ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
BILL COLGATE and THE URBANE GUERILLAS - BOOMER BUST
MARIO MATTEOLI - GOLDEN STATE
LEAH MARR - TRUTH
FLOYD THURSBY & THE DEFINITE ARTICLE - A THIEF’S JOURNAL
CLINT ALPHIN - EFFIGY
GREG LASWELL - THREE FLIGHTS FROM ALTO NIDO
RICK KENNEDY - WHEN YOU WANNA GO HOME - FROM THE SUBLIME TO THE RIDICULOUS
BRENT AMAKER & THE RODEO - HOWDY DO
APIA - BREATHE
TOKYO ROSENTHAL - LOVE WON OUT

BILL
COLGATE and THE URBANE GUERILLAS
BOOMER BUST
Website MySpace
Label CDBaby
Er
zijn mensen die gezegend zijn met veel talenten. In het leven moet je echter
keuzes maken, maar een eerste liefde wordt niet snel vergeten. Zo nam Bill Colgate
opnieuw de draad op met zijn ervaring als zanger in een typische caféband
en kwam pas twintig jaar na zijn debuut met zijn eerste plaat op de proppen.
Ondertussen heeft hij wel naam gemaakt als acteur, in de brede zin van het woord.
Je kon hem zowel bewonderen in commercials op de radio of op tv, als op het
podium van een theaterstuk of op groot scherm in de bioscoop. Hij werkte samen
met bekende namen als Tommy Lee Jones, Matt Dillon, Diane Keaton en Billy Bob
Thornton. Als singer-songwriter mocht hij het podium delen met namen als Ron
Sexsmith of John Lee Hooker. Zijn muzikale prestaties werden in 1997 beloond
met een vijfde stek in de “John Lennon Songwriting Contest” en een
tweede plaats in 2002 in de “USA Songwriting Competition”. Vandaag
komt hij op de proppen met zijn derde cd getiteld “Boomer Bust”.
Dit schijfje bevat twaalf pareltjes die zowel tekstueel als muzikaal blijven
nazinderen. Bill Colgate schat zichzelf als mondharmonicaspeler misschien niet
al te hoog in, maar hij weet zich wel te omringen met de juiste getalenteerde
muzikanten die zijn gevatte en dikwijls humoristische teksten volledig tot hun
recht laten komen. Liefhebbers van een goede John Hiatt of Bruce Springsteen
zullen gegarandeerd veel plezier beleven aan dit schijfje. De plaat gaat Shakespeariaans
van start met een theatraal scanderende Bill Colgate, die ons in krachtige bewoordingen
zijn definitie van metafysica verwoordt : muziek is de voedingsbodem voor liefde,
onverzadigbaar, zelfs tot de dood. “Metaphysical Blues” troont ons
vrolijk op een tokkelende gitaar en een zeemzoete Wurlitzer naar de eerste meezinger
van het album. Het nummer roept dezelfde aanstekelijke sfeer op van Dr. Hook
& Medicine Show in “On The Cover Of The Rolling Stone”. Gedroomde
opvolger is het radiovriendelijke “Radical Road”, waar Bill zich
ontpopt als een ware John Hiatt, geruggensteund door de diepe tonen van een
baritongitaar. Bill Colgate is een groot entertainer, zoveel is duidelijk. Grappend
en grollend, met gevatte, dikwijls humoristische teksten zie je de man zo voor
je op het podium acteren. Of het nu op de tonen van een mariachi is in “The
Grand Old Tradition Of Saturday Night” of een stevige, soulvolle bluesrocker
als “Fill My Cup” en het stampende en trekkende “Miss Gasoline”,
de ironie en het absurde druipt er vanaf in zeer originele bewoordingen, ondersteund
door prachtig sologitaarspel van Cam Macinnes en zijn Urbane Guerillas. Bill
kan ook ernstig en gevoelig uit de hoek komen in ontroerende ballades zoals
“Borderline Crazy” en “For Crying Out Loud” of de aandacht
trekken naar de tekst zoals Lou Reed in het bijna spoken word gedeelte van het
zeer emotionele “Nobody’s Fool”. Als afsluiter verrast hij
ons nog met een prachtige folksong in John Prine traditie, “Road To Samara”,
dat in tegenstelling wat je zou denken niet over de conflicten in Irak handelt,
maar geïnspireerd werd door het sprookje van “Duizend en één
nacht”. Als acteur heeft Bill Colgate wellicht alles uit zijn carrière
gehaald, maar op muzikaal gebied heeft hij zeker zijn grenzen nog niet bereikt.
