ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
DELANEY BRAMLETT (1939 - 2008)
ABI TAPIA - THE BEAUTY IN THE RUIN
WADE LASHLEY - SOMEONE TAKE THE WHEEL
THE MIGHTY MOONFROGS - TIME TRAVEL
THOMAS HINE - IL PORTO
DECLAN DE BARRA - SONG OF A THOUSAND BIRDS - A FIRE TO SCARE THE SUN
PHILLIP BRACKEN - EVERYTHING LOOKS BETTER IN CANDLELIGHT (EP)
BOB WISEMAN - THE LEGEND
PAPALEG ACOUSTIC DUO - BACK TO MISSISSIPPI
THE TURNPIKES - HAPPY HEARTS
DELANEY
BRAMLETT (1939 - 2008)
In Los Angeles op 29 december
is Delaney Bramlett overleden aan de gevolgen van een galblaasoperatie. Bramlett
is 69 jaar geworden. Delaney Bramlett werd vooral bekend als vriend en medemuzikant
van grootheden als Eric Clapton en George Harrison, maar hij was meer dan dat.
Hij was een muzikant die door zijn collega’s werd bewonderd, en schreef
de klassieker "Superstar" samen met Leon Russell. Het nummer werd
opgenomen door Leon Russell zelf, maar ook door Joe Cocker, The Carpenters,
Usher en zelfs Sonic Youth. Een andere klassieker die Delaney Bramlett heeft
nagelaten is "Let It Rain", een nummer dat hij samen schreef met Eric
Clapton. Delaney produceerde ook Claptons eerste soloalbum. Clapton ging daarna
op tournee met Delaney en zijn vrouw Bonnie Bramlett. De tournee werd opgenomen
en verscheen begin jaren 70 op lp. Met zijn ex-vrouw Bonnie had Delaney een
met het nummer "Never Ending Song Of Love", maar ook een dochter:
Bekka, die een tijdlang deel uitmaakte van Fleetwood Mac. Door de jaren heen
werkte Delaney Bramlett zelf samen met John Lennon, Janis Joplin, Steve Cropper,
Jimi Hendrix en Joe Cocker.
Zijn laatste album "A
New Kind Of Blues" verscheen vorig jaar:
Wij
gaan geen halve bladzijde vullen met de wapenfeiten van Delaney Bramlett, ik
veronderstel dat de Rootstime lezer die uitleg helemaal niet nodig heeft, zowat
iedereeen kent hem wel. Daarom gaan wij het over de cd zelf hebben. Als voornaamste
sterke punt op zijn cd, heeft Delaney de supergitarist van de vroegere "Kentucky
Headhunters" Greg Martin, binnengehaald, de reincarnatie van Duane Allman,
noem ik hem, van wiens twee fantastische bands ik dit jaar de cd's nog mocht
bespreken: "The Mighty Jeremiahs" en "Taildragger". Hij
was ook de sterke kracht op de laatste van Jimmy Hall: "Build Your Own
Fire". Ex vrouwtje Bonnie Bramlett verblijdde ons vorig jaar ook nog met
de uiterst sterke "I Can Laugh About It Now", een Southern rock plaat
zoals ze die precies enkel nog in Macon Georgia kunnen maken. Van Delaney hadden
we sinds 2002 echter niet veel meer gehoord, zijn "Sweet Inspiration"
was verre van sterk, en het in 1998 opgenomen "Sounds From Home" was
ook geen wereldschokkende release. Van "A New Kind of Blues" verwacht
ik vanwege de medewerking van gitaristen Martin en McGee wel wat meer. We zijn
benieuwd. Even ons oor te luisteren leggen, om maar eens een cliché te
gebruiken. Delaney is weer goed op dreef, zingt voortreffelijk en de nieuwe
composities zijn sterk. Voeg daarbij het te verwachten klassewerk op gitaar
en je krijgt een goede bluescd. Nummers als "Cold & Hard Times"
en "Mighty Migthy Mississippi" zijn uitstekende songs, en het daarop
volgende "Ol’ Moanin’ Blues" roept herinneringen op aan
de dagen van Muscle Shoals opnames van Duane Allman en Clapton samen op steel
guitar: Cowboy’s "Please Be With Me", dat soort diepe bluesgeluid.
