ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
VETIVER - TIGHT KNIT
SHEMEKIA COPELAND - NEVER GOING BACK
BUDDY & JULIE MILLER - WRITTEN IN CHALK
JOE PITTS BAND - ONE NIGHT ONLY
RICHARD RAY FARRELL & THE SPANISH BAND ( W/ RAIMUNDO AMADOR) - CAMINO DE SANLUCAR
TREVOR CASWELL - FOLKSINGER BLUES
BYRON HILL - STAY A WHILE
MARK WYNN - MARK WYNN (EP)
BRUCE ROBISON - HIS GREATEST - THE NEW WORLD

VETIVER
TIGHT KNIT
Website Myspace
Contact
Label: Bella Union
Info: V2 Records
Achter
het pseudoniem ‘Vetiver’ gaat de Californische singer-songwriter
Andy Cabic schuil. In San Francisco zingt en speelt deze artiest al een tijdje
een vooraanstaande rol in de hedendaagse muziekscène. Zo toert hij veelvuldig
als gitarist in de begeleidingsgroep van zijn vriend Devendra Banhart. Het tien
songs tellende album “Tight Knit” is al de vierde full-cd van ‘Vetiver’
en brengt een uitgebreide mix van de songstijlen waarvan Andy Cabic op zijn
voorgaande albums al had gedemonstreerd dat hij ze allemaal stevig onder de
knie heeft. Vlotte popdeuntjes, afgewisseld met intieme love songs en knappe
radiohits. Eén van de sterkste songs op deze cd is wellicht “Sister”
dat een onweerstaanbaar refreintje heeft. In “Through The Front Door”
horen we in het begin enkel een akoestische gitaar en de ietwat ijle stem van
Andy Cabic, waarna langzaam bas en drums het geheel completeert. De 10 songs
zijn naast splinternieuwe nummers ook enkele oudere en ietwat herwerkte liedjes
nadat ze bij live optredens uitgeprobeerd werden en duidelijk werd waar er links
of rechts nog wat diende te worden bijgeschaafd. Voor de opnamen van deze cd
speelde Andy Cabic de meeste instrumenten zelf, iets wat bij live optredens
natuurlijk niet haalbaar is en waarbij hij dan een beroep doet op enkele muzikale
vrienden. Op “Tight Knit” staan ook enkele dromerige liedjes zoals
bijvoorbeeld het etherische “Down From Above”, afsluiter “At
Forest Edge” en “Everyday”. Dat dromerige blijkt ook een handelsmerk
van ‘Vetiver’ te zijn. De liedjes hoeven ook niet altijd over een
moeilijk thema te handelen en lijken soms meer geschikt voor een luie zaterdagmiddag
in de tuin onder een fijn zonnetje (iets voor binnenkort hopelijk in onze contreïen).
Het catchy en groovy mid-tempo nummer “I’m On The Other Side”
had zo ook op een cd van Jack Johnson kunnen staan. “Strictly Rule”
is ook al zo’n gezapig voortkabbelend deuntje voor als je eens niets te
doen zou hebben. De Californische zonovergoten stranden hebben Andy Cabic blijkbaar
geïnspireerd om een soundtrack te schrijven die kan beluisterd worden met
de rug in het warme zand. Dat hebben we hier niet, dus moeten we nog even afwachten
of de muziek van ‘Vetiver’ ook in deze streken voldoende liefhebbers
zal weten te overtuigen. (valsam)

SHEMEKIA
COPELAND
NEVER GOING BACK
Website Myspace
Label : Telarc Distr.: Codaex
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO
3
"Once upon a time, my main goal was to change the shape and the direction of the blues, all by myself," she says. "But eventually, I realized that I wasn't driving the bus, that I wasn't really in charge. I've come to realize that I'm not in control of what people buy, or the nature of the market, or any of the things that happen after the music is recorded. Now I just look at it a different way. I'm just going to do my part, and my part is to do what I can do, in the best way I know how." - Shemekia Copeland
Shemekia
Copeland, duidelijk een dochter van haar beroemde papa heeft niet alleen diens
muzikale talenten geërfd, maar ook zijn groot hart. Deze sympathieke verschijning
wist in no time Dolly Parton op een vooruitstrevende wijze naar de geschiedenis
te verwijzen en het bluesuniversum mag trots zijn op Shemekia. Sinds haar alom
lovend ontvangen debuut "Turn The Heat Up" in 1997 kent de uit Harlem
afkomstige blueszangeres een geweldig succes. Haar album "Talking To Strangers"
