ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

DARRYL HOLTER - DARRYL HOLTER

LEE ZIMMERMAN - PARALLEL CATS

STEVE NOONAN - BRINGIN’ IT BACK HOME

MICHAEL BRENNAN - ANYWHERE BUT HERE

THE TURKEYS - IT’S GONNA RAIN

DAVE WALKER AND THE BLUE MOON LODGE - DAIMONDS ON THE ROAD

CHRIS LATERZO AND BUFFOLO ROBE - JUNIPER AND PINON

MR. PINE - REWILDING

HORSEHEAD - WELCOME TO …HORSEHEAD

FAT DANNY & HARD TYMZ BLUES BAND - HOOCHIE MAMA

 


 

 

DARRYL HOLTER
Website Myspace Contact
Label: 213 music
Distr: Burnside distribution
CDBaby

 

Darryl Holter’s muziek is moeilijk in één hokje onder te brengen. Ik zou het houden op een portie rock, met ondertonen van country, folk en wat blues, overgoten met een sausje van pop. Opgegroeid is hij in Minneapolis met de muziek van Dylan, Pete Seeger, Phil Ochs, Arlo Guthrie en andere folk pioniers. Buiten wat gitaar spelen, maakte hij nooit echt muziek. Het was pas toen hij naar Los Angeles verhuisde dat hij echt interesse begon te vertonen in muziek. Hij begon met songs te schrijven, de wilde haren waren ondertussen weg en ook de interesse voor de politiek geladen protestsongs van zijn idolen. Op enkele jaren tijd schreef hij veertig songs, wat hem meer dan genoeg leek voor iemand die nooit optrad, en gedurende meer dan twee jaar schreef hij dan ook niks meer. Zijn songs gingen over alledaagse, maar belangrijke dingen als liefde en het verlies van geliefden, herinneringen en fantasie, soms vol humor soms donker. Plots kreeg hij de dwingende gedachte van uit die veertig songs een dozijn van de sterkste te selecteren en zelf een cd te maken. Als je dit zo leest, zou je nooit verwachten dit resultaat te krijgen, een debuut dat er best mag zijn, ongelooflijk als je weet dat deze man geen podiumervaring heeft en zo te zien (voorlopig) ook geen optredens doet. Soms rockt het behoorlijk, zoals op "Don't Touch The Chevy", op andere momenten is de sfeer mijmerend, met pedal steel. "Time And Space" is daar een mooi voorbeeld van. "Living On The Edge", het zwerversverhaal dat een mooie sfeer oproept in zijn instrumentatie van eenzaamheid in de grote stad. "Should Have Seen It Coming" heeft een behoorlijk Knopfler gehalte, met Timothy Young op slide. Darryl deed de opnames in de befaamde Capitol Studios in Hollywood, en de muzikanten zijn uitstekend, hij heeft duidelijk kosten noch moeite gespaard: het hoesje, de productie, het totaalgeluid, alles is tot in de puntjes verzorgd. Een meer dan overtuigend debuut is dit, tijdloos en vol diversiteit.
(RON)


 

 

 

LEE ZIMMERMAN
PARALLEL CATS
Website Contact

 

