ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

RED HOT BLUES SISTERS - RED ON BLUE

BO DIDDLEY - ROCK 'N' ROLL ALL-STAR JAM 1985

KEN MICKEY - STAND

THE SEARCH FOR ROBERT JOHNSON (DVD)

TONY SPINNER - ROLLIN’ & TUMBLIN’

PETER VON POEHL - MAY DAY

MICHAEL MURRAY - STYLE MATTERS

THE WELCOME WAGON - WELCOME TO THE WELCOME WAGON

THE FLANKS - FIELD DAYS

HUNDRED YEAR FLOOD - POISON

 


 

 

RED HOT BLUES SISTERS
RED ON BLUE
Myspace CDBaby VIDEO
Label: Peace Code Records

 

Het "Red Hot Blues Sisters" verhaal begon voor mij allemaal in 2005, toen ik tijdens een zoektocht naar nieuw talent stuitte op een EP’tje van deze band: "Hot Of The Press" heette het ding, en de paar songs die erop stonden overtuigden mij al meteen. De soulvolle stem van zangeres Suze Simms had het allemaal, de bluesy feeling van Bonnie Raiit, maar evenzeer de power van Tina Turner of Chaka Khan. Daarbij kwam het uitstekende gitaarwerk van die andere blues zuster Terri Ann Wilson, en samen vormden ze in mijn ogen een vrouwelijk bluesduo dat zijn gelijke niet kent. Onze Rootstime bespreking viel in goede aarde ginds in Seattle, en was dan ook geruime tijd te lezen op hun site. Eveneens waren onze quotes terug te vinden in hun persmappen. Vervolgens kwam "Flood in The Basement" met de bekende vrouwelijke producer Bonnie Hayes, die ook enkele cd's van Bonnie Raitt producete en daarna "Feel The Burn" waarvoor ook de groepsnaam tijdelijk even in The Red Hotz veranderde. Onnodig te zeggen dat ook deze twee cd’s van zeer hoog gehalte waren, zoals je al kon lezen in onze toenmalige reviews. Nu is er dus "Red On Blue", en opnieuw betrap ik me erop hoe zeer ik van die stem van Suze hou, voor mij is ze één van de beste blueszangeressen die ik ken, het gevoel in haar stem is uniek. Voor de Europese tournee van vorig jaar waarbij ook even België aangedaan werd, was er een interview met beide dames gepland dat in laatste instantie niet kon doorgaan, maar niet getreurd, ze gingen terugkomen in 2008 zegden ze, maar weer pech, want nu ging de hele tournee niet door. Anyway, het zal er ooit wel van komen, want de "zusjes" worden belangrijker. Meer collega's beginnen ze nu ook plots te ontdekken. Terecht, deze dames hoeven geen goed bewaard geheim te blijven, ze verdienen het dubbel en dwars om als top act erkend te worden, want dat zijn ze. Deze cd in net als zijn voorgangers tot de rand gevuld met uitstekende nummers, gebracht met power, enthousiasme en vakmanschap. "Caffeine" heeft wat Nawlins ritmes in zich en heeft het over de nadelen van overmatig koffiegebruik. "One More Heartache" de Smokey Robinson klassieker of Willie Dixon's "Can't Judge A Book", als ze coveren doen ze dat goed en met een fijne neus voor de songs die hen echt liggen. Het eigenhandig gepende "Enough To Cry" is een brok emotie, waarmee Suze zich tot bij de subtop zingt, een Betty Lavette waardig. Dat ze houden van het werk van Willie Dixon bewijzen ze nog eens met hun versie van "Bring It On Home", dat, hoeft het nog gezegd, het al dadelijk schopt tot één van de betere versies van deze veel gecoverde song. "Mama's Bussiness" heeft dat lekker ouderwetse met zijn blazers en ragtime feeling. Afsluiter R.B. Blues, toevallig mijn initialen...maar zover gaat de liefde niet. Ruth Brown staat voor R.B, niet ondergetekende. Suze is weer op haar best in deze ballad. Kippevel nummer,.. zo moet blues gezongen worden! Ze wonnen al meerdere awards, maar nu gaan ze voor de prestigieuze Memphis Blues Challenge, vorig jaar gewonnen door Sean Carney, die net als zij, ook vanaf zijn pril debuut onze volle aandacht had. Zou het scenario zich herhalen? Hopelijk voor de dames. We cross our fingers. Als we dan toch een randbemerking mogen maken, het hoesje had een ietsje mooier gekund, maar hoe zei Dixon het ook alweer: "Dont Judge A Book, By Looking At It's Cover". Meer dan waar in dit geval... Aanrader! (RON)

The Red Hot Blues Sisters
TAPPERIJ DE ZWAAN, HEEZE, 7-4-2009
Aanvang: 21.00 uur.