Geef deze Canadees de kans die hij verdient en wat is hiervoor een betere aanzet
dan de aankoop van ’s mans prachtige cd?
Blowfish

MARIO
MATTEOLI
GOLDEN STATE
Website Myspace
Contact CDBaby
Een
naam als Mario Matteoli zou je eerder thuisbrengen in Italië en wellicht
heeft hij ook Italiaanse roots maar deze singer-songwriter woont al sinds meerdere
jaren in Austin, Texas na eerst zijn prille jeugdjaren te hebben doorgebracht
in Eureka, Californië (ook wel “Golden State” genoemd, vandaar
deze cd-titel). Als puber wist hij al snel dat het zijn ultieme ambitie was
om professioneel muzikant te gaan worden. Zijn eerste groepje was ‘The
Weary Boys’ waarmee op straat werd begonnen maar dat al gauw een positie
als headliner kon verwerven in de grotere Texaanse clubs. Het leverde hen voorprogramma’s
op voor o.a. Merle Haggard, Leon Russell en Willie Nelson. Zijn rol in die formatie
was die van gitarist en zanger en ook de verantwoordelijkheid voor het songschrijven
belandde meestal op zijn tafel. In 2006 nam hij zijn eerste soloplaat op getiteld
“Hard Luck Hittin’” waarover heel positieve kritieken werden
geschreven, o.a. bij Rootstime. Na 6 jaar nomadenleven met de groep besloot
Mario Matteoli begin 2007 om de band voor bekeken te houden en voltijds aan
een solo-carrière beginnen te werken. Sinds die dag gebeurde er heel
veel in zijn leven: hij vond Cayce Marsh, de vrouw van zijn leven waarmee hij
binnenkort zal gaan trouwen en die hem vocaal ondersteund bij zijn live optredens.
Hij speelde ook op het Austin City Limits Festival en werkte keihard aan een
reeks songs voor zijn nieuwste soloplaat “Golden State” die zelf
geproduceerd werd en in eigen beheer op de markt werd gegooid. Het werd een
album vol met Americana-songs in een mix van rock’n’roll, folk en
countrymuziek. Met een uitgebreide set van muzikale vrienden werd de 12 liedjes
voor dit album opgenomen. Mario Matteoli is een begenadigde songschrijver. De
warme en catchy melodieën dienen als kapstok voor zijn hedendaagse songteksten.
Met cd-opener “Baby Cayce” (voor zijn toekomstig vrouwtje dus) zet
hij de toon voor de rest van de plaat. Het is een gitaar- en pianosong met intrigerende
handclaps waardoor het een poppy kleedje aangemeten krijgt. Cayce en Mario zingen
samen “Got You Baby” dat ze ook samen schreven. Hij brengt daarna
een meesterwerkje-in-wording met de sixties-klinkende song “Bleeding My
Heart” waarin zijn falsetto-zangwerk en een scheurend Hammondorgel-geluidje
gespeeld door Matt Hubbard als belangrijkste instrumentale ondersteuning dienst
doen. De hele plaat is eigenlijk één groot eerbetoon respectievelijk
liefdesverklaring aan zijn vriendin Cayce Marsh die voornamelijk subtiel aanwezig
is in enkele liedjes zoals “Best Friend” en het Dylaneske “You
Follow Yours” maar altijd net genoeg hoorbaar om een speciaal cachet aan
deze cd te geven. Andere ‘stand-out’-tracks zijn “Hey You”
en het swingende op countryrock gebaseerde orgeldeuntje “Could The Good
Lord”. “Golden State” is een cd van een tot over de oren op
zijn muze verliefde Mario Matteoli en toont aan dat hij in dergelijke toestand
op zijn best songs kan componeren.
