ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
KENNY PERKINS - KENNY PERKINS
ADAM KLEIN - WESTERN TALES & TRAILS
LILI ANEL - LIFE OR DEATH
RYAN DELMORE - THE SPIRIT THE WATER AND THE BLOOD
COMMON MARKET - TOBACCO ROAD
DARREN DEICIDE - THE JERSEY DEVIL IS HERE
GUY CLARK - HINDSIGHT 21/20 - THE ANTHOLOGY 1975-1995
RORY ELLIS - TWO FEATHERS
THE WHISPERTOWN 2000 - SWIM
LISA DOBY - FREE 2 BE

KENNY
PERKINS
Website CDBaby
VIDEO
1 VIDEO
2
Als
songwriter behaalde Kenny Perkins uit Denver terecht reeds meerdere awards,
zoals bijvoorbeeld de Colorado Composers Classics, die hij twee jaar na elkaar
won. In het Texaanse clubcircuit ontmoette hij onder meer Stevie Ray Vaughan
en Eric Johnson, die vooral zijn gitaargeluid bepaalden. Een ander wapenfeit
is zijn optreden in de Hollywood Bowl met twee van de originele Beatles om een
versie van Hey Jude te brengen. Op dit titelloze debuut leren we Kenny Perkins
kennen als een sterk songwriter, zanger en gitarist. Met hulp van Jim King en
Steve Croes (The Nightshift) werd deze cd ingeblikt. Vooral het zeer sterke
"The Trail" is een song die alleen de aanschaf van deze cd al waard
maakt. Een song die erg sterke Van Morrison invloeden toont en een mooie Keltische
sfeer ademt, ook "Rescue Me, Rescue You" gaat wat die kant op. Op
andere momenten hoor je hier en daar wat van John Mayer's stijl door zijn nummers
schemeren, mooie, sterk gezongen composities vol sfeer, voorzien van die prachtig
klinkende gitaar. Twee andere sterke songs op deze release zijn "Primal
Moon" waarvan het stevige rockgeluid erg contrasteert met de rust die afsluiter
"Firefly" uitstraalt. De opnamekwaliteit doorheen de ganse cd is van
een hoog gehalte, wat de plaat een waar genot voor het oor maakt. Blues based
rockin’ Americana zouden we dit kunnen noemen. Ik heb het wellicht al
eens gezegd de voorbije dagen, maar 2009 begint erg sterk als we het zo bekijken.
Geen crisis merkbaar in de "betere" roots muziek begin 2009, zeker
niet als we kunnen verder genieten van muziek als deze van Kenny Perkins.
(RON)

ADAM
KLEIN
WESTERN TALES & TRAILS
Website Myspace
Contact
Label : Cowboy Angel Music
Info : Shut Eye Records Contact
CD-Baby
Adam
Klein is een wereldreiziger en troubadour die zijn liedjes zelf schrijft en
ze doorheen de hele wereld gaat zingen voor liefhebbers van Americana, folk-rock
en swingende Texaans gekleurde countrydeuntjes. Steeds vertrekt hij daarbij
vanuit zijn thuishaven in Athens, Georgia waar volgens zijn eigen woorden een
grote kikker hem ooit vertelde hoe hij de songs kon vinden die hij componeerde.
Ooit was Adam Klein een vrijwilliger bij het Vredeskorps in het West-Afrikaanse
land Mali waar hij de minder fijne zijde van het leven in primitieve omstandigheden
en zonder comfort in de vrije natuur leerde ontdekken, wat hem nadien voorgoed
beïnvloedde als hij songs ging schrijven. Bij het beluisteren van de 12
tracks op dit tweede Adam Klein-album “Western Tales & Trails”
probeer je je best voor te stellen dat je in één of andere westernsaloon
aan de toog hangt terwijl de zanger in een hoekje zijn liedjes brengt. In elk
nummer vertelt hij een boeiend verhaal over een intrigerende persoon uit de
immens rijke legendes die over het Amerikaanse Westen verteld worden. In “Hank’s
Woman” heeft hij het over Willomene, de vrouw van Hank die de mannelijke
verteller (of zijn alter-ego Lin McLean) graag tot zijn wederhelft wil maken.
In de murder ballad “Nomie Wise” gaat het verhaal over een gelijknamig
weesmeisje dat ook weer als een kandidaat echtgenote wordt opgevoerd voor zijn
hier aangenomen alter-ego John Lewis, maar uiteindelijk door hem gewurgd wordt.
