ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

RUTHIE FOSTER - THE TRUTH ACCORDING TO

GREG ZLAP - ROAD MOVIE(S)

SPENCER BOHREN - LIVE AT THE TUBE TEMPLE

GRAHAM HINE - YOU’LL BE HEARING FROM ME REAL SOON

BIG RED AND THE SOULBENDERS - UNDER THE DELTA MOON

ANNI PIPER - TWO'S COMPANY

ALL DAY SUCKER - THE BIG PRETEND

BLACK TOP - ROUGH 'N GRITTY

HENRY COOPER - THE GIN YEARS

MICHAEL FRACASSO - RED DOG BLUES

 


 

RUTHIE FOSTER
THE TRUTH ACCORDING TO
Website Myspace
Label: Proper Records
Distr: Rough Trade
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

Ruthie Foster is één van de hele groten geworden, ze had slechts een paar releases nodig om zich tussen de top van de rootsmuziek te nestelen, want in feite was haar vorige cd: "The Phenomenal", al meteen een wereldplaat. Een zangeres, songwriter en performer van dit kaliber komt maar eens in de zovele jaren naar boven, en ze maakte met haar sterke debuut het in eigen beheer uitgebrachte ”Runaway Soul” uit 2001 meteen indruk, daarna volgde de live registratie "Stages" in 2004. Nu, met "The Truth According To" overtreft ze dit alles weer. Haar muziek definiëren is moeilijk want ze gebruikt alle genres binnen die Amerikaanse waaier van roots. Er is zuiderse blues en rock in haar ritmes, soms wat country in haar teksten, hier en daar een snuifje gospel, en een flinke portie jazz in haar stem. Nu zijn er inderdaad meerdere artiesten die zulk een mix brengen, maar zelden hebben we tot op heden, dit met zo een perfectie tot een in elkaar versmeltende eenheid horen verwerken. De rode draad doorheen deze nieuwe cd is: blijf jezelf! Of je door periodes van geluk en voorspoed gaat of van ellende en tegenslag, enkel door jezelf te zijn blijf je overeind. In de openingstrack zegt ze "Everybody Should Have A Stone Love" en wie zijn wij om dat tegen te spreken. De vergelijkingen met Aretha Franklin’s power zijn al te dikwijls gemaakt, maar het is inderdaad zo dat ze momenteel zonder twijfel behoort tot één van de beste en zeker meest soulvolle zangeressen ter wereld, en de soepelheid die in haar stem zit en waarmee ze zonder moeite switcht van gospel naar rock, folk, blues en soul is fenomenaal. Als Ruthie (bijna) acapella gospel zingt, met enkel haar gitaar als backing, zoals in “Joy On The Other Side” weet ik zeker dat Mahalia Jackson van bovenaf glimlachend toekijkt. De opnames van dit meesterwerkje gebeurden in de Ardent studio in Memphis, waar ook Isaac Hayes opnam, en ze begonnen, toevallig of niet net op de dag dat Isaac begraven werd, en met medewerking van meerdere muzikanten die ook hem begeleiden, zoals Al Green en Ann Peebles toetsenman: Charles Hodges, die dat “Hi - label” soundje in de vingers heeft. Tussen de begeleiders onder meer ook Robben Ford, Jim Dickinson en de befaamde Memphis Horns. Of het nu het reggae ritme van “I Really Love You” is - of Patty Griffin’s verdrietige lovesong “When It Don’t Come Easy” - de heerlijke soulklassieker “Nickel And A Nail”, al heel veel gecoverd, maar nooit met zoveel verve - of de pure doorleefde blues “Tears Of Pain” - telkens zijn die songs haar eigen songs geworden, het is haar vreugde en haar pijn. Chris Goldsmith deed de productie, en de plaat is daardoor, iets meer nog dan de vorigen, een soulplaat geworden. “The Truth According To Ruthie Foster” moet dan ook eindelijk de bevestiging worden voor het grote publiek dat Ruthie Foster een van de meest beloftevolle artiesten van de rootsmuziek is momenteel. Toen ze haar vorige plaat “The Phenomenal” noemde was dat helemaal geen grootspraak, maar gewoon de waarheid. And that’s The truth, nothing but the truth, so help me God!
(RON)


 

 