(valsam)

LEAH
MARR
TRUTH
Website Myspace
CDBaby
Nadat
drie singles van haar de Billboard Top 100 haalden, creëerde de in Dallas,
Texas residerende Leah Marr dit krachtige debuutalbum, genaamd ‘Truth’.
Negen van de tien nummers op deze plaat schreef Leah zelf (of samen met anderen).
Haar muziek kan misschien nog het best omschreven worden als deep soul Southern
rock met een stem die female power uitstraalt. Denk aan een krachtige en wendbare
vrouwelijke leading voice waar emotionele solo’s van stevig rockende,
broeierige gitaren rond geweven zijn en je weet ongeveer wat ik bedoel. Het
is het soort muziek die het op bepaalde Amerikaanse FM-radio’s die van
stevige rock houden erg goed zal doen. Vaak wordt deze Leah Marr muzikaal ook
vergeleken met Melissa Etheridge en daar kan ik wel ergens inkomen. Marr straalt
in haar performance net als Etheridge een hoge mate van maturiteit uit. Het
openingsnummer ‘The Truth Shall Set You Free’ is meteen een schot
in de roos en zou bijvoorbeeld ook van The Black Crowes kunnen zijn. Er bestaat
geen twijfel over dat deze song live voor vuurwerk zal zorgen. Dat geldt ook
voor lekkere rocklappen als ‘Deep Down Inside’ en ‘Your Everything’
waarmee een band als deze moeiteloos een concertzaal op de knieën krijgt.
Lead Gitarist Andy Timmons, die nog samenspeelde met oa Steve Vai, Ted Nugent
en Joe Satriani, soleert er stevig op los en spaart daarbij zijn wah-wah pedaal
niet. ‘Ready For Love’ een 70-ties klassieker van Bad Company die
Leah helemaal naar haar hand zet, is de enige cover en meteen ook het langste
nummer (7:43) op deze plaat. Marr zingt afwisselend getormenteerd, smachtend,
verleidelijk, dominerend of opstandig, maar laat altijd een persoonlijke indruk
na. Dat doet ze zeker in het langzaam openbloeiende ‘Missing You’
en in het bijzonder soulvolle ‘Lay Me Down’, beiden behorend tot
de wat tragere nummers op dit album. ‘Remember All The People’ is
opgedragen aan de slachtoffers van 9/11 en is meteen ook een mooie afsluiter
van deze cd. Samenvattend kan ik stellen dat ‘Truth’ een eerlijke
plaat is van een getalenteerde zangeres waarvoor ongetwijfeld een mooie toekomst
klaarligt zowel als songschrijfster, live performer en recording artist. Het
is aan u om deze sterke madame uit Texas te leren kennen.
