ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

BRANDON JENKINS - FASTER THAN A STONE

SILVER DARLING - YOUR GHOST FITS MY SKIN

ALBERT LEE - SPEECHLESS - GAGGED BUT NOT BOUND

NICKEL EYE - THE TIME OF THE ASSASSINS

GUY KING - LIVIN' IT

MICHAEL RAULT - CRASH ! BOOM ! BANG !

THE PEDALJETS - THE PEDALJETS

DARE DUKES - PRETTIEST TRANSMITTER OF ALL

ED PETTERSEN - THE NEW PUNK BLUES OF ED PETTERSEN

JIMMY THACKERY - WE GOT IT

 


 

 

BRANDON JENKINS
FASTER THAN A STONE
Website Contact
Label:Smith Entertainment
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Deze man uit Oklahoma heeft al onmiddellijk mijn aandacht zo gauw ik een paar minuten van zijn nieuwe cd gehoord heb. Zijn muziek heeft precies de nodige ingrediënten, gemixt in de juiste verhoudingen. Prima songs, allemaal eigen werk, wat country, rock, blues, knappe stem, uitstekend gitaarwerk. Wat wil je nog meer? Hij is dan ook niet aan zijn proefstuk toe, meer dan tien jaar lang verfijnde hij zijn sound in clubs en bars in de "Red Dirt" scène rondom Oklahoma.en hij is bij deze al aan zijn achtste release toe. Tegenwoordig woont hij echter in Texas, in Austin, bijna vanzelfsprekend. Hij vormde daar een sterke band rondom zich, bestaande uit Tony Valdez op bas en Jess Frost als drummer. Extra veel aandacht ging in de meeste nummers naar de backing vocals met de bekende Stoney LaRue, Tavis Fite en Jesse Fritz. Met zijn sterke stem brengt hij Americana met sterke rock en blues invloeden waarbij de gitaar een hoofdingrediënt is. Dat dit zijn vruchten afgeworpen heeft merken we aan zijn 6 noteringen op de Texas Music Chart. Met de release van deze nieuwe "Faster than A Stone" zullen er daar wel enkele bijkomen. Van mij mogen ze er al dadelijk het bluesy "Help Me Jesus" noteren, ZZ Top op kousenvoeten, net als "Big Mama's Kitchen", al lijkt voor Texas het rustige countrygetinte "Got To Be" waarmee deze cd afsluit mij het meest kans te maken. "Damn Your Eyes" en "Probably Die Alone" zijn echter ook sterke tracks of laat het ons maar rustig toegeven, deze cd staat er vol mee. Tien sterke songs op een rij. Austin heeft er weer een sterke troef bij, ééntje om terdege rekening mee te houden.
(RON)


 

 

SILVER DARLING
YOUR GHOST FITS MY SKIN
Website Myspace Contact
Label : Crossbill Records
Info : Devious Planet Contact
CD-Baby

 

