ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

THE SOUL OF JOHN BLACK - BLACK JOHN

FIONA BOYES AND THE FORTUNE TELLERS - LUCKY 13

DELTA HIGHWAY - THE DEVIL HAD A WOMAN

TOM GILLAM & TRACTOR PULL - PLAY LOUD… DIG DEEP

BRAD SENNE - THE SHAPES THAT SHIFT US - ODDITIES

LONNIE SHIELDS - KEEPER OF THE BLUES

WILLIAM LEE ELLIS - GOD'S TATTOOS

DREW DANBURRY - THIS COULD MEAN TROUBLE, YOU DON’T SPEAK FOR THE CLUB

THE SOUL OF JOHN BLACK - THE GOOD GIRL BLUES

SEASICK STEVE - I STARTED OUT WITH NOTHING AND I STILL GOT MOST OF IT LEFT

 


 


 

 

 

 


 

 

THE SOUL OF JOHN BLACK
BLACK JOHN
Website Myspace Label: Eclecto Groove
Distr.: Coast To Coast
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Als je er onze recensie van de vorige van The Soul Of John Black "Good Girl Blues" (zie ook verder op deze pagina) in onze archieven er even terug op naslaat zal je merken dat wij toen behoorlijk verrast werden door dat (niet eens behoorlijk verpakte) schijfje. Toen we hoorden dat het belangrijke label Delta Groove zijn sublabel Eclecto Groove, waarop hun minder pure bluesgerichte releases verschijnen, ter beschikking gesteld hadden voor deze nieuwe van John Black, stonden onze verwachting voor deze opvolger nog hoger gespannen. We zijn allerminst ontgoocheld, want The Soul Of John Black is één van de meest veelbelovende nieuwe acts, dat hadden ze bij Delta Groove goed in de gaten. Zijn mix van soul, blues en wat popinvloeden zorgt zoals op zijn debuut voor een fris en zeer origineel eindproduct. Met zijn sterke stem, ééntje die herinnert aan Al Green, soms Prince en Ben Harper neemt JB of John Bigham zoals de man echt heet, ons mee op een reis via het soul, gospel en blues verleden, althans wat betreft de sfeer van zijn songs, want alhoewel het concept van de cd zeer modern is, klinkt hij soms als de pioniers van al die genres. Dat hij acht jaar lang een van de muzikanten van de band Fishbone was vertelden we al in onze eerste recensie twee jaar geleden, maar hij was ook een van de muzikanten van Miles Davis en schreef zelfs een song voor Amandla, de laatste cd van Miles. Een muzikant en artiest die niet in één hokje te plaatsen is. Hij heeft ook als weinig anderen de gave om de wereld van de traditionele Afro Amerikaanse muziek te kruisen met een hedendaags geluid en invloeden zoals hip hop zonder dat 't ergens botst of vloekt. Hij versmelt deze twee naadloos en maakt er zijn eigen ding van. Met een hele resem topmuzikanten die komen uit bands met de grootste namen (Black Crowes, Beck, Cheryl Crow, Ben Harper) is deze "Black John" dan ook een uiterst professionele stap in de carrière van John Bigham, een cd die tot in de puntjes verzorgd is. Hij begint al dadelijk sterk met de titelsong "Black John", een modern klinkende soul song, net als "Forever". Het nummer "Betty Jean" een tribute aan Betty Davis is ook één van de sterkere songs en in de States zelfs als single gereleased. Ook in ingetogen songs als "Holliday Inn" is John Bigham op zijn best, dit is de echte hedendaagse soul. Delta Groove kennende zullen binnenkort wel tours doorheen de ganse wereld volgen. De kans is dan ook groot dat we John Black binnenkort ook hier op een van de festivals zien opduiken. Mis 'm niet in dat geval, deze muzikale duizendpoot.
(RON)



 

 

FIONA BOYES AND THE FORTUNE TELLERS
LUCKY 13
Website Myspace
Label: Yellow Dog Records Distr.: Blues Promotion

 

