ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

THE RESENTMENTS - ROSELIGHT

SAMMY WALKER - MISFIT SCARECROW

JAMES ‘YANK’ RACHELL - A TRIBUTE TO THE LEGENDARY BLUES MANDOLIN MAN

GARY MURRAY & LN - DOWNSTREAM ANGELS

CALEXICO - LIVE FROM AUSTIN TX (DVD)

T BIRD AND THE BREAKS - LEARN ABOUT IT

WHEELS ON FIRE - GET FAMOUS !

JOE CASSADY & THE WEST END SOUND - THE 47TH PROBLEM

DAVE FIELDS - ALL WOUND UP

BOBBY JONES & THE MANNISH BOYS - COMING BACK HARD

 



THE RESENTMENTS
ROSELIGHT
Website Myspace
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

Voor wie het nog niet weet: Austin, Texas is een muziekstad bij uitstek. Zelfs op een maandagavond in de zomer vinden er in vijfentwintig clubs live-optredens plaats. Het aantal goede muzikanten dat er rondloopt is gigantisch. Stephen Bruton, Scrappy Jud Newcomb, Bruce Hughes en John Chipman zijn uitstekende songwriters die op hun beurt een solorol vervullen in de Saxon Pub waar dit viertal sinds 1999 regelmatig samen optreden. Lang niet altijd kunnen ze er dan alle vier zijn, omdat het stuk voor stuk veelgevraagde muzikanten zijn die veel toeren. Repeteren is door die wekelijkse afspraak niet nodig, en misschien zorgt dat wel voor de frisse losheid die hun optredens kenmerkt. Jon Dee Graham die vanaf de beginjaren bij de band was heeft echter de ondertussen legendarische Resentments verlaten, maar het overige viertal speelt nog steeds regelmatig zondag na zondag in de beroemde Saxon Pub in Austin, waar ze door de jaren The Best Bar Band in the World worden genoemd. De tussentijd bewezen ze met een paar grote releases als "Switcheroo" (2005) en "On My Way To See You" (2006). Door een lang slepende ziekte van Stephen Bruton zijn we nu wel een beetje verrast met "Roselight" die nu in de winkel ligt. Een cd die net als zijn voorgangers veelzijdige en lekker in het gehoor liggende rootsmuziek laat horen. De ene keer ingetogen en folky, de andere keer lekker stevig rockend, maar ook een portie dampende funk of doorleefde blues gaan de heren niet uit de weg, misschien wel het beste wat conservatieve Texamericana / roots-rock-muziek tegenwoordig te bieden heeft! De kwaliteit is hoog, maar toch hoor je ook gewoon vier muzikanten die met veel plezier spelen en waarbij de afwezigheid van Jon Dee Graham bij een eerste beluistering geen gemis is. De band beheerst de uitdaging om dit gat te vullen met veel moed en verve. Stephen Bruton (zang, gitaar - sessie muzikant van o.a. Kris Kristofferson sinds 1970), Scrappy Jud Newcomb (zang, gitaar - ex-Loose Diamonds heeft ook juist zijn derde solo album "Ride The High County" uit), Bruce Hughes (ex- Poi Dog Pondering/Ugly Americans/Bob Schneider bassist) en drummer John Chipman (The Band Of Heathens) laten op "Roselight" een coherent geluid horen, dat ergens tussen country, blues en singer-songwriter ligt. Er wordt afgetrapt met Brutons "What Love Can Do" een levendig up-tempo rootsnummer dat zeer Louisiana getint wordt door een breed spectrum van akoestische gitaren, mandolines en de gastbijdrage van Joel Guzman (Joe Ely, Tom Russell, Flatlanders) op accordeon. Van daaruit komt men bij "Look Up", een song die niet van Jon Dee Graham is (heeft ook een nummer dat dezelfde naam draagt), maar is één van de drie bijdragen van bassist Bruce Hughes, die inmiddels heeft bewezen niet meer een buitenstaander van de band te zijn. Scrappy Jud Newcomb's rasperige stem horen we voor het eerst op een cover van de Carter Family: "Wanderin" Boy" waar we naast veel mandoline en bariton gitaar, de Texaanse bluesman Johnny Nicholas horen op mondharmonica. Dan volgt het titelnummer, dat geschreven is door Bruton en Alejandro Escovedo, met eerste klas zang, heerlijke drums & percussie, subtiel akoestisch gitaarspel en wederom Joel Guzman. Deze song is eerder een rustig rootsnummer, maar wel heel mooi. Na het funk/groove/bass geaccentueerde "Wish The Wind" van Bruce Hughes, horen we Jud Newcomb die hier begint te intoneren met zijn eerste bijdrage, "Riverside". "Struttin' My Stuff" is meer de klassieke Muscle Shoals stuff, geschreven door Donnie Fritts en Eddie Hinton. Fritts die bekend staat als Kris Kristofferson's sideman doet in dit nummer een gastbijdrage op Wurlitzer piano en drummer John Chipman geeft met zijn soulvolle stem enige flair aan dit countrynummer. "Holdin 'On To Nothin'" is de zoveelste Bruton bijdrage, waarin hij grote indruk maakt met gitaar en zang, en waaruit blijkt dat al zijn recente gezondheidsproblemen (hopelijk) lijken te worden overwonnen! Ook de stem van Storyville shouter Malford Milligan past gewoon perfect bij deze track. Newcomb's "Where Did Our Time Go" kan best vergeleken worden met zijn songs op zijn pas verschenen solo album en "Nice to meet you" is een andere gedreven rocker van Hughes. Beste ballade van deze plaat is wel "Build Your Own Prison" van Billy Bob Thornton en "Getting' Good" is wederom één van Bruton's co-producties met Nashville songwriter Gary Nicholson. Het afsluitende "Home Again" geschreven door de talentvolle Jeff Plankenhorn, is een zeer ontspannen Texas folkrock versie en blijkt een perfecte finale van een echt sterke plaat! Op "Roselight" wordt weer eens vakkundig gemusiceerd en de productie is natuurlijk dik in orde, zet gewoon deze plaat op en waan je in een rokerige kroeg in Austin, Texas met een aantal klasse muzikanten op het podium.



