ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

THE FABULOUS HORNDOGS - DOG TRACKS

JACK TEMPCHIN - SONGS

DAVE GUNNING - HOUSE FOR SALE

THEE HOOLIES - THEE HOOLIES EP

DAVID MAYZ - NO LOVE NO MORE

NICK ZUBECK - TRACKER

THE WALKAWAYS - FIFTY LEFT TO BURN

DAWN TYLER WATSON & PAUL DESLAURIERS - ... EN DUO

HEAD OF PROGRAMMES - THE MAGNETIC SOUTH

JULIAN PETTI - REMEMBER WHERE YOU ARE

 


 

 

 

THE FABULOUS HORNDOGS
DOG TRACKS
Website
CDBaby
Info: Leicester Bangs
Label: World Records

 

Met de zomer komende kijk ik steeds uit naar een nieuwe plaat met een New Orleans sfeertje. "Dog Tracks" van de zestallige band, The Fabulous Horndogs uit Michigan is er zo ééntje. Natuurlijk is de vernieuwing er af, als je een cd op de markt brengt met allemaal covers, maar je doet de band te kort als je alleen uit dit standpunt deze band bekijkt. De huidige line-up, bestaande uit gitarist Mike Marois, Jack Conners op bas, keyboardist Tim Wire, drummer Jim Murphy, en de blazers Al Anderson (sax) en Hank Lawler (trombone) bewijzen met hun mix van blues, reggae, big band, rock & roll, swing en funk één van de meest gevraagde live bands te zijn, het bewijs is dan ook deze "Dog Tracks", tracks met een constante kwaliteit. Punt van kritiek bij deze plaat blijft natuurlijk, deze covers, maar aan de andere kant: beter een goede plaat dan slechte nummers. De tien composities zijn overigens van een superkwaliteit en behoren zeker tot de beste composities van o.a. Jimmy Reed, Professor Longhair, Delbert McClinton, Otis Spann, Junior Wells, Johnnie Johnson, Albert King en James Cotton. Een mix van New Orleans funk en r&b zoals de opener "For You My Love" geeft dadelijk de sfeer van de hele plaat aan, waarbij ik even aan het betere werk van The Meters of Funky Meters moest denken. In de andere songs versmelten ze blues, roots en funk tot rootsy en catchy melodieën, terwijl ze in de "Red Beans" en "Must've Been The Devil" intens rocken. De nummers zijn alle opgenomen in Interlochen Public Radio Studio’s, Tennessee, in een vlekkeloze productie van Tim Wire. Hij schiep hoorbaar een atmosfeer waarin The Fabulous Horndogs zich op meer dan een manier klassiek konden uitleven. Maar de opnamen stralen ook een losheid en ongedwongenheid uit waardoor het spelplezier erg opvalt. Dat is ook te merken aan de ritmesectie die strak speelt. Daaroverheen klinken de balladen, als "Blues As Blues Can Get Get" en "Moon Blues" met het prachtige gitaarwerk van Mike Marois toch uitbundig en haarzuiver, waardoor deze songs volledig op een hoopvolle goedkeuring rekenen. "Dog Tracks" is daarmee een hele fraaie en complete plaat geworden met een uiterst smakelijke gumbo van allerlei zeer funky muziekjes uit het warme zuiden. Een zeer grote verassing dus.
Jack Conners laat ook weten dat er binnenkort een live album zal uitkomen , en dat ze druk bezig zijn met het schrijven van nieuwe songs, want volgend jaar komt er een nieuw album, maar deze keer met uitsluitend eigen werk. Zullen ze ons wederom verrassen?


 

 

JACK TEMPCHIN
SONGS
Website
CDBaby
Info: Leicester Bangs
Label : Night River Records

 

