ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

STEREOMAID - THE LITTLE THINGS THAT COME BETWEEN US

JOE LOUIS WALKER - WITNESS TO THE BLUES

JD SOUTHER - IF THE WORLD WAS YOU

PAUL RISHELL & ANNIE RAINES - A NIGHT IN WOODSTOCK

MARK HUMMEL'S BLUES HARMONICA BLOWOUTS - Still Here and Gone 1993 - 2007

WIDESPREAD PANIC - LIVE FROM AUSTIN, TX (DVD)

DAVE GROSS - CRAWLING THE WALLS

CHRIS JAMES AND PATRICK RYNN - STOP AND THINK ABOUT IT

BERNARD ALLISON - CHILLS & THRILLS

DAVID EGAN - YOU DON’T KNOW YOUR MIND

 


 

 

 

STEREOMAID
THE LITTLE THINGS THAT COME BETWEEN US
Website MySpace CDBaby
Label : Tunnel 6 records

 

Eén oogopslag is voldoende om de aandacht te trekken van Stereomaid’s eerste album ”The Little Things That Come Between Us”. De frontcover toont Magere Hein die een verwoede poging doet om twee geliefden van elkaar te scheiden. Wees eerlijk: welke band is sterker dan liefde? Hetzelfde gevoel moet bandleader Eric Olson gehad hebben na een kruistocht van vier jaar, op zoek naar de juiste muzikanten. Eindelijk mocht hij zijn werk aan het grote publiek tonen en kon hij een bladzijde in zijn leven omslaan. Dit zouden ze hem nooit meer afnemen. Of de cd even hoge toppen gaat scheren als hun thuisbasis Winter Park in de Rocky Mountains zal de verkoop moeten uitwijzen, maar het album slaat gensters, mede door de krachtige mix van Greg McRae, bekend van onder andere Devotchka. Eric Olson heeft blijkbaar een turbulent liefdesleven achter de rug afgaande op de onderwerpen die hij aanhaalt in het grootste deel van zijn teksten. Cupido vuurt regelmatig zijn pijlen af in zijn richting en treft dikwijls zijn doel. Gelukkig voor ons weliswaar, want dit album wordt gedragen door zijn reactie op die opwelling van gevoelens. In de opener “Over The Edge” blaast hij met de nodige Aerosmith power zijn teleurstelling weg in dit stevig rockend nummer. “Responsible”doet er nog een schepje bovenop met southern rock à la Black Crowes, met beukende gitaren en een demonische beat. Maar ook in de trage, romantische rock-ballades weet Stereomaid ons te ontroeren en leveren ze ons enkele emotievolle pareltjes af voor de dansvloer, zeer hitgevoelig bovendien. Het hoopvolle “Someday” bijt de spits af met een Eric Olson op akoestische gitaar en hartverscheurende stem, ondersteund door subtiel drumwerk van Brian McRae en de prachtig klinkende electrische gitaar van Beau Skogen. Helemaal aan de grond genageld zijn we door het afsluitende “Hello”, dat met een mooie tekst en het Feargal Sharkey stemgeluid van Eric Olson eenzame hoogtes haalt. Stereomaid drukken de seventies rock nauw aan het hart, zo bewijst het origineel gecoverde “Mother Freedom” van Bread en het naar Nickelback ruikende “In A Lifetime”. Ook Wilco is één van de grote helden van Eric Olson, wat hij bewijst in het met pedalsteal opgeluisterde “Holly Would”, een ode aan een goede vriendin met een dubbelzinnige naam. Het beste komen deze jongens uit Colorado echter uit de verf in bezwerende , vuile rocksongs, drijvend op een achtergrond van duelerende electrische gitaren zoals in “Shine On Me”, moeiteloos als een speer doorkliefd door het Robert Plant-achtige stemgeluid van Eric Olson. Stereomaid heeft niet alleen de Rocky Mountains laten rocken maar ook onze Belgische huiskamer. Eric Olson zit op het juiste spoor met deze debuut-cd en we kijken al met veel ongeduld, benieuwd uit naar het vervolg van het Stereomaid verhaal.
Blowfish


 

 

JOE LOUIS WALKER
WITNESS TO THE BLUES
Website Myspace
Label: Dixiefrog Distr.: Parsifal
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