In de pedal steel countrysong “Dakota” bezingt hij het leven in
de bergen van Dakota, een stad in het midden van Amerika. Ook hier is het verliefdheid
die de zanger uit de New Yorkse grootstad doet verhuizen naar het platteland
van Dakota. In het zo goed als akoestische “Dead Cow Hill” bezingt
hij op poëtische wijze de laatste dagen van Butch Cassidy & the Sundance
Kid. En in “Joni (Corner Of A Dark Café)” wordt hij geïnspireerd
door een nummer van Joni Mitchell om een boodschap van hoop en geluk voor de
staat California te brengen. Elke song heeft zo zijn eigen verhaal dat op erg
mooie muziek verteld wordt in de van beeldspraak en poëzie overlopende
teksten die Adam Klein erbij geschreven heeft. Leuke songs om de sfeer intens
mee op te snuiven zijn “Don Fernando”, de swingende Johnny Cash-achtige
song “Purple Sage”, de traditionele fiddle-songs “Ruby Darby”
en “Black Gold” en onze favoriete song: het onmogelijke liefdesverhaal
in balladvorm “Her Spanish Love”. Het album werd opgenomen met een
reeks topmuzikanten die hun sporen bij Grant Lee Buffalo, Robbie Robertson,
John Prine en Drive-By Truckers verdiend hebben. Adam Klein zelf is duidelijk
een heel grote fan van Townes Van Zandt en Neil Young. De diversiteit van de
songs op “Western Tales & Trails” is veel groter dan op zijn
debuutalbum “Distant Music” omwille van de uiteenlopende muziekstijlen
en de veel bredere instrumentatie op die nieuwe cd. De liedjes durven ook gemakkelijk
de 6 à 7 minutengrens overschrijden want als dat de tijd is die er nodig
is om het verhaal in zijn geheel te vertellen, dan neemt Adam Klein die tijd
er ook voor. Hij heeft een heel jaar over het maken van deze plaat gedaan en
dat is overduidelijk hoorbaar aan de kwaliteit van de liedjes die we op deze
mooie cd mogen horen.
(valsam)

LILI
ANEL
LIFE OR DEATH
Website Myspace
Label VIDEO
Songwriter
Lili Anel was blijkbaar van bij de geboorte al voorbestemd om zich zingend een
weg door het leven te banen. Van kleins af aan wees alles erop dat muziek haar
leven zou bepalen. Opgroeiend in de Bronx in New York, met Cubaans/Afrikaans/Amerikaanse
voorouders, zong zij als kind in de Kerk. Haar grootvader stimuleerde haar en
haar moeder liet haar kennis maken met de Cubaanse ritmes en met de jazz van
Sarah Vaughan, Ella Fitzgerald en Woody Herman. Maar ook met Frank Sinatra en
The Beatles. Bij de buren pikte zij reggaeklanken op. Naast al die uiteenlopende
invloeden ontdekte zij op eigen houtje nog Janis Jan en besloot evenals deze
songschrijfster gitaar te leren spelen. Een jaar lang was jazzzangeres Shelia
Jordan haar mentor. Haar gitaarspel vervolmaakte zij in het ‘Guitar Study
Center’ van Eddie Simon, broertje van Paul. Met deze achtergrond lukte
het haar om een carrière als performer en singer-songwriter uit te bouwen.
Soms met band, soms alleen stond zij o.m. in het voorprogramma van Etta James,
Taj Mahal, Richie Havens en Alejandro Escovedo. Met al deze artiesten heeft
zij wel iets gemeen, namelijk de originaliteit en de passie waarmee zij haar
songs vertolkt. Want al wordt zij op basis van haar stemtimbre vaak met Joan
Armatrading vergeleken, toch heeft haar emotionele gefraseerde zang een persoonlijke
bron. Tussen 1997 en 2001 was er even een windstilte, maar toen zij in 2004
naar Philadelphia verhuisde lag de weg weer open voor gigs in concertzalen,
theaters en koffiehuizen. Inmiddels bracht zij drie albums uit. Dit vierde ‘Life
Or Death’ album werd een compilatie, waarop vijftien songs zijn bijeengebracht
uit haar albums ‘Hi-Octane Coffee’ en ‘Dream Again’,
deze laatste in coproductie met bassist Cooke Harvey. Hij is dan ook prominent
aanwezig op dit album, Lili Anel terzijde staand met zijn contrabas. Wanneer
hij meedoet krijgen de songs een jazzy virtuositeit, soms met melancholische
baslijnen. Vooral ‘Dream Again’, bekroonde song, is magistraal in
uitvoering en expressie. Lili begeleidt zich meestal met akoestische gitaar,
maar ook de bijdrage van gitarist Dave Bozenhard is opmerkelijk. Op Armatrading’s
‘Down To Zero’ na zijn alle songteksten van haar hand. Sommige zijn
halfautobiografisch, maar meestal vindt zij inspiratie in nabije observaties
van het menselijk verdriet, de naweeën van afgesprongen relaties of de
minidrama’s inherent aan het leven zelf. Het weemoedige ‘Over You’
en het smekende ‘Won’t You Stay’ zijn daar illustraties van.