‘Silver Darling’ is de liefelijk aandoende groepsnaam voor een trio muzikanten uit het Amerikaanse Sacramento. De band bestaat uit zanger-gitarist Kevin Lee Florence, gitarist Joshua Ahlansberg en bassist Jesse Phillips. Alle drie komen ze uit een muzikaal nest maar dan wel met sterk uit elkaar liggende muzikale roots. Eerder dit jaar verscheen er al een ep-tje van deze band, getiteld “Wrap Around My Heart” naar een zin uit de tekst van de titeltrack van hun nieuwste cd “Your Ghost Fits My Skin”. Muzikaal sluiten ‘Silver Darling’ soms aan bij de wilde en hectische muziek van Nick Cave (zoals in “Holy Oak, Muddy Banks”), maar op andere momenten eerder bij de sound van Okkervil River, Uncle Tupelo of Damien Jurado. Voorbeelden hiervan zijn “Rosewood Country Face”, “Living for Breath” en “Leave My Body Like A Stone”. Jammer dat we toch even moeten wijze op de eerder beperkte vocale kwaliteiten van zanger Kevin Lee Florence, hoewel die specifieke snik in de stem en de emotionele waanzin die hij soms uitschreeuwt de kwaliteit van de songs af en toe ook wel eens ten goede komt. De nummers van ‘Silver Darling’ balanceren bijna voortdurend op het randje van de commerciële muziek tot er plots een wending aan het nummer gegeven wordt door een experimentele klank of zang. Een nummer als “Roof And The Seed” kan je daar misschien het best als voorbeeld van weerhouden. Inhoudelijk zijn de teksten regelmatig eerder donker te noemen maar hun passionele en intensieve nummers zorgen toch steeds voor wat licht en hoop aan het einde van de tunnel. De meest optimistische en ook swingendste song is “Death: Has No Victory” maar dat positivisme wordt al snel weer teniet gedaan door de volgende song; het intrieste “Death: You Have To Believe” waarin wij een snuifje invloeden van de Scandinavische groepen ‘Midnight Choir’ of ‘Madrugada’ menen te kunnen herkennen. Hetzelfde herkenningsgevoel overkomt ons opnieuw bij de songs “My Hidden Wife” en “Mournful Love”. “Your Ghost Fits My Skin” is over het algemeen geen gemakkelijk te beluisteren plaat en vraagt wat doorzettingsvermogen van de luisteraar, maar wie dat kan opbrengen hoort toch dat hier een vrij professionele ‘piece-of-art’ geproduceerd werd door de drie heren van ‘Silver Darling’.
(valsam)


 

 

ALBERT LEE
SPEECHLESS - GAGGED BUT NOT BOUND
Website Myspace
Label: Raven Distr.: Proper Music
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

Albert Lee, 's werelds snelste guitarpicker en grammy-award winnende gitaarvirtuoos, behoeft feitelijk geen introductie bij countrymuziek en rockfans. Hij bouwde zijn reputatie als een van ‘s werelds topgitaristen op als begeleider voor grootheden, van Emmylou Harris tot The Everly Brothers, Dolly Parton en Eric Clapton. Deze gitarist werd in 1943 geboren in Leominster en vanaf zijn zevende kreeg hij reeds pianoles. Op zijn zestiende verruilde hij dit toetseninstrument voor de gitaar. In 1964 trad Lee toe tot de Thunderbirds, de begeleidingsband van Chris Farlowe. In 1968 viel het doek voor de Thunderbirds. Daarna speelde hij onder andere in Country Fever en Heads, Hands and Feet. In 1973 trad Lee toe tot de Crickets, waarin onder meer Rick Grech speelde. Een jaar later was hij actief als sessiemuzikant in de Verenigde Staten van Amerika. Vanaf 1974 is Lee voornamelijk studiomuzikant en begeleider van belangrijke sterren. Albert Lee bouwde een stevige reputatie op als begeleider, want naast de reeds vermelde artiesten, speelde hij ookbij Joan Armatrading, Jackson Browne, Joe Cocker, Dave Edmunds, en vele andere artiesten. Lee past zich kennelijk gemakkelijk aan en behoort tot de weinige Engelse gitaristen met belangstelling voor country en country-rock. In november 2002, op Clapton's verzoek, verschijnt Lee op het Memorial Concert for George Harrison in Londen's Albert Hall. En hij stond naast Sheryl Crow, Vince Gill en Eric Clapton op Eric's Crossroads Festival in 2007. Ook leverde hij een bijdrage op de genomineerde CD "The Road To Escondido" van Eric Clapton en JJ Cale. Hij is één van Bill Wyman's Rhythm Kings, en completeerde de band bij het Led Zeppelin Reunion Concert. Niet alleen Lee, maar ook zijn begeleidingsband Hogan's Heroes hoort tot de crème de la crème van de Britse muziekscène. Zijn begeleidingsmuzikanten speelden individueel samen met Emmylou Harris, Charles Aznavour, The Three Degrees, George Harrison, Matchbox en Lonnie Donegan om maar enkele namen te noemen. Albert Lee heeft dus zijn sporen als gitarist in de rock- en countrywereld al ruimschoots verdiend, en tegenwoordig maakt hij alleen nog maar muziek voor zijn eigen plezier. Dat doet hij onder meer in de hobbyband van Bill Wyman, The Rhythm Kings, waarmee hij op het laatste van deze maand en begin februari in Nederland op tour komt. Raven presenteert twee essentiële solo albums op een cd, voor het eerst - "Speechless" (1987) en "Gagged But Not Bound" (1988). Deze twee uitstekende albums leggen de nadruk op zijn minder bekende solocarrière. "Speechless" combineert zelf geschreven nummers als "T-Bird To Vegas", "Bullish Boogie" en "Seventeenth Summer" met covers van Duane Eddy’s "Cannonball" en de traditionele "Arkansas Traveller". Het is een zeer mooi geluid met Lee op akoestische en elektrische gitaar, mandoline en piano. Op het album "Gagged But Not Bound", staan meer country / rockabilly covers van Chet Atkins’ "Country Gentleman", "Walkin’ After Midnight", "Tiger Rag", "Forty Miles of Bad Road" en meer traditionele muziek als "Flowers from Edinburgh" en "Midnight Special". Bij de covers op deze platen laat Lee horen dat iedere song ook bij een totaal andere behandeling recht overeind blijft staan. Bovendien laat hij zien dat hij liedjes op onmiskenbare wijze naar zijn hand kan zetten, waardoor het alles bij elkaar toch voor iedere gitaarfreak of gewoon liefhebber van country/blues/rock n roll, platen zijn die je niet mag missen! Door de uitstekende audio kwaliteit zijn deze dynamische en ludieke opnames van essentieel belang voor deze muziek liefhebbers. Kortweg: Zijn virtuoze gitaarbehandeling maakt Albert Lee tot een gitaaricoon en voor velen staat hij te boek als een van de snelste gitaristen ter wereld. Feel-good music in optima forma.

