ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

SCOTT PAUL - PARADISE

ALLY KERR - OFF THE RADAR

THE 100s - ECHOES

NAOMI SOMMERS - GENTLE AS THE SUN

JOE PAQUIN - ONLY HUMAN

MEL BROWN & THE HOMEWRECKERS - BLUES - A BEAUTIFUL THING

Y’UNS - Y’UNS

ROB TOGNONI - 2010 db

GRANT CAMPBELL - EXPECTING GREAT THINGS

ROBERT LIGHTHOUSE - DEMOCRACY BOULEVARD

 


 

 

SCOTT PAUL
PARADISE
Myspace CD-Baby
Info: Medicine Music

 

Scott Paul was gedurende meer dan 20 jaar nieuwsuitgever bij een radiostation in New York. In 2003 verliet hij de Big Apple voor een rustiger landelijk oord in de buurt van Bethlehem, Pennsylvania waar hij ging werken als leraar in een school. Nu is hij de directeur van een opleidingsbureau voor mensen die willen werken in de multimedia of als producer, uitgever en filmmaker. Zelf houdt hij er met muziek een belangrijke hobby op na, namelijk het schrijven en zingen van zelfgeschreven songs. Zo vond hij nu dat de tijd gekomen was om zijn debuutplaat “Paradise” met twaalf liedjes in een typische singer-songwriterstijl voor gitaar en piano uit te brengen. Zo houden wij van enkele puntgave songs op deze cd zoals “Save Me”, “New Hope” en “Tell Me When”. Ook het vlotte meezingertje “Mr. Holiday” en de cd-afsluiter “Promised Land” over Pennsylvania gaan er bij ons in als zoete broodjes. “I love What I Do” is een persoonlijk statement over hoe Scott Paul zelf tegen het leven en zijn dagelijkse bezigheden aankijkt. De meeste airplay gaat echter naar het upbeat klinkende nummer “Roll With The Punches”. Niet dat er iets onmisbaars te horen valt op deze plaat maar de liedjes zijn wel heel mooi georkestreerd en Scott Paul zingt ze ook erg mooi in. Mary Hawkins zorgt voor aangenaam klinkende harmony vocals o.a. in “The Hungry”. In de teksten probeert Scott Paul een beeld te schetsen van de schoonheid van de natuur en het leven om hem heen in zijn nieuwe verblijfsoord. Er is ook een apart plaatsje voor zijn opinie over godsdienst (in “Another Man’s Shoes”), politiek en de Amerikaanse cultuur ( in de song “New World Order”). Een speciale vermelding ook voor het mooie schilderij op het cd-hoesje. Dat is een werkstuk van Jane Gilday, getiteld “Keys To The Highway” dat ook echt in de woonkamer van de zanger kan bewonderd worden naast zijn grote collectie gitaren, een piano en een drumset. Veel valt er nog niet te vernemen over Scott Paul op de elektronische snelweg, wellicht omdat de lancering van deze cd pas recent plaatsvond. Je kunt de in country-, folk- en Americana-stijl gebrachte tracks wel allemaal voorbeluisteren op CD-Baby naast een apart uitgebracht singeltje “Every Child By The Name” dat Scott Paul opdraagt aan alle leraars in de wereld die met grote toewijding en inzet hun missie als verkondiger van wetenschap en kennis waarnemen. Met zijn cd probeert hij zelf alvast een stukje “Paradise” op aarde te bezorgen aan de geïnteresseerde luisteraars. (valsam)

 


 

ALLY KERR
OFF THE RADAR
Website Myspace
Info: Hemifrån
Label: Much Obliged Records

 

 