In een productie van Duke Robillard heeft meesterbluesgitarist Joe Louis Walker uit San Francisco weer eens gezorgd voor een prima release. Duke, die ook de meer dan uitstekende nieuwe van Dave Gross produceerde, is precies in een creatieve periode, want enkele maanden geleden kwam bovendien zijn eigen “Swinging Session” cd ook op de markt. Het lijkt wel of de man in de studio slaapt tegenwoordig. De troeven van Joe Louis Walker kennen we ondertussen, een stem boordevol soul, powervolle gitaar virtuositeit en een schrijver van sterke songs. Zijn samenwerking met BB King, Bonnie Raitt, Taj Mahal, Ike turner en noem maar op, maakten van hem een van de topnamen van de huidige bluesscène. Zijn carrière liep evenwijdig met die van Robert Cray, (ze maakten wat gelijkaardige muziek en brachten beiden hun debuut uit op het Hightone label in dezelfde periode), maar het verschil is dat Cray een beetje opbrandde door het grote succes en naar de poprichting verschoof, terwijl Joe Louis Walker aan een rustiger tempo, zonder manager, zijn eigen ding, de blues dus, bleef doen. Dit wierp duidelijk zijn vruchten af. Dit nieuwe album is ook de blues trouw gebleven, maar wel een ruime soort blues met al zijn facetten. Het geheel neemt een sterke start, met “It’s A Shame “ en de daverende, of moeten we hier spreken van ‘denderende’ “Midnight Train”. Shemekia Copeland brengt daarna de soul erin met het ijzersterke “Lover’s Holiday”. Voor de liefhebbers van slide (ondergetekende dus) is er het akoestische “I Got What You Need”. Wat volgt is nog meer soul in “Keep on Believing” en pure snedige bluessongs zoals “100% More Man”. Een heel sterke plaat van een prachtperformer, die je binnen enkele maanden ook zelf aan het werk kan zien, onder meer in Cuijk tijdens “Blues Alive” op 28 maart 2009. Hoe zegt men het zo mooi?: “Be There Or Be Square!”
(RON)

BLUES ALIVE CUIJK
Zat. 28 MAART 2009 SCHOUWBURG CUIJK, NL

Joe Louis Walker (USA)
Sugar Blue (USA)
Eric Gales (USA)
Chick Rodgers met Robbert Fossen & The Southside Bluesrevue (USA/NL)
Bryan Lee & The Blues Power Band (USA)
The Watchman Bluestrio (NL)
Bradley’s Circus (NL)
Rag Mama Rag (UK)

 


 

 

 

JD SOUTHER
IF THE WORLD WAS YOU
Website Myspace Contact
Label : Slow Curve Records
Info : Hemifrån

 

Het is alweer een kwarteeuw geleden dat we nog eens solowerk mochten aanhoren afkomstig van John David Souther. Hij gaat natuurlijk de muziekgeschiedenis in als schrijver van klassesongs als “New Kid In Town” en “Best Of My Love” voor The Eagles en van “You’re Only Lonely” voor zijn latere soloplaat uit 1979. Ook zijn bijdrage als zanger aan de live registratie uit 1987 van het optreden van Roy Orbison (zijn eigen all-time idool) in “A Black & White Night” blijft in ieders geheugen gebrand. Op de valreep van 2008 stuurde JD Souther een nieuwe cd de wereld in onder de titel “If The World Was You”, een album waarop hij muzikaal wordt bijgestaan door vijf getalenteerde jazzmuzikanten: Jeff Coffin (sax en fluit), Rod McGaha (trompet), Chris Walters (piano), Dan Immel en Jim Mayer (basgitaar) en Jim White (drums). Deze nieuwe cd is eigenlijk een terugblik op de originele Texas rootsmuziek die sterke invloeden van jazzmuziek - afkomstig van John Coltrane en Mies Davis - vermengde met de country en rocksound van de toenmalige pioniers in dat genre als Hank Williams, Buddy Holly en Roy Orbison. Deze laatste wordt de nodige eer aangedaan met de eerste song op JD Southers’ vijfde soloalbum: “I’ll Be Here At Closing Time”. Terwijl “Journey Down The Nile” een rasechte jazzsong is geworden, voornamelijk door de voortkabbelende pianoklanken en het schitterende trompetgeschal van Rod McGaha. Hetzelfde geldt ongeveer voor de song “One More Night (Killing Spree)” die een beetje meer de Zuiderse klankinvloeden uit New Orleans laat doorschemeren. Het hoesje van deze plaat is eigenlijk een imitatie van een oude jazzklassieker-plaat “Hub-Tones” van de jazztrompettist Freddie Hubbard, destijds uitgebracht op het legendarische Blue Note-label en een muzikant die JD Souther altijd al bewonderd heeft. Vocaal komt de mooie tenorstem van JD Souther nog altijd het best tot zijn recht in de ballads zoals in “I’ll Be Here At Closing Time” en in het heerlijke “In My Arms Tonight” met een zachtjes gespeelde saxofoonsolo en zachtjes aangeslagen pianotoetsen. Naar ons gevoelen is dit de beste song op deze cd, naast de emotionele één-tegelsong “Come On Up”. Voor het nummer “Rain” werden Cubaanse ritmes boven gehaald en is de Buena Vista Social Club nooit veraf. JD Souther vertelde in een interview dan ook dat die song tot stand kwam tijdens een doortocht in Havana in 1998. Op het einde van deze plaat krijgen we als afsluiter een epos dat 13 minuten lang duurt in “The Secret Handshake Of Fate”. De van Texaanse origine zijnde JD Souther levert met dit album een pareltje af dat zeker door jazzliefhebbers van het eerste uur dient aangeschaft te worden. Fans van The Eagles zijn anderzijds misschien een beetje ontgoocheld, maar wie zit er nog op een tiental herbewerkingen van bijvoorbeeld “New Kid In Town” te wachten. Dit is pure vintage 2008-2009.
(valsam)