had reeds internationale erkenning ontvangen en werd nummer 1 in de Billboard
blues charts. De dag voor de release gaf ze nog een optreden samen met haar
producer Dr. John als voorprogramma van The Rolling Stones in Chicago. En met
haar vorige album "The Soul Truth" uit 2005, leverde ze de sterkste
van haar vier cd's voor Alligator af. En dit helemaal in combinatie met de vermaarde
Steve Cropper die zich voor de gelegenheid niet alleen opwerpt als producer,
maar ook als bandlid. De dochter van wijlen bluesheld Johnny Copeland laat voor
de vijfde keer horen dat de appel niet ver van de boom valt. Bij het Telarc
label verscheen nu haar nieuwste album, "Never Going Back", in een
passende produktie van Oliver Wood, die we kennen van het akoestische combo,
the Wood Brothers. Wederom heeft Copeland een uitstekende musicerende band rond
haar waarin we buiten de leiding gevende Oliver Wood op gitaar (en backing vocals
op een aantal tracks) ook gast muzikanten als gitarist Marc Ribot, keyboardist
John Medeski en Chris Wood terugvinden. Bassist Chris Wood is naast the Wood
Brothers ook lid van een ander gezelschap, nl.Medeski, Martin & Wood. Maar
gezamenlijk kruisen zij op deze nieuwe plaat de blues met New Orleans-funk,
soul, gospel, en leggen twaalf nummers lang een vaste fundering voor Copelands
indrukwekkende stem.
Shemekia Copeland zegt zelf over haar carrière: “I’ve had success in my career, and I’m happy with that,” .... “But that doesn’t mean I don’t want to continue to grow. In order for an artist to grow – and for a genre to grow – you have to do new things. I’m extremely proud to say I’m a blues singer, but doesn’t mean that’s the only thing I’m capable of singing, or that’s the only style of music I’m capable of making.” - Zij zingt de blues in shouters-traditie, maar meer dan op haar vorige cd’s rekt ze muzikaal de grenzen van het genre op door haar blues met rock ("Dirty Water") en veel funk ("Limousine"), soul ("Born A Penny") en gospel ("Big Brand New Religion") te mengen. Copeland is met haar imponerende, soulvolle zang ook voor rootsy popliefhebbers interessant, ook omdat toon en volume kracht uitstralen. Haar thematiek blijft bluesy, maar ze kiest daarbij voor een zelfbewuste invalshoek: soms is ze humoristisch, terwijl ze ook duidelijke wraakgevoelens onder woorden brengt. Op die manier geeft ze op smachtende wijze een heel eigen, licht onheilspellende invulling aan het modieuze begrip Girlpower. Vooral in de op funk geïnspireerde nummers is die ook hoorbaar in haar intonatie en timing: ze heeft duidelijk plezier in de verbreding van haar roots. Omdat datzelfde geldt voor de muzikanten achter haar, levert dat een prachtige combinatie op. Het bluesy "Sounds Like The Devil", met Oliver Wood op slidegitaar, dat als opener fungeert, zet meteen een toon waarvan de rest van het uur nauwelijks meer vanaf wordt geweken, behalve dan in de welkome ballades (als o.a "Broken World" en een cover van Joni Mitchell’s "Back Crow"), die het broeierige gefunk aangenaam onderbreken en de akoestische afsluiter, "Circumstances", met wederom mooi slide werk van Wood. In het vorige en de reeds vermelde gospelgetinte nummer, "Big Brand New Religion" gaat Shemekia niet over de top, maar benadrukt ze nog eens hoeveel vocale mogelijkheden ze heeft. Met dit album lijkt Shemekia een formule te hebben gevonden waarmee ze terugkeert naar haar blues roots. Op het podium heeft Copeland een enorme uitstraling. Haar unieke sound vol frisheid, creativiteit en ruw talent slaat een brug tussen genres en generaties getuige haar deelname aan het Moulin Blues fest. In 2003, maar hopelijk moeten we voor een volgend optreden niet meer te lang wachten. Kortweg: Als Shemekia Copeland de juiste mensen rondom zich kan verzamelen is ze de enige ware opvolgster van Aretha franklin, in haar beste periode. De nieuwe Queen of the Blues!

