ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

BRAD VICKERS & HIS VESTAPOLITANS - LE BLUES HOT

BIG ED SULLIVAN - IT TAKES A BIG BIG MAN

LIL' DAVE THOMPSON - DEEP IN THE NIGHT

VIAROSA - SEND FOR THE SEA

LOCO ZYDECO - TIME TO TURN THE KEY- THIS GREAT WHITE NORTH, EH! - YEAH YOU RIGHT, EH!

COAL - MASQUERADE

ALI ESKANDARIAN - NOTHING TO SAY

AMY SPEACE - THE KILLER IN ME

FINGERPISTOL - YOUNG AND BEAUTIFUL

CLIFTON ROY & FOLKSTRINGER - WHERE THE ROCK MEETS THE RAIL


 

 

 

BRAD VICKERS & HIS VESTAPOLITANS
LE BLUES HOT
Myspace Label: ManHatTone CDBaby

 

Wanneer ik op een nieuw album de vermelding ‘front porch’ muziek lees dan ben ik al voor de helft gewonnen. Gewoonlijk krijg je dan relaxte bluesmuziek te horen van het genre Big Joe Williams of Rev. Gary Davis. Maar als de medespelers die zich op de veranda verzamelen het niveau halen van ‘The Vestapolitans’ dan ben ik compleet van de kaart. Hun ‘Le Blues Hot’ verleidt en pakt je in vanaf de eerste song. Zanger/gitarist Brad Vickers uit New York, voormalig basgitarist en sideman in een lange lijst van topmuzikanten, is zelf een vedette van uitzonderlijke klasse zoals hij zingt, gitaar speelt en zijn songs componeert. Van de twintig nummers arrangeerde hij er zelf tien, sommige samen met violiste Margey Peters, één van de Vestapolitans. De andere bandleden zijn Jim Davis, fantastische klarinettist en saxofonist en Dave Gross, contrabassist en jazzy gitarist die beiden als het ware één van hun muzikale hoogdagen beleven, afgaande op hun élan en vitalisme. Ook Margey’s elektrische bas vuurt aan. ‘Hudson’s Stomp’ en ‘Where Can My Baby Be?’ doen de voetjes zwiepen, de kleedjes rocken en het hartritme jojoën. In dit sprankelend clubje zit nog Barry Harrison die met zijn energiek drummen een ‘old time’ sound weet op te wekken die het midden houdt tussen een impulsief enthousiaste vreugde-uiting en een primitief steels aankloppen alsof het drumritme je wil meelokken. Je vraagt je dan of er misschien voodoo achter schuilt. Dat hij speelde in de band van Johnny en Shemekia Copeland kan moeilijk de enige verklaring zijn. Leider Brad Vickers slaagt erin om met deze twintig songs, sommige instrumentaal, de sfeer te laten herleven zoals deze het publiek begeesterde in de eerste naoorlogse jaren. Of wellicht nu nog, zoals deze in exquise Parijse clubs tot leven komt waar dit genre muziek ‘hot’ blijft. Bij Tampa Red’s ‘Give It Up, Buddy’ zou je dan een wijntje bestellen met bubbels en bij het intuïtieve ‘Mississippi Shadows’ wat veredelde ‘Moonshine’. De hoorn van Jim Davis en de gitaren, gipsy of swingend, vinden elkaar vaak in speelse ritmes. Soms zingt Margey mee, sensitief op ‘Hands Off’ en haar viool op Joe Williams’ ‘Baby, Please Don’t Go’ zorgt ervoor dat je blijft. Met dit eerste soloalbum en zeventig minuten sprankelende muziek, vermenging van Stomp, Rag, Boogie, Blues, Roots, Jazz en Woogie scoort Brad met een voltreffer. Jimmy Reed, Tampa Red, Bo Diddley en de hele stoet van rootsy bluesmannen vulden hun taak als rolmodellen glansrijk in. Bovendien mikte Brad Vickers op een select clubje muzikanten dat als geen ander weet hoe aan gediversifieerd oud materiaal moderne kleur en swingende variatie te geven. Ideaal om het nieuwe jaar ‘Hot’ te verwelkomen.
Marcie


 

 

BIG ED SULLIVAN
IT TAKES A BIG BIG MAN
Website VIDEO
Label: DixieFrog Records
Distr.: Parsifal


 