Ally Kerr uit Glasgow, Schotland is met haar album “Off The Radar” aan haar tweede full-cd toe. In 2005 konden we reeds kennismaken met deze singer-songwriter via zijn debuutalbum “Calling Out To You” dat toen eerst in Japan en daarna pas in Groot-Brittannië werd uitgebracht. Met “Off The Radar” blijft Ally Kerr vooral voortwerken op de destijds ingeslagen weg. Heerlijke melodieuze songs waarop mooi harmonieus zangwerk werd toegevoegd. De release van de nieuwe cd werd voorafgegaan door een eerste single “Could Have Been A Contender” dat we nu ook helemaal op de eerste plaats van de songlist op deze cd terug vinden. Het repertoire op dit album is een afwisseling tussen breekbare en emotievol gezongen ballads als “Amorino” (dat we ook als promo-single meegestuurd kregen en waarin wij om onverklaarbare redenen ‘I Am Kloot’ menen te horen), “Be The One”, “Old Friend” en “Footprints” en daarnaast meer catchy popsongs zoals “I Think I’m Bleeding”, “The Truth That I Have Earned”, “Mystery Star” en de zachtjes rockende titeltrack “Off The Radar”. Een ironische terugblik op zijn jeugdjaren vormt het thema van de song “Is It Too Late To Work For NASA?”, misschien door Ally Kerr beschouwd als een fall-back optie mocht het toch niet lukken als zanger en muzikant. De tweede song die echt als nieuwe single zal gelanceerd worden heet “There’s A World”. Als rode draad doorheen dit album valt de vergelijking op met de vlotte, melancholische en liefelijk gezongen popdeuntjesmuziek die we van die andere Schotse formatie ‘Belle And Sebastian’ en van een groep als “The Beautiful South” kennen. De ‘feel good’-objectieven stralen van elke song af. Ally Kerr profileert zich als een volleerde songsmid en toont met deze 12 tracks aan dat hij er klaar voor is om aan een internationale loopbaan te beginnen. Japan heeft hij blijkbaar al veroverd. Nu die ‘rest of the world’ nog en Ally Kerr zal nooit meer “Off the Radar” geraken. (valsam)

 


 

 

THE 100s
ECHOES
Website Myspace CDBaby

 

 

Bij het aankondigen van hun nieuwe plaat 'Echoes' zeggen The 100s het zelf: de Americana muziektent is een behoorlijk gigantisch stuk zeil aan het worden. Je moet tegenwoordig als band al erg exotisch uit de hoek komen om niet onder die lap te belanden. En toch is het bij The 100s de omschrijving Americana de meest sprekende: gitaren, lap steel, veel lap steel (!) en mooie harmony vocals. David Pedersen (zang) en Jeff Schmidt (gitaar, harmonica) zijn de oprichters van deze band uit Eastern-Iowa. Ze zijn begonnen als folkduo dat de plaatselijke free podiums onveilig maakte. Later hebben Ken Kemper (bas, banjo en zang) en Tim Looney (drums) de rangen vervoegd. Met z’n vieren hebben ze in 2005 hun debuutplaat ‘Take The Gravel Home’ uitgebracht, een echte folkrock plaat. Op ‘Echoes’ slaan The 100s een nieuwe muzikale weg in met de komst van Vern McShane die de sound van de band volledig impregneert met zijn pedal steel. Mensen zijn daar uitgesproken voor of tegen. Deel mij maar bij de overtuigde voorstanders in. Lap steel geeft aan een groepsgeluid een wijdse klank die het uitstekend doet om, ik zeg maar wat, een stukje autostrada muzikaal te ondersteunen. Met Vernon erbij klinken The 100s een beetje als een kruising tussen The Jayhawks en REM in de tijd dat REM wat meer organisch en minder elektronisch aan de slag was. Bij momenten doen de vocals zelfs wat denken aan Los Lobos (‘Miles Of Rope’ is hiervan een mooi voorbeeld). Echoes is geen plaat die je leven verandert, daarvoor kleuren The 100s teveel binnen de lijnen. Maar als elke plaat je leven zou veranderen, zou dat ook gaan vermoeien op den duur. Dus is het fijn om een plaat als deze te hebben, die je gewoon nog eens laat horen wat je eigenlijk al wist dat je graag hoorde. Als een soort echo dus... (Duke J)


 

 

NAOMI SOMMERS
GENTLE AS THE SUN
Website Myspace Contact CDBaby

 