De Australische Fiona Boyes maakt muziek die in de categorie blanke - behoorlijk folky - blues kan worden ondergebracht. Ze heeft al een aardig aantal albums ("Blues In My Heart", 2001; Gimme Some Sweet Jelly Roll, 2003 en Fiona Boyes & the Fortune Tellers "Live in Atlanta", 2004) op haar naam staan en wie ooit een optreden van haar heeft bezocht, weet dat dit een intense ervaring is. Op deze laatste plaat kon ze rekenen op steun van Muddy Waters gitarist Steady Rollin’ Bob Margolin en Grammy award winnaar, sax & harmonicaspeler Mark ‘Kaz’ Kazanoff en tevens ook producer voor haar debuut "Lucky 13" (2006) voor het Yellow Dog label. Fiona is gekend als een akoestisch performer maar hier waagt ze zich, met veel succes overigens, aan elektrische blues, swing en zelfs rockabilly. Daarbij kreeg ze wederom de zeer gewaardeerde ‘hulp’ van o.a. Bob Margolin en Kaz Kazanoff, maar ook is ditmaal Marcia ball van de party, naast haar vaste begeleidingsband (Derek O’Brien, Larry Fulcher, Riley Osbourne, en Barry "Frosty" Smith). Ze heeft inmiddels een indrukwekkende staat van dienst. Ze maakte vele albums, o.a. in haar begin periode met haar band, The Mojos, en is nu al meer dan tien jaar aktief. In die jaren won ze al zo een beetje alles wat ze maar kon winnen aan muziekprijzen. Na een aantal platen op verschillende labels, nu haar achtste, een album met een mooi akoestisch geluid en werkelijk fantastisch gitaarspel, een plaat die me liet denken aan Fiona's akoestische album "Gimme Some Sweet Jelly Roll". Haar album dat werd opgenomen in Austin Texas, heeft wederom een mooi akoestisch gitaarspel, maar voornamelijk horen Fiona elektrisch uit de hoek komen. "Lucky 13" bevat dertien eigen songs, waarvan tien eigen composities waarop Boyes laat horen dat ze met haar songwriting bijzonder goed voor de dag kan komen, getuige de opener "Chicken Wants Corn", waar Fiona de raad van een verstandige man opvolgt: ‘If you know what you want, you got to go out and get it'. Tot de uitschieters behoren echter "Celebrate The Curves" met Marcia Ball op piano en vocals, en het droevige "Stranger In Your Eyes", waarin ze haar emotionele wonden vrij geeft, die door leugens werden toegebracht door de enige die ze vertrouwde, de enige waar ze haar liefde aan gaf. Vooral haar stem is meeslepend en lijkt uit haar tenen te komen. Het gekke is: Fiona Boyes beschikt niet echt over een bluesstem, geen gruis, maar klinkt toch zoals moderne blues behoort te klinken: ruig. Ze is in topvorm en de begeleiding heeft er zin in. Boyes is al een aantal maal uitgeroepen tot de beste vrouwelijke bluesgitarist, "Lucky 13" laat horen dat dit meer dan terecht is. Op "Lucky 13" valt nog veel meer te genieten, de zang is prima, de kwaliteit van de songs ligt hoog. Dat dames ook kunnen scheuren op een gitaar is Boyes het levende bewijs en dat ook zij een strot op kan zetten wordt onderstreept door de vele prijzen welke zij in de USA (o.a. Winner 2003 International Blues Challenge, Memphis, USA) reeds heeft weten te vergaren.



 

 

DELTA HIGHWAY
THE DEVIL HAD A WOMAN
Website Myspace Contact VIDEO
Label: Oh Lonesome me records

 