BUDDY
& JULIE MILLER
WRITTEN IN CHALK
Website Myspace
Label: New West
VIDEO
Distr.: Sonic Rendezvous
Men
zou de muzikale carrière van Buddy Miller, de singer-songwriter uit Dayton,
Ohio, bescheiden kunnen noemen - vijf soloplaten en een duo-cd met echtgenote
Julie Miller is voor een vijftigplusser niet meteen een imponerende catalogus
- maar dan zou men te lichtvoetig over zijn invloed heenstappen, want de veelzijdige
Miller - componist, producer en uitstekend gitarist - heeft niet stil gezeten.
Geen optreden van de geweldige Emmylou Harris bijvoorbeeld, of Miller mag het
voorprogramma verzorgen en nadien als leadgitarist en tweede stem haar begeleidingsgroep
aanvoeren en zo was hij vorig jaar ook langdurig op tournee met het onwaarschijnlijke
succesduo Robert Plant en Alison Krauss. Wie in Nashville een plaat wil opnemen,
loopt beter eerst even aan bij Miller voor advies, een helpende hand of een
song (zoals zijn productieklussen voor o.a. Greg Trooper, Emmylou Harris en
Bill Mallonee`s Vigilantes of Love) en wie vriend aan huis is bij onder anderen
Jim Lauderdale, The Dixie Chicks, Lucinda Williams en Steve Earle kan men bezwaarlijk
een doetje noemen. Buddy Miller draait inmiddels al jaren mee en maakt al die
tijd uitstekende cd’s, toch is het alweer bijna vijf jaar geleden dat
Buddy Miller de wereld verblijdde met een nieuwe cd. Allemaal cd’s van
een bijzonder hoog en constant niveau. Misschien wel iets te constant, want
Buddy Miller en Julie Miller weten op een of andere manier maar niet op te vallen.
In 2001 ging voor Buddy en Julie Miller eindelijk een jarenlange gekoesterde
wens in vervulling, met de eerste schijf "Buddy & Julie Miller".
Samen hebben ze songs gecomponeerd en opgetreden vanaf het moment dat ze elkaar
voor het eerst ontmoetten en meer dan 20 jaar geleden in het huwelijk traden,
maar het is maar zelden voorgekomen dat ze samen nummers opnamen. Maar nu is
het zover: "Written In Chalk", is eindelijk weer een nieuwe cd, die
Miller produceerde in samenwerking met Julie. Als gewoonlijk tekent zij voor
het leeuwendeel van de onberispelijke liedjes. Het zijn vooral ingetogen songs
vol emotie, die vrijwel niemand onberoerd zullen laten. Toch is "Written
In Chalk" vooral een echt rauw en ongepolijst Buddy-album geworden, vanwege
de dominantie van diens twangende gitaar en diepe soulstem. Samen lijken de
Millers nog iets dieper te graven in de menselijke emoties. Zonder grote gebaren.
De twee verpakken de met name door Julie geschreven liedjes in een uitgebalanceerde
sfeer. Ook in muzikaal opzicht nemen ze alleen genoegen met het allerbeste,
hetgeen blijkt uit de imposante lijst van de beste muzikanten die een bijdrage
hebben geleverd aan deze plaat. Naast vocale bijdragen van grootheden als Robert
Plant, Patty Griffin en buurvrouw Emmylou Harris leveren ook topmuzikanten als
Brady Blade, Larry Campbell en Gurf Morlix een bijdrage aan deze topplaat. Soms
licht rockend, maar op z'n best in de rustige momenten, getuige prachtige tracks
als, de hartverscheurende ballade "Don't Say Goodbye" met Patty Griffin
in de achtergrondvocalen en het klassieke sluitstuk, het duet met Emmylou Harris,
"The Selfishness in Man". Wat dan natuurlijk het meest in deze nummers
tot de verbeelding spreekt is de prachtige samenzang van het echtpaar: Buddy's
soulvolle countryzang, volgens Steve Earle de beste van zijn generatie, wordt
heel schoon aangevuld door Julie's - ook al is zij inmiddels 50+ - ietwat kinderlijke
pop- en rockstem. Daarentegen staan er op deze cd ook andere vintage hoogtepunten
genoeg: Naast rockende songs als "Gasoline And Matches" en "Memphis
Jane" treffen we meer blues in "Ellis Country" en "Smooth".