Geen zwakke songs op deze "A New Kind Of Blues". De mooie gospelsong
"Pontotoc", het met hart en ziel gezongen "Ain’t Got Nothin’
To Loose", allemaal prachtig, en al is "P.O Box 32789" wat schatplichtig
aan "Come On Into My Kitchen", Delaney heeft nooit onder stoelen of
banken gestoken dat hij een groot Robert Johnson bewonderaar is en het is meer
dan eens een puike song. De Sam Cooke cover: "A Change Is Gonna Come"
kan ik niet anders bestempelen dan vakwerk. Vooral in "I Got The Time"
hoor je dat Clapton het zingen van Delaney geleerd, en zelfs wat afgekeken heeft,
maar je hoort duidelijk hier wie de meester is. Heerlijke backing vocals ook
van onder meer dochter Bekka, die de genen van beide ouders Delaney & Bonnie
duidelijk wel meegekregen heeft. En opnieuw wat gospel om af te sluiten in "I’m
Gonna Be Ready" en ook dit kan onze kwaliteitscontrole met een "O.K"
passeren. Praise the Lord for records like these… Hallelujah!
(RON)

ABI
TAPIA
THE BEAUTY IN THE RUIN
Website Myspace
Contact
Label : Moon House Records
Info : Hemifrån CD-Baby
Vrouwelijke
singer-songwriters. Je haat ze of je bent er helemaal weg van. Zoals bij de
gemiddelde vrouw is er vaak geen tussenweg. Als ‘male pigs’ zijn
wij bij Rootstime het vrouwelijke muzikale talent echter tot nader order zeer
genegen. We getroosten ons elke keer de moeite om hun cd’s van track 1
tot de laatste noot te beluisteren en er daarna een zo eerlijk mogelijk oordeel
over te vellen (nvdr. echter niet zonder ook even naar de foto’s op het
hoesje te kijken). Dat zijn we onze onberispelijke reputatie als recensenten
dan ook verplicht. Het heeft ons natuurlijk ook heel vaak de gelegenheid gegeven
om kennis te maken met supertalenten en het leidde tot ontdekkingen die we nagenoeg
dagelijks plegen te koesteren als we weer een keuze moeten maken over welke
cd we in de lader zullen laten plaatsnemen. Vooral als de dames-zangeressen
uit Austin, Texas komen gaan onze oortjes zich spitsen. Laat nu toevallig ook
Abi Tapia uit Austin stammen. Zij heeft met “The Beauty In The Ruin”
een uitstekende countryfolkplaat uitgebracht met twaalf zelfgecomponeerde liedjes
van behoorlijk hoogstaande kwaliteit. Beïnvloed door andere topdames zoals
Dolly Parton, Dixie Chicks en Madonna maar ook door legendarische heren als
Steve Earle en Bruce Springsteen kon het ook moeilijk anders dan dat Abi Tapia
klassesongs zou gaan afleveren. Cd-opener “Another State Line” kan
zo toegevoegd worden op de lijst van country-classics en ook de lichtjes rockende
sound van “The Easy Way” wordt ten huize (valsam) zeer gesmaakt.
Als dochter van een ongehuwde moeder werd haar jeugd gekenmerkt door het samen
met mama reizen van de ene Zuiderse stad naar de andere in een onophoudende
zoektocht naar werk. Het verdiende geld werd door mama goed besteed aan voortgezet
onderwijs, hetgeen leidde tot een universitair muziekdiploma en een job als
professor aan de universiteit. Toen Abi zelf de volwassen leeftijd bereikte
besloot ze om de constante trektocht gewoon verder te zetten op zoek naar het
grote geluk. Haar onvoorwaardelijke liefde voor de countrymuziek bracht haar
in 2002 naar Austin, Texas waar ze sindsdien verblijft en aan haar songs en
muziek werkt. Deze cd is daar o.a. het resultaat van en – het dient gezegd
– mag best gehoord en gezien worden. “The Beauty In The Ruin”
is de opvolger van haar plaat uit 2005 “One Foot Out The Door” die
volgde op haar debuutplaat “This Life Will Be Mine” uit 2001. Alle
drie cd’s werden knap geproduceerd door Chris Gage - ook de echtgenoot
en duo-zangpartner van de Texaanse zangeres Christine Albert - die ook heel
wat instrumenten speelt op de songs die we op dit album te horen krijgen. “My
Miner”, het speelse meezingertje “Let The Lover Be” en het
kabbelende “Flying” zijn rootscountrysongs met verhalen over liefde
en verdriet maar ook over hoop en vreugde. De pedal steel guitar van Buzz Evans
en de viool van Eleanor Whitmore komen in zowat elke song min of meer op het
voorplan en zorgen daarbij voor de ideale muzikale voedingsbodem waarop Abi
Tapia - die zelf de akoestische gitaar hanteert op alle songs - haar mooie stem
en haar sterkste instrument ten volle tot haar recht kan laten komen. Regelmatig
komen de vocale herinneringen aan Gillian Welch om de hoek kijken. Qua tempo
wordt er ook vlotjes gewisseld tussen rock of swing zoals bij “Beware”,
Get It And Go”en “Born Again” en de trage country-tearjerkers
als “My Miner”, “Just Let Me Go”, “Sorry”
en cd-afsluiter “The Last Waltz” waaraan wij graag de ereprijs van
beste song op dit album zouden willen uitreiken. Beauty Abi Tapia kan voor ons
alweer geruime tijd niets meer mispeuteren en zal geruime tijd uit ‘the
Ruin’ wegblijven. Haar voortreffelijke album zal ons regelmatig tot gemoedsrust
brengen.
