ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

DONNA THE BUFFALO - SILVERLINED

GOOD MORNING FOG - GLORY, GLORY

AUSTIN HOMEGROWN - BLUE SKIES AND GREEN GRASS

CALEB MILES - MEMORY WELL

CHRIS BRECHT - THE GREAT RIDE

KEN CLARK - HUNGRY GHOSTS

TY CURTIS BAND - DOWN ON MY LUCK

LISA MANN - CHOP WATER

GERRY LANE - MELONERAS BLUES

JUD NEWCOMB - BYZANTINE

 


 

 

 

DONNA THE BUFFALO
SILVERLINED
Website Myspace
Label
Distr.: Proper Music

 

Wij zijn al sinds een tiental jaren trouwe fans van de Amerikaanse band Donna The Buffalo. De formatie opereert al zo’n twintig jaar vanuit Trumansburg in de staat New York en hun muziek flaneert tussen diverse muzikale stromingen als zydeco, cajun, folk, rock, country, reggae en bluegrass. De songschrijvers van dienst zijn ook de twee stemmen van Donna the Buffalo: zanger Jeb Puryear en zangeres Tara Nevins. Hun oeuvre bestaat voornamelijk uit zelfgeschreven liedjes maar ook zorgvuldig geselecteerde covers komen aan bod bij hun vele optredens doorheen de Verenigde Staten, voornamelijk aan de Amerikaanse Oostkust. Hun trouwe fans kunnen zich verenigen in ‘The Herd’ zoals ze hun uitgebreide fanbasis noemen. Thematische songs over politiek, vrede en rechtvaardigheid wisselen elkaar af met simpele liefdesliedjes. Vooral de vrolijkheid die hun muziek uitstraalt is aangrijpend, ja soms zelfs ontroerend. De andere groepsleden zijn drummer Tom Gilbert, pianist en organist David McCracken en bassist Jay Sanders. Hun laatste album “Life’s A Ride” dateert al van 2005 en mede door die lange pauze verheugen wij ons nu heel erg op de nieuwste studioplaat van Donna The Buffalo die “Silverlined” heet. Tara Nevins groeide op met zydecomuziek en speelde tien jaar accordeon in de louter uit dames bestaande cajungroep ‘The Heartbeats’. Die trekzak is ook overvloedig aanwezig in de songs van Donna The Buffalo. De vocalen op de dertien liedjes die we op “Silverlined” terughoren worden afwisselend verzorgd door Jeb Puryear en door Tara Nevins. Met deze plaat viert de groep hun twintigjarige bestaan maar ze wijken nergens af van het vertrouwde recept dat de groep groot gemaakt heeft. Zo begint Tara als zangeres op de eerste song “Temporary Misery”, een uptempo reggaedeuntje. Geen enkele zwakkere song is er op dit album terug te vinden. Anderzijds ook nergens een onverwachte verrassing. Ze blijven hun stijl trouw en wisselen vlotte orgel- en accordeondeuntjes af met gitaarsongs die meestal door Jeb Puryear worden gezongen. Lekkere meezingertjes die een mens vrolijk plegen te maken. Een supersong als het countrynummer “Tomorrow Still Knows” kunnen schrijven is altijd al een verborgen droom van deze recensent geweest maar het zal me wellicht nooit gegund worden. Gelukkig zijn er bands als Donna the Buffalo om dat tekort vlekkeloos op te vullen. Voor dit jubileumalbum krijgen ze ook muzikale ondersteuning van enkele trouwe vrienden uit de business zoals banjolegende Bela Fleck in de nummers “Locket And Key” en “Beauty Within”. Daarnaast zingt ‘Los Lobos’-zanger David Hidalgo prachtig mee met Tara Nevins in de heerlijke titeltrack “Silverlined”. De zangeres verbaast ons alweer met haar betoverende stem in het liedje “Broken Record” waarin je als je aandachtig toehoort hoort hoe het tere hartje gebroken wordt. In de cajun-bluessong “I Don’t Need A Riddle” horen we hoe sterk zij vocaal uit de hoek kan komen. Jeb Puryear filosofeert er lustig op los in het nummer “The Call” en de backing vocals van Amy Helm zijn beklijvend te noemen. In de liedjes “Meant To Be” en “Blue Eyes” laat ook hij zich van zijn sterkste vocale zijde bewonderen. Ook cd-afsluiter “Forty Days And Forty Nights” is zo’n meeslepende uptemposong die je als luisteraar doet concluderen dat er veel te vlug een einde aan deze prachtplaat komt. Wij zijn al decennia echte fans en daardoor misschien niet geheel objectief maar probeer vooral deze plaat zelf maar eens te beluisteren. Je zal merken hoe snel je aan dit soort muziek verslaafd geraakt. Wij benoemen “Silverlined” tot nader order tot de allerbeste van hun zeven reeds uitgebrachte platen.
(valsam)


