ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

CHRIS KNIGHT - HEARTS OF STONE

CLAIRE HOLLEY - HUSH

BEN PRESTAGE - REAL MUSIC

SHANE PHILIP - IN THE MOMENT

THE BOURGEOIS GYPSIES - FAULTY FAIRYTALES

THE FANTASTIC BOOGALOO KINGS - COOL FOR CATS

TOM KIMMEL - NEVER SAW BLUE

LO KIVIKAS - MASTER OF YOUR MIND

GRAYSON CAPPS & THE STUMPKNOCKERS - ROTT-N-ROLL & SONGBONES

THE BELIEVERS - LUCKY YOU

 


 

 

 

 

CHRIS KNIGHT
HEARTS OF STONE
Website Myspace
Label: Drifter’s Church Productions
Distr.: Proper Music

 

Singer-songwriters zijn er tegenwoordig in overvloed, echter niet altijd van even grote kwaliteit. Chris Knight is er weer zo ééntje met talent en kwaliteit in overvloed. Zijn teksten zijn qua stijl en niveau vergelijkbaar met die van John Mellancamp, Johnny Cash, Steve Earle en Buddy Miller. Qua stem zou je Chris eigenlijk ook wel ergens tussen de twee laatst vernoemden Earle en Miller kunnen plaatsen. Soms een lichte snik en vooral very Southern. Chris zijn debuutalbum werd in 1998 uitgebracht op Decca, daarna volgden nog twee albums op Dualtone. Chris is o.a. bekend van de song "She Couldn’t Change Me" van Montgomery Gentry. Maar Blake Shelton en Cross Canadian Ragweed maakten ook een hit van zijn songs. Anno 2009 heeft Chris Knight nog niet de status bereikt van zijn grote voorbeeld Steve Earle of evenbeeld Fred Eaglesmith, maar met zijn nieuwe plaat "Heart of Stone" op het Drifter’s Church label zet de uit Kentucky komende Knight er in ieder geval een ferme stap in hun richting. Net als op zijn vorige cd's "The Jaleous Kind" (2003), "Enough Rope" (2006) en "The Trailer Tapes" (2007) etaleert Knight wederom zijn schrijverskunsten. Zijn vorige albums werden meestal geproduceerd door Ex-Georgia Satellite Dan Baird en ook voor zijn nieuwe plaat "Heart of Stone" is dit niet anders. Een legio aan muzikanten, waaronder o.a. Mike McAdam (gitaar), Michael Grando (drums), Michael Webb (Aka 805 - toetsen), Keith Christopher (bas) en natuurlijk Dan Baird zelf dragen bij aan de fraai verpakte liedjes. Gitaren, Hammond orgel, slide en viool vormen het smaakvolle instrumentarium. Knight weet als geen ander te verhalen over uit het leven gegrepen onderwerpen. Prachtig verwoord passeren onderwerpen als liefde, haat, spijt, jaloezie en herinneringen de revue. De verhalen die Chris in zijn liedjes verteld zijn prachtig onder woorden gebracht en met veel gevoel gebracht. Chris Knight verstaat de kunst om binnen vier minuten een karakter en een verhaal neer te zetten, waarbij hij af en toe niet vies is van een potje gitaarrock, zoals in het openingsnummer, "Homesick Gypsy" met het gedreven gitaarspel van Mike McAdam's dat uit de rechter luidspreker komt en Dan Baird's leadgitaar uit de linker en dit samen met Knight's sterke songwriting: "I'm a homesick gypsy; I was born moving down the line; I'm a homesick gypsy; I ain't home till I leave you behind." Na het lekker rockende "Hell Ain't Half Full" wordt wat gas terug genomen in "Something to Keep Me Going", een song die klinkt als zou het op een Tom Petty album kunnen staan of zelfs van the Byrds, "Still got your photograph in my wallet; Don't know why I don't throw it away; I used to take it out & look at you to get me through the day; Now I realize when I look in your eyes, I never really knew you at all." De titeltrack samen geschreven met Dan Baird is een meer ingetogen song, als ook het daaropvolgende "Danville", een zeer emotioneel nummer met Tami Rodgers op viool, mandolin en backing vocals: "She ain't going back to Danville till she's dead." In "Another Dollar" horen we een meer boze Knight die met zijn grauwe stem zingt: "I need some cash in my pocket to make me feel better." Het nummer "Almost There" heeft dan weer meer een onheilspellende sonische aanval: "Ain't nobody living in the Krantz Hotel; Devil done been there, took all my friends to hell; Hadn't been in the jailhouse, he would've got me; Seen a black flag flying from a live oak tree." In de enige akoestische folk ballad "Crooked Road" is Knight's pijn best voelbaar in zijn stem als hij zingt: "Logan, West Virginia is a 100 miles behind; Coal mine took my boy's life & my Janie's peace of mind." Ook zijn tederheid en verdriet zijn terugtevinden in "My Old Cars": "I can drive by that junkyard, count the times you broke my heart, watch a jack leg with a socket wrench drinking beer & yanking parts; I can count the broken bones cause broken bones will heal, but I can't stand to count the times you said our love ain't no big deal." De afsluiter "Go Home" heeft misschien wel het belangrijkste thema, een man die op zoek is naar een plaats waar hij zich eindelijk kan thuisvoelen. "Heart of Stone" is gewoon een festijn van stomende, breedgeschouderde countryrock waarbij deze dynamische zanger laat horen, in zowel de sobere ballads als in de meer up-tempo rocksongs, een sterk songwriter te zijn en zich met de besten zeker kan meten.


