ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

EAMONN DOWD & THE RACKETEERS - MANSIONS OF GOLD

RICK BLINCOE - DON’T BET THE FARM

SANTA CRUZ - A BEAUTIFUL LIFE

SHOUT LULU STRING BAND - RIDIN’ A BUGGY

ARDEN KAYWIN - THE ELEPHANT IN THE ROOM

JERRY CORBITT - ALONG FOR THE RIDE

DAVID VIDAL - AMERICANA BLUES

SHOEMAKER BROTHERS - SHOEMAKER BROTHERS

SARAH MACDOUGALL - ACROSS THE ATLANTIC

JAMES TALLEY
Heartsong (2008)
Journey: The Second Voyage (2008)
Got No Bread, No Milk, No Money, but We Sure Got a Lot of Love: 30th Anniversary Edition (1975/2005)
Journey (2004)
Touchstones (2002)
Nashville City Blues (2000)


 

 

EAMONN DOWD & THE RACKETEERS
MANSIONS OF GOLD
Website Myspace CDBaby
Label: Cannary Row Records

 

 

Eamonn Dowd & The Racketeers hebben recent hun vijfde album "Mansions of Gold" uitgebracht bij het Duitse Cannery Row Records. Het album bevat elf liedjes, geschreven door de in Dublin wonende zanger en multi-instrumentalist Eamonn Dowd, die hier begeleid wordt door The Racketeers. "Mansions of Gold" werd geproduceerd door Lesley Keye de bassist van The Racketeers, een duo dat verder bestaat uit drummer Chris Teusner. Het album kenmerkt zich door de mix van Americana, alternatieve country en rock ’n roll. De band kwam voor het eerst samen in de zomer van 1996 en in 1997 speelden ze op het Galway Arts Festival, om daarna op tour te gaan in Zweden, Finland en Nederland. Sinds 2004 kwamen er ook meer solo optredens van Eamonn Dowd en tegenwoordig geven ze 80 tot 100 concerten per jaar, solo of met band. Optredens waren er deze maand voorzien in Brussel en Antwerpen, maar zijn om de één of andere reden gecancelled. Maar lieve lezer, het zit zo. Van ons zult u volstrekt geen klachten horen want "Mansions of Gold" maakt dit deels goed. En dit al meteen met de opzwepende openingstrack, "The Women Around Here", tevens eerste single van deze plaat, maar het daaropvolgende "Doesn't Matter At All" vonden we iets minder, alhoewel Doesn't Matter At All. Het is geen slechte song, alleen een beetje te middelmatig, en Dowd zelf heeft de lat in de loop der jaren zo waanzinnig hoog gelegd dat wij - verwende nesten - daar in zijn geval niet meer tevreden mee zijn. Neen, het volgende hoogtepunt is het briljante "45": rockende groove en zeer grote klasse alom. Helaas volgt daarna dan weer "Money", een ietwat banale, middelmatige rocker, en laten 'banaal' en 'middelmatig' nu net twee woorden zijn die wij volstrekt niet met Eamonn Dowd associëren. Het is de enige werkelijke misser op "Mansions of Gold", want daarna wordt er een volstrekt foutloos parcours afgelegd. Na de lekkere countryrock van "Nine Bridges From Town", het zeer korte instrumentaaltje "Stanton Street" is er even tijd voor een prachtige ballade, "Autumn Leaves". Onze favorieten? jazeker het daaropvolgende, absoluut superieure "Sweet Angel" - waarin een aantal accenten aan het groepsgeluid zijn toegevoegd door middel van banjo, orgel en sax door een aantal gastmuzikanten - daar hebben we veel bewondering voor. "Mansions of Gold" is gelukkig weer een echte Eamonn Dowd & The Racketeers plaat. Een plaat die het beste van zijn voorgangers, Exit Hellsville (2005) en "Silver And Dust" (2006) lijkt te verenigen en een verrassend veelzijdig geluid laat horen waarin Dowd en zijn band doen waar ze inmiddels al geruime tijd goed in zijn, maar ook de nieuwe wegen niet worden geschuwd. De instrumentatie is weer wat rauwer en meer rockend als "Silver And Dust", maar klinkt ook opvallend opgewekt. Dowd's stem is zoals altijd sfeerbepalend, net als de prachtige verhalen die hij in zijn songs weet te vertellen. Luister naar "Mansions of Gold" en je begrijpt wat ik bedoel.