 

De roots van zangeres en liedjesschrijfster Naomi Sommers liggen in de bluegrass, de blues, jazz, folk en country. Zowat overal dus. Deze dame lijkt van heel wat markten thuis te zijn en dus uitstekend gewapend om al die muzikale invloeden in haar eigen liedjes te verwerken. Voeg daar bovenop ook nog haar heel warme stem en een grote belofte in de hedendaagse muziekwereld lijkt geboren te zijn. Muziek werd er bij haar al van bij de geboorte ingelepeld door haar muzikale ouders, waar ze overigens samen met broerlief Daniel nog steeds samen mee optreedt in de ‘Sommers Rosenthal Family Band’. Haar vader Phil Rosenthal heeft bovendien een eigen platenlabel waarop zij haar cd’s mag uitbrengen. En familievriend Jim Rooney - bekend van zijn werk met John Prine, Irish Dement, Bonnie Raitt en Nanci Griffith - bood zich spontaan aan om na een lange afwezigheid nog eens in de producerstoel plaats te nemen. De veertien liedjes op deze cd zijn allemaal eigen composities op één cover van de sixties countryklassieker “Sea Of Heartbreak” na. De voortreffelijke songarrangementen zorgen voor een erg professioneel cachet en tonen tegelijkertijd ook aan dat de nummers sterk zijn. Naomi Sommers is eveneens een getalenteerde bespeelster van diverse instrumenten. Zo speelt ze virtuoos op fluit, banjo, piano en gitaar en speelde en zong ze ook mee op platen van enkele andere artiesten. Ze studeerde muziek en literatuur aan de universiteit van Connecticut waarna ze zich volledig ging toeleggen op het componeren van muziek en het schrijven van songteksten. Sinds 2001 treedt ze op als soloartieste, bracht ze een soloalbum “Hypnotized” uit in 2004 en vormde ze duo’s met Noam Weinstein in ‘Broken Dreams’ en met Lisa Bastoni in ‘Gray Sky Girl’ waarmee ze ook een cd uitbracht. Deze beide collega’s dragen ook hun steentje bij aan deze nieuwe plaat “Gentle As The Sun” die het resultaat is van meerdere jaren intensief werken aan liedjes, ze live uitproberen en verfijnen. Daardoor duurden de officiële studio-opnamen in Nashville amper één week en werden de nummers er zo goed als live ingezongen. Deze cd is een meesterwerkje geworden dat bij ons maar moeilijk uit de cd-speler te verwijderen blijkt. Er staan enkele zeer sterke, haast klassieke liedjes op deze plaat. Onze lievelingstracks – ik zet ze intussen nog maar eens opnieuw op – zijn “Two Sparrows” en de songs “Hypnotizing“, “February”, titeltrack “Gentle As The Sun” en “Mama’s House”, allen nummers waarin de zangstijl van Naomi Sommers op die van ‘10.000 Maniacs’-zangeres Natalie Merchant lijkt. De vergelijkingen met soundalikes en countrygrootheden Nanci Griffth en Iris Dement in de pers zijn volgens ons te wijten aan de nummers “Come Home”, “Now He’s Gone”, “Fine Morning” en het op een positieve noot afsluitende “It’ll Be Alright”. Het jazzy “Hard To Love You” laat broer Daniel even horen uitblinken in een trompetsolo, net zoals in het nummer “Mama’s House” overigens. En qua bluegrass-stijl is het swingende walsje “Gray Sky Girls” een schoolvoorbeeld met knappe dobro- en vioolklanken. Eind mei 2009 komt Naomi Sommers voor een optreden op het ‘European World Of Bluegrass Festival’ naar het Nederlandse Voorthuizen. Vooraleer ze echt een heel grote ster zal zijn is dit misschien de laatste gelegenheid om haar nog eens in wat intiemere kring aan het werk te kunnen horen. Laat je vooral zelf overtuigen maar neem van mij aan dat dit een zeer sterk album is. (valsam)

NAOMI SOMMERS LIVE

 