 

 

CLAIRE HOLLEY
HUSH
Website Myspace
Contact Contact CD-Baby
Label : Yep Roc Records / Olivia’s Attic Music
Info : Hemifrån CD-Baby

 

Als je geboren wordt in Mississippi kan het moeilijk anders dan dat je de lokale muzikale invloeden moet absorberen. Dan kom je onvermijdelijk in contact met de crooners, de jazzmuzikanten, diverse gospelkoren en de vele lokale honkytonk-pianisten. Toen Claire Holley nog op school zat begon ze al met optredens in kleine kring te verzorgen. En ook aan het songschrijven begon ze erg jong met volle overgave. Pas afgestudeerd verscheen een eerste plaat onder de titel “Night Air”. Net voor de eeuwwisseling volgde een tweede plaat “Sanctuary” met allemaal traditionele songs. Haar loepzuivere stem moest vroeg of laat opgemerkt worden door grotere labels en zo belandde ze bij ‘Yep Roc Records’ die haar in de mogelijkheid stelden om in alle rust aan nieuwe nummers te werken en ze ten gepaste tijd uit te brengen op plaat. De eerste oogst belandde op de cd “Dandelion” in 2003 en “Hush” is het tweede resultaat van die noeste arbeid en mag een zuiver juweeltje genoemd worden. Zeemzoete liedjes met een frêle stemmetje gezongen, heel onschuldig en ontroerend. Muzikaal sluit Claire Holley sterk aan bij het populairdere jazzstijl maar ook haar zangwerk lijkt ons uiterst geschikt voor dit genre. Een paar jaar geleden toerde zij doorheen de staat Mississippi aan de zijde van streekgenote Caroline Herring, die ook bekend staat om haar knappe, gevoelige songschrijverswerk. Nu woont Claire Holley in Los Angeles waar ze de muziek schreef voor een toneelstuk en waar ook de tien nummers voor dit album “Hush” ontstonden. Rustgevende, eenvoudige en muzikaal erg minimalistische liedjes die van een sterke tekst voorzien hun plaats op deze cd stuk voor stuk verdienen. Wij noteren als aanraders “Visit Me”, “Wedding Day”, “Another Day”, “Under The Moon”, “Leaving This Town” en het adembenemend mooie wals-slaapliedje “Say Goodnight”, een haast noodzakelijke song op deze plaat van een jonge moeder van een 4 jaar oude zoontje Jack. Ook haar muzikale bewerking van een gedicht van W.B. Yeats in de song “Innisfree” verdient een speciale vermelding. En de traditional “Stars Fell On Alabama” kan ook niemand onberoerd laten. Claire Holley heeft die treurnis in haar stem die je haast met medelijden naar haar songs doet luisteren. Maar door de kwaliteit van de songs, de zang en de sobere productie is dat best een zeer aangename bezigheid. (valsam)


 

 

 

BEN PRESTAGE
REAL MUSIC
Myspace CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

