ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
THE RESENTMENTS - ROSELIGHT
SAMMY WALKER - MISFIT SCARECROW
JAMES ‘YANK’ RACHELL - A TRIBUTE TO THE LEGENDARY BLUES MANDOLIN MAN
GARY MURRAY & LN - DOWNSTREAM ANGELS
CALEXICO - LIVE FROM AUSTIN TX (DVD)
T BIRD AND THE BREAKS - LEARN ABOUT IT
WHEELS ON FIRE - GET FAMOUS !
JOE CASSADY & THE WEST END SOUND - THE 47TH PROBLEM
DAVE FIELDS - ALL WOUND UP
BOBBY JONES & THE MANNISH BOYS - COMING BACK HARD

THE
RESENTMENTS
ROSELIGHT
Website Myspace
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous
Voor
wie het nog niet weet: Austin, Texas is een muziekstad bij uitstek. Zelfs op
een maandagavond in de zomer vinden er in vijfentwintig clubs live-optredens
plaats. Het aantal goede muzikanten dat er rondloopt is gigantisch. Stephen
Bruton, Scrappy Jud Newcomb, Bruce Hughes en John Chipman zijn uitstekende songwriters
die op hun beurt een solorol vervullen in de Saxon Pub waar dit viertal sinds
1999 regelmatig samen optreden. Lang niet altijd kunnen ze er dan alle vier
zijn, omdat het stuk voor stuk veelgevraagde muzikanten zijn die veel toeren.
Repeteren is door die wekelijkse afspraak niet nodig, en misschien zorgt dat
wel voor de frisse losheid die hun optredens kenmerkt. Jon Dee Graham die vanaf
de beginjaren bij de band was heeft echter de ondertussen legendarische Resentments
verlaten, maar het overige viertal speelt nog steeds regelmatig zondag na zondag
in de beroemde Saxon Pub in Austin, waar ze door de jaren The Best Bar Band
in the World worden genoemd. De tussentijd bewezen ze met een paar grote releases
als "Switcheroo" (2005) en "On My Way To See You" (2006).
Door een lang slepende ziekte van Stephen Bruton zijn we nu wel een beetje verrast
met "Roselight" die nu in de winkel ligt. Een cd die net als zijn
voorgangers veelzijdige en lekker in het gehoor liggende rootsmuziek laat horen.
De ene keer ingetogen en folky, de andere keer lekker stevig rockend, maar ook
een portie dampende funk of doorleefde blues gaan de heren niet uit de weg,
misschien wel het beste wat conservatieve Texamericana / roots-rock-muziek tegenwoordig
te bieden heeft! De kwaliteit is hoog, maar toch hoor je ook gewoon vier muzikanten
die met veel plezier spelen en waarbij de afwezigheid van Jon Dee Graham bij
een eerste beluistering geen gemis is. De band beheerst de uitdaging om dit
gat te vullen met veel moed en verve. Stephen Bruton (zang, gitaar - sessie
muzikant van o.a. Kris Kristofferson sinds 1970), Scrappy Jud Newcomb (zang,
gitaar - ex-Loose Diamonds heeft ook juist zijn derde solo album "Ride
The High County" uit), Bruce Hughes (ex- Poi Dog Pondering/Ugly Americans/Bob
Schneider bassist) en drummer John Chipman (The Band Of Heathens) laten op "Roselight"
een coherent geluid horen, dat ergens tussen country, blues en singer-songwriter
ligt. Er wordt afgetrapt met Brutons "What Love Can Do" een levendig
up-tempo rootsnummer dat zeer Louisiana getint wordt door een breed spectrum
van akoestische gitaren, mandolines en de gastbijdrage van Joel Guzman (Joe
Ely, Tom Russell, Flatlanders) op accordeon. Van daaruit komt men bij "Look
Up", een song die niet van Jon Dee Graham is (heeft ook een nummer dat
dezelfde naam draagt), maar is één van de drie bijdragen van bassist
Bruce Hughes, die inmiddels heeft bewezen niet meer een buitenstaander van de
band te zijn. Scrappy Jud Newcomb's rasperige stem horen we voor het eerst op
een cover van de Carter Family: "Wanderin" Boy" waar we naast
veel mandoline en bariton gitaar, de Texaanse bluesman Johnny Nicholas horen
op mondharmonica. Dan volgt het titelnummer, dat geschreven is door Bruton en
Alejandro Escovedo, met eerste klas zang, heerlijke drums & percussie, subtiel
akoestisch gitaarspel en wederom Joel Guzman. Deze song is eerder een rustig
rootsnummer, maar wel heel mooi. Na het funk/groove/bass geaccentueerde "Wish
The Wind" van Bruce Hughes, horen we Jud Newcomb die hier begint te intoneren
met zijn eerste bijdrage, "Riverside". "Struttin' My Stuff"
is meer de klassieke Muscle Shoals stuff, geschreven door Donnie Fritts en Eddie
Hinton. Fritts die bekend staat als Kris Kristofferson's sideman doet in dit
nummer een gastbijdrage op Wurlitzer piano en drummer John Chipman geeft met
zijn soulvolle stem enige flair aan dit countrynummer. "Holdin 'On To Nothin'"
is de zoveelste Bruton bijdrage, waarin hij grote indruk maakt met gitaar en
zang, en waaruit blijkt dat al zijn recente gezondheidsproblemen (hopelijk)
lijken te worden overwonnen! Ook de stem van Storyville shouter Malford Milligan
past gewoon perfect bij deze track. Newcomb's "Where Did Our Time Go"
kan best vergeleken worden met zijn songs op zijn pas verschenen solo album
en "Nice to meet you" is een andere gedreven rocker van Hughes. Beste
ballade van deze plaat is wel "Build Your Own Prison" van Billy Bob
Thornton en "Getting' Good" is wederom één van Bruton's
co-producties met Nashville songwriter Gary Nicholson. Het afsluitende "Home
Again" geschreven door de talentvolle Jeff Plankenhorn, is een zeer ontspannen
Texas folkrock versie en blijkt een perfecte finale van een echt sterke plaat!