10 mei 2009 - Crossroads Festival NL.
24 mei 2009 - Kaffee De Groot - Eindhoven, NL.
25 mei 2009 - Crossroads Cafe - Antwerpen

 

 


 

 

JOE PAQUIN
ONLY HUMAN
Myspace CDBaby
Label Parhelion Records

 

Joe Paquin is een familiemens. Als je even gaat neuzen in de credits van zijn laatste cd “Only Human” kruis je meermaals de naam Paquin. Zijn album is opgedragen aan zijn jong overleden broer Mike, de mysterieuze foto op de frontcover van Joe met Colt en kruis in aanslag werd geschoten door zijn vrouw Nancy en zijn zoon Luke speelt gitaar op de meest nummers van cd. Joe Paquin was één van de oprichters van de illustere swampy americana band The Sundogs na wiens split hij besloot solo te gaan. Hij is een geëngageerde man, die als Vietnam veteraan opkwam als vredesactivist. Zijn vorige album uit 2002, “The Duct Tapes”, werd met veel lof onthaald en wat eerst begon als een jamsessie in de studio van zijn producer, mondde uit in de opname van een nieuwe plaat. Ondertussen zat het Joe Paquin qua gezondheid niet mee, want vijf jaar geleden werd hij getroffen door kanker. Dit belette hem echter niet van een prachtig album af te ronden in zijn eigen “Hippiebilly” stijl. De opener en titeltrack “Only Human” opent swingend en rootsrockend het album, maar laat je niet misleiden door de vrolijke, uptempo tune van dit nummer, met een Luke Paquin die al dadelijk zijn scheurende gitaarkunsten mag vertonen. Als je wat dieper graaft ontdek je in de tekst een bittere toon van teleurstelling bij en een afkeer voor het zichzelf verslindende menselijke ras. De Vietnam oorlog heeft ook bij deze man zijn sporen nagelaten. De opvolger “Love In Spite” grijpt je in alle eenvoud ontroerend naar de keel in ware Johnny Cash stijl. Wanneer we het geluk hebben van Joe eens tegen het lijf lopen, mag hij ons wel de betekenis van de titel “Little Winnebago” komen uitleggen. Na dit woord bijna twintig keer gehoord te hebben in dit schitterend staaltje zydeco met onafscheidelijke accordeon, zijn we er niet veel wijzer van geworden. De pareltjes blijven uit Joe’s mouw rollen. “Sweet Honey Boy” lijkt met zijn rauwe bluesy, rootssound zo van het podium geplukt tijdens een jamsessie en het is wel even slikken van ontroering bij de tedere akoestische gitaarballade “There For Me”. Even verassend maar des te opgewekter klinken ons de warme reggaetonen van “I Will Miss You” en “Bring On The Night” in de oren en in “One Higher Than Low” tovert Paquin als een ware Nick Cave het donkerste van de donkere klanken uit zijn stem, ondersteund door mysterieuze tromroffels, een zweverig weidse accordeon en een van echo vervulde gitaar. Joe Paquin mag fier zijn over zijn laatste creatie die in al zijn veelzijdigheid telkens heel origineel in de oren klinkt. Eén ding is duidelijk, Joe’s gelukkig gevoel straalt doorheen dit album en wees maar zeker dat deze vonk is overgeslagen. (Blowfish)


RIP MEL BROWN 7/10/1939-20/03/2009

Mel Brown has just passed - around 5pm tonight, but details are still pending. He was to open for Mavis Staples tonight, but has been in St. Mary’s Hospital in Kitchener fighting to get his breathing back without the use of a machine. This is a huge loss for the blues, and for the blues world in Canada, specifically". Mel Brown was one of the real treasures of blues guitar and piano. He had a long history of spectacular recordings for labels such as Impulse, Bluesway, Antone's, and in recent years, for his home base label of the Electro-Fi records. He also recorded as a sideman for some of the greatest of blues artists, including T-Bone Walker, B.B. King, Bobby "Blue" Bland, Albert Collins, Lightnin' Hopkins, John Lee Hooker, Snooky Pryor, Jimmy McGriff, James Cotton, Doug Sahm, Earl Hooker, and Charles Brown (could a discography be any more fulfilled than that?) Yet another irreplaceable blues great has left us. - Bob Corritore


Zie hier de recensie van zijn laatste album ""Blues - A Beautiful Thing" uit 2006.