(valsam)

WADE
LASHLEY
SOMEONE TAKE THE WHEEL
Website Myspace
CDBaby
De
uit Flagstaff, Arizona afkomstige singer-songwriter Wade Lashley bracht in 2005
zijn eerste soloplaat uit onder de titel ‘In From The Wilderness’.
Nu, drie jaar later, is er ‘Someone Take The Wheel’, een collectie
van tien zelfgeschreven nummers, met een full-band begeleiding die Lashley’s
songs alle eer aandoen. Op de hoes zien we een witte wagen op een road to nowhere.
Gaat het hier om de nabijgelegen route 66? Denkelijk wel. In ieder geval pompt
Lashley nieuw leven in de ‘road-as-life’ metafoor. In de catchy
opener ‘Turn Around South Bound’ wordt het verlangen om ergens anders
te zijn meteen duidelijk. Al waarschuwt de zanger ons ook voor de verraderlijke
romantiek van het leven ‘on the road’. De rootsy mix van
country, rock en americana doet ons aan het betere werk van iemand als John
Hiatt denken. De mooie gitaarsolo’s van Brad Bays mogen hierbij zeker
niet onvernoemd blijven. Het door prachtig pianowerk van Steve Caldwell aangedreven
‘Fall’ gaat over een verloren liefde die je van je voetstuk doet
vallen. ‘Coffee, Tea or Whiskey’ wordt na een lange afwezigheid
aangeboden aan een teruggekeerde geliefde. En in de gedreven titelsong slaat
de zanger op de vlucht op zoek naar een adempauze voor zichzelf; ‘Someone
take the wheel / I wanna rest my mind for awhile / Let the highway steal / the
blues away with every mile”. Onnodig te zeggen dat deze songs het
bijzonder goed doen in de auto als je zelf enige kilometers voor de boeg hebt.
In de stevige ballad ‘Drift Away’ betuigt Lashley zijn spijt voor
de harde woorden waarmee hij zijn vriendin de deur wees. Het aan Neil Young
herinnerend ‘Waiting On The Rain’ lijkt dan weer een smeekbede om
een spatje regen in een door de zon gegeseld landschap. Eén van de mooiste
nummers op deze plaat is zeker ‘The River Song’, dat ondersteund
wordt door de heerlijke banjo van Brad Bays en voorzien is van een vrolijke
up-tempo beat. Afsluiten doet Wade Lasley met het profetische ‘Rootless
Wanderer’ waarin hij ons de levensles van de eeuwige zwerver meegeeft:
‘You learn not to believe / In promises they make / Or the ties that
bind / That too often break’. Het enige alternatief blijft dan wel
‘the road’. Een filosofisch einde van een mooie plaat van
een artiest die absoluut onze onverdeelde aandacht verdient.
