ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

ROGER DEAN YOUNG & THE TIN CUP - THRESHOLD

WARREN HOOD - WARREN HOOD

WSNB - OKTIBBEHA COUNTY

MATT CHARLES - JAVA TSUNAMI

BARRY CHARLES - SOMETHING GOIN’ ON OUT THERE …

DANNY O'KEEFE - IN TIME

TONY FEATHERS - EVERYBODY LOVES THEIR LIVE

LEEROY STAGGER & THE SINKING HEARTS - DEPRESSION RIVER

AARON LEE TASJAN - HARD LOVE & FREE LUCK

RACHEL HARRINGTON - CITY OF REFUGE

 


 

 

 

ROGER DEAN YOUNG & THE TIN CUP
THRESHOLD
Website Myspace Contact
Label : Copperspine Records

 

Over een periode van vijf jaar is de Canadese performer Roger Dean Young er in geslaagd om zich een stevige reputatie uit te bouwen als getalenteerde songwriter en performer tijdens live optredens over de hele wereld. Onze eerste kennismaking met zijn kwaliteiten dateert uit 2006 toen zijn vorige album “Casa” onze redactie bereikte. Met zijn schitterend uitgebalanceerde begeleidingsgroep ‘The Tin Cup’ grijpt hij ons van bij de eerste song op zijn nieuwe en vierde full-cd “Threshold” naar de keel: “Keremeos” is de eerste in een rij van songklassiekers waarbij de hese en luie stem van Roger Dean Young ons regelmatig doet denken aan die van Brian Tischleder, de zanger van de Amerikaanse duogroep ‘James Curry’ uit Minneapolis. De hese, fluisterende en bedeesd klinkende stem is zo iel en subtiel dat je er als luisteraar heel stil bij wordt. Muzikaal zijn er ook meerdere parallellen te ontdekken met andere muzikanten. De drumvellen van het drumstel dat door Cary Pratt voornamelijk met de borstelstokken beroerd wordt zijn maar lichtjes aangespannen en klinken in heel wat nummers als het slagwerk van John Convertino van ‘Calexico’. Luister maar eens naar songs als “Juliana Park”, “Two-Step”, “Black Water” en “Daniel” en je zal kunnen bevestigen wat we hier proberen te stellen. Een ander vergelijkingspunt met ‘Calexico’ is het gebruik van trompetten, orgel en accordeon. Maar het zou onrechtvaardig zijn t.o.v. deze muzikanten om hen als een goedkope covergroep voor te stellen. Daarom zijn de 12 zelfgeschreven songs plus de prachtige coverversie van Neil Young’s “Words (Between The Lines Of Age)” op deze schitterende cd van een veel te hoge kwaliteit. Met unieke verhalen over diverse levenservaringen opgedaan tijdens het vele rondreizen en vermengd met puntgave observaties over wat er in deze gekke wereld allemaal gebeurt is “Threshold” een pareltje van een cd om zachtjes gekoesterd te worden en met voldoende aandacht beluisterd te worden. Bijvoorbeeld in een duistere bar met een troostende whisky voor je op de toog. Want er zitten ernstige boodschappen in de teksten en de fijne muziek die je kan horen tijdens het beluisteren van die woorden maakt deze ervaring alleen maar aangenamer. Wat Roger Dean Young & The Tin Cup op dit album laten horen is zeer professioneel vakmanschap van een artiest die zijn oprechte poëtische teksten boetseert rond een prachtig muzikaal beeld. Het impressionistische gitaarspel van Chris Rippin is haast niet van deze wereld, zo minimalistisch maar o zo mooi. Als luisteraar krijg je regelmatig het gevoel dat je je ergens in één of ander verlaten Mexicaanse stadje bevindt waar een halfdronken gringo mompelend probeert om je zijn levensverhaal te vertellen. “Threshold” is een heel sterke plaat die een veel breder publiek verdient dan enkel wat die-hard rootsmuziekfans. Songs als “Keremeos”, “Hummingbird”, “Two-Step”, “Threshold”, “Words” en “Sunday Evening Coming Down” zouden verplichte dagelijkse kost moeten zijn op elk zichzelf ook maar iets respecterende radiostation.
(valsam)