Soms maakt het zien van een film iets bij haar wakker zoals bij het droefgeestige
‘Nothing In Common’. Het weidse ‘Land On My Feet’ met
vioolarrangementen laat vrouwelijke verwantschap met Joni Mitchell doorschemeren.
In gans dit album, dat een zalige zestig minuten duurt, word je geraakt door
haar intense soms omfloerste zang, die een gelijkaardige sfeer oproept als de
legendarische Nina Simone of eigentijdse Cassandra Wilson. Lili Anel blijft
in haar droom geloven om muziek centraal te stellen in haar leven. Alle wegmarkeringen
wijzen erop dat er nog een grootse toekomst wacht.
Marcie

RYAN
DELMORE
THE SPIRIT THE WATER AND THE BLOOD
Website
MySpace
Label
VIDEO
Info: Lotos Nile Media
"Above
all, love each other " prijkt bovenaan de MySpace pagina van Ryan Delmore.
Niet verwonderlijk als je deze Californier kent van zijn bijdragen aan de releases
voor de Vinyard Church, die trouwens ook een kerk heeft in ons eigen Brussel.
Ryan is zelf een bezield aanhanger en zijn eerste solowerk “Devotion”
stond volledig in het teken van God. Op zijn nieuw album “The Spirit The
Water And The Blood” is dit niet anders. De vernoeming van God zal misschien
bij velen de wenkbrauwen doen fronsen, maar als er een hemel bestaat en ik mag
kiezen, dan zal het wel in de Ryan Delmore’s Vinyard rock’n roll
hemel zijn. Hij maakt een perfecte combinatie van gospel, alt-country, Americana,
roots-rock, singer-songwriter en zelfs folk.Zij die houden van een mix van akoestische
gitaren met ruw elektrisch geweld à la Black Crowes, gebracht in een
bezielde gospelstijl zullen duimen en vingers aflikken bij het beluisteren van
dit album. Het geheel wordt gekruid met een stevige portie gitaarwerk van Delmore
en Marc Ford, die we kennen van The Black Crowes en Ben Harper. Mooie harmonische
zangpartijen, mondharmonicawerk en een niet te missen B 3 orgel van Rick Kamrath
gieten zijn composities in een authentiek geheel. Over de teksten kunnen we
kort zijn: slechts één onderwerp komt aan bod en vormt de rode
draad doorheen gans het album: zijn rotsvast geloof in Jezus. Wie echter naast
deze geloofsbelijdenis oor heeft voor de muziek en de composities zal hierdoor
als van de hand Gods geslagen zijn. Delmore pakt je dus gegarandeerd in. Vind
je de teksten vervelend, dan word je zeker ingepalmd door de beklijvende arrangementen
en de meesterlijke muzikale begeleiding en dat is toch hetgeen dat primeert.