 

 

RICK BLINCOE
DON’T BET THE FARM
Website Myspace CDBaby

 

 

Iemand die zeker Texas uitademt is Rick Blincoe. Op 11 jarige leeftijd leerde deze uit Austin, Texas afkomstige muzikant gitaar spelen. Zijn grootste inspiratiebronnen waren Britse gitaristen zoals Eric Clapton, Jeff Beck en Jimmy Page. Over zijn leeftijd is in zijn bio of op zijn website niets terug te vinden. ‘Don’t Bet The Farm’ is zijn debuut cd. Hij schreef zowel de teksten als de muziek van de 11 nummers. ‘Scooter’s Shuffle’, ‘Strolling The Champs Elysées’ en ‘Dance With Me Tonight’ zijn instrumentals waar hij zich uitleeft op zijn fender. Dat hij het ook akoestisch kan, bewijst hij op ‘Ms Beehayven’ en ‘Crazy’Bout Smithville’. Op deze nummers komt zijn doorleefde stem het best tot zijn recht. Natuurlijk kan als Texaan de typische Stevie Ray Vaughnblues niet ontbreken. ‘You Don’t Have To Love Me’ en ‘Y.O.Y.’ zijn de cliché bluesrocknummers. Het mooiste en subtielste nummer is ongetwijfeld ‘That Wendish Smile’. In dit nummer kan hij niet verbergen dat hij naar Jimmy Page tijdens ‘Stairway To Heaven’ heeft geluisterd. Rick speelde al de instrumentpartijen in en verzorgde zelf de productie. Door de variatie in de nummers heeft Rick een album afgeleverd dat de doorsnee Texasbluesrock ruim overstijgt. En tegen goeie Texasblues kan niemand een bezwaar hebben. (Bootsy Lester)

 


 

SANTA CRUZ
A BEAUTIFUL LIFE
Website Myspace Contact
Label : La Station Service

 

 

De formatie ‘Santa Cruz’ doet een zuiderse groep veronderstellen maar dat klopt niet helemaal. De groep rond zanger Pierre-Vital Gérard stamt uit het Franse Rennes en is bij onze zuiderburen al vele jaren een topact. Hun muziek is zo on-Frans en met grote elementen van folk, country en traditionele Americana eigenlijk totaal geografisch gedesoriënteerd. Wij volgen deze in 2002 opgerichte zevenkoppige formatie al meerdere jaren en hun vorige cd’s “Welcome To The Red Barn” uit 2003 en “After Supper” uit 2005 worden ten huize (valsam) nog regelmatig uit de kast gelicht om in de cd-lader te belanden. Alleen de ook in 2005 uitgebrachte cd “Long Gone Desire” heb ik tot op heden nog niet op de kop kunnen tikken. Naast Pierre-Vital Gérard zijn de andere sleutelfiguren in deze groep de twee gitaristen Bruno Green - die ook regelmatig de vocalen voor zijn rekening neemt - en Goulven Hamel, bassist Jacques Auvergne, drummer Gaël Desbois, toetsenist Thomas Schaettel en banjo- en pedal steel virtuoos Vassili Caillosse. 2009 is het jaar voor de release van hun vierde full-cd onder de titel “A Beautiful Life” waarop ze er weer in geslaagd zijn om elf hedendaagse songpareltjes samen te bundelen. De vol klinkende instrumentatie die ‘Santa Cruz’ steeds bij hun songs voorziet is ook hier weer in alle pracht aanwezig. Het charmante en zijn origine niet geheel verbergende Engels van Pierre-Vital Gérard is zo aanstekelijk present op elke song. Maar het is vooral de muziek die het ‘m doet op de cd’s van Santa Cruz. Flarden van de sound die we kennen van My Morning Jacket, Sparklehorse, Grandaddy of Lambchop zitten subtiel verborgen in hun eigen klankkleur. Het swingende “Before The Rain” waarmee wordt begonnen, het heerlijk relaxt gezongen en aan Calexico schatplichtige “Happy And Safe”, de titeltrack “A Beautiful Life” met een verslavend gitaarloopje is ronduit fantastisch en bevat wondermooie klanken. Het zijn allemaal kroonjuwelen die ‘Santa Cruz’ hier met de buitenwereld wil delen. Het verrassend gemixte experimentele countrynummer “On The Loose” is een buitenbeentje maar wel eentje met klasse, net als “Bad all Over” trouwens. Naar het einde toe komt dan nog eens het allerbeste werk op de proppen met het swingende walsje “ Rain’s Coming Harder”, met “Pretty Orphans” en met de schitterende cd-afsluiter “Noise Around”. De teksten van de liedjes gaan over de liefde, het leven, het weer en de sfeer die er wordt door gecreëerd, de eenzaamheid en zelfs over de “Last Man On Earth”. Als er alweer een nieuw verhaal wordt verteld valt op hoe gemakkelijk het voor ons is om het zangwerk te vergelijken met dat van Kurt Wagner van Lambchop, maar het is zeker geen kopie daarvan en blijft origineel. Bruno Green en Pierre-Vital Gérard zijn zeer getalenteerde songsmeden en hun werk wordt daarbij nog maar veel completer gemaakt door de uitstekende muzikanten die ze om zich heen hebben verzameld. Ook de nieuwste cd van ‘Santa Cruz’ mag zeker niet ontbreken in de verzameling van elke rechtgeaarde muziekliefhebber. (valsam)