GREG ZLAP
ROAD MOVIE(S)
Website Myspace
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Met een harmonica in zijn jaszak belandde Greg Szlapezynski uit Polen in de late jaren ‘80 in Parijs, waar hij direct vrienden maakte in de muziekwereld. Ergens halfweg zijn loopbaan ontdekte Greg dat hij geen computeringenieur wilde worden, maar fulltime muzikant. Bluesharp werd zijn passie. Deze allround artiest, nog geen veertig, maakte inmiddels naam als studiomuzikant, speelde op festivals en TV en werkte mee aan composities voor filmmuziek. Op het podium stond hij naast menig bekende Fransman, o.m. Charles Aznavour en J.J. Milteau. Sinds 1997 bracht hij vier albums uit, maar dit ‘Road Movie(s)’ album, geïnspireerd op bekende films, werd iets bijzonders. Niet alleen speelt en zingt Ian Siegal mee, die op vier songs de blues aangrijpend vertolkt, maar ook Daniel Yvinec stuwt met zijn contrabas jazzy mood doorheen filmische soundtracks. Op den duur weet je niet waardoor je het meest wordt geraakt, want in zijn soul verenigt Zlap Amerikaanse blues met Europese jazz en Poolse gevoelsturbulenties. Zijn ‘Road Movie’ opent met een ‘Wedding Theme’, dat hij voor het eerste hoorde in een oude kerk. Zoals hij in de intro de bruid beschrijft wiens bruidskleed op weg naar het altaar gekleurd wordt door het wisselend glasramenlicht, zo vergaat het ook deze ‘Road Movie’. Tijdens het voortschrijden van de songs verandert de toonaard, afhankelijk van de filmbeelden die hem ooit beroerden. In ‘Who’s Gonna Take My Damn’Soul’, wordt de odyssee van het hoofdpersonage uit ‘O Brother, Where Art Thou’ geëvoceerd, aan de hand van Bijbelse referenties en met steelgitaar. Siegal stort er zijn onrustige ziel in uit. Een treurmars volgt, opgediept uit Ry Cooder’s ‘Paris, Texas’. Even later roept Greg zelf ergens vanuit de woestijn de eenzame heldin uit ‘Bagdad Café’ een lokroep achterna. De banjobegeleiding accentueert het desperate. En zo gaat het verder. De meeste arrangementen schreef Zlap zelf, meestal samen met pianist Johan Dalgaard. Zelf begeleidt Zlap zich met zijn diatonische harmonica. Zijn interpretatie van ‘L’Ascenseur Pour L’Echafaud’ met Marine Band is gewoon subliem. Zijn harmonica, de zgn. saxofoon van de armen, vervangt daar Miles Davis’ trompet. Het album werd gedeeltelijk opgenomen in Parijs en deels in Polen in de Preisner studio. Yvinek producete met veel zorg, zodat ‘Road Movie’ a.h.w. een harmonisch huwelijk werd waarbij John Lee Hooker, Miles Davis, Little Walter en Willie Dixon broederlijk in de late avond nog zitten na te mijmeren. Je kan dit album ook zien als een perfecte gezel voor langs de Highway, al zou ik me bij twee songs toch even op een parking stationeren. Want ‘Mo’Better Blues’ van Spike Lee is ronduit fantastisch en bij ‘Now I Am The Blues’ waarin Siegal met een hartverscheurende wanhoopskreet de zielen van oude bluesiconen laat herleven, riskeer je alle concentratie te verliezen, totaal opgaand in de magie van het ogenblik.
Marcie


 

 