Als een artiest zijn cd “Songs” heet, dan weet je wel wat je kan verwachten als je de plaat in de lader steekt. Liedjes dus die allemaal uit de pen vloeiden van Jack Tempchin. Dat is een songschrijver uit San Diego die al een lange reeks credits kan voorleggen. Hij is al meer dan 40 jaar actief met muziek bezig en schreef vele jaren geleden de nummers “Peaceful Easy Feeling” en “Already Gone” voor de Eagles. Zo mag hij ook “You Belong To The City” van Glenn Frey en “Slow Dancing” van Johnny Rivers voor zijn rekening nemen. Er zijn heel wat liedjesschrijvers die met veel minder al tevreden moeten zijn. Zijn eerdere albums “After The Rain” uit 2000, “Lonely Midnight” uit 2003 en “Staying Home” uit 2004 lieten ons kennismaken met een bijzonder getalenteerde componist. Jack Tempchin kan ook goed zingen hetgeen hij bewijst op “Songs” en tijdens de vele tournees die hij deed met o.a. Ringo Starr, Kenny Loggins, Chicago en Christoffer Cross. De tien nummers die op deze soloplaat staan werden tijdens zijn vele muzikale reizen geschreven op uiteenlopende plaatsen zoals Hawaii, Dublin, Parijs en in Amerika. De afwerking en de studio-opnames namen daarna nog ongeveer een jaar in beslag. De liedjes op dit album zijn verschillende kortverhalen op muziek met meestal een rockende gitaarsound als muzikale begeleiding. Voorbeelden hiervan zijn “Out In The Desert”, “Waiting” en cd-afsluiter “Couch Rider”. Maar ook rustigere folksongs duiken op deze plaat op. Zo is het jazzy “It Could Have Been You & Me” een knap en rustgevend nummer met een heerlijk franstalig parlando-intermezzo door Sandrine Fritz. En dat jazzritme kabbelt nog even rustig verder op “Ghost In The Night (Dancing In The Moonlight)”. Jack Tempchin is van vele markten thuis, zo blijkt verder uit de prachtige countryballads “Box Of Memories” en “East Of Eden” waarin hij klinkt als Glenn Campbell. In “Box Of Memories” is er een op de achtergrond spelend, tranerige vioolgeluid dat de juiste sfeer voor dit emotionele nummer helpt te zetten. Daarna presenteert hij zijn eigen - overigens ijzersterke - versie van “Smuggler’s Blues”, een nummer dat hij vele jaren geleden ook al voor Glenn Frey heeft geschreven. Een laatste hoogtepunt op “Songs” is het emotioneel gebrachte liefdesliedje “All The Love” waarin Jack Tempchin nogmaals zijn vocale kwaliteiten onderstreept. Dit is een erg mooie plaat.
(valsam)


 

 

DAVE GUNNING
HOUSE FOR SALE
Website Myspace
CDBaby
Label: Wee House of Music Co.
Distr.: Proper Music

 

Na "Dave Gunning Christmas" (2006), "Two-Bit World" (2004), "Dave Gunning Live" (2002), "Caught Between Shadows" (2000) en "Lost Tracks" (1996) is "House For Sale", de volgende stap in de carrière van Dave Gunning. Het is dus zijn zesde album en opnieuw treffen we de Canadese singer-songwriter uit Pictou, Nova Scotia in topvorm. Folk en singer-songwriter gaan als vanouds bij Gunning hand in hand en maken het beluisteren van "House For Sale" tot een rijk muzikaal avontuur. In het verlengde van "Two-Bit World" liggen de nummers op deze plaat waarop Gunning schittert op de akoestische gitaar. Deze momenten verlichten een album waarop het Gunning wederom dodelijke ernst is. Maar vergeet niet te genieten. Dat was ook al de boodschap op de voorgangers en dat is wederom de uitweg die Gunning op "House For Sale" biedt, maar uiteindelijk besluit het heerlijk relaxte "Nothing But A Song" een plaat waarop muzikaal vooral veel te genieten valt. "House For Sale" staat vol met ingetogen en subtiele songs. Hij beschikt niet over een erg sterke stem, zo hier en daar hoor je elementen van Bruce Cockburn, maar hij past wel prima bij de songs die hij schrijft. Co-writers, George Canyon en Ron Hynes komen nog even langs om mee te zingen in respectievelijk "Cowboy's Dream" en "Hard Workin' Hands", waardoor deze songs meer zeggingskracht krijgen en meteen tot de uitschieters van deze plaat behoren. Uit titels als "Fade On The Line" en vooral de titeltrack spreekt Gunning's obsessie met donkere onderwerpen, een sfeer die je overigens ook in de muziek terugvindt en de cover van deze cd. Gunning schrijft vooral over het kleine leed van simpele zielen, en blijft daarbij vooral in persoonlijke sferen, zoals de relatieproblematiek in het oersimpele, maar doeltreffende en bijzonder melodieuze "Dust To Dust". Door zijn rafelige stem en gortdroge gitaarspel wordt het in de elf arbeidersliedjes nergens klef of op een andere manier overdadig sentimenteel, al zullen anderen beweren dat veel van de songs te ingetogen zijn en op die manier weinig afwisseling biedt. Maar de kwaliteit van het songmateriaal en de uitvoering daarvan blijven boeiend. De hartverscheurende ballads komen recht uit het hart en de ingetogen rootsrock als in de opener "These Roads" is stevig en ontroerend tegelijk. Met "House For Sale" laat Dave Gunning horen dat hij een groter luisterpubliek verdient, maar het blijft wel muziek voor fijnproevers.