Ben Prestage timmerde al enkele jaren aan de weg voordat zijn debuut "Instrumental Instability" in 2004 een ware hype ontketende. Van dit behoorlijk geslaagde debuut had in Europa zo goed als niemand nog van gehoord, echter toonde deze release aan dat we niet te maken hebben met een ééndagsvlieg, maar met een rijzende ster aan het firmament. Over de uitslag kunnen we kort zijn, want de opvolgers "Beale Street" (2005), "Down-Home & Home-Made" (2006), "Real Music" (2007) en het nu pas verschenen live album "Live At Pineapple Willy's" zijn uitermate geslaagd. Na zijn constante touren heeft hij het voor de opnamen van "Live At Pineapple Willy's", dan ook maar gewoon weer dicht bij huis gezocht in thuishaven Florida. Om Ben Prestage wat bekendheid hier te geven bespreken we liever zijn vorig studioalbum "Real Music" dat ook opgenomen is in Florida. Prestage groeide hier in de swamps op, en zijn muziek bestaat uit een mix van Mississippi country blues met zijn eigen Florida swamp blues. Het verschil tussen deze cd en die van lieden die net nieuwe live platen uit hebben waarop een avondje vet en vrolijk de blues wordt gespeeld, is dat deze er op de een of andere manier moet zijn. En die andere niet. Dat zijn aardige aanvullingen voor liefhebbers van die artiesten, weinig meer of minder. "Real Music" haakt dan ook precies in, waar de voorganger stopte en vult de leegte aan. Deze plaat past niet alleen in de stijgende lijn van de vorige cd, maar overtreft zo mogelijk de verwachting, want Ben Prestage weet zijn minimalistische stijl nog verder uit te bouwen en dat verdient alle lof. Met opener "I wish I was a Catfish/ Backdoor Man", voorzien van aanstekelijke "heartbeat" drum en aangepast gitaargeluid, laat dan ook meteen de vooruitgang horen, deze openingstrack legt meteen de herkenbaar meeslepende en minimalistische blues van Ben Prestage vast, hetgeen de luisteraar al gauw in vervoering weet te brengen met zijn rauwheid op alle mogelijke manieren die hij ten gehore brengt in zijn rurale blues. Rauw als R.L. Burnside of Junior Kimbrough, Prestage wisselt het met zijn krachtige stem schijnbaar moeiteloos af. De opbouw van de nummers is niet zo gevarieerd, want me horen voornamelijk één-akkoord-songs, zoals we die kennen als de traditionele worksongs, maar laat dit geen minpunt zijn, want "Real Music" staat vol met opwindende en buitengewoon rauwe blues, 16 juweeltjes die aantonen dat we hier te maken hebben met een topmuzikant die schitterende songs kan brengen als een hap zand uit de banken van de Mississippi. Buiten de titeltrack en "The Ambitious", zijn alle andere songs covers van legendes als Willie Dixon, Big Joe Williams, Bukka White en Skip James. Prestage is best bekend als een one man band waarbij hij op zijn zelfgemaakte cigar box gitaar speelt en zijn stampende voet de maat trapt. Waarom iets veranderen wat zo goed beviel? En zo zal de inmiddels flink gegroeide schare fans ook waarschijnlijk dit album zien. Op een aantal tracks krijgt hij echter een beetje hulp van Bruce Johnson op harmonica en Mark Campbell op tuba en jug, en als ze met hun drietjes samenspelen zoals in de traditional "Vicksburg Blues" en in Skip James "Lazy, Lazy Bones", zijn dit meteen hoogtepunten op deze cd, maar als hij een potje slide toevoegt als in Bukka White's "Good Gin" zijn we nog meer in de wolken. De vele stijlen van de 16 tracks voeren ons langs funky Americana, ragtime, dark gospel, alcohol-fueled hill country blues en Florida swamp music. Kenners weten dat we te maken hebben met ruige Delta blues waarvoor niet doorgeleerd is: dat alles vooral draait om zijn elementaire getokkel en drumwerk. Sterk aangeraden!


 

 

 

SHANE PHILIP
IN THE MOMENT
Website Myspace CDBaby

 

Zoals er mensen bestaan die een lek dak kunnen repareren, vloeren leggen, tegels plakken, loodgieterij herbebuizen en tussendoor nog een verdienstelijke spaghetti bolognese in mekaar draaien, zo zijn er ook muzikanten die het hele gamma aan instrumenten zelf bespelen: gitaar (gewoon en slide), djembe, drums, percussie, aslatua –wat het ook moge wezen- didgeridoo en zang. Shane Philips is er zo eentje die dat bovendien allemaal tegelijk doet, of althans in snelle opeenvolging. Zoiets heet een one-man-show van een one-man band. Op In The Moment, Philips’ derde plaat, laat hij zich af en toe bijstaan door wat extra muzikanten, maar in essentie blijft dit het werk van één man met een plan... Ik zag u daarnet even de wenkbrauwen fronsen: digeridoo! Uw vrees is ongegrond: In The Moment is géén plaat die klinkt als een versleten koffiepercolator met wat gitaarbegeleiding erbij. Evenmin is het een plaat met voldoende lagetoonfrequenties om een kudde hamsters met ADHD in slaap te wiegen. Shane Philips is in de eerste plaats een singer-songerwriter die zijn sound aanvult met percussie en didgeridoo. Elk van de songs is ofwel gebaseerd op een gitaarriff, ofwel een percussief ritme dat voor de drive zorgt. Hier en daar gaat hij muzikaal in overdive en dan krijg je een soort acoustische Buscemi, dan weer legt hij de nadruk op de beat en dan krijg je een Mobi-soundscape. Shane Philips’ vocals zijn een soort bezwerende parlando, die hij afwisselt met flarden falsetstem. De songs zijn slim geconstrueerd en hebben vaak iets van het werk van mede-Canadees Daniel Lanois. Philips was in een vorig leven leraar ‘sociale studies’ en zijn songs zijn daar duidelijk een logisch vervolg op. Hij heeft het beste met de wereld en de mensen voor. Nu u nog!
Duke J