Ryan Delmore doet ons al van bij de opener “Mercy” een krop in de
keel krijgen, een mooie country-walz in Ryan Adams stijl. De opvolger “Sing
Like Mary Sang” doet je helemaal de das om in een soulvol nummer alsof
The Band een melancholisch duel aangaat met The Black Crowes. In “Provid
For Me” komt Neil Young om de hoek kijken met een gedreven Ryan Delmore
op mondharmonica. In de trage ballade “Teach Me All Your Ways” geeft
hij zich in een intrieste song over aan de onderdanigheid van zijn Meester,
prachtig doorkliefd door ingetogen slidegitaarspel van Marc Ford en de harmonische
zang van backingvocaliste Kirsten Ford. ”Falling Down” brengt een
vrolijke noot à la Tom Petty naar boven en in “Jezus Name”
en “The World Can’t Take It Away” worden nog eens alle registers
opengetrokken met stevige countryrock die je de haren rechtop de armen laat
komen. Ryan Delmore is echter op zijn best in trage, emotionele songs die gekruid
zijn met een vleugje tristesse, zoals het enkel op akoestische gitaar en mondharmonica
begeleide “Nowhere To Be Seen”, het hartverscheurende “True
Religion” en als memorabele afsluiter de trage rootsrocker “Love
Of God”, een ware geloofsbelijdenis die maar liefst negen minuten aanhoudt,
maar geen enkel moment verveelt en naar hemelse hoogten wordt getild door weer
maar eens prachtig gitaarspel van Marc Ford, opgevuld met accordeontoetsen en
verheven tot een betoverende gospelklassieker door The Harmony Sisters Revival
Choir. Ryan Delmore is er in geslaagd een dijk van een album in elkaar te boksen
die ik al vroeg in het jaar in mijn toplijstje mag prijken. Als de pastoors
in ons landje met zulke predikanten konden uitpakken zaten de kerken barstensvol.
Spirituele overtuiging komt voor ons echter op een tweede plaats. Zijn muziek
daarentegen pakt je moeiteloos in en is simpelweg top of the bill.
Blowfish

COMMON
MARKET
TOBACCO ROAD
Website Myspace
Contact
Label : Hyena Records
Distr. : Proper Music
Het
gebeurt niet vaak (eerder nooit) dat we bij Rootstime hiphop cd’s te bespreken
krijgen maar alle tradities zijn er om ooit doorbroken te worden en dus wagen
we ons aan deze moeilijke opdracht. ‘Common Market’ is de naam van
een hiphopduo uit Seattle, bestaande uit MC RA Scion (de rapper) en muzikale
duiveltje-doe-al Sabzi die ook de productie voor zijn rekening neemt. De cd
“Tobacco Road” is de tweede plaat van deze heren en verwijst naar
de commerciële tabakproductie in de regio van North Carolina. Hun titelloze
debuutplaat werd destijds nog met geleend geld opgenomen en verdeeld. Het succes
van dat album in de grote hiphopwereld zorgde er voor dat deze tweede cd met
minder zorgen kon verschijnen. Een persquote als ‘the best hiphop group
you’ve never heard of’ beschrijft wellicht het best wat de luisteraar
van ‘Common Market’ mag verwachten. De jazzy grooves, drumbeats,
synthesizermelodietjes en de vinylscratching van de 18 cd-tracks zijn bijwijlen
verrassend en zeer modern te noemen . Rapper MC RA Scion declameert zijn verhaaltjes
zonder verpinken of verpozen op een duidelijk verstaanbare wijze, wat voor dit
genre ook al niet zo gebruikelijk is. Er zit ook verbazingwekkend veel melodie
en muzikaliteit in deze nummers en de songteksten handelen ook over ernstigere
onderwerpen dan gebruikelijk in hiphop. Zo spuwt MC RA Scion zijn gal over politiek
en religie en overstijgt zo de voor de hand liggende thema’s die meestal
in dit genre aan bod komen, zoals sex en sexy chicks. Favoriete nummers selecteren
is een onmogelijke opdracht in dit universele genre maar we willen toch even
een aparte vermelding geven voor “Winter Takes All”, “Nina
Sing” (feat. Funklove), “Swell” en de titeltrack “Tobacco
Road”. ‘Common Market’ behaalde in 2006 een award als ‘Best
New Artist In Seattle’. Misschien kunnen ze in 2009 hun werkgebied wat
verder uitbreiden en mikken op een wat bredere erkenning in de internationale
hiphopscène.