 

 

 

GOOD MORNING FOG
GLORY, GLORY
Website Myspace CD-Baby

 

Mark Eliott is een jonge dichter en singer-songwriter uit Desolation Row in Californië die indierock- en Americana-songs brengt op zijn eerste officiële werkjes die uitgebracht werden onder zijn pseudoniem ‘Good Morning Fog”, geïnspireerd op zijn vele bezoekjes aan San Francisco waar de ochtendmist dagelijkse kost blijkt te zijn. Die cd’s zijn de ep “New Clementine” met 5 nummers, zijn eerste full-cd “High Times” en deze opvolger en nieuwste worp “Glory, Glory” met 13 zelfgeschreven tracks. Mark Eliott speelt alle instrumenten zelf maar dat multi-instrumentalisme beperkt zich dan ook tot akoestische en elektrische gitaar, piano en mondharmonica. Ook het opnemen, arrangeren en het produceren werd als een volleerde do-it-yourselver door Eliott zelf afgehandeld. De nummers zijn akoestische lo-fi songs - veelal ballads - die op melancholische en emotionele wijze worden ingezongen. We zijn echter niet zo onder de indruk van zijn vocale capaciteiten omdat hij qua stemvastheid niet echt bij de groten der aarde hoort. Titels van songs die je eens kan voorbeluisteren op CD-Baby zijn: “She Is Method Acting”, “Ghost”, de gitaar-en-piano-ballad “Horsemen” en de cd-afsluiter “There’s Gold Down Below”. Op dit album staat ook een vrij onherkenbare coverversie van het nummer “Hate” geschreven door Chan Marshall, aka Cat Power. Een algemene indruk bij de beluistering van deze cd is dat Mark Eliott nogal graag breed experimenteert en ook nog steeds op zoek is naar een eigen sound. Na een tijdje dreigt eveneens het spook van de verveling om de hoek. Dat is natuurlijk altijd een risico als je een uur lang vrij monotone nummers brengt met zo’n minimale muzikale begeleiding. Tot nader order krijgt “Good Morning Fog” van ons nog het voordeel van de twijfel, maar we verwachten op zijn minst dat hij de volgende keer wat steviger uit de hoek zal komen.
(valsam)


 

 

 

AUSTIN HOMEGROWN
BLUE SKIES AND GREEN GRASS
Myspace CDBaby

 

