ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
RALSTON BOWLES - RALLY AT THE TEXAS HOTEL
ALISON BROWN QUARTET WITH JOE CRAVEN - EVERGREEN
LITTLE GREEN - CROSSING LANES
STEVE HOWELL - MY MIND GETS TO RAMBLIN'
LES ISSAMBRES - FOLKLORE OF MINE
J. SHOGREN - AMERICAN HOLLY
CAROLINE DOCTOROW - ANOTHER COUNTRY
JESUS VOLT - HALLELUJAH MOTHERFUCKERS!
AARON DAVIS - REAR VIEW MIRROR
STEPHEN HEDLEY - SCENES

RALSTON
BOWLES
RALLY AT THE TEXAS HOTEL
Website Info : Hemifrån
Label : Wildflower Records
Als
sinds 1970 maakt de in Grand Rapids wonende Ralston Bowles deel uit van de muziekscène
in het Amerikaanse Michigan. In de lokale ‘Tuesday Evening Music Club’
mocht hij telkens weer het voorprogramma verzorgen als er een beroemde nationale
artiest kwam optreden. Zo stond hij al op het podium als opwarmer voor Hothouse
Flowers, Shawn Colvin, Terry Lee Hale, Kris Delmhorst en T-Bone Burnett. Ralston
Bowles is een zanger, liedjesschrijver, muzikant en producer. Nochtans pas in
2004 verscheen zijn debuutplaat onder de titel “Carwreck Conversations”.
Nu kregen we hier bij ‘Rootstime’ de opvolger “Rally At The
Texas Hotel” toegestuurd met daarop tien songs waarvan er 8 door Ralston
Bowles zelf werden geschreven. De andere twee songs zijn “Satellite Sky”
van Mark Heard en “I Saw John Kennedy Today” van de onlangs hier
ook nog gerecenseerde professor-singer-songwriter Luke Powers. Een andere opvallende
track op dit album is het duet dat hij met Charlie Sexton brengt in “Velvet
Elvis”. Daar houdt het op met de heldenverering. De zelfgeschreven nummers
op deze cd verraden de bewondering die Ralston Bowles wegdraagt voor artiesten
als Steve Earle, Bob Dylan en Neil Young. Zo genieten wij vooral van een song
als “I, Love, You” waarin wij zelfs sporen van Jack Johnson met
zijn laid back sound menen te ontwaren. Het emotioneel gebrachte liefdesliedje
“Breathe You In” bekoort door zijn simplistische eenvoud en vrij
schaarse instrumentatie. Ook het krakende geluid van een stokoude 45-toerenplaatje
geeft dit nummer een heel bijzonder cachet vol pracht en schoonheid. Doorheen
alle songs op dit hele album kan je horen dat Ralston Bowles een zeer bekwame
songschrijver is en enkele van zijn liedjes komen volgens ons zeker in aanmerking
voor een coverversie door een internationale ster. “Breathe You In”
in de eerste plaats, maar ook “What Do You Want From Me Now?”, een
country-rocksong die drijft op een heel eenvoudige gitaarriff en ook één
van de slow songs uit het Rolling Stones-repertoire had kunnen zijn. Je hoeft
er Mick Jagger alleen maar eventjes bij te fantaseren. Ralston Bowles schrijft
songklassiekers op aanvraag zoals ook iemand als Chip Taylor dat kan. Luister
maar eens naar “Son Of Mine” of naar “Madeline”. Op
zichzelf staande verhalen die op een uitermate boeiende wijze verteld kunnen
worden in een liedje van amper 4 minuten. Dat is een onbetaalbaar talent dat
niet voor vele singer-songwriters weggelegd is. Ook religieuze aspecten worden
niet gemeden in de song “Begging The Question” waarin de moderne
godsdienst in vraag wordt gesteld en in “Friend Of God” waarin hij
oproept tot eenvoud en vriendschap. Het dient alweer niemand te verwonderen
dat zangeres Judy Collins dit grote schrijverstalent heeft ontdekt en hem heeft
aangeboden om zijn songs te vereeuwigen op een plaat die wordt uitgegeven door
haar ‘Wildflower Records’-platenlabel: “Rally At The Texas
Hotel”. Mooi, … héél mooi.
