ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

EASTWOOD - EVERYTHING’S PERSONAL

BLUE YONDER - PARADISE

LINGO - THROUGH THE SCATTERED TREES

DIANA JONES - BETTER TIMES WILL COME

THE SUBDUDES - LIVE AT THE RAMSHEAD - UNPLUGGED AT PLEASANT PLAINS (DVD)

GRAHAM LINDSEY - WE ARE ALL ALONE IN THIS TOGETHER

THE DeSOTOS - CROSS YOUR HEART

JAMES HIGGINS - DRIFTWOOD

JERRY LEGER - YOU, ME AND THE HORSE

RAY LAMONTAGNE - GOSSIP IN THE GRAIN



 

 

 

EASTWOOD
EVERYTHING’S PERSONAL
Website Myspace Contact CDBaby

 

Een dikke drie jaar na hun debuut "Die Trying" komt de Texaanse band Eastwood met zijn opvolger "Everything's Personal'. Even verdween de band van de podia, van herfst 2007 tot de zomer van 2008, maar nu gaan ze er met frisse moed weer tegenaan. Kevin Minihan en David Heidle, van wie de stemmen bij elkaar horen als peper en zout, weten hiermee ook hun songs te kruiden. Ze brengen leuke, goed geschreven alt.country en Americana songs, waarmee ze deze tweede nieuwe cd vullen. De twee heren uit Dallas klinken soms als een California country rock act, bijvoorbeeld in Right Place, Wrong Time” en “Givin’ Up, Givin’ In”, waarin Eagles en Buffalo Springfield sfeertjes opgebouwd worden.”Breathe” is ook een sterke song die wat in dat straatje zit. Als echter in “Big Blue Sky” de versterkers en het ritme een opgedreven worden horen we de band van zijn rockende zijde. Ook Southern rock zit er hier bij, en nog wel uit onverwachte hoek, de Beatle cover “Come Together” waarmee de cd afsluit is een song waarvan ze zich volledig meester maken. Een grote stap voorwaarts tegenover hun debuut, waarschijnlijk ook grotendeels te danken aan het toetreden van J.D Whittenburg en ook drummer Todd Unruh van Cowboys & Indians. Hierdoor werd Eastwood een volwaardige professionele band, en de tijden van het “bar en restaurant” circuit zijn voorgoed verleden tijd. Eastwood is zeker geen baanbrekende band, maar de jongens brengen sterke americana en roots-rock die net zo lekker in de wagen klinkt als op het podium. Knappe teksten, prachtige gitaarlicks, Eastwood is de zoveelste nieuwe frisse loot aan de boom die met zijn roots diep in de Texaanse muziekbodem staat.
(RON)



 

 

 

BLUE YONDER
PARADISE
Website CDBaby

 

De kern van Blue Yonder bestaat uit twee veteranen van het Canadese muziekscène. Willy James Engel draait al meer dan 30 jaar mee in het bar- en clubcircuit dat zich uitstrekt van de Canadese West Coast tot Toronto. Hij trad zowel solo met akoestische gitaar als met grote formaties zoals Longrider en The Haymakers op. Winston Quelch speelde als gitarist in bekende bands zoals The Victory Group en het legendarische One Horse Blue. ‘Paradise’ is het eerste album dat zij samen maakten. De heren kregen versterking van diverse studiomuzikanten om hun album te voltooien. Tegenwoordig bestaat de vaste bezetting van Blue Yonder uit een extra drummer, bassist en violist. ‘Paradise’ bevat 10 nummers die men onder het genre countryrock kan catalogeren. Beide heren hebben elk 4 eigen nummers gepend en 2 hebben ze er samen geschreven. Muzikaal drijven de nummers op de combinatie van het sobere akoestische gitaarspel van Michael en het virtuoos elektrische gitaarspel van Winston Quelch. Door dat de nummers gemakkelijk in het oor klinken en door de warme stem van Willy James is ‘Paradise’ een aangenaam schijfje geworden. Het hoesje met een foto met strand en palmbomen is nogal ongelukkig gekozen. Het verwijst naar de titeltrack ‘Paradise’, maar eigenlijk is dit album het best geschikt om de koude winters samen met een knetterend haardvuurtje door te komen.
Bootsy Lester