Hij is New Yorker en is een van de beste vrienden van die andere "Big" New Yorker, Popa Chubby. Het was dan ook deze die zorgde voor de productie van de nieuwste van Big Ed Sullivan "It Takes A Big Big Man", en er samen met zijn vrouwtje Galea op meespeelde. Beiden maken wat gelijkaardige muziek, al is Big Ed nog wat meer rock en rockabilly gericht dan Popa. Beiden zitten op het Dxiefrog label, wat voor ons al een garantie voor kwaliteit betekent. Big Ed groeide op terwijl hij bijna al zijn tijd stak in zijn gitaren en mondharmonica, wellicht zijn redding, want verschillende van zijn Brooklyn vriendjes van vroeger werden het slachtoffer van drugs, misdaad en bendeoorlogen. Terwijl ze dus één voor één wegvielen, zette dit hem extra aan om voor het muzikantenleven te kiezen, het geeft een kick en is niet van alle gevaar ontdaan, maar in verhouding met wat zijn vrienden meemaakten, heel wat veiliger. Zijn inspiratie komt van mensen als Slim Harpo, Link Wray, Danny Gatton en Albert Collins, waarvan elementen in zijn rock en blues nummers terug te vinden zijn. Big Ed weet met zijn wilde slide stijl een eigen geluid neer te zetten. Big Ed was ook één van de pijlers van Rebel Rockers, de voorlopers van Stray cats met Brian Setzer. Dit is na het debuut "Big " en de voorlaatste "Run To The Border" al de derde die door Popa Chubby geproduced werd. Iets meer dan op die laatste cd brengt Ed hier rockgetinte songs, zoals "On The Road To Nowhere". Zo is er bijvoorbeeld ook Bobby Fuller's "I Fought The Law" en zijn eigen"Rockin Little Mama" waarmee de cd afsluit, pure rock voorzien van Chuck Berry gitaarriffs. Een andere sterke rocksong is "Top Shelf" van zijn leadgitarist V.D King, die ook "het grappige "Bitch Bitch Bitch" schreef, waarin een pittige woordenwisseling met Galea voor animo zorgt. Maar ook de blues is Big Ed niet vergeten, luister maar naar het voortreffelijke "The Cheating Kind" met mooi gitaarwerk. Mijn favoriete song is en blijft echter "Bury Me In Black" een heerlijk rock met een onweerstaanbaar boogieritme. Big Ed did it again, en deze vijfde cd bewijst het: "It Takes A Big Big Man" to satisfy your...ears.
(RON)


 

 

 

LIL' DAVE THOMPSON
DEEP IN THE NIGHT
Website VIDEO
Label: Electro-Fi Records
Distr.: Parsifal

 