SPENCER BOHREN
LIVE AT THE TUBE TEMPLE
Website
Label: Valve Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Op 17 september had ik, vlak voor zijn solo optreden in de Crossroads te Antwerpen, een interview met de in New Orleans wonende singer songwriter en meester-slide gitarist Spencer Bohren. Hij kwam vanuit Duitsland in Antwerpen aan, want hij had daar een reeks optredens gedaan gedurende de week daarvoor. Deze live cd bevat opnames uit twee van die concerten, enkele dagen voor ons interview. Wat deze live cd uniek maakt, is de heerlijk intieme en relaxte sfeer, met bindteksten die zowat de geschiedenis van de blues weergeven. Dat maakte ook het concert in de Crossroads cafe, een unieke plaats voor zulke optredens, tot één van de beste concerten die ik ooit mocht meemaken. Spencer Bohren wist met zijn akoestische gitaar en lap steel het publiek zo te boeien, dat je een speld kon horen vallen, hetgeen verwonderlijk is, want de Crossroads is natuurlijk een café, en geen concertzaal met pluchen zetels. Een afwisseling van vooral traditionals, waaronder "Wade In The Water", enkele covers en enkele eigen songs vormen de songlist van deze live cd. Spencer begint met het vooral op slide gebrachte eigen "Night Is Falling", direct bij mij al verantwoordelijk voor wat "Chicken skin". Tussen de covers onder meer een mooie bewerking van Hank Williams' "Weary Blues" en vooral "People Get Ready" van Curtis Mayfield, voor ons het hoogtepunt van het concert in Antwerpen en natuurlijk ook deze cd. Toen ik de cd ontving was mijn eerste bekommernis dan ook of deze song er op stond, en groot was dan ook de vreugde toen dat zo bleek te zijn. Spencer's slide klinkt hier hemels mooi, vol ingehouden emotie. Maar ook op akoestische gitaar en in zijn fingerpicking stijl is Spencer Bohren sterk, en "Darkness" is daar dan weer een mooi voorbeeld van. Een andere song van Hank Williams "Lovesick Blues", door hem bekend gemaakt, maar geschreven door Cliff Friend, geeft Spencer de kans om aan te tonen dat hij ook best die overslaande jodel in zijn stem kan leggen. De afsluiter, het aangrijpende "Long Black Line" over de traumatische zwarte lijn die op elk huis in New Orleans aangeeft hoe hoog het water er ooit kwam tijdens de Katrina ramp en die achterbleef toen de vuile smurrie eindelijk wegtrok. Als je weet dat Spencer's huis ook zwaar schade leed, een song met extra dramatische betekenis. Ook hier weer zeer sfeervolle slidegitaar akkoorden, zei het in mineur, al bij al een prachtsong met een sobere, maar rake tekst. "Live At The Tube Temple" is dan ook een unieke weergave van een zeer gesmaakt concert, een weergave van de ingetogen, intieme sfeer die Spencer Bohren tijdens deze tournee door Europa wist te creëren, en die, ons althans, diep wist te raken.
(RON)


 

 

 

GRAHAM HINE
YOU’LL BE HEARING FROM ME REAL SOON
Website CDBaby
label: Sunhouse Records

Graham Hine's "You’ll Be Hearing From Me Real Soon" verdient het gered te worden van het dodelijke label dat er vandaag of morgen op wordt geplakt: bluesplaat van een blanke man van middelbare leeftijd. Die beschrijving is niet geheel bezijden de waarheid, maar er zijn betere associaties om Hine recht te doen. Sidekick van de country blues band Brett Marvin and The Thunderbolts, waar hij meer dan 40 jaar zanger/gitarist was bijvoorbeeld of zielsverwant van Ry Cooder. In het eerste deel van zijn muzikale carrière bracht hij twee LP's uit op het prestigieuze Blue Goose label, gerund door Nick Perls in New York. In het titelnummer van deze cd wordt verwezen naar deze tijd, waarin hij ook de namen van Sam Mitchell en Roger Hubbard vernoemd. Graham was van mening dat deze twee gitaarspelers, samen met hemzelf, toen de toonaangevende slide blues gitaristen in Europa waren, iets wat ik zeker niet wil aanvechten. Hine heeft zich zo te horen suf gearrangeerd op zijn eigen origineel werk, naast een aantal covers. Er staat zelfs een uitgekauwde klassieker op, "Fishing Blues" van Henry Thomas die Hine over het origineel heen weet te tillen. En als je een versie van Willie Dixon’s "Back Door Man" als opener kan opnemen die heftiger rockt dan het origineel, dan kan het bij mij niet meer stuk. Andere covers zijn Skip James, "Cherry Ball" en "If You Haven’t Any Hay", radicaal toegeëigende songs waar hij perse zijn eigen adem in wil blazen. Hine lokt deze originele songs als het ware uit hun tent, sluipt er in slakkentempo een paar rondjes omheen en begint ze dan met zijn gitaar langzaam te geselen. Maar ook in de andere negen zelfgepende songs laat hij zijn kunsten horen op zowel resophonic als andere elektrische gitaren. Warmbloedig als een bluesy Ry Cooder, ook zo'n stilist die uit duizenden herkenbaar is. De vonken moeten onder Hine's slide vandaan gesprongen zijn tijdens de opnamen, want voor zijn uitvoeringen gebruikt hij meestal alleen zijn slidegitaar en met zijn aangename stem geeft hij aan alle nummers een heel eigen vaak swingende, draai. Hine is een muzikant die het kunstje van de slidegitaar uitstekend beheerst: met een hand de slide laten grommen als een hongerige grizzly, terwijl de andere hand zulke vlugge en subtiele loopjes speelt dat je zweert dat er meer dan een gitarist tegelijk staat te spelen. Mooie voorbeelden zitten vaak bij zijn eigen composities, als in de melodieuze instrumentaal "Thank God For The Wheel". De overvloedige degelijkheid en het gebrek aan avontuur lijken kwalen waar veel blanke bluesmannen op leeftijd mee kampen, maar dit is niet van toepassing op onze Engelsman. "You’ll Be Hearing From Me Real Soon" en daar zijn we zeker van.