 

 

 

WARREN HOOD
Website
CD-Baby
Label : Good Dinner Music

 

Strijkinstrumenten. Dat is de specialiteit van de Texaanse singer-songwriter en violist Warren Hood. Hij was amper 11 jaar oud toen hij voor het eerst met de viool aan de slag ging en aan een lange klassieke vioolopleiding begon. Op zijn titelloze debuutalbum brengt deze pas 25 jaar jonge muzikant twaalf nummers die variëren van klassiek georiënteerd tot moderne popsongs met subtiele invloeden uit de country, jazz en blues. In Austin, Texas speelt Warren Hood regelmatig mee met een klassiek symphonieorkest maar zijn hart gaat duidelijk ook uit naar de wat meer commerciële muziek waar hij zich wat losser kan in uitwerken. Daartoe speelt hij ook met een groepje dat zich “The Waybacks” noemt, ook het lokale groepje Warren Hood And The Hoodlums bezorgt hem een leuke tijd en daarenboven heeft hij nu ook nog besloten om een soloplaat uit te brengen waar hij in alle stilte gedurende twee jaar aan gewerkt heeft. In de song “Arizona Bay” krijgen we al een countrygetint liedje aangeboden. Daarna komen jazz en bluegrass aan bod in het swingende “When You are Near”. Met de countrysong “Every Road I Pass” covert hij als eerbetoon een nummer dat enkele decennia geleden door zijn recent overleden vader Champ Hood werd geschreven en opgenomen. In “World Revolves” en in “Savannah” zingt Warren Hood als een volleerde crooner en benadert hij de zangstijl van een Frank Sinatra, Dean Martin of Ray Charles. Old time sixties-swing met klarinet en saxofoon krijgen we op een schoteltje aangeboden in de song “If I Don’t Stop Cry’n”. Dit muzikale talent is van vele markten thuis, getuige daarvan ook zijn schitterende prestaties in songs als “Going To New Orleans” - origineel een nummer van Walter Hyatt - en in de jazzy nummers “I Will Never” en “Betty”. “Carolina” is daarentegen een rasechte bluegrass-countryfolk fiddle + banjosong. Zijn uitgebreide instrumentenbeheersing laat Warren Hood ten overvloede horen in de instrumentale, zigeunerachtige en swingende Balkansong “Black Cat”. De meest commerciële song op deze cd is volgens ons “Stick Around” met een heerlijk stukje Hammondorgel, elektrische gitaar en een hartverscheurend mooie saxofoonsolo. Dit album is prachtige laid backmuziek met een sixties-touch en vooral heel veel ziel.
(valsam)


 

 

 

WSNB
OKTIBBEHA COUNTY
Website Myspace CDBaby

 

De prijs voor de grappigste en treffendste groepsnaam gaat naar WSNB, afkorting van ‘We Sing Nasty Blues’. Dit blueskwartet zingt inderdaad blues van het gemene en rebelse soort en de bluesharp van leadzanger Willie Shane Johnston klinkt al even morsig. Willie’s stem grauwt en grolt en de gitaren van Nate Brown scheuren en schreeuwen. De teksten verwijzen naar verdoemenis, kreten om hulp, de dag des oordeels, voodoo en waanzin, rotzooi en de rat race. Desondanks blijft ‘Oktibbeha County’ een briljant bluesalbum diepgeworteld in de moerassige blues. De blues van dit groepje ongeregeld, dat duivels goed weet wat het wil, slaat wonderwel aan en de bijwijlen Mississippi sound sluit aan bij de strijdlustige thema’s. Het titelnummer verwijst naar de oprichting van Oktibbeha County in 1833 in de staat Mississippi, waar de Chickasaw en de Choctaw Naties destijds een bloedige strijd uitvochten. De formatie WSNB dateert echter van 2006, toen de groepsleden uit Noord-Carolina zich voornamen om nieuw vuur te blazen in oude blues maar dan op hun manier. De combinatie oud/nieuw met rock’n’roll, swamp/boogie en Deltablues bleek succesvol. Alle vier leden kunnen zich trouwens op jarenlange ervaring beroemen, stonden op festivals of deelden het podium met o.m. ZZ Top, Tab Benoit, The Allman Brothers Band en met bluesicoon B.B.King. In de elf nummers op dit tweede album wordt alles bevestigd wat zich al in hun eerste ‘Jomo Swamp Root Boogie’ aankondigde: solide rockblues waar een wervelende Mississippi wind doorheen waait. WSNB schreef praktisch alle songs, met uitzondering van ‘Phonecall From Leavenworth’ van Chris Whitley en de traditional ‘Break My Chain’ dat zij een vuil kleedje aantrokken. De ruwe songs herinneren soms Alvin Youngblood Hart of aan de drive van de Paul Butterfield Band. Vooral in ‘Jezebel’ met slidegitaar en in ‘These Blues’, met een Canned Heat ritme en vervormde harmonicadreiging, ontrollen zich filmische beelden van duivelinnen erop gebrand om je te beheksen of zondaars die dreigen te verzuipen in eigen nietigheid. En de ritmesectie van Jason & Clay kruipt onder en tussen de songs als een zwavelachtige onderstroom. Met hun gruizige blues bewijst WSNB dat de geest van Howlin’ Wolf nog altijd werkzaam is, maar dan in de ‘nasty’ versie, hun blues ‘more like a bee’.
Marcie