Shake

THE
MIGHTY MOONFROGS
TIME TRAVEL
Website Myspace
CDBaby
The
Mighty Moondogs zijn ontstaan toen in 2005 de bandleden Clint Martin en William
Walker het idee opvatten om een reünie te doen van een groepje dat ze in
de jaren 80 hadden. Wat later zagen ze de DVD van de Cream reünie in de
Royal Albert Hall en dat stimuleerde hun idee. Een andere vriend uit die periode
had hetzelfde plan en had zijn nieuwe band "The Mighty Moonfrogs"
genoemd. Hij kwam als drummer meehelpen met Clint en Willams opnames. Van het
een kwam het ander en de groepen smolten samen. The Mighty Moondogs hebben nu,
na een aantal valse starts en herschikkingen het podium beklommen en zijn een
live band. Ze brengen een bluesy soort popnummers, waarbij gitarist zanger Clint
Martin vooral het Santana, Dave Gilmour geluid uit zijn Fender te voorschijn
tovert. Met de bas van William Walker erbij (ze hebben beiden ongeveer dertig
jaar ervaring elk) zetten ze een stevige geluidsmuur neer. Een mooi voorbeeld
van dat echte Santana gitaarsoundje krijgen we in "Could It Ever Be The
Same". Meerdere nummers waaronder de titelsong en vooral "Affliction"
hebben dan weer meer invloeden van Donald Fagen en Steely Dan. De song die de
cd opent "The Elusive Happy Ending" een song over echtscheidingsperikelen
is een sterk nummer met mooi gitaarwerk van Clint. Nog een mooie laid back song
is "Be Careful What You Ask For" waar de muzikale ervaring van de
twee hoofd-Moonfrogs duidelijk afstraalt, Clint is een meester gitarist, en
dat bewijst hij meerdere malen, ook in "Ocean & Sky" en de beide
bluesrock songs "It's The Losers That Cry" en "Since You've Been
Gone". De reünie van Clint en William bleek een goed idee, the Mighty
Moonfrogs hebben met deze "Time Travel", een mooie combinatie van
rootsrock en verzorgde bluesrock dertig jaar met succes kunnen overbruggen,
nu "back to the future".
(RON)

THOMAS
HINE
IL PORTO
Website Contact
Info : Hemifrån
Thomas
Hine verrast ons aangenaam met zijn cd “Il Porto”. De man komt voor
ons als een volslagen onbekende muzikant uit Golden, Colorado en levert met
dit 13 songs tellende album een prachtig werkstukje af. In zijn lijstje muzikale
voorbeelden stoten we op enkele verrassende namen zoals Daniel Lanois, Jim James
(van My Morning Jacket) en Elvis Perkins. Met deze laatste artiest die in 2007
de nummer één-cd uit mijn jaarlijstje afleverde met “Ash
Wednesday” willen we zowel de stem als de muziek van Thomas Hine graag
in vergelijking stellen. De zoetgevooisde liedjes op “Il Porto”
stralen een gevoel van rustgevendheid uit en zijn vocale prestaties kabbelen
als een zachtjes stromend riviertje over de diverse toonladders uit. Deze cd
heeft zes songs die “Tunnel” heten, netjes genummerd van 1 tot en
met 6. Gelukkig besloot Thomas Hine om ze ook nog van een ondertitel te voorzien,
behalve dan het instrumentale “Tunnel 2”. Zo begint het album met
“Tunnel 1 (Biography)”, een heerlijke prachtsong. De adembenemende
stem van de zanger brengt de luisteraar in een roes van gelukzaligheid en rust.
Luister bijvoorbeeld maar eens naar “Your Lucky Day” of naar “Harder
Than You Might Think”. Zowat halverwege de plaat bekruipt de luisteraar
het gevoel dat alles een beetje van hetzelfde is, niet in het minst omwille
van het continu gezapige tempo van de songs. Toch slaagt Thomas Hine er in om
de aandacht van de luisteraar te blijven vatten door het gebruik van niet zo
conventionele instrumenten zoals in “Tunnel 3 (Fragments)” of door
een wat ongebruikelijke tekst te zingen zoals in “Aggressor’s Children”.
Ook de titeltrack “Tunnel 6 (Il Porto)” valt wat op tussen de rest
van de songs door het gebruik van meerstemmigheid die langzaamaan tot een vocale
climax zal gaan leiden op dit nummer. In de instrumentale bonustrack “Funeral
Of Two Lillians” brengt Thomas Hine op zijn akoestische gitaar en samen
met S. Brad Ganong op mandoline een ode aan twee onlangs overleden vrouwen van
belang in het leven van de muzikant. Hine heeft 3 soloplaten uitgebracht in
een periode van 4 jaar en “Il Porto” is daarvan overduidelijk de
meest commerciële plaat. En ook zijn beste. Er is dus nog groeipotentieel
voor deze geëngageerde artiest en multi-instrumentalist.