 

 

 

MEL BROWN & THE HOMEWRECKERS
BLUES - A BEAUTIFUL THING
Label: Electro-Fi Records Distr.: Parsifal

 

 

De muzikale richting van gitarist/pianist Mel Brown op deze vijfde Elektro-fi zal niemand verrassen. Al hebben we meer dan vijf jaar mogen wachten. Want zijn vorige cd's "Can’t Stop Blowin" Snooky Pryor with special guest Mel Brown (1998), "Neck Bones & Caviar" (1999), "Double Shot!" Snooky Pryor and Mel Brown (2000) en "Homewreckin’ Done Live" Mel Brown and The Homewreckers (2001) lieten horen dat hij zich behoorlijk kan uitleven na vele jaren te spelen als sideman van o.a. B.B.King, Albert Collins, James Cotton, Lightnin’ Hopkins, John Lee Hooker, Jimmy McGriff, Doug Sahm, Earl Hooker, Charles Brown en T-Bone Walker. Geboren 1939 in Jackson, Mississippi, kunnen we dus gerust zeggen dat onze bluesveteraan al weer ruim een halve eeuw mee gaat in de muziekwereld. Zevenenzestig is de man inmiddels, maar hij heeft er nog steeds plezier in, getuige zijn nieuwe album "Blues - A Beautiful Thing". De van oorsprong bluesman heeft zich in de loop der jaren vele stijlen eigen gemaakt en in "Blues - A Beautiful Thing" brengt hij er diverse. De onverstoorbaar in Eddie Taylor-traditie choppende Brown is op zijn best in het nummer "Red Cross Store", maar ook in één van de twee covers, Stevie Wonders "Master Blaster" horen we een Brown op een spectaculair niveau. Ook in de instrumentals, het shufflende "Snap", het jazzy "Sundown", de titeltrack en in de afsluiter "Karansa’s Boogie" laat hij bovendien horen altijd een begenadigd gitarist te zijn. Zijn zingen gaat nog, al verraadt hij onmiskenbaar zijn leeftijd wel een beetje. Alleen op gitaar is hij de bescheiden vakman die hij altijd is geweest, al is het nummer "Make Love To Your Mind" wanneer hij achter de piano zit, een prachtsong. In het gezelschap van zijn Homewreckers maakt hij de titel van de cd volledig waar, en is "Blues - A Beautiful Thing" wederom een welkome aanvulling op ’s mans immer uitdijende discografie.


 

 

Y’UNS
Website Myspace
CDBaby VIDEO

 

 