Wanneer je op iemands website leest dat de artiest, in dit geval muzikant/cellist, leeft op het scherp van de snede dan is dat op zijn minst intrigerend. Discretie belet je dan om door te vragen of uit te spitten. Beter dus om de muziek voor zichzelf te laten spreken. In Lee Zimmerman’s geval is dat zijn geliefde cello, die hij zowel klassiek als modern beheerst. In deze luidruchtige hightech tijden de cello kiezen om je gevoelens expressief te uiten zal je bestaanszekerheid of inkomen wellicht niet verhogen. Want waar moet je een cellist onderbrengen die noch in de vakjes pop en jazz, noch in de rubriek klassiek of wereldmuziek kan worden geplaatst. Lee Zimmerman uit Montana lijkt zich daar niets van aan te trekken, maar zingt en hanteert zijn strijkstok zoals hij daar intuïtief toe wordt gedreven. Zijn songs lijken te ontspringen uit geheime bronnen waar alleen artiesten toegang toe hebben die de rivieren van hartzeer en desillusies overstaken. Soms gebruikt Zimmerman zijn cello als percussie of met de klassiek geïnspireerde pizzicato techniek. Dan klinken de songs wat weerbarstig alsof hij zijn rebellie wil kanaliseren. Het instrumentale ‘Gracie Lives’ en het intense ‘Some Kind Of Love’ laten gipsy zigeunerinvloeden doorschemeren. Anderen aarzelen tussen pop, klassiek en oud Middeleeuws. Dat cello buiten de concertzalen moeilijk doorgang vindt, wordt gelogenstraft door zijn verre tournees. Hij reisde van Montana naar New York en Seattle en verder door naar Alaska en stond op festivals, in theaters, hotels en clubs. Soms begeleidt hij andere zangers, zoals o.a. Radoslav Lorkovic op diens ‘Blue Parade’ album. De wijze waarop hij improviserend zang met celloklanken combineert doet afwisselend hoofs en donker aan, alsof Zimmerman zijn eigen leed wil verhullen achter narratieve verhaallijnen. Meer dan eens denk je aan Dick Gaughan, Christy Moore, Paul Brady of andere troubadours die met hun ballades, droeve walsjes, pavanes of pastorale songs folkgeschiedenis schreven. Het verschil ligt echter in de keuze van de cello in plaats van de gitaar waardoor hij de sprookjesmagie introduceert. Spijtig dat de lyrics niet werden bijgevoegd, maar de zang is zo suggestief dat je de hunker, de liefdespijn en de tragiek tussen de lijnen kan opvissen. Het bloedmooie ‘Sothisis’ bijvoorbeeld, geschreven door John Hermann, klinkt bijzonder smartelijk. Behalve deze Hermann en ook Zimmerman schreven nog anderen mee. ‘Parallel Cats’ opent en sluit als een fraai liedboek in artistieke pasteltinten, waar elke song als op een vergeelde pagina een mooi verhaal uitvouwt. De cello geeft er diepgang aan en gidst je tegelijkertijd door een magische sonische wereld.
Marcie


 

 

 

STEVE NOONAN
BRINGIN’ IT BACK HOME
Website Myspace
Info : Hemifrån

 

De eerste cd van Steve Noonan verscheen in 1968 en pas 40 jaar later is er eindelijk een opvolger “Bringin’ It Back Home” met tien liedjes die door de goede vriend van Tim Buckley en Jackson Browne zelf werden geschreven. Met z’n drieën zaten ze op de Sunny Hills High School in Fullerton en gekend als “The Orange County Three” waren ze in de ‘early seventies’ gereputeerde en gerespecteerde zangers en songwriters uit Californië. Samen met Greg Copeland schreef Steve Noonan de eerste hit “Buy For Me The Rain” voor de Nitty Gritty Dirt Band en zowel Tim Buckley als Jackson Browne werden internationale sterren. Maar die eer was niet weggelegd voor Steve Noonan. De toenmalige platenmaatschappij Elektra wilde van hem een Tim Buckley-kopie maken en zo op diens succes teren maar dat was buiten Steve Noonan zelf gerekend. Hij wilde helemaal niet in dit concept meestappen en verdween gedegouteerd uit de muziekscène. In de luwte bleef hij echter liedjes schrijven die nu terug te vinden zijn op de vier decennia later uiteindelijk uitgegeven tweede plaat als opvolger van de debuutplaat “Steve Noonan”. Terwijl Tim Buckley jammer genoeg kwam te overlijden en zijn nog steeds goede vriend Jackson Browne volle zalen en hele voetbalstadions wist te vullen met fans speelde Steve Noonan op zijn eentje in koffiehuisjes en clubs. Zijn nieuwe liedjes op “Bringin’ It Back Home” zijn gerijpt qua inhoud en maturiteit. Als zestiger werden zijn songteksten toch wat meer reflecterend en betekenisvoller. Fingerpicking op akoestische gitaar begeleidt Steve Noonan zichzelf bij het zingen van songs als “Bringin’ It Back Home”, “Why Things Happen” en “Just A Short Time”. Andere songs om even bij stil te staan zijn “My Beautiful Luz”, het op piano gespeelde “Battle Mountain”, het epos “War Is Your Business (Sang The Crow On The Cradle)” en cd-afsluiter “The Bhakti Waltz”. Het geheel van deze cd blijft instrumentaal toch vooral zeer minimalistisch van opbouw met enkel gitaar en zang. Dit was een muziekstijl die in de sixties heel populair was maar of je er in de 21e eeuw ook nog mee kan scoren valt te betwijfelen. Misschien krijgen we ongelijk maar ons finale oordeel is dat “Bringin’ It Back Home” in deze tijden heel moeilijk aan bod zal komen voor radio airplay. “The Times They Are Changing” zong ooit een intussen heel beroemde singer-songwriter en gelijk had hij. Als Steve Noonan zijn tekstueel nochtans hoogstaande songs van een wat meer actuele sound en een bredere muzikale begeleiding zou voorzien kon een hernieuwde start er voor hem zeker in zitten.
(valsam)


