naam-maar-niet-familiegenoot
Roy W. Taylor op gitaar en bassist Scott Tobin is deze vierkoppige band uit
Edinburgh er opnieuw wonderwel in geslaagd om met hun achtste album “Patchwork”
een prima staaltje country-powerpop af te leveren. Alweer 12 nummers met catchy
melodieën en teksten die over lopen van humor en woordspelingen. Het geheel
klinkt zeer als 21e eeuwse, moderne popmuziek met country invloeden, voornamelijk
gecreëerd door het pedal steel-spel van Alastair Taylor en de banjoklanken
van Andrew Taylor. De samenzang van deze broers is ook een steeds weerkerend
kenmerk en werkt vergelijkingen met klassieke Californische groepjes in de hand.
‘The Jayhawks’ waren er de oorzaak van dat Dropkick zich van een
oorspronkelijk als punkgroepje opererend bandje bekeerde tot de alt-countrymuziek.
Na de eerste beluistering valt al op dat de melodieën in je geheugen blijven
kleven als Pattex op metaal. Net als Tom Petty, The Proclaimers, Ben Folds,
Wilco en Beach Boys beheerst ‘Dropkick’ de gave om hun songs meteen
op je vaste schijf geprint te krijgen en er zich voor lange tijd te nestelen.
“Nowhere Girl”, “Breakdown”, “Patchwork”
en “What’s Going On” zijn de swingende songs die ons alvast
bij het nekvel grepen. Maar ‘Dropkick’ profileert zich op deze cd
ook als een alt-country band die schitterende countryballads kan schrijven en
zingen. Zo zijn wij helemaal verloren voor nummers als “Where I’m
From”, “The State That Remains” en “Travelling Song”
waarmee dit album wordt afgesloten. Ook geven wij graag een speciale vermelding
voor de swingende countryrocksong “Lucky That The Heart” waarop
Andy Tucker - de ex-zanger van Dead Beat Club - zeer mooi komt meezingen. Met
“Patchwork” levert ‘Dropkick’ een uiterst aangenaam
en onderhoudend album af dat ons blij maakt en helpt om door de alledaagse sleur
te komen. Meer hoeft dat voor ons dus niet te zijn. (valsam)

ERIC
BELL
LIVE TONITE ... PLUS!
Website Myspace
Label: Angel Air
In
het jaar 1972 moet 't ongeveer geweest zijn dat ik een lp kocht met de intrigerende
naam "Shades Of A Blue Orphanage". Een blauwe hoes, met een foto van
3 uitgehongerde boefjes in schamele klederen, duidelijk een foto uit de depressie
van de jaren 30. Het groepje dat deze cd gemaakt had, was mij, en de rest van
de wereld toen ook nog, volslagen onbekend, maar ze hadden mij overtuigd met
hun bluesy cd. Enkele jaren later zou "Thin Lizzy" want zo heette
deze bluesband, met "Whiskey In The Jar" een wereldhit hebben, en
daardoor de pure blues de rug toekeren en meer in de poprichting verder gaan.
Thin lizzy was onstaan toen de gitarist van de band "Shades of Blue"
en de zanger van "Orphanage" elkaar ontmoeten tijdens een gig. Waarom
vertel ik dit verhaal? Omdat de gitarist van die eerste band, Eric Bell was,
en de zanger van de tweede natuurlijk Phil Lynott. Na ongeveer 35 jaar heeft
Eric terug de draad opgenomen en doet waar hij altijd best in was: pure gitaarblues
spelen. De opnames voor deze cd gebeurden in Goteburg en Helsingborg tijdens
live optredens en drie bonus opnames werden in een Spaanse studio opgenomen
met publiek en in one take. Bij het live materiaal gaat het voornamelijk over
bluescovers en een paar Thin Lizzy covers, natuurlijk mocht "Whisky In
The Jar" ook niet ontbreken. Openen doet Eric het concert in Zweden met
'n stomende versie van Freddy King's "The Stumble", gevolgd door "Oh
Pretty Woman" van Albert King, "Things I Used To Do" van Eddie
Jones, beter bekend als Guitar Slim. Ze volgen mekaar op, de bekende klassiekers,
zoals "Baby,Please Don't Go" bekend van Them en 't gaat verder in
dezelfde lijn met "Madame George" van Van Morrisson. Deze song is
op zeer overtuigende wijze gebracht en de sfeer van 't originele nummer is helemaal
terug te vinden in deze knappe cover. B.B King's "Three O'Clock Blues"
krijgt ook een overtuigende uitvoering, net als Buddy Guy's "Hold That
Plane" om dan het concert af te sluiten met het hardere Thin Lizzy werk.