TRACKS
Speechless (1987)
01. T-BIRD TO VEGAS
02. BULLISH BOOGIE
03. SEVENTEENTH SUMMER
04. SALT CREEK
05. ARKANSAS TRAVELLER
06. CANNONBALL
07. ROMANY RYE
08. ERIN
Gagged But Not Bound (1988)
09. FLOWERS OF EDINBURGH
10. DON’T LET GO
11. MIDNIGHT SPECIAL
12. TIGER RAG
13. FORTY MILES OF BAD ROAD
14. FUN RANCH BOOGIE
15. WALKIN’ AFTER MIDNIGHT
16. SCHÖN ROSMARIN
17. COUNTRY GENTLEMAN
18. MONTE NIDO
19. OKLAHOMA STROKE

 

 

ALBERT LEE met zijn eigen band Hogan’s Heroes en Bill Wyman’s Rhythm Kings in Nederland

Jan 20 2009 8:00P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ Rabo Theatre Hengelo
Jan 23 2009 8:15P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ Theatre De Spiegel, Zwolle
Jan 24 2009 8:15P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ Theater de Koornbeurs, Franeker
Jan 25 2009 8:00P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ Gigant Theater, Apeldoorn
Jan 27 2009 8:00P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ STADSSCHOUBURG ,Middelburg
Jan 28 2009 8:00P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ Frits Philips, Eindhoven
Jan 29 2009 8:00P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ Parkstad Limburg Theaters, Heerlen
Jan 30 2009 8:30P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ De Oosterpoort, Groningen
Feb 1 2009 2:00P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ Philharmonie Haarlem
Feb 2 2009 8:15P BILL WYMAN & THE RHYTHM KINGS W/ALBERT LEE @ Schouwburg Hoorn
Mar 15 2009 8:00P Albert Lee & Hogan’s Heroes @ de Tiendschuur Kasteelborderij, Horst

 


 

 

NICKEL EYE
THE TIME OF THE ASSASSINS
Website Myspace Contact

Label : Rykodisc / Rough Trade

 