 

 

 

MICHAEL BRENNAN
ANYWHERE BUT HERE
Website Myspace

 

Als Michael Brennan even virtuoos en met eenveel flair en overgave vierkantswortels trekt als hij liedjes schrijft en zingt, dan had ik gaarne bij hem in de klas gezeten. Brennan is namelijk wiskundeleraar van professie, maar eens de bel gerinkeld heeft, installeert hij zich comfortabel in zijn huifkar en schrijft hij donkere hedendaagse countryliedjes. 'Anywhere But Here' is de tweede soloplaat van deze urban cowboy uit Toronto. De productie die in de handen is van David Travers-Smith roept echo’s op aan het recente werk van Bruce Cockburn. En voorts heeft Brennan een verdomd stevige rhythme-sectie onder de arm genomen: Cary Craig op drums en John Dymond op bas. Daarnaast gitaristiek vuurwerk van Kevin Breit, bekend van bij Norah Jones. Samen met nog een aantal gastmuzikanten hebben zij een bijzonder fijne plaat opgenomen. Michael Brennan heeft een lichte tremolo in zijn stem, die daardoor vaag een beetje doet denken aan die van Brian Ferry of Richard Thompson en waarmee zelfs de up-tempo liedjes vaak smachtend klinken. Brennan gaat ook voluit als hij zingt, geen pose, weg met alle cool. Het doet telkens weer deugd een artiest te horen die zich geen fluit aantrekt van de regels van de business. 'Anywhere But Here' opent met een niet-overbodige cover van 'Mystery Train'. Een van de covers der covers, maar hier echtig nieuw leven ingeblazen. Het is meteen ook een showcase om te laten zien waar de geroemde rhythme-sectie toe in staat is. En dat is indrukwekkend, neemt u het van mij aan. Op het slotnummer na, een cover van Townes’ 'No Place To Fall', zijn alle andere liedjes zelfgeschreven. Michael Brennan zit zo met het een en ander: hij heeft last van een Troubled Mind, hij is Stubborn, Not Myself het grootste gedeelte van de tijd, hij wil zo snel mogelijk Outta This Town, en dan weer is het Wish I Was Home... Het rommelt duidelijk in de ziel van de kwadratuur. Soms levert dat een ballade op ('Grow Old With Me') dan weer stevige rockabilly ('Hung out To Dry'). 'Anywhere But Here' is een plaat die in je kleren kruipt, die aan je vel kleeft en je iets nieuws laat horen. Ten zeerste aanbevolen!
Duke J


 

 

 

THE TURKEYS
IT’S GONNA RAIN
Website Myspace Contact CD-Baby

 

 