 

Voor de tweede maal in Nederland en wederom te gast bij De Zwaan Muzikaal op Dinsdag: Suze Sims (vocals & percussion, de 2008 WBS Performer of the Year en dochter van Jazz-grootheid Pete La Roca) en Teri Anne Wilson (Guitar & Vocals). In 2006 en 2008 genomineerd door de Washington Blues Society als beste bluesband.

Ter promotie van hun nieuwe, alom geprezen CD “Red on Blue”, met maar liefst 4 nominaties voor een GRAMMY award, zijn de sisters terug in Nederland en terug bij De Zwaan. Deze werkelijk fabelachtige band verbaast de muziekliefhebber met de kracht en de diepte van hun muzikale kwaliteiten. Degene die al eerder een concert van de sisters hebben bijgewoond zijn ook zeer gecharmeerd van de vernieuwende song-writing en het frisse elektrische gevoel in de blues. Maar ook de selectieve covers en traditionals glanzen als gepolijste stenen, bekeken door de lens van deze band die wordt gedragen door de krachtige en soulgevoelige stem van Suze Sims, op adequate wijze gesteund door de rock/blues stijl van Teri Anne Wilson op gitaar. De band wordt gecompleteerd door Patrick McDanel op basgitaar en Scott Ronjay op drums.

 


 

 

BO DIDDLEY
ROCK 'N' ROLL ALL-STAR JAM 1985
Website Label: Angel Air

 

 

Zanger/gitarist Bo Diddley werd in 1928 in McComb in Mississippi geboren als Ellas Bates. In zijn jeugd leerde Bo Diddley viool spelen van O.W. Frederick van de Ebenezer Baptist Church. Op de middelbare school kreeg hij de bijnaam "Bo Diddley" van zijn klasgenoten. Diddley volgde lessen om instrumentmaker te worden. Hij leerde gitaren en violen bouwen. Tijdens zijn voortgezet onderwijs periode speelde hij in bandjes uit zijn buurt. Na het examen deed hij allerlei werk en speelde in zijn vrije tijd in bands om wat bij te verdienen. In 1950 kwam de maraca-speler Jerome Green bij de band. Het jaar daarop Billy Boy Arnold de harmonica speler. Niet lang daarna kreeg hij de mogelijkheid om een demo te maken van zijn nummers: “Uncle John” en “I’m A Man”. De demo werd door diverse platen maatschappijen afgewezen maar in het voorjaar van 1955 kwam hij bij Leonard en Phil Chess van het Chess label en die zagen er wel wat in. Op 2 maart 1955 nam hij zijn eerste single op, met 2 A kanten. "I’m A Man" en "Bo Diddley". "Uncle Joe" werd op verzoek van de Chess-broers herschreven met een tekst die meer op Bo zelf sloeg. Het singletje werd een groot succes en de naam van Bo was gevestigd. Zijn grootste succes scoorde hij in 1959 toen "Say Man" de derde positie haalde in de R&B-hitlijst. Hoewel hij ook in 1962 nog een hit scoorde met "You Can't Judge A Book By The Cover" verklaarde hij later nooit royalty's te hebben gekregen. Ondertussen was hij veelgevraagd en toerde geregeld door de Verenigde Staten van Amerika. In de band speelden in die tijd muzikanten die ook zelf later naam zouden maken: drummers Clifton James en Frank Kirkland en pianist Otis Spann. In de zestiger jaren speelden vooral Engelse bands nummers van Diddley, zoals de Rolling Stones, The Who, maar ook The Doors, Tom Rush en Ronnie Hawkins maakten gebruik van zijn werk. In de zeventiger jaren trad Diddley vooral veel op in Europa. In 1976 verscheen het album "20th Anniversary of Rock 'n' Roll", waarop twintig bekende muzikanten meespeelden. Diddley bleef nieuwe nummers schrijven en bleef ook in de laatste decennia van de twintigste eeuw regelmatig optreden. De aan diabetes lijdende zanger en gitarist stierf echter vorig jaar (2 juni 2008) aan een hartfalen. In mei van 2007 was hij de hoofdact in Hof ter Lo in Antwerpen en Moulin Blues festival in Ospel. Hij werd 79 jaar. In 1985 was hij in Californie voor een optreden, en een tiental songs van dit concert vinden we terug op "Rock 'n' Roll All-Star Jam". Op deze liveplaat vinden we weer zo'n all-star band terug bestaande uit Ron Wood, John Mayall, Mick Fleetwood, Kenny Jones, Ronnie Lane (Faces), Carl Wilson (Beach Boys), John Lodge (Moody Blues), Chuck Negram (Three Dog Night), Carmine Appice (Vanilla Fudge) en als special guest Chuck Berry. De typische Bo Diddley kenmerken zijn duidelijk hoorbaar in de opener "I'm A Man", een nummer dat reeds door talloze artiesten van de jaren ’50 tot nu werd gecoverd. Zijn stampende latin-achtige beat, de Diddley beat, ik kan het hier niet nadoen, maar als je goed luistert hoor je het op bijna al zijn platen terug en zijn speciale effecten zoals: echo, vibrato en verstoring van het geluid, "sprekende of mompelende" gitaar vinden we ook terug op het tweede nummer "Bo Diddley" en in wat mindere mate in de andere negen songs. Natuurlijk konden een aantal songs van Chuck Berry niet ontbreken. Zo horen we halfweg deze plaat "My Ding A Ling", "Destination" en als afsluiter "Rock 'n' Roll Music", songs die hij samen met Chuck met veel verve brengt. Bo Diddley, bijgenaamd 'the Originator', bluesheld sinds de prille jaren vijftig, de man van de ‘jungle beat’, en ook wel een beetje: “Die Met Zijn Rechthoekige Gitaar”, is gemeten in hits, niet de meest succesvolle artiest aller tijden, maar de invloed die Diddley op latere rock ’n roll, R&B en rockartiesten heeft gehad is enorm.