(valsam)

DARREN
DEICIDE
THE JERSEY DEVIL IS HERE
Website Myspace
Contact
Label : Ever Reviled Records
CD-Baby

Toen
we in januari 2007 voor Rootstime een recensie van de cd “Temptation And
The Taboo, Part 1” van de Amerikaanse muzikant Darren Deicide publiceerden
verwezen we al naar het feit dat deze op Halloween geboren bluespunker zijn
mosterd haalde in de blues, boogie, rock’n’roll en de punk. Als
ik nu naar zijn nieuwste cd “The Jersey Devil Is Here” luister herken
ik meteen de rauwe, zwaarmoedige en donkere, morbide zangstijl en de anarchistische
teksten zijn ook nog altijd even scherp en kritisch. Darren Deicide woont al
een tijdje in Jersey City in de Amerikaanse staat New Jersey waar hij als journalist-columnist
werkt voor het weekblad ‘The Aquarius Weekly’, met zijn rockband
‘Hopeless Dregs Of Humanity’ optreedt en zijn eigen platenfirma
‘Ever Reviled Records’ uitbaat. Op dit platenlabel werd ook deze
nieuwe cd uitgegeven. Rauwe punksongs als “Won’t You” en het
voor zichzelf sprekende, explosieve “Napalm, Death, and Fire” worden
gelukkig ook afgewisseld met wat meer toegankelijkere nummers als titeltrack
“The Jersey Devil Is Here” - dat hier als een rustige fingerpicking
gitaarsong gebracht wordt - en “Hudson River Hangover”. Maar het
overgrote deel van de nummers zijn schreeuwerig gezongen punk- en bluestracks,
door loeiend hard scheurende gitaarklanken begeleid. Voorbeelden hiervan zijn
“The Cocaine Song”, “The Infidelic Boogie” en “Ms.
Liberty Blues”. Het lijkt meestal alsof Darren Deicide heel boos is op
iedereen in de wereld en dat als een volleerde Satan zelve via zijn anarchistische
nummers en met zijn schuurpapieren stem luid wil uitschreeuwen. Iemand die zichzelf
‘The Jersey Devil’ noemt - naar de Springsteen-song “A Night
With The Jersey Devil” - weet dat de brandende hel altijd nabij zal zijn.
De echte duivel mag zich al zorgen beginnen te maken want de concurrentie uit
New Jersey komt op deze cd verdomd sterk uit de hoek.
(valsam)

GUY
CLARK
HINDSIGHT 21/20 - THE ANTHOLOGY 1975-1995
Website Label: Raven
Records - Distr: Proper Music
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO
3 VIDEO
4
Voor
wie tot nu toe het werk van Guy Clark om één of andere reden langs
zich heen liet gaan is er nu de kans om de mooiste nummers uit zijn vroege werk
samen op één prachtige verzamelaar samen te kunnen aanschaffen.
Vanaf zijn debuut "Old Nr 1", een klassieker in het Alt.Country genre,
tot en met twee songs uit "Dublin Blues" verschenen in 1995 en alle
echt belangrijke songs uit de cd's daar tussenin, zoals "Texas Cookin",
zijn titelloze opvolger uit 1978, enkele songs uit "The South Coast Of
Texas" en enkele uit de sterke "Better Days", ze zijn er allemaal.
Wat uitzonderlijk is, want grote labels als Warner, RCA, Elektra en Sony gaven
licenties aan Raven, de platenfirma die deze compilatie samenstelde. Meerdere
juweeltjes sieren dan ook deze prachtige verzamelaar. Maar liefst vijf songs
uit het debuut, hetgeen al meteen de "klassieker" status van deze
Lp uit 1975 aangeeft. De opener "L.A Freeway" bijvoorbeeld, eerder
al door Jerry Jeff Walker opgenomen, die hierdoor Guy's carrière start,
of het tijdloze meesterwerk "Desperados Waiting For The Train". Emmylou
Harris doet bovendien de backing vocals op meerder songs en uit het tweede album
"Texas Cookin" krijgen we de titelsong, een up-tempo vrolijke song
, en daar tegenover het trage "The Last Gunfighter Ballad" met Waylon
Jennings als backing zanger. Prachtige alt country song en Americana avant la
lettre verdringen elkaar op deze tjokvolle compilatie. Eenentwintig sterke songs,
77 minuten puur genot.. "Heartbroke", is nog eens puur genot, het
stamt uit zijn titelloze cd van 1978 net als "She 's Crazy For Leaving"
een song die veel gelijkenis vertoont met JJ Cale's werk. Uit 1983 stamt "Baton
Rouge" een song uit het sterke "Boats To Build" komt, waarvan
de ingetogen titelsong die dan volgt daarmee dan weer sterk contrasteert. Het
mooie "The Cape" kon deze compilatie niet beter afsluiten.Tijdloze
schoonheid, net als die eerste songs uit zijn debuut. Er werden al zovele re-issues
en verzamelaars van het werk van deze man gemaakt, de meeste enkel uit puur
winstbejag, maar als het gedaan is zoals hier mag men de volgende alweer beginnen
plannen. Om één of andere reden catalogeert men Guy Clark altijd
onder de "Texas songwriters", hetgeen natuurlijk wel zo is, terwijl
hij met zijn muziek compleet verschilt van andere Texaanse songwriters als Townes
Van Zandt, Lyle Lovett en Rodney Crowell. Wat is hij dan wel?.. Collega Nanci
Griffith zei het ooit zo treffend: "Guy is an original". Meer kunnen
wij daar niet aan toevoegen.