Het nieuwste werk van de uit de Mississippi Delta afkomstige Lil’ Dave Thompson is te beluisteren op zijn zojuist uitgebrachte cd "Deep In The Night". Niets meer en minder dan een recht toe recht aan blues cd. Aan zijn gitaarspel en arrangementen kan je meteen horen dat hij al heel wat jaren meegaat. Al verdween hij regelmatig uit de bluescène, deze tweede release voor het Electro-Fi label is meer dan overtuigend. In 1996 verscheen zijn debuut op het befaamde Fat Possum label, maar echter zonder veel succes, zes jaar later verschijnt zijn tweede album "Come On Down To The Delta" (2002) op het JSP label, en dit was meteen een stap in de goede richting. Kwaliteit is meer dan voldoende aanwezig op "Got To Get Over You" (2006), zijn derde album, ditmaal voor het Electro-Fi label, maar hij blijft helaas in de schaduw van zijn grote voorbeelden zoals James "Son" Thomas en B.B.King. Lil’ Dave Thompson is een bluestraditionalist, en is met zijn nieuwe album trouw gebleven aan zijn huidige stal. Dat betekent dat hij nu tevreden is en dat horen we ook in zijn muziek: hij schrijft nummers met vaak swingende melodieën die gemakkelijk blijven hangen, hij zingt met een krachtig soulvolle stem en soleert bekwaam en enthousiast. Bovendien wordt hij in de rug gedekt door een capabele band. Thompson die zelf alle tien nummers geschreven heeft en ook alle gitaar en vocalen verzorgt wordt o.a. bijgestaan door Mike Nunno (bas), Gary Taylor (drums), John Lee (orgel) en de blazers Ray Podhornik (trompet) en David Rodenburg (sax). Een totaal andere band als op de voorganger, maarmee hij de kloof tussen blues en rock weet te overbruggen. Het aantrekken van Andrew Galloway als producer op zijn vorige cd "Got To Get Over You" had wel tot gevolg dat deze plaat veel steviger was dan de voorgangers, en meest volwassen album van Thompson was geworden, dat voor de liefhebber van goed en stevig gitaarwerk zeker een aanrader genoemd mocht worden. Voor het nieuwe album "Deep In The Night" ligt de productie wederom in handen van Galloway en ik snap nu wel waarom onze bijna veertiger bij dit label is gebleven. Want met deze tweede release voor Electro-Fi kan hij op dit moment beschouwd worden als één van de meest talentvolle Mississippi blues gitaristen. Ondertussen maakt vriend Thompson wel een lekker potje heavy blues die dicht tegen bluesrock aanligt, met zo nu en dan een uitstapje naar de meer traditionele blues. Thompson is echter het sterkst in de up-tempo stampende blues met jankende gitaren, zoals in de tweede track "You're Gonna Need Me". Met zijn soulvolle stem en zijn imponerende, maar vooral aangrijpende gitaarspel weet hij van begin tot eind te boeien. Heel sterk is het meer dan zeven minuten durende, slow bluesnummer, "No Good Woman", maar ook het gedreven "The Feeling Is Gone", het relaxte "A Woman Like You" en de openende titeltrack kunnen op mijn bijzondere waardering rekenen. Blues in zijn puurste vorm, hartstochtelijk en levenskrachtig bepalen de sound van dit album. Thompson verstaat de kunst te boeien, zoveel is zeker. Meer zelfs, hij laat je huiveren. Zijn prachtig stemgeluid, zijn perfect getimede blueslicks en zijn niet aflatende liefde voor de traditionele blues doen in mij veel bewondering opwekken.


 

 

VIAROSA
SEND FOR THE SEA
Website Myspace Contact CD-Baby
Label : Tarnished Records (US) / Pronoia Records (UK)
Info : Hemifrån

 

De eerste herinnering die bij me opkwam toen ik de beginsong van het album “Send For The Sea” van Viarosa hoorde was een warm weerzien met Jim Morrison en The Doors. “Tourniquet” is dan ook een nummer dat niet zou misstaan hebben op een “Doors”-album. Viarosa is een band uit Londen die vorig jaar zijn debuut maakte met de cd “Where the Killers Run”, een plaat die tot stand kwam om de zelfmoord van de zus van zanger Richard Neuberg en de daaropvolgende depressie te verwerken. Ook toen al werden er in de pers verwijzingen gemaakt naar bands als Tindersticks en Lambchop of naar artiesten als Mark Lanegan, Nick Cave en Leonard Cohen. Als je als debutant aan dergelijke namen gelinkt wordt is het dubbel zo moeilijk om een tweede plaat uit te brengen die al het goede moet bevestigen dat over je gezegd werd ten tijde van de debuutplaat. Viarosa slaagt daar moeiteloos in. Meer nog, ze overtreffen zichzelf met “Send For The Sea” dat op weg is om een klassiek album te gaan worden. Songs als “Righteous Path” worden heden ten dage veel te weinig geschreven. Als zanger zingt Richard Neuberg zich de longen uit het vege lijf en zangeres Emma Seal (ook Neubergs’ echtgenote) is véél meer dan een opvallende schoonheid en draagt subliem bij tot het geluid dat deze groep kenmerkt. Ook violist Josh Hillman (tevens lid van Willard Grant Conspiracy) weet meerdere songs een schitterende klankkleur mee te geven met zijn sublieme strijkwerk. De groep rond singer-songwriter Richard Neuberg werd in 2002 opgericht en groeide sindsdien uit tot een vaste waarde in de hedendaagse popmuziek. In de voorbije jaren verzorgden ze voorprogramma’s voor o.a. R.E.M., Leonard Cohen, Midlake en Alejandro Escovedo. Een anti-oorlogsong als “The Old Walls” is een voorbeeld van hoe moderne pop moet klinken, dus niet zoals je bijna de hele dag op de radiozenders in de strot wordt geduwd. Hetzelfde geldt voor het knap opgebouwde, epische werkstuk “Beggars And Thieves”. De haast vertellende, fluisterende, duistere en mystieke vocalen van Neuberg boeien ons alvast mateloos. Zo genieten wij met volle teugen van songs als “Cruel Pull Of The Stars”, “The Last Resolve”, het minimalistische en mysterieuze “Ode To Sunlight” en de heerlijke cd-afsluiter “The Sea”, inclusief overvliegende en schreeuwende zeemeeuwen en met pathetisch zangwerk à la Jeff Buckley. Een zin als “I’d like to stay above the sea, keep my head up, keep my will” hadden wij altijd al zelf willen schrijven. Het kan vanaf nu als levensmotto gebruikt worden mits copyright voor Viarosa. Wij voorspellen Viarosa een mooie toekomst en zien nu al uit naar nieuw werk van dit Londense sextet.
(valsam)