Toen ze in 2007 met hun debuutalbum “Every Night’s the Same” op de proppen kwamen was de Amerikaanse groep ‘The Turkeys’ uit Covington, Kentucky nog een volslagen onbekende formatie voor ons bij Rootstime. De liedjes waarvan de muziek geschreven wordt door Kyle Knapp en de zeemzoete teksten door Chris Cusentino hebben een sixtiesgeluid in zich dat herinneringen oproept aan Simon & Garfunkel, The Byrds of Beach Boys. Vocale samenzang en catchy tunes op moderne muziek gezet in een mix van stijlen, gaande van folk en bluegrass over blues tot rock. Typerend voor de sound van ‘The Turkeys’ is dat er in hun songs vaak een fikse portie strijkers wordt toegevoegd, overigens voortreffelijk gearrangeerd door het echtpaar Sylvia Mitchell en Paul Patterson. Beiden zijn klassiek geschoolde muzikanten die ook meespelen in het Cincinatti Symphony Orchestra. De groep ‘The Turkeys’ werd in 2003 opgericht door Chris Cusentino en Kyle Knapp kwam de band vervoegen in 2005. Toen konden ze werk beginnen maken van een eigen typische sound. Die eerste cd kreeg veelvuldig positieve kritieken in de Amerikaanse muziekpers en met deze vervolgplaat “It’s Gonna Rain” zal dat wellicht niet anders zijn. De dertien songs op deze cd leunen wat nauwer aan bij de popmuziek, echter zonder volledig afstand te nemen van de traditionele folksound. Luister daarvoor maar naar “The Incredible Flying Machine”, de banjosong “Not The One I Need” of naar “Green Fields”, een typische croonersong waarin de klarinet een vooraanstaande rol krijgt toebedeeld. Maar nummers als “Southern Skies”, “She Always Gets Her Way”, “Waste Of Time” en “Idiot” rocken toch behoorlijk vlotjes weg en zijn zeker geschikt om eens een danspasje op te wagen. Kyle Knapp en Chris Cusentino zingen bijna alle liedjes in volledige stemmenharmonie wat hen zeker die vergelijking met Simon & Garfunkel heeft opgeleverd. Eén van de sterkste songs op “It’s Gonna Rain” is “I Want Everybody To Know” dat een Phil Spector-sound meekreeg en een aan Booker T. Jones herinnerende Hammondorgel als belangrijkste instrument. Ook het gevarieerde “Love Song For The Dreamer” is een knap opgebouwde song met alweer zeer prachtige vioolpartijen. “It’s Gonna Rain” van ‘The Turkeys’ is een cd die je probleemloos kan laten afspelen terwijl je diverse huishoudelijke klusjes opknapt en waarbij de verscheiden ritmes van de liedjes je werktempo mee zullen bepalen.
(valsam)


 

 

 

DAVE WALKER AND THE BLUE MOON LODGE
DAIMONDS ON THE ROAD
Website
CDBaby VIDEO
Label: Red Moon Records


 

Je zou het “Outback Country” kunnen noemen, wat deze jongens uit Melbourne in Victoria ons laten horen op “Daimonds On the Road“. Zowel traditionele als hedendaagse invloeden zijn in hun muziek aanwezig. Dave Walker schrijft sterke songs en weet ze op meer dan overtuigende wijze te brengen. Niet moeilijk met een groep muzikanten als the Blue Moon Lodge: David Riciutti (zang en gitaar), Mark Mc Neilly (zang en bas), Greg Hunt (viool, mandoline, mandola) en drummer Louch Evangelista. Jongens die hun pluimen reeds ruimschoots verdienden in het clubcircuit rondom Melbourne. Dave's nonchalante aard vinden we terug in zijn teksten, die je aanzetten tot nadenken over zijn onderwerpen, maar je evenzeer aan het lachen kunnen brengen of zelfs dansen als je zin hebt. Wat de Band betekende voor het Amerikaanse zuiden, doet Dave Walker met zijn muziek voor het Australische zuiden. Songs over het dagelijkse leven onderweg en de mensen die je ondertussen ontmoet. De titel verwijst er al naar: ”Daimonds On The Road”, maar ook in een song als “Mist In The Morning” met een mooie fiddle en prachtige melodie, terwijl Dave zich als een ware storyteller profileert. In “Clear Blue Southern Sky” komt dat ook nog eens sterk naar voren. Flarden bluegrass vermengen zich met alternatieve country in nummers als “Due North From Marree” en in de mooie afsluiter, het nostalgische “When I Remember When” komt de pure singer songwriter in Dave naar boven, en kan hij trots naast collega’s van “down under” Paul Kelly en Slim Dusty plaatsnemen. Dave Walker wist zich na een veelbelovend debuut met deze tweede release te bevestigen. Een voorzichtige aanrader is dit en we kijken nu reeds uit naar nummer drie!
(RON)