Hier blijkt dat Eric vocaal een kameleon is want zoals hij even terug Van Morrisson's
zangstijl kon benaderen met zijn stem, zo roept hij nu herinneringen op aan
Phil Lynott tijdens de twee Thin Lizzy Covers "Whiskey In The Jar"
en "The Rocker". De verrassing van de cd is echter een van de studio-opnames,
met een heel andere Eric Bell, namelijk het rustige jazzy bluesnummer "Just
to Get By" met prachtig mooie vocals, en subliem, maar rustig gitaarwerk.
De bewondering voor Them en Van Morrisson kan Eric niet wegsteken, begrijpelijk,
want voor Thin Lizzy was Eric ook nog Them gitarist gedurende een kortere periode.
Hij sluit de cd dan ook af met een live in de studio versie van "Gloria".
Zeker geen verrassende cd, deze "Thin Lizzy Blues" maar voor liefhebbers
van gitaarblues, in de stijl van het vroegere John Mayal werk valt hier veel
te genieten. Zie ‘m aan ’t werk op deze
video samen met Thin Lizzy collega Gary Moore in "Whisky in the Jar",
met mooie gitaarduetten. (RON)
TRACK LISTING:
1. The Stumble
2. Oh Pretty Woman
3. Things I Used To Do
4. Baby Please Don't Go
5. Madame George
6. Walk On Water
7. Three O'clock Blues
8. Hold That Plane
9. Whiskey In the Jar
10. The Rocker
PLUS
11. Just To Get By
12. Two Ships 13. Gloria

ROB
SZABO
LIFE & LIMB
Website Myspace
Contact CD-Baby
“Life
& Limb” is een verzameling van tien songs die de Canadese zanger Rob
Szabo zelf schreef of die in een nauwe samenwerking met zijn vriend en producer
Steve Strongman tot stand kwamen. De opnamen van het album vonden plaats in
een 100 jaar oude schuur om de warmte en de intimiteit van de songs optimaal
te kunnen registreren. Dit is de derde full-cd van deze muzikant uit Toronto
die eerder al de albums “A Battery Of Tests” uit 2003 en “Like
A Metaphor” in 2006 uitbracht en vorig jaar nog een collectie van een
reeks oudere opnamen en demo’s op de markt gooide onder de titel “After
The Gravity”. Rob Szabo is een uitstekende zanger die bij het songschrijven
steeds zeer veel aandacht schenkt aan de teksten en de boodschappen die hij
er in verwerkt. Qua muziekstijl zweeft hij van pop over folk naar countrypop.