 

 

SHOUT LULU STRING BAND
RIDIN’ A BUGGY
Website Myspace CDBaby

 

Het blijft een genre apart dat tussen alle andere muziekstijlen stand houdt. Wat is er immers aangenamer dan te dansen op banjo, fiddle, ukelele, jew harp en speels ritmische muziek. Voeg bij deze ‘old time’ muziek nog wat vrouwelijk/mannelijke harmonieënzang en je krijgt de ideale feestmuziek om verjaardagen, huwelijken en festivals op te luisteren. Bij de ‘Shout Lulu String Band’ vind je het allemaal terug: instrumenten en enthousiasme. Het trio komt uit Arkansas en zoals ook de Carolina Chocolate Drops even langs liepen bij veteraan violist Joe Thompson om zich in de ‘old style’ te vervolmaken, vermoed ik dat dit trio zich ook in diens muziek heeft verdiept. Paul en Skye McGowen maken deel uit van het trio samen met Pete Howard, alle drie gedreven muzikanten die elkaar in de straten van Arkansas vonden toen zij als buskers het samenscholend publiek amuseerden. Paul McGowen had toen al een passage als busker achter de rug in de contreien van Seattle en Portland. En als één van de Tallboys speelde hij reeds op menig festival. Skye McGowen met ritmisch danstalent sloot aan in 2005 en fiddler Pete Howard nog een jaar later. Pete had toen al rondgereisd met de ‘Skirtlifters’ en aan anderen geleerd hoe de viool te hanteren. Op dit album hoor je hoe hecht dit groepje aansluit. Niet voor niets dat dit album in 2008 werd genomineerd voor een Noord-Arkansas ‘Music Award’ in de categorie ‘Best Americana’. De achttien nummers hebben een Live uitstraling alsof je hen hun partymuziek ter plekke ziet uitvoeren met Skye al tapdansend op een houten plank. Toch schemert er ook nostalgie tussen al dat speelplezier. ‘Goin’ Up to Hamburg’ en ‘Cruel Willie’ drukken tegen je gemoed als een nat washandje. Maar in het merendeel van de songtraditionals stroomt de energie alle kanten uit. Of het nu een instrumentaaltje is als ‘Stoney Point’ of een meezingertje als ‘Goin’ Across The Sea’ je voeten weigeren stil te houden, hoe je ook probeert. Viool en banjo houden als het ware een wedstrijdje touwtje springen met snaren. En op ’Peachbottom Creek’ geeft Skye tapdansend het ritme aan. Met hun instrumenten roept deze ‘string band’ het landschap op van houten keten, wasberen en hazen, modder en kreken, waartussen de pioniers hun bestaan opbouwden om dan in de weekends al dansend uit de bol te gaan. Curly Miller, die meespeelt met bas, nam dit album op in ‘The Old 78s Studio’ en wist diezelfde sfeer vast te houden als op oude foto’s maar dan fris en glanzend ingekleurd. (Marcie)


 

 

ARDEN KAYWIN
THE ELEPHANT IN THE ROOM
Website Myspace VIDEO 1 VIDEO 2


 