Blue Skies And Green Grass is de debuutplaat van Austin Homegrown, een rootsy Americana kwartet uit, euh, Austin, Texas. De songschrijvende kern van Austin homegrown wordt gevormd door Zack Hruska (vocals, rhythm gitaar en harmonica) en Paul Leeman (lead gitaar, lap steel en backing vocals), beide cafébazen in, euh, Austin, Texas. Zack en Paul vormden al een tijdje een duo onder de naam ‘Shit Howdy’. U heeft dat correct gelezen, Shit Howdy. Als ik de heren eens tegenkom, moeten ze mij maar eens uitleggen wat hen tot die gevoeglijke naam gebracht heeft. Maar we wijken af. Shit Howdy zocht en vond een drummer (Dave Littrell) en een bassist (Russell Robertson) en met die bezetting zijn ze operatief sinds medio 2005. De jongens brengen een mengeling van blues, rock en country die doorgaans onder de noemer Americana gevat wordt. Hier en daar duikt een trombone op die een frisse toets geeft aan het geluid. Het grootste deel van de nummers heeft ook een slag van de reggaemolen gekregen. Samen met de stemgelijkenis doet de muziek dan ook onmiskenbaar denken aan die van Ben Harper. Zoals gezegd is Blue Skies And Green Grass een debuutplaat. De productie mist, ons inziens, nog wat flair en de songs kunnen wat extra punch gebruiken. De leukste songs zijn die waarop de trombone ten tonele verschijnt, of een cello zoals in ‘Peace and Grace’ waarin overigens nog een erg leuke flard elektrische gitaar zit. Terwijl we genieten van dit debuut, kijken we ernaar uit om deze groep te zien groeien, hun melktanden in te ruilen en nog meer avontuurlijke paden te bewandelen.
Duke J


 

 

 

CALEB MILES
MEMORY WELL
Website Myspace CD-Baby

 

Op amper vijftienjarige leeftijd speelde Caleb Miles al leadgitaar in rock’n’roll-groepjes in zijn geboorteplaats Albuquerque, New Mexico. In 1996 verhuisde hij dan naar Portland, Oregon waar hij ook optrad in bandjes en professioneel een oude platenwinkel uitbaatte. Dat was natuurlijk de ideale omgeving om zoveel mogelijk andere muzikale invloeden op te doen en kennis te maken met diverse muziekstijlen. In 2005 verhuisde hij opnieuw; nu naar Bridgetown in het Canadese Nova Scotia. Daar werkte hij in alle rust voort aan het verder perfectioneren van zijn eigen songs en leerde hij studio-opnametechnieken. Dat kwam goed van pas voor de release van zijn debuutplaat “Brickyard Road” waar hij alle instrumenten zelf voor inspeelde. Tegelijkertijd werd hij permanent lid van ‘The B-Town Blues Band’ en van ‘Titanic Proportions’ waarmee de grenzen van blues en rock’n’roll worden afgetast bij veelvoudige optredens. Eind 2008 verschijnt een nieuwe solo-cd van Caleb Miles onder de titel “Memory Well”. Op dit twaalf nummers tellende album wordt muzikaal geëxperimenteerd met blues, jazz, rock en pop. Voor deze cd heeft hij enkele muzikanten mee in de studio gevraagd voor drums, bas, viool en piano. De overige instrumenten werden ook nu weer door deze multi-instrumentalist zelf ingespeeld. De bezongen onderwerpen in de nummers variëren van liefde naar dood tot de totaal gek geworden wereld waarin we leven. Hij verwerkt heel wat zwartgalligheid en droge, cynische humor in de songteksten. Door de songdiversiteit valt het wat moeilijker om Caleb Miles onder één specifiek label onder te brengen. Soms zijn er zeer experimentele geluiden te horen (“Dinosaur”) of een gevoelige en emotioneel gezongen song (“Poor Little Bird” en “When I Rise”). Dan wordt er weer zo goed als volledig akoestisch gezongen (“Of Titans And Ophelia”, “Portland Rain” en “(I Needed To) Run Away”) of gaat hij de pure bluestoer op (in “Broke Down”) of krijgen we zuivere Beatlespop (in “Song Of Radiant Bliss” en in de simpele pianoballad “Museum”). Mijn favoriete song is echter “The War Outside” dat me sterk doet denken aan The Verve en Oasis die wellicht als inspiratiebron voor dit liedje hebben gediend. Ook “Bitter Turns To Sweet” kan ons zeer bekoren met zijn jazzy pianosound, zachte gitaarsolo en laid back zangwerk. “Days To Come” heet de laatste song op dit album en wij zijn ervan overtuigd dat Caleb Miles nog heel wat fijne muzikale hoogdagen in het vooruitzicht zal hebben.
(valsam)


 

 

 

CHRIS BRECHT
THE GREAT RIDE
Website Myspace
CDBaby
Label: Dead Leaf Records

 