Shake

FLOYD
THURSBY & THE DEFINITE ARTICLE
A THIEF’S JOURNAL
Website Myspace
Zij
ogen als drie vreemdsoortige outlaws en klinken als bevlogen fabelmuzikanten
met blauw dichterlijk bloed. Hun songs zwemen naar folk/rock, trage polkaritmes
en zwarte liedkunst. Op sluipvoeten breken zij je hart binnen met hun tot de
verbeelding sprekende poëzie. Leadzanger Floyd Thursby zingt de teksten
met breekbare stem waarin soms een lichte tremolo doorklinkt. Deze Australische
singer-songwriter komt uit een literaire familie en schreef al teksten in zijn
jonge jaren, die nog niet zo ver achter hem liggen. Hij trad op in clubs, hotels
en bars, soms alleen en soms met zijn band, The Definite Article. Deze band
speelt ook mee op dit debuutalbum en bestaat uit Mark Hilton met elektrische
gitaar en Richard Wilson met drum. Van bij het eerste suggestieve ‘The
Thief’ bepaalt deze drummer mee de magie en de aantrekkingskracht van
dit album dat balanceert tussen licht en duisternis. Verder spelen er nog gastmuzikanten
mee met trompet, tuba en cello. Je hoort dat dit groepje uit Melbourne volledig
in het musiceren opgaat en graag in een macabere sprookjeswereld afdaalt. Meer
dan eens vertonen de songs een gekarteld randje zoals in ‘The Red Letter’,
met beklemmende cello en geschilderd met donkerrode verfborstel. De opgeroepen
beelden kleuren a.h.w. vaak purper, indigo of blauwgroen. Sommige verglijden
naar hunkerende zachtmoedige liefdessongs. In het gepassioneerde ‘A Trip
Across The River’ hoor je Johnny Cash invloeden met een opzwepende elektrische
gitaar. Het smartelijke ‘Nights Of The Hollywood Palace’ sleept
zich voort als een treurmars met de trompet die de romance nog een laatste opflakkering
gunt. In het onheilszwangere ‘Evil For This Land’ loert de Armageddon
en in ‘The Lover’s Twist’ zit je geklemd in een schemerzone
tussen leven en dood. Toch klinkt deze ‘Journal’ nergens naargeestig,
eerder fascinerend, puttend uit een imaginaire wereld, folky en spooky herschapen.
Dat komt grotendeels door de instrumentale begeleiding die intrigeert en Floyd
Thursby’s stem die aanleunt bij deze van Mike Scott, zanger bij de Waterboys.
Het is niet verrassend dat Floyd ook songs levert voor soundtracks zoals voor
de surrealistische kortfilm ‘The Cat and Claudia’ dat als ‘The
Lovers Twist for Claudia’ ook op dit album terecht kwam. Zelden dat een
debuutalbum al tot een meesterwerk uitgroeit. Maar dit viersterren album van
het ongrijpbare soort blijft nog lang in het geheugen en het gemoed hangen en
maakt dat je al reikhalzend uitkijkt naar hun volgende.
Marcie

CLINT
ALPHIN
EFFIGY
Website Myspace
Contact CD-Baby
Met
“Effigy” lanceert de nu 29-jarige Clint Alphin - die afkomstig is
uit Dunn in North Carolina maar nu in Spring Hill nabij Nashville, Tennessee
woont - zijn eerste full-cd met daarop twaalf zelfgeschreven liedjes. Nummers
die thuishoren in de muzikale contreien van folk, country, Americana en bluegrass
en telkens weer vertrekken vanuit een akoestische gitaarstructuur. Producer
en multi-instrumentalist Jonathan Maness, die zelf muzikant is bij The Dixie
Bee-Liners, draagt in ruime mate bij aan het succes van dit album dat gevuld
is met vrij zuiders klinkende nummers. Het waren de muziek en de teksten van
James Taylor die Clint Alphin destijds op jonge leeftijd hadden aangezet om
zijn eigen geluk in de harde muziekwereld te gaan beproeven. Eerst maakte hij
echter zijn universitaire muzikale studies af in 2003 en toen hij 25 jaar werd
nam hij zijn eerste muzikale probeerseltjes in 2004 op voor een Do-It-Yourself
ep-tje met 5 nummers dat eenvoudigweg “Clint Alphin” als titel meekreeg.
Hij speelde daarop zelf gitaar, bas, keyboards, trompet en mandoline. Zo maakte
hij professioneel kennis met de kunst van het opnemen van een plaat en dat kwam
uitstekend van pas bij de voorbereidingen van zijn debuutplaat “Effigy”.
Op deze cd staan ook enkele herbewerkte versies van de nummers die op zijn ep-tje
stonden. In de titeltrack zingt hij dat je je nooit anders mag voorstellen dan
je echt bent en dat je je eigen stijl te allen tijde trouw moet blijven. Clint
Alphin besteed veel aandacht aan de songteksten en probeert er literair hoogstaande
kwaliteit mee af te leveren. In de eerste albumtrack “Angel On The Silver
Screen” laat hij zijn ware aard als countryfan al blijken en eveneens
als fan van een mooie dame in een film op het witte doek. “Box With a
Ribbon” is een traditionele tearjerker over een soldaat die naar het oorlogsfront
moest en zijn dochtertje een briefje stuurt waarin hij belooft dat hij voor
haar een schat in een doosje met een strikje zal meebrengen als hij terugkomt.