 

 

THE BOURGEOIS GYPSIES
FAULTY FAIRYTALES
Website Myspace
VIDEO
Info: Powderfinger promotions
Label: Kaiam Records CDBaby


Met alle drukte van de postmoderne tijd komt soms wel eens het verlangen naar eenvoudigere tijden terug naar boven. Op de nieuwe release, "Faulty Fairytales", van the Bourgeois Gypsies horen we invloeden uit een vervlogen tijdperk, denkende aan RL Burnside, Mississippi John Hurt, terwijl ze opgegroeid zijn op een dieet van de hedendaagse muziek en hierbij denkende aan Ani DiFranco, Ry Cooder, Tom Waits en Joni Mitchell. Op het album is nummer na nummer gedrenkt in een bad van sierlijk geplukte akoestische en elektrische gitaren die ons laten terugdenken aan de country en bluesplaten van vroeger. "The lady sings the blues - She's got them bad - She feels so sad - Wants the world to know - Just what the blues is all about", zong wijlen Billie Holiday ooit in het openingsrefrein van haar lijflied, "Lady Sings the Blues". Vroeger verkondigden velen dat de blues een typische mannenaangelegenheid is, maar Kaisa MacDonald, de frontvrouw van the Bourgeois Gypsies is een lady en ze zingt dan ook de blues. Nu is MacDonald het type muzikante dat niet aan één bepaald genre is gebonden. Want op "Faulty Fairytales" komen evengoed andere stijlen als Bakersfield, country, folk en soul voorbij fladderen, maar over de gehele linie klinkt ze heerlijk dromerig, nostalgisch en een tikkeltje verdrietig. The Bourgeois Gypsies kunnen we dan best omschrijven als punk Billie Holiday meets The Grateful Dead. En dan moeten we ook het andere geesteskind van de band voorstellen: zanger/gitarist Arnold Mitchem. Deze twee ontmoeten elkaar enkele jaren geleden in Californie en sindsdien treden ze samen veel op, maar nu met de hulp van Kieth Rutherford (gitaren), Taylor Williams (bas) en Peter Miller (drums) blijven ze on the road met hun unieke mix van desert rock en laidback Cali Blues. Dit genre is wel bekend terrein voor Mitchem die in de vroege jaren '90 deel uitmaakte van The Wild Blue Yonder, een band met o.a. Jeff Buckley, drummer Danny Kerry (Tool) en bassist John Humphry (Stevie Nicks, Carole King). De liedjes zijn netjes en braaf, maar gelukkig niet helemaal ontdaan van de rafelige randjes. Bovendien heeft Kaisa MacDonald een prettige luisterstem, een bijna dronken mompelende rasperige stem, die meestal doet denken aan Joni Mitchell en soms klinkt als een blanke Billie Holiday-imitatie, maar dan wel uit haar vroege jaren. "Falling" waarmee de plaat begint, is een mooi voorbeeld van zoete meisjesromantiek. "Unsquare Dance", is een swingend country upbeat nummer, mooi versiert met violen en verhaalt over de stappen in de dans van ons leven. "Cowgirl" is een country blues nummer dat we kunnen omschrijven als een humoristische klaagzang van een jong country meisje dat naar de grote stad verlangt. Buitenbeentjes zijn "Worry" waarin Mitchem's stem zeer dicht bij die van Tom Waits grenst en dit vergezeld met mooi gitaarwerk en de lo-fi productie stijl en bluesy lap steelgitaar laten ons in "Downieville" denken aan de muziek van de 78 toeren platen van medio helft vorige eeuw. U leest het: "Faulty Fairytales" is van begin tot eind een gevarieerde cd. Iets minder blues dan hun debuutalbum "Blue Morning" uit 2006, maar een erg fraaie cd met als absolute uitsmijters de laatst twee vernoemde songs, maar ook de andere songs zijn zeker de moeite van het luisteren waard.


 

 

 

THE FANTASTIC BOOGALOO KINGS
COOL FOR CATS
Website VIDEO
label: Stormy Monday Records