 

Okee, toegegeven, dit valt niet helemaal in het roots kader waarin wij gewoon zijn te werken, maar toch maakt Arden Kaywin uit L.A muziek die er dicht tegen aanleunt en meer dan het beluisteren waard is. Klassiek geschoold, maar altijd een fan van alternatieve rock en indie-pop gebleven, schreef ze van jongsaf tijdens haar studies klassieke piano, stiekem haar eigen popsongs. In het Oberlin conservatorium en de Manhattan school of music waar ze de studies voor klassieke pianiste afmaakte, dompelde ze zich onder in de composities van de grote klassieke componisten en ontwikkelde zo een rijke kennis op muzikaal gebied en de gave om sterke songs te schrijven. Die schrijft ze aan haar Kawai Baby Grand piano. Na haar debuut "Quarter Life Crisis" uit 2005, waarvoor ze een nominatie kreeg voor "popsong of the year" neemt haar producer, de veelvuldige winnaar van Grammy Awards (11), Rafa Sardina haar een stap verder in haar carrière op "Elephant In The room". Haar voorbeelden en inspiratiebronnen zijn Sarah McLachlan, Tori Amos en de Indigo Girls. Het is inderdaad dat soort sound wat we ook te horen krijgen bij Arden. Hoewel ze een sterke pianiste is en al haar song aan de piano componeert, zingt ze live het liefst rechtstaand, alleen achter een microfoon. Voor het pianowerk zorgt dan Darius Holberg, een top pianist en vriend. De cd opent met het sterke "Let It Go" een song die wat herinnert aan "Leather" van Amos of sommige songs van bijvoorbeeld Feist. Het popperige "Light's out" wordt gevolgd door "The Last Time", één van de juweeltjes op dit album. Zweverig en heel apart is dit nummer, dat een droomsfeer oproept vol ijle stemmen en pianogeluiden en die sfeer houdt ze vast in "Beautiful", een song die zich langzaam opbouwt tot een rocksong vol met prachtige gitaren. Sterke songs volgen mekaar op "Butterflies" en "Girls In A Man's World" zijn prachtige songs, echt singer-songwriters materiaal qua inhoud, maar handig verpakt in catchy popsongs vol sterke hooks en refreintjes die je zo mee aan het neuriën bent. Net als Rufus Wainwright beheerst ze die kunst als geen ander. "Sleepwalking" is een laatste song die ik nog wil vernoemen, want dit is ook weer één van die songs met sterk radiopotentieel. Ik zei het reeds in de aanvang, dit is niet wat we hier meestal bespreken, maar wel op en top kwaliteit, deze jongedame. (RON)


 

JERRY CORBITT
ALONG FOR THE RIDE
Website Myspace Contact
Label : Desert Wind Music
CD-Baby

 

 

Countryzanger Jerry Corbitt uit het Texaanse Smiley draait al vele jaren mee in het muziekwereldje en stond doorheen de jaren op het podium met o.a. Kenny Rogers, Waylon Jennings, Neil Diamond en James Brown. Naast zijn vele prestaties als platenproducer schreef hij ook altijd liedjes voor andere artiesten waarvan het bekendste wellicht de wereldhit “Vincent” van Don McLean zal zijn. Zijn carrière in de wereld van de muziek begon zo’n 30 jaren geleden en ook zijn filmmuziek voor o.a. “Forrest Gump”, “Zabriskie Point” en voor tv-series als “The Simpsons” en “Beverly Hills 90120” zorgde steeds voor een goed belegde boterham. Zijn indrukwekkende lijst van albums waaraan hij heeft bijgedragen is goed geweest voor een platenverkoop van meer dan 20 miljoen exemplaren. Na vele jaren vond hij nu dat de tijd gekomen was om eens als soloartiest naar buiten te treden en daarvoor werd het album “Along For The Ride” opgenomen. Enkele van zijn muzikale vrienden uit het verleden dragen graag hun steentje bij aan dit album. Zo zijn er gastoptredens van Bobby Flores, Jesse Colin Young (met wie hij ooit de groep “The Youngbloods” oprichtte) en Charlie Daniels. Toch verklaart Jerry Corbitt op zijn website dat zijn grootste muzikale beïnvloeding afkomstig was van zijn grootmoeder Florence Hall die met haar vrolijke gospelgezangen destijds zijn interesse voor de muziek heeft opgewekt, een microbe die hij naderhand nooit meer is kwijt geraakt. Zijn baritonstem en zijn typische fingerpicking gitaarstijl zorgen voor gepaste countrysongs die zeker in Amerika veel airplay zullen krijgen. Songs als “Little At A Time”, “Boy Of Yesterday” met mooie accordeonklanken, het swingende “Angels Carry Me”, het van pedal steel verzadigde “Have Mercy” en het schitterend gezongen en aan Roy Orbison schatplichtige “Two Shades Of Blue” kunnen in de States zowat elk uur op de radio gedraaid worden voor het op countrymuziek verliefde luisterpubliek. Maar ook een liefdesballad als “Will Love Be Enough” misstaat niet tussen deze songs. En zowel de countryrocker “Grizzly Bear” als het met zangeres Robyn Hanks in duet gezongen romantische “There Was This One” verdienen eveneens een speciale vermelding. Het album “Along For The Ride” verraadt het professionalisme van een doorwinterde muzikant die zijn muzikale eitjes ook eens zelf wilde leggen. Wat ons betreft mag hij dit binnenkort nog eens overdoen. (valsam)