 

LOCO ZYDECO
Website Myspace Contact
Label: Flamingcheese records


In de smeltkroes van culturen die elkaar de afgelopen tweehonderd jaar ontmoet hebben in de zuidelijke staat Louisiana en haar haven New Orleans, speelt de accordeon een belangrijke rol. Lees het bekende boek 'De Accordeon Misdaden van Annie Proulx' er maar op na. Hij werd oorspronkelijk meegenomen door Duitse immigranten, maar zoals bekend konden Fransen er ook heel aardig mee overweg. Hun aanwezigheid is dan ook van grote betekenis geweest voor het ontstaan van de cajun en vooral de veel zwartere zydeco. Creoolse slaven, afkomstig uit Afrika en het Caribisch gebied bepaalden het ritme en introduceerden het wasbord (le frottoir). Een uniek genre werd zo geboren. Later kwamen daar invloeden bij van Amerikaanse rhythm’n’blues en tegenwoordig zelfs rap en hiphop. Met de eindejaarsfeesten in het vooruitzicht, willen we graag het Canadese Loco Zydeco even in de kijker plaatsen, een band waarmee we al dansend, handenklappend en zwaaiend het nieuwe jaar kunnen starten.

 

 

 

 

 

 

TIME TO TURN THE KEY - THIS GREAT WHITE NORTH, EH! - YEAH YOU RIGHT, EH!

Ondanks dat zydeco een redelijk streekgebonden muzieksoort is en de regio in kwestie (Louisiana) niet naast de deur ligt, kent deze swingende muziek een redelijke aanhang in onze lage landen, maar ook in Canada. Daar zijn er dan ook een flink aantal zydeco bands actief, meestal wel feesten en partijen bands, maar daar leent de zydeco zich natuurlijk ook uitstekend voor. Wie bij deze muziek stil kan blijven staan moet wel een zuigeling of een bedlegerige bejaarde zijn, want wat het Canadese Loco Zydeco ons voortschoteld op hun laatste album "Time to Turn the Key", is wel één van de aanstekelijkste platen die we de laatste maanden in de Zydeco muziek is verschenen. Zoals hun debuutalbum, "Yeah You Right, Eh!" uit 2004 en de opvolger, "This Great White North, Eh!", uit 2006 staat ook deze nieuwe plaat voor dansmuziek in een mengeling van zydeco en cajun. Dit zestal brengt de sound uit het diepste van het diepe zuiden, de swamps van Louisiana, naar hun thuisland, het grote witte noorden, en dit in zeventien zelf gepende songs met natuurlijk het accordeon en wasbord, gitaar, en drums als voornaamste muziekinstrument. Voeg daaraan de prachtige stem van Rob "Bango" Urquhart (vocals & harp), en zo trekken in ruim een uur een handvol lekker groovende nummers voorbij. Dit alles wel met het nodige enthousiasme gespeeld door de andere leden van de band: "Sameday" Ray Walsh (accordeon & vocals), Kris "K.K." Walsh (rubboard), Dave The Cat (gitaar & vocals), Mike Menheere (drums & percussie) en Les Graham (bas & vocals). Zydeco fans zullen zeker op dit nieuwe album "Time to Turn the Key", de meer traditionele nummers, zoals de tracks: "Feelin’ Fine", "Face Down In Plaisance", "Hey Ma Hey Pa" en "The Two Step" zeker graag horen, maar de fans die bij hun Zydeco een vleugje blues willen zijn "Honey Bee" en "Merry Go Round", de grootste aanraders. Voor degenen die graag hun Zydeco meer popgericht horen, pikken we de songs "Next Time" en "Shine" uit als de meer radiovriendelijke tracks, al zou zoete ballade "Christine Lamour", ook best een een hit in wording kunnen zijn. Alle songs zijn volledig geworteld in de zydeco, maar hebben daarnaast rhythm & blues én country invloeden. Alle liedjes klinken bij eerste beluistering vertrouwd in de oren en enigszins gewoon, terwijl bij nadere beluistering juist de mix van invloeden iets bijzonders aan de cd geven. Stel je eens voor: een band als Loco Zydeco op het podium, een massa uitzinnig dansende mensen in de zaal, gumbo en bier voor de inwendige mens, nummers als het openende "Feelin’ Fine", "Wrongway Jack", "Rollin' Wheels" en het afsluitende "Shine" .... wat een feest. Laissez Les Bon Temps Rouler! Resultaat: "Yeah You Right, Eh!", "This Great White North, Eh!" en "Time to Turn the Key" zijn absolute pure feestplaten, die niet mogen ontbreken in de collectie van iedereen die beweert van echte rootsmuziek te houden. Haal deze band a.u.b. eens heel gauw naar hier!