Deze Duitse band speelt blues, maar niet het "Woke Up this morning, Sweet Home Chicago" soort stereotype blues dat je veel te veel hoort. Met een uiterst originele songkeuze en dito uitvoeringen bewandelen ze minder platgetreden paden. Mello Yellow (Didi Metzger), oprichter, zanger extra-ordinair en meester smoelschuiver weet je met zijn grove korrel schuurpapieren stem onmiddellijk te grijpen. Der Professor, Martin Czemmel is gitarist van deze Fantastic Boogaloo Kings, en echt wel een meester in zijn vak. Zonder protserige opdringerige gitaarpartijen voorziet hij elk nummer van de juiste licks. Op het heerlijke Mingus nummer "Good Bye PorK Pye Hat" wereldbekend dankzij Jeff Beck's sublieme versie, laat hij horen ook behoorlijk wat met snaren en effectpedalen overweg te kunnen. Meesterlijk. Verder is er nog bassist Andrea Tognoli en drummer Colin Jamieson. De opener, een combinatie van jazzy mondharmonicatonen, boogie ritmes en Captain Beefheart achtige zangpartijen voorzien van een x rated tekst is op zijn minst origineel te noemen. "Disease To Please" moet het vooral hebben van de knappe "sassy" backingvocals van Marion La Marche. De accordeon in "Wanna Be Cool" zorgt er samen met de aparte stem en een aantal tempowisseling van Yellow ook weer voor dat dit nummer verre van gewoontjes is. "Evel Knievel", een combinatie van Harpburn van Rod Piazza en “Whammer Jammer” van Jay Geils, met Yellow op chromatic harp swingt behoorlijk. "Prozac Jack" is zoals we mogen verwachten ook wel bijzonder: een knap shuffle ritme, Yellow "spreekt" zijn tekst, speelt wat harp en "der professor" voorziet alles van zijn uiterst soepel gitaargeluid. "Who The Hell Needs Love" dat in twee versies op de cd voorkomt, is de zoveelste uiting van deze originaliteit die de grootste troef is van dit viertal uit Baden-Württemberg. Als je eens wat anders wil dan 12 maten blues, is deze "Cool For Cats" zijn aanschaf meer dan waard.
(RON)


 

 

 

TOM KIMMEL
NEVER SAW BLUE
Website MySpace
CDBaby
Label Point Clear Records

Tom Kimmel is een uniek gegeven in het wereldje van de singer-songwriters. Zijn naam klinkt ons misschien niet bekend in de oren, maar deze in Nashville residerende artiest, die in een diep Christelijk milieu opgroeide in het zuidelijke Alabama met de muziek van Elvis Presley en Nat King Cole in de oren, is een gerespecteerd figuur in muzikale kringen. Hij schreef al songs voor artiesten als Shawn Colvin en The Spinners en componeerde verschillende liedjes voor bekende films als “Runaway Bride”of “Twins” of televisieseries zoals “Miami Vice”. Het lijstje artiesten dat zijn nummers coverde is gewoon indrukwekkend. Grootheden zoals Joe Cocker, Johnny Cash, The Stray Cats, Waylon Jennings, Levon Helm en Linda Ronstadt namen al covers van nummers van Tom op in hun werk. Ook poëzie ligt hem nauw aan het hart, wat hij demonstreert in zijn dichtbundel “The Sweetest & The Meanest” en in 1993 kaapte hij al een Award weg op het Kerrville Folk Festival. Adelbrieven zijn er in overvloed voor dit heerschap. Vandaag stelt hij ons zijn nieuw album “Never Saw Blue” voor, een verzameling van songs die hij schreef voor films en televisieseries, gaande van akoestische folkballades tot funky popsongs en stevige vetkuiven rockabilly. De nummers behoren tot Tom’s persoonlijke twaalf favorieten, aangevuld met drie geliefde bonustracks. De plaat gaat met het bluesy “One World” van start op een funky akoestische gitaar, aangepord door een aanstekelijk Booker T orgeltje en een priemende tekst, waarin hij ons onverhuld de menselijke gelijkheid dicteert. “Shallow Water” voert ons rechtstreeks naar de gospelklanken die weerklinken in de kerken van Alabama, onder de sfeervolle begeleiding van het St. Augustine’s Chapel Choir. Hartverscheurend mooi zijn de ballades “When You Know” en het uit de film “Runaway Bride” geplukte titelnummer “Never Saw Blue Like That”, telkens gedragen door een fluweelzachte stem. “Can’t Slow Down” heeft zijn titel niet gestolen, want kletterende rockabilly gitaren en een Tom Kimmel in een Brian Setzer rol, haalt de brillantine geur in elke huiskamer. Zo zie je maar hoe ver je als songwriter kan reiken met een welbepaald doel voor ogen. Zelfs een typisch Motown nummer als “Brother To Brother”, dat hij scheef voor The Spinners, vormt geen enkel obstakel. Toch tonen de akoestische en folkballades de ware meesterhand van Tom Kimmel. Luister maar eens naar “ArdlineH Hardline”uit de film Navy Seals, een trage meesleper op akoestische gitaar, met een extra ontroerende saxofoonnoot op de achtergrond. Zelfs de bonustracks zijn stuk voor stuk juweeltjes, met als uitschieter het als The Mamas And Papas klinkende “What Can We Do When We’re Too Young To Go To Shool”, daterend uit 1976, maar nog even fris en opgewekt klinkend als dertig jaar geleden. Voor diegenen die Tom Kimmel nog niet kennen biedt dit album een prachtig overzicht over ’s mans gehele carrière. Zij die al fan waren moeten dit album zeker in huis halen als schitterende compilatie, aangevuld met drie zeer interessante bonustracks.
Blowfish