 

 

CHRIS LATERZO
AND BUFFOLO ROBE

JUNIPER AND PINON
Website Myspace Contact CDBaby
Label: Yampa Records

 

Singer-songwriters: er is tegenwoordig geen ontkomen meer aan. Mannen met gitaren en verleidelijke meisjes achter een piano duiken uit alle hoeken en gaten op. Het aanbod varieert van gladde surfers tot aan verlopen fotomodellen en voormalige verhuizers uit het diepste zuiden van de Verenigde Staten. Californie aldaar is al een tijdje een broedplaats voor singer-songwriters van wie hun muziek grenst aan rock, folk en alternatieve country. Chris Laterzo komt er ook vandaan. Venice om juist te zijn. Al is hij geboren in Colorado maar opgegroeid in België en later Massachusetts. Hij studeerde politicologie in Washington maar was vergroeid met de gitaar. Indruk maakte hij al op zijn debuut "American River" uit 1997. Nog meer verstilde singer-songwriterliedjes staan er op zijn tweede plaat, "WaterKing" (2000) genaamd. Deze plaat is in vergelijking met zijn debuut iets ruwer maar bestaat toch vooral uit soulachtige melodieën waarbij de zang voorop staat. Want veel meer dan een prachtige, zachte stem en slaapwiegende arrangementen heeft Laterzo niet nodig. Toch blijft het hier niet bij. Na het succesvolle "Driftwood", zijn derde album waarbij z'n eigen melodieuze stijl, waar ook linken met Neil Young en Gram Parsons duidelijk hoorbaar waren, haalt hij op zijn nieuwe cd "Juniper and Pinon" met zijn fluwelen touch opnieuw hard uit. Laterzo bezit de zeldzame gave om zachte liedjes hard aan te laten komen. "Juniper and Pinon" is ook het eerste album dit jaar dat de kans heeft om tot in de eeuwigheid te reiken. Wat maakt de tranentrekkende, rootsy singer-songwriterspop van Laterzo dan zo bijzonder? Eén van zijn troeven is zijn gave om dingen ontroerend en rechtdoorzee te verwoorden, het laten aanvoelen dat hij een songschrijver met een groot hart is. Dan is er nog zijn feilloze gevoel voor composities van grote schoonheid. En zijn prachtige stem. Laterzo klimt soms hoog in zijn stem of balanceert op een dun en hoge koord, wankelend boven de afgrond. "Juniper and Pinon" bevat vocale hoogstandjes, zoals "Those Were The Days" dat wordt opgesierd door formidabel mandolin spel van John Bertini. Al die softe pracht en praal op een rijtje is wel veel van het goede. Je zou er door in slaap kunnen dommelen. Verdraaid goed dat Laterzo verderop nog een tandje weet bij te schakelen hoewel hij feitelijk alleen maar doorreutelt in hetzelfde, fijngevoelige genre. De liedjes zijn zo gemaakt dat liefhebbers van het meer toegankelijke singer-songwriterwerk zo kunnen instappen, zoals dat ook het geval is bij populaire namen als een Ryan Adams. Nadeel van die perfectionistische benadering is dat een hele plaat met Laterzo-materiaal op een gegeven moment wat eentonig en voorspelbaar gaat worden. Maar niettemin: hier gebeurt echt iets bijzonders. "Juniper and Pinon" kan zich meten met het beste uit de Americana. Hij houdt het tempo laag en een jankende pedal steelgitaar, als in de titeltrack "Juniper and Pinon" versterkt het melancholische gevoel van de cd nog eens extra. Laterzo's thema's zijn dezelfde als die van de klassieke country en zijn teksten laten zien dat Laterzo een volwassen songschrijver is die zich met de besten kan meten. De opener "Hacienda" is meteen al een bijna klassieke Youngsong waarin co-producer Jeff LeGore vocaal weerwerk biedt. Volgende song is ook zo'n nummer dat aangaande opbouw en gitaarwerk, als zelf door zijn voordracht laat terugdenken aan de jonge Neil Young, met hierbij Laurie LeGore als backing vocals. Alle songs op "Juniper and Pinon" zijn verder uitstekend, maar laten we ook vooral de lang uitgesponnen epische rocker "Misfit Child’ en een in desolate schoonheid zwelgende ballade "Woman" vernoemen. Met behulp van de band Buffalo Robe werkt hij zich met volle overgave door de negen zelfgepende songs en een versie van Elton John’s "Holiday Inn" heen. Draai deze plaat vaker en vaker tot je er helemaal in wordt meegezogen!