(valsam)

ALISON
BROWN QUARTET
WITH JOE CRAVEN
EVERGREEN
Website VIDEO
Label: Compass Records
Kerstmis
is de mooiste tijd van het jaar. Om jezelf ergens op te sluiten en vooral niet
naar buiten te komen, bedoel ik dan. Wie het toch waagt om tijdens deze periode
de openbare weg te gebruiken wordt toegeschreeuwd door afgrijselijke vitrines
van klatergoud en krijgt een overdosis flikkerende lichtvervuiling over zich
heen. Bovendien maak je risico om aangesproken te worden door een idioot in
een roodwit pak die teveel glühwein heeft gezopen. Hohoho! Inderdaad. U
begrijpt het, beste lezer, dat ik niet echt een kerstekind ben. De muziek die
in deze periode door alle luidsprekers schalt is vaak nog het meest afschuwelijke
van al. Het lijkt wel of Kerstmis het slechtste uit een artiest naar boven haalt.
The Beatles, Elvis Presley, Johnny Cash en noem maar op hebben allemaal gemeen
dat ze ooit kerstplaten maakten. De bekende ‘Grammy Award Winning’
banjospeelster Alison Brown waagt zich nu aan het genre. De 11 kerstnummers
op deze ‘Evergreen’ zijn (gelukkig) meestal instrumentaal. Op deze
momenten valt er te genieten van het subtiele banjospel van Alison en overstijgt
ze met klasse de gebruikelijke Christmas instrumentals. De beste nummers op
deze plaat (Carol And The Kings, Silver Bells) associeer ik zelfs niet meteen
met Kerst, en zouden wat mij betreft (maar wie ben ik?) evengoed met Pasen kunnen
gedraaid worden. Ook lekker: de banjoversie van ‘Feliz Navidad’
- een Spaanse Bamba met de Kerstman, als het ware. Diehard Kerstfans vinden
op deze plaat natuurlijk ook hun klassiekers terug als ‘Let It Snow’,
‘The Little Drummer’ en ‘I’ll Be Home For Christmas’.
Hier en daar wordt er zelfs een kinderkoortje tegenaan gegooid of klinkt er,
jawel, een ‘Hohoho!’ Wie dit jaar een waardig alternatief wenst
voor de moegehoorde kerstschlagers en zijn kerstkalkoen auditief met een ietwat
rootsy sausje wil bereiden, raad ik deze ‘Evergreen’ van harte aan.
Zelf kijk ik alvast uit naar de nieuwe plaat van deze talentrijke banjospeelster.
Shake

LITTLE
GREEN
CROSSING LANES
Website Myspace
Contact
Label : Rootsy.nu
Info : Hemifrån
‘Little
Green’ is een vijfmansformatie uit het Zweedse Göteborg waarbij de
songs afwisselend geschreven worden door zanger Andreas Johannesson en door
gitarist Thomas Pontén, tevens de stichtende leden/oprichters van deze
band. Op hun MySpace-site situeren zij hun muziek in dezelfde categorie als
Nickel Creek en The Dixie Chicks maar ook Neil Young en Steve Earle worden als
referenties aangehaald. Toen ‘Little Green’ destijds als duo begon
kozen ze voor een singer-songwritersaanpak maar geleidelijk aan evolueerde de
groep steeds meer in de richting van Americana, temeer door de inbreng van een
aantal bijkomende muzikanten. Als volwaardige groep bereikten ze twee jaar na
elkaar de finale in het Zweedse kampioenschap voor countrymuziek. In 2006 was
dat in de categorie alt-country en het volgende jaar deden ze mee in de bluegrass-klasse.