 

 

 

MATT CHARLES
JAVA TSUNAMI
Website Contact
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Door omstandigheden is deze cd wel erg lang op mijn bureau blijven liggen en heeft Matt Charles wel wat geduld moeten oefenen om onze bevindingen te lezen. Misschien verwacht hij nu al helemaal geen bespreking meer van zijn werk, maar daar gaan we wat aan doen, ook al is het druk hier bij Rootstime en worden de wachttijden wat langer. Matt Charles komt uit het verre Tasmanië, helemaal aan het andere einde van deze planeet. Omdat daar echter zoveel wilde natuur en zo weinig "bewoonde" wereld is, en dus ook een uiterst klein publiek voor zijn muziek, is hij zoals veel muzikanten uit Australië en Nieuw Zeeland verhuisd. Naar erg dichtbij zelfs, Hamburg in Duitsland is nu zijn uitvalsbasis. Eerst en vooral moet ik zeggen dat dit een zeer sterk debuut geworden is, een stevige singer-songwriter, roots-rock plaat, vol eerlijke, krachtige songs. Deze groep rockt als de besten, het zijn vrienden sinds jaren en het speelplezier straalt van de opnames af. Een song als "Sacred Heart" wordt daardoor een song die de spanning opbouwt en schittert als een klein juweel. Een song die bij elke beluistering naar je toe groeit. "I Will Not Break You" drijft op een hypnotiserende beat, terwijl "Ashes" langzaam zijn donkere aard onthult als de melodie zich langzaam rond de tekst wentelt. "Don't Kiss Me" is al even intrigerend, hier is een sterke songschrijver aan het werk. Bijgestaan door de pure kracht van zijn band en vooral door gitarist Andrew Gatenby, die een extra troef is op deze echt sterke plaat. Je merkt als je deze plaat aandachtig beluisterd, dat Matt een echte "songsmid" is, die elk woord wikt en weegt en pas samenvoegt als het puzzelstukje past, of beter gezegd, als het kleurtje ervan de mozaïek mooi aanvult. Muziek en tekst staan hierdoor mekaar nooit in de weg, wat het geheel een bijna perfectie geeft. "Rainfall" komt dicht in de buurt van het vroege Springsteen werk.Tijdloze, universele onderwerpen vormen de rode draad en folk en blues invloeden verweven zich nauwelijks merkbaar met zijn stevige, rockgetinte sound. Het mag duidelijk zijn dat we meer dan tevreden zijn met deze eerste van Matt Charles. Een plaat vol licht en schaduw, hoop en waarheid, soms donker, soms verblindend enthousiast Voor hij verhuisde naar Hamburg woonde hij in Hobart en Fremantle, ook grote havens, want daar voelt hij zich thuis.....Next stop Antwerp? Een pracht van een havenstad, Matt! Naar het schijnt werkt hij reeds volop aan zijn opvolger: "Cosa Nostra". We zijn erg benieuwd, en een ding is zeker: die zullen we niet meer zolang laten rusten, da's beloofd!
(RON)