 

 

 

LO KIVIKAS
MASTER OF YOUR MIND
Website Contact
Info : Hemifrån

 

Lo Kivikas is een jonge zangeres afkomstig uit het Zuid-Zweedse stadje Lund maar al sinds 15 jaar woonachtig in de hoofdstad Stockholm. Haar vrienden en kennissen vonden dat ze mooi kon zingen en spoorden haar aan om zich te gaan toeleggen op een muzikale carrière. De voorbije 5 jaar begon ze regelmatig met succes op te treden in thuisland Zweden, meestal als soloartieste maar vaak ook met een eigen begeleidingsband Lo & MaBoRo. Dit leidde uiteindelijk tot de opnamen voor een eerste officiële plaat. Dat werd de ep “Passer By” die goed onthaald werd in de lokale pers. Nu is er een opvolger in de vorm van een tweede ep: “Master Of Your Mind”. Daarop staan zes nummers waarvoor Lo Kivikas zelf voor zowel tekst als muziek tekende. Muzikaal opereert zij in de stijlen rock, pop, country en folk. De titeltrack is een vlot klinkende midtempo-rocksong die gevolgd wordt door een met pedal steel getypeerde countrysong “Love Never Lies”. Wij menen herkenningspunten te detecteren bij de muziek en de songs van succeszangeres Hanne Boel en de passionele en emotionele zang doet denken aan de stijl van die andere Scandinavische zangeres Sophie Zelmani. Dat zij weet hoe goede songs geschreven moeten worden bewijst ze in overvloed met deze zes liedjes. “Waiting To Be Taken Care Of” is ook zo’n ballad waar je aan de stoel gekluisterd zit naar te luisteren. “Lay Down” is alweer een geëmotioneerde countrysong waarin de pedal steel van Daniel Wigstrand opnieuw een hoofdrol mag vertolken. En omdat we er maar niet genoeg van kunnen krijgen blijven we op één tegel draaien bij het nummer “Story Writer” waarna we bij de ep-afsluiter zijn beland. Met een snik in de stem en een krop in de keel brengt Lo Kivikas een persoonlijk klinkend verhaal in “One More Little Lifetime”, een nummer dat met de elektrische gitaarsolo en het snerpende Hammondorgel het dichtst bij moderne popmuziek aanleunt. Er gebeurt op dit schijfje nergens iets wereldschokkend maar anderzijds kan je ongehinderd een paar keer na elkaar naar de zes liedjes op deze plaat luisteren. Een leuke kennismaking die inviteert om snel wat meer werk van Lo Kivikas te mogen recenseren.
(valsam)


 

 

 

 

GRAYSON CAPPS & THE STUMPKNOCKERS
ROTT-N-ROLL & SONGBONES

Website Myspace
Label: Hyena Records Distr.: Proper Music

 

De top 50 jaarlijst van Rootstime is nu al enkele weken online, samengesteld door de keuze van de lezer. Natuurlijk zijn dit allemaal zeer goede releases, maar er waren zovele trouwe lezers die hun lijstje toestuurden waardoor andere prima cd's, geen nominatie kregen in deze top 50. Daarom wil ik jullie ook N° 51 en 52 bekend maken, albums die erg hoog scoorden in de Euro Americana Chart waar ze vorig jaar zelfs op een N°1 notering konden rekenen. De recensie van de The Believers (N°52) volgt, maar eerst willen we Grayson Capps in de belangstelling stellen die we in de maand november live mochten meemaken in Weert, maar als eerste naast onze top 50 viel.

 