 

 

 

THEE HOOLIES
THEE HOOLIES EP
Myspace CDBaby

 

Zowel op de opmerkelijke buiten- als binnenhoes zien we een surrealistische collage waarop mens en dier in grote diversiteit afgebeeld staan. Het leven is een zootje, zoveel is duidelijk. Dit bevreemdende vinden we ook in de muziek van deze Canadese band ’ Thee Hoolies’ terug. De groep werd precies een jaar geleden (januari 2008) opgericht en bestaat uit vier heren die allen tegelijk als songschrijver, muzikant en producer fungeren op deze debuut- EP. De plaat bestaat uit vijf songs, goed voor een 23 minuten lange kennismaking en deze mogen we voluit aangenaam noemen. Zeer opmerkelijk dat zo’n ‘nieuwe’ groep meteen al zo’n uitgekiende plaat kan maken. De composities verrasten ons door hun intrinsieke schoonheid en maturiteit. We horen (onder meer) lapsteels, drums, gitaren en een accordeon die ons herinneren aan de bezwerende muziek van The Band, The Doors, The Jayhawks, The Triffids, de akoestische Beck of zelf The Fleet Foxes . Maar het evangelie van deze groep gaat uiteraard veel breder dan dat (op hun myspace noemt de groep hun belangrijkste invloeden: ‘Hula Hoops, Rainy Days & Cold Winters’). Songs met titels als ‘Crime…’, ‘Bories’, ‘Sunsets’, ‘(Baby You’re The) Blood On My Doorspost’ en ‘Leavin’’ bezitten de betoverende aantrekkingskracht uit lang vervlogen muzikale tijden, maar zijn, zoals in de beste surrealistische traditie, tegelijk origineel en hedendaags. De psycho-folk van Thee Holies is, wat ons betreft, misschien het best te vergelijken met een onweerstaanbare drug waaraan je na elk ‘gebruik’ een beetje meer verslaafd wordt. De groep toerde deze zomer door het westen van Canada en plant voor de zomer van 2009 een full-cd. We kunnen amper wachten. Thee Hoolies zijn de eerste grote ontdekking van het nog prille jaar.
Shake


 

 

 

DAVID MAYZ
NO LOVE NO MORE
Website MySpace CD Baby
Label Vertical Tan co.

 