 

 

PAUL RISHELL & ANNIE RAINES
A NIGHT IN WOODSTOCK
Website Myspace VIDEO
Label: Mojo Rodeo Records


 

Toen Paul Rishell & Annie Raines in 2005 geboekt waren voor een gig in de ‘Joyous Lake’ club in Woodstock, New York, bereidden zij zich voor op een bluesavondje met gitaar, mondharp en zang. In plaats daarvan zat er een volledige filmcrew in de locatie en vervoegden zich bij het tweetal o.m. de gastmuzikanten John Sebastian en Bruce Katz. Tenslotte zaten er zeven muzikanten op het podium met nog Reed Butler en Chris Rival op elektrische bas en gitaar. Regisseur Todd Kwait had het plan opgevat om voor zijn muziekdocumentaire ‘Chasin’ Gus’ Ghost’ even wat materiaal in die club te gaan filmen met de ‘jug band’ muziek als thema. ‘A Night In Woodstock’ werd zo een avond vol spontaan speelplezier in plaats van een intiem tête à tête tussen Paul en Annie. Van in 1993 toeren zij al samen, staan op festivals en in concerthallen, geven workshops en seminaries. Annie Raines, geboren in Boston in 1969 speelde al mondharmonica van in haar tienertijd. Tweeëntwintig jaar oud liep zij gitarist Paul Rishell tegen het lijf en sindsdien trekken zij samen op, verbonden door hun gemeenschappelijke liefde voor bluesmuziek. Die samenwerking duurt nu al vijftien jaar. Zij brachten tezamen drie albums uit, waaronder ‘Moving To The Country’ dat een W.C.Handy Award kreeg voor ‘Best Acoustic Blues Album’. Paul Rishell, geboren in 1950 in Brooklyn, is al decennia lang een briljant gitarist. Hij draagt nog herinneringen mee aan de tijd toen hij met Johnny Shines en Howlin’ Wolf mocht meespelen en zelfs met de legendarische Son House. Die toewijding aan de oude bluespioniers is een constante in de albums van Paul en Annie. Ook in deze Live opname vind je covers van Tommy Johnson, Blind Boy Fuller en Louis Armstrong. Op inventieve wijze maken zij deze echter persoonlijk. Het duo schrijft zelf ook songs en hun zang sluit dicht aan bij de countryblueszangers. Via de Live opname word je nu een kijkje gegund door de open deur van de ‘Joyous Lake’ club. Of Paul nu met zijn National Steel Gitaar het intense ‘Dallas’ vertolkt of Annie met haar Hohner Marine Band afwisselend begeleidt of zingt, je ondergaat het samen met de warmte van de Live Muziek die je tegemoet komt waaien. Het applaus van het publiek en de intro’s maken het nog levendiger. Je hoort dat zij meerdere stijlen aankunnen. De slowblues ‘Blues On A Holiday’ met Bruce Katz op piano wiegt dromerig jazzy. Op ‘Old Man Mose’ maakt de contrabas van Reed Butler het ritme swingend. En ‘I’m A Lover Not A Fighter’, waar gitaar en mondharp zich vermengen, is een absolute topper. De elektrische gitaar voegt er wat bezeten Johnny Cash ritmes aan toe, waarbij Annie zicht ontpopt als een June Carter. Naar het einde toe sluiten Annie en John Sebastian in ‘Orange Dude Blues’ een magisch huwelijk door hun harmonicaspel te verstrengelen, daarmee bewijzend dat smoelschuivers het niet moeten uitschreeuwen om diep in het gemoed te kerven. Het publiek wordt er stil van. Het album wordt opgedragen aan Fritz Richmond, één van de ‘jug’ spelers uit de legendarische ‘Kweskin Jug Band’. In de ‘Chasin’Gus’Ghost’ documentaire wordt een interview van hem afgenomen, kort voor hij in 2005 aan kanker bezweek. Nu is het nog uitkijken naar de DVD van dit Live optreden, gefilmd in de club in Woodstock, een historisch document want enkele maanden later sloot de club definitief zijn deuren.
Marcie