 

 

LINGO
THROUGH THE SCATTERED TREES
Website Myspace Contact CD-Baby
Info: Music Matters Entertainment

 

Het tien songs tellende debuutalbum “Through The Scattered Trees” van het kwartet ‘Lingo’ uit Georgia is een verzameling van frisse popsongs. De broers Alex en Justin Tramble vormen ‘Lingo’ samen met gitarist Dylan Burke en drummer Drew Earley sinds zo’n twee jaar. Ze speelden in die periode vooral in lokale clubs waar ze langzaam maar zeker aan een reputatie van excellente live band bouwden. Deze eerste full-cd werd trouwens geproduceerd door John Keane die dit werk eerder ook al deed voor R.E.M. en Indigo Girls. Op muzikaal gebied vissen de heren in de vijvers van pop, rock, funk en soul. Ook in akoestische ballads kunnen ze hun mannetje staan, getuige daarvan het nummer “You’re Lost” met knap pedal steel-werk. In andere songs draagt ook Randall Bramblett zijn steentje bij aan het welslagen van het album via zijn professioneel verzorgde orgel- en saxofoonspel. Dat orgel speelt trouwens een hoofdrol in het 6 minuten durende bluesy funknummer “Wake Up”. De song “Bank The World” swingt en wordt sterk gehouden door een knappe gitaarsolo als intermezzo. Daarna wordt er voluit met Afrikaanse gitaar- en drumritmes geëxperimenteerd in het bijna zes minuten durende instrumentale nummer “Afro”. Dan blijkt dat de heren de smaak van de lange nummers stevig te pakken hebben want het rustige doch zeer mooie nummer “That Fool” duurt net over de 7 minuten, “Agents” overschrijdt ruim de 5 minutengrens en “Gold” duurt 6 en halve minuut. Deze drie laatst vernoemde songs laten ook horen dat Lingo met Justin Tramble een uitstekende zanger in huis hebben. De nummers hebben meestal ook een leuke gitaarriff die continu herhaald wordt, waarmee aan de liedjes een catchy tintje meegegeven wordt. Tussendoor proberen de heren ook nog een geslaagd reggaedeuntje uit in “Stop” dat erg aangenaam is om te beluisteren. Cd-afsluiter “Mighty Plan” is tenslotte nog een mooie countryballad met alweer sterke vocale prestaties. Deze formatie ‘Lingo’ speelt gemakkelijk in het gehoor liggende liedjes en daardoor wordt hun debuutplaat meteen ook zeer toegankelijk voor het grote publiek. Onze felicitaties alvast daarvoor.
(valsam)



 

 

DIANA JONES
BETTER TIMES WILL COME
Myspace VIDEO 1 VIDEO 2
Label : Proper Records
Distr.: Rough Trade

 