Zoals gevreesd was hij zelf die ‘schat’ en de ‘doos met een
strikje’ was een lijkkist gewikkeld in de Amerikaanse vlag. Een intriest
zakdoekenverhaal in ware smartlappenstijl. Gelukkig wordt daarna naar een wat
vrolijkere stijl overgeschakeld met de ode aan “Mary Lou” op banjo
en in bluegrass-stijl. In hetzelfde tempo wordt ook “Last Guitar Player
In Nashville” gebracht. Dan volgt echter nog meer hartenpijn om een verloren
liefde in “The Hard Way” en in het nummer “Remember Me Tonight”
over afscheid nemen. Het lijkt tenslotte toch nog allemaal redelijk goed in
de plooi te gaan vallen met de oprechte liefdesverklaringen in “Morning
And Evening” en “Let Me” en het vertederende eerbetoon aan
zijn zoontje in het nummer “Love You So”. “Effigy” is
een mooie debuutplaat van een getalenteerde singer-songwriter die er zijn eerste
kennismaking met de muziekbusiness mee lanceert.
(valsam)

GREG
LASWELL
THREE FLIGHTS FROM ALTO NIDO
Website Myspace
Label : Vanguard Records
Distr. : Proper Music
Greg
Laswell is een muzikant, audio-engineer en producer die afkomstig is uit San
Diego, Californië. Omstreeks de eeuwwisseling was hij de frontman bij de
obscure band ’Shillglen” maar na enkele jaren besloot hij om een
solocarrière na te streven. Zijn eerste solo-cd “Good Movie”
werd in 2005 opgevolgd door “Through Toledo” en begin dit jaar kregen
we een ep-tje “How The Day Sounds” (zie cd-reviews mei 2008) als
voorsmaakje voor zijn net verschenen derde plaat “Three Flights From Alto
Nido”. Tijdens de voorbije lente hoorden wij echter zelf voor het eerst
van Greg Laswell toen hij deel uitmaakte van een consortium van een vijftal
singer-songwriters die samen met Tom McRae de wereld rondtoerden voor de ‘Hotel
Café Tour’. Die show mochten we op 10 mei zelf aanschouwen in een
uitverkochte Botanique (zie concertverslag op deze site). Wat dieper graafwerk
informeerde ons dan ook nog dat hij al een tijdje een romantische relatie onderhield
met de mooie Amerikaanse popster Mandy Moore. Dat en zijn opvallende performance
bij het optreden in Brussel deed ons besluiten dat we met een uiterst getalenteerde
toekomstige ster te maken hadden. Greg Laswell heeft uit zijn songrepertoire
al meerdere liedjes mogen leveren aan bekende tv-series zoals ‘Grey’s
Anatomy’, ‘One Tree Hill’ en ‘Smallville’ en hij
toerde live ook al met o.a. Matt Costa en The Jayhawks. Maar we zullen het nu
best even over die nieuwe plaat hebben, bestaande uit 11 zelfgecomponeerde liedjes.
Er is ook een hidden track: een akoestische versie van de eerder op deze cd
met uitgebreid orkest gespeelde song en hitsingle “That It Moves”.
Enkel “Days Go On” stond ook al op de bovenvermelde ep. Geënt
op piano of akoestische gitaar brengt Greg Laswell sterke en zeer melodieuze
songs die een hoog maturiteitsniveau uitstralen. Af en toe doen de liedjes -
net als zijn stem - me denken aan Chris Martin van Coldplay. Vooral in “How
The Day Sounds”, “Days Go On”, “I’d Be Lying”
en het ijzersterke “Not Out” gaat die vergelijking het best op.
