ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
GREG MARTIN - BOYLE STREET SLIM
LAFAYETE GILCHRIST - SOUL PROGRESSIN’
PETE MORTON - CASA ABIERTA - TEN SONGS IN DIFFERENT TONGUES - VOLUME ONE
ANNA FERMIN'S - TRIGGER GOSPEL
BRIAN MOLNAR & THE NAKED HEARTS - TEMPERANCE & THE DEVIL
TIM GRIMM - HOLDING UP THE WORLD
BOISTER - SOME MOTHS DRINK THE TEARS OF ELEPHANTS
THAD BECKMAN - ME TALKING TO ME
DAVE ARCARI - GOT ME ELECTRIC
JOHNNY PAYCHECK - TAKE THIS JOB AND SHOVE IT / ARMED AND CRAZY

GREG
MARTIN
BOYLE STREET SLIM
Website Myspace
Label: Soft Sprocket
CDBaby VIDEO
1 VIDEO
2
De
Canadese singer songwriter Greg Martin is duidelijk een natuurmens, op zijn
website zie je overal foto’s waar hij op een stoeltje, krukje of bank
zit tegen een achtergrond van mooie uitvergrote bloemen en natuurfoto's. Wat
verder op die site zie je bij de "links" dat het in de familiegenen
zit want zij zoon is ook iemand die begaan is met het milieu en een site in
die richting heeft. Maar we zijn hier om de muziek en gelukkig zit dat bij Greg
ook goed. Deze man uit Edmonton, Alberta weet duidelijk hoe een mooie sfeervolle
song te schrijven, en is bovendien een gitarist die vooral op dobro en National
steel weet te boeien. Reeds 35 jaar toert hij door Canada en dat maakt je natuurlijk
tot een professioneel artiest. Zijn repertoire gaat van folky nummers tot Americana,
alt.country en blues. Zijn gitaarwerk is zeer sfeerbepalend in zijn songs en
zijn teksten zijn ingegeven door zijn lange leven "on the road" Hij
is een echte storyteller, zijn stem is warm en aangenaam, zijn teksten poëtisch
en de productie zeer verzorgd, wat resulteert in deze rustgevende cd, vol met
prachtig klinkende alt.country en bluessongs, en doorspekt met knap gitaarwerk.
Een ware rondleiding van Greg doorheen de wereld van de Amerikaanse rootsmuziek
is dit. Songs zoals “Bus Station” en “Where You Going Tonight”
geven duidelijk aan dat het thema in Greg’s songs dikwijls de rusteloosheid
is, een thema eigen aan de altijd rondtrekkende muzikant. Een van de mooiste
songs op deze cd is wel “Small Town Blues”, weer een van die heerlijke
stories met een mooie dobro intro en boordevol sfeer. In “Wild Ponies”
is het een slide die de accenten legt doorheen het nummer. Tegen het eind van
de cd komt de blues pas opzetten, “Blue Friend” is een langzame
song die Greg al laat horen als bluesgitarist en in het daropvolgende “That’s
Love” duikt hij helemaal in de bluesakkoorden met een soepel klinkende
shuffle. Om de hattrick volledig te maken volgt daarna nog “Wild Oat Seed”
waar de resonator bovengehaald wordt om dat bluesy sfeertje te laten aanhouden.
Afsluiten doet Greg Martin opnieuw met twee country getinte nummers “Weak
In The Knees” en “Still” waar hij zich als een echte country
crooner ontpopt en opnieuw een meester op dobro toont. Een plaat om in alle
rust van te genieten, en die bij iedere beluistering zijn schoonheid meer prijsgeeft.