Liefhebbers van de muziek van Diana Jones hebben de afgelopen jaren moeten doen met optredens op Blue Highways en haar album "My Remembrance Of You" uit 2006. De andere reguliere albums die van haar verschenen waren: "Imagine Me" (1997), "The One That Got Away" (1998) en "Radio Soul" met Jonathan Byrd uit 2007, platen die door de fans gekoesterd worden. Vreemd genoeg zijn haar platen nooit een commercieel succes geworden, in tegenstelling tot die van iemand als Gillian Welch. Misschien heeft dat te maken met haar eigenaardige, ouderwets klinkende manier van zingen, die gerust uniek te noemen is. Veel mensen moeten daar erg aan wennen. Haar muziek klinkt alsof ze tachtig jaar geleden gemaakt is, terwijl de meeste liedjes gewoon door haarzelf geschreven zijn. Een nieuwe cd van Diana Jones is dan ook een zeer aangename verrassing, maar als we kijken naar de liedjes op "Better Times Will Come" overheerst in eerste instantie de verbazing: Eén van haar nummers, "Henry Russell's Last Words", was eerder terug te vinden op Joan Baez laatste album "Day After Tomorrow" (voor het Razor and Tie label) en een ander liedje van haar hand "If I Had a Gun" was opgenomen door Gretchen Peters. Diana Jones zingt op een manier die soms zeer aangrijpend is. Ik heb tijdens haar optreden op het Blue Highways festival bij verschillende toeschouwers bijna de tranen over de wangen zien rollen. Dat is de kracht van Diana Jones. Dat aangrijpende zit ook weer in deze liedjes, die alshetware gedesemd zijn in haar levenservaring. Geadopteerd en opgegroeid in New York, besluit Jones op vijftienjarige leeftijd op zoek te gaan naar haar roots. In tegenstelling tot haar leeftijdsgenoten voelt ze zich vooral aangetrokken tot de muziek van mensen als Johnny Cash, Patsy Cline, Emmylou Harris en Dolly Parton. Eigenlijk had zij het altijd al een beetje vreemd gevonden dat zij zich juist tot die muziek aangetrokken voelde. Pas toen zij weer herenigd was met haar eigen familie wist zij dat in de muziek uit de bergen in het oosten van Tennessee haar wortels lagen. Als haar geliefde grootvader (Robert Lee Maranville, die als jonge man muziek maakte met onder andere Chet Atkins) overlijdt, zondert ze zich een tijd af om het verdriet te verwerken. Anno 2009, enkele jaren later horen we op haar nieuwste plaat: zinnige, goed geschreven songs, liedjes die ze schrijft met het hart op de goede plaats, met net voldoende alt. in de country om niet te verdwijnen in de anonimiteit van Nashville, waar ze dus nu gaan wonen is. Muzikaal is het allemaal prachtig gedaan. En het is goed om haar uit duizenden herkenbare stemgeluid weer te horen, een stem die je niet onberoerd kan laten. De songs op "Better Times Will Come" zijn kaal gehouden, waardoor de stem van Jones optimaal tot haar recht komt. Haar begeleiders stellen zich vooral dienend op. En we hebben het overigens niet over de minste muzikanten. Niemand als Mary Gauthier, Nanci Griffith en Betty Elders brengen afzonderlijk hun vocale inbreng, maar ook snarenwonder Old Crow Medicine Show’s Ketch Secor kwam ook langs om zijn partij fiddle te spelen. Verder laat ze zich omringen door vioolspeler Alicia Jo Rabins, bassist Paul Kochanski en multi-instrumentalist Duke Levine, een akoestische string-band begeleiding, bedrieglijk in eenvoud, maar getuigt van ingetogen vakmanschap. Dit weerspiegelt zich in de eveneens bedrieglijke eenvoud van de lyrics, die verhalen vertellen in 12 mountain songs, die een moderne interpretatie van de traditionele folk uit de Appalachen met een flinke scheut country weergeven. Sterkste nummers zijn natuurlijk de eerder vernoemde songs: "If I Had a Gun" waarin Jones zeer vakkundig met gepaste ironie in haar stem zich in de rol begeeft van een mishandelde vrouw en luister ook hoe subtiel ze het nummer "Henry Russell’s Last Words" brengt over een stervende mijnwerker die een afscheidsbrief schrijft aan Mary. Ze is een vaardig verhalenvertelster, zoals ook blijkt uit "Cracked and Broken" waarin de ware liefde en de onmiskenbare gebreken hierbij kunnen samengaan. De teksten zijn allemaal strikt autobiografisch, maar Diana Jones heeft ze gewoon neergepend uit haar eigen ervaringen. "Better Times Will Come" is haar debuut voor Proper Records, en ik hoop dat het een groot succes wordt, want de grote doorbraak verdient ze nu wel: "Better Times Will Come".