 

 

DAVID VIDAL
AMERICANA BLUES
Website Myspace Contact CDBaby

 

 

Soms zijn er van die cd's die je totaal overrompelen, je steekt ze niets vermoedend in de cd speler, klaar om een eerlijk oordeel te vellen. Dikwijls hoor je dan quasi dezelfde soort muziek, slechts eens om de zoveel keren is er iets tussen dat eruit springt en dat je nog echt kan verrassen. Dit is er zo ééntje, een release waarvan je geniet van het eerste tot het laatste moment. Origineel en boeiend. Zijn vorige twee albums, "Everybody Loves Me But You" en "Nasty Habits" plus zijn samenwerking met ondermeer Gene Clark (the Byrds), Joe Walsh (the Eagles), Vince Gill en Little Feat en The Los Angeles Band leverden hem veel lof op van de vakpers maar toch is singer/songwriter en producer David Vidal niet echt bekend bij het grote publiek. Geboren in New Mexico, maar nu wonend in L.A. Met een aangenaam, gritty stemgeluid en de prachtige sound van zijn slide- gitaar en mondharmonica brengt David ons exact wat de titel aangeeft, Americana roots met veel bluesinvloeden. Zijn stem herinnert aan zowel Ry Cooder op sommige songs, als aan Dylan, op andere. David is daarbij ook nog een echte storyteller. Het bluesy “Coast Highway” is een voltreffer: een prachtige, apart klinkende slide die soms je nekhaartjes doet rechtop staan en zijn half pratende, vertellende stem combineren mooi en maken van dit nummer een juweeltje, dat de aanschaf wat mij betreft al verantwoord. Het wat grappige “I own Peru” is een song die met zijn Latijns Amerikaanse invloeden, onder meer de “Clay Flute” deze cd nog wat meer originele trekjes meegeeft. Of het heerlijke “Porch Funk” een relaxte en toch funky gitaar-instrumental voorzien van een prachtige vioolbijdrage van Dorian Cheach. “Wrecking Ball” zou je het best kunnen omschrijven als “Dylan sings J.J Cale”. Een warm klinkende dobro is daarna de blikvanger in het Delta blues getinte “Big Hearted Woman”. Naarmate de prachtige songs elkaar opvolgen is er een ding dat duidelijk is: David Vidal had al een paar jaartjes heel wat meer bekendheid mogen genieten, want dit is mooi, héél mooi. “My Favorite Mistake” heeft een instrument in de hoofdrol waarvan ik vermoed dat het een wah wah viool is of iets in die aard. Misschien is het wel het “guitar-like object” wat toetsenman Skinny Doug achter zijn naam staan heeft. Daardoor klinkt ook dat weer even origineel als de meerderheid van de songs op deze nieuwste van David Vidal. Een cd waar we met volle teugen van genoten hebben. Jazeker, we gaan hem nog eens draaien. (RON)


 

 

 

SHOEMAKER BROTHERS
Website MySpace CDBaby

 

 