Track List:
* Custard Pie (Blind Boy Fuller)
* Canned Heat Blues (Tommy Johnson)
* Dallas (Johnny Winter)
* Got To Fly (Raines/Rishell)
* Medley: It'll Be Me (Clement) / I'll Be Looking For You (Rishell)
* Old Man Mose (Louis Armstrong)
* Blues On A Holiday (Paul Rishell)
* Can't Use It No More (Rishell/Raines)
* I'm A Lover Not A Fighter (J.D. Miller)
* Moving To The Country (Rishell/Raines)
* Bad Credit (Jerry McCain)
* Blue Shadows (Lloyd Glenn)
* Orange Dude Blues (Raines/Rishell/Sebastian)


 

 

 

MARK HUMMEL'S BLUES HARMONICA BLOWOUTS
Still Here and Gone 1993 - 2007
Website
Label : Electro-Fi Records Distr.: Parsifal VIDEO

 

 

Het is in Californië het afgelopen decennium een komen en gaan geweest van bands die blues, gebaseerd op de Chicago school, transformeerden tot een speelse mis van jump, jive en rock. Tot die bands behoren ook harmonica wizard Mark Hummel & The Blues Survivors, die deze West Coast stijl al jarenlang als handelsmerk voeren. Nu draait Hummel inmiddels ook al lang genoeg in het blueswereldje mee om te weten dat eenvoud vaak de beste keuze is. Zo was hij in het verleden vaak te gast bij opnames en optredens van o.a. James Cotton, Charlie Musselwhite, Norton Buffalo, Kim Wilson, Huey Lewis, Carey Bell, Billy Boy Arnold, Rod Piazza, Rick Estrin, Gary Primich, Paul Delay, James Harman en de laatste jaren bij Electro-Fi label maatjes Sam Myers en Snooky Pryor. In 2002 tekende Hummel bij dit label en al snel verscheen het zeer dynamische album "Golden State Blues", dit samen met zijn band 'the Blues Survivors' en zijn speciale gasten, Rusty Zinn en Anson Funderburgh die beiden mogen schitteren als gitaristen. Na zijn eerste live plaat "Blowin’ My Horn" (2004) en "Ain't Easy No More" (2006) is er nu zijn laatste album "Mark Hummel’s Blues Harmonica Blow Out’s", - Still Here and Gone 1993 - 2007 - een titel die simpel en direct de lading van het gebodene dekt. Hummel, die met zijn blues wereldwijd weet te imponeren, is behalve muzikant ook initiator van de jaarlijkse Blues Harmonica Blowout in San Francisco, waarvoor hij vaak namen als James Harman, Kim Wilson en Sam Myers weet te strikken. Zijn nieuwste cd is een dubbelaar, samengesteld uit opnames van de periode 1993 tot 2007 met tal van bluesharp spelers als Hummel zelf, William Clarke, Carey Bell, Lee Oskar, Paul deLay, James Harman, Sam Myers, Johnny Dyer, Rick Estrin, Billy Boy Arnold, Lazy Lester en Magic Dick van the J. Geils Band, en laat met zo namen natuurlijk een staaltje van zijn harmonica vuurwerk zien, artiesten die op deze dubbel-cd bewijzen als geen ander de harmonica te beheersen. Begeleid door de Blues Survivors, Charles Wheal (gitaar), Marty Dodson (drums), Steve Wolf (bas) en Bob Welsh (keyboards) met extra gastgitaristen als Anson Funderburgh, Rusty Zinn en Junior Watson swingen, grommen en zingen ze vanaf de eerste noten van "Harpo - Ventilating" het bluesvuurtje hoog op, om dan niet meer uit te laten gaan voor de laatste klanken van eveneens Hummel's klassieker "Summertime". In deze twee songs en "Hart Heated Woman", 3 tracks uit het jaar 2006 laat Hummel horen dat hij noch steeds de R & B speelt zoals grootmoeder ze maakte. Zoals op zijn vorige cd's laat Hummel horen dat hij wereldklasse heeft en op deze tracks samen met zijn Blues Survivors naar een eigen identiteit streeft. Waar hij op zijn vorige liveplaat "Blowin’ My Horn" veel van hetzelfde voorschotelt, meer een eenzijdig geluid, weten nu deze verschillende harmonicameesters ons te overrompelen met tal van andere stijlen, al is het bij deze artiesten zeker niet alleen te doen om het brengen van zuivere blues waar mondharmonica de boventoon heeft. Zo leveren de Blues Survivors en gastgitaristen de perfecte notatie om het geheel boeiend en variërend te houden in deze 21 sterk Westkust-getinte bluessongs. Zet alvast uw stereo maar op luid, want dit is genieten!