Op "Roselight" wordt weer eens vakkundig gemusiceerd en de productie
is natuurlijk dik in orde, zet gewoon deze plaat op en waan je in een rokerige
kroeg in Austin, Texas met een aantal klasse muzikanten op het podium.

SAMMY
WALKER
MISFIT SCARECROW
Website
Label: Ramseur Records
Distr.: Proper Music
Hoe
zou Woody Guthrie klinken en vooral waarover zou hij zingen indien hij nu nog
in leven was? Wie naar ‘Misfit Scarecrow’ van Sammy Walker luistert,
komt dicht bij het waarschijnlijke antwoord. Geloof me, niemand (niet Dylan,
niet Prine, niet Springsteen), vertegenwoordigt anno 2009 beter de muzikale
erfenis van Guthrie en bij uitbreiding deze van de hele folk revival scene,
dan de genaamde Sammy Walker. En toch is deze Walker geen imitator of een flauwe
opportunist, maar in tegendeel zelf a true original, die de folk scene
van de ‘60ties en ‘70ties van nabij heeft meegemaakt. Voor hetzelfde
geld zou men deze plaat de beste Dylanplaat in jaren kunnen noemen, ook al is
deze niet door Dylan himself gemaakt. Sammy Walker, afkomstig uit Georgia
en nu residerend in North Carolina, werd muzikaal grootgebracht in de wereld
van coffeehuizen en bars. Hij nam in de seventies enkele platen op voor Folkways
en Warner Brothers, nadat niemand minder dan Phil Ochs hem aan een platencontract
had geholpen. Misschien herinnert u zich wel zijn ‘Song For Patty’,
dat zo op Dylan’s ‘The Times Are A-changin’ ‘ had kunnen
staan. Of misschien hebt u in uw oude platenkast nog wel een exemplaar zitten
van Sammy’s titelloze debuut-LP uit 1976? Zo niet is de kans dat u deze
bijzondere artiest helemaal gemist hebt zeer groot. In de jaren ’80 leek
de man plots van de aardbodem verdwenen. Begin jaren ‘90 verschenen nog
een tweetal platen van hem, maar deze werden zo slecht verdeeld dat er nauwelijks
iemand iets van merkte. Nu, veertien jaar na zijn laatste release, brengt de
singer-songwriter ‘Misfit Scarecrow’ uit en dit is, dames en heren,
een meesterwerk! In de liner notes verontschuldigt Walker zich enigszins voor
zijn lange afwezigheid, stellende dat hij zichzelf steeds als een eenzaat gevoeld
heeft die niet in staat bleek zich aan te passen aan de hoge eisen van de muziekindustrie,
waarmee hij niets te maken wilde hebben. De muziek die hij meer dan dertig jaar
geleden maakte, maakt hij nu nog steeds maar dan over andere onderwerpen, want
als Walker in iets uitblinkt ,is het wel in het schrijven en zingen van ‘topical
songs’. Sammy zelf speelt gitaar, piano, mondharmonica en als het moet
zelfs een stukje banjo en wordt ,zo nu en dan, nog extra begeleid door zijn
vriend Tony Williamson, die de boel wat opfleurt met wat aangename streepjes
mandoline. oogtepunten vernoemen op deze plaat is moeilijk omdat de collectie
van 16 songs (waarvan er 14 zelfgeschreven werden) geen enkel zwak nummer bevat.