 

 

 

BIG RED AND THE SOULBENDERS
UNDER THE DELTA MOON
Website Myspace VIDEO 1 VIDEO 2

 

Big Red and The Soulbenders uit Arkansas zijn een goed draaiende bluesband bestaande uit het echtpaar Kelly "Big Red" Taylor stem en Micheal Taylor, bassist, daarnaast gitarist Larry Noble, saxofonist Little Lick en drummer Charles Gage. Big Red heeft haar liefde voor de blues al van haar kinderjaren, ze hoorde thuis B.B King doordat haar moeder een bluesfan was. Op haar vijftiende "leende" ze zelfs stiekem haar moeders rijbewijs en reed naar St. Louis om naar de bluesbars te kunnen gaan waar ze dan stilletjes binnensloop. Big Red is een "blues belter" in de stijl van haar naamgenoot Koko Taylor en Big Mama Thornton. Haar omgeving noemt haar vanwege haar krachtige stem nu al "a next Janis Joplin". Of het zo een vaart zal lopen moeten we nog afwachten, maar ze zingt wel de longen uit haar lijf, één pure brok emotie op het podium (zie clips). In ieder geval won ze met haar band al twee blues battles waar verschillende bands om de eer streden, dus de aanvang is al gemaakt. Op de cd staan 10 sterke songs waarvan ze er acht in haar ééntje schreef terwijl gitarist Larry Noble voor "Darkness” tekende, de overgebleven song, de afsluiter "I Don't Want No Broke Man" is door Ron Williams geschreven. Het geheel opent met een shuffle "Change In The Weather", een behoorlijk nummer en dankzij Red's intense stem is het niet een stereotype bluessong geworden zoals het wel had kunnen zijn. De track "Old River Blues" heeft extra ruimte voor Larry Noble’s gitaar, een heerlijk stukje slide, dat dit nummer naar een hoger niveau tilt. Titelsong "Under The Delta Moon" is dan weer een song waar ditmaal Kelly haar stem op volle capaciteit kan gebruiken. Kortom, Big Red zorgde samen met haar Soulbenders voor een uitstekende party-bluesplaat, en als deze band nog wat verder groeien kan zal het zeker een act worden waarmee in de toekomst rekening moet gehouden worden in bluesland.
(RON)


 

 

 

 

ANNI PIPER
TWO'S COMPANY
Website Myspace Contact
Label: Blues Leaf Records
VIDEO

 