Wegens de vele cd's die ten burele Rootstime bezorgd worden kan er soms wel eens een tijdje overheen gaan eer een groep aan de beurt komt. Als dat dan een uitstekende cd blijkt te zijn, vind je het natuurlijk des te spijtiger. Een van de releases die na een aantal weekjes eindelijk aan de beurt kan komen is het sterke "The Devil Had A Woman" een bluescd met extra hoog octaangehalte van Delta Highway, een groep uit Memphis, Tennesee. Niet hun debuut, want eerder brachten ze al de cd "Westbound Blues" uit, een opname die spijtig genoeg niet meer verkrijgbaar is. Zanger/bluesharpspeler Brandon Santini die alle songs schreef, waarvan sommige met hulp van gitarist Justin Sulek, weet hoe een perfecte bluesplaat moet klinken, het vuur spat bijna letterlijk uit de boxen en het geheel bezit een drive zoals je dat maar zelden tegenkomt, mij herinneren ze nog het meest aan een groep als The Nighthawks of Red Devils. Alles klinkt soepel en losjes uit de pols, het zit deze kerels duidelijk in het bloed. Brandon Santini noemt als voornaamste voorbeeld de pyrotechnische John Popper, en inderdaad de invloeden zijn duidelijk, maar al vlug liet hij de vlugge technische hoogstandjes voor wat ze waren om zich toe te leggen op het meer gevoelsmatige werk van pioniers als Little Walter, Paul Butterfield, Kim Wilson en Junior Wells. Gitarist Sulek is dan weer geïnspireerd door SRV, Buddy Guy en Lightnin Hopkins, maar ook de Delta Hill country invloeden van R.L en Duwayne Burnside en Mississippi all Stars zijn zeer duidelijk aanwezig, luister maar "Somebody Gotta Go" en "Goin' Home". Samen met bassist Paul Chase en drummer Kevin Eddy (Mojo Buford, Blind Mississippi Morris) vormen ze een sterk kwartet dat vooral op Beale Street actief is. Delta Highway pakt je in vanaf de openingstrack "23 Hours" en laat je niet meer los voor de rest van de tien supersterke songs. Ze deelden reeds podia met heel veel grote namen, maar binnenkort staan zij bovenaan de affiche, zoveel is zeker, want dit is duidelijk grote klasse.
(RON)



TOM GILLAM & TRACTOR PULL
PLAY LOUD …DIG DEEP
Website Myspace
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

De Texaanse band Tom Gillam & Tracktor Pull is na zijn vorige, ijzersterke cd "Never Look Back" (2007) terug met een live album "Play Loud…Dig Deep". Producer Joe Carroll die wederom instaat voor de productie van deze nieuwe plaat kreeg op dit album de assistentie van Gillam zelf hetgeen resulteerde in een heldere productie waarbij Tom Gillam de kleffe Nashville-sound gelukkig ver op afstand houdt. Gitaarduivel en singer-songwriter Gillam en zijn band Tracktor Pull maken Southern Rock die zijn wortels heeft liggen naar bands als Lynyrd Skynyrd en The Allman Brothers Band. Gillam was er duidelijk helemaal klaar voor om ons te trakteren met een knallende liveplaat. En nee, er is weinig mis met dit live album, opgenomen in 2007 - 08 tijdens hun Never Look Back toernee. "Play Loud…Dig Deep" bevat een lekkere mix van Southern- en rockgewortelde country, op de juiste momenten jankt de slide en dan weer gieren de gitaren. Als je drie hartaanvallen overleeft, heb je een goede reden om te feesten zal hij gedacht hebben en alsof de duivel hem nog steeds op de hielen zit en hem de hete adem in zijn nek blaast, zet Gillam zijn voet ferm op het gaspedaal en trapt af met een aantal aanstekelijke countryrocknummers: "Outside The Lines" en "Rainbow Girl", potige gitaarrock op klassieke leest geschoeid. Beste indicatie naar zijn vroegere medische problemen vinden we dan ook terug in een song als "Devil In My Heart". Naast het co-written "Nova’s Journey" tot geïmproviseerde jamsessie verwerkte versie met Michael Nesmiths "The Girl I Knew Somewhere" schreef Gillam alle nummers zelf. Dit nummer is misschien wel mijn favoriete deel van deze show, meer dan tien minuten horen we hier Duane & Dickey gitaarlicks in gedachten, gewoon Southern rock op zijn best. Voor iemand die door de dokters reeds dood verklaard was, klinkt hij op deze cd zeer levendig en vooral stevig rockend. Dat is deels te wijten aan zijn uitstekende begeleidingsband Tractor Pull met daarin niet minder dan drie gitaristen waaronder Tom zelf en de multi-instrumentalisten Joe Caroll en Craig Simon. Voeg daarbij de zeer degelijke ritmesectie: bassist Tim McMaster en drummer Dave Latimer en Tom Gillam is met zijn band Tracktor Pull goed op weg om één van Texas populairste acts te worden. Hoogtepunten volgen zich in sneltempo op, naast de twee stevige reeds vernoemde "down to earth" openers, overtuigen ook de door felle gitaren aangedreven rootsrockers als "Dallas" en "Shake My Hand", voor ons de twee absolute hoogtepunten van deze cd. Dit laatste nummer duurt zomaar even 12 minuten en heeft die typische Joe Walsh groove, die we kennen van in songs als "Rocky Mountain Way", "Turn To Stone" of "Meadows". De daaropvolgende afsluiter "Diamonds In The Rough", is daarentegen een passionele R&R/roots stamper met slide en gitaarsolo's in een Sonny Landreth-stijl. Wat er dan zo goed is aan Tom Gillam & Tracktor Pull ? Ze weten het misschien zelf nog niet, maar in de persoon van Tom Gillam hebben ze een singer-songwriter in hun midden die zich kan meten met het allerbeste wat Alt Country momenteel te bieden heeft. Hoe Gillam zijn eigen leefwereld in dotten van songs weet te vangen getuigt van een uitzonderlijk talent. Zijn nummers bruisen werkelijk van de vitaliteit en de strijdvaardigheid. En het zou dan ook dood- en doodjammer zijn mocht hij niet ook hier een flinke schare fans aan zich weten te binden. Tom Gillam & Tracktor Pull gelden als één van de beste live acts die je in Texas en verre omstreken aan het werk kan zien. Hun benadering van wat muzikaal gezien in Texas leeft voor het ogenblik is net dat tikkeltje steviger, heeft net dat ietsje meer power dan wat de concurrentie te bieden heeft. "Play Loud…Dig Deep" ademt vooral de wilskracht en levenslust van iemand die de dood enkele jaren geleden in de ogen keek in tien stevige countryrockers met de nadruk op rock.