Belofte maakt schuld. David Mayz gaat zich specialiseren in het uitbrengen van dertiennummerige cd’s. Zijn eerste album dat deze man uit Boston, Massachusetts in eigen beheer uitbracht, “Horseshoes and Handgrenades”, telde dertien songs, zijn recentste “No Love No More” eveneens en hij beloofde ons dat zijn nieuw, op stapel staand album hetzelfde aantal songs zal bevatten. Is David Mayz bijgelovig en gokt hij op de juiste Lucky Thirtien? De dertien songs op dit album kunnen ons zeer bekoren. Zij die houden van een stevige portie akoestisch gitaarwerk gaan zeker hun gading vinden, want David Mayz is een getalenteerd ritmegitarist. Bijwijlen geloof je akoestische hardrock te horen, zo gaat hij tekeer. David Mayz wordt begeleid door een vijfkoppige band, backingvocaliste Marie Janvrin incluis. Dit mondt uit in een zeer vol geluid. De krachtige, glasheldere stem van Mayz, een kruising tussen Elvis Costello en Phil Collins, weet nochtans moeiteloos de sterke instrumentatie van zijn band te overstijgen en die is niet van de poes. Drummer Brad Clarke laat geen drumvel heel, Eddy Newton speelt piano als bezeten en krachtpatser Brian Duling wil zeker niet het onderspit delven op elektrische gitaar. De titel van het album “Love No More” en de vertrapte rozen op de cd-cover lijken op het eerste zicht weinig te betekenen, maar naargelang het album vordert beginnen de teksten tot je door te dringen en zie je de lijn die door het album loopt. David Mayz heeft onherroepelijk de bons gekregen van zijn vriendin. Gedurende elf nummers probeert hij zijn geliefde vruchteloos terug te winnen en zijn hopeloos verdriet te verbijten, maar hij blijft achter met een serieuze kater. In een als een trein voortdenderende nummer dat doet denken aan een ruige versie van “Gloria” van Them , probeert hij zijn miserie te verdrinken in het nachtleven van “Long Night Blues”, een oplossing die hij ons ten stelligste afraadt trouwens. De genezing van deze ongeneeslijke ziekte vindt hij pas in het dertiende en laatste nummer “Church On Time”, een perfecte gospel, met hammond orgel en meerstemmig handklappend koor, die halverwege een serieuze ritmische boost krijgt. Iedereen op tijd naar de kerk dus en al je problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon. David Mayz als gezegende therapeut, maar voordat we zover zijn geloof je dat je het ergste kan verwachten. In de vrolijke meezinger “Someone Help Me” zoekt hij nog moedig hulp bij anderen, maar de meeslepende smeekbede die hij geknield voor de piano prevelt in “Brick Walls” klinkt wel heel wanhopig. In “Can’t Take No More” en de hevige door Dobro ingeleide en gierende gitaarsolo’s doorkruiste ZZ Top bluesrocker “Back Door”, weet hij nog kracht te vinden om terug te vechten, maar wordt bijna razend bij het zien van de achterdeur waar zij eens passeerde. In de wondermooie, droevige ballade “Realized” teistert hij zijn gedachten. Het idee dat ze iemand anders heeft maakt hem stapelgek, wat duidelijk te horen is aan de dissonante toon van “Love Is Tragedy”, dat mooi wordt opgeluisterd met jazzy gitaarloopjes van Brian Duling en rinkelende belletjes van Charlie Borusso. Ondanks alle verwoede pogingen houdt de ex van Mayz alle deuren gesloten en gelukkig voor hem vindt hij zijn redding in de kerk. Voorlopig voor David Mayz dus “No Love No More”. Wij vinden het voor hem persoonlijk misschien erg, maar zolang als dit platen oplevert van dit niveau, maken we ons allesbehalve ongerust.
Blowfish


 

 

 

NICK ZUBECK
TRACKER
Website Myspace Contact CD-Baby
Label : Ontario Arts Council

 

In het Canadese Toronto is Nick Zubeck een vrij gekende songschrijver, platenproducer en multi-instrumentalist. Andere muzikale projecten waaraan hij in het verleden meewerkte zijn ‘Barzin’, ‘The Book Of Gnomes’ en ‘Great Lake Swimmers’, niet toevallig allemaal stadsgenoten. Onder zijn eigen naam bracht hij reeds eerder 2 albums uit: “A Meek Spectacle” in 2002 en “Hiding Out And Laying Low” in 2003. De nogal ongebruikelijke songstructuren die hij op die twee albums in een soort experimentele jazzstijl bracht zijn ook nu opnieuw terug te vinden op zijn recentste soloplaat “Tracker”. Dit derde album werd in nauwelijks twee dagen tijd in de studio opgenomen en bevat 12 tracks met voornamelijk dromerige folkpop doorspekt met een sterk jazzy tintje. Nick Zubeck speelt ook op dit album een reeks instrumenten, gaande van gitaar tot keyboards, piano, basgitaar, lapsteel en banjo. Maar hij heeft ook een reeks lokale topmuzikanten uitgenodigd om hem in de studio bij te staan. De meest commerciële song op “Tracker” is het swingende popdeuntje “Tip Of My Tongue”, op een bandlengte gevolgd door het mits orgelklanken gedragen nummer “Cherry Sunshine” waarin we flarden van ‘The Flaming Lips’ menen te herkennen. Andere leuke hedendaagse liedjes zijn het op jazzy pianospel gebaseerde “Body Parts” en de wat meer rockende electropopmelodie “Common Cold”. Tenslotte geven we ook nog een speciale vermelding voor de instrumentale rockafsluiter van dit album: “Schemer Of Schemes” toont aan dat Nick Zubeck van meerdere markten thuis is en ook perfecte soundtracks voor bijvoorbeeld films zou kunnen schrijven. “Tracker” bevestigt opnieuw al het goede dat we al van Nick Zubeck mochten horen: een geluidskunstenaar met veel gevoel voor emotie.
(valsam)