"Two's Company" is Anni Piper's derde release, na "Jailbait" (2004) en "Texas Hold 'Em" (2007). Daartussen in 2005 werd Piper onderscheiden met 'Best New Talent' op de 'Australian Blues Music Awards', en kreeg ze ook een nominatie als 'Best Female Vocal'. Maar dat deze zangeres van een hoog niveau is bewijst ze eens te meer op haar nieuwe release "Two's Company", die een compilatie is van haar twee vorige Australische releases. Hierop brengt zij de blues en roots samen en met haar donkere soulvolle stem legt zij een diepe intensiteit in haar nummers. Op haar twaalfde jaar leerde ze al gitaar spelen om dan twee jaar later naar de bas te grijpen, en dit was meteen haar begin van haar muziekcarrière. Talloze popbandjes uit de thuisbasis volgden in de negentiger jaren. De kracht van Piper ligt in het feit dat ze beschikt over een levenservaring die ze op haar emotionele wijze weet te verwoorden in haar eigen songs of in de te vertolken covers. Hoewel ze geen grote aardverschuivingen teweegbrengt, presenteert Piper op ambachtelijke en melancholische wijze twaalf eerlijke bluesrock deuntjes, die ze overtuigend brengt in haar unieke stijl, nl. 'Texas blues waving an Aussie flag!’ Op dit album kon ze rekenen op een zeer goede afwisselende begeleiding bestaande uit de gitaristen Richard Steele (van de Austin Texas band 'The Small Stars'), Marcus 'Bro' Adamson en Allan Vander Linden, Hupert Hyde op Hammond, de drummers Dennis Wood en Trent Batchelor en producer Jeff Cripps op percussie. Dat Piper een uitstekend gevoel voor het uitkiezen van nummers heeft mag verondersteld worden, en ook op dit album weet zij als co-producer tien zelfgeschreven nummers (waarvan zes co-written met Allan Vander Linden, de gitarist van haar debuut album "Jailbait") af te wisselen met andere composities, waaronder de opener: Leroy Carr's "Blues Before Sunrise". Alle 12 songs op deze cd klinken prima het is daarom moeilijk om er enkele uit te pikken. Maar als je het nummer "Untrue", een slow blues met een verhaal over een ontrouwe bruid, beluisterd ontdek je de kracht van Anni Piper. In dit nummer ontstaat er een spanningsveld tussen haar gevoelige en krachtige stemgeluid. Door de emotie die ze erin legt is het alsof je het leed dat ze vertolkt zelf voelt. Mijn persoonlijke prijsnummers zijn meer terug te vinden in het traditionele blues genre. Zoals "Mystery of Love", dat zalig start met een Mississippi stijl slidegitaar of "Jailbait", met een prachtig gitaarduel tussen Richard Steele en Marcus 'Bro' Adamson op slide. Deze cd is veelzijdig te noemen waarop Piper samen met haar band glanst met goed gekozen nummers en teksten. Maar het meest aantrekkelijke op deze cd is Piper's stem, ze kan je tot op het bot weten te raken door haar diepe stem, en even later klinkt ze meer poppy als in, "Watchdog". Bij Piper klinkt dit allemaal even prachtig. Zo klinkt ze op de titeltrack als Bonnie Bramlett in de jaren '70. "Come In My Kitchen" is geen cover van Robert Johnson maar een zalig nummer door haar zelfgeschreven. Het akoestische "Man's Woman" met Allan Vander Linden op gitaar bewijst wederom de veelzijdigheid van deze plaat. Liefhebbers van klassieke soul, rauwe blues en roots en fans van zangeressen als Janiva Magness komen met deze release aan hun trekken. "Two's Company" is uitgebracht op het Blues Leaf label, de toekomst van deze bluesdiva ziet er daarom rooskleurig uit met een sterke vrouw als Anni Piper.



 

 

ALL DAY SUCKER
THE BIG PRETEND
Website Myspace Contact
Label : Trademark Entertainment
Info : Hemifrån CD-Baby

 