Al van bij de eerste song “That Cold Hard Sell” krijg je de impressie
dat een catchy ritme en een goede tekst de vaste ingrediënten zijn voor
alle liedjes op “Life & Limb”. Deze song is één
lange scheldpartij tegen de alom aanwezige reclame en tegen de vele gewone levens
vernietigende consumentencultuur. Daarna volgt de song “He Loves You”,
een prachtige emotionele ballade die met een militaire drumband en een ontroerend
kinderkoor werd opgenomen. Het liefdesliedje “All The Sleepy Souls”
wordt haast geheel akoestisch gebracht en de muzikale eenvoud van enkel gitaar
en cello geeft deze song een heel intiem cachet mee. Song nummer vier is “Last
Night”, een prachtig countrygetinte duet met de Canadese zangeres Kerri
Ough van de formatie ‘Good Lovelies’. Andere sterke songs uit dit
album zijn de ballads “B’s Song”, “My Young Friend”,
“What I Deserve”, “No One Gets Hurt” en “That
Kind Of Fight”. De mooie stem van Rob Szabo is in elke song zeer nadrukkelijk
aanwezig, soms zalvend en minzaam, soms bijtend en agressief. Het lijstje topmuzikanten
die aan dit album meewerkten is trouwens ook indrukwekkend. Zo spelen o.a. mee:
Bob Egan (slide gitarist bij ‘Blue Rodeo’), Dave King (drummer bij
‘T Bone Burnett’ en eigenaar van de bovenvermelde schuur), zangeres
Karyn Ellis en Mike Olsen (cellist bij ‘Arcade Fire’). In de pers
worden er vlotjes vergelijkingen gemaakt met Elliott Smith als het om de emotionele
songs gaat en met de jonge Elvis Costello als het op de originaliteit van de
songteksten aankomt. Het album “Life & Limb” is meer alt-country
en Americana dan zijn vorige meer popgetinte platen. En wat ons betreft moet
hij niet meer twijfelen of hij al dan niet in deze stijl verder moet gaan met
zijn carrière. Deze meer akoestische en intieme stijl is helemaal zijn
ding. Graag meer van dit op de volgende plaat. (valsam)

MARSHALL
LAWRENCE
THE MORNING AFTER
Website Contact
CDBaby
VIDEO
1 VIDEO
2
Wat
hebben Canadese artiesten toch met treinen? Fred Eaglesmith, Gordie Tentrees,
Rob Lutes, allemaal hebben ze één ding gemeen, treinsongs. Deze
Marshall Lawrence, die overigens heel toevallig uit datzelfde Edmonton in Alberta
komt als Greg Martin, waarvan ik enkele dagen geleden nog maar pas zijn prachtige
cd besprak, begint zijn nieuw werkstuk "The Morning After" ook al
dadelijk met "Freight Train". Verder niks op tegen, het is alleen
maar een vaststelling. Een volgende vaststelling is dat we momenteel op cd en
op onze podia zowat overspoeld worden door Canadese singer-songwriters. Ook
niks op tegen, integendeel, want wat we toegestuurd krijgen bevalt ons enorm.
Deze Marshall Lawrence bijvoorbeeld, is een prima muzikant. De foto op de achterzijde
van de hoes met drie prachtige gitaren, glimmende dobro's en resonators, doen
me al watertanden. En wat ik hoor is ook genieten. Knappe rootsmuziek is dit,
net als zijn stadsgenoot brengt Marshall een mengeling van blues en Americana
songs, met veel verfijnd gitaarwerk, vooral steel gitaar en af en toe een mandoline
en banjo. Vooral met de cover van Taj Mahal's "Light Rain Blues" levert
die banjo een origineel geluid op. Bijgestaan op deze opnames wordt Marshall
door mondharmonicaspelers Sherman Doucette (die John Wilds verving die spijtig