Dat muziek in de genen zit kunnen de vier broers van Shoemaker Brothers zeker beamen. Zij groeiden op in een gezin van zeven kinderen, met vader en moeder als folkmuziekanten. Hun eerste muzikale stappen voor een publiek deden ze in familieverband als Shoemaker Family Singers, onder de beschermende vleugels hun ouders, bijna een kopie van de Duitse familie Von Trapp. Vervolgens zochten ze ieder hun eigen weg op muzikaal vlak, maar eind 2007 was de tijd rijp om de krachten te bundelen en trokken ze samen op tournee door Amerika met een eigen repertoire onder de naam Shoemaker Brothers. Vandaag hebben ze hun sound en hun nummers zodanig bijgeschaafd dat het tijd werd om hun creatie op cd te bundelen. Je kan hun muziek moeilijk vastpinnen op één welbepaalde stijl, maar de folkklanken van hun ouders zijn duidelijk aanwezig. Tevens hoor je een onderbouw van invloeden uit één van hun geliefde genres, namelijk klassieke muziek, met begeleidende instrumenten als viool en cello. Ook de hedendaagse rockmuziek drukte zijn stempel. Zo opent de cd met een typische trage, amoureuze rockballade “American Dream”in een unplugged versie op akoestische gitaar, begeleid door cello en violen, een nummer dat zo van een Scorpions album zou geplukt kunnen zijn. Ook aan de teksten is veel aandacht besteed en zijn heel actueel, zoals de stevige portie akoestische gitaarrock die ze tentoon spreiden in “Dancing Girl”, over een verliefde en hopeloos in geweld ondergedompelde soldaat in Irak. Nostalgisch en zeer filmisch klinkt “In The North” als een Leonard Cohen die ergens in de Russische toendra ronddwaalt. Ook “Silhoutte” is zo’n sfeervol nummer, dat begint in alle intimiteit als een klassieke compositie, maar uitvloeit in een waar gypsiefeest met losgeslagen strijkers. “America” klinkt plechtig en soulvol als Ray Lamontagne evenals het bluesy en zeer intense “Play Me The Violin”, waarin, zoals de titel aangeeft, de viool bewijst een waardige tegenstander te zijn van de gitaar wanneer het op solopartijen aankomt. “Shelton” wijst in de richting van een doorleefde Elthon John pianoballade, maar de grote verrassing zit hem in de jazzy afsluiter “Debt”, dat vocaal en instrumentaal een heel andere richting inslaat, maar uitmondt in één van de toppers van deze plaat. Samuel, Nathanael, Daniel, en Gabriel Shoemaker hebben met dit debuut een belangrijke stap gezet in de richting van een veelbelovende carrière. We kijken al halsreikend uit naar de opvolger. (Blowfish)


 

SARAH MACDOUGALL
ACROSS THE ATLANTIC
Website Myspace Contact
Info: Medicine Music CD-Baby
Label : Copperspine Records

 

 