Vijf muzikale folk & country baby boomers uit Knoxville, Tennessee vormden een quintet dat onder de naam Y’uns een eerste titelloze cd uitbracht, waarmee ze de muziekstijl uit de tijd van hun ouders en grootouders weer op de voorgrond wilden plaatsen. De groep verenigt elementen uit folk, blues, country, swing met de Amerikaanse traditie van de jug bands uit de jaren ’20 en ‘30 (een soort skiffle bands met naast traditionele, ook zelf geknutselde instrumenten). Dit alles resulteert in 13 covers, sommige hiervan zijn traditionals, andere zijn bekende (pop)songs uit de fifties of sixties, daterend uit de glorietijd van de baby boomgeneratie. Ieder gekozen nummer kreeg echter een traditioneel akoestische behandeling met naast het gebruik van gitaar, dobro, mandoline en/of viool ook instrumenten als de kazoo of allerlei soorten fluitjes en percussie. Geen van de bandleden van Y’uns neemt zichzelf al te serieus maar toch druipt het speelplezier van deze muzikale veteranen er gewoon van af. Geen getreur op deze plaat waar de ‘good times’ als vanouds rollen, wel een flinke dosis humor. Mooie voorbeelden hiervan zijn het van John Prine & Fred Koller bekende ‘Let’s Talk Dirty in Hawaiian’ (misschien een tip voor Barack O.?) en de leuke versie van de Byrdshits ‘Hey Mr. Spaceman’. Ook fraai: de dronkemansklassieker van Roger Miller ‘Chug-A-Lug’ (onlangs ook nog gecoverd door The Kickin’ Grass Band). Ondertussen kan en mag er, als cowboys onder mekaar, zo nu en dan wat gejodeld worden, zoals in het Bill Haley nummer ‘Miss The Mississippi And You’. En verder blijft het genieten van oa de country blues ‘Deep Ellum’, de westernklassieker ‘When I Was A Cowboy’ (Leadbelly) en de maffe uitsmijter ‘Ob-La-Di Ob-La-Da’ van The Beatles, dat van de nodige kazoo-klanken is voorzien. De Y’uns lijken een leuke formule voor heren van een zekere leeftijd te hebben gevonden om op een vrolijke manier ouder te worden, zonder het muzikale speelplezier te verliezen. Going back to the roots, heet zoiets. Wij wensen hen hierbij alvast nog erg veel fun. (Shake)


 

ROB TOGNONI
2010 db
Website Myspace
Label: Music Avenue / Blues Boulevard
http://www.music-avenue.net/
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Rob Tognoni geldt vandaag de dag als één van de beste gitaristen. Zijn werk is een combinatie van klassieke rock, blues en bluesrock en wordt gebracht vol overgave en precisie. Een verbluffende gitarist met "killer licks" en een prima gevoel voor bluesrock. Tognoni, afkomstig uit Tasmanië, Australië en in 1994 in Europa geïntroduceerd door bluesgigant Dave Hole, zorgt voor compromisloze optredens vol energie. Zijn explosieve gitaarspel en unieke songs zijn nu, na 40 jaar, te vergelijken met die van de groten uit zijn genre en bezorgden hem een vaste plaats op de Europese podia en festivals. Wereldwijd mag hij zich dan ook verheugen op een alsmaar groeiend aantal fans van harde bluesrock die hij brengt met veel overgave en energie. Als je luistert naar zijn muziek, hoor je iemand met veel muziekervaring. De klanken uit zijn Strat en Marshall zijn die van klassieke blues en R&B, van AC/DC tot BB King, waarbij hij een heerlijke balans heeft gevonden. Na "Stones And Colours", "Headstrong", "Live At The Twilight", "Monkeygrinder", "Retro Shakin'", "Shakin’ The Devil’s Hand", "The Ironyard" en "Capital Wah", leverde hij vorig jaar de cd's "Capital Wah" en "Ironyard Revisited" af en dit bij het Brusselse Blues Boulevard, een subdivisie van Music Avenue.