 

 

KEN MICKEY
STAND
Website Myspace CDBaby

 

 

De uit North Carolina afkomstige singer-songwriter Ken Mickey speelde in het verleden reeds verscheidene jaren gitaar bij allerlei plaatselijke groepjes en voelde zichzelf nu rijp genoeg om als ‘independent’ een debuutalbum te plegen. De man is dan ook al een hele tijd met muziek begaan. De plaat bevat negen songs die Mickey doorheen een periode van vijf jaar schreef en werd opgenomen met de hulp van enkele verschillende muzikale vrienden die Ken op zijn levensweg ontmoette. Vanaf de opener ‘Funny Feeling’ is het duidelijk dat Ken Mickey een goede songschrijver is, die vooral veel plezier beleeft aan zijn gitaarspel en waarschijnlijk zijn nummers ook vanuit dit instrument componeert. Even doet hij ons denken aan Neil Young, dan weer aan Ryan Adams en soms zelfs aan iemand als Lloyd Cole (vooral qua stem dan). Hier en daar ontdekten we zelfs wat Beatles invloeden, (maar bij wie zijn er die niet)? Het concept van deze plaat (cfr. De hoes) straalt vooral een ontwapenende eenvoud uit en dat siert Ken. Hier staat geen man die ons er kost wat kost van wil overtuigen dat hij met zijn muziek de wereld gaat veroveren. Hij zal zichzelf zeker niet de nieuwe Country Superman noemen. Neen, Ken houdt het graag rustig en vindt plezier in de dingen die hij creëert. En dat levert soms meer dan behoorlijke resultaten op. Het zachte ‘Rose Hill’ kan alvast op onze onverdeelde aandacht rekenen, voor ‘Hey Mr.’ geven we graag een aanmoedigend applausje, ‘Just Wanna Be’ is rechtoe-rechtaan countryrock waarvoor we een boontje hebben en de titelsong ‘Stand’ is zeker ook genietbaar. Na negen songs, of iets meer dan een half uur muziek, is het (helaas) afgelopen en hopen we dat deze sympathieke Ken Mickey zeker nog een vervolg aan deze plaat breidt. (Shake)

 


 

THE SEARCH FOR ROBERT JOHNSON (DVD)
The real story of the greatest folk blues guitar player that ever lived
Produced & directed by Chris Hunt
Distr.: Codaex

 

 