In december 2008 heeft ‘Little Green’ nog het voorprogramma verzorgd
tijdens de succesvolle Scandinavische tournee van de Amerikaanse countryrocker
‘Ted Russell Kamp’ ter promotie van diens nieuwe plaat “Poor
Man’s Paradise”. Met hun nieuwste cd “Crossing Lanes”
hebben ze hun sound in ruime mate versterkt door toevoeging van viool, mandoline,
pedal steel en banjo. Sindsdien brengen ze een aantal catchy songs die uiterst
geschikt lijken te zijn voor een meezingavond rond het flakkerende kampvuur.
De songs “Long Way To Go” en “Merry-Go-Round” zijn filmische
nummers met een sterk refrein. Daarna wordt het allemaal wat donkerder en komt
het nuchtere en relativerende aspect van de Zweden naar boven in “ It’s
Allright” en “Call Me”. Het Ierse fiddle-deuntje “The
Bells Are Ringing Their Last Call” en de bluegrass-song “Love’s
On The Other Side Of Town” zijn vlotte meezingertjes die de sfeer op menig
feestje hoog zullen kunnen houden. Ook de instrumentale cd-afsluiter en fiddle-nummer
“The Crop Is Ripe” zorgt er voor dat de voetjes niet stil kunnen
blijven staan. Toch dienen wij ter afsluiting te vermelden dat onze persoonlijke
voorkeur uitgaat naar de countryballads die op “Crossing Lanes”
te vinden zijn: “Cool Down”, “It’s Allright” en
het mooiste nummer dat een plaatsje kreeg op dit schijfje: “Give Me A
Reason”. Dit is alleszins een verdienstelijk plaatje van deze Zweedse
band.
(valsam)

STEVE
HOWELL
MY MIND GETS TO RAMBLIN'
Website Myspace
Contact
Info: Blind Raccoon CDBaby
Label: Out Of The Past, LLC
Met
"My Mind Gets To Ramblin'" brengt Steve Howell, na "Out of the
Past" uit 2006 zijn tweede album, met wederom een frisse en met kennis
gemaakte verzameling van Amerikaanse rootsmuziek en countryblues. Waar hij op
zijn eerste album meer blues en jazz klassiekers uit het verleden wist te brengen,
zoekt hij nu voor deze opvolger het meer in de country blues, hetgeen hij dan
ook doet met meer fantasie en verbeelding, gewoon met meer verve. Van Steve
Howell is geweten dat hij al heel jong is begonnen met spelen en dat hij geboren
is in 1952 in Marshall, Texas, waar hij ook verder opgroeide luisterend naar
de folk songs van Mississippi John Hurt, en later op zijn zeventiende verhuisde
naar Shreveport, Lousiana, vervolgens naar Pennsylvania en Key West, nog wat
andere steden en nu woont hij terug in Texas, back to his roots. Het was hier
dat hij duidelijk door de blues werd beïnvloed. Nadien is hij zich gaan
specialiseren in akoestische country blues. Duidelijk komen verdere invloeden
van Mance Lipscomb, Robert Johnson en nog vele anderen. De dertien tracks op
dit nieuwe album zijn een verzameling van traditionele covers en zijn een goed
afgewogen weergave van stijlen: gaande van Delta tot akoestische country blues
...en het resultaat is een genietbare en zeer gevarieerde mix van stemmingen,
waardoor het album de luisteraar voortdurend blijft boeien. Doordat Howell drie
gitaren, waaronder een National Resophonic en een Gibson, gebruikt creëert
hij een bepaalde sfeer en afwisselende timbres. Nu is virtuositeit niet alles,
want vooral in dit genre moet je ook in staat zijn de luisteraar in het hart
te raken. Met de slepende zang van Howell lukt dat bijzonder goed, zonder dat
hij een groot zanger is. Hij heeft een rustige klinkende stem waarmee hij u