 

SAMMY WALKER
MISFIT SCARECROW
Website
Label: Ramseur Records
Distr.: Proper Music

 

 

Hoe zou Woody Guthrie klinken en vooral waarover zou hij zingen indien hij nu nog in leven was? Wie naar ‘Misfit Scarecrow’ van Sammy Walker luistert, komt dicht bij het waarschijnlijke antwoord. Geloof me, niemand (niet Dylan, niet Prine, niet Springsteen), vertegenwoordigt anno 2009 beter de muzikale erfenis van Guthrie en bij uitbreiding deze van de hele folk revival scene, dan de genaamde Sammy Walker. En toch is deze Walker geen imitator of een flauwe opportunist, maar in tegendeel zelf a true original, die de folk scene van de ‘60ties en ‘70ties van nabij heeft meegemaakt. Voor hetzelfde geld zou men deze plaat de beste Dylanplaat in jaren kunnen noemen, ook al is deze niet door Dylan himself gemaakt. Sammy Walker, afkomstig uit Georgia en nu residerend in North Carolina, werd muzikaal grootgebracht in de wereld van coffeehuizen en bars. Hij nam in de seventies enkele platen op voor Folkways en Warner Brothers, nadat niemand minder dan Phil Ochs hem aan een platencontract had geholpen. Misschien herinnert u zich wel zijn ‘Song For Patty’, dat zo op Dylan’s ‘The Times Are A-changin’ ‘ had kunnen staan. Of misschien hebt u in uw oude platenkast nog wel een exemplaar zitten van Sammy’s titelloze debuut-LP uit 1976? Zo niet is de kans dat u deze bijzondere artiest helemaal gemist hebt zeer groot. In de jaren ’80 leek de man plots van de aardbodem verdwenen. Begin jaren ‘90 verschenen nog een tweetal platen van hem, maar deze werden zo slecht verdeeld dat er nauwelijks iemand iets van merkte. Nu, veertien jaar na zijn laatste release, brengt de singer-songwriter ‘Misfit Scarecrow’ uit en dit is, dames en heren, een meesterwerk! In de liner notes verontschuldigt Walker zich enigszins voor zijn lange afwezigheid, stellende dat hij zichzelf steeds als een eenzaat gevoeld heeft die niet in staat bleek zich aan te passen aan de hoge eisen van de muziekindustrie, waarmee hij niets te maken wilde hebben. De muziek die hij meer dan dertig jaar geleden maakte, maakt hij nu nog steeds maar dan over andere onderwerpen, want als Walker in iets uitblinkt ,is het wel in het schrijven en zingen van ‘topical songs’. Sammy zelf speelt gitaar, piano, mondharmonica en als het moet zelfs een stukje banjo en wordt ,zo nu en dan, nog extra begeleid door zijn vriend Tony Williamson, die de boel wat opfleurt met wat aangename streepjes mandoline. oogtepunten vernoemen op deze plaat is moeilijk omdat de collectie van 16 songs (waarvan er 14 zelfgeschreven werden) geen enkel zwak nummer bevat. De sociale schets ‘Crazy Billy’ over een dorpsidioot die op een eenzame hotelkamer leeft, doet wat denken aan vintage John Prine, al is de mondharmonica aan het eind wel weer 100 % Dylan. Op ‘Another Sad Song About You’ is het miserie troef: ‘My mama she’s got cancer / she gave it such a battle before she died/ And Daddy he found comfort / In the bottle he no longer has to hide’. Op de titelsong ‘Misfit Scarecrow’, een soort countryblues, begeleidt Walker zichzelf op de banjo en zou je zweren dat je met Pete Seeger te doen hebt. ‘And The Mississippi Delta Cried’ vertelt het droeve verhaal van de moord op de zwarte jongen Emmett Till, die meer dan een halve eeuw geleden gepleegd werd. Waarom Walker deze gebeurtenis oprakelt, vertelt hij ook in de song: ‘Hatred and injustice still linger on today / If we choose to forget the past / The devil's let out to play’. Maar wie nu denkt dat Walker alleen in het verleden graaft heeft het ook mis. ‘In The Year Twenty-o-Four’ zingt de zanger over de grote Tsunami van 2004, in dezelfde stijl en met dezelfde intensiteit als Woody Guthrie dat ooit deed in zijn Dust Bowl Ballads. En in ‘If Jesus Don’t Show’ haalt Sammy uit naar de mensen die de global warming enkel zien als het welgekomen voorspel van het langverwachte laatste oordeel. Afsluiten doet Sammy Walker in schoonheid met de ironische countryblues ‘Someday I’m Gonna Rock And Roll’, waar zelfs Dylan, qua zelfspot , iets van kan leren. Als er trouwens ooit een Grammy categorie ‘Beste Bob Dylan Plaat, Niet Opgenomen Door De Man Zelf’ in het leven wordt geroepen, is deze Sammy Walker torenhoog favoriet. U leest het, we zijn niet een klein beetje enthousiast. Wie ook maar een beetje Guthrie, Seeger, of Dylan in het hart draagt, kan niet om deze plaat heen. Verplichte aanschaf.
Shake