 

 

 

BARRY CHARLES
SOMETHING GOIN’ ON OUT THERE …
Website Contact CD-Baby

 

Met zijn wat hese stem slaagt de Australische singer-songwriter Barry Charles er op zijn recentste cd “Something Goin’ On Out There…” moeiteloos in om de luisteraar bij het door een grijs wordend tapijtje bedekte nekvel te grijpen. Zijn vrij unieke en gevarieerde zangstijl doet je bij elke song ook steeds opnieuw uitkijken naar wat weldra volgen zal. Deze cd werd in vier dagen opgenomen in de studio en bevat nauwelijks 8 liedjes waardoor het al afgelopen is na amper een half uurtje. Maar zegt het spreekwoord niet “mooie liedjes duren niet lang”. Producer Andy Cowan springt op enkele songs bij voor wat meer instrumentale steun. Debuutnummer “Shirley Sassy” is een hevige en hectische fiddle-song die tegen ijltempo wordt afgewerkt en de nodige humoristische kwinkslagen bevat. ‘Sassy’ betekent overigens ‘brutaal’, dus je weet al op voorhand dat de woorden niet altijd even vrouwvriendelijk zijn in dit nummer. “Cruisin’” is een laidback gezongen nummer dat bij mij alvast herinneringen oproept aan “Polk Salad Annie” van Tony Joe White. “Money Can’t Buy It” geeft een grappige opsomming van een aantal elementaire behoeften die je nergens kan kopen voor geld maar waar je vooral zelf moet voor zorgen. Voor de song “High Technology Blues” haalde Barry Charles zijn inspiratie bij de vele hoogtechnologische gadgets waar al te vaak een onleesbare of onbegrijpelijke handleiding steekt om het ding aan de praat te krijgen. De titelsong “Something Goin’ On Out There…” verhaalt over een gedroomde trip naar een virtuele stad. Daarna is het tijd geworden om zijn muzikale helden te eren in een aantal coversongs. Zo brengt hij eerst Willie Dixon’s bluestraditional “Little Red Rooster”, gevolgd door “Don’t Want To Know” van John Martyn om deze cd af te sluiten met de ballad “You’re the One” van Bobby King, één van de bekendste backing vocalisten bij o.a. Ry Cooder. Mijn bluesvrienden bij Rootstime zouden hier een toffe kluif aan gehad hebben maar zelf vond ik het minstens even leuk om ook eens een cd in dit genre te bespreken. “Something Goin’ On Out There…” was voor mij alvast een aangename kennismaking met deze muzikant uit Queensland en zijn liedjes.
(valsam)


 

 

 

DANNY O'KEEFE
IN TIME
Website Label: O'K records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

Tijd vliegt, ik herinner me nog hoe ik ooit helemaal weg was van de lp's "American Roulette" en het (vroege) milieubewuste conceptalbum "Global Blues" van Danny O'Keefe en ze beiden koesterde vanwege het luisterplezier dat ze me bezorgden.. Bij nader toezicht blijken deze meesterwerkjes ondertussen meer dan dertig jaar geleden gekocht te zijn. Dat betekent dat zowel Danny als ikzelf al aardig wat jaartjes op de teller beginnen te krijgen. Inderdaad , de Danny O'keefe die je op de hoes van "In Time", zijn nieuwe cd aankijkt, is ook lichtjes grijzend aan de slapen, maar op muzikaal gebied hij hij nog steeds diezelfde kracht en frisheid van vroeger. Zijn aparte stem is zo goed als onveranderd gebleven. Danny O'Keefe mocht vele groten als zijn vriend noemen en velen onder hen namen zijn song op schreven samen met hem songs, zoals Jackson Brown, Bonnie Raitt, David Lindley , Springsteen, en Jesse Colin Young, om er slechts een paar te noemen. Met de muziek van deze laatste zijn er ook veel overeenkomsten. Deze "In Time" nam bijna drie jaar in beslag eer hij volledig klaar was en de opnames ervan begonnen net op het moment dat Katrina toesloeg. Gelukkig waren de opnamessessies niet in New Orleans, maar in Nashville. Zoals al zijn werk is ook deze laatst verschenen release weer een "groeiplaat" geworden, muziek vol eenvoud over de dagelijkse dingen van het leven en de wereld, maar die diep gaan en van een poëtisch gehalte zijn zoals je ze zelden nog vindt, en die bij iedere beluistering aan kracht winnen. Mick Conley deed de productie en dat werd een uiterst sobere: geen overtollilge instrumentatie, alle aandacht gaat naar die heerlijke vertellende stem van O'Keefe, de begeleiders weven er enkel een subtiele sfeer rond, die het wat dromerige karakter van de plaat versterken. Een cd waarover we niet langer hoeven te praten, luisteren (en vervolgens kopen) is de boodschap.
(RON)