 

BRAD SENNE
THE SHAPES THAT SHIFT US - ODDITIES
Website Myspace Contact

 

 

Een echte ‘DIY’ of ‘Do It Yourself’-artiest zou je de uit Minneapolis, Minnesota afkomstige Brad Senne wel kunnen noemen. Zowat twee jaar geleden kocht hij een laptop-pc en zette hij zich aan het werk met de opnamen van demo-tracks voor zijn tweede solo-cd. Die demo’s werden gearrangeerd en geproduceerd door Andrew Bird-producer Ben Durrant die de liedjes finaal klaarstoomde voor deze release. Dit nieuwe album volgt op de titelloze cd “Brad Senne” uit 2003 dat een eerste probeerseltje was en uiteindelijk heeft geleid tot de oprichting van zijn vaste groep ‘Beight’ waarmee in 2005 een conceptalbum werd opgenomen onder de titel “File In Rhythm”. Nu ligt het resultaat van al die noeste arbeid van de voorbije twee jaren hier voor ons op tafel ter bespreking. De cd heet “The Shapes That Shift Us” en bevat 14 afgewerkte songs in een akoestisch folkgenre en met relaxt zangwerk van Brad Senne. Tegelijkertijd stuurde hij ons een tweede cd toe die “Oddities” heet en die twaalf liedjes bevat die hij in de periode 2004 tot 2007 geschreven heeft en die nu definitief aan de buitenwereld worden toevertrouwd als een soort van muzikale inleiding tot het werk dat we aangeboden krijgen op zijn nieuwe album. “Oddities” wisselt vrolijke deuntjes als “Weekend Don’t Die” en stemmige nummers als ”Hummingbird”, “Hearts” en het jazzy “Sun & Moon” af met heel sombere songs als “Tragedy”, “Gentle Ghosts” en “Empty & Hollow”. De liedjes op de nieuwe cd zijn ook voornamelijk dromerige popsongs in de stijl van Iron And Wine, Beck en Midlake. Songs als “Into The Moon” en “Caroline To Maine” illustreren deze stijl helemaal. Met “Swim With The Sun” komt er wat meer ritme en tempo in de muziek. Maar het zijn toch vooral de op een akoestisch bedje van ‘fingerpicking’ gitaar en ingetogen pianospel gebrachte nummers als “Dance ‘Til Dawn” en “Lullabies” die dit album en het werk van deze artiest kenmerken. Ondanks het intimistische werk kunnen we hier toch niet van een overheersend melancholische plaat spreken. Er zitten meerdere momenten van vreugde en geluk in enkele songs zoals “Drift Gently”, “So Far”, “Sun Behind Me” en onze lievelingstracks “Boardroom Hearts” en “Opposite Sides”. Over het geheel kunnen we concluderen dat er zeer professioneel gewerkt werd aan de songs en dat beide albums als ideale sfeermakers voor een leuk intiem avondje dienst kunnen doen. Brad Senne is een songschrijver met een groot potentieel en als we kijken naar de hoeveelheid kwaliteitsliedjes die hij ons hier zomaar aflevert op twee cd’s lijkt de inspiratiebron voor meer en nog beter werk nog lang niet te zijn opgedroogd. Als je in de pers vergeleken wordt met namen als Elliott Smith en Nick Drake mag de lat der verwachtingen altijd iets hoger gelegd worden voor Brad Senne.
(valsam)