De sociale schets ‘Crazy Billy’ over een dorpsidioot die op een
eenzame hotelkamer leeft, doet wat denken aan vintage John Prine, al is de mondharmonica
aan het eind wel weer 100 % Dylan. Op ‘Another Sad Song About You’
is het miserie troef: ‘My mama she’s got cancer / she gave it
such a battle before she died/ And Daddy he found comfort / In the bottle he
no longer has to hide’. Op de titelsong ‘Misfit Scarecrow’,
een soort countryblues, begeleidt Walker zichzelf op de banjo en zou je zweren
dat je met Pete Seeger te doen hebt. ‘And The Mississippi Delta Cried’
vertelt het droeve verhaal van de moord op de zwarte jongen Emmett Till, die
meer dan een halve eeuw geleden gepleegd werd. Waarom Walker deze gebeurtenis
oprakelt, vertelt hij ook in de song: ‘Hatred and injustice still
linger on today / If we choose to forget the past / The devil's let out to play’.
Maar wie nu denkt dat Walker alleen in het verleden graaft heeft het ook mis.
‘In The Year Twenty-o-Four’ zingt de zanger over de grote Tsunami
van 2004, in dezelfde stijl en met dezelfde intensiteit als Woody Guthrie dat
ooit deed in zijn Dust Bowl Ballads. En in ‘If Jesus Don’t Show’
haalt Sammy uit naar de mensen die de global warming enkel zien als het welgekomen
voorspel van het langverwachte laatste oordeel. Afsluiten doet Sammy Walker
in schoonheid met de ironische countryblues ‘Someday I’m Gonna Rock
And Roll’, waar zelfs Dylan, qua zelfspot , iets van kan leren. Als er
trouwens ooit een Grammy categorie ‘Beste Bob Dylan Plaat, Niet Opgenomen
Door De Man Zelf’ in het leven wordt geroepen, is deze Sammy Walker torenhoog
favoriet. U leest het, we zijn niet een klein beetje enthousiast. Wie ook maar
een beetje Guthrie, Seeger, of Dylan in het hart draagt, kan niet om deze plaat
heen. Verplichte aanschaf.
Shake

JAMES
‘YANK’ RACHELL
A TRIBUTE TO THE LEGENDARY BLUES MANDOLIN MAN
Label: Yanksville Records
Info: Blind Raccoon CDBaby
De
legende gaat als volgt. Yank Rachell, geboren in 1910 in Brownsville, Tennessee,
leerde gitaar en mandoline spelen van Hambone Willie Newbern en sloot later
met Sleepy John Estes aan in een Jug Band. De mandoline werd mogelijk zijn ruilhandeltje
met de verkeersduivel op de crossroad, want hij leert mandoline spelen als de
beste. Latere reisgezellen op zijn bluesroute waren Hammie Nixon en Sonny Boy
Williamson I. Enkele decennia geraakte hij op het achterplan omdat hij zich
in Indianapolis terugtrok in de schoot van zijn familie. Maar dank zij Bob Koester
van het Delmark Label kwam hij opnieuw in de schijnwerpers. In 1964 stond hij
samen met John Estes op het Newport Folk Festival, waarna menig tournee in Europa
volgde. Estes stierf in 1977, Rachell twintig jaar later. Nog steeds zijn bluesmannen
die samen met Rachell optraden onder de indruk van de vaardige mandolinespeler,
waaronder John Hammond, Taj Mahal en Paul Geremia. Op deze compilatie zijn het
David Grisman, John Sebastian, Peter Rowan en Mike Seeger die bijdragen aan
dit eretribuut. Daarmee stopt het rijtje niet, want onder de bekenden zitten
nog Tim Duffy op drums en mandolinespeler Mike Butler. Hij is tevens de producer
van dit origineel huldealbum dat 77 minuten doorloopt en geen seconde verveelt.
Eenentwintig songs van Yank werden erop samengebracht, naast enkele traditionals
en het tijdloze ‘Brownsville Blues’ van zijn bluesmaat Sleepy John
Estes. Kleindochter Sheena, ooit zijn bassiste, eert haar grootvader met de
weemoedige slowblues ‘Lake Michigan Blues’, sereen en invoelend.
De slidegitaar van Jim Lynch intensifieert de liefdesband. Dochters May Nell
& Willia zingen ‘Freedom’ de lievelingsgospel van hun vader.
Behalve de variatie van instrumenten met Hammond, harmonica, bas, piano, akoestische
en elektrische gitaren valt ook de afwisselende zang op. Karen Irwin zingt met
moderne schwung ‘She Caught The Katy’, waar ook de sax aantreedt.