Die nummers starten in alle stilte om geleidelijk aan uit groeien tot epische
werkstukjes zonder ook maar ergens te bombastisch te worden. Eerder monotoon
voortkabbelende liedjes als “It’s Been A Year “, “The
One I Love” en “Comes And Goes (In Waves)” vormen een welgekomen
afwisseling tussen die andere tracks. “Three Flights From Alto Nido”
is de cd die onze positieve verwachtingen omtrent Greg Laswell enkel maar komt
bevestigen. Deze artiest mag met zijn geëtaleerd professionalisme een mooie
toekomst tegemoet zien in de muziekscène.
(valsam)


RICK
KENNEDY
WHEN YOU WANNA GO HOME
FROM THE SUBLIME TO THE RIDICULOUS
Website CD-Baby
Label : Ranger Records
Liedjes waarvan de teksten
rechtstreeks vanuit het hart geschreven worden is het handelsmerk van de Amerikaanse
muzikant en singer-songwriter Rick Kennedy. Vele jaren geleden begon hij al
met optredens voor een beperkt publiek in coffeeshops en kleine clubs waar hij
zijn typische Americana-songs ten gehore bracht. De basis van zijn liedjes ligt
in folk, country en rockmuziek. Professioneel werkt hij echter nog steeds als
houthakker want van zijn grote liefde muziek alleen kan hij nog niet leven.
Naast zijn solowerk treedt hij ook nog op met twee lokale groepjes: ‘Eli
Radish’ uit Cleveland en ‘Airborn’ uit Colorado. Doorheen
zijn lange carrière heeft hij op diverse podia gestaan met een indrukwekkend
lijstje artiesten zoals Bob Seger, Alice Cooper, Dr. Hook, Canned Heat, John
Mayall, Rick Danko en Dr. John. Met zijn doorleefde kop slaagt hij er gemakkelijk
in om zijn vastberadenheid en eerlijkheid die hij in zijn muziek etaleert geloofwaardig
te doen overkomen. Met de akoestische gitaar in aanslag is hij een sterke persoonlijkheid
op het podium en brengt hij zowel in eigen nummers als in covers steeds een
unieke, gepersonaliseerde interpretatie van de songs. Naast akoestische en elektrische
gitaar bespeelt hij bij optredens zowat alles waar snaren op zitten zoals o.a.
mandoline en banjo maar ook toetsenwerk laat hij niet links liggen. Rick Kennedy
stuurde ons zijn twee recentste cd’s waarvan de oudste “From The
Sublime To The Ridiculous” uit 2007 is waarop hij een compilatie van zijn
eigen nummers uit de voorbije decennia heeft gebundeld in elf 3 minuten-songs.
Wat als eerste opvalt is hoe sterk zijn stijl en zijn stem gelijken op het werk
van John Hiatt. O.a. in de songs “I Can’t Go Anywhere”, “Beggar
At Your Door” (met knap mondharmonicawerk), “Unrequited Love Song”
(met even knappe slide gitaar), “Waiting To Hear From You” en in
“Desperation Raindance” vertoont hij diezelfde snik in de wat hese
stem à la John Hiatt. Onze voorkeursongs zijn echter “Dream On
Shining Star” en de cd-afsluiter “All Havin’ Fun On Delmarva”.
“When You Wanna Go Home” is zijn laatste full-cd uit 2008 die deze
keer 12 nummers van eigen makelij bevat. Het album werd geproduceerd door Suzanne
Mallow die ook backing vocals voor haar rekening neemt. Ook deze cd bestaat
voornamelijk uit rustige semi-akoestische alt-country songs waaruit wij natuurlijk
ook weer een voorkeurlijstje hebben gedistilleerd: “Rich Man’s Gold”,
“Shadows Of Love” en “Palm Of Your Hand”. Opvallend
bij deze nieuwe plaat is dat er ook heel wat herwerkte versies op staan van
dezelfde liedjes die we op “From The Sublime To The Ridiculous”
konden horen. Maar als de songs goed zijn blijven ze ook goed, ongeacht in welke
versie ze ten gehore worden gebracht. Deze twee cd’s belanden in elk geval
ergens in mijn privé-collectie zodat ik ze ten gepaste tijde opnieuw
in de lader kan stoppen.