Nickel Eye is het soloproject van Nikolai Fraiture, de bassist van de New Yorkse formatie The Strokes. Toen de groep besloot om het wat rustiger aan te gaan doen voor een tijdje - het werd finaal zowat vier jaar en een nieuwe cd volgt in februari - dook Nikolai Fraiture in zijn archieven en vond er een reeks teksten en gedichten die hij schreef toen hij als 19-jarige op avontuur trok naar New York. Die teksten probeerde hij één voor één op muziek te zetten. Er werden met de hulp van de Engelse groep South demo-opnamen opgemaakt waar na wat slijp- en vijlwerk de 11 liedjes uit voortvloeiden die nu op dit solo-debuutalbum “The Time Of The Assassins” werden vereeuwigd. Nick Zinner van de formatie The Yeah Yeah Yeahs (gitaar op “This Is The End”) en zangeres Regina Spektor kwamen even ter hulp in de studio en Nikolai Fraiture tekende zelf voor het producerswerk van dit album, dat officieel pas eind januari in de platenzaken zal opduiken. Als muzikale inspiratiebronnen haalt hij zijn idolen Neil Young, The Kinks, Frank Black en Leonard Cohen aan. Niet dat je dit meteen kan herkennen in de liedjes op deze cd, behalve dan voor de coverversie van de Leonard Cohen-song “Hey, That’s No Way To Say Goodbye” waarmee het album op een waardige wijze wordt afgesloten. Nickel Eye houdt het geheel muzikaal onder controle door de songs met vrij weinig instrumenten te ondersteunen. Zo wordt “Back From Exile” haast uitsluitend op gitaar (akoestische en elektrische, weliswaar) begeleid. Anderzijds zingt Nikolai Fraiture vrij monotoon - zelfs wat apatisch en zeurderig - op het nummer “Fountain Avenue” en doet hij eigenlijk geen moeite om te proberen te verbergen dat hij geen al te getalenteerde zanger is. De keuze om deze plaat waar mogelijk zo akoestisch en lo-fi mogelijk te houden is misschien ook niet de beste geweest want de verveling loert om de hoek als je zowat halverwege het album bent gekomen met de beluistering. De veel sterkere stem van Strokes-zanger Albert Hammond Jr. had deze songs misschien van de gewenste facelift kunnen voorzien. De op gitaarriffs gebouwde uptempo rocksong “Dying Star” komt daardoor net op tijd om de aandacht bij de luisteraar weer wat op te krikken. In “Another Sunny Afternoon” liggen de vergelijkingen met Ray Davies en The Kinks zo voor het rapen. De tenorstem van Nikolai Fraiture blijkt uiteindelijk toch wat te beperkt te zijn en kan ons alleen nog even overtuigen in de songs “Brandy Of The Damned”, “Where The Cold Wind Blows” (met een mooi piano-intermezzo dat gespeeld wordt door Regina Spektor) en de verdienstelijke versie van “Hey, That’s No Way To Say Goodbye”. Laat ons besluiten dat we met veel hoop zitten te wachten op de nieuwste worp van The Strokes en dat we intussen dit album als een mooi tussendoortje van de bassist van die groep zullen catalogeren.
(valsam)


 

 

 