Bij het beluisteren van het debuutalbum van deze her en der bejubelde singer-songwriter denk je op het eerste gehoor aan het ‘freewheeling’ album van Bob Dylan, maar ook aan de beatnikdichters die de Highways van Oost naar West onveilig maakten met hun rusteloze poëzie en dito levensstijl. Zijn nasale stem en vooral het repetitieve ‘By Train’ met lange uithalen refereren naar de oorspronkelijke folkzanger Dylan. De ganse ‘Great Ride’ met tien zelf geschreven songs ademt ‘old school’ sfeer uit. Beelden en horizonten trekken voorbij alsof Brecht deze vanuit een ouderwetse treincoupé filosofisch overschouwt, onderwijl in een beduimeld boekje zijn observaties noterend. Zijn songteksten zijn vaak symboolgeladen, moderne varianten van het liftend rugzakreizen voortgejaagd door een bluesy wind. In zijn persoon herbergt Chris Brecht een lyrische en onrustige geest alsof hij het over zichzelf heeft wanneer hij verhaalt over de man die op een straathoek naar de maan staat te huilen. Hij wil het allemaal authentiek laten klinken zonder versierselen of andere digitale muzikaal/technische kunstgrepen. In enkele dagen tijd zouden alle basistracks analoog zijn vastgelegd. Het resultaat is pure troubadourmuziek, folky altcountry, waar zijn artistiek credo doorheen blaast, getrouw aan zichzelf. Zijn zwerversnatuur bracht hem enkele jaren geleden van Boulder in Colorado naar Austin in Texas, maar waar hij passeert vindt hij blijkbaar moeiteloos inspiratie. Veel van zijn songs gaan over verlies, eenzaamheid of het straatleven bedreigend als een jungle. Dan hoor je echo’s van Bruce Springsteen, Eric Andersen of Neil Young in diens beginjaren. Zelf begeleidt Chris zich simpelweg met gitaar en mondharmonica. Op ‘Every Time I Think Of Her’ en ‘Better Grab My Coat’ belijdt hij ingetogen en akoestisch de zielspijn van het afscheid. Op andere songs omringen andere muzikanten hem met Hammond, piano en drums. Medeproducer Brad Rice, bekend om zijn ‘leven en laten leven’ reputatie, speelt elektrische gitaar. Op het wrange ‘A Song About Fightbulbs’ intensifiëren Jackson’s pedalsteel en Brecht’s harmonica de desolate sfeer. De Nomadische singer-songwriter lijkt in zijn ‘Great Ride’ al over een privé-paspoort te beschikken dat hem ongetwijfeld naar grootse muzikale einders zal voeren. Zijn natuurtalent staat daar borg voor.
Marcie


 

 

 

KEN CLARK
HUNGRY GHOSTS
Website CD-Baby

 

“Hungry Ghosts”. Wat moeten we ons daar nu proberen bij voor te stellen. Het is alvast de titel van de zevende cd van de Amerikaanse zanger en componist Ken Clark uit Georgia. Voor de kost schrijft hij liedjes voor muzikale komedies die in diverse Amerikaanse theaters ten tonele worden gebracht. Hiervoor werkt hij regelmatig samen met de bekende musicals-componist en auteur Dr. John Williams. Voor deze nieuwe cd werkt Ken Clark ook samen met John Williams die hierbij drums en percussie voor zijn rekening neemt. Bluesgitarist Rick Fowler is de derde muzikant die meespeelt op elke song van deze plaat: hij hanteert bas en leadgitaar. Ken Clark schreef de tien liedjes op “Hungry Ghosts”. Zijn sound en stijl wordt in de vakpers regelmatig vergeleken met die van Warren Zevon en Steve Earle. In zijn teksten is hij altijd zeer open en eerlijk en zijn levensmotto als muzikant is WYSIWYG oftewel “what you see is what you get”, het is te nemen of te laten. Op dit album brengt hij een mix van ballads, rockanthems en vlotte rock’n’roll met in de teksten altijd wat ruimte voor een vleugje humor of cynisme. Zijn brede waaier aan talent komt overvloedig aan bod in songs als “Photograph” waarin een snerpende gitaarsolo opvalt of in een op een fijne gitaarriff swingende titeltrack “Hungry Ghosts”. Andere in de smaak vallende tracks op dit album zijn het rockende “Behind The Veil”, de intimistische ballad “Broken Wing”, het zuiders klinkende “Santa Fe” en de twee grappige nummers “Make The Buddha Blink” en het bluesy “Don’t Raise No More Devils Than You Can Lay Down”. Helemaal aan het einde van de plaat haalt hij nog één keer stevig uit met het muzikaal knap in elkaar gestoken nummer “God Never Laughs”. “Hungry Ghosts” toont aan dat deze Ken Clark van vele muzikale markten thuis is en de moeilijke stiel van songschrijver helemaal onder de knie heeft. Maar wetende dat dit intussen al zijn zevende plaat is beschouwen wij dat daarom dan ook niet meer als normaal.
(valsam)