 

 

 

MR. PINE
REWILDING
Website Myspace
CDBaby
Label: Whiskey Lad Recordings

 

De Canadese Mr. Pine is geen folklorefiguur, maar wel een innovatief musicerend sextet. De bedenkers zijn Matt McLennan en Kevin Scott die van experimentele folk hun handelsmerk maakten. De zingende dolende engel langs hun zijde heet Leslie Oldham. En deze ‘Rewilding’ is een muzikaal avontuur van begin tot einde. Je ontmoet er variaties op de sprookjes van Grimm, oud-Engelse ballades, diffuse herinneringen aan George Eliot en Thomas Hardy en de bizarre hersenspinsels van Scott/McLennan. De laatsten vonden elkaar in 2003 waarna de muzikale uitwisseling zich kon inzetten. Matt oefende al vanaf zijn veertiende op de elektrische gitaar. Zijn voorliefde voor ‘avantgarde’ en freejazz zocht een uitweg via het ‘Cone Five’ rockbandje, wat niet voldoende bleek. Kevin, klassiek geschoold, hoorde folkmuziek in de woonkamer thuis en vreemdsoortige kakofonieën in de platenwinkel van zijn oudere broer, waarna hij als DJ aan de Universiteit van Manitoba kon experimenteren. Wanneer dergelijke eclectische muzikale genieën elkaar vinden moet dit wel leiden tot een eerste Cd zoals hun eerste opgemerkte ‘The Gift Of Wolves’. Hun tegendraadse lyrische muziek wordt sindsdien omschreven als mystieke folk/kamermuziek waar klassiek en modern, Eric Satie en ‘Renaissance’, Claude Debussy en Nick Drake of de elektrische gitaar en harpsichord zich symbiotisch versmelten. In de seventhies vond ik het spijtig dat folkrock/bands als Steeleye Span, Fairport Convention, Amazing Blondel, Mr. Fox en The John Renbourn Group plaats moesten ruimen voor punk en hardrock. Nu lijkt het wel of in deze tweede ‘Rewilding’ sommige van deze groepsleden herrezen zijn, maar dan in Manitoba gedaante. Richard Caners met viool, Jason Peters met elektrische gitaar, Ken Phillips met bas en dan het duo Matt/Kevin als het schrijvend/componerend duo vormen een reïncarnatie van deze Britse acid folkgroepen alsof hun inventiviteit zich nestelde in Mr. Pine. Freule Leslie zweeft als een zingende nachtegaal mee met de melodieën als een Annie Haslam, Maddy Prior of Jacqui McShee. Daarnaast sluiten meerdere sympathisanten aan met o.m. viool, viola, cello, drums, fluit, tamboerijn en banjo alsof een heel orkest is opgestaan. Toch blaast Mr Pine een geheel eigen spirit doorheen de elf songs alsof alle bezongen figuren zich hergroepeerden in het huidig meer chaotisch tijds- of wereldbeeld, mooi geïllustreerd in het bijhorend tekstboekje. Het profetische ‘Sleep of Ondine’, het rockende ‘Cymbeline’ en het aandoenlijke ‘Robin’s Breast’ bevolken dit magisch wereldje van Scott/McLennan en verhinderen je om in slaap te vallen, al wil je wel tussen de dekens kruipen. Maar het weergaloos mooie en verontrustende ‘Glass Petals’ verhindert dat en bij het tedere ‘The Enclave’ zou je willen wegdromen op de hoofse zegeningen. Soprano, alto en tenor recorder maken er iets Middeleeuws van. Moeilijk kiezen tussen al die evocatieve poëzie. Al de songs hebben dat tijdloze waardoor je vermoedt dat Scott en McLennan bij hun geboorte aangeraakt werden door de toverstaf van een lumineuze fee, licht bizarre kleindochter van Euterpe en Melpomene.
Marcie