(RON)

LAFAYETE
GILCHRIST
SOUL PROGRESSIN’
Myspace
Label: Hyena Records
Distr.: Proper Music
Jazzmuzikanten
mogen dan veelal bescheiden zijn en weinig capsones hebben, meestal komen ze
wel stevig uit de hoek als het op artiestennamen aankomt. Geef toe, het heeft
iets om door het leven te gaan als Canonball Adderly of Thelonius Monk of Dizzy
Gillespie. Alleen Charlie Parker was in iets mindere vorm toen hij zijn naam
koos. Lafayette Gilchrist was ongetwijfeld geïnspireerd toen hij zich van
zijn nieuwe naam voorzag. Minstens even geïnspireerd is hij op zijn nieuwste
plaat Soul Progressin’. Gilchrist staat als pianist met anderhalf been
in de jazz. Met het resterende onderbeen stampt hij de maat en die maat komt
van de soul, de funk, de progressieve hip-hop. Anders uitgedrukt, Soul Progressin’
is een instrumentale jazz-plaat met een stevige en bij momenten funky baslijn
maar met ruim baan voor improvisatie en sophisticatie. Zeven lang uitgesponnen
tracks zijn het waarin Gilchrist zich met zijn octet The New Volcanoes uitleeft
en zijn ziel aan het woord laat. In bijna alle tracks, maar zeker in de titeltnummer
schemert iets van New Orleans door en –zo voelen wij het althans aan-
van de bijbehorende ontgoocheling en woede over het voorbije bewind. Soms subtiel,
soms expliciet (‘Those Frowning Clowns’). Hoewel de plaat echt niet
zwaar op de hand of ondoorgrondelijk is, vraagt ze wel enige inspanning van
de luisteraar. Dit is geen wandeling door het park, maar eerder een soort betoging
waarin al eens wat frustratie geventileerd wordt. Na drie stevige openingstracks,
volgt een rustpuntje: ‘Uncrowned’ een piano-solo hommage aan de
overleden Andrew Hill. Waarna de stevige draad weer opgepakt wordt om te eindigen
in een bijna frenetiek ‘Many Exits No Doors’. Gilchrist bedient
zich van zijn octet als een mini-big-band en creëert een erg originele
sound: John Dieker (tenor-sax en klarinet), Gregory L. Thompkins (tenor-sax),
Gabriel Ware (alt-sax), Mike Cerri (trompet), Freddy Dunn (trompet), Anthony
“Blue” Jenkins (elektrische bas) en Nathan Reynolds (drums). Gilchrist
zegt het zelf zo: Soul Progressin’ is een herontdekking, in de zin dat
‘soul power’ altijd het meest essentiële geweest is en nog
steeds is dat ik te bieden heb. De wortels ervan zijn eindeloos, gaan wonderbaarlijk
diep, en de toekomst ervan is onweerlegbaar. En dat willen we vieren.’
Wij ook! (Duke J)

PETE
MORTON
CASA ABIERTA - TEN SONGS IN DIFFERENT TONGUES - VOLUME ONE
Website Myspace
Label: Further Records Distr.: Proper Music
Wie
zei ook alweer dat de klank van woorden even belangrijk is als wat je te zeggen
hebt. Het was alleszins een busker of straatmuzikant. Maar al even belangrijk
is de tekstinhoud wanneer je een brug wil slaan naar het publiek. In ‘Casa
Abierta’ verenigt singer-songwriter Pete Morton beide, tekst en klank.
In tien verschillende talen probeert hij de luisteraar warm te maken voor een
meer humane wereld die verder reikt dan de eigen belangensfeer. Aangetrokken
tot de diverse culturen tijdens zijn rondreizen vatte Pete Morton het plan op
om een talenproject uit te werken waarbij hij de songs die hem werden aangereikt
op plaat zou zetten. Voor één keer is de songschrijver uit Nottingham,
Engeland, dus zelf niet de tekstschrijver. Maar hij zingt deze wel op een manier
alsof deze uit eigen creativiteit zijn ontsprongen. Al zijn de talen geleend
van vertolkers uit Nicaragua -‘Casa Abierta’- tot Korea -‘Arirang’-
of al zingt hij in het Frans, Nederduits, Gaelic of zelfs Koerdisch en Nederlands,
de gemoedsstemmingen lijken hem vertrouwd. Troubadour Pete Morton, begonnen
als punker en later meer de folk richting uitgegaan, heeft oog en oor voor de
verdrukten in de samenleving. Dat komt ook tot uiting in deze tien songs, vooral
in het hunkerende ‘Malaika’ (Engel) of ‘Karwan’ (Konvooi)
respectievelijk in het Swahili en de Koerdische taal gezongen. Hij begeleidt
zich met akoestische gitaar en onder het groepje muzikanten dat hem omringt
valt vooral zijn muziekmaat Roger Wilson op, met wie hij vaak toerde. Maar ook
gitarist Jon Brindley draagt bij tot de sfeer, naast cellist Gill Redmond die
op het lyrische ‘Avond’ van Lenneart Nijgh ingetogen weet te ontroeren.