Disc 1
Harpo-Ventilating - Mark Hummel
In A Sentimental Mood - Lee Oskar
Pontiac Blues - Magic Dick
You're Sweet - Johnny Dyer
Lonesome Bedroom Blues - William Clarke
Blues And Trouble - Paul deLay
I Got To Go - Carey Bell
Extra Napkins - James Harman
I Done Quit Getting Sloppy Drunk - Sam Myers
Stretch My Money - William Clarke
Disc 2
Gettin' Out Of Town - Rick Estrin
Sugar Gal - Billy Boy Arnold
Can't Stand Your Evil Ways - Paul deLay
Sugar Coated Love - Lazy Lester
Mean Old Frisco - Paul deLay
Hard Hearted Woman - Mark Hummel
High Temperature - Magic Dick
Sweet Home Chicago - Sam Myers
Lee's Blues - Lee Oskar
Chrome Jumpin' - William Clarke
Summertime - Mark Hummel


 

WIDESPREAD PANIC
LIVE FROM AUSTIN, TX (DVD)
Website
Label: New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Widespread Panic is een van die jambands die de laatste jaren heel wat cult following gekregen heeft in Amerika, hier in Europa betekenen ze (nog) niet zoveel, maar hun populariteit aan de andere kant van de oceaan is echt wel groot. In hun rangen tijdens dit concert, in october 2000 opgenomen, zit reeds Dave Schools, de bassist die ook bij Gov't Mule speelde achteraf, na de dood van Allan Woody. De huidige gitarist Jimmy Herring was er toen nog niet bij, maar gitarist was toen Michael Houser die samen met John Bell deze band oprichtte. JB is nog steeds de leider, maar twee jaar na deze opname overleed Michael Houser aan pancreaskanker. Alleen daarvoor is dit concert, zeker voor de fans van het eerste uur, al waardevol. Michael was een talentvol gitarist en zanger en hem hier nog aan het werk kunnen zien is tegelijkertijd waardevol en ontroerend. Wat deze band wat legendarisch maakte is het feit dat er geen twee concerten hetzelfde zijn, zelfs de songs zijn elke keer weer anders, een jamband in de meest strikte zin van het woord. Dit is sinds de komst van Herring nog wat meer toegespitst, maar ook in de periode van deze opnames was het al zo. Dave Schools zei het heel mooi: "Widespread Panic is als een koets met op hol geslagen paarden die van een berghelling naar beneden rennen, maar raar genoeg vallen de wielen er nooit af!" Dat komt vooral omdat het ganse Widespread team een goed geoliede machine van specialisten is, van de muzikanten tot de roadies, iedereen zorgt voor perfectie. Dit kunnen we reeds meemaken op deze live registratie, ook al is het al acht jaar geleden. Deze act uit Athens, Georgia, zowat het centrum voor Southern rock, laat horen wat een genot een echte show met topmuzikanten nog kan zijn, niet een show die het moet hebben van belichting, vuurwerk en special effects. De magie tussen muzikanten zoals je die hebt bij echte jambands, waar de interactie ervoor zorgt dat nummers er steeds weer anders gaan uitzien. De show opent met "Let's Get Down To Bussiness" een Vic Chessnut cover, en meteen een belofte dat ze het beste van zich gaan geven. Dat doen ze dan ook, want "Ain't Life Grand", een song die door Houser geschreven is en waarbij JB's stem wonderwel past. "Space Wrangler" is nog zo'n Widespread klassieker, beginnend in een western swing ritme, om even later stevig te rocken, en dan terug te vallen in zijn oorspronkelijke tempo. Zo merk je maar, de paarden zijn al op hol geslagen, maar de menner (John Bell) weet ze terug in het gareel te dwingen. Enkele verder hoogtepunten van het concert zijn de bewerking van J.J Cale's "Travelin Light" en het prachtige "Climb To Safety" waar Michael houser schittert op gitaar. Zoals meestal het geval is, is deze "Live From Austin" DVD weer een schot in de roos, zeker met zo'n jamband als deze. Hij mag een plaatsje innemen tussen mijn favoriete DVD's (Mule, Allman's), toevallig ook "jambands". Het is het onvoorspelbare en verrassende karakter wat concerten van dit soort groepen steeds weer boeiend maakt.
(RON)