 

 

 

 

THE SUBDUDES
LIVE AT THE RAMSHEAD
UNPLUGGED AT PLEASANT PLAINS (DVD)
Website Myspace VIDEO 1 VIDEO 2
Label: Biographica Films


Hoewel deze band uit de omgeving van New Orleans hier (onterecht) relatief onbekend is, blijft het een van mijn favoriete bands sinds ik precies 20 jaar geleden hun debuut cd ontdekte. Vanaf die dag was ik een fan, en tot op heden hebben ze me geen enkele maal ontgoocheld, stuk voor stuk zijn hun cd's prachtige staaltjes van hun artistieke meesterschap. Een van de sterke punten van hun sound is de prachtige samenzang, de close harmony tussen de prachtstemmen van de leadzangers Tommy Malone en John Magnie en de backing vocals van de andere drie leden Steve Amadee, Tim Cook en Jimmy Messa is een waar genot voor het oor. Voeg daarbij dat Tommy Malone een sterke gitarist is, die vooral op slide een heerlijk geluid weet voort te brengen en je kunt je dus wel inbeelden dat deze dubbele DVD van de Subdudes garant staat voor een drietal uurtjes genieten. Deel 1 van deze “Live and Acoustic” bevat om te beginnen een unplugged concert opgenomen in Pleasant Plains farm vlakbij de academie van de marinebasis daar, doorspekt met een interview met de verschillende leden van de band over onder meer het onstaan van de groep en invloeden van Elvis en de Beatles, terwijl akoestische versies van songs als ondermeer “Fair Weather Friend” en “Street Symphony” gebracht worden in een intieme setting en waarbij ook het ontstaan van die songs besproken wordt. Op het tweede deel van deze dubbelaar krijgen we het concert dat plaats had in de bijna legendarische concertlokatie “The Rams Head” in Annapolis, een locatie waar ook ondermeer Little Feat een gelijknamige live cd opnam. Zeventien songs werden hier geregistreerd, en het is een prachtig concert geworden. Het is heerlijk om zien (en horen natuurlijk) hoe de heren ook live die sterke samenzang weten te brengen, terwijl allerlei spitsvondigheden en speciale aanpassingen zorgen voor dat typische eigen soundje. Zo is drummer Steve Amedee een minimalistisch drummer om het zo te zeggen, met slechts een tamboerijn, een kleine tom drum en een brush, zorgt hij voor het nodige. Geen zwaar drumgeroffel, maar eerder pure percussie die sober en beheerst de nodige accentjes legt, en zo de nodige aandacht aan de sfeer van de nummers laat. John Magnie zorgt voor een ander essentieël onderdeel van de Subdudes sound, de accordeon die regelmatig opduikt en zo mooi kleurt bij die stemmen. Je voelt en ziet dat het speelplezier bij de jongens nog op de eerste plaats staat, en deze DVDis een soort “best of” die je doorheen alle releases van de Subdudes laat reizen, en je hun tijdloze, met Nawlins cultuur doordrenkte songs laat ondekken, voor zover dat nog niet het geval moest zijn. Hun muziek is als genieten van een tros rijpe druiven, de volle smaak zal je vanaf het begin laten genieten, maar uiteindelijk helemaal zachtjes bedwelmen. Dit is New Orleans op zijn best, bruine kroegen blues, vermengd met door gospel geinspireerde harmonieën, en wat rock en country toetsen. Een groep naar mijn hart.
(RON)




GRAHAM LINDSEY
WE ARE ALL ALONE IN THIS TOGETHER
Myspace VIDEO
Label: Spacebar
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

