ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

BROTHER TRUCKER - THE FLYOVER

JAN SPILLANE - THINKING OUT LOUD

JOHNNY DOWD - A DRUNKARD'S MASTERPIECE

JUD CONWAY - SOUTHERN BOUND

SARA K. - MADE IN THE SHADE

OLD RED - SHOTS IN THE DARK

MARK BARKER - HINDMAN, AUGUST 1969 - THE BALLAD OF ALVIN RIDLEY

ANA EGGE - ROAD TO MY LOVE

PAUL KARAPIPERIS - FIFTEEN RAINDROPS IN AN OCEAN OF BLUES TALES

PAUL BENOIT - BLUE BIRD

 


 

BROTHER TRUCKER
THE FLYOVER
Website Myspace
Contact CD-Baby
Label : Razor Wire Music

 

 

Andy Fleming is de 40-jarige zanger en songschrijver van de Amerikaanse formatie ‘Brother Trucker’ uit Des Moines in de staat Iowa. Op hun MySpace-site verwijzen ze naar invloeden van o.a. Drive By Truckers, Los Lobos, John Mellencamp, Tom Petty en Bruce Springsteen. De beluistering van hun recentste album “The Flyover” bevestigt alleen maar dat ze inderdaad bij deze categorie van muzikanten mogen worden ingedeeld. Melodieuze en catchy rock- en popsongs over de ‘working class hero’, de gewone man in de straat die hard werkt en een vrij onopvallend leventje leidt, graag eens een frisse pint gaat pakken in de lokale pub en daarbij over zijn volle glas stilletjes lonkt naar het aanwezige mooie vrouwvolk. Leadgitarist Mike Fitzpatrick speelt ook een belangrijke rol in de muzikale afwerking van de songs, net als bassist Lyle Kevin Hogue. Drummer Matt Winegardener, gitarist Patrick Bloom en David Zollo op keyboards zijn de muzikanten die dit ‘Brother Trucker’-trio heeft geholpen bij het vervolledigen van de muziek op deze plaat. De formatie begon in 2000 met een titelloze debuutplaat waarin ze al rootsy country en western-popmuziek etaleerden die de invloeden van Springsteen, Neil Young, Bob Dylan en Steve Earle niet kon verbergen. “The Flyover” is hun vierde full-cd waarin ze nog meer die Americana-sound benaderen en hun hart en ziel in de songs laten weerspiegelen. De originele opnamen van deze plaat dateren al van 2005 maar tengevolge van enkele huwelijken, geboortes en verhuizingen werd de release alsmaar weer uitgesteld tot nu. Deze twaalf songs over het leven in de schaduw zijn echter ook vandaag nog steeds brandend actueel. Muzikaal wordt één en ander bijzonder knap verpakt in vlotte rocksongs (“Friday Night Fight”, “Billy”, “Over Time”), zachte verhalende ballads (“Downtown”, “Bonita”, “Long Walk”, “Home Cookin’” en “Family Reunion”) of ritmische en vlotte muzikale deuntjes (“Moving Day”, “Heartbreak Road” en “Something Big”). Onze favoriete - en daarom ook steeds weer opnieuw gedraaide - song is het inhoudelijk emotionele “Joseph (lost boy no more)” over een rondzwervende jongen die overal waar hij komt straal genegeerd wordt. De rode draad doorheen al de liedjes op dit album is het onderwerp van de song dat ofwel tot de verwaarloosden, de ongelukkigen of de vergetenen behoort, kortom de groep van mensen aan de rand van de maatschappij. De kunst die Andy Fleming beheerst is dat hij de luisteraar via zijn teksten en zijn indringende zangstijl de nodige empathie bezorgt om zich in te leven in het kommervolle bestaan van al deze zwakkelingen. Dit alles maakt van “The Flyover” een plaat die wat langer blijft nazinderen bij de luisteraar dan een gewone, alledaagse rockplaat. Beklijvend mooi. (valsam)


 

 

JAN SPILLANE
THINKING OUT LOUD
Website Myspace VIDEO

 

 