 

 

JAMES ‘YANK’ RACHELL
A TRIBUTE TO THE LEGENDARY BLUES MANDOLIN MAN
Label: Yanksville Records
Info: Blind Raccoon CDBaby

 

De legende gaat als volgt. Yank Rachell, geboren in 1910 in Brownsville, Tennessee, leerde gitaar en mandoline spelen van Hambone Willie Newbern en sloot later met Sleepy John Estes aan in een Jug Band. De mandoline werd mogelijk zijn ruilhandeltje met de verkeersduivel op de crossroad, want hij leert mandoline spelen als de beste. Latere reisgezellen op zijn bluesroute waren Hammie Nixon en Sonny Boy Williamson I. Enkele decennia geraakte hij op het achterplan omdat hij zich in Indianapolis terugtrok in de schoot van zijn familie. Maar dank zij Bob Koester van het Delmark Label kwam hij opnieuw in de schijnwerpers. In 1964 stond hij samen met John Estes op het Newport Folk Festival, waarna menig tournee in Europa volgde. Estes stierf in 1977, Rachell twintig jaar later. Nog steeds zijn bluesmannen die samen met Rachell optraden onder de indruk van de vaardige mandolinespeler, waaronder John Hammond, Taj Mahal en Paul Geremia. Op deze compilatie zijn het David Grisman, John Sebastian, Peter Rowan en Mike Seeger die bijdragen aan dit eretribuut. Daarmee stopt het rijtje niet, want onder de bekenden zitten nog Tim Duffy op drums en mandolinespeler Mike Butler. Hij is tevens de producer van dit origineel huldealbum dat 77 minuten doorloopt en geen seconde verveelt. Eenentwintig songs van Yank werden erop samengebracht, naast enkele traditionals en het tijdloze ‘Brownsville Blues’ van zijn bluesmaat Sleepy John Estes. Kleindochter Sheena, ooit zijn bassiste, eert haar grootvader met de weemoedige slowblues ‘Lake Michigan Blues’, sereen en invoelend. De slidegitaar van Jim Lynch intensifieert de liefdesband. Dochters May Nell & Willia zingen ‘Freedom’ de lievelingsgospel van hun vader. Behalve de variatie van instrumenten met Hammond, harmonica, bas, piano, akoestische en elektrische gitaren valt ook de afwisselende zang op. Karen Irwin zingt met moderne schwung ‘She Caught The Katy’, waar ook de sax aantreedt. Multi-instrumentalist Orville Johnson maakt van ‘Let Me Tangle in Your Potato Vines’ een magnifieke down home bluessong. Alle nummers dragen het Yank Rachell stempel, zwierig dansbaar of langoureus verzuchtend. De humor steekt de kop op met zijn ‘Divin’ Duck’, een van zijn populairste nummers. Maar mocht ik een ‘vraag het aan’ verzoekje naar de radio doorsturen dan koos ik voor ‘My Baby’s Gone’ aanklampend gezongen door Andra Faye, één van de Uppity Blues Woman. Ook twaalf jaar na zijn dood blijft Yank Rachel via zijn mandolineblues voortleven, getuige het aantal muzikanten dat aan dit album meewerkte. De veelsoortige mandolines, banjo, ukelele, National Steelbody, mandola en vooral Yank’s Harmony mandoline maken dit album een absolute aanrader voor alle liefhebbers van dit tokkelinstrument dat deze eeuw heeft gehaald. En je draagt bij tot het goede doel, want een deel van de opbrengst gaat naar Yank’s familie waar de medische kosten de pan uitrijzen. Misschien een compensatie voor de royalty’s die de grootmeester van de mandolineblues nooit heeft ontvangen.
Marcie