Behalve liefde op het eerste gezicht bestaat er ook zoiets als liefde op het eerste gehoor. Op de soundtrack van ‘A Love Song For Bobby Long’, hoorde je al die bitterzoete emotie in de songs van verhalenverteller Grayson, geboren in Alabama, maar die later in New Orleans zijn troubadourstaf plantte. Die andere song ‘New Orleans Waltz’ uit zijn laatste cd ‘Wail & Ride’ over de ravage van de Katrina orkaan bekoorde al evenzeer. En nu is er een uitgave van tien pure songpareltjes die in september 2002 het levenslicht zagen met Grayson’s ruwe, soms intieme, stem gezongen. De songs werden opgenomen in het huis van Mike West, 9th Ward Picking Parlor, en de ontstaansgeschiedenis is typisch ‘roady’. Twee muzikanten, Grayson en violist Tom Marron die al jaren met elkaar optrokken, belandden in een soort studio, zetten zich neer en voltooiden op amper vijf uur tijd een akoestische set, zonder veel poespas en met alleen een microkoppeling voor stem, gitaar en viool. Die akoestische opname wordt nu op het label Hyena Records uitgebracht in de originele uitvoering. Sommige van deze songs hernam Grayson later op zijn debuutalbum ‘If You Knew My Mind' en het latere ‘Wail and Ride’, maar dan in een bredere muzikale setting. De mooiste song op dit album is echter onuitgegeven, zoals het intrieste ‘Guitar’, begeleid door een viool alsof de laatste der zigeuners zijn zwanenzang tot de hemel richt. De andere twee onuitgebrachte tracks, zoals ‘Psychic Channel Blues’ klinken ietwat jazzy. Grayson, die geboren werd in hetzelfde jaar dat Woody Guthrie stierf, zoekt de grondstof voor zijn verhalen in quasi identiek materiaal. Outlaws, losers en straatzangers zigzaggen doorheen zijn teksten, wankelend of zich staande houdende in een samenleving waarin kanslozen voorbij worden gelopen. Als kind en ontluikende tiener vond hij inspiratie in de muzikale taferelen die zich rond hem afspeelden. Hoe zijn vader Everett Capps samen met Fred Stokes en Bobby Long de oude countryliedjes zongen en hoe het trio daarin volledig opging. Na landelijke en muzikale omzwervingen, teloorgegane bands zoals ‘The House Levellers’, bekend om hun trash-folk en de rootsy rockband ‘Stavin’ Chain’, lijkt Grayson Capps een thuishaven of uitlaatklep gevonden te hebben in die zuiderse rootsmuziek, die rijk is aan beeldtaal en nog meer aan spontane emoties. Countryfolk die niet de perfectie beoogt, maar verbondenheid met de figuren. Gezongen met een warme stem, soms ruig soms loom, maar altijd inlevend. Als je naar ‘Washboard Lisa’ luistert waar Tom Marron invalt met mondharmonica hoor je de magie van deze naakte uitvoering, een echte ‘songbone’.


Bij elk nieuw album van singer-songwriter Grayson uit Alabama, nadien doorgereisd naar New Orleans, nestel je je alvast comfortabel in je zetel om beter te kunnen luisteren. Want deze poëet die in zijn teksten en muziek vele zuiderse invloeden verenigt weet hoe de aandacht vast te houden. Sinds zijn album ‘If You Knew My Mind’ en sinds de filmklassieker ‘Love Song for Bobby Long’ is deze rusteloze troubadour doorgebroken en bekend bij alle liefhebbers van swampy Americana. Op ‘Rott-n-Roll’ hoor je weer die karakteristieke vermenging van countryrock en meer intieme songs die het geheel zo afwisselend maakt, eigen aan de smeltkroes in het diepe Zuiden met alle muzikale varianten. Hij last er zelfs een wals en een rock-’n-roll nummer tussen, neigend naar Elvis Presley. ‘Bacon’ is dan weer een instrumentaal nummer en in ‘Fear Fruit Bearing Tree’ draagt hij een gedicht voor, genre Charles Bukowski. Op een na schreef hij alle songs, waarin hij zich als een tekstschrijver van tegenstellingen manifesteert. In zijn fantasierijke beeldtaal en gebruikte metaforen verneem je dan zowel dat iemand lijkt op de onderbuik van een ‘Mississippi river mud cat’ als dat je watervallen kan maken ‘for faeries to ride’. Humor en sensitiviteit vechten het onderling uit, want in het desolate ‘Ike’, het verhaal van de eenzaat en de vijfdollar hoer, strijden eenzaamheid en pittoreske uitbeelding om voorrang. Zoals gebruikelijk laat Grayson zich begeleiden door zijn ‘Stumpknockers’ band, die met gruizige gitaren en percussie het geheel doen rocken. Vooral in ‘Gran Maw Maw’ gaat drummer John Milham bijzonder vurig tekeer, zoals ook op mijn favoriet ‘Big Black Buzzard’, bruisend van vrijheidsdrift. Op het sfeervolle ‘Arrowhead’ zingt medeproducer Trina Shoemaker ‘backend’ mee, wat iets droefgeestigs geeft aan de song. Het weemoedige ‘Guitar’ staat eveneens op dit album, eerder uitgebracht op het oudere ‘Songbones’. En al ontbreekt hier de prachtige viool van Tom Marron, toch blijft deze song een pareltje in zijn soort door de wijze waarop onrust, spijt en hunker zich in één zwerver/muzikant vastbijten. Op een of andere manier weet chroniqueur Grayson Capps de aard van de New Orleans ziel of het diepe Zuiden in zijn songs op te zuigen, wat doet vermoeden dat hij een goed observator is en een intuïtieve dichtermuzikant. Met zijn ruige stem hult Grayson het allemaal in kleurige taferelen waarin mistroostige figuren, mythes, vrolijke big John’s of ‘Sock Monkey’s zijn countrylandschap bevolken. Als Capps ‘Back To The Country’ zingt komt dat spontaan uit het hart, want daar vindt hij blijkbaar alle inspiratie.
Marcie