 

 

LONNIE SHIELDS
KEEPER OF THE BLUES
Website CDBaby

 

 

Lonnie Shields is geen onbekende in de bluesscène, door zijn samenwerking met o.a. Sam Carr, Frank Frost en Big Jack Johnson. Carr wist hem te vinden in Mississippi en spoorde Shields eerst aan om de authentieke blues te spelen. Nadat Shields speelde op het King Biscuit Blues Festival in Helena, Arkansas in 1986, was er interesse om een single op te nemen voor het Rooster Blues label. Ondertussen startte Shields zijn solo-carrière en enkele jaren later is hij een zanger/gitarist die zijn eigen stijl heeft ontwikkeld en eigen nummers schrijft. Zijn debuut "Portrait" (1992) kreeg veel lovende woorden, en buiten de vele optredens in de US, Europa en Canada, was er wel even tijd voor de opname van "Tired of Waiting" (1996) en "Blues Is On Fire" (1997) die hij opnam voor het JSP Record label in Londen. Na een tweede Rooster Blues album, "Midnight Delight" (2000) is er nu zijn vijfde: "Keeper Of The Blues". Deze muziek kan je je zowel perfect voorstellen in een donkere kroeg waar iedereen somber met een whisky zit, als op een festivalweide. Het ene moment spelen ze hevig en agressief, even later spelen ze songs waar men mistroostig van wordt, al zijn er maar weinig van deze momenten. De ingrediënten van "Keeper Of The Blues" zijn blues en soul met steeds een fantastische bezetting. Lonnie Shields heeft begeleiders die hem tenvolle steunen in de realisatie van zijn eigen visie op de bluesmuziek. Deze bezetting bestaat uit klasse muzikanten: Jimmy Pritchard (bas), Chris Sherlock (drums), Glenn McClelland (piano), de blazers Steve Jankowski en Jay Davidson, backing vocals van Carol Brooks en Michael Henegan, maar zeker niet te vergeten Billy Baltera die als slidegitarist samen met Shields voor het nodige gitaarwerk zorgen, en tevens ook de producer is van deze ware soulplaat. Shields zorgt dat de groep naadloos van R & B over swing naar soul overschakelt en dat zijn niet-alledaags gitaarspel perfect aansluit bij de verscheidene drumpatronen van Chris Sherlock. Het eerste nummer "Keeper Of The Blues", meteen de titeltack, vertrekt van een eenvoudig bluesschema, maar snel wordt duidelijk dat deze muziek naar technische hoogstandjes mikt. De CD gaat verder met opzwepende klanken, een gedreven stem en vooral gitaarwerk met een vette klank. Het swingende ritme dat af en toe te horen is maakt het geheel levendiger. De klanken van "Sleeping in My Bed", "Shame Shame Shame", "Kayla Mae" en "Whippin the Devil" roepen direct een festivalsfeer op. De basgitaar en de drums houden de gitaar van Shields in het gareel terwijl ze samen met gitarist Billy Baltera langzaam maar zeker hun georchestreerd gevecht beginnen. Bij momenten spelen Lonnie Shields en band onvervalste soulblues, maar dan wel blues die opgebouwd is uit mooi samenklinkende gitaarimprovisaties. Ook voor een rustiger nummer als "Dark Cloud" is plaats gemaakt zodat er voldoende ritmewijzigingen zijn. Mooi blijft het wel, de aandacht voor de muzikale afwerking wordt nooit uit het oog verloren. Overigens een sterk punt op deze "Keeper Of The Blues" is dat vier van de elf nummers werden geschreven door Shields zelf, en de overige co-written met Gary White. In "I'm a Country Boy" en "Spilled Milk" zijn ze best funky, songs waarin de band niet vergeten is dat ze mooie muziek moeten maken in plaats van te bewijzen hoe technisch en snel ze wel niet kunnen spelen. Op "Keeper Of The Blues", hoor je verschillende invloeden, maar B.B. King staat wel vooraan. Vervelen zal deze muziek niet doen omdat de nummers onderling variëren.