keer op keer weet te raken. Er wordt op deze cd voornamelijk akoestisch gespeeld,
met als uitsmijter op het einde van de plaat, de klassieke spiritual "Joshua
F’it the Battle of Jericho", maar ook de opener, het powervolle "I
Can’t Be Satisfied", een swingende versie van Muddy Waters klassieker
behoord tot de uitschieters van deze plaat. De andere composities passen er
naadloos tussen. Luister bijvoorbeeld ook eens naar Memphis Minnie’s "Ain’t
Nothin’ in Ramblin’" en Mississippi Fred McDowell’s "Louise",
songs die bewijzen dat ze hier op akoestische basis zeker niet meer power nodig
hebben. De andere songs zijn erg afwisselend en variëren sterk, en daarbij
willen we Robert Johnson’s "Steady Rollin’ Man" en Rev
Robert Wilkins’ "Prodigal Son", zeker vernoemen. Songs die we
al vaker hoorden in versies van andere artiesten, zoals the Rolling Stones "Prodigal
Son" coverden, laat jaren '60, maar hoe Howell zo'n totaal andere versie
brengt van de original is groots. Natuurlijk kon tussen deze tracks ook geen
song van Mance Lipscomb ontbreken, zijn tribute brengt hij hier in "Ain’t
You Sorry", waarin we het mooie gitaarspel horen van Jim Caskey, met wie
Howell in de jaren '80 het duo Howell & Caskey vormde en zo openden voor
o.a. Country Joe and the Fish, Anson Funderburg en Bugs Henderson. De hele cd
is eigenlijk één grote ontdekkingstocht!

LES
ISSAMBRES
FOLKLORE OF MINE
Website Myspace
Contact
Label : Fifth Week Records
CD-Baby
Met
een groepsnaam als ‘Les Issambres’ zou je zo’n band maar al
te gemakkelijk onderbrengen als Zuid-Amerikaanse of Franse formatie. Toch zijn
‘Les Issambres’ een Zweedse formatie uit Stockholm, bestaande uit
zus en broer Karin en Stefan Jacobson en toetsenman Erik Rosman. Hun naam ontleenden
ze wel aan het gelijknamige kleine dorpje aan de Franse Riviera. Dit trio heeft
als handelsmerk gekozen voor een luchtige en vrolijke sound in een muzikale
stijl die aanleunt bij folk en Americana en vooral bestaat uit zachte, melancholische
liedjes. ‘Les Issambres’ ontstond in 2001 en ze hebben met “Folklore
Of Mine” intussen hun vijfde cd uitgebracht op hun eigen platenlabel ‘Fifth
Week Records’. Broer en zus zingen afwisselend de lead vocals op de songs
van dit album. Les Issambres begon in 2008 met live optredens in Zweden en ze
willen in 2009 ook graag de rest van Europa overtuigen van hun kunstjes. De
sound van de groep is op dit album veel voller en professioneler mede dankzij
de inbreng van het nieuwste groepslid Erik Rosman wiens piano, accordeon en
melodica in heel wat nummers voor een extra dimensie in de muziek zorgt. De
opener van de cd “Statue Made Of Clay” dat door Stefan Jacobson
gezongen wordt geeft meteen perfect weer wat we hiermee bedoelen. Maar ook de
tweede song “Dangerous” met Karin aan de microfoon en ook door haar
geschreven illustreert dit evenzeer. Beide nummers zijn vrolijke meezingertjes
die het op fuiven en feestjes uitstekend zouden doen. Daarna wordt het echter
een beetje ernstiger in de song “The World Turned Grey” waarin een
somber beeld wordt opgehangen van waar het met deze wereld naartoe dreigt te
gaan. In een aantal liedjes zoals “Anton & Evelina” en “Camille”
wordt muziek gebracht die ons vergelijkingen doet bedenken met bands als DeVotchKa
en Beirut omdat de typische Balkansound er netjes in verweven lijkt te zitten.