Het mysterie ‘Robert Johnson’, King of the Delta Blues, zal wel nooit helemaal ontsluierd worden. Zijn vroege dood in 1938 en de omstandigheden van zijn levenseinde - vergiftiging of moord - blijven in een waas van twijfel gehuld. Ook het pact dat hij met de duivel sloot op een Crossroad in Mississippi inspireert nog steeds menig literator, filmer, biograaf of documentalist. In deze DVD is het verteller John Hammond, jr. die op zoek gaat naar de legendarische figuur en probeert de mythe te achterhalen. Mack MacCormack en Gayle Dean Wardlow deden voordien al research. In vijftig minuten filmisch beeldmateriaal gidst John Hammond ons met zijn wagen naar de plaatsen waar Robert Johnson ooit verbleef, waar hij contact maakte met mensen, inspiratie vond voor zijn songs of waar zijn opnames plaats vonden. In totaal werden er 29 songs van hem uitgebracht. Ontelbare bluesmannen of bluesvrouwen coverden later nog zijn songs wat tot heden onverminderd voortduurt. Vooral John Hammond, junior vertolkt in elk optreden wel een Robert Johnson song, waar hij inmiddels met zijn Resonator het patent op heeft. Daarin speelde ook het toeval mee, vermits zijn vader, producer John Hammond, senior, een platencollectie van Robert Johnson bezat. Ook had deze hem geboekt voor een concert in Carnegie Hall, maar ontdekte te laat dat hij rond die tijd al overleden was. Het is dan ook zoon John Hammond die in deze documentaire op zoek gaat naar Robert Johnson om te speuren naar getuigen die meer weten over de raadsels van zijn leven en dood. In de DVD wordt zowel de figuur Johnson geëvoceerd als zijn tijd. Elkaar kruisende wagens en oude treinen suggereren het tijdsverschil met de overgang van vroeger naar nu. Het heden wordt gewijd aan de nog levende figuren die Robert Johnson ooit hebben ontmoet of van nabij hebben gekend. Dat levert de meest boeiende momenten op in de DVD, want op die manier maak je kennis met zijn vermoedelijke nazaten en een oude jeugdvriendin, de Willie Mae Powell uit de song ‘Love In Vain’. Andere geïnterviewden zijn o.m. Johnny Shines en Dave ‘Honeyboy’ Edwards, die beiden met hem speelden. In verschillende fragmenten worden tipjes van de sluiers opgelicht omtrent de belangrijkste fases in zijn korte levensloop, al wordt de ultieme waarheid nooit achterhaald. Over zijn geboorte, dood en laatste rustplaats blijven de twijfels bestaan. Ontvluchtte zijn moeder in allerijl midden in de nacht de plantage in Robinsonville met kleine Robert? Werd hem de rug toegekeerd door de gemeente, waar zijn eerste vrouw de bevalling van hun baby niet overleefde? Identificeerde hij zich met de duivel omdat hij diens muziek speelde en als dusdanig gemeden werd? ‘Hellhound On My Trail’? In de interviews van tijdgenoten wordt ingegaan op hun herinnering aan Robert en het belang van zijn muziek, wat tot enkele ontroerende momenten aanleiding geeft. Ook Johnson’s persoon wordt toegelicht. Johnny Shines, residerend in Arkansas, noemt hem de beminnelijkste man wanneer hij nuchter was, maar gevaarlijk als hij gedronken had. En al voerde Johnson graag het woord, zelden over zichzelf. Af en toe nam hij zelfs een andere identiteit aan. Hij kwam en vertrok ongemerkt. John Hammond duikt regelmatig in gemeentelijke archieven om geboorte, huwelijksdata en sterfdatum te achterhalen. Op de mythische plaatsen zingt Hammond sporadisch één van Johnson’s songs zoals op de symbolische Crossroad en bij de ‘Three Forks’, waar Robert zijn laatst gig had. In de DVD is nog veel meer te ontdekken. De wijze waarop Hammond de geest van de legendarisch held en zijn tijdgenoten benadert getuigt van diep respect. Deze DVD is weer een stap vooruit om iets meer van de zanger/gitarist en de mens ‘Robert Johnson’ te begrijpen, maar de magie blijft. (Marcie)

 


 

 

TONY SPINNER
ROLLIN’ & TUMBLIN’
Website
Label: Grooveyard Records

 

 