 

WILLIAM LEE ELLIS
GOD'S TATTOOS
Website
Label: Yellow Dog Records
Distr.: Blues Promotion

 

 

William Lee Ellis heeft tot op heden vier albums op zijn naam staan: "Preachin' In That Wilderness" (1993), "Righteous Blues" (1987), "The Full Catastrophe" (2000), "Conqueroo" (2003). In 1987 nam hij zijn eerste plaat op, maar blijkbaar is zijn carrière niet heel erg van de grond gekomen, want nu bijna twintig jaar later komt platenmaatschappij Yellow Dog Records met zijn vijfde album "God's Tattoos" (2006) op de markt. Maar wat voor één? Het zou erg jammer zijn als dit intieme meesterwerkje alleen door gitaarliefhebbers zou worden opgepikt. Want sinds zijn vorige album "Conqueroo" groeide Ellis uit tot één van de boeiendste 'wizard on steel strings' in de grote Amerikaanse traditie. Billboard omschreef hem als: "A man whose considerable musical gifts are part of a family tradition - The London Times: "A new artist with a pedigree as rich as any" en Jorma Kaukonen schreef: "Carries on the tradition of American originals". Ellis speelt inderdaad prachtig en genuanceerd gitaar en wordt daarbij subtiel en zeer effectief ondersteund door producer/toetsenist Jim Dickinson (Bob Dylan, the Rolling Stones), Amy LaVerre (bas) en Paul Taylor (drums), maar daarnaast zingt hij op een onopvallende manier heel goed, met af en toe een mooie tweede stem van de gastzangers: The Masqueraders, Reba Russell, Jimmy Davis en Julie Coffey. De meeste nummers heeft hij zelf geschreven, en ze zweven ergens tussen blues, gospel, akoestische pop, roots rock, en zelfs rhumba beat. Hij schrijft liedjes en daarmee basta. De blues van William Lee Ellis wordt door de kruisbestuiving met roots en akoestische pop toegankelijk voor liefhebbers van de betere rootsmuziek. De opnamen klinken fantastisch en Ellis heeft een krachtige, maar soepele stem. Hij weet zijn boodschap in verhaaltjes sterk over te brengen, en de opmerkelijke instrumentaties, dragen sterk bij aan de kracht van dit werk. De cd laat zich beluisteren als een roadmovie voor de oren. Ellis is volgens mij ook een van de weinige bluesmannen die het aandurft af te wijken van de gebaande bluesmuziek paden. De muziek past precies bij die teksten. Met in de bezetting naast drums en gitaar en bas, soms ook accordeon en een dolceola (soort piano?), dendert de band de ene keer voort. Dan weer roept de muziek beelden op van een verlaten landschap. Hoogtepunten zijn de opener "Snakes In My Garden" met zijn gedreven slide-gitaar-werk, de rhumba getinte titeltrack, "When Leadbelly Walked the River like Christ" een song die laat denken aan Rev. Gary Davis gitaarpickering, "The Missing Moon and Stars" een duet voor gitaar en dat fameuze dolceola-ding, de drumbeat in het rockend spirituele "Search My Heart" en het akoestische "Dust Will Write My Name", een zacht bluesy nummer. Ellis album blijft dusdanig verrassen dat je aan het eind niet meer weet wat je allemaal hebt gehoord. Dus begin je gewoon opnieuw. En opnieuw. Steeds weer klinken zijn songs ongelooflijk hypnotiserend, je komt gewoon niet weg uit de hypnose. Ik heb altijd bewondering gehad voor artiesten die onder alle omstandigheden zichzelf blijven. William Lee Ellis is er één van.