 

 

GARY MURRAY & LN
DOWNSTREAM ANGELS
Website Myspace Contact CD-Baby
Label : Velvet Blue Music Contact

 

In nauwelijks acht liedjes en een klein half uurtje laat de Amerikaanse singer-songwriter Gary Murray horen dat hij het ambacht van liedjesschrijver helemaal onder de knie heeft. Deze muzikant uit Bellevue, Ohio was sinds lange tijd de frontman van de slowcore-groep ‘LN’.Enkele muzikanten van die groep werden door Gary Murray opnieuw uitgenodigd om op deze cd (of is het eerder een ep) “Downstream Angels” mee te spelen. Dit schijfje is de zevende soloplaat van Gary Murray en volgt op “Revenant Waltz” uit 2007. De tracks op de cd zijn vertrokken van een akoestische sound en kregen nadien in de studio instrumentaal nog wat meer vlees aan het been. Wij horen in enkele nummers vooral dingen die ons doen herinneren aan Mark Kozalek en Nick Drake. Zo zouden de liedjes “Niagra” en het prachtige “Moya” met het schitterende pedal steel-spel van Pat Jordan zeker ook kunnen passen op een plaat van ‘Red House Painters’ of van ‘Sun Kil Moon’, dat andere Kozalek-project. Er zijn ook twee korte instrumentale intermezzo’s terug te vinden op “Downstream Angels”: “Like Dogs At Play” en “Number Six”. De enkel op akoestische gitaar gebrachte song “Minotaur” herbergt iets mystieks in zich en komt bij momenten dreigend op je af. De monotone baritonstem van een rechtgeaarde lijkbidder waarmee Gary Murray het liedje zingt maakt het geheel daarenboven nog wat obscuurder. De noise-klanken die het handelsmerk waren bij de groep ‘LN’ komen hier maar sporadisch aan bod en dan nog enkel op zeer zachte wijze. De nummers worden van alle overbodige instrumentatie ontdaan en tonen hun ware gelaat in pure naaktheid. Dat geldt ook voor de twee nog resterende nummers op deze cd: “The Lost Art Of Mending Wings” en “Rome” die allebei in een vrij depressieve periode geschreven lijken te zijn. “Downstream Angels” is sowieso een ideale soundtrack voor tijdens het in deze winterperiode ingetogen reflecteren over de duistere momenten in het leven.
(valsam)



 

 

 

CALEXICO
LIVE FROM AUSTIN TX (DVD)
Website Myspace
Label: New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