 

 

 

TY CURTIS BAND
DOWN ON MY LUCK
Website Myspace Contact CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Een sterk debuut op bluesgebied was Ty Curtis' "Stubborn Mind" (zie recensie aug. 2007). Nu een dik anderhalf jaar later is deze jonge bluesband uitgegroeid tot een beloftevolle nieuwe aanwinst voor het bluesfirmament. De sterke troef van deze band is zoals ik al opmerkte de ijzersterke rockstem van Ty Curtis, nog maar net de twintig gepasseerd. Zij stem, die qua timbre aanleunt bij zangers als Paul Rodgers in zijn beginjaren en ook wat Tommy Castro, is licht gruizig en vol blues. De Ty Curtis band voegt een grote dosis rock en funky ritmes bij hun blues, zonder echter in bluesrock clichés te vervallen. Met de koppigheid die kenmerkend is voor het ezeltje dat reeds tweemaal hun hoezen siert, gaan ze verder op de ingeslagen weg. Een juiste keuze, wat mij betreft alleszins, want hun troeven van het debuut hebben ze hier alleen maar versterkt. Hun ijzersterke songs, de ruige krachtige en zeer soepel klinkende stem van Ty, gecombineerd met zijn puike gitaarlijnen, maken van deze "Down On My Luck" een erg indrukwekkende opvolger. De titelsong alleen al is de aanschaf waard vind ik, een nummer dat ik blijf draaien, de feeling die hier in Ty's stem naar boven komt, maakt van hem meteen een van mijn favoriete jonge blueszangers van het moment. "I'm Going Away" zal vooral fans van Stevie Ray bevallen, Ty Curtis is een gitarist die van alle markten huis, en dat kunnen we in dit nummer duidelijk merken. "How Can I Get Thru" heeft dan weer meer Southern rock invloeden. Wanner Hank Shreve zijn mondharmonica bovenhaalt krijgt de band daardoor nog een extra boost, zijn sound herinnert me aan die van Mark Wenner en Magic Dick, vooral in "Watcha Gonna Do". De ritme sectie die nog steeds bestaat uit Davis Brown op drums en Jim Smith op bas zorgt permanent voor de juiste groove. Het ingetogen, zeer sfeervolle "Lose Yourself" is een volgende hoogtepunt, een kans voor Ty om zijn stem opnieuw te laten schitteren.De shuffle "Done Me So Wrong" zou bij de meest bands misschien wat voorspelbaar klinken, maar Ty Curtis zorgt er met vocaal meesterschap nogmaals voor dat ook deze song weer raak is, en dat is bij de afsluiter "Out In The Country" evenzeer het geval. Een prachtige tweede release van deze Ty Curtis Band, een groep uit Oregon die nog een mooie toekomst voor zich heeft.
(RON)


 

 

 

LISA MANN
CHOP WATER
Website Myspace
Contact CDBaby

 