"Written In Chalk" is een plaat met invloeden uit de country, blues,
jazz en rock die kwaliteit ademt. Een plaat die de lat in het genre op duizelingwekkende
hoogte legt. Duidelijk is dat de Millers met deze plaat een 'monument' gemaakt
hebben en ze zich op het hoogtepunt van hun carrière bevinden.

JOE
PITTS BAND
ONE NIGHT ONLY
Website Myspace
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO
2
Joe
Pitts is een gitarist naar ons hart, deze man uit Arkansas is een van de weinigen
die de zuiderse traditie van gitaristen als Duane Allman en Lowell George met
zoveel expertise verder zet, en muziek maakt die raakvlakken heeft met hedendaagse
slide gitaristen als Derek Trucks, Warren Haynes en Jimmy Herring. Prima slidewerk
dus en dat bewijst hij met deze live registratie eens te meer. Al bevat deze
cd wat meer bluesrock invloeden dan al zijn vorig werk. Aan dat vroegere werk
wijdden we een jaartje geleden nog een “blikvanger” bijdrage (lees
hier),
en dat bevatte wat meer Southern rock van het Allman Brothers type. Maar natuurlijk
valt hier ook weer heel wat te genieten: onder meer van Britse bluescovers als
Free’s “Mr Big”, Cream’s “Tales Of Brave Ulysses”
en Robin Trowers’ “Step Into The Dark”. Maar vooral zijn eigen
werk is boeiend, zoals de opener “Blue Light Train” en “Just
A Matter of Time”, nummers die eerder naar Gov’t Mule’s werk
neigen. Ook “Blackout” heeft gitaarlijnen die aan Warren Haynes
en zijn band doen denken. Het mooiste nummer van het concert blijft echter het
eigen geschreven, langzame “Lonesome Boy From Yesterday” waar Joe’s
heerlijk slidegeluid pas helemaal tot uiting komt. Het funky, instrumentale
“Zambified”, ook een eigen compositie laat dan weer horen dat Joe
Pitts en zijn twee maten, bassist Jimmy Lynn en drummer David Bishop een groep
is in de beste “jamband” traditie. In de afsluitende tweede instrumentale
jam trekken de heren, en dan vooral Joe, alle registers open en improviseren
volop, terwijl toch alles telkens weer netjes in de plooi valt. Het was een
heerlijk concert zo te horen daar in de Cornerstone Pub in Arkansas, spijtig
genoeg “One Night Only”. Wat mooi dat zulke avondjes met de wonderen
der techniek, (maar zonder enige overdubs, 100% real ), voor altijd bewaard
kunnen blijven. Wij zullen er in alle geval meermaals en intensief van genieten.
(RON)

RICHARD
RAY FARRELL & THE SPANISH BAND
WITH SPECIAL GUEST RAIMUNDO AMADOR
CAMINO DE SANLUCAR
Website Contact
CDBaby Label: Blue Beet
Richard Ray Farrell speelt de blues al dertig jaar en dit met de grootste bluesmuzikanten zoals RL Burnside, Jimmy Carl Black, Louisiana Red, Jerry Portnoy en Frank Frost. Farrell heeft veel tijd doorgebracht in Europa, vooral in Duitsland en Spanje, waardoor hij toch zeer bekend is. In 2004 verscheen "Bohemian Life", dit was het lang verwachte album van Farrell na "Black Limousine" uit 1999. Voor deze plaat zorgde hij voor een nieuwe band met Steve Gomes, Robb Stupka, Bill Heid, Benjie Porecki en als gast Jerry Portnoy. Blue Beet Music was zeer tevreden om na dit zeer bejubelde album, Farrell’s "Acoustic Roots" (2005) uit te brengen, een plaat bestaande uit: een bijna één uur durende set van klassieke ragtime en Delta blues, covers van de jaren '20 en '30, waarvan de opnames gebeurden in de Ground Hog studios in Holland, PA. Ook met de opvolger "Down Home Old School Country Blues" (2006) samen met harmonica virtuoos Steve Guyger, slaagt hij er moeiteloos in, om met ongecompliceerde akoestische blues uit vervlogen tijden mijn gevoelige snaar te raken. Zichzelf begeleidend op