De Canadese zangeres Sarah MacDougall heeft met haar tweede album “Across The Atlantic” geprobeerd om de typische Americana-sound te verzoenen met Scandinavisch klinkende folkmuziek. Verbazend hoeft dat niet te zijn als je weet dat ze eigenlijk Zweedse roots heeft in Malmö en als een echte troubadour heen en weer reist tussen beide landen om er haar liedjes voor het lokale publiek te komen zingen. Haar typische kenmerk als zangeres is dat ze elk liedje met volle overgave en passie zingt, of het nu om een vrolijke meezinger gaat zoals “Ballad Of Sherri” of over een intiem liefdesliedje in Emmylou Harris-stijl zoals “Ramblin’”. De pedal steel van Tim Tweedale is in dit laatste nummer zo hartverscheurend dat je maar met veel moeite het einde van die song haalt zonder je zakdoek te moeten bovenhalen. Sarah MacDougall heeft een recht naar het hart mikkende stem met een tremelo die elke break-up song op deze plaat tot de geschikte soundtrack maakt voor een wanhoopsdaad. Gelukkig zijn die break-up songs beperkt gebleven op “Across The Atlantic” en staan ze een beetje verspreid over de cd en worden ze afgewisseld met wat meer uptempo-nummers zoals de bluegrass-swinger en meezinger “Cry Wolf” of zoals “Crow’s Lament” waarmee er wat vreugde en pret in het rond wordt gestrooid. De titeltrack over een reisje naar haar Scandinavische thuisland is een pareltje. “I’ve Got Sorrow” is opnieuw zo’n echte emotionele tearjerker (snif, snif). De countryballad “I’ve Got Your Back” klinkt zo seventies en wonderbaarlijk mooi dat ik die song nu even opnieuw ga laten spelen…… Helemaal op het einde van “Across The Atlantic” heeft Sarah MacDougall haar allermooiste liedje pas prijs gegeven met “Goodbye Julie”, een song waarmee opnieuw als met een vergiftigde pijl recht op het hart wordt gemikt. Al snel wordt het de luisteraar duidelijk dat een dame die dergelijke songs kan schrijven een hele grote toekomst in muziekland mag tegemoet zien. Ik heb me al een serieuze buil voor het hoofd geslagen omdat ik er blijkbaar stomweg in geslaagd ben om haar debuutplaat “Headed For The Hills” uit 2005 helemaal over het hoofd te hebben gezien. Met ABBA intussen op welverdiend pensioen kan Zweden nu al fier beginnen zijn op dit reuzengrote nieuwe talent van eigen bodem, weliswaar een eer die ze voorlopig nog zullen moeten delen met Canada. In haar nieuwe thuisland speelt en zingt ze ook regelmatig mee in een groepje dat zich bescheiden “The Heroes” noemt en waarvan de leden ook allemaal hun steentje bijgedragen hebben aan deze “Across The Atlantic”. Geachte heren en dames concertpromotoren in de Benelux: haal deze dame als de bliksem naar hier vooraleer de prijs niet meer haalbaar zal zijn. Een warme en aangename surprise die nu verkrijgbaar is via een blinkend cd’tje. (valsam)


JAMES TALLEY
Website
Label : Cimarron Records


Heartsong (2008)
Journey: The Second Voyage (2008)
Got No Bread, No Milk, No Money, but We Sure Got a Lot of Love: 30th Anniversary Edition (1975/2005)
Journey (2004)
Touchstones (2002)
Nashville City Blues (2000)

 

Als ik heel eerlijk ben moet ik bekennen dat ik de uit Oklahoma afkomstige singer-songwriter James Talley, die al 40 jaar in het vak zit, al een beetje had opgegeven. Ik dacht dat hij met "Nashville City Blues" uit 2000 en "Touchstones" uit 2002 zijn definitieve meesterwerken had gemaakt. In de inmiddels verstreken jaren sinds dat laatste juweeltje heeft Talley nog wel het een en ander uitgebracht, maar zo goed als op die twee albums werd het eerlijk gezegd toch niet. Bovendien zat er bijna geen nieuw werk bij. Op "Journey" uit 2004 werden opnamen gemaakt van zijn korte tour door Italië in 2002. Maar buiten zijn oud materiaal die zijn carrière tot dusverre opleverde zijn er slechts vijf nieuwe songs op deze plaat te bespeuren. Toch is dit album een prima voorbeeld van wat deze man in zijn mars heeft. Zeer sterke liedjes, en ook nog eens prima uitgevoerd met een kleine band bestaande uit Dave Pormeroy (bas), Mike Noble (gitaar) en Greg Thomas (drums). Alleen is het allemaal wat te gelijkmatig, waardoor je na een paar nummers ontdekt dat je niet meer zit te luisteren. Dat zegt niets over de kwaliteit, maar wel over een andere eigenaardigheid van dit soort liedjes, het zijn echt liedjes die op zichzelf staan, en lijken daardoor niet heel erg geschikt voor een album vol, laat staan een live plaat. Maar als je van goede songs houdt zijn er op elke cd van Talley wel meer dan een paar juweeltjes te vinden zoals hier: zijn klassieker "Up From Georgia", het country getinte "W. Lee O’Daniel And The Light Crust Dough Boys", het bluesy "Bluesman", en de meer folky songs "La Rosa Montana", "Somewhere On The Edge Of The World" en "I Saw The Buildings".