De onafhankelijke uitgave van de "Capital Wah" was in 2007, hetgeen gebeurde met een uitgebreide Europese tour, alsmede een allereerst optreden in Canada. Door het succes van deze CD werd deze door Music Avenue opgepikt en kwam begin vorig jaar op de markt. 2006, is het jaar dat Rob’s "The Ironyard" uitkwam. Die verkocht geheel uit tijdens de tour die volgde, maar is eind vorig jaar uitgekomen als "The Ironyard - Revisited" bij ditzelfde label die beide cd’s nu wereldwijd uitbrengen. Zoals we ook bij dit label gewoon zijn, zit ook Tognoni's nieuwste album mooi verpakt in een digipack, en kreeg de veelzeggende titel "2010 db" mee. De bluesrock liefhebbers die Rob al in hun hart hebben gesloten zullen zeker gaan genieten met deze bijna één uur durende CD. De CD opent meteen sterk met het ruige "This is Rock 'N' Roll", waarin hij zingt Rock 'N' Roll is in my blood en geloof me moest hij dit nummer live spelen tijdens zijn optredens, zou ik dadelijk met openstaande mond staan toe te kijken, want de vingervlugge gitaarsolo's die hij met een verbluffend gemak speelt zijn het handelsmerk van deze bluesrocker. Het volgende "Boogie Like You Never Did" is, een boogie shuffle eerste klas. Songs die klinken alsof ze in de beste AC/DC en ZZ Top dagen zijn ontstaan. Als ook track 3, "Can't See The Smoke", een nummer met een hoog Status Quo gehalte wat het ritme betreft. Natuurlijk krijgen we al de ingrediënten te horen uit het overbekende bluesvaatje, maar laat dit het niet voor u vergallen, deze man is origineel genoeg om u na deze drie nummers verder in te palmen. In de vierde track "Another Tequila", zet hij even zijn explosieve gitaarstijl opzij en laat ons op het einde van deze song genieten van zijn Spaanse kunsten, enkel de castagnetten ontbreken. Hoogtepunten bij de vleet op dit album, want het exceptionele geluid in het instrumentale "Pourin' Down On Me" maakt van deze song een zeer atmosferische trage blues. "Spaceman", waarin de didgeridoo van Leigh Robertson en de keyboards van broer Kel mooi zijn geïntegreerd vormen met Tognoni's wah-wah kunsten een indrukwekkend geheel. Het veelvuldig gebruik van de wah-wah pedaal geven hem al jaren een eigen stijltje. Buiten zijn elf zelfgepende nummers zijn er als afsluiters twee uitstekende covers te horen: Vooreerst is er de cover versie van de klassieker "San Francisco" van Scott McKenzie, zowat een hymne aan de "Summer Of Love & Peace". Natuurlijk is hier de handrem even wat getrokken, maar zo'n prachtige interpretatie is maar zelden te horen. Afsluiter is een akoestische live versie van "Honeymoon Is Over" opgenomen in de maand december van vorig jaar in Meg’s Joint, een club in Robs thuishaven Caloundra, Australie. Maar vooral zijn eigen songs bezitten allen sterke arrangementen vol intensiteit en worden met veel bezieling gebracht. Dit alles resulteert in een prachtig album dat beslist uw aandacht verdient. Bent u een liefhebber van stevig gitaarspel à la Walter Trout, Eric Gales, Kenny Wayne, Joe Bonamassa ... dan is "2010 db" verplichte luisterkost!


 

 

GRANT CAMPBELL
EXPECTING GREAT THINGS
Website Myspace CDBaby
Label: Crooked Mouth records

 

 

Zo te kunnen zingen als Grant Campbell. Deze Schot heeft een heel diepe bas, met het juiste zweempje mystificerende heesheid. Een stem om ballades te zingen over onmogelijke liefdes, onvermijdelijk eindigend in tragisch wegkwijnen en eeuwig rondspoken. Een stem om platen mee te maken met titels als "Expecting Great Things". De muziek kan met zo'n titel zeker niet achterblijven. Campbell zingt de sterren van de hemel, maar de begeleiding van vooral akoestische gitaar en mondharmonicaklinkt op het eerste gehoor behoorlijk voorspelbaar en vlak. Geen southern gothic of Appalachiaanse godsdienstwaanzin, maar brave singer-songwriterskoffiehuismuziek. Het kenmerkt de muziek van deze man, die jarenlang heeft gefungeerd als muzikant in de gelederen van artiesten als Alison Moorer, Johnny Dowd, Odetta, John Hammond, Michael Hurley, Gary Louris, Mary Gauthier, The Handsome Family, Howe Gelb en James Blood Ulmer. De belangrijkste troef van Grant Campbell is immers die mistige stem. Hij stoot eerst een flinke hoeveelheid lucht uit voordat hij begint aan het vormen van de woorden. Dat is niet veranderd. Na zijn debuut "Postcards from Nowhere" (2005), en "Beyond Below" (2007) dat verscheen op Campbell’s eigen label, Crooked Mouth Records, is hij nu twee jaar later terug met een nieuw album met tien eigen composities, "Expecting Great Things". Campbell betreedt onmiddellijk het terrein van de Americana met twee pakkende openers: de titeltrack, "Expecting Great Things" en "Dead Reckoning", songs van desolaat niveau, zoals ook de volgende acht tracks. Na een aantal draaibeurten, manifesteert het besluipersgedeelte van de albumtitel zich langzaam. De donkere draden zijn op uiterst subtiele wijze ingeweven. Wat mij betreft had het regelmatig allemaal wel iets dikker aangezet mogen worden. Wat niet weg neemt dat een song als "Shooting Halos" - het enige wat meer swingende nummer op deze plaat - dan eenmaal onder je huid gekropen is daar niet snel meer weg gaat. Qua vergelijkingsmateriaal doet deze troubadour uit Glasgow denken aan Ray LaMontagne omwille van de downbeat lyrics, waar zijn stem dan weer aan Waits doet denken. Grant Campbell werkt in relatieve stilte als singer-songwriter aan een oeuvre waar menig Americanist een puntje aan kan zuigen. Een aanrader die het ontdekken meer dan waard is.