Dvd’s van live concerten zijn rariteiten te noemen in onze privé-muziekverzameling. Verknocht als we zijn aan audio-cd’s gebeurt het eerder zelden dat we tot de aanschaf van een live concertregistratie op dvd overgaan. Toch zijn er gelukkig ook nog altijd uitzonderingen die we niet aan onze aandacht laten ontsnappen. ‘Calexico’ is zo’n groep die helemaal niet kwistig omspringt met het uitbrengen van live dvd’s. In 2004 verscheen een eerste exemplaar in de vorm van “World Drifts In”, een live concert in de “Barbican”-club in Londen met vele gasten en een heus mariachi-orkest op het podium. Een heerlijke verzameling van topsongs en unieke beelden van hun podiumact. ‘New West Records’ heeft ‘Calexico’ nu ook weten te overhalen om voor de concert dvd-serie “Austin City Limits” een tweede dvd op te nemen van een live optreden dat plaatsvond in de zwoele buitenlucht van Austin, Texas. Deze opnamen dateren al van 13 september 2006 en gebeurden even na het verschijnen van hun voorlaatste en vijfde cd “Garden Ruin” die intussen opgevolgd werd door hun schitterende nieuwe plaat “Carried To Dust”. De zeskoppige band uit Tucson, Arizona bestaande uit Joey Burns, John Convertino, Martin Wenk, Volker Zander, Jacob Valenzuela en Paul Niehaus geeft in Austin een memorabele openluchtoptreden voor een publiek dat zich losjes om het podium heen heeft verzameld. De 15 nummers die op de setlist staan variëren van bekende hits als “Across The Wire”, “ Alone Again Or” (een cover van de hit van de groep ‘Love’ uit de ‘Calexico’-cd “Feast Of Wire”) en de pure popsong “Not Even Stevie Nicks” tot pure Mexicaanse mariachi-songs als het instrumentale “El Picador”, “Convict Pool” en “Sunken Waltz”. Daarnaast natuurlijk ook enkele tracks van de toen laatste cd “Garden Ruin” als “Roka”, genoemd naar het restaurant waarboven ‘Calexico’ oefensessies pleegde te organiseren voor de opnamen van die nieuwe cd, “All Systems Red” over politiek extremisme en over de diepe ontgoocheling bij de herverkiezing van George Bush Jr. als president in 2004 en “Letter To Bowie Knife” over religieus fanatisme. Even voorbij de helft komt gastzanger Salvador Duran de groep vervoegen om enkele typische gypsy-songs te brengen met “Roka” en “Guero Canelo”. Zijn vocale uithalen zijn indrukwekkend en tegelijk beklijvend te noemen, net als zijn bijdrage aan de song “He Lays In The Reins”, een nummer dat stamt uit de ep die ‘Calexico’ in die periode samen met ‘Iron And Wine’ had opgenomen. Sam Beam en zus Sarah Beam van ‘Iron And Wine’ zijn speciaal in Austin opgedoken om deze song te komen meezingen. De muziek van de in 1996 opgerichte formatie ‘Calexico’ wordt geïnspireerd door de Portugese fado, de jazz uit de jaren ’50, de zigeunermuziek, de surfklanken uit de jaren ’60 en de epische spaghettiwesternmuziek zoals gekend van Ennio Morricone). Het heerlijke trompetgeschal door Jacob Valenzuela en Martin Wenk dat in haast elke song verweven zit laat de kijker wegdromen in de zwoele sfeer van de Zuid-Amerikaanse grensstreek met Mexico. De stevige en onconventionele drumprestaties van de ogenschijnlijk onverschillige John Convertino en het steeds loepzuiver klinkende zangwerk van Joey Burns completeren het geheel. Ter afsluiting willen we nog twee hoogtepunten op deze mooie dvd vermelden: de broeierig hete cumbia “Guero Canelo” die hier samen met Salvador Duran gebracht wordt en de nog steeds fantastisch mooie afsluiter van het concert: “Crystal Frontier”. Deze dvd is een ‘must-have’ voor de liefhebbers van ‘Calexico’ en dus ook van goede, vrolijke en swingende muziek.
(valsam)



 

T BIRD AND THE BREAKS
LEARN ABOUT IT
Website Myspace
Info: McGuckin Entertainment PR
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Als grote fan van echte soul en ware R&B was ik verheugd om nog eens een pure cd uit dat genre te mogen ontvangen. Deze T Bird & The Breaks is een ware sensatie op dat gebied, eindelijk iemand die in de voetsporen van Mitch Ryder, Billy Price en Eric Burdon kan treden. Tim Crane of T - Bird (doordenkertje) heeft dat echte stemtimbre dat de sixties R&B jongens als een jonge Mick Jagger, Van Morrison en Eric Burdon zo groot maakte. Voeg daarbij messcherpe blazers die met nummers als "Stand Up" in no time een James Brown sfeertje neerzetten als in de betere Apollo dagen, en je bent vertrokken voor een denderende soul party. Alles komt voorbijgeraasd: zoals ik daarnet al zei, de Britse sixties bands, wat Stax, funk en Muscle Shoals geluiden in volle authenticiteit. Je houdt het nauwelijks voor mogelijk wat deze bleekgezicht hier met zijn tien andere bandleden neerzet. Dat er veel goede dingen uit Austin, Texas onze kant op komen zijn we gewoon, zowat bijna de helft van onze recensies komt vandaar, en een kwartiertje geleden tikte ik nog mijn interview met Austiner Gurf Morlix. Maar dit soort muziek zijn we vanuit deze hoek niet gewoon. Deze jongen moet daar tussen al die gezapige Americana en Alt. country wel de witte raaf zijn. Al is die vergelijking wat verkeerd gekozen, want hij is zo zwart als de nacht, zeker wat zijn muziek betreft toch. Het meest verbazend is dan nog dat dit allemaal eigen nummers zijn. Tien songs vol zwarte grooves en funky soul ritmes. Neem nu bijvoorbeeld de afsluiter "Sunday On My Own", als bleekneus kunnen je niet dichter bij het Otis Redding geluid geraken, of "Blackberry Brandy", pure Muscle Shoals, terwijl "Juice" niet zou misstaan op een Delbert McClinton cd. Ik ga de superlatieven opbergen, want wat kritiek moet er ook zijn: Ten eerste, deze cd is veel te vlug voorbij (of lijkt dat alleen maar zo?) en ten tweede, zo een prachtplaat verdiende een mooiere hoes, al lijkt dat de schuld van onze held zelf, want hij zorgde voor 't artwork. Zo zie je maar, nobody is perfect, al scheelt het hier niet veel.
(RON)