(valsam)

BRENT
AMAKER & THE RODEO
HOWDY DO
Website Myspace
CDBaby
Label: Grave Wax Records
Toen
ik voor Rootstime in januari 2007 als eerste, zelfs een maand voor zijn verschijnen
in Amerika (zie
recensie feb. 2007), het debuut van Brent Amaker mocht bespreken, maakte
ik melding van het hoge Johnny Cash twang gehalte van de muziek van Brent. Nu
twee jaar later is er aan die sound bitter weinig veranderd. Nog steeds is de
combinatie van Johnny Cash ritmes en een portie Webb Wilder invloeden, die het
hoofdaandeel van de (korte) songs draagt. Plus natuurlijke de directe teksten,
die ook zo kenmerkend zijn voor de Rodeo. Vanaf het eerste nummer "Welcome
To The Rodeo" waarin de band voorgesteld word, zit dat ritme ingebakken.
In "I'm The Man Who Writes The Country Hits" begint het al, en de
teksten herhalen zou niet netjes zijn. "They Make Cowboys In Montana",
(But In Texas They Make Men), zingt Brent, plus nog wat directere zinnen die
we niet direct durven herhalen. "Walkin In My Sleep" en "Girls
Are Good", allemaal knappe songs op zichzelf, ware het niet dat ze allemaal
na mekaar weinig afwisseling inhouden. Het ritme blijft constant en simpel,
een soort country galop, hoe-down ritme, dat alle nummers aan mekaar rijgt.
Live waarschijnlijk een stuk boeiender en interessanter, en van de vorige was
ik best tevreden, maar deze kan me minder bekoren, vooral wegens te weinig diversiteit.
(RON)

‘Apia’
is de groepsnaam van een trio muzikanten uit Springfield, Missouri, bestaande
uit zanger-gitarist Adlar Roberson, drummer Josh Reece en bassist Joshua Chandler.
Roberson en Chandler nemen om beurten de honneurs waar van het songschrijven.
Die songs zijn een hutsepot van heavy metal, blues, progrock, folk, jazz en
R&B. Hun nieuwe album “Breathe” bevat tien composities waaronder
enkele etherisch klinkende werkjes, enkele instrumentale nummers en één
magistrale cover van “Folsom Prison Blues”, de hitklassieker van
Johnny Cash. Reeds meer dan tien jaar timmeren deze 3 vrienden aan de weg op
zoek naar een professionele muzikale carrière. Eerst nog individueel
maar sinds december 2005 samen als ‘Apia’. Hun voornaamste kommernis
is zoveel mogelijk optreden; in clubs, op tuinfeestjes of tijdens lokale muziekfestivals.
Zolang er maar een geïnteresseerd publiek voor het podium staat leven de
drie zich helemaal uit met hun instrumenten. Soms klinken ze als Deep Purple,
dan weer als Led Zeppelin en even later als The Police. Ze hebben dus een heel
brede interessesfeer als het op muziek aankomt. De ‘bas en drums’-ritmesectie
past wonderwel als ondersteuning bij het goede zangwerk van Adlar Roberson,
die zelf overigens regelmatig heel knap gitaarspel tentoon spreidt. Er zijn
momenten van swing zoals in “Be With The One You Love” en in “Falling
Stars” of in de instrumentale nummers “Hat Trick” en “Red
Groove” die beiden op een aanstekelijke muzikale groove gebaseerd zijn.
Onze voorkeur gaat echter uit naar de rustigere momenten op deze eerste full-cd
van ‘Apia’ zoals bij de songs “A Fool”, “Like
Where You’re Going” en “Your Disease”. De favoriete
song van de redactie op dit album is ongetwijfeld het intieme “Islandes”
waarin zanger Adlar Roberson vocaal zichzelf overstijgt en de sobere muzikale
basis deze song al snel verheft tot een ‘meesterwerk-in-wording’.