Karin zingt uitstekend in de romantische liefdessong “Letter To A Broken
Heart”. Stefan en Karin schreven samen het liedje “Where Would You
Turn To My Lonely” dat alludeert op de oude hit “Where Do You Go
To My Lovely” van Peter Sarstedt uit 1969 en eenzelfde accordeondeuntje
in deze song verwerkt heeft. Daarna is het weer de beurt aan Stefan Jacobson
in het sterk aan ‘Okkervil River’ herinnerende “The Girl With
The Wandering Mind”, niet in het minst omwille van de stemvergelijking
met Will Sheff, de leadzanger van die Texaanse formatie. En Karin mag tot slot
in haar eentje borg staan voor onze verwijzing naar ‘Arcade Fire’
en ‘The Decemberists’ omwille van haar performance in de cd-titeltrack
“A Folklore Of Mine”. Dit is een zeer leuk, aangenaam en vlot plaatje
van een groep uit het Hoge Noorden die we graag eens in het meer centraal gelegen
België zouden willen zien optreden. Concertpromotoren, waar wachten jullie
op?
(valsam)

J.
SHOGREN
AMERICAN HOLLY
Website Myspace
Contact
Label : JAHA! Records
Info : Hemifrån CD-Baby
“American
Holly” is de tweede full-cd van de Amerikaanse rootsfolkzanger (Jay) J.
Shogren uit Centennial, Wyoming. Van beroep een erkend professor filosofie houdt
hij er van om in zijn rootsmuziek verschillende stijlen als akoestisch, folk,
blues en country te mixen, net zoals hij al eerder deed op zijn debuutplaat
“Jahamericana” uit 2007. Zijn vertrouwde Gibson-gitaar is nooit
ver weg als hij zijn nummers brengt. De songteksten zijn verhalen over zijn
waarnemingen tijdens zijn vele reizen doorheen de wereld. Zelf leeft hij ook
afwisselend op twee ver uit elkaar liggende plaatsen; de ene keer in Wyoming,
USA en de andere keer in Zweden. De nummers op deze nieuwe cd - zeventien in
totaal - zijn vaak kort maar eenvoudig van opbouw en soms zit er een komische
noot in verwerkt zoals in “Hand Grenade (for Jesus)” dat als een
swingende country-meezinger gebracht wordt. Ook “God’s 9:05”
is een rockende song met ontelbare grappige verwijzingen. En in “JJ Polka”
wordt er zelfs een poging tot jodelen gedaan. “Salt Lakrits” is
een door banjo aangestuurde bluegrass song. In “Holes” is dan weer
een slepende en scheurende trombone het opvallendste instrument. In de ballads
vinden wij J. Shogren op zijn sterkst. Zo slagen “Deny Me”, “Well-fed
Man”, “She’s With Me”, “Hardwood Floor”
en de mooie cd-afsluiter “Come All This Way” er in om ons in dit
genre te bekoren. In het nummer “Relativity” probeert de prof ons
Einsteins’ relativiteitstheorie uit te leggen op een rockend ritme. “American
Holly” werd geproduceerd door de professor-zanger-songschrijver zelf in
nauwe samenwerking met D. Tinker. J Shogren’s plaat is een schijfje dat
zijn taak perfect weet te vervullen in de cd-speler van de wagen tijdens een
lange autorit. Anderzijds lijkt zijn muziek met afwisselend drijvende ritmes
en dan weer zeer veel rust in de songs ons ook uitermate geschikt voor een gezellig
en ontspannen avondje uit in één of andere club of pub. Waarom
bijvoorbeeld niet eens in Europa?