(RON)

RORY ELLIS
TWO FEATHERS
Website Myspace
Label : Villainous Records
Distr.: Proper Music
Rory
Ellis is een singer-songwriter uit Australië en "Two Feathers"
is zijn vierde album, maar de eerste die ik het genoegen heb om te horen. Zijn
stijl is sterk beïnvloed door blues, naadloos geïntegreerd met wat
country en folk, maar het meest opvallend is zijn diepe, resonerende bariton.
Ellis maakte alle composities op het album en hij heeft een prachtig poëtisch
gebruik van woorden. Elke song bevat een korte uitleg over de omstandigheden
waarbij hij de inspiratie vond bij het schrijven van dat nummer. Te oordelen
naar het aantal teksten die reizen en Britse referenties gemeen hebben, moet
hij veel van zijn tijd op tour geweest zijn en een groot deel van die tijd in
het Verenigd Koninkrijk vertoefd hebben. Door steeds te verhuizen lijkt er vermoeidheid
te zijn gekomen in zijn levensopvatting, hoe dit leven zijn relaties beïnvloedde.
"Rollin On" en "Bringin Daddy Home" zijn songs vol gevoel
van heimwee naar huis. "Take Me Away" is geschreven in het station
van Brighton alvorens een andere reis aan te vatten. "Home Tonight"
is geschreven in Leicester en gaat over een overnachting in een hotelkamer,
en "Little One" (geschreven in Southampton) gaat over de liefde voor
zijn dochter die hij liefst vaker wil zien. "Passenger" is een liedje
over de meer figuratieve reis door het leven en refereert naar het nummer "Love
s Been Good To Me" uit het laatste Johnny Cash-album. Niet dat alle verhalen
gaan over zijn reizen, want in "Suburban Soldier" schrijft hij over
de racistische rellen in Cronulla, een gebied in Sydney en "No Love In
This" gaat over de gevoelens van een jonge soldaat die naar een vreemd
land gestuurd is, voor een oorlog die hij niet begrijpt. "Wrong Side Of
The Tracks" gaat dan weer over de jeugd in zijn woonplaats die hun leven
verspillen door dagelijks door de straten te slenteren. In "Dear Satan"
verhaalt hij over de verleiding, een song die we best kunnen omschrijven als
"Sympathy For The Devil" en het afsluitende "Darlin Man"
is een lofrede aan een vriend, collega-muzikant, die soms wel eens wat teveel
drinkt. Met zijn sentimentele reissongs blikt Rory Ellis terug op een bewogen
leven en carrière in de countrymuziek. Andere songs hebben dan meer zeggingskracht,
zoals de song over de racistische rellen, maar steeds weet hij met zijn doorleefde
stemgeluid de luisteraar wel degelijk een mooie nostalgische trip te bezorgen.
Een stem zo diep, indien deze werd uitgebracht op vinyl zou je zweren dat uw
platenspeler te traag speelt. Maar er is iets heerlijk verleidelijk aan, van
het Hammond orgel tot het prima gitaar werk. Denk Kris Kristofferson met een
zere keel, gewoon ouderwetse bar muziek uit het Wilde Westen. "Two Feathers"
is een prachtige cd die Ellis kwaliteiten als songwriter onder onze aandacht
moet brengen.