akoestische gitaar, harmonica en soms wat slidewerk is dit genieten. In 2007 koos hij wederom voor een akoestische cd als duo, en ging zijn voorkeur ditmaal naar harmonica virtuoos Marco Pandolfi. Farrell ontmoette Pandolfi voor het eerst tijdens zijn tour in 1993, toen hij tourde met Frank Frost. Dit gebeurde later nog meerdere keren, zoals in ’95 toen hij tourde met zijn eigen band en in ’96 wanneer hij op tour was met 'Louisiana harp man', Lazy Lester. Als duo gingen ze dan op tour in 1997 om tien jaar later, hun eerste cd, "Stuck On The Blues", te laten verschijnen. Een cd die net zo makkelijk traditionele blues of country blues voorschotelt, muziek in de beste traditie van Sonny Terry & Brownie McGhee en Rev. Gary Davis. Voor zijn nieuwste album trok Farrell naar Spanje, het land van de flamenco. Bijgestaan door een Spaanse band bestaande uit bassist Pepe Bao, keyboardist Alvaro Gandul en drummer Quique Porras verrast Farrell ons deze keer met een progressieve blues/rock-cd met invloeden uit de funk, jazz en natuurlijk vleugjes flamenco. Dus hier geen cha,cha,cha, rumba, bolero’s, paso doble of Spaanse pachanga muziek. Neen "Camino de Sanlucar" staat voor powervolle blues, een andere aanpak dan zijn vorige Deltablues en countryblues cd's. Naast deze uitstekende band kon hij ook rekenen op Raimundo Amador, een zanger, gitarist en componist van Spaanse flamenco muziek. Zijn muziek stijl is flamenco maar met een fusie van rock en vooral blues. Hij werd geboren in Sevilla in 1959 en het was zijn vader die hem gitaar leerde spelen. Toen Raimundo 12 jaar was speelde hij reeds in de straten van Sevilla voor wat geld voor een broodje of voor de taxirit terug naar huis. Op het podium van 'Los Gitanillos"leerde hij Camarón de la Isla en Paco de Lucia kennen, waar hij jaren later een plaat me zou opnemen. In het midden van de zeventiger jaren leerde hij Kiko Veneno kennen, maar het duurde tot 1977 wanneer Raimundo samen met zijn broer Rafael en Kiko de groep Venero begonnen. Na Veneno kwam Arrajatable. Maar in 1981 kwam Raimundo terug samen met zijn broer Rafael en gingen de richting uit van een fusie tussen flamenco en blues, dit werd de legendarische groep Pata Negra. Niettegenstaande voldoende succes en samenwerking met andere artiesten begon het verval van de groep wat uiteindelijk in 1989 hun laatste plaat opleverde. In 1995 begon Raimundo zijn solo carrière. Hij kwam tevens met zijn eerste CD "Gerundina" uit, een samenwerking met Andrés Calamaro en B.B. King die hij tijdens diens tournee in 2004 vergezelde. Het is dan ook een eer voor Farrell om samen met Raimundo op de meest opvallende tracks: zijn zelf gepende "Jump Back Baby", "As The Years Go Passin' By", een tribuut voor de enige King of the Blues en de welbekende klassieker "The Thrill Is Gone" het gitaarwerk te verdelen. Vanaf de opener, "Crazy Over You" tot de afsluitende titeltrack, juist twee eigen gepende songs rockt deze plaat als de pest. Er staan geen zwakke songs op dit album, maar covers als "Down In Virginia" (Jimmy Reed) en "Everybody's Gotta Change" (John Estes) met een gedreven Alvaro Gandul aan de toetsen en waarin Farrell's innemend gitaarspel centraal staan spreken werkelijk tot de verbeelding. Richard Ray Farrell & the Spanish Band w/ Raimundo Amador hebben met "Camino de Sanlucar", een zeer afwisselend album afgeleverd, dat live is opgenomen in de maand juni van vorig jaar in Seville. Een cd waar gewoon het spelplezier van afdruipt, zoals het zweet bij deze opnames. Een aanrader en dus alle reden om dit album aan te schaffen.