genoeg halverwege het tot stand komen van de cd stierf) en bassist Russell Jackson
(ja, van BB Kings vroegere band) op staande bas, muzikanten die duidelijk van
wanten weten. Hij noemt zichzelf "doctor of the blues" en bracht al
eerder een cd uit met vooral uptempo party bluesnummers die de toepasselijkle
titel "Where's The Party" meekreeg. In dat opzicht is dus ook "The
Morning After" een logisch vervolg. Geen hoofdpijn echter deze keer, zoals
de morgen na de meeste party’s, daar heeft de doctor voor gezorgd met
een voorschriftje voor 13 prima bluessongs Onder meer de covers van Blind Willie
McTell’s "Blue Sky Is Falling" en Charlie Patton’s "Moon
Going Down". Voor de rest echte bijna allemaal eigen werk op deze vooral
met Delta blues gevulde cd. Sterke songs, voorzien van meer dan uitstekend gitaarwerk,
want Marshall Lawrence is een gitarist die met hetgeen hij brengt diep doordringt
tot in het hart van de blues. This is just what the doctor ordered! (RON)

BLACK
RIVER BLUESMAN & THE CROAKING LIZARD
RAT BONE
Website Myspace
CDBaby
Bluesgroepen
in de traditie van Fat Possum, de Mississippi Hill County muzikanten en met
invloeden van Black Keys en White Stripes duiken op met trosjes tegenwoordig,
in mijn cd kast kan ik er wel een dik metertje aan kwijt ondertussen. Denk maar
aan Bob Log III, of recent Hillstomp en Gravelroad bijvoorbeeld, ook nieuwere
bands in dat stijltje. En er is er weer ééntje die zich er komt
tussenwurmen. Geen groepje uit het broeierige zuiden van Amerika echter, maar
wel ééntje uit wat zowat het Europese bluesland bij uitstek is,
ook al zou je dat niet zo direct verwachten. Deze jongens brengen hun Delta
Hypnotic Swamp blues namelijk van uit het koude Finse Mustio, maar ze klinken
net zo moerassig alsof ze tot aan hun knieën in de Clarksdale modder staan,
terwijl alligators hen met open bek van op de oever gadeslaan. Black River Bluesman
is Jukka Juhola, gitarist/zanger van dit trio, en ook de man die alle nummers
schreef, Croaking Lizard, voorheen Cockroach Combo, zijn band, bestaat uit drummer
Antti Huttunen, Jussi Konttinen is de bassist (bariton guitar) en Juha Lindgren
speelt bluesharp. Hun geluid roept zowel herinneringen op aan (natuurlijk) R.L
Burnside, maar ook Tom Waits, Captain Beefheart, de Doors en Black Keys hebben
hun stempel gedrukt op het Finse ruige embryonale bluesgeluid van deze "Rat
Bone", overigens al hun vijfde werkstuk. "Ride No More", de opener
heeft nog het meest ritmische trance geluid van de ganse cd en benadert wat
we gewend zijn van Burnside's Fat Possum platen. Alternatieve blues is dit en
toch tegelijkertijd oertraditioneel, blues in al zijn puurheid, rauwheid en
eenvoud, teruggebracht naar de pure emotie zelf. De meest intrigerende song
"You Are Wrong Again" is zo ruig en back to basic dat het soms wel
klinkt als de soundtrack van de apocalypse. Dit is geen "mooie" plaat,
dat woord kunnen we hier echt niet gebruiken, maar dat was ook niet de bedoeling
van de makers, wel het overbrengen van eerlijke emoties, direct en zonder toegevingen.
Deep, deep blues. Je houd ervan of niet... en toegegeven, ook ik had een tweede
beluistering nodig eer hun trance me in zijn greep had, maar eens ze je te pakken
hebben is er geen weg terug! (RON)

TUCK
LULLABIES AND OTHER LIES
Website Myspace
Contact CD-Baby