Maandelijks glijdt er ééntje door de brievenbus: Zo’n album waarbij je tijdens het eerste nummer al dadelijk vergelijkingen maakt met Bob Dylan. Alleen al die nasale stem in de voortreffelijke opener "Tomorrow Is Another Night" is hiervan het bewijs. Buiten deze stem, is het ook soms die typerende manier van harmonicaspelen, soms gewoon de monotone, maar dwingende songopbouw. Het nieuwe album van Graham Lindsey - die het landelijke Wisconsin achter zich liet en in 2006 verhuisde naar Montana - is zo’n plaat, zoals zijn debuut "Famous Anonymous Wilderness" uit 2003 en "Hell Under The Skullbones" uit 2006 dat ook waren, trouwens. Meestal zakken dergelijke albums na twee, drie nummers weer in wegens teveel aan gimmick. Of domweg te weinig overtuigende songs. Lindsey’s nieuwe overtuigt wel, zijn nieuwe thuishaven en zijn trouwen aldaar zijn blijkbaar een goede inspiratie geweest voor de 12 nieuwe songs op "We Are All Alone In This Together". Graham Lindsey maakt uitstekende platen. Platen die in kleine kring stuk voor stuk werden geprezen, maar desondanks niet de waardering kregen die ze eigenlijk verdienden. Met het prachtige "Hell Under The Skullbones" leverde hij één van zijn beste platen af. Het nu verschenen "We Are All Alone In This Together" is zo mogelijk nog beter en wat mij betreft Lindsey's beste plaat tot dusver. Een plaat die alles heeft wat een singer-songwriter plaat moet hebben: bezieling, emotie, mooie verhalen, vaardige muzikanten en een stem die je in de ziel raakt. Bijgestaan door een aantal van de betere muzikanten uit het genre als Greg Leisz en Graham Lathrop (pedal steel) op een drietal tracks, M.B. Gordy (drums), Mike Parsons (mandoline, viool) en vele anderen gasten slaat Lindsey zich op fraaie wijze door een twaalftal indringende eigen songs heen. Folk en Americana verpakt in songs die zonder uitzondering goed zijn voor kippenvel. Toch is het duidelijk dat Lindsey die als twaalfjarig jochie ooit deel uit van Old Skull, zo ongeveer de jongste punkgroep aller tijden, op deze plaat even iets anders doet. De plaat wordt vooral gesierd door sterke ballads gaande van de reeds vernoemde melancholische opener "Tomorrow Is Another Night" naar "If I Ever Make It Home" tot halfweg de titeltrack "We Are All Alone In This Together" naar "The Good Life" tot de eveneens ingetogen afsluiter "Down The Wrecking Line". Maar ook in steviger songs, de banjo gedreven songs als "Old Roger" en "Big Dark World Of Hate and Lies" weet Lindsey van wanten en getuigt hij van visie. Want hoewel deze laatste twee songs bedoeld zijn om tijdens zijn optredens wat leven in de tent te blazen, verzuipen ze allerminst in voorspelbare akkoordenschema’s. Producer Steve Deutsch (Linda Thompson, Van Dyke Parks) kluste wederom een mooie plaat bij elkaar, een plaat waarop Graham Lindsey een duidelijk eigen gezicht laat zien en bewijst geen kleine jongen te zijn. Een must voor iedere liefhebber van singer-songwriter muziek.



 

 

THE DeSOTOS
CROSS YOUR HEART
Website Myspace Contact CD-Baby
Label : Tailgator Music

 