Het album begint met kinderstemmetjes om over te vloeien in het Spaanse ‘Casa
Abierta’, of ‘Open Huis’, een lied over samenhorigheid en
vriendschap, waarbij religies of vlaggen er niet toe doen of tenminste evenwaardig
zijn. Bazira Ward Davies leent haar stem aan deze liefdesverklaring en universele
oproep tot meer gelijkheid. Zelf zingt Pete met zijn vertrouwde warme stem alle
songs, waaronder meerdere liefdessongs die hunkering en gemis evoceren. Voor
elke taal sprak Pete een leraar aan om het fonetisch te laten kloppen, wat met
zoveel uiteenlopende talen toch een hele karwei moet zijn. Dit album is het
eerste in een reeks en de bedoeling is om een deel van de opbrengst af te staan
aan de Gambian Schools Trust dat de bouw van scholen in arme regio’s wil
stimuleren. Want Pete Morton sluit zich aan bij Abraham Lincoln’s overtuiging
dat educatie centraal moet staan. Dit project ligt Pete blijkbaar na aan het
hart, al gaat hij intussen wel onvermoeibaar verder met zelf eigen songs te
componeren. Maar die komen dan wel op een ander album terecht. Pete, die als
tiener Bob Dylan en Buffy Sainte-Marie op handen droeg, is in eigen taal immers
nog lang niet uitgezongen. Die taal combineert sociale bewogenheid met positieve
levensmoed. Want ook zijn ‘Another Train’ komt voor op dit album,
inmiddels al lang een klassieker. Maar deze song met de troostzin ‘there
will always be another train’ zingt hij deze keer in het Welsh. (Marcie)

ANNA
FERMIN'S
TRIGGER GOSPEL
Website Contact
VIDEO
Ze
haalde de groepsnaam van een oud bekend Western verhaal, en combineert in haar
muziek oude country elementen met hedendaagse rock en pop invloeden. Anna werd
geboren op de Fillipijnen en toen ze nog zeer jong was verhuisden emigreerden
haar ouders naar Wisconsin. Ze leerde er piano en viool spelen, en haar muziekleraars
ontdekten dat ze over een mooie krachtige stem beschikte. In 1989 verhuisde
ze naar Chicago en leerde ook nog gitaar spelen en begon met eigen songs te
schrijven. Al gauw zat ze in het milieu van vrije podia voor singer-songwriters
en optredens in bars en koffiehuizen. Haar stem bleek een belangrijke troef
om zich van de rest te onderscheiden. Zo kon ze in het een en hetzelfde nummer
klinken als een wat heze versie van Dolly Parton, om in een ademteug over te
gaan in diepe soul. Met die stem op het voorfront, terwijl ze langzame shuffles
en country rock brengt, krijgt ze vakkundige steun van haar bandleden Paul Bivans
op percussie en Michael Krayniak op staande bas, die een perfecte, sobere aanvulling
vormen voor haar aparte stem. Al gauw deelde ze podia met grote namen als Johnny
Cash, Steve Earle, Joe Ely, Delbert McClinton en The Jayhawks. Hun debuut "Things
To Come" werd geproduced door steel-gitaarwonder Lloyd Maines (Dixie Chicks,
Uncle Tupelo) en er zijn momenteel al meer dan 6000 copies van verkocht. Daarna
volgde "Oh The Stories We Hold", met covers van onder meer Steve Earle
en nu is er dus de titelloze derde. Ondertussen is ze in het Chicago clubcircuit
de top. Dankzij prachtnummers hier als de drie op elkaar volgende topsongs "That
Kind Of Love", "I Know You" en het extra knappe, bluesy klinkende
"She" wist ze ook mij onmiddellijk diep te raken. De Americana die
ze brengen is moeilijk in een vakje onder te brengen, want er zijn duidelijke
invloeden van jazz, blues, rock en cabaret in verweven. Klinkt het openingsnummer
"Where my heart Begins" nog traditioneel country, in "Further
Along" en "Romance" laat Anna haar ruigere, meer rockende kant
horen. In het wat ingetogen "Heaven In My New Shoes" is het dan weer
vooral het sfeervolle pianospel wat het nummer naar een hoger niveau tilt, waarbij
ze me soms wat aan Nora Jones doet denken. De door mij verwachte traditional
bij het zien van de titel "Yellow Rose Of Texas" bleek een verkeerde