De mensen die het geluk hebben gekend Tony Spinner in levende lijve te ontmoeten zullen dit enkel kunnen beamen: deze uit Arkansas stammende, steeds even jeugdig lijkende gitaarvirtuoos, is de bescheidenheid en vriendelijkheid in eigen persoon. Wanneer zo iemand uitkomt met nieuw werk gaat ons hartje automatisch opgewonden enkele slagen sneller slaan. Tony is een waar gitaarfenomeen en is bovendien bedeeld met een prachtige stem. Ook toetsenist-songwriter David Paich had dit begrepen toen hij Spinner inlijfde bij Toto. Buiten zijn carrière bij wereldgroep Toto, heeft Tony ook zijn eigen band, bestaande uit de Nederlandse ritmesectie en boezemvrienden Michel Mulder op bas en Han Neijenhuis op drums. Spinner’s gitaarspel is zoals de titel van de plaat aangeeft: rollin’ and tumblin’. Tony is een bluesrock gitarist in hart en nieren, maar legt een zodanige dynamiek en variatie in zijn spel die hem zeer vernieuwend doet klinken. Zulke gitaristen zijn een ware zegen voor het genre en brengen een virtuoze kruising van blues en rock met hier en daar een flinke dosis funk en soul. De opener “Saturn Blues” schiet uit de startblokken met een stevige, soulvolle Stevie Ray Vaughan rif, maar kreunt al snel onder bliksemsnelle hardrock licks met feedbackende, scheurende gitaren in de achtergrond, spek voor de bek voor de liefhebbers van het hardere genre. De opvolger “Count Your Blessings” baadt in een sfeervolle, funky soulgroove en deze maal staat de stem en de positieve tekst en wijze levensles van Tony op het voorplan. Ieder artiest heeft zo zijn idolen en als je Spinner rock ’n roll hoort krijsen als een echte Johnny Winter in diens “Meantown Blues” is de link vlug gelegd, maar hij mixt dit nummer met “Rollin’ & Tumblin’” van Muddy Waters en maakt er zelf “Rollin’ & Tumblin’ In Meantown” van in een stijl en klank die de roemruchte jaren van Rory Gallagher doen herleven. Tony kent zijn klassiekers en een zeer funky versie van “Walkin’ The Dawg” van Rufus Thomas, een prachtige slidegitaar cover van “CC Rider” van de legendarische Leadbelly en als zeer rootsy afsluiter, het akoestisch startende maar gaandeweg uit zijn Jimi Hendrix-dak scheurende “Catfish/Make Love To You” van Willy Dixon, mogen zijn album nog meer glans geven. Niet allen kan Tony Spinner alle gitaarstijlen aan, maar hij weet ze ook naar een eenzaam hoog niveau te tillen. Luister maar naar “Lay Down Your Crutch”, waar The Rolling Stones hand in hand gaan met The Black Crowes. “Goldfish Bowl Blues” en “Listen To Your Heart” leggen dan weer een meesterlijke Stevie Ray Vaughan in hem bloot die ons doet rondspinnen als een vis in een bokaal op de begeesterde klanken van zijn Stratocaster. In zijn volle vierenzeventig minuten heeft dit zesde album van Tony Spinner ons mateloos blijven boeien. Je voelt gewoon de dynamiek van het podium in deze plaat weerklinken. Overtuig jezelf en wil je nog meer, dan rest je nog de mogelijkheid om Tony Spinner en zijn band in volle glorie live te beleven. Laat deze kans niet liggen. (Blowfish)

TONY SPINNER LIVE

 

30 Maart 2009 De Noot (Private Party!), Hoogland (NL)
4 April 2009 Razzoo, Uden (NL)
5 April 2009 Tierelier, St. Michielsgestel (NL)

 

 

 


 

PETER VON POEHL
MAY DAY
Website Myspace Contact
Label : Tot Ou Tard / Warner Music France
Info : Bang! Music

 

 

Peter Von Poehl is een uit het Zweedse Malmö afkomstige gitarist die voor het eerst van zich liet horen in de backing groep van Bertrand Burgalat die zich ‘A.S. Dragon’ noemde. Naast zijn bezigheden als muzikant en singer-songwriter houdt hij zich ook nog onledig als componist en filmregisseur. In de voorbije jaren speelde hij in Berlijn en in Parijs samen met diverse andere artiesten zoals Lio, Doriand, Alain Chamfort, Florian Horwath en Marie Modiano. In Berlijn richtte hij zijn eigen platenlabel ‘Graefe Recordings’ op en hij nam er ook zijn eerste cd “Going To Where The Tea-Trees Are” op in 2006. De song “The Story Of The Impossible” uit dat album dook recent nog op als muziekje in de reclamecampagne van Belgacom. Daarna trok Peter Von Poehl gedurende enkele maanden op tournee om als voorprogramma te fungeren voor bands als ‘Phoenix’ en ‘Air’. Zijn nieuwe cd heet “May Day” en bevat 14 tracks die hij allemaal zelf schreef en waarvoor hij ook de meeste instrumenten inspeelde in de studio. Bij live optredens in Frankrijk kan hij regelmatig op het drumwerk van ‘Das Pop’-zanger Bent Van Looy rekenen. “May Day” bevat wat intiemere en dromerigere liedjes dan we op zijn debuutalbum konden horen en soms neigt het geheel nogal wat naar het meer experimentele. De grote doorbraak zal dus wellicht nog niet voor vandaag zijn. Maar toch denken we dat zijn nieuwe plaat aangeeft dat Peter Von Poehl het talent heeft om fijne popsongs te schrijven en er een mooi muzikaal kransje omheen te breien. Zijn geluidstapijten zijn op zijn minst origineel te noemen. Vooral in de instrumentale stukjes horen we zeer klankrijke werkjes met een harmonieus georkestreerde melodie. Al van bij het van een ritmische beat voorziene “Parliament” waarmee de plaat begint voel je dat hier enkele moderne popdeuntjes te horen zullen zijn. Zijn voorliefde voor de klassieke muziekinstrumenten valt te bewonderen in o.a. de songs “Dust Of Heaven” en “Forgotten Garden”. De meer hedendaagse popliedjes als “Near the End Of The World”, het swingende “Moonshot Falls” en het mooie “Mexico” zijn net als de titeltrack “May Day” rijp voor airplay en zouden hitjes in wording kunnen zijn. Heel melodieus zijn de sfeervolle songs “Lost In Space” en “Silent As Gold”. Met zijn liedjes die zowel de sound van de jaren ’70 als de moderne muziek van de 21ste eeuw reflecteren zou Peter Von Poehl wel eens één van de overheersende musici van het volgende decennium kunnen worden. De cd “May Day” kan daarbij als richtingbepalende plaat worden gezien. (valsam)