(valsam)

CAROLINE
DOCTOROW
ANOTHER COUNTRY
Website CDBaby
Label: Narrow Lane Records
Sommige
levens verlopen langs grillige te korte paden. In de ‘sixties’ vielen
in de periode van de Folk Revival enkele beloftevolle singer-songwriters op,
van wie een grootse toekomst werd voorspeld. Bob Dylan was er één
van. Het echtpaar Mimi en Richard Farina was ook een grote kanshebber. Mimi
Farina heette eerst Mimi Baez en was het jongere zusje van rijzende ster Joan
Baez. Mimi’s echtgenoot Richard, een Cubaanse Ier, was echter de songschrijver
die de teksten leverde en trouwens ook een novelle uitbracht. Maar waar Bob
Dylan zijn motorongeluk overleefde, werd de Harley Davidson motorrit de negentwintigjarige
Richard fataal. Hij zou nooit nog songs schrijven. Mimi zette zich daarna in
als activiste vanuit de vrijwilligersorganisatie ‘Bread & Roses’
die wereldsterren overhaalt om gratis op te treden voor de misdeelden, tot ook
zij in 2001 overleed. Sindsdien was er nog weinig belangstelling voor de songerfenis
van het legendarisch folkduo, al heeft Mimi nog een fansite. Tot Caroline Doctorow
zich in de songschat van Richard verdiepte en in 2003 het album ‘Carmel
Valley Ride’ uitbracht met een songselectie van haar folkidolen. In haar
nu zesde album, ditmaal met multi-instrumentalist Pete Kennedy als producer,
bewijst zij opnieuw eer aan het folkduo wiens muziekcarrière in de kiem
werd gesmoord. De New Yorkse uit Long Island heeft daar de ideale stem voor.
Naar het schijnt is zij de dochter van romanschrijver E.L. Doctorow, wiens ‘Ragtime’
ik ooit verslonden heb. Haar aandacht gaat echter uit naar oud folkmateriaal
dat zij met haar zoetgevooisde en invoelende stem nieuw maakt. Haar muzikale
begeleiders zorgen mede voor de moderne sound. Vooral Pete Kennedy met akoestische
en elektrische gitaar, bas, dulcimer, drums, tamboerijn, piano en noem maar
op, vult de ‘rockfolk’ randjes in. Zijn mandolinebegeleiding is
echter van het delicate soort, zoals op het melodische ‘Raven Girl’.
Ook gastmuzikanten Nanci Griffith, Happy Traum, Eric Weissberg en John Sebastian
verlenen hun medewerking. Zelfs haar beide dochters laten eventjes instrumentaal
van zich horen. Toch is het de folky stem van Caroline die aan de songs van
Richard diepte en betekenis geeft alsof de dromen van het groepje Pete Seeger,
Sandy Denny en Judy Collins opnieuw tot leven worden gewekt. De ballades, reflecties,
strijdliedjes of het bluesverwante ‘Mainline Prosperity Blues’ krijgen
een ‘naturel’ alsof zijzelf nog met beide voeten in het ongeschonden
gras van Woodstock heeft gestaan, vooraleer die weide door de commercie werd
bevuild. ‘Children of Darkness’ en ‘Birmingham Sunday’,
eveneens door Joan Baez vereeuwigd, herneemt zij met dezelfde betrokkenheid.
Haar stem helt echter meer over naar Lucinda Williams of Jacqui McShee. ‘Morgan
The Pirate’, met elektrische sitar doet trouwens aan ‘Pentangle’
denken. Dit album is dan ook een welgekomen wondermooie retrospectieve van Farina’s
songs. Mocht hij aan de hemelse boxen meeluisteren dan had hij vermoedelijk
enkele moeilijke momenten doorgemaakt. Want het paradijs mag dan nog zo aanlokkelijk
zijn, een singer-songwriter trekt toch liever met zijn songs de baan op. Spijtig
dat ik hem nooit ‘Bold Marauder’ of ‘Reno Nevada’ heb
horen zingen. Die songs hadden dubbel zo lang mogen duren, net als zijn leven,
op zijn minst.
Marcie

JESUS
VOLT
HALLELUJAH MOTHERFUCKERS!