(valsam)

Website - Myspace
Booking: Alles Los Agency Contact
Label: Black Star Foundation
Distr.: Coast to Coast
Of hij nu in een festivaltent staat, in een Kapel, een concertzaal of in open lucht met beide voeten in de Ierse turf, wanneer De Barra zingt dan dwingt zijn unieke stem de menigte tot luisteren. Vanaf de eerste gekwelde noten waarin zielenpijn en melancholie verscholen gaan weet deze Ierse bard het publiek mee te sleuren naar zijn geheime wereld waar schaduwen en lichtflikkeringen elkaar aflossen. Rond zijn figuur hangt een zeker mysterie, raadsels die niet helemaal door zijn biografie worden ingevuld. Met enige humor schetst hij deze zelf in zijn website. In grote lijnen komt deze hierop neer dat de in Waterford geboren Ier al gauw de onderdrukking van de Katholieke Kerk, de sociale miserie en de politieke turbulenties in zijn land achter zich wilde laten en daarom in de jaren tachtig naar Australië emigreerde. Daar kwam hij in aanraking met de plaatselijke kunstscène, ging schilderen en sloot aan bij de in 1999 opgerichte Australische punkrockformatie ‘Clann Zu’. Met dit ‘Melbourne’ clubje bracht hij enkele albums uit. Omstreeks 2002 keerde Declan echter terug naar zijn geboorteland, al bleef hij nog toeren en sporadisch songmateriaal leveren voor songs, video’s en animatiefilms. In al die woelige jaren waarin honger, gevaar, chaos en de pseudo-waanzin van Hieronymus Bosch om de hoek loerden bleef hij als een poëtische guerrillatroubadour overeind, constant materiaal voor zijn songs absorberend en stockerend.

In 2005 werkte
hij in een eenzame flat in Dublin aan zijn eerste soloalbum ‘Song
Of A Thousand Birds’ dat na anderhalf jaar creëren eindelijk
in 2007 kon worden uitgebracht. De dramatische poëet wikt en weegt vooraleer
zijn muziek los te laten. De songs zijn van een huiveringwekkende schoonheid.
Op deze eersteling hoor je nog enkele andere Ierse muzikanten die eraan meewerkten,
o.m. Turlough Gunawardhana met cello, Adrian Hart met viool en Russell Fawcus
met piano. Declan zelf benoemt zijn stem als zijn krachtigste communicatiemiddel.
Met die stem tast hij alle nuances af van het verborgen en zichtbaar wereldleed.
Die stem werd al vergeleken met Jeff Buckley, Damien Rice en Anthony & the
Johnsons. Toch hebben zijn versplinterde klachtsongs een eigen Ierse afdruk
met de littekens van het historisch verleden. In zijn eigen Keltisch taalidioom
roept hij mythische beelden op, verbindt hij bitterheid met poëzie en voert
hij oppositie tegen het sociaal onrecht of het beknotten van iemands vrijheid.
Maar hij zingt ook in ‘Throw Your Arms Around Me’ over armen die
klaar staan om je te troosten wanneer je door de diepste ellende waadt. Zijn
songteksten illustreert hij quasi surrealistisch in het bijhorend tekstboekje.
Elk van zijn songs zou je kunnen uitlichten.‘Leaves In The Autumn’,
spaarzaam begeleid, resoneert als een oeroude ballade over immense vlaktes.
‘Slow Dissolve’, met schreiende viool smacht naar de immer verloren
geliefde. Aan de melodieën ‘Song Of A Thousand Birds’ met cello
of ‘Someday Soon’ met piano geeft hij zoveel passie mee dat je als
het ware meegezogen wordt naar zijn onderwereld waarin gekwelde gevoelens huizen.
Je aarzelt om er in af te dalen. De aanklampende intense stem met verschillende
klankkleuren en toonhoogtes laat je echter geen keus.