TREVOR
CASWELL
FOLKSINGER BLUES
Website Myspace
CDBaby
VIDEO
1 VIDEO
2
In
2001 kwam zijn debuutalbum ‘Serenade’ uit. Sindsdien zat de Canadees
uit British Columbia niet meer stil. Hij toerde door gans Canada, stond op menig
festival en laste af en toe een pauze in om een album uit te brengen. Nu is
er dit vijfde album met akoestische folkblues van het pure eerlijke soort. Soms
kan toeval een rol spelen in het maken van keuzes. Toen een vriend een bluesharp
achterliet, ging hij op zoek naar een nekholster en begon ook harmonica te spelen.
Troubadour Bob Dylan en vele oude bluesmannen deden het hem voor. Niet alleen
speelt Trevor gitaar en mondharp, hij schrijft zelf ook zijn eigen bluessongs.
Op ‘Devil In Disguise’ hoor je goed dat hij naar zijn helden heeft
geluisterd. Met zijn Resonator gitaar hoopt hij als het ware de soul van Leadbelly,
Son House en Sleepy John Estes te laten herrijzen. Op de traditional ‘World
Gone Wrong’ gaat zijn stem de hoogte in alsof Skip James het van hem overneemt.
Zijn eigen ‘Trouble On My Mind’ lijkt zo authentiek als een eeuwenoude
bluesklassieker. Je ondergaat eenzelfde aanklampende melancholie als bijvoorbeeld
bij Skip’s ‘cypress grove blues’. In de tien van de twaalf
bluessongs die hij zelf schreef overheerst de liefde voor de oude blues. Trevor
speelde ook nog in bandformaties waar viool en cello deel van uitmaakten maar
bij zijn Live solo-optredens sluit hij graag af met akoestische blues, vermengd
met sociale kritiek en milde humor. Geconfronteerd met de herhaaldelijke vraag
of daarvan dan albums te verkrijgen zijn ging hij over tot het verzamelen van
deze songs op dit ‘folksinger blues’ album. Deze songs evoceren
als het ware een glijvlucht over de Mississippi stroom op zoek naar de voorvaderlijke
bluespioniers die hier en daar nog steeds navolging krijgen en waarmee Trevor
zich verwant voelt. (Marcie)

BYRON
HILL
STAY A WHILE
Website CDBaby
Label: BHP recordings
Als
je het goed gewend bent, wil je altijd maar beter en beter. En tegen die hoge
verwachtingen blijken al lang niet meer alle producten uit Nashville opgewassen.
Geen probleem echter voor Byron Hill uit Tennessee. Diens laatst verschenen
album "Stay a While" betekent in vergelijking met zijn vorige verschenen
albums een gigantische sprong voorwaarts. Sinds de periode tussen zijn grote
doorbraak met het album "Gravity...and other things that keep you down
to Earth" uit 1999 en de opvolger "Ramblings..." (2004), zowel
met betrekking tot zijn composities, als ook de uitvoering daarvan, heeft hij
echt een enorme vooruitgang geboekt. "Stay a While" is dan ook een
verrassing van de allerzuiverste soort. Liefhebbers van Don Williams of Tom
Rush zullen met deze nieuwe cd van Hill hun pret niet op kunnen. Het album bulkt
immers van de prettig in het gehoor liggende country-rock- en singer-songwriterdeuntjes,
waar hij bij het schrijven van deze twaalf songs, op hulp kon rekenen van zijn
muzikale vrienden. Allround is een term die met betrekking tot Byron Hill zeer
zeker op zijn plaats is. De man verdiende in het verleden ondermeer zijn sporen
als producer van platen van Gary Allan, Gord Bamford, ... maar hij is voornamelijk
een groot songwriter, zo droeg hij reeds materiaal aan voor Ray Charles, Alabama,
George Strait, Kenny Rogers, Joe Nichols, Randy Travis, Gary Allan, Rhonda Vincent,
Doc & Merle Watson, Trace Adkins, Asleep At The Wheel, Toby Keith, Porter
Wagoner, en vele anderen. "Stay a While" is zijn derde so far, waarmee
hij voor de uitvoering trouwens kon terugvallen op aardig wat schoon volk: Paul
Scholten (drums, percussie), J.T. Corenflos (gitaar), Mike Rojas (piano, keyboards),
Dave Pomeroy (bas), Glen Duncan (mandolin, akoest.gitaar), Pat McGrath (akoest.
gitaar), Terry Smith (upright bass) en Tommy White (dobro). Met zijn aangename
stem neemt Hill ons mee op een muzikale trip langs melodieuze countryrock, en
vooral akoestische ballades allen voorzien van de nodige romantische teksten.