Een vol uurtje Americana van de bovenste plank wordt ons aangeboden via het album “Cross Your Heart” van het Nieuw-Zeelandse kwartet The DeSotos. De band uit Auckland werd vier jaar geleden gevormd door zanger Paul Gurney, bassist Stuart McIntyre, toetsenist Ron Stevens en drummer Rex McLeod. Dit is hun debuutalbum waarop door middel van 13 songs een zeer interessante mix van rock, country en bluesmuziek wordt aangeboden. Al van bij de begintune “’59 Cadillac” valt de chemie tussen deze vier muzikanten op. Dit nummer is een typische roadsong zoals ze overigens zelf al aangeven in de tekst: “There ain’t nothing like rain on a two lane, driving fast with the radio on, passing small towns in the middle of nowhere, feeling alive without a care”. De volgende song is getiteld “The Spirit” en gaat over iemand die voortdurend onderweg is op zoek naar de perfecte artiest die de juiste sfeer in zijn liedjes kan weergeven. In “Greedy Men” vallen de mondharmonicaklanken - gespeeld door gastmuzikant Andrew McGregor - en het Hammondorgel van Ron Stevens op. De songs op deze cd werden afwisselend door Paul Gurney en door Stuart McIntyre geschreven. Enkel het nummer “When You Dance” is een voortreffelijke cover van een Neil Young-klassieker. Wij laten ons even wegzinken in de pracht van de song “Invisible” die gaat over afscheid nemen en vertrekken. Naast het mooie zangwerk zit er een prachtig intermezzo op leadgitaar in deze song verwerkt waardoor het nummer een extra cachet toegemeten krijgt. Ook het zeer bluesy muzikale epos “Sat On A Mountain” klinkt haast perfect, mede dankzij de solo op mondharmonica door die andere Nieuw-Zeelandse gastmuzikant Midge Marsden. De nummers op “Cross Your Heart” laten zich allemaal gemakkelijk katalogeren in het genre dat onsterfelijk werd door de interpretaties van artiesten als Tom Petty, Neil Young en Bruce Springsteen. Steek dit schijfje in de cd-lader alvorens je de wagen start voor een lange rit en de mooie klanken zullen je gedurende een uurtje een comfortabel en zorgeloze gevoel bezorgen. Zonder ergens overdreven sentimenteel of emotioneel te worden krijgt de luisteraar toch een specifieke sfeerzetting voorgeschoteld die noopt tot rust, kalmte en reflecties over het wel en wee in het dagelijkse leven. Frontman Paul Gurney beschikt over een schitterende stem die uitermate geschikt is voor dit Americana-genre. Genoemd naar het bekende automerk zorgen The DeSotos voor de perfecte soundtrack bij een cabrio-autorit. Weliswaar niet in ons kille Europa in deze tijd van het jaar maar eerder ergens langs ‘Route 66’. “Lonely Star”, “Rollercoaster” en “Goodbye” zijn liedjes die speciaal gemaakt werden om tijdens zo’n langdurige autorit tot luidkeels meezingen uit te nodigen. Veel plezier ermee.
(valsam)



 

 

 

JAMES HIGGINS
DRIFTWOOD
Website CDBaby

 

Met Jimi Hendrix heeft James Higgings zijn initialen gemeen, maar daar eindigt de gelijkenis. Dat illustreert al voor een stuk de laconieke humor waarvan de in Schotland geboren troubadour zich bedient. De uitspraak komt immers van hemzelf. Een dosis zelfrelativering heb je wel nodig als je als busker aan de kost wil komen. James trok over het water naar Frankrijk en speelde er op straathoeken, in pubs, bars, cafés en in de métro. Ofschoon hij als een gek zijn hart uit zijn lijf zong scheen niemand hem te horen. Veel van zijn songs gaan over het lot van de straatzanger of de avonturen en dromen van de haveloze. Daarnaast maken de observaties van het menselijk gedrag en de samenleving hem kritisch zonder dat het belerend wordt. Armoe, politiek en oorlog raken hem, wat hij in zijn songteksten eerder melancholisch inbedt. Het schilderij ‘Guernica’ is voor hem een aanleiding om de uitwassen van de kunstverkoop aan de kaak te stellen, afgewogen tegen de bezitsloze in de Derde Wereld landen. Na Frankrijk belandde Higgins in Duitsland en bleef er acht jaar resideren. Daar vond hij aansluiting bij de muziekscène, zodat hij in diverse bandjes kon meespelen, gaande van Keltische folk tot Punk en blues. Maar zijn benen, zijn fiets en het vliegtuig brachten hem nadien in de USA. In de loop van al die jaren bracht Higgins zeven albums uit, waarop hij zich als een fantasievolle songwriter manifesteert die alle muziekgenres aankan. Lof bleef dan ook niet uit, al is leven van zijn muziek nog een dagelijkse overlevingskunst. Deze ‘Driftwood’ is zijn achtste album. Met gitaar, harmonica en een wastobbe als bas vertolkt hij dertien songs die sporen vertonen van Dylan, Neil Young, Robbie Robertson en Sean Tyrell. Gitaar spelen kon hij al nog voor hij de baard in de keel kreeg. De poëet heeft de gave om aan zijn folksongs een nieuwe dimensie toe te voegen, alsof hij deze ter plekke heruitvindt. ‘Holy Smoke’ bijvoorbeeld beroert geest en huid als magische toverzalf. ‘Traveling Bag’ is spontane blues ‘old style’. ‘La Ville d’Annecy’ in gebroken Frans put uit eigen ervaring. En hij trekt van leer tegen milieuvervuiling en de laatste wolf die uitsterft, zoals in het nostalgische ‘Thylacine Crossing’. Higgins’ originaliteit bestaat erin dat hij zijn songs diepgang geeft waarbij de zelf gemaakte instrumenten het ‘back to the basics’ gevoel versterken. Hij verzamelde her en der wat afvalspullen en instrumentenonderdelen om deze tot iets volledig unieks om te bouwen. Akoestische gitaar, tamboerijn, sigarendoos herschapen in xylofoon en wastobbe zijn o.m. de geliefde wapens van de ervaren busker. De relaxte wijze waarop hij zingt herinnert aan de prille folky Dylan, maar Higgins’ ‘street credibility’ is groter. De singer-songwriter gebruikt immers de humor van de underdog om te overleven. James’ verbeelding schildert het allemaal uit in beeldrijke enigszins weemoedige songs. De enigmatische Schot met de attitude van ‘waar je ook bent vind je vrienden’ componeert wijze instinctieve songs. En om hem te parafraseren: waar J.H speelt vind je songs van bedrieglijke eenvoud die je voor langere tijd doen stilstaan.
Marcie