 

 

 

TONY FEATHERS
EVERYBODY LOVES THEIR LIVE
Website Myspace

Label: Tony Joe Feathers BMI

 

Tony Feathers is geboren in een eenvoudig boerengezin in het oosten van Tennessee, waar hij kennis maakte met het leven op het platteland en de wonderen van de natuur. Zijn eerste muzikale ervaringen deed hij op door Hank Williams te beluisteren op een krakende radio en het horen van de gezangen in de plaatselijke kerk. Zoals vele arme boeren in de jaren zestig besloot ook Tony’s vader zijn geluk op een betere toekomst te beproeven in de nabijheid van een grote, welvarende stad. De familie Feathers verhuisde naar een klein stadje ten zuiden van Los Angeles. Voor Tony was het juist of hij op een andere planeet belandde met vreemd pratende mensen, zonnige stranden en de muziek van The Everly Brothers op de achtergrond. Zijn grootvader leerde hem als jonge knaap enkele akkoorden op de ukelele, die hij al snel omruilde voor een gitaar. Na een echtscheiding hertrouwde zijn moeder in Hawaï. Dit opende een hele nieuwe wereld voor Tony en wekte zijn interesse op voor de mooie verscheidenheid van mensen en culturen. Hij begon als backpacker rond te trekken in Hawaï, Canada en Amerika, wat hem nog meer in zijn overtuiging steunde over de waarde van de diverse rijkdommen van onze planeet. Op een dag belandde hij terug op de akkers van zijn grootouders en het was liefde op het eerste zicht, zodat hij besloot er grond te kopen om er zich te vestigen. Al deze ervaringen hebben van Tony Feathers een gevoelig man gemaakt met veel levenswijsheid. In zijn nieuwe album “Everybody Loves Their Live” bikt Tony terug op zijn leven als in een dagboek, getuigend over zijn persoonlijke ervaringen en er niet voor terugdeinzend om zijn diepste zielenroerselen bloot te geven. Deze plaat is een verzameling van oud en nieuw werk, dat met de voorkennis van ’s mans levensloop een heel andere invalshoek krijgt. Wat heel duidelijk naar voor komt in dit album is dat Feathers zich een gelukkig en tevreden man voelt. Hij heeft ook zijn moeilijke momenten gekend en steekt dit niet onder stoelen of banken, maar bundelt dit in een perfecte blues “Dog Eat The Blues”, die zeer filmisch een depressieve man omschrijft. De realistische benadering en mooie metaforen maken van Tony Feathers een origineel uit de hoek komende storyteller, in de categorie van een Guy Clarck. Gans de plaat straalt rust uit en is zeer filosofisch van aanpak. In de vrolijke en grappige fingerpicker “Old Black Crow” illustreert hij gepast zijn totale verzoening met zijn huidig bestaan. “Sacred Tea” zou mooi in het werk van Mark Knopfler passen en benadrukt hoezeer hij zijn thuisland Tennessee heeft gemist en hoe zijn terugkeer naar zijn roots hem heilig is. Ongezouten geeft hij zijn mening over de voor hem inhoudsloze, luxueuze moderne tijden in “Shade Of The Evening”, opgeluisterd met mooi mandolinespel van David Yates. Inhoudelijke opponent en afsluiter “Good Life” doet aan John Prine denken en bewijst met een simpele gitaartokkel dat het dikwijls de kleine dingen zijn die ons het diepst raken. Tony heeft zich niet alleen verzoent met zichzelf, hij probeert ook als een ware predikant een boodschap uit te dragen van zorgzaamheid en liefde voor zijn medemens zoals in “Sympathy” of ons de zin van het martelaarschap te doen begrijpen in “Genghis Khan And Gunga Din”. De titeltrack en tekstueel repetitieve “Everybody Loves Their Live “, grift ons op een rustige reggaebeat deze levenswijsheid als een mantra in ons geheugen. Het diepst gaat hij, op de tonen van een slepende slidegitaar,in zijn eigen ziel delven in “’Journey Toward My Soul”, waar hij een verwoede poging doet om zijn eigen visie op de betekenis van ons bestaan te motiveren. Tony Feathers is een interessant heerschap met een album dat zowel een licht werpt op zijn eigen leven als op zijn ideeëngoed. Voor zij die houden van een wat meer filosofische benadering en een goede verhaal, op een pittige fingerpicking-leest geschoeid, is dit album een absolute aanrader.
Blowfish