gok. Anna verrast ons in de plaats met een eigen swingende jazzy song, die deze
prima cd waardig afsluit. We gaan Trigger Gospel zeker in het oog moeten houden
in de toekomst, want Anna Fermin barst van het talent. (RON)

BRIAN
MOLNAR & THE NAKED HEARTS
TEMPERANCE & THE DEVIL
Website MySpace
CDBaby
Info: Americana Media Produtions
Label: Avenue A Records
Onlangs
zei een bekend artiest tegen mij : Americana Is Dead. Het nieuwe album “Temperance
& The Devil”, dat Brian Molar en zijn Naked Hearts ons voorschotelt
bewijst echter het tegendeel. Het genre is artiesten zoals hem veel verschuldigd,
want dit intieme album effent het pad voor Brian Molnar om grootheden als Townes
Van Zandt, Bob Dylan of Chris Kristofferson bij te treden. Zowel muzikaal als
tekstueel scheert deze plaat hoge toppen en doet me nog het meest herinneren
aan het beste werk van Mark Olson. De opvallende frontcover van het album springt
dadelijk in het oog, met de afbeelding van twee belangrijke Tarotkaarten waartussen
vele mensen gedurende hun ganse levensloop heen en weer geslingerd worden :
die van de gematigdheid en die van de duivel, die constant tracht onze positieve
energie te ondermijnen. Dit doet ons soms twijfelen, maar niet Brian Molnar,
die in de gevoelige meezinger en opener “I Did What I Did” pretendeert
nergens spijt moet te van moeten hebben. Americana van de hoogste plank gekruid
met al de nodige ingrediënten krijgen we in “Santa Fé”,
dat vol heimwee naar deze droomstad opent met een vrolijk strummende gitaar,
doorregen met slidegitaar, een kletterende Telecaster en de prachtige harmonische
zang van Blake Christiana en Trevor MacArthur. Het volledige Mark Olson kippenvel
krijgen we in het amoureuze, van liefdesverdriet doordrenkte “Things We
Said”, waar een zachte mondharmonica en een sprankelende mandoline voor
de extra sensitieve noot zorgen. Een “Devil Singing Backwards” moet
in een stevig alt-country jasje gestoken worden, evenals het rootsy en stevig
bluesrockende “Changing Lanes”, waar een gepijnigde Molnar zelfs
opgewonden en boos klinkt en gitarist Vern Warta en Bryan T. Baxter op mondharmonica
driest tekeer gaan op de achtergrond. De rust keert weder als de Townes Van
Zandt’s engelen neerdalen over “Angel In The Sun” en “This
Road” begeesterd wordt door een folkie Dylan sfeer. Een prachtige afsluiter
en één van de hoogtepunten van de plaat is de mooie mid-tempo
countryballade “”Chase What Matters”, die lekker walst op
de tonen van een akoestische gitaar en weer uitmuntend opgeluisterd wordt met
slide en mondharmonica en een zeer wijds klinkende elektrische gitaar. Met dit
album heeft Brian Molnar met begeleiding van The Naked Hearts de juiste Americana
kaart getrokken, een album om trots op te zijn. (Blowfish)

TIM
GRIMM
HOLDING UP THE WORLD
Website
Label: CoraZong CDBaby
We
hebben bij Rootstime al een paar jaar een zwak voor Tim Grimm. Een zwak dat
vooral werd afgedwongen door de cd's die Grimm in dit millennium maakte, "The
Back Fields" (2005), "Names" (2004), "Coyote's Dream"
(2003), "Heartland" (2000) en een aantal memorabele optredens. Optredens
waarin Grimm zich niet alleen liet gelden als een muzikant in hart en nieren,
maar bovendien als een bijzonder sympathiek mens en ook dat telt. We keken dus
met bijzondere belangstelling uit naar zijn nieuwe plaat "Holding up the
World", maar de nieuwe Grimm overtreft onze stoutste verwachtingen. In
een kleine tien jaar maakte hij zes platen en groeide hij uit tot wat hij nu
is: de favoriet van de verschillende alt-country sites, die hem met zijn vorig
album "The Back Fields" bovendien uitriepen tot de American Roots
Music Male Artist Of The Year. Met zijn nieuwe album zet Grimm (voorlopig) de
kroon op zijn werk. Dat heeft alles te maken met de songkeuze, want de man zingt
in deze liedjes zo overtuigend dat je als vanzelf in zijn songs meegezogen wordt.