Multi-instrumentalist Orville Johnson maakt van ‘Let Me Tangle in Your
Potato Vines’ een magnifieke down home bluessong. Alle nummers dragen
het Yank Rachell stempel, zwierig dansbaar of langoureus verzuchtend. De humor
steekt de kop op met zijn ‘Divin’ Duck’, een van zijn populairste
nummers. Maar mocht ik een ‘vraag het aan’ verzoekje naar de radio
doorsturen dan koos ik voor ‘My Baby’s Gone’ aanklampend gezongen
door Andra Faye, één van de Uppity Blues Woman. Ook twaalf jaar
na zijn dood blijft Yank Rachel via zijn mandolineblues voortleven, getuige
het aantal muzikanten dat aan dit album meewerkte. De veelsoortige mandolines,
banjo, ukelele, National Steelbody, mandola en vooral Yank’s Harmony mandoline
maken dit album een absolute aanrader voor alle liefhebbers van dit tokkelinstrument
dat deze eeuw heeft gehaald. En je draagt bij tot het goede doel, want een deel
van de opbrengst gaat naar Yank’s familie waar de medische kosten de pan
uitrijzen. Misschien een compensatie voor de royalty’s die de grootmeester
van de mandolineblues nooit heeft ontvangen.
Marcie

GARY
MURRAY & LN
DOWNSTREAM ANGELS
Website Myspace
Contact CD-Baby
Label : Velvet Blue Music Contact
In
nauwelijks acht liedjes en een klein half uurtje laat de Amerikaanse singer-songwriter
Gary Murray horen dat hij het ambacht van liedjesschrijver helemaal onder de
knie heeft. Deze muzikant uit Bellevue, Ohio was sinds lange tijd de frontman
van de slowcore-groep ‘LN’.Enkele muzikanten van die groep werden
door Gary Murray opnieuw uitgenodigd om op deze cd (of is het eerder een ep)
“Downstream Angels” mee te spelen. Dit schijfje is de zevende soloplaat
van Gary Murray en volgt op “Revenant Waltz” uit 2007. De tracks
op de cd zijn vertrokken van een akoestische sound en kregen nadien in de studio
instrumentaal nog wat meer vlees aan het been. Wij horen in enkele nummers vooral
dingen die ons doen herinneren aan Mark Kozalek en Nick Drake. Zo zouden de
liedjes “Niagra” en het prachtige “Moya” met het schitterende
pedal steel-spel van Pat Jordan zeker ook kunnen passen op een plaat van ‘Red
House Painters’ of van ‘Sun Kil Moon’, dat andere Kozalek-project.
Er zijn ook twee korte instrumentale intermezzo’s terug te vinden op “Downstream
Angels”: “Like Dogs At Play” en “Number Six”.
De enkel op akoestische gitaar gebrachte song “Minotaur” herbergt
iets mystieks in zich en komt bij momenten dreigend op je af. De monotone baritonstem
van een rechtgeaarde lijkbidder waarmee Gary Murray het liedje zingt maakt het
geheel daarenboven nog wat obscuurder. De noise-klanken die het handelsmerk
waren bij de groep ‘LN’ komen hier maar sporadisch aan bod en dan
nog enkel op zeer zachte wijze. De nummers worden van alle overbodige instrumentatie
ontdaan en tonen hun ware gelaat in pure naaktheid. Dat geldt ook voor de twee
nog resterende nummers op deze cd: “The Lost Art Of Mending Wings”
en “Rome” die allebei in een vrij depressieve periode geschreven
lijken te zijn. “Downstream Angels” is sowieso een ideale soundtrack
voor tijdens het in deze winterperiode ingetogen reflecteren over de duistere
momenten in het leven.
(valsam)

CALEXICO
LIVE FROM AUSTIN TX (DVD)
Website Myspace
Label: New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous
Dvd’s
van live concerten zijn rariteiten te noemen in onze privé-muziekverzameling.
Verknocht als we zijn aan audio-cd’s gebeurt het eerder zelden dat we
tot de aanschaf van een live concertregistratie op dvd overgaan. Toch zijn er
gelukkig ook nog altijd uitzonderingen die we niet aan onze aandacht laten ontsnappen.
‘Calexico’ is zo’n groep die helemaal niet kwistig omspringt
met het uitbrengen van live dvd’s. In 2004 verscheen een eerste exemplaar
in de vorm van “World Drifts In”, een live concert in de “Barbican”-club
in Londen met vele gasten en een heus mariachi-orkest op het podium. Een heerlijke
verzameling van topsongs en unieke beelden van hun podiumact. ‘New West
Records’ heeft ‘Calexico’ nu ook weten te overhalen om voor
de concert dvd-serie “Austin City Limits” een tweede dvd op te nemen
van een live optreden dat plaatsvond in de zwoele buitenlucht van Austin, Texas.