Onder de alles omschrijvende noemer ‘The New California Sound’ profileert de uit Hollywood stammende vijfmansformatie ‘All Day Sucker’ zich als een moderne pop- en rockband die zijn inspiratie haalt bij de vaak bombastisch georchestreerde sound die we kennen van o.a. Electric Light Orchestra en Elton John. In de enkele rustigere ballads op dit album herkennen wij eerder invloeden van muzikanten als Elvis Costello of Ben Folds. Maar de groep rond zanger-tekstschrijver Monty Coyle en muziekschrijver-keyboardssspeler Jordan Summer kiest er toch vooral voor om een eigen hedendaags geluid te brengen op hun recentste cd “The Big Pretend”. In 2004 verscheen de eerste titelloze cd van deze Californische band. In geen enkele song op hun nieuwe plaat vergeten ze om de nodige aandacht te schenken aan het melodieuze aspect en ook in hun nogal uitgebreide songteksten beogen ze een inhoudelijk zinvol verhaal te brengen. Monty Coyle en Jordan Summer begonnen al op jonge leeftijd aan een muzikale relatie tijdens hun schooltijd toen ze met allerlei groepjes optraden en diverse muziekstijlen exploreerden zoals jazz, R&B, blues en new wave. Met ‘All Day Sucker’ – een groepsnaam die ze danken aan een song van Stevie Wonder – werd echter voor het eerst op een doodernstige manier aan muziek gewerkt en zo ontstonden de rock-popsongs die op hun debuutplaat en nu ook op “The Big Pretend” te horen zijn. Deze cd begint op theatrale, musicalachtige wijze met een korte introsong, tevens ook de titelsong. Daarna wordt er steviger ingevlogen met “Life In The Passing Lane” waar we al een eerste keer de ELO-invloeden kunnen waarnemen. De pianoballad “Santa Ana” toont de link naar Ben Folds aan en “The Picture (That Took Me)” herinnert dan weer sterk aan Elvis Costello, niet in het minst door de mooie samenzang en de vlot in het gehoor liggende melodie. En Elton John lijkt wel persoonlijk live aanwezig te zijn als het Britpopnummer “Strange Orbits” gebracht wordt. Nadien kabbelt deze plaat wat onopvallend verder tot er even later toch weer stevig in wordt gevlogen met het nummer “City Of Angels” en de swingende popsong “Riddles And Rain” (beiden opnieuw heel sterk à la Elvis Costello). Het funky soulnummer “The Man” in sublieme Motownsound en knipogend naar Stevie Wonder sluit het album waardig af. Moeilijk doen en muzikale gedrochten creëren is trouwens iets waar de jongens van ‘All Day Sucker’ niet voor te vinden zijn. Hierdoor kan je alle nummers op dit album radiovriendelijk noemen en zou er hier of daar wel eens een klein hitje tussen kunnen zitten. En dat deze heren op beroemde steun mogen rekenen bewijst de aanwezigheid van niemand minder dan Jordan Zevon (jawel, de zoon van wijlen Warren) de backing vocals bij de meeste songs voor zijn rekening neemt. En Kelly Osbourne (jawel, de dochter van nog net niet wijlen Ozzy) schrijft in het haar op het lijf geschreven taaltje: ‘I fuckin’ love them’. Laat ons deze recensie echter wat beschaafder proberen af te sluiten met onze positieve conclusie dat “The Big Pretend” een vlot in het gehoor liggende, moderne pop- en rockplaat is geworden die uiterst aangenaam te beluisteren valt en ons nergens naar de doorspoeltoets op de afstandsbediening van onze stereo-installatie doet zoeken.
(valsam)


 

 

BLACK TOP
ROUGH 'N GRITTY
Website Label: Black Top
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Stevig klinkende bluesrock uit Nederland is dit. Black Top is een band die net zo goed invloeden bevat van AC/DC als Z.Z.TOP, maar duidelijk ook geluisterd heeft naar de gut-bucket, juke-joint blues van landgenoten als Cuban Heels. Een trio met twee leadzangers. Mick Hup (gitaar /zang), Anne Maarten Van Heuvelen (bas/zang) en Theo Thumper (drums) begonnen pas een jaartje geleden met deze band met vooral eigen nummers. Live spelen ze ook wel eens werk van Gallagher, ZZ Top, Joe Walsh of Willie Dixon. Mick Hup, dat hoor je al aan zijn naam, is Amerikaan van afkomst. Hij speelde als vijftienjarige reeds in de soul band van zijn zus en speelde vooral in het circuit van de legerbasissen. Hij nam in 2001 een eigen cd op "Soul Power", en kwam zo in de belangstelling van Noel Redding, (Hendrix) en belandde zo in diens band. Anne Maarten Van Heuvelen ("Hills" voor de vrienden) kennen we van NO Blues, verder speelde hij bij Tony Vega, nam een eigen cd "Friday The 17th" op en begeleide Tracy Bonham en Joe Purdy. Samen met Theo Thumper speelde hij voordien als ritme sectie van de Marbletones. Thumper zelf tourde voorheen door Europa met de Amerikaanse Jenny Kerr en met de legendarische blueslegende van het Fat Possum label: T-Model Ford. Vanaf de eerste song op deze cd weet je dat het er stevig zal aan toegaan. Dit is muziek voor de liefhebbers van de stevige bluesrock, bikers en konsoorten. De titel geeft 't perfect aan "Rouh & Gritty". Veertien songs waarvan meerdere het Texaans ZZ top geluid goed benaderen, "Black Tank Top" bijvoorbeeld, of "Down Down" waar Billy Gibbons gitaarklanken schering en inslag zijn. Een enkele keer gaat het tempo wat omlaag, "She Got Me Good" is bijvoorbeeld een song die wat van Peter Green's vroegere sound oproep. "Gonna Take you Home" daarentegen is puur AC/DC, en ook "Hey Hey, You Know What You Want". Hier en daar hoor je ook wat van de betere Britse blues en boogie bands van de jaren zeventig, zoals Foghat of Kim Simmons erin doorschemeren. Mijn favoriete song bijvoorbeeld: "Bad Boy" met dit boogie ritme speel je live de zaal compleet plat (zie video2). "She Wears Me Out" is al even "Rough & Gritty". Waarschijnlijk zullen we dit wel vlug op een of ander festival mogen meemaken deze zomer, want dit lijkt me een prima live "power" trio, en dat zullen de betere organisatoren ook al wel doorhebben.
(RON)