 

 

DAVE GROSS
CRAWLING THE WALLS
Website
Label: Vizztone records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Op het Vizztone label hebben ze er weer een prijsbeest bij. Dave Gross: zanger, gitarist, producer en een sterke songwriter. Slechts 24 jaar, en reeds een derde voltreffer voor deze jonge adonis, wat wil je nog meer. "Take The Gamble" werd hier vorig jaar door ons bejubeld. Het was dan ook een van de sterkere bluesplaten van het jaar, geproduced door Duke Robillard, iemand die zijn kostbare tijd niet aan de eerste de beste verkwist. The Duke speelde zelfs mee op enkele songs en Dave Gross liet zich door zijn aanwezigheid duidelijk niet van zijn stuk brengen. Na die prestatie wist je dat je wel wat mocht verwachten van "Crawlin' The Walls" maar dit is zo goed.. 't overtreft met het grootste gemak zijn twee voorgangers. “Recorded 100% live in the studio” staat er op de hoessticker onder wat lovende woorden van Bob Margolin, en het klinkt echt zoals voor mij een bluesplaat zou moeten klinken. Ik stel voor dat iedereen zo gaat opnemen, maar of ze het er allemaal zo goed gaan afbrengen als onze 23 jarige wonderboy, ik betwijfel het. Songs één voor één bespreken is hier echt niet nodig, ik ga me beperken met te vermelden dat er een perfecte afwisseling in de songs zit en dat de blazers een belangrijk element zijn in de vooral op swing gebaseerde nummers, maar het is vooral die meesterlijke gitaar en al even meesterlijke stem die dit met het grootste gemak allemaal zo natuurlijk laat klinken, de cd ademt de sfeer van de jaren 20 tot 50 uit, en bestaat voor de helft voor eigen songs (5) en evenveel sterk gebrachte covers (6). Een plaat als deze komt er maar enkele malen per jaar binnenvallen, en Dave heeft echt wel pech dat zijn cd net in deze periode op mijn bureau belandt. De eindejaarslijstjes zijn net binnen en volgend jaar kan hij niet meer meedingen. Onrechtvaardig ... dus krijgt hij symbolisch van mij een gedeelde plaats met nummer zes, Sean Costello, zeker omdat hij qua belangrijkheid voor mij nu diens weggevallen plaats mag innemen. Deze jongen is een belangrijk element voor de toekomst van de blues. Een zware uitspraak, ik weet het, maar ik durf ze doen. Als hij verdergaat zoals hij nu evolueerde op deze korte periode, maakt hij het zeker waar, en zullen we hem binnenkort kennen als één van de groten.
(RON)


 

 

 

CHRIS JAMES AND PATRICK RYNN
STOP AND THINK ABOUT IT
Website Myspace
Label: Earwig Music Distr. : Parsifal

 