En die liedjes, dat mag nog wel een keer gezegd worden, zijn juweeltjes. Grimm's
mooie liedjes verzuipen daarom niet in een overdadige productie, maar krijgen
door precies de juiste accenten net dat beetje extra dat een cd nodig heeft
om uit te kunnen groeien tot een meesterwerk. En dat is het, want ook Grimm
overtreft zichzelf op "Holding up the World", zijn debuut voor het
CoraZong label, met een serie fantastische songs. Grimm krijgt steun van muzikanten
die er niet op uit zijn zichzelf in de schijnwerper te zetten, maar als ze een
gaatje zien, duiken ze daar onmiddellijk in. Onze favoriet Krista Detor is van
de partij, maar ook Jack Helsley (bas), Jamey Reid (drums), Michael White (steel
gitaar), Anne Hurley (cello) en vele anderen dragen een steentje bij. Het meest
in het oor springen echter de bijdragen van John Prine gitarist Jason Wilber,
die het ene na het andere geweldige gitaar- of banjolijntje te voorschijn tovert.
De kracht van zijn Grimm's muziek schuilt in de eenvoud. Zijn liedjes bestaan
uit simpele, catchy melodieën die zich onmiddellijk in je hoofd nestelen.
In zijn songs maakt Grimm ons deelgenoot van zijn verlangens, verdriet, hoop
en wanhoop. Tekstueel ligt zijn kracht in verrassende metaforen en eigenzinnige
observaties. Waardoor liedjes over een uitgekauwd thema als de liefde, zoals
het met Krista Detor gebrachte "Long Way Around", toch een grimlach
op je gezicht toveren. Zwakke nummers kent "Holding up the World"
niet. Een paar stijgen er boven al het moois uit. En dan denken we aan het samen
met Krista Detor en Jennie Devoe gebrachte “Blowin’ In The Wind”
en de folkballade "Krista", een compositie van Beth Cahill. Maar naast
deze twee covers zijn het vooral zijn negen zelfgepende songs die onze aandacht
trekken, zoals "Rebecca Versailles", "Or Bust", "So
It Goes" en "This Hole", songs waarin racisme, het landbouwersbestaan,
gewoon onderwerpen van iedereen en van alle tijden centraal staan. Er zijn heel
veel singer-songwriter platen verschenen dit jaar, maar de liefhebber van intieme
liedjes over de beslommeringen van het leven doet zichzelf echt te kort wanneer
hij of zij niet luistert naar deze pracht-cd van Tim Grimm. Begin volgend jaar
komt hij deze kant op, tot die tijd zullen we genieten van al dit moois.
|

BOISTER
SOME MOTHS DRINK THE TEARS OF ELEPHANTS
Website Myspace
Contact CD-Baby
Label : Piano Parasite Productions
De
legendarische producer Jim Dickinson, bekend van zijn werk voor The Replacements,
Bob Dylan, Aretha Franklin, ontfermde zich over de formatie ‘Boister’
uit het Amerikaanse Baltimore en nam hun nieuwe en zesde studio-cd “Some
Moth Drink The Tears Of Elephants” op in zijn Zebra Ranch studio in Mississippi.