 

 

ROBERT LIGHTHOUSE
DEMOCRACY BOULEVARD
Website CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Hij had er ons al over verteld tijdens ons interview nu bijna een jaar geleden in Toogenblik in Haren (lees hier), dat de titel van zijn nieuwe cd "Democracy Boulevard" zou worden. Waarschijnlijk, de boulevard waar, heel cynisch is dat, ook het hoofdfiliaal van Lockheed gevestigd is, de fabrikant van oorlogswapens. Hij beschreef zelfs de hoes en hij heeft woord gehouden, ze ziet er net zo uit als hij ze in gedachten had: het straatnaambord van Democracy Boulevard in Bethesda, met verderop de fameuze building. Wat me echter wat verwonderd is dat deze nieuwe van Robert teruggrijpt naar zijn twee vorige cd's "Drive Thru Love" en "Deep Down In The Mud". Van beide cd's worden en aantal nummers hernomen, weliswaar in nieuwe versies, maar dat brengt het aantal echt nieuwe songs voor de fans terug tot een zes of zevental. Maar niet getreurd, want er valt weer heel wat te genieten. De muzikanten op deze "Democracy Boulevard" zijn niet van de minsten, zo is er de rechterhand van Delbert mcClinton, Kevin McKendree op toetsen en drummer Kenneth Blevins. McKendree was tegelijkertijd ook de producer. Zoals op de vorige cd's zijn er weer de subtiele verwijzingen naar Jimi Hendrix' geluid. Vooral Robert's stemgeluid is daar hoofdzakelijk verantwoordelijk voor, want de gelijkenis tussen hun stemmen en zangstijl is opvallend (zie video's). Het tweede vaste ingrediënt dat terugkomt is de invloed op Robert's mondharmonicastijl van Dr. Ross, dat andere grote voorbeeld van Robert. Duidelijk hoorbaar is dit in "Me and My Son", één van de nieuw geschreven songs. Verder is er natuurlijk ook de echte Delta blues met heerlijk slidegeluiden, zoals de afsluiter "Blevin's Blues". Elmore James' "Red Hot Mama" één van die hernomen songs en meteen één van de lievelingsnummers van Robert krijgt hier een echt ruige, stuwende uitvoering. Echt nieuw echter zijn de songs "African Blues" en "Sitting By Water" die wat invloeden uit Mali in zich dragen, inderdaad de echte bakermat van de blues. Hiermee lijkt Robert Lighthouse het bekende gezegde "Something Old, Something New, Something Borrowed, Something Blue" helemaal waar te maken met deze release. De productie klinkt prima, waarschijnlijk vandaar de remakes van sommige songs die nu veel beter tot hun recht komen. Iets minder bluesgericht wel, maar daardoor dan ook weer veel afwisselender, en nog wat meer zuiders klinkend dan de vorige cd's. Onze Zweed uit Washington heeft weer een mooie cd afgeleverd, ééntje die enkele draaibeurten nodig heeft, en dan volledig bezit van je neemt. (RON)