 

COAL
MASQUERADE
Website Myspace Contact
Label : Pepper Cake
Distr.: Zyx Music

 

Hoewel je het echt nergens ook maar even denkt te kunnen horen is COAL een Zwitserse formatie opgebouwd rond singer-songwriter en troubadour René ‘Coal’ Burrell. Hoewel deze artiest nog altijd maar een twintiger is straalt hij in zijn liedjes een grote maturiteit uit. Met zijn hart op de tong schrijft hij treffende teksten die op een mix van rock- en popsongs worden gezongen op zijn nieuwste cd “Masquerade”. Zelf beweert hij zijn inspiratie vooral te halen bij de grote countrysterren als Hank WiIliams en Patty Griffin of bij singer-songwriters als Ryan Adams, Bob Dylan en Lucinda Williams. Qua stem doet hij ons vaak denken aan onze eigen Stash met dat hese geluid en klagerige zang. Op zijn eerste cd “Working Man” ging hij nog als naïeve nieuwkomer tewerk, de opvolger “Let’s Build A Rocket” teerde al op zijn laatste jaren als jongeling. Dan is hij voor een paar jaren zijn visie gaan verruimen door in 2004 een tijdje naar Amerika af te zakken om er in Nashville en Austin andere en nieuwe muziekstijlen te gaan opsnuiven. Op dit derde album van COAL kwam de zanger tot een nieuwe dimensie van volwassenheid en klaagt hij het feit aan dat er op deze wereld zoveel mensen zijn met meerdere gezichten die toonbeelden van hypocrisie zijn. Wij denken dat “Masquerade” voor een definitieve doorbraak zal kunnen zorgen. Radiohead- en Pixies-producer Paul Q. Kolderie ontfermde zich alvast over de productie van dit schitterende album. DE song die er torenhoog boven uitsteekt is “Applause Of Tears”, een klassieke tearjerker die met een zelden geziene emotionaliteit en oprechtheid wordt uitgeschreeuwd. Deze song, waarop de legendarische Tamie Lynn meezingt, gaat over hoe zijn grenzeloze liefde voor muziek hem steeds weer door de hoogten en laagten in het leven helpt te komen. De emotioneel gezongen cd-afsluiter “Rest In Sleep” zit ook al erg kort in de buurt van een klassieker. COAL zingt over de zin en de onzin van het bestaan en hij stelt pertinente vragen in enkele nummers over waar het met deze wereld naartoe moet, echter zonder ons zijn eigen visie daarover te willen inlepelen als een predikant vooraan in de kerk. “Call Up the Handyman” is de song waarin de maskers dienen te worden afgegooid. In rockers als “The Bell On The Hill”, “Outside The Black Cathedral” en “The Roundabout Blues” lijkt het of we naar een vrolijke song zitten te luisteren maar dat is dan toch maar schijn want de teksten zijn treffend en hard. Maar er zijn ook gewoon goede liefdesliedjes te horen op deze plaat zoals “Keep Movin’ On” en de eerste single uit deze cd: “Unlock My Love”. COAL wil steeds opnieuw zijn horizonten verbreden en experimenteert continu met diverse muziekstijlen. Dat is onder meer duidelijk hoorbaar in de songs “Don’t Need Love” (over de relaties die alleen maar uit angst voor eenzaamheid opgebouwd worden) en “Here’s To A New Beginning” waarin de countryinvloeden de boventoon voeren. COAL is een uitstekende liedjesschrijver en weet met zijn cd “Masquerade” een boeiende afwisseling van songs en muziekstijlen te presenteren. Wij zijn alvast overtuigd dat we nog veel van deze Alpenjongen zullen gaan horen in de nabije toekomst. En dat we dit ook nog erg fijn vinden zal ondertussen ook wel duidelijk geworden zijn in bovenstaande cd-bespreking. De maskers zijn gevallen: COAL wordt beroemd. Doe ons even een plezier en haal dit album in huis, geniet ervan en steun deze zeer getalenteerde artiest op weg naar eeuwige roem.
(valsam)