 

 

WHEELS ON FIRE
GET FAMOUS !
Website MySpace
Label Distr.: Bertus

 

Om het als groep te maken in de harde muziekbusiness moet je niet alleen talent hebben, maar ook attitude, daarom niet arrogant of hoogmoedig, maar op zijn minst blakend van zelfvertrouwen en volledig gelovend in je eigen kunnen. Al deze eigenschappen vinden we moeiteloos terug bij Wheels One Fire, een vierkoppig rock’n roll collectief uit Ohio, die grootsprakerig claimen, dat ze, in tegenstelling tot vele andere groepen, de term en het genre rock’n roll niet verkrachten. Hun ambities steken ze ook niet onder stoelen of banken want ze hebben aan hun de titel van hun nieuw album te horen maar één ding voor ogen: “Get Famous!”. Het mag gezegd worden. De stijl en de manier waarop Wheels On Fire ons gedurende elf nummers in de ban houden dateren recht uit de sixtees. Een mix van crazy surfgitaarloopjes, weelderig gebruik van reverb, echotank en fuzzy distortion, geruggensteund door drammend slagwerk en een nerveus orgeltje op de achtergrond herschapen deze plaat tot een zeer origineel en toch herkenbaar geheel. Hun leuze is duidelijk rock’n roll is here to stay! Dan hebben we het nog niet gehad over het messcherpe stemgeluid van Mike Chaney en John Garris, die moeiteloos doorheen dit circus snijden. Ze gooien er dadelijk de beuk in met een flinke portie garagerock à la Hives in “Midnight School”. “Too Stubborn To Fold” zet ons op het verkeerde been met zijn Chuck Berry intro die onmiddellijk overgaat in een stevige Stones rocker en een ware kruising is tussen Brown Sugar en Jumpin’ Jack Flash. Ook in “Three Sisters” horen we dat Rolling Stones geluid en “I’ Am Turning Into To You” zou prachtig in het repertoire van The Kinks passen. De meest klassieke rocknummers zijn “Can’t Get A Line”, met prachtige één snaar solo’s en “Metal Mandy”, met een steeds driester wordend orgeltje op de voorgrond. Met een “Gallon Of Gin” achter de kiezen lukt het hun zelfs een jonge Fogerty naar de kroon te steken. Helemaal te gek klinkt “Corkscrew Blues”, waar de liters gin duidelijk zijn uitwerking niet hebben gemist en de stem van Mick Chaney gewoon stomdronken klinkt op dissonante en al even dronken huilende gitaren. Wheels On Fire is er glansrijk in geslaagd het bewijs te leveren dat rock ’n roll zelfs in een jasje met alle klassieke ingrediënten heel hedendaags kan klinken. Warm aanbevolen.
Blowfish



 

 

JOE CASSADY & THE WEST END SOUND
THE 47TH PROBLEM
Website Myspace Info: Americana Media Produtions
Label: Avenue A Records Myspace Contact

 

De New Yorkse rocker Joe Cassady zal begin volgende maand zijn nieuwe cd releasen onder de titel “The 47th Problem”. We denken echter dat de wereld er helemaal niet zo problematisch uitziet voor hem want na zijn titelloze debuutalbum “Joe Cassady & The West End Sound” uit 2005 en de opvolger “What’s Your Sign” uit 2007 waren de perskritieken zeer lovend. Het succes zorgde ervoor dat de band een zeer druk tourschema had in 2008 en er pas tegen het jaareinde werk kon gemaakt worden van het componeren en opnemen van nieuwe nummers voor deze derde cd “The 47th Problem”. De albumtitel verwijst naar de populaire benaming voor de wiskundige stelling van Pythagoras “A² + B² = C²” over de driehoeken. Eerlijk gezegd zien ook wij de link niet tussen die stelling en de muziek van Joe Cassady. We weten wel dat deze getalenteerde muzikant met zijn vaste begeleidingsgroep ‘The West End Sound’ - zijnde bassist Aaron Gardner, gitarist Shu Nakamura en drummer Robert Bonhomme - zeer hedendaagse popsongs brengt die telkens weer van mooie en poëtische teksten voorzien worden. Afwisselend rockende nummers en countrygetinte ballads is wat je van deze cd mag verwachten. De titeltrack swingt als de pest, net als “Beirut Boogie”. Maar ook in de rustigere songs als “Thin Ice” over het gebrek aan vechtlust en “Find My Way Home” over de zoektocht van een zwerver naar een fijne ‘thuis’ drijft de klasse van deze songschrijver boven. In de songs “Willie Mays” en “Big Wave” blikt Joe Cassady nostalgisch terug op de goede oude tijd die de vergelijking met het belabberde heden niet kan doorstaan. De muzikale diversiteit met alt-country, Americana en rock’n’roll zorgt voor een continu boeiende plaat met zeer actuele songs en 21e eeuwse muziek. Joe Cassady is daarenboven ook nog eens een zeer goede zanger die in de pers vergeleken wordt met de jonge Dylan, de oude Townes Van Zandt en de immer jong blijvende Lou Reed, dit vooral in het zeer gelijkende “G3 Blues”. Wij menen zelfs een vleugje Ryan Adams te herkennen in de dramatisch klinkende song “Big Wave” die als een perfecte filmsoundtrack zou kunnen dienen. Knap gitaarwerk van Shu Nakamura krijgen we ook te horen in de zachte rocker “Joshua” waarop ook de vrouwelijke backing vocals van Melissa Masser te beluisteren zijn. Wij denken dat Joe Cassady stilletjes aan zijn hoofd mag beginnen breken over een nieuw probleem want het 47e is al lang opgelost met deze elf mooie tracks. Zelfs de grote Pythagoras zou het met deze stelling eens zijn.
(valsam)