Deze opnamen dateren al van 13 september 2006 en gebeurden even na het verschijnen
van hun voorlaatste en vijfde cd “Garden Ruin” die intussen opgevolgd
werd door hun schitterende nieuwe plaat “Carried To Dust”. De zeskoppige
band uit Tucson, Arizona bestaande uit Joey Burns, John Convertino, Martin Wenk,
Volker Zander, Jacob Valenzuela en Paul Niehaus geeft in Austin een memorabele
openluchtoptreden voor een publiek dat zich losjes om het podium heen heeft
verzameld. De 15 nummers die op de setlist staan variëren van bekende hits
als “Across The Wire”, “ Alone Again Or” (een cover
van de hit van de groep ‘Love’ uit de ‘Calexico’-cd
“Feast Of Wire”) en de pure popsong “Not Even Stevie Nicks”
tot pure Mexicaanse mariachi-songs als het instrumentale “El Picador”,
“Convict Pool” en “Sunken Waltz”. Daarnaast natuurlijk
ook enkele tracks van de toen laatste cd “Garden Ruin” als “Roka”,
genoemd naar het restaurant waarboven ‘Calexico’ oefensessies pleegde
te organiseren voor de opnamen van die nieuwe cd, “All Systems Red”
over politiek extremisme en over de diepe ontgoocheling bij de herverkiezing
van George Bush Jr. als president in 2004 en “Letter To Bowie Knife”
over religieus fanatisme. Even voorbij de helft komt gastzanger Salvador Duran
de groep vervoegen om enkele typische gypsy-songs te brengen met “Roka”
en “Guero Canelo”. Zijn vocale uithalen zijn indrukwekkend en tegelijk
beklijvend te noemen, net als zijn bijdrage aan de song “He Lays In The
Reins”, een nummer dat stamt uit de ep die ‘Calexico’ in die
periode samen met ‘Iron And Wine’ had opgenomen. Sam Beam en zus
Sarah Beam van ‘Iron And Wine’ zijn speciaal in Austin opgedoken
om deze song te komen meezingen. De muziek van de in 1996 opgerichte formatie
‘Calexico’ wordt geïnspireerd door de Portugese fado, de jazz
uit de jaren ’50, de zigeunermuziek, de surfklanken uit de jaren ’60
en de epische spaghettiwesternmuziek zoals gekend van Ennio Morricone). Het
heerlijke trompetgeschal door Jacob Valenzuela en Martin Wenk dat in haast elke
song verweven zit laat de kijker wegdromen in de zwoele sfeer van de Zuid-Amerikaanse
grensstreek met Mexico. De stevige en onconventionele drumprestaties van de
ogenschijnlijk onverschillige John Convertino en het steeds loepzuiver klinkende
zangwerk van Joey Burns completeren het geheel. Ter afsluiting willen we nog
twee hoogtepunten op deze mooie dvd vermelden: de broeierig hete cumbia “Guero
Canelo” die hier samen met Salvador Duran gebracht wordt en de nog steeds
fantastisch mooie afsluiter van het concert: “Crystal Frontier”.
Deze dvd is een ‘must-have’ voor de liefhebbers van ‘Calexico’
en dus ook van goede, vrolijke en swingende muziek.
(valsam)

T
BIRD AND THE BREAKS
LEARN ABOUT IT
Website Myspace
Info: McGuckin Entertainment PR
VIDEO 1
VIDEO 2
VIDEO 3
Als
grote fan van echte soul en ware R&B was ik verheugd om nog eens een pure
cd uit dat genre te mogen ontvangen. Deze T Bird & The Breaks is een ware
sensatie op dat gebied, eindelijk iemand die in de voetsporen van Mitch Ryder,
Billy Price en Eric Burdon kan treden. Tim Crane of T - Bird (doordenkertje)
heeft dat echte stemtimbre dat de sixties R&B jongens als een jonge Mick
Jagger, Van Morrison en Eric Burdon zo groot maakte. Voeg daarbij messcherpe
blazers die met nummers als "Stand Up" in no time een James Brown
sfeertje neerzetten als in de betere Apollo dagen, en je bent vertrokken voor
een denderende soul party. Alles komt voorbijgeraasd: zoals ik daarnet al zei,
de Britse sixties bands, wat Stax, funk en Muscle Shoals geluiden in volle authenticiteit.
Je houdt het nauwelijks voor mogelijk wat deze bleekgezicht hier met zijn tien
andere bandleden neerzet. Dat er veel goede dingen uit Austin, Texas onze kant
op komen zijn we gewoon, zowat bijna de helft van onze recensies komt vandaar,
en een kwartiertje geleden tikte ik nog mijn interview met Austiner Gurf Morlix.
Maar dit soort muziek zijn we vanuit deze hoek niet gewoon. Deze jongen moet
daar tussen al die gezapige Americana en Alt. country wel de witte raaf zijn.
Al is die vergelijking wat verkeerd gekozen, want hij is zo zwart als de nacht,
zeker wat zijn muziek betreft toch. Het meest verbazend is dan nog dat dit allemaal
eigen nummers zijn. Tien songs vol zwarte grooves en funky soul ritmes. Neem
nu bijvoorbeeld de afsluiter "Sunday On My Own", als bleekneus kunnen
je niet dichter bij het Otis Redding geluid geraken, of "Blackberry Brandy",
pure Muscle Shoals, terwijl "Juice" niet zou misstaan op een Delbert
McClinton cd. Ik ga de superlatieven opbergen, want wat kritiek moet er ook
zijn: Ten eerste, deze cd is veel te vlug voorbij (of lijkt dat alleen maar
zo?) en ten tweede, zo een prachtplaat verdiende een mooiere hoes, al lijkt
dat de schuld van onze held zelf, want hij zorgde voor 't artwork. Zo zie je
maar, nobody is perfect, al scheelt het hier niet veel.