 

 

 

THE WALKAWAYS
FIFTY LEFT TO BURN
Website Myspace
Contact CDBaby

 

Intrigerende titel, wat zou de achterliggende betekenis zijn, denk je dan...The Walkaways zijn een groep uit de Washington DC omgeving, waar op dit eigenste moment de nieuwe president waarschijnlijk nog wat verloren loopt in de gangen van zijn nieuwe optrekje waarin hij sinds gisteren woont. In de voetsporen van groepen als Wilco, Jayhawks, Uncle Tupelo, Whiskeytown, en ja, zelfs Eagles, Ryan Adams en Van Morrison brengen ze een verfrissende mix van alt.country, Americana en wat traditionelere country rock. Wat plaatselijke bands leverden elk een groepslid aan de Walkaways: Todd Daniel, zanger gitarist en verantwoordelijk voor het grootste deel van de 12 eigen nummers op deze cd, Fabio Guttierez, bassist en zanger, Mark Bower, de toetsenman en schrijver van "Half Empty" en percussionist John Cunningham vormen deze band, en kregen voor de opnames hulp van gitarist Craig Bradley, banjospeler Mike Hesson, Kevin Rucker gitaar en percussie en Kirsten Snyder op viool. Dit debuut klinkt verrassend volwassen en rijp, maar de jongens zijn dan ook niet over één nacht ijs gegaan, gedurende een jaar werden de songs getest en bijgeschaafd tot ze werden wat ze nu zijn. Sterke songs, roots en rock in juiste verhoudingen, met hier en daar lichte "Celtic" invloeden en ritmes, waarschijnlijk een gevolg van hun bewondering voor Van "The Man" Morisson, wiens frasering en zangstijl zeker Todd Daniel's manier van zingen vormde, zonder ook maar ergens tot imitatie te leiden, enkel de sfeer van Van Morrison songs komt soms even door, luister maar naar "Piece Of Mind". Een volgende song "One And Only One" heeft zelfs even iets Eagles achtig, en heeft daardoor wel hitkwaliteit, al klinkt dat tegenwoordig wat negatief, laat het ons op radiokwaliteit houden. In ieder geval het belicht de mooie stem van Todd. Een Springsteen-stijl mondharmonica opent "Pin Hole Town Blues", weer een knap geschreven compositie, en prachtig gebracht door The Walkaways, en weer die juiste verhouding van roots elementen en hedendaagse rock. Het buitenbeentje op de cd, het rustige "Over" is een van de sterkste songs, en bevat de passage waaruit de titel gelicht is: "Here we are swimming against the current, three years down and fifty left to burn.." Prachtige song, ijzersterk refrein, heerlijke stem. Deze cd zit vol met zulke kwaliteitsnummers, en het is tevens een groeiplaat, bij elke beluistering ga je er meer van houden en beetje bij beetje geven de songs pas hun schoonheid vrij. Verrassend sterk debuut dus van deze Walkaways.
(RON)


 

 

 

 