 

 

HORSEHEAD
WELCOME TO …HORSEHEAD
Website Myspace
Contact
Label : Emerald City Sounds
Info : Hemifrån CD-Baby

 

“Heartbreaking Songs” is de eerste track op de cd “Welcome To … Horsehead” van de gelijknamige Amerikaanse band uit Richmond, Virginia. Toch zijn niet alle songs bestemd om als hartenbreker door het leven te gaan. Dit album volgt op hun cd met de bescheiden titel “Record Of The Year” wat het jammer genoeg nooit is geworden. Toch worden voor deze nieuwe cd de vertrouwde ingrediënten van weleer opnieuw bovengehaald: hedendaagse rocknummers gebouwd op de fundamenten van vlot in het gehoor liggende hooks en vocale harmonieuze samenzang. Horsehead is een viermansformatie met de muzikanten André Labelle, Randy Mendecino, Kevin Inge en Jon Brown, die het schriiverswerk voor de meeste songs voor zijn rekening nam, behalve de bonustrack die een Neil Young cover is. Horsehead’s muziek is zuivere Amerikaanse rock’n’roll zoals we ook te horen krijgen bij o.a. Tom Petty en Bruce Springsteen. Een nummer als “Jimmy’s Song (Ballad Of A Thief)” kon ook op Petty’s platen staan. “Walk It Off” is een op krachtig pianospel gebaseerde rocksong à la Springsteen met dito mondharmonica-intermezzo. De meeste nummers op dit album kunnen als handleiding dienen voor gebroken relaties, afgewezen geliefden en liefdesverdrietige eenzamen. Het album biedt soelaas aan allen die emotioneel iets moeilijks te verwerken krijgen. “Bottom Of A Glass” suggereert dat de oplossing te vinden is in het wegdrinken van het verdriet. “Hogtown” is zo’n ballade waarop je de emoties de vrije loop kan laten en de sterke drumbeat lijkt telkens een nieuwe snede te kerven in je hart. Naar ons gevoelen is “Lost Love Line” één van de beste songs op “Welcome To …Horsehead” met scherpe vocalen op een dwingende gitaar- en drumrocksong zoals The Boss ze ook zou brengen. “Too Late To Run” komt op een eervolle tweede plaats te staan. Petty is weer in de buurt als “I Need A Good Day” gebracht wordt. En de tearjerker “Wedding Pictures” die het officiële gedeelte van de plaat afsluit zorgt voor de nodige natte zakdoeken. Vooral in het circuit van de Amerikaanse rootsradios zal Horsehead met “Welcome To… Horsehead” hoog gaan scoren. En waarom zouden wij hier op het Europese continent onder willen doen voor onze Amerikaanse vrienden?
(valsam)