 

 

ALI ESKANDARIAN
NOTHING TO SAY
Website
Label : Wildflower Records
Info : Hemifrån CD-Baby

 

In 1978 werd Ali Eskandarian geboren in het Amerikaanse Florida waar zijn vader een militaire opleiding volgde om in zijn land van oorsprong Iran te gaan strijden als revolutionair tegen het bewind van Ayatollah Khomeini. Toen ze Teheran opnieuw verlieten na het einde van de Iraanse revolutie verhuisde de hele familie opnieuw naar Aken waar ze politiek asiel verkregen van de Duitse overheid. Amper 2 jaar later kregen ze politiek asiel in Amerika waar ze in Dallas, Texas gingen wonen en waar jonge Ali school liep en een theateropleiding als acteur volgde. Tussendoor begon hij een muzikale carrière uit te werken en speelde hij in een bandje dat ‘The Warm Jets’ noemde. In 2003 verhuisde hij naar zijn huidige woonplaats New York City waar hij een geïnteresseerde muziekscène vond voor zijn muzikale prestaties. Beïnvloed door pop, jazz, blues en traditionele Oosterse muziek kan men Ali Eskandarian toch het best onderbrengen als singer-songwriter in de categorieën folk en alt-country. Wildflower Records – het platenlabel van zangeres Judy Collins – bood hem het platform om zijn eerste plaat uit te brengen. Dat werd “Nothing To Say”. Een titel die helemaal haaks staat op de verhalen die de componist in zijn liedjes probeert over te brengen. Vooreerst willen we toch de aandacht vestigen op zijn zeer warme en kwalitatief hoogstaande, mooie stem. De 10 liedjes op “Nothing To Say” zijn op akoestische gitaar gecomponeerde muzikale landschappen en tonen aan dat men zelfs in 2008 nog in staat is om een unieke eigen en frisse sound te creëren die opvalt tussen het overgrote aanbod op de muziekmarkt. Ali Eskandarian is wat je een grote ontdekking zou kunnen noemen. Het valt me ook moeilijk om hem met iemand anders uit de muziekscène te vergelijken, hoewel een mix van Bob Dylan met de falsettostem van Jeff Buckley misschien wel een dichtst benaderende omschrijving zou kunnen zijn van wat deze artiest op zijn cd presteert. Titels van onze voorkeursongs zijn: “Waking Up Is Hard To Do”, het heerlijke countrynummer “All We Do” over het afbreken van een relatie, “Black Tar Man” (very Jeff Buckley), het door Perzische klanken overheerste en in rituele Iraanse Farsi-taal gezongen “Eastern Fancy” en “Nobody”. De countryblues van de eerste single uit dit album “Government Meat” en de slide gitaar in de song “Memphis” vormen de ideale voedingsbodem voor zijn speciale zangstijl. “Dangerous Road” gaat over tot welke vreselijke dingen mensen in staat zijn als het fout dreigt te gaan in hun relatie. Advies van deze redactie: best niet te beluisteren als je in ruzie met je partner ligt of als je zelf buitengekegeld zou zijn geworden. Heel intiem wordt het nadien in de akoestisch gebrachte song “Her Red Leather Hat” dat onze absolute numero uno is op deze cd. Ali Eskandarian is een talent om nauwkeurig in het oog te blijven houden. Een volgende cd ter totale bevestiging van zijn vakmanschap zal ons volledig moeten overtuigen.
(valsam)


 

 

 

AMY SPEACE
THE KILLER IN ME
Website Myspace
Label : Wildflower Records
Info : Hemifrån
Distr.: Rough Trade

 