Jan Spillane is een singer -songwriter uit Savannah in Georgia, ze brengt onder meer Americana, folk en alt. country, maar daarmee houdt het niet op, want ook,jazzy invloeden duiken ook regelmatig in haar nummers op. Wat bij een eerste beluistering meteen op valt is een duidelijke bewondering voor Joni Mitchell, dat hoor je vooral in het mooie "Follow Your Heart", maar hier en daar duiken ook de invloeden op van anderen zoals Janis Ian, Van Morrison en ook James Taylor, iets waarvan "I've Seen Heaven" dan weer een getuige is. Ze schrijft sterke songs, met mooie diepgaande teksten en het plezier van het songschrijven en performen is duidelijk hoorbaar in haar werk. Voor sommige nummers werkte ze samen met verschillende andere writers, waarvan sommige tot de créme van de Nashville scène behoren zoals Steve Nelson die enkele schreef voor Guy Clark en onder meer ook "Songbird" voor Barbara Streisand, andere schrijver waren onder meer Markham Brown en Wood Newton, namen die hier misschien niet direct een belletje doen rinkelen, maar wel songs leverden voor top artiesten in het country genre zoals George Jones en Tracy Bird. Thinking out loud werd hierdoor een prima opvolger voor haar "Painting The Blues" uit 2006 die ze ons ook toestuurde. Ze heeft in totaal reeds 4 cd ’s uitgebracht want voordien verschenen reeds "Second Nature" en haar debuut "Gut Feeling". Live wisselt ze op ’t podium tussen gitaar en haar Roland keyboard. Country getinte song vormen de hoofdbrok op deze “Thinking Out Loud”, neem nu het mooie "Falling Down" pf "Queen Of The Crowbar", in "Reinvent Myself" en vooral in de sterke song "That’s How Dreams Get Started"“ hoor je weer duidelijk Joni Mitchell’s invloed op Jan’s songwriting. Met "Thinking Out Loud", maar ook met "Painting The Blues" liet deze dame uit Georgia een onuitwisbare indruk op ons na. Georgia blijkt meer in zijn mars te hebben dan alleen maar lekkere perziken en Southern rockbands. Al kunnen we het prachtige "Wilmington River Blues" dankzij zijn mooie zuiderse slide riffs wel bij de laatste categorie tellen. Even kwamen hier de Allman Brothers om het hoekje kijken. (RON)


 

 

JOHNNY DOWD
A DRUNKARD'S MASTERPIECE
Website Label: Bongo Beat Records

 

 

Het album "A Drunkard’s Masterpiece" dat Johnny Dowd in 2008 uitbracht is door MOJO op hun lijst gezet van best Americana albums. En dat is best knap voor een avant garde hardrock blues album. Je merkt het, dit is één van die albums die onmogelijk te categoriseren valt. Of misschien toch wel op de volgende manier: het is het beste werk van deze unieke artiest tot nu toe. Hij is namelijk alweer begonnen met zijn volgende project. Als ik de tel inmiddels niet ben kwijtgeraakt zou dit album nummer 12 worden, de verschillende live albums even buiten beschouwing gelaten. September of oktober moet het nieuwe werkje verschijnen.
Johnny Dowd was al flink op leeftijd toen hij in 1998 debuteerde met het prachtige "Wrong Side Of Memphis". In tegenstelling tot zijn immer sombere teksten, heeft Dowd’s geluid sinds dit debuut wél een grote ontwikkeling doorgemaakt. Zo nam hij "Wrong Side Of Memphis" nog provisorisch in zijn ééntje op met gebruik van een viersporenrecorder. Uit het stoffige en krakende geluid kwam zijn stem tevoorschijn als uit een duister doosje, wat nog ontbrak was een wasbordje om het oude bluesgevoel volledig te doen herleven. Met het album "Pictures From Life's Other Side" (1999) kwamen er meer muzikanten bij en sindsdien is hij er ook in geslaagd om bijna ieder jaar een hele mooie cd af te leveren, maar "A Drunkard's Masterpiece" blijft zijn meest prestigieuze project tot nu toe. Zijn band, zangeres Kim Sherwood-Caso en Dowd zelf als nieuwe Captain Beefheart, componist, reisleider, verteller en gitarist, creëerden samen een modern soort conceptplaat, verdeelt in drie delen en live opgenomen in de studio. Dowd heeft de plaat daadwerkelijk opgedeeld in drie hoofdstukken, met wel zeer beklijvende titels: opus I heet: Everybody Wants To Go To Heaven, But Nobody Wants To Die, opus II: Putting Lipstick On A Pig en opus III: Thou Shalt Not Covet Thy Neighbor’s Ass. Onderweg komen op ‘s mans eigen, aardedonkere wijze zijn vaste onderwerpen (dood, verderf, seks, ontucht en zonden) en een muzikaal citaat van Deep Purple voorbij. Verder vermengt hij onder meer country-noir, jazz, Latijnse ritmes en bombastische jaren zeventig rock, en pas na een paar keer uitzitten valt de puzzel moeizaam in elkaar. Dowd zingt steeds minder vals, maar dat komt omdat hij steeds meer praat. En zijn teksten blijven geweldig: ‘The truth is out there, not written in stones. You just might find it between the legs of Miss Norah Jones'. Boven orgel en ritmesectie torent Dowds stem nog altijd uit als de verpersoonlijking van hel en verdoemenis. Zijn onvaste, zwalkende uithalen belichamen de psychische verkniptheid van de protagonisten in zijn nummers, terwijl de vlakke zang van Kim Sherwood-Caso de emotieloze buitenwereld lijkt te representeren. Zij neemt het leeuwendeel van de vocals voor haar rekening en wordt daarbij op de juiste momenten door Dowd onderbroken met gedeclameerde volkswijsheden, moraliserende oneliners of absurditeiten, allemaal tot maximaal effect. Als hun stemmen samen opgaan, besef je wat een heerlijke muziek dit is voor de sombere fijnproever. "A Drunkard’s Masterpiece" is een hele mooie cd van de man met de zo donkere kijk op het leven. Een typische Johnny Dowd plaat, een plaat waar je eigenlijk niet heel veel woorden aan vuil moet maken, maar die je gewoon moet ondergaan. Iedereen die zijn vorige cd's kent zal dit zeker gaan doen, maar we hopen eigenlijk dat ook iedereen die Johnny Dowd tot dusver links heeft laten liggen deze unieke singer-songwriter nu eens een kans geeft. De zoveelste uitstekende cd van de man die ons op onnavolgbare wijze deelgenoot maakt van zijn lijden. Heel indrukwekkend.