Met "Stop And Think About It" brengen zanger/gitarist Chris James en bassist Patrick Rynn hun eerste solo project met een frisse en met kennis gemaakte verzameling van Chicago Blues. Van Chris James is geweten dat hij al heel jong is begonnen met spelen en dat hij, toen hij 11 was, reeds piano speelde en Chuck Berry zijn grote held was. Twee jaar later speelde hij reeds in Tomcat Courtney's band harmonica. Het was hier dat hij duidelijk door de blues werd beïnvloed. Nadien is hij zich gaan specialiseren op gitaar spelen om zo in 1990 voor een aantal jams naar Chicago te komen waar hij Patrick Rynn ontmoette die daar aanwezig was op verzoek van harmonica legende Junior Wells. Hun gezamenlijke invloeden in de blues als een Little Walter, Muddy Waters, Elmore James, Jimmy Reeds en Bo Diddley bracht hun samen, een vriendschap die nu al bijna twintig jaar duurt en die bij beluistering van hun debuut zeker dit ook uitstraalt. Naast hun eigen band The Blue Four, maakt dit duo ook deel uit van Corritore’s Rhythm Room All Stars. De twaalf tracks op "Stop And Think About It" zijn een verzameling van traditionele, vooral eigen nummers en goed uitgekozen covers als Elmore James "Hawaaiian Boogie" en Bo Diddley's "Confessin' The Blues". Het resultaat is een genietbare en zeer gevarieerde mix van stemmingen, waardoor het album de luisteraar voortdurend blijft boeien. Nu is virtuositeit niet alles, want vooral in dit genre moet je ook in staat zijn de luisteraar in het hart te raken. Met de indringende zang van Chris James lukt dat bijzonder goed. Hij heeft een rustig klinkende stem waarmee hij u keer op keer weet te raken. Vanaf de samen gepende opener, 'You're Gone" tot het afsluitende, Elmore's "My Kind Of Woman", rockt deze plaat als de pest. Er staan geen zwakke songs op dit album, maar de meest opvallende tracks zijn wel na deze vernoemde nummers: "Mister Coffee", "I'd Like To Write A Letter", "Some To Love Me" en de titeltrack omwille van het prachtige harpspel van Bob Corritore en "Early One Morning", weer één cover van de vier Elmore James songs op deze plaat, en wat voor één? De blues die hier in dit nummer gespeeld wordt is echt om te genieten. Met Sam Lay aan de drums, David Maxwell op piano, een aantal blazers en het prachtige slidespel van Chris James is dit nummer het bewijs dat ze hun roots niet verloochenen. De arrangementen zijn dan weer, geheel zoals je van een plaat van het label Earwig Music kunt verwachten, subtiel en geraffineerd en ze rekken de grenzen van de blues op een flexibele manier iets op, zonder overigens het echte rauwe bluesgevoel te verliezen. "Stop And Think About It" is gewoon een prima album van Chris James & Patrick Rynn, een duo dat wisselvallig ook van een tiental andere artiesten kon rekenen. Voor zowel de Chicago Blues als de rootsliefhebber een aanrader en dus alle reden om dit album aan te schaffen. "Stop And Think About It" is het resultaat van hun muzikale vriendschap en behoort tot het betere werk in zijn deelgenre.

The Rhythm Room All-Stars
Big Pete Pearson, Bob Corritore, Chris James, Patrick Rynn en Brian Fahey
LIVE - Spring Blues Festival Ecaussinnes - 16 MEI 2009

 


 

BERNARD ALLISON
CHILLS & THRILLS
Website Myspace
Label: Jazzhaus
Distr: Inakustik
VIDEO 1 VIDEO 2


Het was al vier jaar geleden dat Bernard Allison nog een cd gemaakt had, hij verliet Ruf records voor het nieuwe label Jazzhaus, ironisch genoeg was de oprichting van Ruf te danken aan het feit dat Thomas Ruf Bernards vader Luther een onderdak wou bezorgen, dat nu Jazzhaus ook een Allison als een van zijn eerste artiesten begroet is een raar toeval. Ik ben zeer verrast tussen de vaste bandleden de prima gitarist Eric Gales te ontdekken, die blijkbaar zijn eigen carrière op een lager pitje gedraaid heeft. Een andere grote naam is Bruce McCabe op toetsen, al is hij enkel als gast vermeld. Bernard zelf staat in voor de productie van het album. De opnames gebeurden in Minnesota en Bernard eert zijn vader door drie van zijn songs te coveren, waaronder "Serious", meteen één van de sterkere songs op deze schijf, die zelfs nog eens opnieuw terugkomt in een "after hours" versie als afsluiter van "Chills & Thrills". Slow blues van zeer hoog gehalte. Een paar maal mixt hij de traditionele Delta met zijn eigen moderne geluid met veel succes, zoals in "Just My Guitar and Me" en het sterke "Black & White". Een andere knappe cover is "That's Why I'm Crying" van Sam Magghetti beter bekend als "Magic Sam". Bernard Allison is overgestapt van zijn wat "funky" blues naar een meer pure bluessound, zij het met een zeer hedendaags rockgeluid, en met nog steeds funky elementen, zoals in "Groove With Me". Zijn vocale kwaliteiten zijn er ook sinds zijn vorige cd nog op vooruitgegaan, en zijn gitaarspel staat zoals steeds op een zeer hoog niveau, en heeft nog aan finesse gewonnen. De backing vocals van Kathleen Johnson eisen ook hun vermelding op en geven sommige nummers, vooral de ballade "Serious" een extra warmte. Het was het wachten waard, want Bernard Allison leverde met deze "Chills & Thrills" zonder meer zijn sterkste cd af tot nu toe, met zijn unieke stem en vlijmscherpe, snedige gitaarstijl zet hij de lijn van zijn vaders bluesmuziek verder door er nog wat meer rock in te vermengen, dit is blues van vandaag, maar evenzeer al blues voor de toekomst.
(RON)


 

 

DAVID EGAN
YOU DON’T KNOW YOUR MIND
Website Myspace CDBaby
Info: Blind Raccoon
Label: Out Of The Past, LLC