 

 

MICHAEL MURRAY
STYLE MATTERS
Myspace CDBaby

 

 

Mijn lange autoritten zijn de laatste weken een stuk aangenamer geworden sinds ik de debuutplaat van Michael Murray als metgezel heb meegenomen. De cd heeft de toepasselijk naam ‘Style Matters’ gekregen en volgt op een tweetal EP’s die deze singer-songwriter, die resideert in de omgeving van Boston, Massachusetts, reeds eerder had uitgebracht. Murray kreeg voor zijn nieuwe cd alvast de hulp van een zestal muzikale vrienden, waardoor de plaat meer als een groepsalbum klinkt, dan als een individuele soloplaat. De sound van Michael Murray op ‘Style Matters’ is rijk en gevarieerd, klinkt hedendaags maar tegelijk ook klassiek en draagt het beste in zich mee wat we van goede Country Rock durven verwachten. Murray noemt Neil Young, Gram Parsons, Elvis Costello en streekgenoot Frank Black als invloeden, maar wij moesten bovendien denken aan Beck (ten tijde van ‘Mutations’), The Jayhawks en jawel, ook aan de countrygetinte muziek van onze eigen Flip Kowlier. Michael Murray heeft een neusje voor knappe melodielijnen en klinkt vaak heel erg laidback. Dat is meteen te horen in de veelbelovende opener ‘Drunken Prayer’. Quasi onmiddellijk besef je als luisteraar dat dit een goed album gaat worden en je bent benieuwd wat zal volgen. ‘Apricots’ bijvoorbeeld en dat is opnieuw een schot in de roos, zozeer zelfs dat we het nummer onmogelijk beu geraken. ‘In The Country’ verwijst naar de eigen levensomgeving van Murray in Cambridge, nabij Boston. Het elektrische ‘Take A Walk With Me’ haalt het niveau van Neil Young in ten tijde van ‘After The Goldrush’ en het akoestische‘Demanding’ had misschien wel niet misstaan op ‘Harvest’. Verschillende nummers op deze plaat schreeuwen om radioaandacht, die ze in deze onrechtvaardige wereld helaas nog niet hebben gekregen. Toch is het hopen dat Murray met deze collectie prachtsongs verder komt dan de locale music halls en bars van Boston en wijde omgeving. Een bezoek aan de Europese lage landen is dan ook dringend gewenst. Maar hierop hoeft u uiteraard niet te wachten. Ons stijladvies voor elke rechtgeaarde liefhebber van country rock is dan ook: haal deze ‘Style Matters’ in huis, u zal er geen spijt van hebben. (Shake)


 

THE WELCOME WAGON
WELCOME TO THE WELCOME WAGON
Website Myspace
Label : Asthmatic Kity Records
Info: Konkurrent

 

 