 

 

THE BELIEVERS
LUCKY YOU
Myspace
Label: CoraZong Records
Distr.: Proper Music

 

The Believers uit Seattle, ofwel Cynthia Frazzini en Craig Aspen en niet te vergeten hun kleine terriër Beanie Boy, maken op hun nieuwste CD "Lucky You" rootsmuziek met zo nu en dan een alternatief randje. Dit zingende koppel wist met hun debuutplaat "Raw" (2002) de nodige deuken in de boter te slaan om te kunnen spreken van een lichte sensatie en bevestigt eigenlijk alleen maar al het goede wat we toen al in hun meenden te mogen horen. Vijftien nummers lang ervaren we op dit debuut het echte spul. Heerlijke harmonieën, lap steel, banjo, dobro, mandoline, fiddles, gewoon alles wat country aantrekkelijk kan maken passeert hier de revue. Harmonieën waarbij we denken aan andere duo's als Emmylou Harris en Gram Parsons, Sarah Lee Guthrie en Johnny Irion en niet te vergeten Buddy en Julie Miller. In Amerika werden ze overladen met goede kritieken, reden genoeg om hun horizon te verbreden, hetgeen gebeurde met de opvolger "Crashyertown" (2003). Deze plaat kon rekenen op een N°1 notering in onze Euro Americana Chart, en stond 16 weken in de top 20 van de USA Americana Chart. Daarnaast ook album van de week in menig radio programma waaronder BBC’s Bob Harris legendarische radio show, die dit duo omschreef als "Fleetwood Mac meets Gram & Emmylou". Wegens dit grote succes tourden ze in Amerika ter ondersteuning van hun cd's, waardoor ze vele optredens op hun agenda hadden staan. Reden genoeg om verder te werken aan hun versie van de roots met als gevolg deze nieuwe plaat "Lucky You", waarbij Ray Kennedy van The Twangtrust (het samenwerkingsverband van Kennedy met Steve Earle) en Stevie Adamek de laatste hand legde. Op deze twangplaat worden Cynthia & Craig trouwens bijgestaan door deze Adamek aan de drums en bassist Bill Reynolds. Knappe liedjes, twee uitstekende stemmen, prachtige samenzang, bij momenten heerlijk rinkelende gitaartjes, een gevarieerd instrumentarium, een cleane productie, alle ingrediënten om van een geslaagde Americanaplaat te mogen spreken. Over alle twaalf tracks ligt een dikke deken van geluid die is toe te schrijven aan de productie van de reeds vernoemde heren. "Lucky You" is dan ook de toepasselijke titel van de nieuwe plaat die zich als een forse stap voorwaarts laat horen. Alle liedjes op deze nieuwe plaat werden geschreven door The Believers, behalve het zeer mooi gecoverde "You've Got Another Thing Comin". De originele versie hiervan is van de Britse metal band Judas Priest. Maar ook de zelfgepende liedjes zijn allen van grote klasse zoals de openende rockers: de titeltrack en "I'm Only Dreaming", over het alt. country- bluegrass getinte "Higher Ground", de ballade "Read It & Weep", het grensverleggende "Your Hurting Ways" naar het twangende "Ring, Ring, Ring" tot de hartverscheurende afsluiter "Long Way To Heaven", één van de twee bonustracks, een nummer uit de voorganger "Crashyertown". Er staat gewoon niet één slecht liedje op "Lucky You". De inhoud van deze CD bestaat gewoon uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die van "Lucky You" tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. Met een flinke dosis live ervaring is het duo duidelijk gegroeid en de begeleiding is gewoon een ingespeelde groep klasse muzikanten. Gelukkig wordt er naast enkele ballads ook een potje gerockt en dat maakt dit album tot een prettig afwisselende plaat en bewijst nogmaals dat we in de toekomst wellicht rekening moeten gaan houden met The Believers en hun kuiterbijter, Beanie Boy. Op "Lucky You" brengt dit duo in zijn songs gewoon zoveel boeiends te berde, dat een beoordeling op eigen merites niet anders dan zeer positief kan uitvallen. De wisselwerking tussen deze twee artiesten was sinds hun debuut "Raw" meteen raak, ofwel de geladen stem van Frazzini gekoppeld aan de licht nasaal en ruw klinkende mannelijke wederhelft, want de meeste liedjes zingen ze samen. Daarmee kunnen ze veel kanten uit, hetgeen ze ook weer laten horen op hun nieuw album, "Lucky You", hun debuut voor het Nederlandse CoraZong label. En dat hun derde plaat hun voorgangers gaat overtreffen is nu al zeker.

Het duo uit Seattle komt naar Nederland van 11 mei - 25 mei
Voor bookingen en informatie : Bert de Ruiter / booking@corazong.com