 

 

LEEROY STAGGER & THE SINKING HEARTS
DEPRESSION RIVER
Myspace Label

 

Als derde zanger in het trio en op rondreis met Tim Easton en Evan Phillips, -om onder de naam ESP het gezamenlijk album ‘One For The Ditch’ voor te stellen-, viel me tijdens dat Brusselse cluboptreden de mij nog onbekende ‘Leeroy Stagger’ op, die met zijn ‘Stormy’ en ‘Red Bandana’ me onverbiddelijk wist in te palmen. Dan rest je alleen nog om een zoektocht te beginnen naar diens vier albums, EP niet meegerekend. Zijn laatste ‘Depression River’ dateert inmiddels al van 2006. ‘Red Bandana’ staat er niet op, maar wel het mooie ‘Carol’ dat hij als een ballade zong. Songwriter Leeroy, afkomstig uit Brits Columbia, Canada, begon tien jaar geleden te zingen en gitaar te spelen, aanvankelijk in verscheidene rockgroepjes. Langs de omweg van punk en rock ging hij later met zijn band ‘The Sinking Hearts’ de richting uit van americana en countryrock, meer het genre Steve Earle. Ook op deze ‘Depression River’, zijn vierde full-Cd, lanceert zijn zeskoppige band zich met hart en ziel. O.m. multi-instrumentalist John Ellis voegt rockambiance toe met pedalsteel, elektrische gitaar, banjo en mandoline, dezelfde die ook dit album producete. Maar ook de vijf anderen doen niet onder. De songteksten schreef Stagger zelf, waarin de tegenslagen in een mens leven de revue passeren met alle facetten van hoop, gebroken dromen, rebelse liefdes en levensmoeheid. Zijn intense soms wat lijzige zang schildert taferelen en gevoelsstemmingen met een poëtisch oog voor detail. Dan doet hij aan Neal Casal denken. Want al zijn de meeste songs behoorlijk wild, toch zitten er ingetogen pareltjes tussen. In het nostalgische ‘Best Mistake’ en het verhalende ‘Saskatoon’ profileert zich meer de dichterlijke troubadour. Mandoline en gitaar begeleiden dan fijntjes en ingehouden. Vooral het hartverscheurende ‘Satellite’ met inventieve instrumentale inbedding raakt het gemoed. Dit wordt dan weer gevolgd door het felle ‘Tired Of Being High’, experimenteel en explosief. Natuurtalent Leeroy houdt immers van afwisseling. De songschrijver begon zijn publieke zangcarrière toen iemand hem tijdens een Hootenanny een gitaar in zijn hand duwde. Geprezen die vooruitziende Carolyn uit Victoria, want dank zij haar uitnodigende geste, overwon Stagger zijn podiumvrees en begon hij later te toeren door Canada, Amerika en Europa en konden vaste clubbezoekers hem Live meemaken. Nu ligt er een nieuw album in het verschiet. Hopelijk komt hij dat Live opnieuw in België promoten.
Marcie


 

 

 

AARON LEE TASJAN
HARD LOVE & FREE LUCK
Website Myspace Contact CD-Baby

 