Dominee Reverend Thomas Vito Aiuto van de Presbyteriaanse kerk en zijn echtgenote Monique zijn behalve religieus zeer actief in hun vrije tijd ook nog verstokte muzikanten. Ze hebben doorheen de voorbije jaren een eigen typische sound ontwikkeld in een gospelgenre dat vrij uniek is. Dat was ook muzikaal duiveltje-doe-al Sufjan Stevens niet ontgaan en hij nodigde het echtpaar uit in zijn studio om 12 songs op te nemen voor een cd die de titel “Welcome To The Welcome Wagon” werd gedoopt. ‘The Welcome Wagon’ lanceert hiermee hun debuutplaat en levert muziek af waarin invloeden van folk, gospel, kerkmuziek en religieuze gezangen terug te vinden zijn. Maar toch telkens weer net nooit voordien gehoord. Daarbij schuwen ze ook niet eigengereide versies te brengen van songklassiekers als “Half A Person” van ‘The Smiths’ en “Jesus” van ‘The Velvet Underground’. Met hun gitaar en glockenspiel veranderen ze die nummers in haast onherkenbare hymnes die kant en klaar gemaakt werden voor een gemengd kerkkoor. Dat bij het aanhoren van ‘The Welcome Wagon’ spontaan vergelijkingen opkomen aan andere bekende duo’s als Johnny Cash & June Carter of Sonny & Cher, Ike & Tina Turner, Captain & Tenille of zelfs de actuele White Stripes zal wellicht geen verrassing blijken te zijn. Hun vernieuwende klanken zijn opzienbarend te noemen en je houdt er intens van als luisteraar of je moet ze helemaal niet hebben. Sufjan Stevens kende het echtpaar als sinds 2001 toen ze een bijdrage leverden voor het album “To Spirit Back The Mews” van Stevens’ toenmalige groepje ‘The Asthmatic Kitty’. Hij verzorgde de opnames, arrangeerde de nummers en produceerde dit debuutalbum van Vito & Monique uit Brooklyn, New York. Beiden kunnen ze geen noot muziek lezen maar dat bezorgde hen net de mogelijkheid om volledig eigen interpretaties van enkele traditionals uit te werken voor dit album. De grenzen van het spirituele heiligdom worden permanent afgetast en hun geloof is de constante factor in alle liedjes. In liedjes als “Up On A Mountain”, “Unless The Lord The House Shall Build”, “Hail To The Lord’s Anointed”, “Jesus” en “Deep Were His Wounds, And Red” ligt de religieuze link voorhanden. In enkele andere songs als “Sold! To The Nice Rich Man”, “He Never Said A Mumblin” Word” en “You Made My Day” moet je al wat dieper graven om die relatie met het geloof terug te vinden. De pure gospelsongs “I Am A Stranger” en “But For Those Who Fear My Name” zijn echt onweerstaanbare, vrolijke nummers die meteen uitnodigen tot lekker meezingen, meeklappen in de handjes en meeswingen met de heupen. Voor we ons definitief gaan bekeren en zondag opnieuw naar de kerk trekken willen we toch even meegeven dat je ook als devoot atheïst ten volle van dit schijfje kan genieten zonder de banbliksems van Zijne Almachtigheid te moeten vrezen. (valsam)


 

 

THE FLANKS
FIELD DAYS
Website Myspace CDBaby

 

 

The Flanks omschrijven hun muziek –treffend- als ‘bar-vriendelijke, originele, vooroorlogse jugband blues, bluegrass en honkytonk met teksten die ertoe doen’. Terwijl u even contempleert wat dit precies betekent, vertel ik u dat The Flanks uit Brooklyn afkomstig zijn en dat ‘Field Days’ hun debuut is –uitgebracht in eigen beheer. Wie een beetje depri is en dat zo wil houden of wie zin heeft om te zwelgen in een diep verdriet, kan deze plaat maar beter overslaan. The Flanks maken feel-good meezingbare vuile country-folk, die nog duidelijk de sporen draagt van de bars waarin ze ontstaan is. En nochtans gaat achter een schijnbare eenvoud een bende erg goede muzikanten schuil. Clevere originele songs, grappige teksten, swingend, bluesy, geen valse pretenties, amusement van de bovenste plank. Van dit soort plaatjes wordt een mens gelukkig. Danny Mulligan (gitaar, banjo, lap steel) en Tom Bouman (gitaar, banjo, mandoline) hebben het gros van de songs geschreven, bijgestaan door de rerst van de groep: Nick Capodice (harmonica en toetsen), Margaret Mitchell (viool en altviool), Tom Mayer (bas, percussie) en Ayan Babi (snarendrum, gitaar, mandoline). En allemaal zingen ze, soms als lead vocal, soms geagglomereerd in diverse koortjes. ‘Field Days’ van The Flanks is zo aanstekelijk als een Molotov-cocktail in een openhaard. Superieur entertainment! (DukeJ)

 


 

HUNDRED YEAR FLOOD
POISON
Website Myspace
Label: Frogville records
Distr.: Lucky Dice