GUY KING
LIVIN' IT
Website Contact
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Deze jonge bluesartiest uit Chicago kent men daar als één van de veelbelovende, opkomende nieuwe gitaristen van het club circuit. Hij begon zijn carrière in Memphis en New Orleans, maar voelde de lokroep van de Chicagoblues en wou zich daar dan ook vestigen. Hij begon samen te werken met Aaron Burton en Little Mac Simmons, twee leden van Albert Collins vroegere band, The Icebreakers. Wat later ontmoette hij Willie Kent & The Gents. Deze bekende bassist werd wat later zijn rechterhand en liet King de frontman worden. Hun "Coming Alive" album werd ook door Guy geproduced. Toen wat later Willie Kent stierf bleef de groep zo verder toeren onder King's naam. De meest dynamische blues gitarist van Chicago noemen blueskenners en critici hem. Iets meer dan 300 optredens in 2008 zijn een bewijs van zijn populariteit. Hoe zijn stijl en geluid beschrijven? Wel, beeld je nummers in de stijl van Albert King in, met Albert Collins aan de gitaar, want inderdaad, de typische gitaarstijl van deze laatste is inderdaad duidelijk zijn inspiratiebron. Guy heeft een aangenaam warme stem, die wat “blue eyed soul” gericht klinkt en de aanwezigheid van de blazers geeft de composities wat extra diepgang en warmte. Guy’s groep is erg strak, je merkt dat ze jaren samen spelen. Een prachtig voorbeeld krijg je al in de eerste song, een medley waar het langzame shuffle ritme van “Countdown” naadloos overgaat in het snelle “Think”, een plezier om te horen. Zijn teksten zijn origineel en catchy, luister maar naar “Go Out And Get It”. Hoogtepunten genoeg op deze cd, al is het merendeel van de songs van het langzame type, hooguit een knappe shuffle hier en daar, maar alles gebeurt zo soulvol en “in the groove”, dat de plaat een genoegen is qua sfeer om te beluisteren. De Hammond en de blazers vormen een prachtige basis voor zijn flitsende, maar tegelijkertijd warme gitaargeluid en stem. De coverversie van Albert Collins’ “If Me Love Me Like You Say” is sterk, en Guy toont zich een prima leerling van de twee Icebreakers waarmee hij ooit werkte. Hij klinkt enkel nog een graadje te warm, maar dat ijzige kenmerkte de meester, niemand zal Mr. Collins hierin ooit kunnen evenaren. Wanneer Guy King afsluit met “The Story” een song in de stijl van Albert King, doet hij dat met een knipoog naar Johnny Guitar Watson. Een jongen om in het oog te houden, deze Guy King uit Chicago.
(RON)


 

 

 

MICHAEL RAULT
CRASH ! BOOM ! BANG !
Myspace CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Van bij de eerste tonen spat het jeugdig enthousiasme alle richtingen uit. Met zijn drievoudig ‘Crash Boom Bang’ schiet Michael Rault uit Edmonton, recht naar de roos. Jong geweld kan ook op ‘Pretty Things’ uitdraaien, zoals de eerste track op deze pittige EP, even geleend van Bo Diddley. Michael, bezieler van dit sprankelend debuut en amper negentien jaar oud, heeft blijkbaar de kern van de blues te pakken, in zijn geval de flegma en de drive van een ‘original’. Hij zingt, drumt, speelt gitaar en bas en schreef vijf van de acht songs, bijna een One-man band op zijn eentje. Maar de jonge Canadees is niet alleen, want veteraan Don Marcotte komt erbij met contrabas, plus enkele andere met drum of harmonica. Ik geraakte verkikkerd op zijn ‘Side Winder’ met voetpercussie en tamboerijn, uitzwermend naar pure garageblues/rock. Michael’s lijzige stem geeft zijn songs nog wat grind en gruis mee, wat authentiek stof laat opdwarrelen. Waar de oorspronkelijke punker zijn inspiratie en die spirit vandaan haalt is een half raadsel, want leeftijdsgenoten zijn gewoonlijk toch met de laatste elektronische snufjes in de weer. Zelfs een ballade als ‘Who Will The Next Fool Be?’ kan hij invoelend aan, waarbij het orgel van G.W. Lemieux hem komt vergezellen. De leerschool als invallende gitarist bij zijn vader en oom, die als de Rault Brothers samen spelen, is maar een gedeeltelijk verklaring. Mogelijk dat hij omringd werd met nog andere musicerende veteranen, maar waarschijnlijker is dat de bluesmicrobe hem te pakken kreeg. Als ex-punker bewijst hij dat hij zelf innovatief aan de slag kan met oude feeling. Hij voelt de bluesbeat wonderwel goed aan en draagt die ook uit met een élan alsof Bo Diddley hem zelf ooit op de schoot heeft genomen. Deze EP, opgenomen in de Wash’n’ Dry Studio in Edmonton, Alberta, is een energiek debuut dat er staat als een huis, stevig gefundeerd tussen juke joint en garage.
Marcie


 

 

 

THE PEDALJETS
Website Myspace
Label : OxBlood Records

 