DAWN TYLER WATSON & PAUL DESLAURIERS
... EN DUO
Website: http://www.dawnandpaul.com/
Label: Justin Time / Challenge
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Een doorrendoor rootsgeoriënteerde blueslady, de uit Montreal komende 'Queen of the Blues', Dawn Tyler Watson en een dynamische rockgitarist die vooral bekendheid geniet als frontman van zijn eigen Paul Deslauriers Band maar in het verleden ook van bands als Black Cat Bone, Amanda Marshall, France D'Amour en Garou, dat is de basis voor "... en duo". Deze toch wel opvallende samenwerking kwam tot stand in 2004 toen ze samen een duet aangingen. Dit moet dermate goed zijn bevallen dat het idee ontsproten is om een volledig album met zijn tweeën te gaan opnemen. Een gemêleerde selectie van een aantal songs van zeer bekende songwriters, naast een aantal eigen songs, en producer Charles Papasoff moesten vervolgens de samenwerking tot een goed einde gaan brengen. En dat is gelukt, en hoe! De mooie Watson die met haar soulvolle stem perfect blijkt te passen bij de stem van Deslauriers, die het hele album, naast zijn uitmuntend gitaarspel, opvallend rustig en bijna ingehouden. Het zorgt op dit akoestische album er in ieder geval voor dat twee stemmen samen een zeer coherent en boeiend geheel vormen. De songkeuze is opvallend, covers van Led Zeppelin, Bruce Cockburn, Patty Griffin, Smokey Robinson, Steve Earle en the Beatles, zijn vertegenwoordigd, dus geen uitgekauwde traditionals, maar zorgvuldig geselecteerde pareltjes, die nu op geheel eigen wijze en bijzonder smaakvol worden vertolkt. En daar zit de grote kracht van "... en duo". Er is niet gekozen voor een simpele singer/songwriter benadering, met een zo kaal mogelijke uitvoering. Iedere nummer krijgt een alternatieve behandeling, maar die elke keer weer weten te verbazen door prachtige opbouw en bijzonder gitaarspel. Het album wordt zodoende afwisselend en boeiend en altijd het bijna bezwerende van de stemmen van Watson en Deslauriers. Het is absoluut prijzenswaardig hoe de heer en dame, er in slagen om oude songs op een dergelijke manier te interpreteren, zodat ze nu weer alternatief en vernieuwend klinken. Plant's "Going to California" uit de Led Zeppelin periode is daar een mooi voorbeeld van. Maar ook andere covers als W.C. Clark's "Cold Shot" (het meest bekend gemaakt door Stevie Ray Vaughan) en Simon & Garfunkel's "Homeward Bound" krijgen hier een zeer geslaagde bewerking. "... en duo" scheurt niet als een Harley met zijspan door Americana-landschappen waarbij de ene artiest een louter aanhangsel is van de andere. In plaats daarvan voeren Watson en Deslauriers als een tandem een emfatische en respectvolle conversatie en houden ze voortdurend rekening met elkaar tempo. Die uitstekende muzikale verstandhouding en artistieke warmte hangt over heel de plaat, maar culmineert subliem in de afsluiter, the Beatles cover "Come Together". De meest prominente penseeltrekken op deze plaat zijn dan wel afkomstig van de harmonieuze vocale verstrengeling tussen Watson en Deslauriers, maar de songs krijgen toch pas echt vorm door de kleurrijke arrangementen van Papasoff die te vinden zijn van blues en roots tot soul, en van folk naar rock & roll. Het gitaarspel mag dan soms spaarzaam en uiterst functioneel zijn, Watson en Deslauriers hebben zo veel klasse en oog voor detail dat de totaalervaring compleet is. Die magie ontvouwt al haar kracht in de zwoele verleiding van Cockburn's "Mama Just Wants To Barrelhouse", de droefgeestige wroeging in Robinson's "The Tracks of My Tears" en de oprechte woede in Griffin's "Wiggley Vingers". Hoe het ook zij "... en duo" is in zijn opzet meer dan geslaagd. Het levert in ieder geval 13 afwisselende en prachtige songs op, die enerzijds een eerbetoon zijn aan de oorspronkelijke schrijvers, maar anderzijds ook zeker een ode zijn aan de akoestische rootsmuziek.


 

 

 

HEAD OF PROGRAMMES
THE MAGNETIC SOUTH
Website MySpace CD Baby

 