De vijfkoppige groep met zangeres en songschrijfster Anne Watts op het voorplan
maakt theatraal klinkende songs waarin blaasinstrumenten als trombone en klarinet
gecombineerd worden met banjo- en accordeonklanken. Enkele nummers doen vermoeden
dat Anne Watts een cabaretcarrière ambieert omdat hoempa-hoempa fanfaremuziek
de meeste songs op dit album begeleidt. Dit is een opvallend aspect aan nummers
als “Limes”, “Song Of The Eight Elephant” - waarbij
de tekst een weergave is van een gedicht van Bertold Brecht - en het instrumentale
“Bubble Up The Melodies”. Tussendoor wordt er anderzijds ook sporadisch
wat schaarser omgesprongen met instrumenten en gaat de groep meer op de jazzy
toer zoals in “Stone” en “Spy”. Daarbij worden dan tegelijkertijd
de vocale kwaliteiten van zangeres Anne Watts wat meer op de voorgrond gebracht.
Bij het in het Frans gezongen nummer “Nantes” probeert de zangeres
haar bewondering voor Edith Piaf te illustreren, echter niet helemaal tot onze
volledige overtuiging. Dat doet zij nadien dan weer wel in het door haar zelf
geschreven nummer “Thank You” waarin ze klinkt als Chan Marshall
aka ‘Cat Power’ en in “Ocean Boy” dat door gitarist
Curt Heavey gecomponeerd werd. Deze tekende ook voor het instrumentale “Lia”
dat hijzelf op banjo inspeelt. Maar het zijn toch vooral de nummers die Anne
Watts schreef die de voorpagina’s zullen halen. “Limes”, “Dance
In The Cellars (Ardennes)” en “Old House” zijn zeer sterke
songs. De muziek van ‘Boister’ is niet zo gemakkelijk te klasseren
maar net daarom zou hun muziek wel eens een breder publiek kunnen aanspreken.
Een speciaal schijfje. (valsam)

THAD
BECKMAN
ME TALKING TO ME
Website Myspace
CDBaby
Label: Thadzooks Records
Als
de nieuwe Thad Beckman wordt aangekondigd, zit ik al met spanning uit te kijken.
Want uit ervaring weet je dat deze singer-songwriter uit Portland, Oregon, een
klasse apart is. Nochtans kwam hij niet uit een muzikale familie, maar zijn
songwritertalent wachtte op de juiste kans om open te bloeien. Na het schoolbandje
en klassieke gitaarlessen in Florida sloeg de vonk over bij het beluisteren
van de oude blueszangers. Onder meer T-Bone Walker, Charlie Patton, Mance Lipscomb
en Mississippi John Hurt kleuren zijn countryblues. Maar Johnny Cash, Kris Kristofferson
en Merle Travis beïnvloedden zijn meer country/folk georiënteerde
songs. De zwerfthema’s en de doolaards waarover hij zingt leunen aan bij
de Woody Guthrie’s klassiekers. Vanwaar hij die bij wijlen gevoelvolle
Mexicaanse heimweesound haalt, daar heb ik het raden naar. Zijn delicaat gitaarspel
of zijn mandoline dragen alleszins bij om die sfeer op te roepen die je doorgaans
verbindt met vermoeide gitaristen gestrand in uitheems gebied en lijdend aan
een gebroken hart. Blijkbaar kan Thad zich in dat gemis inleven, want veel van
zijn songs gaan over randfiguren die het noorden kwijt zijn nadat hun liefje
weg is. Ook in de gemoedsgesteltenis van de oude countryhelden kan hij zich
verplaatsen. In ‘Ballad Of An Aging Musician’, met breekbare stem
gezongen, zie je als het ware filmisch de countryzanger op de terugweg, hopend
op wat aandacht van het bezopen volkje aan de bar of op de dansvloer. Maar Thad
Beckman zelf is alleszins niet op zijn retour, integendeel. Tijdens zijn omzwervingen
van Portland naar Californië, New Jersey, Texas en weer terug naar Portland
vond hij overal erkenning en waardering. Hij speelde naast Bo Diddley en deelde
het podium met uiteenlopende artiesten als Albert Collins, The Band en Emmylou
Harris. In zijn nu zevende album komt de melancholische kant van de songwriter
echter manifester naar voren en sluit hij meer aan bij de oude countrymeesters.