Website Myspace
VIDEO
Label: Dixiefrog Distr.: Parsifal
Het
Franse Jesus Volt is een band die bewust buiten de lijntjes kleurt, je vindt
zowel blues als funk, hardrock en psychedelica in hun muziek. Met deze live
cd, opgenomen in Harderwijk, Holland en luisterend naar de oerschreeuw "Hallelujah
Motherfuckers!" zijn ze meteen aan hun vierde cd toe. We bespraken hier
reeds eerder hun "In Stereo", geproduced door Tony Cohen en opgenomen
in Australië, en de daarvoor verschenen; "Electro Button Funky Coxx"
die in 2003 in België werd opgenomen met Jean Marie Aerts. Hun debuut "Always
Drunk, Never Sad" werd uitgebracht voor we als site bestonden dus die is
spijtig genoeg aan ons voorbijgegaan. Jesus Volt is een van die bands die de
blues constant vernieuwen en verjongen, al gebruiken ze daarvoor ironisch genoeg
soms elementen uit het verleden. Ik bedoel daarmee dat ze soms wel erg "eighties"
klinken in hun totale gitaargeluid maar door dit te verwerken in hedendaagse
ritmes en dat aan hun pure, naakte bluesgeluid toe te voegen worden ze dan weer
erg up to date, wat baanbrekend zelfs. Luister maar even wat ze van Muddy Waters
"Mannish Boy" maken en je begrijpt wat ik bedoel. Ze laten zelfs Muddy
meedoen in de intro en op het eind. Een heerlijk nummer, dat zowel traditionele
blues, metal, als funk in zich verenigt en de zaal even laat koken. "Hometown
Blues" gaat naadloos verder, en bouwt op bezwerende wijze de spanning op,
om te eindigen met een aparte wah-wah gitaarsolo en dreigende "gesproken"
fragmenten, heel apart. "This is funky but it’s still rock ‘n’
roll" roept gitarist/zanger El Tao bij de intro van "Jig Up and Down"
en daar kunnen we weinig aan toevoegen". Son House is ver weg en toch ook
weer dichtbij in zijn "John The Revelator": de basis blijkt mooi behouden,
maar daar rond bouwt Jesus Volt een vel ruigere versie. Bush krijgt nog een
veeg uit de pan, net voor hij voorgoed weg mag in "Conservative Jackass
Blues". "You want some Boogie?" vraagt El Tao meermaals, waarna
het bisnummer "The Cornbread" zelfs de laatste apathische concertgangers
inpakt en langdurig om (nog) meer laat roepen. Ben je een blues purist, loop
dan in een grote boog om deze cd heen, hou je daarentegen van wat ruigere, hoekige
elementen en scherpe randjes aan de "Devil’s Music", waar ook
het vuur van de rock ‘n’ roll nog volop in nasmeult, this one is
for you!
(RON)

AARON
DAVIS
REAR VIEW MIRROR
Website Myspace
Contact CDBaby
Label:Yella Dog Records Contact
Na
de uitstekende cd ”Transcend” van zijn band Global Review in 2006
en een jaartje later “Live At The Silver Dollar” met Boondocks,
een andere band waarvan hij frontman was, vond Aaron Davis dat het tijd was
om na het “Live” EP’tje uit 2002, nu zijn echte solo debuut
op de wereld los te laten. Het werd een cd die zoals de titel en de mooie hoesfoto
het aangeeft, even goed terugkijkt op wat achter hem ligt op ’t gebied
van rootsmusic, maar eveneens een blik door de voorruit werpt op de open weg
die voor hem open ligt. Aaron is afkomstig uit Wyoming, uit het plaatsje Jackson
Hole. Hij is een is een full time artiest, die met meer dan 200 shows per jaar
een druk gevulde kalender heeft. Dat drukke programma heeft hij te danken aan
het feit dat hij met meerdere bands optreed. Voor zijn opnames van deze “Rear
View Mirror” kon hij dan ook kiezen uit een gamma van topmuzikanten uit
zijn bands, met specialisten voor allerhande stijlen van zijn songs. Zo is de