Met ‘The Pedaljets’ hebben we nog eens een groep die uit zijn eigen as is verrezen. Zo’n twintig jaar geleden waren ze hot in Kansas City en omstreken als (hard)rockband of powerpopgroep in de stijl van ‘Husker Dü’ en ‘The Replacements’ voor wie ze indertijd wel eens een voorprogramma mochten verzorgen. Maar toen het er uiteindelijk op aan zat te komen ging het mis. De grote doorbraak kwam er niet en moedeloos gaven ze na een paar jaartjes doorploeteren toch maar de pijp aan Maarten in 1990. In 1989 hadden ze deze plaat eigenlijk al in zijn originele versie opgenomen. Het was een vrij zwakke productie die nooit echt goed afgewerkt werd omdat de groep wat later splitte. Maar de heren hebben elkaar terug ontdekt na enkele decennia en ze besloten om de songs op deze cd terug op te nemen en met de hedendaagse studiotechnieken te verfijnen tot wat we nu kunnen beluisteren op deze re-issue van hun tweede plaat ooit: “The Pedaljets”. De formatie bestaat uit zanger-gitarist Mike Allmayer, bassist Matt Kesler, leadgitarist Phil Wade en drummer Rob Morrow. Hun muziek is na al die jaren nog steeds zeer actueel en fris. De krachtige sound blaast je ook in 2009 nog steeds omver. Deze verloren gewaande schat is hiermede herontdekt en verdient ruime airplay op de hedendaagse radiostations. Daarvoor raden we de volgende songs aan: “Small Towns”, “Agnes Mind” en “Bulletins” doen ons meteen herinneren aan R.E.M., “Giants Of May” en “Red Boots” zijn rootsrockers van dienst. De stevigere rocksound krijgen we te horen in “Long Distance Dead Man” en “King’s Highway” die probleemloos de tand des tijds hebben overleefd. Maar ook rustigere rockballads à la ‘Green On Red’ vallen er te beluisteren in “Looking Out My Window”, “Stipple County” en “Mrs. Green”. Het is ronduit schitterend dat ‘The Pedaljets’ samen met producer Paul Malinowski hun onafgewerkte nummers de noodzakelijke ‘final touch’ hebben kunnen geven waardoor ze na bijna twintig jaar van hun tweede plaat uiteindelijk een klassieker hebben kunnen maken. Terug van nooit weggeweest: ‘The Pedaljets’.
(valsam)


 

 

 

DARE DUKES
PRETTIEST TRANSMITTER OF ALL
Website Myspace
Contact CD-Baby
Label : Starland Records

 

“Prettiest Transmitter Of All” is de titel van een ep-tje van de in het Amerikaanse Savannah, Georgia wonende singer-songwriter Dare Dukes. Het is tevens een stukje uit de tekst van de eerste song op het album: “Ballad Of Darius McCollum”, een stevig rockende uptempo opener met een biografisch verhaal over een man met het Asperger-syndroom die in New York een paar keer probeerde om een trein van het ondergrondse metronetwerk te stelen. Daarmee wordt meteen het visitekaartje van deze beloftevolle artiest op tafel gegooid. Men eigent hem een lyrische duisterheid toe à la Bonnie ‘Prince’ Billy die zijn songteksten op eerder melodische tonen weet te declameren. In de overwegend zachtjes rockende muzikale arrangementen verwerkt hij enkele inventieve instrumentale intermezzo’s die zijn muzikale capaciteiten nog eens bijkomend accentueren. Dare Dukes stamt eigenlijk uit San José in Californië maar kwam na diverse omzwervingen over New York toch in Savannah terecht waar hij in alle rust kon werken aan zijn eerste muzikale publicatie. “Kick + Holler” is een zachtjes op akoestische gitaar en violen voortkabbelende song die initieel nogal oppervlakkig klinkt maar toch heel wat subtiel toegevoegde klankjes in zich verbergt. Onze favoriete song op deze plaat is “Sam’s Cathedral” waarin hij met een minimum van instrumenten een dijk van een song weet te brengen, mede dankzij vocale ondersteuning van celliste Kirsten McCord. In “Lucas Goes To The Demolition Derby” schildert Dare Dukes op zachte - soms fluisterende toon - een confronterend portret over de onervarenheid van jonge chauffeurs. In “Bakersfield wordt in R.E.M.-stijl gezongen over een man die in pijnlijke eenzaamheid hopeloos op zoek is naar zijn verloren liefde. De songopbouw vereist nadrukkelijk het nodige inlevingsvermogen en sympathie voor deze onfortuinlijke verliefde ziel. In het lekker swingende “From A Plane” zit een leuke en aanstekelijke riff verwerkt die het nummer allicht het meest geschikt maakt voor radio-airplay. Afsluiter “The Equipment Is Fine” gaat over hoe de meeste mensen elke dag opnieuw proberen om te gaan met de steeds donkerder wordende aspecten van onze beschaving. “Prettiest Transmitter Of All” is een album dat intensieve aandacht van de luisteraar vraagt. Het niet zo makkelijke schijfje verbergt echter een schat aan muzikale kwaliteiten die pas na enkele beluisteringen aan de oppervlakte komen. Wij zijn dan ook van mening dat we Dare Dukes binnen afzienbare tijd opnieuw zullen mogen verwelkomen met nieuw werk, dan netjes gebundeld op een eerste full-cd.
(valsam)