 

 

 

Hundred Year Flood uit Santa Fe, New Mexico, ofwel Felecia Ford (vocals en toetsen), Kendra Lauman (bas) en de broers Bill (vocals en gitaren) en Jim Palmer (drums) maken op hun nieuwste CD "Poison" rootsmuziek met zo nu en dan een alternatief randje hetgeen ze omvormen tot lekker gekruide rock-'n-roll. Dit viertal wist met hun albums - de titelloze debuutplaat (2000), "Flutterstrut" (2003), "Cavalier" (2004) en "Blue Angel" (2006) - de nodige deuken in de boter te slaan om te kunnen spreken van een lichte sensatie en bevestigt eigenlijk alleen maar al het goede wat we toen al in hun meenden te mogen horen. Wegens dit grote succes tourden ze in Amerika ter ondersteuning van hun cd's, waardoor ze vele optredens op hun agenda hadden staan. Reden genoeg om verder te werken aan hun versie van de roots met als gevolg deze nieuwe plaat, "Poison", waarbij Andy Kravitz (Rolling Stones, the Police, Bob Dylan, Santana, Aerosmith, Billy Joel, Joan Osborne, John Lennon/Yoko Ono, Bon Jovi, Sting...) de laatste hand legde. Twaalf nummers lang ervaren we het echte spul op "Poison". Harmonieuze countryrock bestaande uit prachtige folkrock ballades en heerlijke harmonieën van het zangduo Bill Palmer en Felecia Ford, gewoon alles wat country aantrekkelijk kan maken passeert hier de revue. Harmonieën waarbij we denken aan andere bands als Fleetwood Mac, The Walkabouts en Tom Petty and The Heartbreakers. Op deze twangplaat worden ze trouwens bijgestaan door Taj Mahal op mondharmonica in de opener "Hell Or High Water" en Shannon McNally levert vocale bijdrage in "Neck Of The Woods". Knappe liedjes, twee uitstekende stemmen, prachtige samenzang, gierende gitaren, een cleane productie, alle ingrediënten om van een geslaagde Americanaplaat te mogen spreken. Over alle twaalf tracks ligt een dik deken van geluid die is toe te schrijven aan de productie van Andy Kravitz. "Poison" is dan ook de toepasselijke titel van de nieuwe plaat die zich als een forse stap voorwaarts laat horen. Alle liedjes op deze nieuwe plaat werden geschreven of co-written door Bill Palmer, multi-instrumentalist en huisproducer van de Frogville Studio’s. De songs zijn allen van grote klasse zoals de titeltrack met een garage-rock gitaar riff, voldoende om meteen uw hersenen te vergiftigen. De lyrics van "Sara & Jane" klinken een beetje als een vroege Bruce Springsteen song, hoewel de muziek, met het bijhorend elektrische gitaargejank als een klassieker van Fleetwood Mac klinkt. Na het country getinte "Grinding Wheel" volgt het duistere "Electricity", waarin Ford zingt: "This is how death must feel, helpless and unwanted". Deze spooky song is dus best niet te beluisteren met de lichten uit! Uitschieters zijn vooral "Truly", een song over liefde en trouw en de folk-rocker "Down Thru the Holler" met het mooie akoestische gitaarwerk van Bill Palmer en hierbij de harmonieën tussen hem en Ford. Er staat gewoon niet één slecht liedje op "Poison". De inhoud van deze CD bestaat gewoon uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die van "Poison" tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. Met een flinke dosis live ervaring is deze band duidelijk gegroeid. Gelukkig wordt er naast enkele ballades ook een stevig potje gerockt en dat maakt dit album tot een prettig afwisselende plaat en bewijst nogmaals dat we in de toekomst wellicht rekening moeten gaan houden met Hundred Year Flood. Dat hun vijfde plaat hun voorgangers gaat overtreffen is nu al zeker.

HUNDRED YEAR FLOOD LIVE IN NEDERLAND
donderdag 30 april - Burgerweeshuis, Deventer, om 13:30 uur
zaterdag 02 mei - Rhythm & BluesNight, Groningen, om 20:00 uur
zondag 03 mei - C.P. Roepaen, Ottersum, om 19:30 uur
met Po'Girl
woensdag 06 mei - Q-Bus, Leiden, om 20:30 uur
donderdag 07 mei - OBA Live, Amsterdam, om 19:00 uur
vrijdag 08 mei - ROTR @ 't Keerpunt, Spijkerboor, om 21:30 uur
zaterdag 09 mei - WV-HEDW, Amsterdam, om 20:30 uur