Met
Jaime Ashurst (zang), Jessica Werb (cello) en Kim Stewart (basgitaar) maken
drie dames de meerderheid uit in het kwintet “Tuck”. Zanger Amos
Ashurst - broer van Jaime – en drummer Rob Linton completeren deze formatie
die zich gespecialiseerd heeft in het brengen van hedendaagse liedjes waarin
diverse invloeden als folk, jazz, blues, klassieke muziek en pop in elkaar verweven
terug te horen zijn. Op hun full-cd “Lullabies And Other Lies” dat
geproduceerd werd door Steve Dawson en waarmee Tuck debuteert brengen ze negen
moderne songs waarin naast de obligate gitaar, bas en drums ook enkele klassieke
instrumenten als cello, klarinet en piano mee het geluid bepalen. Deze groep
werd in 2005 opgericht en lanceerde een eerste ep-tje in 2007 met “Seven
Songs”. In een aantal songs hoor je soms driestemmig gezang en een kakafonie
aan instrumentatie zoals ook groepen als ‘Arcade Fire’ en ‘Decemberists’
vaak plegen te brengen. Misschien is deze laatste vergelijking niet helemaal
toevallig te noemen, aangezien Amos Ashurst en Rob Linton enkele jaren samen
musiceerden met Sarah Neufeld, één van de stichtende leden van
‘Arcade Fire” Die herkenbare sound kan je waarnemen in liedjes als
“So Lovely”, “Falling Out Of Windows”, “Until
It’s Over” en “Faceless” die overladen zijn met grote
hoeveelheden swing en noise. Maar zoals ondertussen misschien wel geweten bij
onze lezers zijn wij vooralsnog grote fans van rustigere songs waarin meestal
mooier gezongen wordt en waarbij er meestal zinvollere teksten gedeclameerd
worden. Net daarom vallen wij bij het beluisteren van “Lullabies And Other
Lies” nogal gemakkelijk voor nummers als de titeltrack, het ontroerende
“Tailspin” en onze favoriete song “Everything” waarin
het knappe vocale werk van zanger Amos Ashurst voor de nodige emotionele ogenblikken
zorgt. Tusk debuteert niet echt wereldschokkend maar zeker wel verdienstelijk
en zal ten gepaste tijde met een goede tweede cd moeten bevestigen. (valsam)

YARN
EMPTY POCKETS
Website Myspace
CDBaby
Info: Americana Media Produtions
‘Yarn’
omsluit een kwintet uitstekende muzikanten uit Brooklyn met Blake Christiana
als leadzanger. Het dynamisch groepje brengt zijn tweede album uit en als je
het beluistert ben je geneigd om op zoek te gaan naar hun eerste. Want hun ‘Empty
Pockets’ zitten vol met verborgen schatten, zeg maar kostbaarheden zoals
avontuurlijke jongens die graag stuk voor stuk in hun zak verstoppen. Blake
zegt dat hij niet zozeer diepgaande liedjes wil brengen als wel de luisteraars
plezieren met een zwierig geheel van melodische en ritmische songs, lyrische
bluegrass van het unieke soort. Nochtans tasten zowel ‘Ain’t That
A Sin’ als ‘Lies I’ve Told’ naar de diepere lagen in
de ziel. Meer dan eens herinnert Yarn aan Gram Parsons of aan Crosby Stills
& Nash en in de fellere nummers aan The Grateful Dead, The Band of Son Volt.
De uitgenodigde gastmuzikanten zijn niet de eerste de beste. Vingervlugge Tony
Trischka speelt banjo, Casey Driessen fiedelt en Caitlin Cary, één
van de drie ‘Tres Chicas’ meisjes zingt. Ook Edie Brickell zingt
op ‘I’m Down’, een intimistische ballade. Blake Christiana
schreef alle songs zelf, enkele samen met Shane Spaulding en geeft zijn fantasie
de vrije teugel. Het titelnummer ‘Empty Blues’ klinkt als een kruising