 

ED PETTERSEN
THE NEW PUNK BLUES OF ED PETTERSEN
Website Myspace Contact
Label : Split Rock Records
Distr. : Proper Music

 

Toen Ed Pettersen uit Nashville, Tennessee zich een weg begon te banen in de muziek profileerde hij zich volledig als een folkzanger. Geleidelijk aan begon het succes te komen tot twee zeer zware auto-ongevallen zijn leven een totaal nieuwe richting uitstuurden. Hij begon zich helemaal toe te leggen op het produceren van albums voor andere artiesten en werkte zo samen met o.a. Devendra Banhart, The Black Crowes, Michelle Shocked, The Mavericks, Matthew Ryan en Betty LaVette. Betty LaVette en Candi Staton namen op hun recentste cd’s ook nummers op die Ed Pettersen geschreven heeft. Daarnaast was hij bijna 4 jaar de tourmanager voor ‘The Dictators’ en deelde hij geruime tijd een flat met Scott Kempner van de groep ‘The Del Lords’. Beide bands worden als invloeden aangehaald voor de muziek die hij zelf opnieuw is beginnen te componeren en op te nemen. Zo ontstonden ook de 12 nummers die op zijn album “The New Punk Blues Of Ed Pettersen” belandden. In contradictie met de titel hoef je hier nergens echte punk of echte bluessongs te verwachten maar eerder folk, alt-country en popsongs in de stijl van Elvis Costello, Merle Haggard, Townes Van Zandt of Tom Petty. De liedjes op deze plaat zijn eerder rustig te noemen waardoor de mooie zangstem van Ed Pettersen voldoende tot zijn recht kan komen. Ook van songschrijven heeft hij een ruime portie kaas gegeten. Luister maar eens naar het vanuit het standpunt van een kind gezongen mooie liedje “Tabitha”, de zelfreflectie in het nummer “Burning Up”, het nostalgisch naar betere tijden reflecterende “Chelsea” en een song over de machteloosheid die gevoeld wordt bij het op tv bekijken van de totaal vernielde Irakese stad “Baghdad”. Ook zijn oude room mate en muzikale mentor Scott Kempner wordt geëerd in het nummer “Top Ten” en zijn zeeman-grootvader krijgt eveneens een gemeend eerbetoon in het liedje “June 1945”. In 2009 zal er ook nog een nieuwe dubbelalbum gereleased worden onder de titel “The Trip Back Down”. Daarop allemaal splinternieuwe nummers van deze getalenteerde muzikant. Wij kijken er graag naar uit want dit album “The New Punk Blues Of Ed Pettersen” is ons zeer goed meegevallen.
(valsam)


 

 

 

JIMMY THACKERY
WE GOT IT
Website
VIDEO
Label: Telarc Blues
Distr: Codaex

 