 

 

 

FAT DANNY & HARD TYMZ BLUES BAND
HOOCHIE MAMA
Website Myspace Booking CDBaby

 

 

Fat Danny and the Hard Tymz Blues Band is een bluesformatie uit Californië die al weer wat jaartjes meedraait. De naam van de band is een ironische verwijzing naar het vette gitaargeluid van Fat Danny Bennett. Fat Danny’s geluid laat zich dan ook niet rangschikken onder één en dezelfde bluescategorie. Wel is het geluid grotendeels geïnspireerd door de late moderne meesters als Albert en Freddy King, Albert Collins en Johnny Guitar Watson. Bij het gitaarspel staat het gevoel dan ook meer centraal dan pure techniek, of, zoals bluesartiest Doug McLeod eens opmerkte: "Never play one note you don't want to". Het repertoire, bestaande uit eigen werk, is gefundeerd op de West-Coast blues maar laat ook wat funk en jazz doorschemeren. Op middelgrote en grote festivals, alsmede het betere clubcircuit in Amerika, prijkte hun naam op de affiches. Gesterkt door de vele positieve kritieken op de cd "Life Behind The 8 Ball" uitgebracht bij Jack's Blues Shack Records s er nu het lang verwachtte "Hoochie Mama", waaraan ze zomaar achttien maanden hebben gewerkt. En we kunnen meteen verklappen: De blues van Fat Danny and the Hard Tymz Blues Band is heel 'fat', want Danny heeft naast zijn eigen uitstekende kwaliteiten als zanger/gitarist de beschikking over een stel geweldige muzikanten in Mike Burnes (drums), Doyle "Mississippi" Smith (toetsen), Jay Schermer (harp), Eddie Clothier (bas), Jeff Ackerman (sax), Jamila Ford & Carol McArthur (background vocals). Meerdere line ups zijn de revue gepasseerd, maar anno 2009 bestaat the Hard Tymz Blues Band uit muzikanten die hun jarenlange podiumervaring en muzikale rijpheid bundelen tot een combinatie die garant staat voor hun nieuwe kwalitatieve plaat: "Hoochie Mama". Een pittige blues rock schijf waarop de rock de boventoon voert met een hele lading blues invloeden. Van een band die zichzelf omschrijft als "True Life Blues from Fat Danny" en met een logo dat verwijst naar "Warning: Adult Lyrics" hoef je geen zoetsappige crooners te verwachten natuurlijk. Hun voorliefde gaat duidelijk uit naar het ruigere werk. Met invloeden van de bovenvernoemde grootheden en (schrik niet) Capt Beefheart is dit een plaat waarvan de sound zich niet snel laat rangschikken onder één en dezelfde noemer. Hun 10 zelfgepende songs bestaan uit een kruidige mix van Westcoast jump en swing in een kruisbestuiving met hedendaagse bluesstijlen. De band raast en tiert en wisselt swingende composities met ingetogen slows. Fat Danny and Band is gewoon een strakke band die ons meevoert met verassende goede vocalen en gitaarpartijen ondersteund door een solide ritme sectie langs de titeltrack "Hoochie Mama", met uitstekend gitaarwerk en de meeslepende rockers "Things Are Tough All Over", "You Fit My Pistol" en "Born to Play the Blues". De nummers met gastvocaliste Bonnie Pointer van the Pointer Sisters in "Blues Got a Hold of Me" en Chicago's pianist Grooveyard Letchinger in "You Cant Never Trust No One" trokken wat meer mijn aandacht. Dat deze Amerikanen wel degelijk muziek kunnen maken bewijzen ze met de langdurende slow blues "The Guitar My Mama Bought Me" met prachtig harpspel van Jay Schermer en "Brown Paper Bag" met Fat Danny aan de slide. Voor mij de hoogtepunten van deze cd. Men mag alleen maar hopen dat Fat Danny and the Hard Tymz Blues Band in deze samenstelling doorgaat. Absoluut de moeite waard.