Gedurende drie jaar is Aaron Lee Tasjan gitarist en backing vocalist bij de groep ‘Semi Precious Weapons’. Hij speelt ook bij een tweede groep die zich ‘The Madison Square Gardeners’ noemt. Daarnaast was hij ook nog even lid van de formatie ‘Swigtooth’. Eind 2006 ging hij in thuishaven Brooklyn, New York naar een privé-verjaardagsfeestje van de toenmalige vriendin van Kevn Kinney die met zijn Southern rockband ‘Drivin N Cryin’ furore maakte en aan de vooravond stond van een uitgebreide Europese tournee. Aaron Lee Tasjan en Kevn Kinney kwamen op die party al snel tot de bevinding dat ze muzikale bloedbroeders waren en Aaron Lee Tasjan werd gevraagd om mee te komen op die tournee en er het voorprogramma te verzorgen. Zo kwam hij tijdens die Europese rondreis in contact met andere grote namen in de muziekwereld waaronder Calexico, Iron And Wine, Tracy Bonham en Tim Easton. Helemaal niet slecht voor een toen nog maar 21-jarige beginnende muzikant. Zijn muzikale vrienden stimuleerden hem om hard te werken aan zijn unieke stemkleur en nummers te gaan schrijven voor een eerste soloplaat. Die full-cd is er nu in de vorm van “Hard Love & Free Luck” waarop tien songs terug te vinden zijn die Aaron Lee Tasjan zelf componeerde. Voor deze nummers haalde hij de mosterd in muziekgenres als alt-country en Americana. Namen van gelijkgezinden in de muziekbusiness zouden Ryan Adams, Jesse Malin en Ted Russell Kamp kunnen zijn. Qua songschrijversstijl zijn er ook vergelijkingspunten met Gram Parsons of John Hiatt die eveneens gekend zijn om hun op zichzelf staande, uitgesponnen verhaal per song. In de liedjesteksten zit ook steeds een behoorlijke portie ironie, humor, branie en zwartgalligheid verwerkt. Zoals gebruikelijk hebben we voor u weer een mooie selectie van favoriete nummers gemaakt uit de songlist van “Hard Love & Free Luck”. Aan te raden tracks zijn “Bedroom Door”, “Sweet Angel”, “Streets Of Galilee”, “Ohio My Dear”, “In My Hands”, “Hollywood Wives”, “Valentine” en het heerlijk zachtjes kabbelende en voortreffelijk gezongen nummer “Queen On the Midnight Train”. De overige songs dienen daarbij zeker niet doorgespoeld te worden want ze maken stuk voor stuk een waardig deel uit van dit album en deze typische songstijl. Volgens ons zullen we nog vaker van Aaron Lee Tasjan gaan horen nadat hij eerst zijn kunstjes live heeft komen tonen in Europa. Ryan Adams en Jesse Malin hebben hem in de voorbije jaren al voorgedaan hoe dat dient te gebeuren. Als zijn toekomst vergelijkbaar moge zijn met die van deze twee heren is zijn broodje allicht warm gebakken.
(valsam)


 

 

RACHEL HARRINGTON
CITY OF REFUGE
Website Myspace
Booking: Theo Looijmans
Label: SkinnyDennis Records
Distr.: Proper Music

 

Dit nieuwe album van Rachel Harrington is echt een juweeltje. Zij lijkt mij immers een artieste die tot grootse dingen voorbestemd is en ze heeft dan ook echt alles mee. Rachel ziet er niet alleen fantastisch uit, ze beschikt daarnaast ook over een bijzonder passionele stem, schrijft ijzersterke liedjes, zowel tekstueel als muzikaal gezien, en aan getalenteerde vrienden heeft ze bepaald geen gebrek. Als ik beweer dat "City Of Refuge" op z’n zachtst gezegd een regelrechte openbaring is, overdrijf ik echter geenszins. Er is dus al een EP "Halloween Leaves" (2004) van deze dame in omloop, en ook haar officiële debuut, "The Bootlegger's Daughter" (2007), maar met dit voornamelijk door Evan Brubaker (Holly Figueroa, Edie Carey) geproduceerde album schaart zij zich moeiteloos in het rijtje dames, welke dit jaar al geschitterd hebben.