Dit najaar kwam
zijn tweede album uit ‘A
Fire to Scare the Sun’, opnieuw een magisch album waarin de
intuïtieve verbeelding hoogtij viert. Weer trok hij zich terug in diezelfde
verlaten kamers in Dublin om er één voor één zijn
tristesse songs te componeren, wat meestal op een lijdensweg uitdraait. Tot
hij het proces los liet en de songs voor zichzelf liet spreken. Zijn stem schreeuwt
zijn wanhoop uit alsof hij zijn eigen en andermans pijn wil uitdrijven. In de
zomer maakte ik hem nog Live mee tijdens een folkfestival waar hij in de gewijde
stilte van een Kapel een haast sacrale sfeer creëerde met zijn donkere
songs. Zijn hoge stem en de onaardse cellobegeleiding brachten je in een stemming
alsof je gedoopt werd in mythologisch wijwater. Op dit album sluiten andere
muzikanten met hun gevarieerde instrumenten naadloos aan bij de sfeer. Celliste
Mary Barnecutt en violiste Cora Venus Lunny met viool, viola en zang begeleiden
nostalgisch. Andere voegen onderhuidse doffe dreiging toe, zoals James Dunne
met drums en Brian Hogan - van de band ‘Kíla’- met lapsteel.
Voor singer-songwriter Declan is muziek componeren zoveel als voedsel, drank
en ademtocht tegelijkertijd. Alsof hij gekluisterd zit in zijn eigen gevoelswereld,
van waaruit zijn zang oprijst als het enig mogelijke bevrijdingsmiddel. Zelfs
in een ietwat opgewektere melodie als ‘On And On’ gaat het nog over
de fatale levenscyclus en het concert van de dood. Andere toppers zijn ‘Diamonds’
en Johanna’, het ene een droefgeestig troostend liefdeslied, het andere
een hopeloos afscheidslied met klokkengelui. Het heftige’ 57 Years’
welt op als een kreet om hulp. ‘Scraps to Feed Bones’ vloeit ogenschijnlijk
lieflijk voorbij met het gefluisterde ‘got to let you go’. Moeilijk
om een song onvermeld te laten, want zij hebben allen de schittering van bevroren
tranen of kristallen scherven. Toch gaat er iets troostend vanuit, zoals hij
met zijn zang imaginaire herinneringen en beelden oproept. In het allerlaatste
‘Red Forests’ met intrieste cello zingt de troubadour zielsmooi
‘there is beauty in the darkest of things’, daarmee de kern van
zijn muziek rakend. Mocht er een Top Drie zijn van de songs van het Jaar, dan
hoorde dit breekbaar kleinood er zeker bij.
Marcie

PHILLIP
BRACKEN
EVERYTHING LOOKS BETTER IN CANDLELIGHT (EP)
Website Contact
CDBaby
Zijn
inspiratie haalt Phillip Bracken naar eigen zeggen bij de golvende zee, de volle
maan (ook op het hoesje) en de ruimte die daar tussen ligt. Hij zit dus blijkbaar
regelmatig te dromen met zijn hoofd in de wolken. Deze singer-songwriter uit
New South Wales in Australië brengt op zijn recente ep “Everything
Looks Better In Candlelight” gemoedelijke folkmuziek in vijf liedjes.
Zijn warme stem zingt bij het geluid van een zachtjes gespeelde akoestische
gitaar liedjes als “How Silent We’ve Become” waarin Phillip
Bracken zijn observaties in zijn directe omgeving op een weldoordachte en veelbetekenende
tekst heeft gezet. Op deze debuutplaat staan geen meezingers maar eerder zachtjes
voortkabbelende, ritmische liedjes die - gedragen door zijn speciale falsetto
stemgeluid - de aandacht van de luisteraar weten vast te houden. “Deadman”
is zo’n knap opgebouwde song waar ik raakvlakken meen te herkennen met
de songs die we van de Ierse singer-songwriter David Gray in zijn beginperiode
aangereikt kregen. Zijn stem is het belangrijkste en sterkste instrument van
Phillip Bracken, zo blijkt eens te meer bij het nummer “It’s Not
Too Late (Ishmael)” waarin je ongedwongen uitgenodigd wordt om zachtjes
met de handjes mee te klappen. Ook de eenvoud van de liedjes die puur en simplistisch
gecomponeerd lijken te zijn met subtiele instrumentatie is een andere opvallendheid
bij de beluistering van dit schijfje dat even voor een rustig intermezzo in
het hectische leven van de luisteraar kan zorgen. Nog een bemerking over de
vijf liedjes: twee ervan overschrijden net de duur van 6 minuten en half en
“The Boy And The Sickle” duurt zelfs meer dan 7 minuten, hetgeen
toch niet zo gebruikelijk is voor liedjes die deze artiest radio airplay moeten
gaan opleveren. Misschien heeft Phillip Bracken gewoon wat meer tijd nodig om
zijn hele verhaal verteld te krijgen. Wij zijn alvast zeer geïnteresseerd
in het vervolg op “Everything Looks Better In Candlelight” wat wellicht
een eerste full-cd van deze talentvolle Australische singer-songwriter zal gaan
worden. Vergeet alvast niet om ook aan ons één exemplaar te sturen,
want wij zijn al helemaal overtuigd door deze ep. Nu de lezers nog meekrijgen.