Werden we sinds het jaar 2000 al blij verrast met drie sfeervolle albums van songschrijverlegende James Talley, was er in 2005 plots een heel nieuw dubbel-cd van deze sympathieke troubadour. "Got No Bread, No Milk, No Money, but We Sure Got a Lot of Love" uit 1975 (Capitol Records) was toe aan een '30th Anniversary Edition', en daar zijn we zeer gelukkig mee. Want deze nieuwe versie bevat: dertien nostalgische countryliedjes, een bonus-cd met daarop een interview van bijna een uur en een booklet met alle liedjesteksten en wat foto’s uit de oude doos. Onmiskenbaar vanaf de eerste tonen op deze plaat horen we James Talley in optima forma. Talley schrijft teksten die gaan over dagelijkse zaken, maar hij weet er toch een universele draai aan te geven terwijl de liedjes tegelijkertijd licht blijven, en je regelmatig moet glimlachen, maar ook aangrijpende liedjes zoals "Calico Gypsy", "Give Him Another Bottle" en "Take Me to the Country". "Got No Bread, No Milk, No Money, but We Sure Got a Lot of Love" is gewoon een prachtige heruitgave, die het gedateerde geluid van de countrymuziek anno jaren zeventig laten horen.

Van James Talley zijn er dus al vele cd's verkrijgbaar via zijn eigen Cimarron label. En daar zijn nu gelijktijdig nog eens twee albums bijgekomen. "Heartsong", is het eerste album sinds acht jaar met nieuwe songs van deze in Nashville wonende singer/songwriter. De liedjes, 15 nieuwe en een nieuwe versie van zijn bekende "She's The One", zijn ijzersterk, melancholiek en vooral sentimenteel. De arrangementen zijn akoestisch en zijn teksten over de gewone mensen zorgen ervoor dat u van het ene pure genietmoment in het andere glijdt. En het is ook weer zo'n plaat die steeds beter lijkt te worden bij elke draaibeurt. Luister maar naar zijn echte love songs like "North Dakota Girl" en "I Will Come to You", de openers van deze plaat of hoe zijn hij zijn sociale commentaar weet te verwoorden in "They Can’t Kill Love" en "Are They Really Different". Hij blijft een kunstenaar die de wereld ziet door middel van de ogen van de werkende klasse, hetgeen we best horen in "Santa Fe Blues" en "Whiskey and Beer". Talley's muzikale aanpak is niet veranderd. Het is een mix van folk, blues en country met zijn eenvoudige vocale stijl. Zijn soepele bariton is in staat zijn woede te onderdrukken in "The Most Influential Teacher", een song gericht naar alle religieuze fundamentalisten, of kan zeer oprecht en sentimenteel zijn als in "Song for Shiloh", een song voor zijn hond. Talley is gewoon een singer/songwriter die folkmuziek mooi maakt, beschaafd en gearrangeerd doet klinken. Daardoor hoor je pas na een aantal keren luisteren hoe goed hij eigenlijk is. Collega-muzikanten waren daar al langer van overtuigd, want wijlen Johnny Cash, Alan Jackson, Gene Clark en Johnny Paycheck namen in het verleden enkele nummers van Talley op.

"Journey: The Second Voyage" is het vervolg op het album "Journey" uit 2004, opgenomen tijdens die Italiaanse tour in 2002, met hier ook wederom nieuw materiaal als " Hear That Lonesome Whistle Blow" naast zijn bekende klassiekers als "Calico Gypsy" uit Talley’s major label debuut in 1975.
James Talley zegt zelf over deze cd:
"When we released Journey in 2004, we almost had enough songs left from those Italian concerts to release a second CD of the live shows. I went to Texas in 2005 and mixed and edited the remaining songs with Tommy Detamore at his Cherry Ridge studio near San Antonio. To add something new to the original recordings, I gathered some of the same players with whom I had recorded in Italy and cut several new songs, which were added to the original recordings. In addition, I added Tommy Detamore on steel guitar and Bobby Flores on fiddle to the entire compilation. If the money had been available for the extra players in Italy originally, they all would have been on the first Journey CD. I guess this is the way I "wish" the recordings would have sounded - although I am still quite pleased with the sparseness of the first Journey CD with only four players. It creates a seamless live recording which I hope my listeners will find enjoyable and musically interesting.
James Talley is natuurlijk een meester-singer-songwriter, maar het zijn niet alleen de teksten die indruk maken, het is ook de muziek, die wat betreft diepgang en ingenieuze aanpak perfect bij de teksten past. We zouden hem best een moderne dichter/troubadour kunnen noemen.