 

 

DREW DANBURRY
THIS COULD MEAN TROUBLE, YOU DON’T SPEAK FOR THE CLUB
Website Myspace Contact
Label : Emergency Umbrella Records

 

 

De Californische muzikant Drew Danburry is een man die van lange songtitels houdt. Als je er zijn vorige cd’s op naslaat kan je ettelijke nummers vinden met 2 of 3 regels in de songtitel. Voor zijn recentste worp heeft hij zich beperkt tot een erg lange albumtitel “This Could Mean Trouble, You Don’t Speak For The Club”. Ook voor zijn vorige full-cd koos hij voor zo’n ellenlange titel die op geen enkel hoesje past: “Besides: Are We Just Playing Around Out Here Or Do We Mean What We Say?”. In de liedjes zelf zit hij trouwens ook nooit verlegen om er een fikse kwinkslag aan toe te voegen. Voor de redactie bij Rootstime was zijn 2008-ep “Mother” aanleiding tot een eerste kennismaking met deze artiest. Hoewel hij op dit album zeer bescheiden van start gaat met het op piano gespeelde “Weezer” - een ode aan de staat Alaska - volgt al snel zijn ware aard. Met “I’m Pretty Sure” - dat ook op de ep “Mother” stond - begint hij al de toon van het album te zetten in een song die ons om nogal onverklaarbare redenen doet denken aan Jonathan Richman. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor het daaropvolgende “Memorial Day” dat akoestisch begint maar al snel ontaardt in een swingend en hilarisch dronkemansliedje. In het nummer “Take Me Home” covert Drew Danburry op respectvolle en deze keer ook ernstige wijze een song van de ons verder onbekende groep ‘Seve vs. Evan’. De overige nummers op deze cd kunnen ook allemaal in het folk- en popgenre bijgeschreven worden. “Tonight I Was Trying To Read (Parts One & Two) is een mooi en intimistisch verhaal dat gebracht wordt met instrumentale begeleiding van enkel akoestische gitaar en pedal steel. Het gitaar-met accordeon begeleide muzikale cd-hoogtepunt “Life Security” toont ons dat Drew Danburry mooie liedjes kan schrijven en ook een goede zanger is. Op het einde van die song speelt hij de opname dan wel weer even achterstevoor wat voor een ludieke noot zorgt. Het nummer “Accident” doet ons door zijn wilde begeleiding op gitaar en mondharmonica onwillekeurig denken aan de sound van bands als ‘Okkervil River’, ‘Arcade Fire’ of ‘Bright Eyes’. Het zeer sober beginnende “L”école” groeit nadien langzaamaan uit tot een muzikale uitbarsting van blazers en drums en onharmonieuze samenzang. Drew Danburry blijft naar ons gevoelens echter wat te speels om deze cd van een hoge kwotering te kunnen voorzien. Het potentieel is hier zeker aanwezig, maar voorlopig enkel in de pure ballads.
(valsam)



THE SOUL OF JOHN BLACK
THE GOOD GIRL BLUES
Website
Myspace
Label: Yellow Dog Records
Distribiteur: Blues Promotion

 

 