 

 

 

HENRY COOPER
THE GIN YEARS
Website CDBaby

 

 

Af en toe krijg je bij Rootstime dingen in de bus die je echt verrassen, schijfjes vol muziek die een ware ontdekking voor je vormen. Deze "The Gin Years" is er ééntje van. Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot op heden deze Henry Cooper niet kende (jawel, gebeurt ook mij wel eens). Wat ik me dan afvraag is, hoe kan het dat een man die zo een mooie cd afleverde, tot nu toe ongemerkt aan onze neus zijn voorbijgegaan, want dit is reeds zijn vierde release. Dit betekent natuurlijk niet dat hij overal onopgemerkt bleef. Hij begon als mondharmonicaspeler in zijn geboortestreek Oregon en omstreken en leerde wat, bij concerten van streekgenoten Curtis Salgado en Robert Cray. Hij was op dat instrument vooral geïnspireerd door Paul Butterfield en Big Walter Horton. Wat later ontdekte hij echter de slidegitaar en dat werd zijn geliefkoosd instrument daarna. Elmore James, Muddy Waters en Albert Collins waren vanaf toen zijn helden. En het mag gezegd, Henry weet zijn instrument te beheersen. Hij begon met country, schakelde langzaam over naar blues, omdat dat toch de muziekstijl is waarin je 't meest gevoel in de slide kan leggen. Hij creëerde een eigen sound, die een combinatie is tussen fingerpicking en sliding en waarin je blues, country en zelf Hawaiaanse klanken door elkaar in verwerkt kan terugvinden. De voornaamste wapenfeiten van Henry Cooper zijn vooral zijn werk met Screamin' Jay Hawkins, en jarenlang als vast lid van de Duffy Bishop Band. Wat later volgden de Explorers, Falcons en Terraplanes. De laatste zeven jaren heeft hij met zijn eigen band opgetreden en platen gemaakt, maar zijn vorige release was ondertussen zeven jaar geleden. Vandaar natuurlijk dat hij aan onze aandacht ontsnapte. Bij het beluisteren van "The Gin Years" werd in de openingssong "Unsteady" mijn aandacht al dadelijk getrokken door de uitstekend klinkende, en door merg en been gaande slide van Henry, dit nummer in ware Elmore James stijl opent de cd op waardige wijze. "Foxette" wat daarna volgt is zo Stax als maar enigszins mogelijk kan zijn. Het lijkt of Booker-T en zijn MG's hier aan 't werk zijn, een prima instrumentale song, vooral door die heerlijke Hammond van Ed Vance. Andere sterke tracks zijn "Second Time", JJ.Cale goes Hawai zou je dit nummer wel kunnen omschrijven, en "Cape Kiwanda" een leuk klinkende surfinstrumental. Dat dit een cd vol afwisseling geworden is mag blijken uit het feit dat "Blue Sky" een aantrekkelijke rockabilly track daarna gevolgd word door de pure boogie blues "On Your Way". Mijn favoriet hier zonder twijfel. Afwisseling zei ik, na deze boogie komt het sfeervolle, ingetogen instrumentale nummer "Road Ends" waarmee afgesloten wordt en waarin Henry naast zijn meesterlijke gitaargeluid ook even een heerlijk warm klinkende mondharmonica toevoegt. Een cd om te koesteren.
(RON)


 

 

 

MICHAEL FRACASSO
RED DOG BLUES
Website Distr: Lucky Dice
Label: Little Fuji Records

 