Melissa Etheridge. Dat was het allereerste dat bij me opkwam toen ik de recente en vierde cd “The Killer In Me” van de New Yorkse zangeres Amy Speace door de geluidsinstallatie hoorde weerklinken. Zowel de sound als de stem zijn treffend gelijklopend met die van de Amerikaanse lesbienne-rockzangeres. Qua seksuele geaardheid denk ik echter niet dat deze vergelijking ook nog opgaat. Amy Speace toonde blijken van sterke motivatie toen ze besloot om haar zekerheid als lesgeefster aan de New Yorkse theateracademie op te geven om een zangcarrière uit te gaan bouwen. Haar debuutplaat “Fable” was meteen een schot in de roos en ook opvolger “Songs For Bright Street” kon op heel wat bijval rekenen in de pers en bij het publiek. Haar intieme popsongs met Americana- en countryinvloeden worden één voor één gedragen door haar zeer krachtige stem die in dezelfde regionen opereert als die van o.a. Lucinda Williams of Tift Merritt. De liedjes zijn ook allemaal sterke nummers met een eigen verhaal. Luister maar eens naar “The Killer In Me”, “Blue Horizon”, “This Love”, “Something More Than Rain”, “I Met My Love” en “Piece By Piece”. “Dog Days” en “Better” zijn anderzijds stevige rockers die dus vooral die link naar Melissa Etheridge bij ons oproepen. Amy Speace bezit de gave om de luisteraar bij het nekvel te grijpen om hem daarna niet meer los te laten. De muzikale ondersteuning die ze in de songs krijgt van haar vaste begeleidingsband ‘The Tearjerks’ is ook indrukwekkend te noemen. Daarnaast komt ook de in 2009 al 70 jaar wordende Ian Hunter – bekend als zanger bij de legendarische Britse seventiesformatie ‘Mott The Hoople’ – meezingen op de songs “The Killer In Me” en “I Met My Love”. Amy Speace heeft alle nummers op dit album zelf geschreven - soms met co-auteurs - maar toch is ook dat een lovenswaardige prestatie gezien de algemeen zeer hoogstaande kwaliteit van deze liedjes. Op het einde van deze cd – als je maar lang genoeg kan wachten – krijg je nog een ‘hidden track’ met een enkel op akoestische gitaar gespeelde tearjerker grand cru: “Weight Of The World”, een liedje dat gaat over haar broer die ten oorlog trekt en niet meer levend terugkeert. Beklijvend mooi. Met “The Killer In Me” heeft Amy Speace ons definitief overtuigd van haar talent als zangeres en als songschrijfster. Waarom zou deze artieste niet eens in België aan uitbreiding van de fanbasis komen doen. Wij zullen bij zo’n optreden wellicht op de eerste rij staan, net voor de zangeres. Want mooi is Amy Speace ook nog. Some girls have all the luck.
(valsam)


 

 

 

FINGERPISTOL
YOUNG AND BEAUTIFUL
Website Myspace CDBaby

 