(RON)

WHEELS
ON FIRE
GET FAMOUS !
Website
MySpace
Label Distr.: Bertus
Om
het als groep te maken in de harde muziekbusiness moet je niet alleen talent
hebben, maar ook attitude, daarom niet arrogant of hoogmoedig, maar op zijn
minst blakend van zelfvertrouwen en volledig gelovend in je eigen kunnen. Al
deze eigenschappen vinden we moeiteloos terug bij Wheels One Fire, een vierkoppig
rock’n roll collectief uit Ohio, die grootsprakerig claimen, dat ze, in
tegenstelling tot vele andere groepen, de term en het genre rock’n roll
niet verkrachten. Hun ambities steken ze ook niet onder stoelen of banken want
ze hebben aan hun de titel van hun nieuw album te horen maar één
ding voor ogen: “Get Famous!”. Het mag gezegd worden. De stijl en
de manier waarop Wheels On Fire ons gedurende elf nummers in de ban houden dateren
recht uit de sixtees. Een mix van crazy surfgitaarloopjes, weelderig gebruik
van reverb, echotank en fuzzy distortion, geruggensteund door drammend slagwerk
en een nerveus orgeltje op de achtergrond herschapen deze plaat tot een zeer
origineel en toch herkenbaar geheel. Hun leuze is duidelijk rock’n roll
is here to stay! Dan hebben we het nog niet gehad over het messcherpe stemgeluid
van Mike Chaney en John Garris, die moeiteloos doorheen dit circus snijden.
Ze gooien er dadelijk de beuk in met een flinke portie garagerock à la
Hives in “Midnight School”. “Too Stubborn To Fold” zet
ons op het verkeerde been met zijn Chuck Berry intro die onmiddellijk overgaat
in een stevige Stones rocker en een ware kruising is tussen Brown Sugar en Jumpin’
Jack Flash. Ook in “Three Sisters” horen we dat Rolling Stones geluid
en “I’ Am Turning Into To You” zou prachtig in het repertoire
van The Kinks passen. De meest klassieke rocknummers zijn “Can’t
Get A Line”, met prachtige één snaar solo’s en “Metal
Mandy”, met een steeds driester wordend orgeltje op de voorgrond. Met
een “Gallon Of Gin” achter de kiezen lukt het hun zelfs een jonge
Fogerty naar de kroon te steken. Helemaal te gek klinkt “Corkscrew Blues”,
waar de liters gin duidelijk zijn uitwerking niet hebben gemist en de stem van
Mick Chaney gewoon stomdronken klinkt op dissonante en al even dronken huilende
gitaren. Wheels On Fire is er glansrijk in geslaagd het bewijs te leveren dat
rock ’n roll zelfs in een jasje met alle klassieke ingrediënten heel
hedendaags kan klinken. Warm aanbevolen.
Blowfish

JOE
CASSADY & THE WEST END SOUND
THE 47TH PROBLEM
Website Myspace
Info: Americana Media Produtions
Label: Avenue A Records Myspace
Contact
De
New Yorkse rocker Joe Cassady zal begin volgende maand zijn nieuwe cd releasen
onder de titel “The 47th Problem”. We denken echter dat de wereld
er helemaal niet zo problematisch uitziet voor hem want na zijn titelloze debuutalbum
“Joe Cassady & The West End Sound” uit 2005 en de opvolger “What’s
Your Sign” uit 2007 waren de perskritieken zeer lovend. Het succes zorgde
ervoor dat de band een zeer druk tourschema had in 2008 en er pas tegen het
jaareinde werk kon gemaakt worden van het componeren en opnemen van nieuwe nummers
voor deze derde cd “The 47th Problem”. De albumtitel verwijst naar
de populaire benaming voor de wiskundige stelling van Pythagoras “A²
+ B² = C²” over de driehoeken. Eerlijk gezegd zien ook wij de
link niet tussen die stelling en de muziek van Joe Cassady. We weten wel dat
deze getalenteerde muzikant met zijn vaste begeleidingsgroep ‘The West
End Sound’ - zijnde bassist Aaron Gardner, gitarist Shu Nakamura en drummer
Robert Bonhomme - zeer hedendaagse popsongs brengt die telkens weer van mooie
en poëtische teksten voorzien worden. Afwisselend rockende nummers en countrygetinte
ballads is wat je van deze cd mag verwachten. De titeltrack swingt als de pest,
net als “Beirut Boogie”. Maar ook in de rustigere songs als “Thin
Ice” over het gebrek aan vechtlust en “Find My Way Home” over
de zoektocht van een zwerver naar een fijne ‘thuis’ drijft de klasse
van deze songschrijver boven. In de songs “Willie Mays” en “Big
Wave” blikt Joe Cassady nostalgisch terug op de goede oude tijd die de
vergelijking met het belabberde heden niet kan doorstaan. De muzikale diversiteit
met alt-country, Americana en rock’n’roll zorgt voor een continu
boeiende plaat met zeer actuele songs en 21e eeuwse muziek. Joe Cassady is daarenboven
ook nog eens een zeer goede zanger die in de pers vergeleken wordt met de jonge
Dylan, de oude Townes Van Zandt en de immer jong blijvende Lou Reed, dit vooral
in het zeer gelijkende “G3 Blues”. Wij menen zelfs een vleugje Ryan
Adams te herkennen in de dramatisch klinkende song “Big Wave” die
als een perfecte filmsoundtrack zou kunnen dienen. Knap gitaarwerk van Shu Nakamura
krijgen we ook te horen in de zachte rocker “Joshua” waarop ook
de vrouwelijke backing vocals van Melissa Masser te beluisteren zijn. Wij denken
dat Joe Cassady stilletjes aan zijn hoofd mag beginnen breken over een nieuw
probleem want het 47e is al lang opgelost met deze elf mooie tracks. Zelfs de
grote Pythagoras zou het met deze stelling eens zijn.