The Soul of John Black verrast met deze "The Good Girl Blues". Wat we te horen krijgen, doet ons dadelijk de oren spitsen. Dit is duidelijk wat anders dan de grote middelmaat. Eerst en vooral: wie is John Black, wel het is John Bigham, hij is de gitarist/ pianist van Fishbone geweest gedurende acht jaren en was ook nog drummer bij Miles Davis. "The soul of John Black" is zijn band. En wat brengt "The Soul of John Black" ons dan? Wel, daar is niet zo direct een label op te plakken; enkele namen die me tijdens het beluisteren te binnen schieten: Al Green, Prince, Ben Harper, alleszins wat stem betreft is 't de combinatie van deze drie. Het stijltje kunnen we ook niet onder een noemer plaatsen, er is duidelijk veel soul, weer Al Green als voorbeeld en de typische Hi-label sound van Memphis, maar ook wat blues, vooral opener "The Hole" heeft wat van een slavensong, maar is tegelijkertijd toch moderne soul-blues."The Moon" is zelfs een echt blues ritme, met de stemmen van de drie backing zangeressen die voor een gospel toets zorgen. Sobere percussie gemengd met een National steel vormt een hypnotische intro voor "Slippin' en Slidin'", weer een van die sfeervolle prachtsongs waarmee dit album vol staat. Een ander voorbeeld is "Feelin's" waar die geboterde al Green stem mooi combineert met de lichte reggaebeat en een dobrogitaar. Kortom, gans deze cd is gevuld met mooie songs, origineel en apart, een verademing tussen het aanbod van toch wel grotendeels eenvormige roots, singer - songwriter en bluescd's. Is dit nog wel roots, dat is een andere discussie, modern is het zeker en volgens mij ook 100% roots. Goede rootsmuziek daarenboven!
(RON)


 

 

 

SEASICK STEVE
I STARTED OUT WITH NOTHING AND I STILL GOT MOST OF IT LEFT
Website Myspace
VIDEO
Label: Warner Brothers Records

 

Hij had al heel wat jaren rondgezworven als onbekende hobo en busker toen wij meer dan anderhalf geleden een special maakten rondom zijn twee cd's die waren verschenen op het onbekende Londense “Bronzerat” label. Omstreeks dat moment haalde ook Jools Holland hem uit de obscuriteit en maakte in één slag een ster van hem tijdens zijn Hootennany show. Het verhaal is bekend, met zijn goedkope driesnarige gitaar zette hij toen een geluid neer die alle aanwezige popsterren, waaronder Paul Weller, op zijn zachtst gezegd de wenkbrauwen deed fronsen. De meeste zag je met open mond en vol bewondering verrast toekijken toen deze "weirdo" tussen de in galapakken gestoken popstars gedropt werd. Steve Wold, want zo heet deze hobo die tot voor kort in Noorwegen woonde, heeft nu zijn derde cd uit, en ditmaal bij een "major" voor zover dit woord nog de lading dekt. Het gevaar dat er dan flink op authenticiteit moet ingeleverd worden en de sound flink moet bijgepolijst worden zit er dan natuurlijk in, maar we moeten zeggen dat dit hier gelukkig helemaal niet zo is. We genoten al erg van de twee eerste cd's (Zie blikvangers), maar ik mag gerust zeggen dat dit veruit zijn beste werk is tot nu toe. Enkele bekende gasten zoals K.T Tunstall en Nick Cave deden mee, maar voor de rest verandert er aan de opzet van Steve's sound weinig. "Started Out With Nothing" de opener heeft een paar gospelzangeressen (waaronder de fantastische Ruby Turner) als bonus, maar verder gaan de versierselen niet. Steve houdt het basic, zoals vroeger. Bijna elke song is voorzien van een korte introductiezin, en als bonus komt er nog een lang hoboverhaal na het laatste nummer. Het akoestische "Walkin Man" doet sterk denken aan het werk van Keb' Mo'. Het funky "St Louis Slim" klinkt ook wel wat verzorgder dan wat we van hem gewoon zijn, maar het is een prachtig nummer. Het Mississippi delta geluid gebruikt hij prachtig om een treinritme op te roepen in "Prospect Lane" en zijn herkenbare vettig klinkende gitaargeluid à la Burnside is weer terug in "Thunderbird", een drinking song over de "Liquor shacks" De samenwerking met Nick Cave in "Just Like A King" levert nog een verder hoogtepunt op in deze 11 songs tellende plaat zonder ook maar één enkel zwak moment. Seasick heeft dus duidelijk niet aan snedigheid ingeleverd door zijn eerste stap naar een meer comfortabelere levensstijl. Houwen zo!
(RON)

Op 17 februari speelt hij in een nu al uitverkocht AB.
Maar u kan nog steeds kans maken op vrijkaarten die we via Rootstime verloten!