Met de gitaar, mandoline of dobro volgt hij hun spoor en zingt met meedogende
liefde over de figuren die zijn songs bevolken. Al hebben zij littekens, zijn
zij blut, gekwetst, zonder hoop of lichtjes maf, met zijn warme stem brengt
Thad hen allen tot leven. ‘Honky Tonks And Truth’ is een verdoken
hulde aan Hank Williams. Het bluesy ‘I’m Fallin’ Apart’
alludeert op de Delta bluespioniers. Dobro en piano begeleiden hun moeizaam
pad. Op ‘It’s Lucky For You’ omrandt de cello de melancholie
van het ouder wordend liefdespaar. De getalenteerde muzikant weet steeds beeld
en instrument mooi te verbinden. Vooral in ‘Kid Like Me’ toont hij
zich een subliem schilder met behulp van dobro en stem. Om in enkele strofen
zo de kern van een levensschets te vatten, grenst aan het talent van miniatuur
meestersschilders. Of de uitgebeelde nu een vlinder op zijn knie bewondert of
daarop moedeloos zijn Telecaster laat rusten, Thad bezingt het met de fijngevoeligheid
van een geboren artiest. (Marcie)

DAVE
ARCARI
GOT ME ELECTRIC
Website Myspace
Label
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO
3
"Dave
plays like he got his skin turned inside out, and pretty soon my skin was inside
out too listening and it was all good! That boy bleeds for you- he's a real
down deep player and a soul man"
SEASICK STEVE
Rootstime
wijdde vorig jaar nog extra aandacht aan Dave’s vorige vier cd's, en nu
op 2 maart ziet zijn vijfde werkstuk het daglicht: "Got Me Electric",
de nieuwe van deze Schotse gitarist/ zanger, afkomstig uit Glasgow. Alt. blues
noemt men tegenwoordig wat deze man ons brengt, en inderdaad, dit is niet de
normale twaalf maten blues die we hier te horen krijgen. Zijn cd, met negen
eigen songs, plus een handvol covers van onder meer Blind Willie Johnson en
Frankie Miller leunt evenzeer aan bij trash country, rockabilly en punk als
bij de echte blues. Waren we op zijn vorige cd’s gewoon Dave meestal bezig
te horen op zijn National steel, dan is het deze keer niet anders, maar een
paar verrassingen zitten er toch in, zo horen we hem onder ditmaal ondermeer
op een normale akoestische gitaar en een Telecaster. Bovenstaande uitspraak
van Seasick Steve, die een grote fan van Dave is, en hem als voorprogramma vroeg,
net als Alabama3, omschrijft het allemaal perfect. Dave geeft zich op het podium
helemaal, geen 100 maar 200 procent en zijn punky houding pakt je helemaal in.
Op deze cd is het net zo. Hij wisselt fingerpicking met slide geluiden af op
zijn National, terwijl hij met zijn ruigrauwe gravelstem met onmiskenbaar Schots
accent zijn teksten op ons loslaat. Zelfs een bluesversie van het bekende gedicht
“Parcel Of Rogues” van de schotse dichter Robert Burns valt hier
niet uit de toon, en draagt bij tot het originele karakter van de plaat. “Homesick
& Blue” zou ik best kunnen omschrijven als “Buddy Holly got
the blues”. Erg mooi is zijn versie van “Walkin’ Blues”,
met dat extra volle slidegeluid en een stem als Chester Burnett met een keelontsteking.