(valsam)

DAVE
FIELDS
ALL WOUND UP
Website Myspace
Contact
Info: Blind Raccoon
Label: FMI Records
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO
3
Fans
van onvervalste bluesgitaristen halen met dit album een juweeltje in huis. Dave
Fields geboren in Manhattan, zoon van Sammy Fields, een bekend pianist, leerde
van zijn vader eerst piano spelen, om dan vervolgens eerst bas en even later
gitaar te spelen, en dit allemaal voor zijn 14 jaar. Misschien was het zijn
tante uit Macon, GA, die bij Dave de passie voor de blues overbracht. Voor zijn
voorganger "Time's A Wastin' " (2007) en zijn nieuwste plaat, "All
Wound Up", liet hij zich inspireren door Clapton en Hendrix, zijn grote
invloeden. Na jaren van touren heeft hij deze invloeden tot een eigen geluid
weten om te smelten en heeft deze gitarist/zanger reeds al wat naam gemaakt,
maar is zonder twijfel de meest getalenteerde muzikant in de New Yorkse muziekscène
van de afgelopen jaren. Met zijn vorig album "Time's A Wastin' " kreeg
hij ook naambekendheid en werd hij gelinkt aan de blues. En nu een goed jaar
later staat hij er terug met zijn nieuwste "All Wound Up" die verscheen
op zijn eigen Fields Music label. Fields wordt bijgestaan naast Blues Music
Award genomineerde & Memphis harp virtuoos, Billy Gibson, door o.a. basgitartist
Erik Boyd en filmproducent 'Mississippi' Dave Hughes, zij begeleiden Fields
op zijn rauwe en vlijmscherpe gitaar partijen. Zijn songs vertonen invloeden
van rock, blues, roots & jazz waaraan hij steeds iets eigenzinnigs weet
toe te voegen. Persoonlijk ben ik zeer sterk geïmponeerd door de pulserende
drive van Billy Gibson. Mede vanwege de aanwezigheid van deze uitstekende harmonicaspeler
werd vooraf mijn nieuwsgierigheid extra gewekt. Hun beider gedrevenheid op "All
Wound Up" is behoorlijk smaakbepalend, en wat mij betreft van grote invloed
geweest op Fields’s karakteristieke samensmelting van roots, blues &
rock. De wederzijdse stimulans tussen de betrokken musici is zondermeer een
kernfactor voor het artistieke niveau van deze plaat. Het non-pretentieuze spelplezier
spat van deze CD, gewoon lekkere, maar stevige dampende bluesrock. Voor de opnames
van dit album ging deze gitarist soms terug naar de Jimi Hendrix periode, hetgeen
meteen hoorbaar is in het openende, het in wah-wah gedrenkte "Train To
My Heart". Het resultaat is dan ook verbluffend te noemen. Reeds bij aanvang
op deze CD krijg je het gevoel van waar heb ik dit eerder gehoord. Juist ja.
Gibson blaast zijn weg vervolgens in het met blazers gedragen funky-rock nummer
"Ain't No Crime", waarbij Ada Dyer een Tina Turner-achtige backing
toevoegt aan Fields intense gitaarwerk. De titeltrack is dan meer een laid back,
soul-rock nummer met een beetje New Orleans funk waar Fields hier zijn kunsten
op slide laat horen. Heerlijke cross-over muziek met flarden rock, blues, roots
& jazz..... en zelfs funk, zoals in het nummer "Let's Have A Ball",
dat met zijn goed uit de hoek komende blazerssectie doet denken aan Louis Jordan.