Met "Red Dog Blues" leverde de inmiddels in Austin, Texas residerende Michael Fracasso recent zijn zevende cd af. Fracasso is wel geboren in Mingo Junction, Ohio als kind van Italiaanse immigranten, waarna hij op oudere leeftijd verhuisde naar New York om dan pas in 1990 naar Austin te trekken. Liefhebbers van echte singer-songwriters-stuff opgelet! Michael Fracasso behoort tot de Texaanse singer-songwriters en manifesteert zich met "Red Dog Blues" voor Little Fuji Records als een groot talent. Sinds hij in 1993 debuteerde met "Love & Trust" heeft Fracasso al een aardig palmares bij elkaar geschreven. Na "When I lived in the Wild" (1995), "World in a Drop of Water" (1998), "Back to Oklahoma" (2001), "Pocketful of Rain" (2004) en "Retrospective" (2004) houdt onze folky bard op "Red Dog Blues" de Texaanse singer-songwriter tradities in ere, in zijn bekende mengsel van country en Amerikaanse folk, al laat zijn muziek zich alles behalve omschrijven als typisch Texaans. Veel sobere en aardedonkere songs die stuk voor stuk de ontroerendste verhalen vertellen, zoals het jazzy "Hurricane", dat feitelijk lang geschreven was voor Katrina toesloeg. Fracasso beschikt over een prettige stem en heeft een stel prima muzikanten om zich heen verzameld die de juiste muzikale accenten weten te leggen. Zijn medium-tempo songs en ballads zijn ingetogen geïnstrumenteerd: gebaseerd op zijn akoestische gitaar en pianospel, ondersteund door effectief swingende drums worden de accenten meestal gelegd door mandoline en een stel blaasinstrumenten. Ze onderstrepen zijn met een warme tenor gezingzegde, meeslepende teksten en verhalen. En het lijkt er alsmaar meer op, dat Fracasso binnen afzienbare tijd in de bovenste la van het singer-songwritersgild zal gaan belanden. Fracasso beschikt niet enkel over een mooie hoge, heldere stem, maar is daarbuiten ook een onderscheiden dichter, die in zijn nummers met zijn onnadrukkelijke woorden een continue sfeer van verlies en leed oproept. Hij is daarbij waarnemer, geen deelnemer. Een aantal keren haalt hij instrumentaal wat feller uit, dan onderstreept dat muzikale venijn zijn beschouwende teksten en geeft ze net het reliëf dat in sommige andere songs ontbreekt. Zijn verteltrant lijkt gemakkelijk, maar dat is juist de kunst. Vakbroeders erkennen zijn talent dan ook terecht: Jamie Hilboldt (toetsen), bassist Byron Isaacs (Ollabelle), drummer-percussionist J.J. Johnson (Charlie Sexton), Alex Rueb (mandoline) en de blazers Dan Torosian en Rick White doen mee op deze vlekkeloos volgespeelde en door producer David Hamburger (eveneens elektrische- en akoestische gitaren, pedal steel) opgenomen cd. Wereldschokkend wordt het nergens, wel oerdegelijk en geloofwaardig van begin tot eind. Maar al bij al een album dat bijzonder aangenaam wegluistert en waarvan nummers als "Naked Fool", "Red White And Blue" en "Texas Lost Highway" naar onze mening, binnenkort regelmatig op de radio te horen zijn. Met "Red Dog Blues" zal Michael Fracasso eindelijk de welverdiende doorbraak kunnen bewerkstelligen. Klasse!

Michael Fracasso Live


donderdag 12 maart - OBA Live, Amsterdam , om 19:00 uur

vrijdag 13 maart - In The Woods, Lage Vuursche , om 20:30 uur

zaterdag 14 maart - Huis Verloren, Hoorn , om 20:45 uur

zondag 15 maart - C.P. Roepaen, Ottersum , om 17:00 uur

maandag 16 maart - Meneer Frits, Eindhoven , om 21:00 uur

woensdag 18 maart - Deventer Internationaal, in de Bibliotheek, Deventer , om 12:00 uur

woensdag 18 maart - Burgerweeshuis, Deventer , om 21:30 uur

donderdag 19 maart - Patronaat, Haarlem , om 21:30 uur

vrijdag 20 maart - Café De Amer, Amen , om 20:00 uur

zaterdag 21 maart - Silodam Huisconcert, Amsterdam , om 20:30 uur