Het is zondag, dus de tijd is er om vandaag twee cd's te bespreken. De vorige is net af, de Ty Curtis Band, jongens uit Oregon. Even een koffietje gedronken en ik grijp naar de volgende: Lisa Mann, een knappe dame uit.... Oregon! Moet mij natuurlijk weer overkomen, ik hoor mijn collega’s al lachen als ik met weer een verhaal over mijn telepathische gave aankom. Dus laat het ons maar bij het toeval houden en we gaan ons onmiddellijk over de cd zelf buigen. Lisa is een bassiste (six string) songwriter en zangeres met een krachtige powervolle en tegelijkertijd toch soulvolle stem. Vergelijkingen met Suzi Quatro zouden voor de hand liggen, maar daar gaan we niet mee beginnen, dit is van een ander gehalte... prachtige rootsmuziek, geen commerciële pop. Op deze cd en op haar debuut kreeg ze ook hulp van de Delta Groove artiesten: drummer Dave Melyan and keyboardspeler Alex Shakeri uit de Insomniacs. Een plaat ook die zeer afwisselende genres brengt, van het rustige akoestische "Dance A Little Closer" en "Koan Song". De song "Helping Hand" herinnert aan de tranentrekkers waarin Freddy Fender uitblonk. "Silver Cup" is een nummer waar ze zich kan laten gaan op de bas, net als Jeff Knudsen op heavy leadgitaar. In "The Bitch" doen ze er beiden nog een schepje bovenop en is Lisa extreem goed bij stem, een wat funky nummer dat me doet terugdenken aan de hoogdagen van Joyce Kennedy en Mother's Finest. Zonder twijfel is dit de gouden track op deze cd. Al is de enige cover, Billy Holiday's "At Last" ook ijzig mooi. Al de andere songs zijn inderdaad van eigen hand. Ze gaat er uit met een pure swingende, rockende blues: "Broken Record", een nummer met de kracht van "Rocket 88" de song die zich ook op de grens van blues en rock 'n' roll bevond. Nog een hidden track met wat absurde studiogeintjes en het is helemaal gedaan. Ik ben in alle geval volledig overtuigd van het talent van Lisa Mann, niet alleen als een uitstekende bassiste, maar eveneens als een getalenteerde zangeres en songschrijfster. Vanaf vandaag ben ik zeker, Oregon rocks!
(RON)


 

 

GERRY LANE
MELONERAS BLUES
Website Myspace
Contact CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2



Na een keer luisteren van "Meloneras Blues" dacht ik gelijk: "Wat een fijn cd'tje". Eerlijkheidszelve dient wel vermeld te worden dat er gelijk referenties naar artiesten als Tony Joe White en Joe Cocker naar boven kwamen. De eerste vanwege de swampy blues arrangementen en de tweede vanwege de zeer op Cocker gelijkende stem van Gerry Lane. En zoals Tony Joe White en wat in mindere mate Joe Cocker tot mijn favorieten behoren, lust ik eveneens pap van de muziek van deze in Las Palmas, Gran Canaria wonende artiest, het welbekende vakantie eiland waar hij woont sinds 1993. De reden daarvoor is dat zijn muziek, waarin elementen uit de Chicago blues, blues rock en soul een plaatsje weten te vinden, door zijn toegankelijkheid bij mij een snaar weet te raken. Een derde argument is dat er toch wel erg goed op deze plaat wordt gemusiceerd en dat de eigen productie van Lane glashelder is. Een pluim is er vooral voor mannen als Joe Vitale die hele mooie staaltjes Hammond B3-spel achterlaat op liedjes als "Hip Grinding Blues" en "Wanna' Make Love to Ya Baby". Ook vermeldingwaardig is het strakke drumwerk van Frank Basile en de hulp van de gitaristen Paul Black, Eric Larmier, Paul Jermyn en Michael Dowdle. Maar het voornaamste is natuurlijk het gedreven gitaarspel van Lane zelf die zijn heerlijke gitaarlicks op deze plaat volop tot hun recht komen. Daarom, geef ik "Meloneras Blues" van Gerry Lane een kans. Luister bijvoorbeeld eens naar de openende titeltrack, "Let It Go" en "Para Ti", steeds met die mooie backing van de Memphis Horns, "Wasted Years" met Paul Black op slidegitaar of de slow blues van "Dangerous Times" en "That's Why It's Called the Blues" en je zult gelijk sympathie opvatten voor de in het Ierse West Cork geboren muzikant. Liefhebbers van met blues doorspekte rock weten deze cd zeker op waarde te schatten, echter bij het grote publiek is Gerry Lane helaas nog altijd vrij onbekend. Daarom plan voor dit jaar een vakantie op Gran Canaria, ga genieten van Lane's muziek in de '19th Hole Bar', the place to be in Meloneras, want volgens insiders zijn Lane's shows de moeite waard.