De blues op zijn ruigste, bijtend als vitriool. Ook “Bound To Ride”
de Robert Johnson cover waarmee de cd afsluit heeft dat sfeertje, meer huilend
en grommend dan zingend brengt Dave deze cover, maar van de vele versies die
ervan bestaan heeft Dave hiermee een van de meest doorleefde ingeblikt, op het
origineel na natuurlijk! Je hoeft duidelijk niet in Clarksdale, Mississipi te
wonen om de blues te hebben, Glasgow doet het even goed! (RON)

JOHNNY
PAYCHECK
TAKE THIS JOB AND SHOVE IT / ARMED AND CRAZY
Website VIDEO
Label: Raven Distr.: Proper Music
Wat
doet een mens in de jaren ’70 als hij geen cash op zak heeft? Antwoord:
hij betaalt met een cheque. Johnny Paycheck (1938-2003) is dan ook een country
alternatief voor Johnny Cash, al hebben beide heren op zich weinig met mekaar
gemeen, tenzij de liefde voor de (country) muziek. Wie er de biografie van Paycheck
op naleest, ontdekt dat de man er een stevige reputatie als ‘slechterik’
op nahield. Tijdens zijn legerdienst moest hij voor de krijgsraad verschijnen
wegens het afranselen van een overste. Eind jaren ’80 vloog hij nog eens
twee jaar de bak in omdat hij na een ruzie een man losweg door het hoofd had
geschoten. En ook daarna volgden nog vele veroordelingen voor onder meer sex
met minderjarigen, belastingontduiking, alcohol- en drugsmisbruik en noem maar
op. Zelf zijn naam was gestolen (van een bokser uit de jaren ’40). Johnny
Paycheck speelde, zoals vele andere country artiesten, geen Bad Ass, hij was
er gewoon zelf één. Slechts aan het eind van zijn leven keerde
de man zich van het slechte pad af. Zo durfde hij op zijn concerten nu en dan
al eens een vermanende vinger opsteken tegen druggebruik van de jeugd. Een mooie
quote om zijn leven aan op te hangen verkreeg Paycheck van spitsbroeder Merle
Haggard: ‘Being a fool is one thing, but knowing you’re a fool is
just another thing”. Na zijn dood in 2003 (zelfde jaar als Cash) verscheen
er een tribute album voor Paycheck waar onder andere Mavis Staples, Jef Tweedy,
Marshall Crenshaw en Jim Lauderdale aan meewerkten. Paycheck zelf bracht tijdens
zijn leven meer dan 30 albums uit.
‘Take This Job And Shove It’ (uit 1977) is zijn meest succesvolle
plaat en wordt op deze cd samen uitgebracht met het album ‘Armed And Crazy”
(uit 1978), met daarnaast nog enkele extra bonustracks. Samen is deze 2 in 1
collection goed voor 25 songs. Het fantastische ‘Take This Job And Shove
It’, Johnny’s enige nummer één hit, werd in Amerika
een vaste uitroep voor eenieder die zijn job beu was. Een soort ‘Maggie’s
Farm’, maar dan van de seventies, zeg maar. Er verscheen zelfs een film
onder dezelfde titel en ik kan me voorstellen dat dit nummer het in de vakbondskringen
ook bijzonder goed moet hebben gedaan. Andere merkwaardige songs zijn onder
meer de countryhonk “The Spirits Of St Louis”, de country parlando
“Colorado Kool-Aid” en de dronkemanslap “Barstool Mountain”.
De latere nummers uit “Armed And Crazy” kijken iets verder dan de
countryneus van Johnny lang is. Zo ontpopt ‘Friend, Lover, Wife’
zich waarempel als en soort funknummer waarop Paycheck bijna als Dr. John klinkt.
Maar laat ik vooral even uw aandacht vragen voor de volgende mooie songtitels
die de wijsgerige vaardigheden van de doorsnee cowboy op de proef stellen: ‘Thanks
To The Cathouse (I’m In The Doghouse With You)’ en ‘Just Makin’
Love Don’t Make It Love’. En mocht dat nog niet voldoende zijn kan
ik u tenslotte verklappen dat er op deze Paycheck collectie genoeg steel guitars
en fiddles te horen zijn om uw living tijdelijk in een saloon te veranderen.
Pang! (Shake)