 

DAVE FIELDS
ALL WOUND UP
Website Myspace Contact
Info: Blind Raccoon
Label: FMI Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Fans van onvervalste bluesgitaristen halen met dit album een juweeltje in huis. Dave Fields geboren in Manhattan, zoon van Sammy Fields, een bekend pianist, leerde van zijn vader eerst piano spelen, om dan vervolgens eerst bas en even later gitaar te spelen, en dit allemaal voor zijn 14 jaar. Misschien was het zijn tante uit Macon, GA, die bij Dave de passie voor de blues overbracht. Voor zijn voorganger "Time's A Wastin' " (2007) en zijn nieuwste plaat, "All Wound Up", liet hij zich inspireren door Clapton en Hendrix, zijn grote invloeden. Na jaren van touren heeft hij deze invloeden tot een eigen geluid weten om te smelten en heeft deze gitarist/zanger reeds al wat naam gemaakt, maar is zonder twijfel de meest getalenteerde muzikant in de New Yorkse muziekscène van de afgelopen jaren. Met zijn vorig album "Time's A Wastin' " kreeg hij ook naambekendheid en werd hij gelinkt aan de blues. En nu een goed jaar later staat hij er terug met zijn nieuwste "All Wound Up" die verscheen op zijn eigen Fields Music label. Fields wordt bijgestaan naast Blues Music Award genomineerde & Memphis harp virtuoos, Billy Gibson, door o.a. basgitartist Erik Boyd en filmproducent 'Mississippi' Dave Hughes, zij begeleiden Fields op zijn rauwe en vlijmscherpe gitaar partijen. Zijn songs vertonen invloeden van rock, blues, roots & jazz waaraan hij steeds iets eigenzinnigs weet toe te voegen. Persoonlijk ben ik zeer sterk geïmponeerd door de pulserende drive van Billy Gibson. Mede vanwege de aanwezigheid van deze uitstekende harmonicaspeler werd vooraf mijn nieuwsgierigheid extra gewekt. Hun beider gedrevenheid op "All Wound Up" is behoorlijk smaakbepalend, en wat mij betreft van grote invloed geweest op Fields’s karakteristieke samensmelting van roots, blues & rock. De wederzijdse stimulans tussen de betrokken musici is zondermeer een kernfactor voor het artistieke niveau van deze plaat. Het non-pretentieuze spelplezier spat van deze CD, gewoon lekkere, maar stevige dampende bluesrock. Voor de opnames van dit album ging deze gitarist soms terug naar de Jimi Hendrix periode, hetgeen meteen hoorbaar is in het openende, het in wah-wah gedrenkte "Train To My Heart". Het resultaat is dan ook verbluffend te noemen. Reeds bij aanvang op deze CD krijg je het gevoel van waar heb ik dit eerder gehoord. Juist ja. Gibson blaast zijn weg vervolgens in het met blazers gedragen funky-rock nummer "Ain't No Crime", waarbij Ada Dyer een Tina Turner-achtige backing toevoegt aan Fields intense gitaarwerk. De titeltrack is dan meer een laid back, soul-rock nummer met een beetje New Orleans funk waar Fields hier zijn kunsten op slide laat horen. Heerlijke cross-over muziek met flarden rock, blues, roots & jazz..... en zelfs funk, zoals in het nummer "Let's Have A Ball", dat met zijn goed uit de hoek komende blazerssectie doet denken aan Louis Jordan. Billy Gibson weet als een Tasmanian Devil een mooie bijdrage te versieren in "Still Itchin’", naast de dreigende gitaarriffs van Fields. Natuurlijk krijgen we al de ingrediënten te horen uit het overbekende bluesvaatje, maar laat dit het niet voor u vergallen, deze man is origineel genoeg om u vanaf het eerste nummer reeds in te palmen. Hoogtepunten bij de vleet op dit twaalf songs tellende album, zelfgepende nummers met een open structuur, met als gevolg dat elke partij goed te volgen is en niet in een brij van geluid veranderd. Topnummers zijn vooral het reeds vernoemde funky-blues-rock fusion nummer "Still Itchin'", een nummer van vijf minuten, maar dat volgens ons best twaalf minuten mocht duren, tevens ook een nummer waarin Fields bewijst dat hij buiten zijn uitstekend atmosferisch gitaarspel ook vocaal best uit de voeten kan. Dave laat het tempo wat zakken in "Cold Wind Blowin", een liefdesverhaal met een slecht einde, maar dit is tevens een song waarin hij een fijne piano solo laat horen. In "Baby Come Back" gaat hij op zoek naar gedreven rock 'n roll uit de vijftigerjaren volledig met honkin' bariton sax van Rob Chaseman. Alle tracks bezitten allen sterke arrangementen vol intensiteit en worden met veel bezieling gebracht. Dit alles resulteert in een prachtig album dat beslist uw aandacht verdient. Dit album is dan ook niet alleen met gemak Fields beste plaat, maar tevens met afstand het mooiste en verfijnde album dat ons de laatste maanden ter ore kwam. Het wordt tijd dat België en Nederland deze superbe zanger gaan ontdekken!