‘Apia’ is een groep van drie sterke muzikanten die door de gecreëerde
symbiose en de synergie die ontstaat door het samen spelen uitgroeit tot een
veel sterker geheel. 1+1+1 is niet 3, maar véél meer. Laten we
concluderen dat we zeer geïnteresseerd zullen zijn in hun nieuwe werk.
(valsam)

TOKYO
ROSENTHAL
LOVE WON OUT
Website
Myspace CDBaby
Label : Rock & Sock Records
Vakmanschap
is meesterschap. Dat is een slogan die absoluut van toepassing is op Tokyo Rosenthal,
de singer-songwriter uit Chapel Hill in het Amerikaanse North Carolina. Telkens
weer slaagt hij er in om voor een nieuwe plaat songs te componeren die samengesteld
worden met diverse invloeden uit Americana, blues, folk en country. Bijzonder
veel aandacht gaat uit naar de teksten van zijn liedjes die vaak verhalen over
belevenissen uit zijn privéleven of over de diversiteit aan problemen
die er in een relatie kunnen opduiken. Voormalig bokstalent Tokyo Rosenthal
wist ons vorig jaar al tot een positieve recensie te bewegen met zijn cd “One
Score And Ten” en we kunnen deze lovende trend rustig verder zetten als
we het hebben over zijn nieuwste worp “Love Won Out”. Daarop trapt
hij ijzersterk af met een monumentaal gezongen rockballad “St. Patrick’s
Day” - ook de eerste single - waarna een even knap gebracht “We
Planted Seeds” volgt. De titeltrack “Love Won Out” is een
voornamelijk met blues doorspekte song. In “Little Poetry Girl”
worden blues- en jazzmuziek op knappe wijze vermengd met de typische verhalende
zangstijl en toont Rosenthal dat hij ook een zanger voor de Spaans sprekende
Amerikaanse Latino-gemeenschap wil zijn door enkele lijntjes in die taal te
zingen. “Toke” zoals hij in de vriendenkring genoemd wordt staat
al drie decennia op de podia en dat professionalisme straalt af van het merendeel
van de liedjes op deze knappe cd. Wij zijn echte fans van de liedjes waarin
de snik in de stem naar boven komt zoals in het heerlijke “Who’s
To Say What Might Have Been?”, een emotioneel gebrachte tragisch liefdesverhaal.
De cd “Love Won Out” bevat stuk voor stuk songs die uitermate geschikt
zijn voor radio-airplay. Vorige maand oktober nog kwam hij voor een korte maar
succesvolle promotour naar Nederland. Wij hopen dat het publiek zijn muziek
snel zal gaan ontdekken via forums als dit magazine of via de Europese radiostations
en dat Tokyo Rosenthal snel zal worden uitgenodigd voor een paar live shows
in de Benelux. Dit is namelijk muziek waarvoor er ook in onze regio belangstelling
en een trouw publiek te vinden is. Voor een paar tracks op deze plaat wordt
hij bijgestaan door de pedal steel gitaar-legende Al Perkins, bassisten Chris
Stamey en Alex Little en fluitkunstenaar Jeff Taylor, o.a.in het Chris Isaak-achtige
en intrigerende “Random Noises”. De overige instrumenten werden
allemaal door Rosenthal zelf ingespeeld. De hartverscheurende cd-afsluiter “Goodnight
Carrie, I’m Coming Home” met heerlijke pedal steel-klanken van Al
Perkins is een op countrysound geënte verhaal over de erkenning van capaciteiten
van een vriend van meerdere jaren. Wij hopen hiermee dat Tokyo Rosenthal nu
ook tot jullie vriendenkring kan toetreden met deze plaat.
(valsam)
| Tokyo Rosenthal
zal binnenkort ook een aantal radiostations in Nederland gaan bezoeken en
dit vanaf donderdag 29 januari t/m dinsdag 3 februari, en vanaf donderdag
23 april t/ zondag 3 mei samen met Alex Little op tournee gaan in Nederland.
Er staan nog enkele data open voor boekingen., info: Blueskantoor Contact
|