Het resultaat is een bijzonder aangenaam weghappende country cd met tal van
zeer mooie momenten. We denken in dat verband bijvoorbeeld aan "Blame It
On Kristofferson", een song die dient als tribute aan deze songwriter waar
hij zijn hele leven heeft naar opgekeken. "Stay a While" kunnen we
dan ook omschrijven als klassieke country of houd het maar gewoon op ouderwets
lekker spul allemaal, daarmee zullen we er heus niet ver naast zitten…

MARK
WYNN (EP)
Website Myspace
Contact
Label : Little Num Num Music
Nadat
hij drie jaar in vijf verschillende groepjes had gespeeld achtte de uit het
Britse York afkomstige Mark Wynn de tijd rijp om zijn eigen gang te gaan en
zijn eerste soloprestaties op te nemen voor zijn debuut-ep die in januari van
dit jaar titelloos op de markt verscheen. Al op 15-jarige leeftijd was hij een
gevestigde waarde in het lokale bluescircuit als getalenteerde gitarist en deelde
hij het podium met o.a. bluesvirtuoos Ian Seigal, John Amor en Little Jimmy
Reed. Zeven liedjes haalden nu zijn eerste soloplaat waarop Mark Wynn zich meer
van zijn singer-songwriterzijde laat bewonderen. Want doorheen zijn nog vrij
korte carrière heeft hij zich steeds laten inspireren door grote artiesten
in dit genre als Townes Van Zandt, Steve Earle, Lucinda Williams en Ryan Adams.
Ook zijn korte muzikale participatie in het countryduo “The Wayfaring
Strangers” hield zijn interesse voor de alt-country en Americana sound
op een hoog peil. De muziekpers vergelijkt zijn songstijl met die van Bon Iver
en The Felice Brothers. Amper 21 jaar oud heeft hij toch al voldoende bagage
weten te vergaren om zijn rijke ervaringen met de vrouwen en met de liefde in
moderne ballades neer te pennen. Songtitels als “Leave Me Alone”
en “Lovesick Blues” spreken wellicht voor zichzelf. “Leave
Me Alone” drijft op een ritmische drumbeat. “Slave To The Song”
heeft eerder een jazzy sound meegekregen. “Lovesick Blues” is een
romantische ballade die past bij iemand die wegens liefdesverdriet met die ‘blues’
opgezadeld zit. “Girl That Can Dance” is een zorgeloos meezingertje
op alweer een lekker voortkabbelende drums-en-gitaarriff. “Raise Your
Glass” wordt op een vrijwel akoestische wijze gezongen onder begeleiding
van fingerpicking gitaarklanken. “Track 6” heeft geen titel meegekregen,
misschien wel omdat Mark Wynn de inhoud van zijn verhaal niet in enkele sleutelwoorden
kon samenvatten. Afsluiter “Black Coal Dreamer” klinkt als een akoestische
‘lullaby’ en het liedje weerspiegelt alweer een sfeertje van spijt
en verdriet. Binnen enkele maanden mogen we een eerste full-cd van deze Mark
Wynn verwachten. Afgaand op de kwaliteit van de 7 songs op deze ep zou dat wel
eens een heel mooie cd kunnen gaan worden. Iets om in de mot te houden bij Rootstime.
(valsam)


BRUCE ROBISON
HIS GREATEST
THE NEW WORLD
Website Myspace
Label: Premium Records
Je
kent ze vast wel: die obscure singer-songwriters die eigenlijk bijna niemand
kent en die tegelijkertijd toch op handen gedragen worden door een hele zwik
beroemheden. Bruce Robison is er zo ééntje. Ineens staat hij aan
je deur met een heel nieuwe plaat waarin artiest Jim Franklin zijn zegje doet.
Al is er natuurlijk ontzettend veel te vertellen over Robison, zijn cd's en
zijn komst naar het Blue Highways Fest, za. 18 april - Vredenburg Leidsche Rijn.