Rachel Harrington groeide op in een klein dorpje, Eugene in Oregon. En zoals vele blues- en soulzangeressen leerden zingen in de kerk was dat ook zo bij Rachel. Buiten al de gospels waarmee ze in contact kwam, was er ook de verzameling Stax- en Motownplaten van haar vader, met het gevolg dat ze naast vele gospelgroepen ook fan was van Otis Redding en Sam Cooke. Wat later komt via haar tante die in Montana een paardenfokkerij runde haar interesse in country music, en waren voornamelijk Hank Williams en George Jones die grote indruk op haar maakten. Later vertrok ze met haar moeder naar Texas waardoor die country-invloed nog groter werd. Als alleenstaande moeder had ze aanvankelijk niet veel tijd om songs te schrijven, maar muziek maken bleef haar grote wens. Een wens die in vervulling ging, een vijftal jaartjes geleden, met het verschijnen van haar demo-cd. Al snel trad ze op in voorprogramma’s van haar voormalige helden (o.a. Guy Clark, Eliza Gilkyson, Be Good Tanyas, Jim Lauderdale, Shawn Colvin, Todd Snider, Lucy Kaplansky) en maakte in 2007 dat bloedmooie "The Bootleggers’s Daughter" -album. "City Of Refuge" is een bij momenten even beklemmende als intrigerende hybride van elementen uit folk, roots, bluegrass en country waarbij ze zich omringt door een stel zeer competente musici: Zak Borden (mandolin), Mike Grigoni (pedal steel, dobro), Jon Hamar (staande bas), Dayan Kai (clarinet), Tim O'Brien (viool, backing vocals) en de backing vocals van Holly O'Reilly en Pieta Brown. Zij hielpen deze plaat omtoveren tot ongemeen soulvolle melancholische Americana. Rootsmuziek met een folky inslag, zo laten de tien songs zich het best omschrijven. Naast de songs van eigen hand vinden we Bobbie Gentry's "Ode To Billy Joe", twee traditionals, "Old Time Religion / Working On A Building" en "I Don't Want To Get Adjusted To This World", het prachtige "Truman" in coöperatie gepend met trouwe bondgenoot Zak Borden, allemaal door haar zeer mooi gebracht, waarbij de rootsinstrumenten zorgen voor een country- en folksfeer en alles bijeen levert dat rustgevende muziek op. De songs zijn vaak ingetogen of maximaal midtempo, maar nimmer uitgelaten. Het geeft het geheel een bepaalde somberte, die past bij de titel van deze plaat. Het gaat te ver om alle songs, allemaal van niveau, te noemen. Songs die handelen over persoonlijke en mythische verhalen van het Amerikaanse Westen, liedjes rond verhalen die ze hoorde van prostituees gedurende de goudkoorts in Alaska, de norse Harry Truman van Mt. St. Helens en over de schrijver Raymond Carver. Niet direct de meest onderscheidende thema’s, maar Rachel maakt er wél degelijk ééntje van een uitzonderlijk niveau. Er staan gewoon geen slechte songs op "City Of Refuge", daarvoor weet Rachel Harrington veel te goed waar zij mee bezig is. De muziek valt misschien het beste te omschrijven als minimalistische en tijdloze luistercountry, ontdaan van alle denkbare pretenties en verhullingen. Haar stem is aantrekkelijk, een stem die je vanaf het eerste moment pakt en die prachtig op de voorgrond geplaatst is, waardoor de liedjes een kalmerende werking hebben. "The Bootlegger's Daughter" was één van de beste Americana-albums van vorig jaar. "City Of Refuge" straalt niet alleen het rustieke uit van de schilderij van de cover maar is zowel letterlijk als figuurlijk ook een echte droomplaat!

Rachel Harrington komt deze cd promoten in Belgie en Nederland. Ze wordt begeleid door Zak Borden op mandoline en gitaar.

donderdag 28 mei: Theater Lexor, Heerlen
vrijdag 29 mei: Toogenblik, Haren, Brussel (B)
zaterdag 30 mei: MC Frits Philips, Naked Song Festival, Eindhoven
zondag 31 mei: Lanting, Meedhuizen
dinsdag 2 juni: De Rode Pimpernel, Den Bosch