James MacGregor, frontman en zanger–gitarist van Head Of Programmes uit het Engelse Plymouth, heeft grote ambities voor 2009. Vandaag leveren ze ons al een voorproefje af met een zes titels tellende EP, “The Magnetic South”, in afwachting van hun eerste full-album dat uit de studio zal rollen in de loop van de maand maart. MacGregor speelde in verschillende bands in de Plymouthse muziekscene met als uitschieter zijn bijdrage aan de experimentele punkgroep Rebuild The Doxa. Zijn verleden staat in schril contrast met het werk dat hij nu aflevert. Head Of Programmes draagt subtiliteit hoog in hun vaandel en onder het moto minder is meer leveren zij eenvoudige, muzikaal uitgeklede, melancholische songs af met als grote voorbeelden Will Oldham aka Bonnie Prince Billy, Tindersticks, Neil Young of Nick Cave. James MacGregor wil tijdsloze muziek maken in navolging van zijn grote favorieten met songs die gedompeld worden in een bad van americana en alt-country met een droevige ondertoon en sfeervolle instrumentale opbouw. Het album gaat van start met het meest uptempo nummer van de plaat “The Good Ship”, opgebouwd rond tekstuele metaforen en een mooie tweede stem van Amie Willingale, die het nummer een Walkabouts inslag geeft. De opvolger, het trieste “Police Night” is van hetzelfde huis, maar haalt zijn sterkte uit het unieke samenspel tussen de gitaren en een slepende pedalsteel. Hoogtepunt van het album is het hartverscheurende “Waiting Room Number”, prachtig gearrangeerd met sprekende slowcore gitaarsolo’s op een bedje van meetreurende violen, die ons herinneren aan een andere bekende in dit genre, Sophia. “Nurse” wordt zachtjes opgebouwd met een repetitief tokkelende gitaar die mooi contrasteert tegen een constant feedbackende, op distortion drijvende elektrische gitaar en een MacGregor die er rustig zijn liefdesverhaal tussen prevelt. Een aangename afwisseling vormt de trage West-Coast rocker “Leaving”, die een brug slaat naar Steve Wynn, maar Head Of Programs kiest resoluut voor een droevig einde met “A Heart Wrung Of Hope”, een lied over hoop en ongeloof. Mensen die zich in deze donkere winterdagen niet van de wijs laten brengen door een droevige noot meer of minder zullen zeker met volle teugen genieten van de subtiliteit van dit mooie debuutalbum. De droefgeestige onder ons is echter gewaarschuwd: geen muziek waar je vrolijk van gaat ronddansen, maar even in alle rust emotievol moet ondergaan.
Blowfish


 

 

 

JULIAN PETTI
REMEMBER WHERE YOU ARE
Myspace CDBaby

 

Een stukje portret van de Canadese singer-songwriter Julian Petti, bijgewerkt in bloedrode kleur, prijkt op de cover van deze debuutplaat. De hoes doet dan ook denken aan een affiche voor een spannende vampieren film. De ‘cuts like a knife’ dramatiek is dan ook de sfeer waar de zanger zich graag in wentelt. ‘Het leven is lijden en iedereen is tegen ons’, is zowat de teneur van deze plaat. De songs op dit album zijn –figuurlijk gesproken- spiernaakt opgenomen. Naast de akoestische gitaar van Petti is er hooguit nog wat percussie te horen. De zanger klinkt hees en getormenteerd en doet ons in het beste geval denken aan een unplugde versie van Kurt Cobain. Ook Jim Morrison is duidelijk een inspiratiebron en verder horen we ook verwijzingen naar Dylan op deze plaat. De versie van de traditional ‘In My Time Of Dying’ (ooit ook door Bob opgenomen) is meteen ook het beste wat deze plaat te bieden heeft. De negen andere zelfgeschreven songs mogen er zeker zijn maar gaan soms gebukt onder een al te grote dosis zelfmedelijden of weltschmerz. Julian Petti profileert zich misschien een beetje teveel als ‘loner’. In ‘The Paintings On The Wall’ stelt hij onomwonden “I’m alone because I am free / And I’m free because I’m alone”. Eerlijk gezegd, van dit soort cirkelredeneringen lopen we niet meteen warm. Er zijn dus nog wat kosten aan de songteksten, zeg maar. Toch zijn er ook zeker ook mooie momenten op deze plaat, denken we bijvoorbeeld maar aan ‘Heavy Hand’, dat sterk aan een akoestische demo van The Doors doet denken. We zijn dus benieuwd wat de volgende plaat van deze Julian Petti zal brengen en wensen hem alvast toch wat levensvreugde toe. Ondertussen blijft deze ‘Remember Where You Are’ een goede soundtrack voor uw volgende ‘blue monday’.
Shake