THE
WHISPERTOWN 2000
SWIM
Website Myspace
Contact
Label : Acony Records / Rough Trade
In
het Californische Los Angeles is er een indie bandje dat zich de onmogelijke
groepsnaam “The Whispertown 2000” gegeven heeft. Leadzangeres, gitariste,
songschrijfster van dienst en stuwende kracht achter die formatie is Morgan
Nagler die het vriendinnetje is van Blake Sennett. In 1998 startte Blake Sennett
samen met toptalent Jenny Lewis ook de succesformatie ‘Rilo Kiley’
op. Morgan Nagler begon in die periode zelf ook met het schrijven van nummers
voor haar eigen band “The Whispertown 2000” die ze samen met gitarist
Tod Wisenbaker oprichtte en waarmee ze in 2006 de cd “Livin’ In
A Dream” als debuutplaat uitbracht, een plaat die bij gebrek aan een echte
distributiekanaal enkel tijdens live optredens verkocht werd. Dit eerste werkje
leverde hen voorprogrammas’s op voor o.a. Riley Kiley, Maria Taylor, Jenny
Lewis, She & Him en Bright Eyes. Zo werden ze ook opgemerkt door David Rawlings
en Gillian Welch die ‘The Whispertown 2000’ een platencontract aanbood
bij hun kersverse label ‘Acony Records’. Eind vorig jaar verscheen
dan de langverwachte eerste cd op dit label onder de titel “Swim”.
Het album bestaat uit elf nummers, waarvan er enkele minder commercieel mogen
genoemd worden zoals “103”, het instrumentloze rijmelaartje “No
Dope”, de noise-song “Erase The Lines”. Anderzijds kunnen
we er ook niet omheen om even te melden dat de stemvastheid van Morgan Nagler
regelmatig te wensen over laat, bijvoorbeeld in de psychedelische slotsong “Mountain”.
Bij de betere nummers klasseren we de folk- en popsongs “Pushing Oars”,
“Old Times”, het vlotjes swingende meezingliedje “Lock And
Key”, “From The Start Jamboree” en de lo-fi gezongen ballad
“Atlantis” waarin zowel Jenny Lewis als Gillian Welch voor backing
vocals zorgen. Als eindconclusie moeten we toch durven stellen dat deze band
wat meer energie zal moeten steken in het fijner slijpen van de songs en dat
zanglessen gaan volgen geen overbodige investering in de toekomst van “The
Whispertown 2000” zou zijn. Want door hun relaties in de muziekbusiness
en de muzikale support van enkele rasmuzikanten moet er toch een positief toekomstperspectief
blijven bestaan voor dit kwartet.
(valsam)

LISA
DOBY
FREE 2 BE
Website Myspace
Label: Jazzhaus Records
Distr: Inakustik
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO 3
Lisa
Doby komt uit Zuid-Carolina en woonde lange tijd in Parijs. Ze was er gedurende
anderhalf jaar de backing zangeres van Patricia Kaas. Deze cd is reeds een tweetal
jaartjes oud, maar de reden waarom we ze nu bespreken is omdat ze één
van de acts zal zijn tijdens het Patersdreef Indoor festival op 24 januari in
Tielt. Laten we even deze in Parijs opgenomen cd van haar onder de loupe leggen,
zodat je weet waaraan je je tijdens dit festival van haar mag verwachten. R&B
in de oudere, originele betekenis van het woord en popgerichte soulnummers,
dat is zowat waar deze Lisa Doby langzaam naar evolueerde sinds ze haar “backing”
periode vaarwel zegde om het heft zelf in handen te nemen. Slechts één
cover op dit album, de Beatles song “Eleanor Rigby”, waarvan ze
de eenzame sfeer perfect weet te behouden, maar er tegelijkertijd een heel mooie
“eigen” song van maakt. Eén van de mooiste songs op deze
sterke release is meteen al de opener, het prachtige ”Glad”. Kwestie
van direct sterk uit te pakken, moet Lisa gedacht hebben. Het nummer heeft iets
wat van het vroege werk van Joss Stone en Lauren Hill. Met haar uiterst soulvolle,
wendbare stem brengt ze zeer afwisselingvolle songs. Het dromerige “If
Only” is daar een prachtig voorbeeld van. Met een zeer sobere begeleiding
plaats ze haar prachtige stem op het voorplan in deze fragiele song, en trekt
ze bovendien alle aandacht naar haar tekst. De tien songs zijn van een kwalitatief
hoog niveau, met als volgende uitschieter “Time”, een uiterst breekbaar,
wat “ijl” sfeernummer, dat echter na een paar beluisteringen pas
echt aan je openbaart om vervolgens tot je lievelingssongs te gaan behoren.
“Hold On” is een andere, wat meer rockende up-tempo song die je
vlug bijblijft. Als ik de andere namen van Patersdreef Indoor zo bekijk, zou
deze Lisa Doby wel eens voor de verrassing kunnen zorgen met sterke stem en
haar gave mix van Soul, R&B en wat pop. We zijn benieuwd! (RON)
|