 

 

 

 

 


 

BOBBY JONES & THE MANNISH BOYS
COMING BACK HARD
Website Myspace VIDEO
Label: Delta Groove
Distr.: Coast To Coast

 

Bobby Jones... niet direct een naam die nog een belletje doet rinkelen bij de meeste mensen. The Aces, dat is de band waarin hij Junior Wells verving nadat deze plots solo ging wegens zijn succes met "Messin' With The Kid". Ook Dave Meyers was één van die Aces, een groep die wel legendarisch genoemd kan worden. De Mannish Boys hebben Bobby nu in hun rangen opgenomen, en dit sinds hun derde cd "Big Plans". Pianist Leon Blue had hem toevallig meegebracht naar één van de opnamesessies als gast, en toen Jody Willams ook binnenstapte, die Bobby nog van vroeger kende, was de bal aan 't rollen en moest Bobby wat van zijn verborgen talenten tonen. Zijn veelzijdige stem, die op het ene moment klinkt als Bobby Bland, wat later als BB. King en daarna weer als Howlin Wolf bleek echt een ongelofelijke troef voor het geluid van de Mannish Boys. Tijd dus om nu even de rollen om te keren en The Mannish Boys echt als begeleiders voor Bobby te laten fungeren, met hem in de spotlights. De opnames dateren van dezelfde sessie als degene die "Lowdown Feelin' " van de Mannish Boys opleverden. Met een aantal van de heren die we hier aan het werk horen, konden we nog geen jaar geleden een aangenaam gesprek voeren in Ospel (zie interviews), namelijk Kirk Fletcher, Finis Tasby en Randy Chortkoff, maar ook de rest van de Mannish Boys barst van de legendarische namen zoals de kenners al weten, de crème de la crème van de hedendaagse blues is hier aanwezig. Ik ga je de lange lijst besparen. Dat levert natuurlijk een stukje vakwerk af zoals we dat tegenwoordig nog zelden horen. Knappe songs vullen dit album van begin tot einde, van pure Chicago blues tot meer soulgerichte bluessongs, neem bijvoorbeeld "She's The One" en Willie Dixon's "Two Headed Woman", de twee eerste songs op deze cd en meteen voltreffers. Dit is de blues zoals hij moet gebracht worden, en Delta Groove bevestigd hiermee opnieuw hun meesterschap als top blueslabel. Er loopt wel raar vrouwvolk rond in de blueswereld, want naast die tweehoofdige is er ook de "Three Handed Woman" een zeer sterke andere song, en "Tired Of Your Jive" is nog zo'n nummer waar Bobby zijn B.B. King jasje mag dragen. Zeker is dat deze Bobby Jones al niet meer uit de top vijf van echte bluesreleases van 2009 kan verdrongen worden, wat het jaar ons ook nog moge brengen. Ren echter nog niet direct naar je platenzaak want de wereldwijde release is pas voor 17 februari, en dat is zowat het enige minder goede nieuws wat over deze sublieme release te melden valt!
(RON)