(valsam)

BOB
WISEMAN
THE LEGEND
Website Myspace
Label : Blocks Recording Club
Info : Hemifrån
Bob
Wiseman is een Canadese singer-songwriter en filmmaker. Zijn muziek is een brede
mix van folk, rock en jazz en zijn teksten beslaan vaak politieke thema’s.
In de beginjaren ’90 speelde hij bij de formatie Blue Rodeo en nadien
ook bij The Hidden Cameras. In 1989 verscheen zijn eerste soloplaat: “Bob
Wiseman Sings Wrench Tuttle : In Her Dreams”. Wrench Tuttle was een pseudoniem
voor Wiseman zelf, zo grappig was de man van meetaf aan. Hij heeft ook platen
geproduceerd voor o.a. landgenoten Edie Brickell en Ron Sexsmith. Bij Rootstime
leerden we de grapjas kennen via zijn vorige cd “Theme And Variations”
uit 2006, een mix van avant-gardemuziek met folk, pop en rock. Zijn nieuwste
schijf “The Legend” is een live album waarin een optreden wordt
geregistreerd dat hij in maart 2002 deed in het huis van Elisabeth en Keith
Sharp in Halifax voor een zo te horen beperkt publiek dat zijn grapjes en grappige
teksten weet te appreciëren. Voor de songkeuze selecteerde hij nummers
uit een dertigtal bootleg-opnames die zijn fans hem ooit hebben toegestuurd.
In cd-opener “Buster” declameert hij een ridicuul rijmpje door het
kortverhaal over rijke platenbazen telkens weer van vooraf aan te vertellen
en er op het einde telkens één woord aan toe te voegen. Kunstig
en grappig, maar of het op een cd thuis hoort zullen de meningen allicht verschillen.
In een romantische bui slaagt hij er echter ook in om emoties op plaat te zetten.
Luister bijvoorbeeld maar eens naar “Maureen” en “Kissproof”.
Bob Wiseman is een showman die er van houdt om zich met het publiek verbaal
te onderhouden. Daarvoor is het huiskamersfeertje natuurlijk perfect geschikt.
Zo vertelt hij een grappige anekdote over twee boetes die hij recent van de
politie kreeg als aanloop naar de dynamische folksong “Search The World”,
waarna een mooie versie van de song “Goodbye” volgt. Toonvastheid
is echter ook niet echt aan Bob Wiseman gelegen en daar ligt hij zelfs helemaal
niet wakker van. Daarna vertelt hij dat hij toch wat geschrokken was toen hij
voor een show in Wolfville arriveerde en overal posters zag hangen met daarop
“Tonight! Bob Wiseman! The Legend”. Het leverde hem wel de titel
op voor dit live album waarop een lichtjes boze protestsong over het Union Carbide-ongeval
in Bhopal India te horen valt en zijn sociaal engagement wordt benadrukt. Daarna
wordt het vooral weer lachen met een burleske versie van de song “Married
Woman”. De cd-afsluiter is een hartverwarmende song over “Taylor
Field”. Het hoesje voor deze live-cd heeft Bob Wiseman zelf met de hand
gemaakt en is eerder een kunstig vouwwerk van een orange gekleurde kartonnetje
met een zelfgemaakte tekening op de voorzijde en de songtitels achterop. Wij
blijven hier toch vooral twijfelen als we naar de cd’s van Bob Wiseman
luisteren. Is dit nu cabaret of zang? Hem zal het worst zijn.