Bruce wordt beschouwd als de logische opvolger van artiesten als Guy Clark,
Kris Kristofferson, Lyle Lovett en Willie Nelson. Mensen als George Strait ("Wrapped"),
Tim McGraw & Faith Hill ("Angry All The Time") en the Dixie Chicks
("Travellin' Soldier") hadden grote hits met zijn nummers. Zijn broer
Charlie is al even bekend, en zijn zus, Robyn Ludwick, staat dit jaar ook op
de affiche van Blue Highways. Met zijn imponerende vertelstem en spaarzame gitaarspel
is Bruce Robison een voorbeeldige verteller, die de aandacht helemaal op zich
weet te vestigen. Robison doet zo denken aan gelijkgestemde zielen als de reeds
vermelde grootheden maar ook doet hij mij denken aan de dromerige romantische
momenten van Jimmie Dale Gilmore in een mix met Billy Joe Shaver's zwarte kijk
op het leven. Het album "It Came From San Antonio" (2007), bevatte
slechts zeven nieuwe liedjes, en het was dus uitkijken naar nieuw werk. Niet
dat deze plaat een tegenvaller was, maar Robison ging er vanuit beter zeven
goede songs dan er meerdere opnames bij te plaatsen waar hij niet helemaal zou
kunnen achter staan. Maar einde vorig jaar maakte hij dit goed met zomaar twee
releases op ons los te laten. Vooreerst was er "The New World". Robison
is een overlevende in deze nieuwe wereld en toont zich hier weer als een leermeester
in het veelbesproken genre van Texaanse singer-songwritermuziek. De broeierige
sluimersongs verschillen weinig van zijn andere platen. "Bad Girl Blues"
roept een rokerige nachtclub op, waarin hij lyrisch best uit de hoek komt: "Wish
I could have been the bridesmaid instead of always the bride", maar
ook in "California 85" haalt hij aan: "Try the California
85, it goes well with the lies". Andere hoogtepunten zijn het funky
"The Hammer", het bluegrass getinte "Only" en het speelse
"The New One". Zijn zingende wederhelft Kelly Willis voegt wederom
haar kenmerkende stem aan een aantal tracks. Zo ook is Kelly weer van de partij
op zijn nieuwste album "His Greatest". Op deze plaat blikt Robison
terug naar zijn begin periode, dus hier geen greatest hits, zoals de titel laat
vermoeden, maar songs uit zijn twee eerste platen, zijn titelloze album uit
1996 en "Wrapped" uit 1998. Dus nogmaals niet zijn bekendste nummers
of greatest hits, maar wel goedgekozen, bijna vergeten cd-tracks uit zijn eerste
twee platen. En dat hij hiermee moeiteloos een cd, zonder één
noemenswaardig minder moment kan vullen, geeft aan welke indrukwekkende meneer
hij is. 10 herwerkte songs op slechts 40 minuten tijd is misschien wat kort,
maar zo glijdt de aandacht natuurlijk niet zo snel weg. Op "His Greatest"
belicht Robinson voornamelijk zijn introverte kant, de songs die we hier horen
is hij steeds blijven koesteren, het zijn songs die werkelijk aan zijn hart
blijven liggen. Weemoed, loutering en vaag verlangen voeren de boventoon - vandaar:
Americana op zijn best - en niemand die dat beter beheerst dan Robinson. "His
Greatest" ademt de sfeer van donkere cafeetjes waar gedesillusioneerde
romantici elkaar ontmoeten onder het genot van een straatzanger en een drankje.
Met songs als het honky tonky gebrachte, "Travelin' Soldier", het
Cajun-getinte "Red Letter Day" of zijn meest bekende klassieker "Wrapped",
steeds blikt hij terug naar het Texas van enkele decennia geleden. Robinson
weet de luisteraar genadeloos mee te sleuren in zijn songs en daarom is "His
Greatest" zeker aanbevolen kost voor Robinson-aficionados; anderen passeren
eerst via "The New World". Deze Texaan zal de wereld niet meer in
brand zetten, maar we kijken beslist uit naar zijn optreden tijdens het Blue
Highways Fest.
Blue
Highways 2009 Programma: Bruce Robison, Terry Evans, Tom Freund, Slim Cessna’s Auto Club,Robyn Ludwick, Romi Mayes, King Clarentz, Twilight Hotel, Rockin’ Billy & his Wild Coyotes, Marybeth D’Amico, The Weber Brothers, Blue Grass Boogiemen |