Eddie Hinton, zowat de grootste blanke soulzanger aller tijden, maar door te weinig mensen echt gekend, krijgt hier terecht een tribute van Jimmy Thackery op deze voorlopig laatste Telarc blues "terugblik". Je weet wel, gedurende een zestal weken hebben we telkens één van die klassiekers, want zo mogen we ze gerust noemen, uit de Telarc blues catologus gelicht en opnieuw in de kijker gezet. Ditmaal dus "We Got It" van Jimmy Thackery, een cd waarvan acht van de elf songs van de hand van de grote Eddie Hinton stammen. Hinton was één van de Muscle Shoals sessie gitaristen, en speelde op platen van ontelbare soulgroten, maar was zelf ook een groot schrijver van soul en R&B songs. Hij stierf in 1995 door een hartfalen. Jimmy Thackery voorstellen hoef ik nauwelijks te doen, hij was de gitarist van de Nighthawks, waar hij naast mondharmonicaspeler Mark Wenner voor prachtige blues zorgde en samen met The Fabulous Thunderbirds één van de pleitbezorgers van de blanke blues en R&B werd. De erg onderschatte Eddie Hinton heeft in zijn te korte leven een aantal sterke songs bijeengeschreven waarvan Jimmy Thackery veel leerde. Vooral zijn zangstijl is duidelijk beïnvloed door Hinton. Als aanvulling van de covers levert Thackery enkele zelf geschreven bijdrages, waaronder vooral "Blues Dog Prowl", een surf instumental die zijn vloeiende meesterlijke speelstijl extra in de verf zet. Van de Hinton covers is het vooral "I Still Want To Be Your Man" met die typische Muscle Shoals stijl die ons bevalt. Ikzelf draai de originele versie nog regelmatig met veel plezier en deze versie mag er ook best wezen. Meer dan op zijn andere cd's graaft Thackery hier extra diep naar zijn wortels, en dit blijft daarom mijn favoriete cd van Thackery. De Hinton stijl past hem als gegoten en drijft hem naar grote hoogtes. Zijn stem is ideaal voor de nummers die Hinton schreef, pure R&B (in de oude betekenis van het woord natuurlijk). Met zelfs wat meer power en punch dan de originele uitvoeringen van de witte Otis Redding, zoals Eddie Hinton wel eens genoemd werd. De afsluiter "Big Fat Woman" is de kroon op het werk en is ook live een hoogtepunt op vele Thackery shows. Voor wie Jimmy Thackery eens minder als Hendrix adept en meer van zijn vocaal sterke kant wil horen, zal deze ondertussen reeds 7 jaar oude, maar in feite tijdloze release een openbaring zijn.
(RON)

Telarc (distr.: Codaex) biedt een aantal albums goedkoper aan winkels dan normaal. Voor dit label is het - uiteraard - de bedoeling dat de handelaars ze dan ook goedkoper in de winkelrekken leggen. Telarc hoopt dat de bluesfans op deze manier opnieuw meer albums gaan kopen. Het zijn dan ook cd's die het verdienen om gekocht te worden omwille van de muziek. Voor Telarc is het ook meteen een test om te zien of mensen terug meer cd's kopen als die goedkoper zijn. De prijs is namelijk een veel gebruikt argument om er geen meer aan te schaffen.
Zijn reeds verschenen:

JUNIOR WELLS - Better of with the Blues
LUTHER "GUITAR JR." JOHNSON AND THE MAGIC ROCKERS - Slammin' on the West Side
MARIA MULDAUR - Fanning the Flames
HOWLIN' WOLF - A Tribute to Howlin' Wolf
COTTON/BRANCH/MUSSELWHITE - Superharps
MIGHTY SAM MCCLAIN - Blues for the Soul
PINETOP PERKINS - Back on Top
JAMES COTTON - Fire Down Under the Hill
ROBERT JR. LOCKWOOD - Delta Crossroads
JIMMY THACKERY AND THE DRIVERS - We Got It
CHARLIE MUSSELWHITE - One Night in America
TAB BENOIT - The Sea Saint Sessions