van Cash en Kristofferson. Maar het allermooiste ‘I’ve Already Won’
ontroert door die onbestemde melancholie als mistige regen bij valavond. En
de ‘5 Guitars’ in duo zang met Caitlin loopt a.h.w. verloren in
een waas van droefgeestigheid. Blake speelde vroeger met de band ‘The
Family Dog’, maar in 2006 zocht hij zijn toevlucht en groei in deze ‘Yarn’
Band. Trevor MacArthur met gitaar, Andrew Hendryx met mandoline en het ritmesectieduo
Rick Bugel en Jay Frederick maken er eveneens deel van uit. In de New Yorkse
clubs ziet men deze band graag komen want hun animo en muzikaliteit staan garant
voor een hoogstaand concert. Ook op dit album word je bijna een uur verwend
met muziek waarin ritmes, ambiance, lyriek en melodische elegantie zich met
elkaar verstrengelen. Christiana’s warme expressieve stem, de gitaren,
mandoline, jubelende viool, pedal en lapsteel en vooral Trischka’s banjo
zijn allemaal elementaire deeltjes om van dit ‘Empty Pockets’ een
succes te maken. Je kan naar hartelust in hun Pockets graaien om er zowel kostbare
Americana als zeldzame Alt-Country tevoorschijn te halen. (Marcie)

LUKA
BLOOM
ELEVEN SONGS
Website Myspace
Contact
Label : Big Sky Records
Distr. : V2 Music
Er
zijn nog blijkbaar toch nog een paar zekerheden in deze turbulente wereld. Eén
daarvan is dat als er een nieuwe cd van Luka Bloom op de markt komt er aan de
fans een op en top kwaliteitsproduct wordt aangeboden. Door en door professioneel
singer-songwriter en performer Kevin Barry Moore aka Luka Bloom - de intussen
al 53 jaar jonge muzikant koos voor die naam op basis van de song “Luka”
van Suzanne Vega omdat hij niet wilde geassocieerd worden met zijn toen bekendere
muzikale broer Christy Moore - staat ook met zijn nieuwe plaat “Eleven
Songs” weer als een huis. De 11 (jawel hoor) folk georiënteerde liedjes
stralen zoals gebruikelijk pure klasse uit. Toch verschilt het nieuwe album
in enige mate van voorgaande platen omdat Luka Bloom voor dit schijfje een hele
reeks voornamelijk Ierse topmuzikanten in de studio heeft uitgenodigd. Het resultaat
daarvan is dat “Eleven Songs” een zeer muzikale plaat is geworden
en daardoor voorlopig nog twijfels veroorzaakt of Luka Bloom deze songs ook
live zo mooi zal kunnen brengen. Het is bekend dat hij live optredens meestal
alleen op het podium afwerkt met zijn 2 gitaren, een witte elektrische en een
zwarte akoestische (die hij ‘Rudi’ heeft genoemd). Zelf noemt hij
“Eleven Songs” zijn beste plaat tot op heden. Er wordt dan ook ijzersterk
ingevlogen met het liedje “There Is A Time” en ook nummer 2 “I’m
On Your Side” swingt als de pest. Daarna schakelt Luka Bloom toch een
versnelling trager naar het genre dat hem zo vertrouwd is en waarmee hij de
eeuwige roem heeft bereikt. Want dat hij een schitterende zanger is bewijst
hij in overvloed in het liedje “I Hear Her, Like Lorelei”. De songs
op dit twaalfde Luka Bloom-album zijn afwisselend ballads en uptempo maar klinken
voller door de bredere instrumentatie waarbij zelfs klarinet, fluit en violen
het geluid optimaliseren. Heel akoestisch wordt het even in het mooi en ingetogen
gebrachte “Sunday” en in het prachtige “When Your Love Comes”
waarin deze zanger zijn uitstekende stemkwaliteiten op zijn best kan demonstreren.