Billy Gibson weet als een Tasmanian Devil een mooie bijdrage te versieren in
"Still Itchin’", naast de dreigende gitaarriffs van Fields.
Natuurlijk krijgen we al de ingrediënten te horen uit het overbekende bluesvaatje,
maar laat dit het niet voor u vergallen, deze man is origineel genoeg om u vanaf
het eerste nummer reeds in te palmen. Hoogtepunten bij de vleet op dit twaalf
songs tellende album, zelfgepende nummers met een open structuur, met als gevolg
dat elke partij goed te volgen is en niet in een brij van geluid veranderd.
Topnummers zijn vooral het reeds vernoemde funky-blues-rock fusion nummer "Still
Itchin'", een nummer van vijf minuten, maar dat volgens ons best twaalf
minuten mocht duren, tevens ook een nummer waarin Fields bewijst dat hij buiten
zijn uitstekend atmosferisch gitaarspel ook vocaal best uit de voeten kan. Dave
laat het tempo wat zakken in "Cold Wind Blowin", een liefdesverhaal
met een slecht einde, maar dit is tevens een song waarin hij een fijne piano
solo laat horen. In "Baby Come Back" gaat hij op zoek naar gedreven
rock 'n roll uit de vijftigerjaren volledig met honkin' bariton sax van Rob
Chaseman. Alle tracks bezitten allen sterke arrangementen vol intensiteit en
worden met veel bezieling gebracht. Dit alles resulteert in een prachtig album
dat beslist uw aandacht verdient. Dit album is dan ook niet alleen met gemak
Fields beste plaat, maar tevens met afstand het mooiste en verfijnde album dat
ons de laatste maanden ter ore kwam. Het wordt tijd dat België en Nederland
deze superbe zanger gaan ontdekken!


BOBBY
JONES & THE MANNISH BOYS
COMING BACK HARD
Website
Myspace VIDEO
Label: Delta Groove
Distr.: Coast To Coast
Bobby
Jones... niet direct een naam die nog een belletje doet rinkelen bij de meeste
mensen. The Aces, dat is de band waarin hij Junior Wells verving nadat deze
plots solo ging wegens zijn succes met "Messin' With The Kid". Ook
Dave Meyers was één van die Aces, een groep die wel legendarisch
genoemd kan worden. De Mannish Boys hebben Bobby nu in hun rangen opgenomen,
en dit sinds hun derde cd "Big Plans". Pianist Leon Blue had hem toevallig
meegebracht naar één van de opnamesessies als gast, en toen Jody
Willams ook binnenstapte, die Bobby nog van vroeger kende, was de bal aan 't
rollen en moest Bobby wat van zijn verborgen talenten tonen. Zijn veelzijdige
stem, die op het ene moment klinkt als Bobby Bland, wat later als BB. King en
daarna weer als Howlin Wolf bleek echt een ongelofelijke troef voor het geluid
van de Mannish Boys. Tijd dus om nu even de rollen om te keren en The Mannish
Boys echt als begeleiders voor Bobby te laten fungeren, met hem in de spotlights.
De opnames dateren van dezelfde sessie als degene die "Lowdown Feelin'
" van de Mannish Boys opleverden. Met een aantal van de heren die we hier
aan het werk horen, konden we nog geen jaar geleden een aangenaam gesprek voeren
in Ospel (zie interviews), namelijk Kirk Fletcher, Finis Tasby en Randy Chortkoff,
maar ook de rest van de Mannish Boys barst van de legendarische namen zoals
de kenners al weten, de crème de la crème van de hedendaagse blues
is hier aanwezig. Ik ga je de lange lijst besparen. Dat levert natuurlijk een
stukje vakwerk af zoals we dat tegenwoordig nog zelden horen. Knappe songs vullen
dit album van begin tot einde, van pure Chicago blues tot meer soulgerichte
bluessongs, neem bijvoorbeeld "She's The One" en Willie Dixon's "Two
Headed Woman", de twee eerste songs op deze cd en meteen voltreffers. Dit
is de blues zoals hij moet gebracht worden, en Delta Groove bevestigd hiermee
opnieuw hun meesterschap als top blueslabel. Er loopt wel raar vrouwvolk rond
in de blueswereld, want naast die tweehoofdige is er ook de "Three Handed
Woman" een zeer sterke andere song, en "Tired Of Your Jive" is
nog zo'n nummer waar Bobby zijn B.B. King jasje mag dragen. Zeker is dat deze
Bobby Jones al niet meer uit de top vijf van echte bluesreleases van 2009 kan
verdrongen worden, wat het jaar ons ook nog moge brengen. Ren echter nog niet
direct naar je platenzaak want de wereldwijde release is pas voor 17 februari,
en dat is zowat het enige minder goede nieuws wat over deze sublieme release
te melden valt!
(RON)