 

 

JERRY LEGER
YOU, ME AND THE HORSE
Website Myspace CDBaby

 

 

Your Honour, zou ik mogen vragen om een aanpassing van het reglement? Zou ik deze plaat uit 2008 alsnog mogen opnemen in mijn lijstje van platen van het voorbije jaar? Postuum zo, kan dat? Of zal ik ze dan al op mijn lijstje van 2009 zetten? Sterker nog, mag ik ze meteen op íeders lijstje van 2009 zetten? Jongens, wat een ongelooflijk mooie plaat heeft Jerry Leger gemaakt. U kent hem niet? Geen paniek, Jerry is nu nog een goed bewaard geheim, maar daar gaat verandering in komen, of ik eet mijn hoed op. In 2005 maakte hij al een debuutplaat, toen bijgestaan en aangemoedigd door Ron Sexsmith en een paar van diens companen. Nu is er dan Leger’s tweede plaat. Zoals Bob Dylan al zei over Alicia Keys, is er niks dat mij niet bevalt aan ‘You, Me and the Horse’. De songs, de arrangementen, de vocals en de frazering, de hoes, de titel, alles... Jerry Leger is 23 – drieëntwintig! – komt uit Toronto, klinkt als de zoon van T-Bone Burnett of de broer van Ryan Adams en schrijft songs als ware hij het neefje van Bob Dylan en Hank Williams tegelijk. Maak daar achterneefje van, we moeten serieus blijven. ‘You, Me and the Horse’ –ik kan die prachtige titel niet vaak genoeg herhalen- is een verzameling van elf smaakvol spaarzaam gearrangeerde liedjes. Jerry speelt zelf gitaar, harmonica en een beetje piano. Hij wordt verder nog ondersteund op banjo, pedal steel, fiddle, bas en nog meer gitaar. Er is een vermoeden van drums aanwezig, maar gelukkig krijgen vooral Jerry’s stem en gitaar volop de aandacht die ze verdienen. Ik zou hier graag een paar lijnen uit elke song met u delen, maar dan heeft u niet genoeg tijd meer om in strakke loopas naar de platenwinkel te hollen. Hier toch al een klein voorschot op wat u gaat horen. ‘Round Walls’ is geïnspireerd door het idee dat je in een ronde kamer veilig bent voor de duivel, want dan heeft hij geen hoek om je achter op te wachten. Prachtig toch. En wat dacht u hiervan? If you really want me gone for good/Give me that voodoo doll/ I’m half asleep and drunk, dear/But lonesome most of all. Einde van de lazing uit ‘Half Asleep And Drunk’. ‘Rasperry Bush’ is een mysterieus verhaal dat qua sfeer enige gelijkenis vertoont met Dylan’s ‘Man In The Long Black Coat’. Nooit gedacht dat een lied over een braamstruik spannend kon zijn... Als het u intussen niet begint te dagen dat ‘You, Me and the Horse’ een vierentwintigkaraatsplaat is, dan eet ik behalve mijn hoed ook nog eens mijn schoenen op!
Duke J