In “Fire” horen we een traditionele Luka Bloom met naast zijn stem
enkel akoestische gitaar-begeleiding. Toch ben je als fan geneigd om blij te
zijn met de breder georkestreerde liedjes zoals “See You Soon” en
“Eastbound Train” met een heuse koorzang aan het einde, net als
in de erg mooie en vrolijke cd-afsluiter “Don’t Be Afraid Of The
Light That Shines Within You”. Vakmanschap en meesterschap worden door
deze oersympathieke Ierse bard geëtaleerd op zijn nieuwe cd “Eleven
Songs”. (valsam)
|

VARIOUS
ARTISTS:
A TRIBUTE TO HOWLIN’ WOLF
Label: Telarc Blues Distr.: Codaex
Volgend
jaar 2010 wordt Chester Burnett, alias Howlin’ Wolf, honderd jaar. Tenminste
indien hij nog zou leven, maar hij stierf in januari 1976. Vele bluesmannen
na hem zagen in hem een rolmodel of maakten hem tot hun idool, zoals o.a. de
destijds jonge Canadees Colin Linden die op dit tribuutalbum meespeelt. De andere
muzikanten kenden hem van dichterbij, stonden jaren lang naast hem op het podium
zoals Hubert Sumlin of ondersteunden hem in zijn laatste jaren van ziekte zoals
saxofonist/tourmanager Eddie Shaw. Ook bassist Calvin Jones en drummer Sam Lay
waren met hem bevriend, net zoals Henry Gray die op dit huldealbum zijn beste
pianospel lijkt boven te halen. Het zestal dat de honneurs waarneemt is bijgevolg
een uitgelezen select muzikaal groepje, evenals de talrijke gastmuzikanten,
allen grote namen. Allen blijven zij tijdens de opnamesessies bescheiden in
hun rol, zich spiegelend aan Howlin’ Wolf, die nooit sterallures aannam
of een limousine liet voorrijden. Van Wolf werden hoofdzakelijk bekende songs
geselecteerd. Taj Mahal vertolkt ‘Saddle My Pony’ , Cub Koda ‘Riding
In The Moonlight’ en Debbie Davis ‘Ooh Baby’. Pianist Henry
Gray zingt zijn onovertroffen ‘Smokestack Lightnin’. Tussenin staan
er enkele nummers van Willie Dixon, met o.a. de bluesklassieker ‘The Red
Rooster’ gezongen door de charismatische Kenny Neal. Ronnie Hawkins vertolkt
met doorleefde en gruizige stem het onverwoestbare ‘Back Door Man’.
Als Eddie Shaw zijn sax aan zijn mond zet dan komt het Tribuutplaatsje nog het
meest tot zijn recht, alsof hij de geest van Howlin’ Wolf terug leven
wil inblazen. Naast hem doet Henry Gray wonderen met tintelende pianoritmes.
Samen maken zij ‘Built For Comfort’ tot een hoogtepunt. Hubert Sumlin
staat als steeds trouw terzijde met zijn gitaar, zoals vroeger naast Howlin’
Wolf. De hoofdrol gaat natuurlijk naar het bluesicoon zelf. Het is tenslotte
zijn muziek die wordt vereeuwigd. Die klinkt nog even fris en tijdloos als in
zijn gloriejaren. Als tienjarige knaap werd Chester Burnett de plantage ingestuurd,
maar beïnvloed door tijdgenoten als Blind Lemon Jefferson, Charlie Patton
en Sonny Boy Williamson II, baande hij zich een weg naar erkenning en roem via
de omweg van Memphis en Chicago. Tot in Europa was hij welkom en geliefd. Hubert
Sumlin was twintig jaar lang zijn vaste gitarist en het is hij die het mooiste
nummer voor zijn rekening neemt wanneer hij zijn stem leent aan ‘Kiling
Floor’. Als geen ander voelt hij de soul van de oude bandleider aan. Dit
album werd al in 1998 uitgebracht met Randy Labbe als producer, maar Telarc
biedt een aantal albums opnieuw aan tegen verlaagde prijs aan mogelijk geïnteresseerden
of handelaars/winkeliers, waaronder dus dit Howlin’ Wolf tribuut. Het
is een unieke kans voor liefhebbers van authentieke blues om zich te verdiepen
in Wolf’s blueswereld en zijn muzikale entourage of zijn songs keer op
keer te kunnen herbeluisteren. (Marcie)
Telarc (distr.:
Codaex) biedt een aantal albums goedkoper aan winkels dan normaal. Voor
dit label is het - uiteraard - de bedoeling dat de handelaars ze dan ook
goedkoper in de winkelrekken leggen. Telarc hoopt dat de bluesfans op
deze manier opnieuw meer albums gaan kopen. Het zijn dan ook cd's die
het verdienen om gekocht te worden omwille van de muziek. Voor Telarc
is het ook meteen een test om te zien of mensen terug meer cd's kopen
als die goedkoper zijn. De prijs is namelijk een veel gebruikt argument
om er geen meer aan te schaffen. JUNIOR WELLS - Better
of with the Blues |