Laat ik al maar meteen met de deur in huis vallen: ‘Young And Beautiful’, de tweede cd van de Texaanse Band ‘Fingerpistol’ is één van de beste platen die we in lange tijd gehoord heb. Op de merkwaardige, schijnbaar vergeelde hoes lacht een gedateerde beauty ons vanuit andere tijden toe. Songschrijver en frontman Dan Hardick neemt zijn 20 jaar oude High School Yearbook opnieuw ter hand en reflecteert in de titelsong over verleden en toekomst: ‘Twenty years now and what’s in store?/ If you’re lucky maybe forty more / And knowing what you know now / Would you do it again if somehow / You were young and Beautiful?’ De twijfels over de midlife lijken als een rode draad door dit album te lopen. Zo gaat ‘Two Strong Arms’ over een vrouw die op zekere dag beseft dat de enige sterke handen waarop ze echt kan rekenen, die van zichzelf zijn. In ‘Old Promises’, een song over ouder worden en de spijt die daarmee gepaard gaat, stelt de zanger dat het moeilijker is om je aan je beloften te houden dan om deze te herinneren. Wie denkt dat dit allemaal wel wat zwaarmoedig moet klinken heeft het helemaal mis. Fingerpistol smeedt country en southern rock tot een sprankelend juweel. De bariton van Hardick harmonieert zalig met de mooie stem van tweede zangeres Suzee Brooks. Hier en daar horen we heerlijke streepjes lap steel of orgelt een Hammond ons naar de Americana Hemel. De gitaren in de prachtsong ‘Goodbye, Marie’ doen een beetje denken aan de eerste platen van R.E.M. ‘Little Bit Of Faith’ herinnert (niet alleen omwille van de titel) aan de beste ballads van John Hiatt. ‘Sadness and Pain’ lijkt dan weer een merkwaardige kruising tussen ‘Dirty Bvld’ van Lou Reed en het betere gitaarwerk van Mark Knopfler ten tijde van de debuutplaat van Dire Straits. En verder heeft deze band ook wel iets van The Jayhawks. Maar belangrijker is te weten dat elk nummer op deze plaat daadwerkelijk kan overtuigen. Luister naar de kilometervretende roadsong ‘Still In Texas’ en reis mee door de tijdloze schoonheid van ‘Wyoming’. Elf van de twaalf songs werden door Dan Hardick zelf geschreven. De enige cover op deze plaat, ‘Medicine’ (Price-Snodgrass) gaat over een relatie waarbij de fles centraal staat en begint met de dronkemanswijsheid: ‘A bottle a day keeps the doctor away…’ Afsluiten doet Fingerpistol met het catchy ‘Wake The Dead’, een tempus fugit song, waarin de band nog een laatste keer alle registers opentrekt en Hardick ons op het hart drukt dat schoonheid en tijd vergankelijk zijn. ‘Amen!’ kunnen wij hier slechts aan toevoegen. Wie deze plaat koopt haalt een meesterwerk in huis.
Shake


 

 

 

CLIFTON ROY & FOLKSTRINGER
WHERE THE ROCK MEETS THE RAIL
Myspace CDBaby

 

 

Bij sommige bands word je al meteen van bij de eerste song hun onderlinge chemie gewaar. Bij Clifton Roy en zijn Folkstringer band uit Illinois kon je dat evenwel verwachten, want de bandleden kennen elkaar al vanaf hun adolescentenjaren. De kameraadschap hield stand wat een debuutalbum opleverde in 2007, gevolgd door deze ‘Where The Rock Meets The Rail’. Het hecht clubje putte uit verschillende invloeden, inherent aan een vijfkoppige band waarvan de leden nog graag exploreren. Clifton Roy profileert zich als een rasechte songschrijver en volgt het lichtend pad van Johnny Cash, Hank Williams en Steve Goodman, alhoewel zijn stem eerder aan Josh Ritter of Jackson Browne doet denken. Folkstringer schreef mee aan de muziek en verenigt in zich jazz, folk, alt-country, americana en de folkrockspirit van de sixties. Christie McClure met verfijnde harmoniezang voegt wat feeërieke schitter toe aan de melodielijnen. Craig Hauge onderhoudt een vertrouwelijke liefde met zijn staande bas en David Rothenberg drumt zielsverbonden met zijn maten mee. ‘Herold’s Blues’ en ‘Eventual Highway’ vloeien als wendbare beekjes door het bluegrass landschap en zuigen de wandelaar mee in het instrumentaal geheel. Dit album is in de eerste plaats een liefdevol sfeeralbum want de veertien songs vormen een eenheid waar gitaren, banjo, mandoline, drum en contrabas een folky rockend tapijt vlechten. ‘Uncharted’ en ‘His Mary’ doen warm aan, al zit er weemoed en zielenpijn in verborgen. In ‘Tied To Mine’ voert tristesse de boventoon, nog aangescherpt door de klagende stem van Clifton. Verlies, verlangen, verdwazing, speelsheid en verkeerde keuzes, kortom alles wat een observerend en invoelende schrijver op zijn levenspad ontmoet, wordt in de songs verwerkt. Een inlegboekje met de lyrics was welkom geweest, want poëzie laat zich ook graag lezen. Maar dit album ervaar je toch hoofdzakelijk als een muzikaal kleinood van een getalenteerd groepje dat zich blijkbaar laafde aan verschillende muziekbronnen. Vleugjes Alison Krauss, Gram Parsons, John Fogerty en The Band zijn waarneembaar, maar zanger/gitarist Clifton en mandolinespeler Gregory Morland houden ook van Blind Willie Mc Tell en Gary Davis afgaande op hun gevoelvol snarenspel. Het jeugdig combogroepje houdt echter alles origineel en bescheiden. De betovering is er niet minder om en dat een vol uur lang.
Marcie