Lafayette, Louisiana is de thuisbasis van David Egan. De muziekscène van deze stad is wereldberoemd en heel eigen. Louis Armstrong verklaarde eens dat de blues in New Orleans geboren is en als we weten dat er uit deze staat, Louisiana, pianogrootmeesters als Professor Longhair, Fats Domino en Dr. John voortkwamen, moeten we Armstrong wel gedeeltelijk gelijk geven. Het is niet zo verwonderlijk dat David Egan nu met een album komt waarin hij niet terugkijkt naar de gevolgen van orkaan Katrina, het is dan ook bijna vier jaar geleden en dat de stad anno 2009 er veel minder onder lijdt. Het is niet zo gek dat in de muziek aandacht gevraagd wordt voor dergelijke rampen, net als na de gebeurtenissen van 9/11 toen we albums van groten als Bruce Springsteen en Neil Young zagen. De impact die Katrina heeft gehad is immers zeer groot en de stad New Orleans is nog verre van herbouwd. Iedereen die de stad van voor de orkaan kent, zal veel markante stadsgezichten missen.
Singer/songwriter/piano man/ producer David Egan, geboren in Shreveport in 1954 schreef in het verleden reeds tal van songs voor bekende artiesten, zoals "First You Cry" voor Percy Sledge, "Even Now" voor Johnny Adams tot hij doorbrak met "Please No More", een song die hij schreef voor Joe Cocker. Pas na vele jaren debuteerde Egan in 2004 met zijn meesterwerk "Twenty Years of Trouble". Vier jaar later breng hij nu zijn nieuwe werkstuk, "You Don’t Know Your Mind", in zijn kenmerkende New Orleans-stijl. Zijn pianoblues is één van de onderdelen waar deze stijl op gebouwd is. Het fundament van New Orleans wordt gevormd door rhythm-and-blues, maar ook de rock-'n-roll heeft zijn plaats gekregen binnen deze eigenwijze stijl. Mardi gras en voodoo-muziek voegen aan deze cocktail nog wat mysterieuze ingrediënten toe. Vaak ondersteund door een blazersensemble heeft New Orleans vaak stuwende en opzwepende kracht. Op dit album wordt hij bijgestaan door een keur aan artiesten, teveel om op te noemen, maar gitarist Buddy Flett, Egan's jarenlange vriend horen we met zijn karakteristieke manier - een beetje slepend en trekkend - gitaarspelen terug op de meeste tracks. De openende titeltrack "You Don’t Know Your Mind", klinkt als een Dr. John-song zoals we hem graag horen; donkere zang en met de elementen van de New Orleans-sound duidelijk aanwezig. Met de swampy gitaarsolo's van Louisiana legende Lil’ Buck Senegal is deze song meteen al één van de aandachtstrekkers van deze plaat. Het is niet het enige nummer waarop we Lil’ Buck Senegal terughoren, maar hij is minder opvallend in deze volgende songs. "You’re Lyin’ Again" doet wederom denken aan, jawel Dr. John, een zeer rockende nummer, dat best op een cd van deze grootmeester kon staan. In "If It Is What It Is (It’s Love)" met Joe McMahan jazzy gitaarwerk horen we vocale bijdrage van Jennifer Nicely, een song die herinneringen oproept aan het swingende duo Louis Prima en Keely Smith, waar de volgende song "Bourbon in My Cup", meer een late night ballade is zoals we die kennen van Charles Brown. Met Lil’ Buck Senegal' gitaarlicks op de achtergrond weet Egan in "Love, Honor and Obey" zijn hartenleed te verwoorden als: "So another love fades away/You don’t love me like you used to say/So long darlin’- I won’t stand in your way/But whatever happened to love, honor and obey." Andere songs die we graag vermelden zijn verder "Small Fry", met dobroklanken van Joe McMahan, een song opgedragen aan zijn zoon die hij namen geeft als "blue-eyed beast" en "lil’ monkey child", termen die wel degelijk in contrast staan met de afsluitende naamspeling, "darling son". Verder horen we in "Best of Love Turned Blue" een gezellig Zydeco rhythme en is "Sing It" wederom een leuke New Orleans beat. Terwijl je je afvraagt hoeveel arrogantie het vergt om enkele nieuwe songs op een collectie te plaatsen, valt het op hoe goed deze songs zijn. Waar eerdere artefacten nogal eens dreigden te verzanden in een voortkabbelende exercitie, met alle mogelijke respect voor 's mans virtuositeiten en minstens zo indrukwekkende lyriek, is "You Don’t Know Your Mind" een compleet en tot de laatste noot toe boeiend werkstuk.