(valsam)

PAPALEG
ACOUSTIC DUO
BACK TO MISSISSIPPI
Myspace
Booking: Bluesfarm Rhinetown Agency
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO
3
Het
doet mij erg goed dat anno 2009 nog steeds jonge muzikanten wakker worden met
een rotgevoel. Dat is nu de blues. De twee Italiaanse bluesmannen Pierluigi
Petricca (1968) uit Aielli en Marco Tinari (1978) uit L'Aquila kunnen je alles
over dat bluesgevoel vertellen. Vertellen doet dit duo al zingende op "Back
to Mississippi", de opvolger van hun debuut "Railroad Blues".
Het is die lange en onbegaanbare weg naar huis die wij moeten volgen. Onderweg
passeren twaalf tracks waarin Petricca & Tinari de blues een fikse opdonder
geven. Het is een opdonder die het genre verdient. Zij weten op de één
of andere manier de traditionele blues te ontmaskeren in een eerbetoon aan hun
grote blueshelden als o.a. Lightnin' Hopkins, Big Bill Broonzy, Robert Johnson
en Bukka White. Dit tweetal speelde gedurende vele jaren de elektrische Chicago
blues stijl om in de zomer van 2005 als duo met hart en ziel de zeer authentieke
vorm van Delta- en countryblues te spelen, een duo waarin Petricca laat horen
dat hij een zeer getalenteerde slide-gitarist is. Tinari speelt akoestische
gitaar en weet Petricca uitstekend te begeleiden. "Back to Mississippi"
is een levendige bluesplaat geworden in een rauwe en vertrouwde vorm aan dit
genre. Deze Italianen halen het niet in hun blanke blueshoofd om iets nieuws
te proberen, maar het enthousiasme en de bedrevenheid bieden voldoende speelruimte
voor twaalf spetterende bluessongs, waarbij de songtitels: "Mama Talk To
Your Daughter", "Feeling Good", "C.C. Rider", "Pony
Blues", "Long Distance Call" en "Judge Harsh Blues"
genoeg verklappen. De goesting om met een clubje vrienden onvervalste Mississippi
Delta Blues te maken, druipt van elk nummer. Alle nummers zijn even sterk, want
ook hun zelfgeschreven songs: "I Go Back To Mississippi", "Once
A Day", "Wake Up This Morning" en "Sugar Cane", met
daarbij het schitterende gitaarwerk (slide en andere gitaren) dat het Papaleg
Acoustic Duo achteloos uit hun mouw schudt en de perfecte mixing door Gigi Bisogno
is "Back to Mississippi" warm aanbevolen!

THE
TURNPIKES
HAPPY HEARTS
Website Contact
Label: Salt Island
Het
is maar een tussendoortje, deze "Happy Hearts" van de Zweedse Turnpikes.
Van hun debuut "You Never Get Out Of This Band Alive" in 2006 waren
we zeer aangenaam verrast, het was een mooie mix van klassieke country rock
en wat rockabilly invloeden, met covers van John Prine, Townes van Zandt en
Chuck Berry. Hun nieuwe full cd hopen ze in de lente van volgend jaar klaar
te hebben, en daarom kregen we nu deze vier songs bevattende cd, opgenomen in
de Salt Island Studios in hun eigen Karlskrona. Tommy, Anders, Pelle en Hans
openen met "I Feel So Happy Today", dat wat klinkt als de jonge Beatles,
lichtvoetig en luchtig, een song die zijn titel waarmaakt, maar de vonk niet
laat overspringen. "Giving Back Your Heart" blijft wat in hetzelfde
vaarwater, leuke sixties pop, maar zonder echt veel diepgang. Van de country
rock die hun vorige cd boeiend maakte, is hier nog weinig terug te vinden, want
ook "You Don't Have To Be Here In The Morning" is een lichtvoetig
meezing deuntje. Van de vier songs komt "True Love", de afsluiter
er nog het best uit, alhoewel ook dit geen hoogvlieger is, een zwakke poging
om de Eagles geluid wat te benaderen, zo te horen.Maar alles klinkt wat lusteloos
en magertjes. Spijtig, want mijn voorspelling die ik deed in mijn vorige review,
dat na een tamelijk sterk debuut een bevestiging van hun kunnen zou komen met
een nog betere opvolger is dus wat op een ontgoocheling uitgedraaid. Even terug
naar af, maar laat ond hopen dat die tweede full terug een schot in de roos
is voor deze Zweden, want ze hebben bewezen het te kunnen.
(RON)