klasse bassist Bill Plummer (Stones/Miles Davis) van de partij op meerdere songs
en Ben Winship op mandoline, ook iemand die naam heeft in de scène van
jam bands, de prima backing vocals komen van Margo Vallante, Seadar Rose en
Micheal Batdorf. Aaron heeft het mooi bekeken, hij is wat men in managers taal
tegenwoordig zo mooi “flexibel” noemt. Als je wil, speelt hij om
zeven soundman voor je, doet om acht een solo set, en omstreeks tien en set
met zijn band “Boondocks” of “Global Review”. Met zijn
stijlen en teksten is hij al even afwisselend, neem nu de song “Mystery
Woman”, een nummer dat rockt, met een volledige band op volle kracht achter
hem, maar evenzeer is er het kale, maar krachtige “The Cardinal”
waar enkel zijn stem en gitaar voor de indringende sfeer zorgen. Wanneer je
de openingssong “1937” hoort, met zijn ruige bluesy slide intro,
verwacht je met een nieuwe bluesartiest te doen te hebben, maar het merendeel
van de nummers blijkt meer in de Americana en alt.country sfeer te baden, terwijl
ook folk, roots-rock, jazz en bluegrass in zijn afwisselingsvolle mix verweven
zitten.. Het milieubewuste “Day The River Died” en “What The
Hell, Grandpa” tot het tribute aan Graham Parsons “G.P”, en
het wat Dylan-eske “Papa Hemmi’s Hideout”, zijn allemaal prachtige
songs, die de sterkte van “Rear View Mirror” aantonen. Een van de
betere Americana releases van het moment!
(RON)

STEPHEN
HEDLEY
SCENES
Website Myspace
Contact
Label : Wundertone
Info : Hemifrån
Tijdens
zijn prille jeugdjaren in het Canadese Vancouver wist de jonge Stephen Hedley
al snel dat hij zanger en liedjesschrijver zou gaan worden. Hij woonde vlak
bij de Ambassador Bridge die de grens met het grote Amerika vormde. Daar kon
hij dagenlang aan het transistorradiootje gekluisterd zitten om geboeid te luisteren
naar al die fantastische muziek die een popstation in Detroit, Michigan draaide.
Nummers van singer-songwriters als Nick Drake, Neil Young en Jeff Buckley naast
soulklassiekers van Marvin Gaye en Otis Redding en rocksongs van The Stooges
en U2. Alles werd door Stephen Hedley in die tijd geabsorbeerd als door een
zuigende spons. Die potpourri van muzikale invloeden leidden uiteindelijk tot
zijn eigen songschrijverswerk waarvan we nu op zijn debuutalbum “Scenes”
tien resultaten kunnen beluisteren. Alle liedjes werden reeds in 2007 geschreven
maar werden pas dit jaar definitief opgenomen voor dit eerste album. Stuk voor
stuk popgevoelige nummers met een bijzondere aandacht voor catchy riffs en vlotjes
in het gehoor liggende melodielijnen waarvan er enkele klaar zijn om één
of andere hitlijst te bestormen. Zoals bijvoorbeeld de popperige titeltrack
“Scenes”, het aan ‘Savage Garden’ herinnerende “Bitten”
en het rustigere “Why Can’t You Be Satisfied” waarin zijn
falsetto-stemgeluid de hoofdrol heeft opgeëist. Deze knap opgebouwde song
is naar ons gevoelen het beste nummer op dit album. Ook “Lisa” is
een wat rustigere song die ons enigszins kan boeien. In “Yellow Dog”
neemt een bluesgeoriënteerde groove dan weer de overhand, naast een scherpe
gitaarriff en een onderliggend orgeldeuntje. “Scenes” werd door
Stephen Hedley zelf geproduceerd in nauwe samenwerking met Aaron MacDonald.
Vier jaar geleden verscheen er van Stephen Hedley ook al een demo met 4 songs
getiteld “In Need Of New Style”. Deze debuutplaat willen wij in
de eerste plaats omschrijven als vrij complexloze gitaarpopmuziek met een behoorlijke
portie hitparadepotentieel.
(valsam)