 

RAY LAMONTAGNE
GOSSIP IN THE GRAIN
Website Myspace
Label: 14th Floor / Warner Music Benelux
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

De Amerikaanse singer-songwriter Ray LaMontagne maakte met zijn eerste twee albums "Trouble" (2004) en "Till the Sun Turns Black" (2006) een flinke indruk. Zijn nieuwste album "Gossip In The Grain" die LaMontagne opnam met producer en multi-instrumentalist Ethan Johns (Kings Of Leon, The Jayhawks, Ryan Adams), is een erg mooi album, waarop Ray nu laat horen dat hij ook hele mooie up-tempo nummers ten gehore kan brengen. LaMontagne is een schoenmaker die gelukkig niet bij zijn leest is gebleven. Hij was zo onder de indruk van het nummer "Treetop Flyer" van Stephen Stills (uitgebracht in 1991), dat hij prompt zijn job in een schoenenfabriek inruilde voor een muziekcarrière. Met zijn debuutalbum kon hij zich meten met het werk van Ryan Adams en James Yorkston. Op "Gossip In The Grain" horen we duidelijk invloeden van Ray Charles en Otis Redding, want naast zijn duidelijke roots in de folk en Americana, klinkt op zijn derde plaat nu ook een stevige scheut soul door. Hij profileert zich daarbij met zijn band dan als soloartiest. Het duurde wel even voordat dit album de waardering bij mij opwekte die het verdient, maar nu is het gewoon genieten. Misschien net niet van hetzelfde niveau als zijn vorige plaat, maar toch zeer zeker wel de moeite waard. Het eerste nummer is gelijk één van de sterkste van de hele cd, de soulstamper "You Are the Best Thing", meteen ook de eerste single van deze plaat. Misschien niet zo handig om dit nummer op deze plek te zetten, aangezien je de neiging hebt om daarna de aandacht een beetje kwijt te raken. De volgende songs zijn na deze opener ook wel heel sterk, stuk voor stuk de moeite waard, maar ze zijn veel rustiger. Maar dit soort melancholische nummers was juist datgene wat me zo beviel op zijn vorige cd. De lome bluesy prachtballade "Let it be Me" en de pure folk van "Sarah" vind ik dan ook beide schitterende nummers. De kracht van LaMontagne zit voor een groot gedeelte verborgen in zijn stem die hij mooi gebruikt in "Meg White", een meer up-tempo nummer met een ode aan de drumster van The White Stripes, waarmee hij ons weet mee te voeren. In de nummers "Hey Me, Hey Mama" en "Henry Nearly Killed Me" hoor je duidelijk de countryinvloeden terug. De songs op dit album zijn daarom gevarieerd en bevatten meer soul en country invloeden dan zijn voorgangers. Het is dan ook mooi te horen hoe hij deze verschillende stijlen uitprobeert op deze plaat. Hij is duidelijk opzoek naar meer afwisseling in zijn muziek al is de countryballade "A Falling Through" meer de vertrouwde 'Ray-stijl': tijdloze songs die immer emotioneren. Ray LaMontagne’s album "Gossip In The Rain" is gewoon een prachtige plaat, ééntje die het verdient om zo optimaal mogelijk beluisterd te worden.

Op 24 februari speelt hij in een nu al uitverkocht Koninklijk Circus.
Maar u kan nog steeds kans maken op vrijkaarten die we via Rootstime verloten!