 

 

 

JUD NEWCOMB
BYZANTINE
Label : Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

"Scrappy" Jud Newcomb is de ex-leider van de Loose Diamonds, en is in Austin een zeer gewaardeerde producer en sessiemuzikant, die menige plaat (Beaver Nelson, Ian McLagan, Michael Hall, Ray Wylie Hubbard, Toni Price) tot een feest maakt en menig concert tot een onvergetelijke gebeurtenis. Loose Diamonds genieten in en om Austin en in rootsmuziekmiddens waar ook ter wereld überhaupt nog steeds een serieuze cultstatus. En de kenners onder jullie weten waarom ook natuurlijk! Met hun muziek waarin rock, blues, country en folk het uitstekend met elkaar konden vinden, dwong de groep gedurende de negentiger jaren regelmatig vergelijkingen met Americana grootheden als de Jayhawks of de Band af. Commercieel succes bleef echter jammer genoeg uit en dus betekende het einde van de vorige eeuw meteen ook het einde van Loose Diamonds. Na zijn eerste plaat "Turbinado" (2003), met een veelheid aan knappe Americana liedjes en waarin de wat lijzige stem van Newcomb voortdurend een hoofdrol voor zich opeiste en kort na de release van de opwindende plaat van Austin’s superband The Resentments, "Switcheroo", vinden we hier ook, "Byzantine" van één van hun bandleden “Scrappy” Jud Newcomb. Met zijn rasperige hese vocalen en catchy gitaarlijntjes herkennen de liefhebbers deze man uit duizenden. "Byzantine" is een fraai album met mooie eenvoudige liedjes waarop Scrappy een keur aan vrienden zoals : Daren Hess (Silos, James McMurtry) op drums, Bruce Hughes (Poi Dog Pondering) op bas, Ron Flynt, Seela en Ian McLagan op B-3 en piano en tenslotte Kacy Crowley (backing vocals) heeft uitgenodigd. Prijsnummers: de rockende opener "Plain & Simple", een catchy Chuck Prophet-achtig liedje, het dreigende "Something Real (Getting Down)", de mooie rootsy pianoballade "I Think Of You" en het romantische liefdesliedje "Gwendolyn" waarop Jud Newcomb slechts begeleid word door strijkers. Eenvoud kan soms zo mooi zijn. Kortweg:"Byzantine" bevat een veelheid aan knappe Americana liedjes, waarin de stem van Newcomb voortdurend een hoofdrol voor zich opeist.

Het nieuwe album “Ride The High Country” van Newcomb is ook pas verschenen bij Blue Rose Records en een recensie hiervan mag u ook de volgende dagen verwachten!

Adam Carroll & 'Scrappy' Jud Newcomb
Live in Nederland

vrijdag 30 januari - In The Woods, Lage Vuursche
om 20:30 uur
zondag 01 februari - Café Lanting, Meedhuizen
om 14:00 uur
maandag 02 februari - Baantjer Museum, Amsterdam
om 20:30 uur
dinsdag 03 februari - Q-Bus, Leiden
woensdag 04 februari - Burgerweeshuis, Deventer
om 21:30 uur
donderdag 05 februari - OBA Live, Amsterdam
om 19:00 uur
vrijdag 06 februari - Huis Verloren, Hoorn
om 20:45 uur
zaterdag 07 februari - C.P. Roepaen, Ottersum
om 20:30 uur, met Rob Lutes
zondag 08 februari - Patronaat, Haarlem
om 21:30 uur