 

 

JUD CONWAY
SOUTHERN BOUND
Website Myspace CDBaby

 

 

Is een goede recensent een mislukte muzikant? Het is een vraag die we al vaak te horen kregen in het muziekwereldje. Feit is dat sommige recesenten het na zekere tijd ook zelf wel eens willen proberen. Voordeel is dat zij vaak beroep kunnen doen op degelijke muzikanten die ze via hun schrijverij hebben leren kennen. Dit is ook het geval met de uit Pennsylvania afkomstige Jud Conway. Jud is journalist en bespreekt platen voor de invloedrijke website ‘Kindweb’, een plek die vooral bezocht wordt door milieuactivisten, muziekliefhebbers en mensen die geloven in de oude hippie-idealen. Op zijn debuutplaat spelen mensen mee die hun sporen verdienden bij oa Bruce Hornsby, John Fogerty en Rita Coolidge en Conway’s muziek verwijst naar alle grootheden van de (country)rock. Bij het beluisteren van de cd moesten we hierbij vooral denken aan Neil Young, The Byrds en Gram Parsons, met daarnaast verdere verwijzingen naar The Eagles en Tom Petty. Vooral de liefhebbers van steelgitaar en country ‘twang’ worden hier rijkelijk bediend. Jud Conway zelf kunnen we geen grote zanger noemen, maar hij valt zeker niet door de mand. Als songschrijver levert hij wél uitstekend werk af. De melodieuze opener ‘South Savannah Rain’ zet meteen de toon. Een beetje muziekkenner weet meteen dat dit een lekker plaatje gaat worden. De twee volgende uptempo songs ‘Jaded’ en ‘Rag Doll’ rollen aangenaam voorbij. Daarna trekt Conway zijn lade met ballads open en ook daarin weet hij ons te bekoren. ‘Southern Bound’ doet ons dromen van het Amerikaanse zuiden en van de Rio Grande. ‘Beautiful Lover’ is een passionele lovesong, die naar goede Amerikaanse traditie eindigt in een zinderende gitaarsolo. Ook te vermelden: ‘The King Of Country Music’, een portret van de archetypische countryster. In ‘Ties That Binds’ krijgen we dan plots een heel andere Conway te horen. De eenzaamheid en melancholie die in deze song weerspiegeld worden krijgen bijna een etherische klankvertaling. Upbeat afsluiter ‘Bid Adieu Blues’ drijft de laatste duivels naar buiten en zet een krachtig uitroepteken achter deze toch wel interessante plaat. (Shake)


 

 

SARA K.
MADE IN THE SHADE
Website Contact CD-Baby
Label : Stockfisch Records Contact

 

“Made In The Shade” is de titel van de elfde full-cd van zangeres Sara K. die opgroeide in Texas maar sinds vele jaren in Santa Fe, New Mexico woont. Vorig jaar verscheen van haar hand nog een live album onder de titel “Don’t I Know You From Somewhere?” en in 2006 was er “Hell Or High Water”, haar laatste studioplaat. Haar liedjes zijn meestal heel sober georkestreerd en worden voornamelijk gekenmerkt door haar indringende en om aandacht schreeuwende stem. Er staan 12 nummers op dit album die variëren tussen folk, blues, country en jazz. Het titelnummer is een ode aan haar mentale inspirator Chris Jones met wie ze enkele jaren zeer nauw samenwerkte en die in 2005 overleed. Het is een beklijvend mooi eerbetoon en veruit de beste song van dit album. Op meerdere songs zijn een klassieke harp en enkele andere exotische instrumenten te horen, hetgeen een speciaal cachet geeft aan de liedjes waarvan enkele al jaren geleden werden geschreven en voor dit album van een nieuw arrangement werden voorzien. Meestal wordt er wat laid back gezongen zoals in “What’s A Little More Rain”, in “After There’s A Blizzard” en in het rustige, ritmische en avantgardistische rumbaliedje “Aura Of The Blade”. Sara K. speelt altijd op een akoestische gitaar die maar over 4 snaren beschikt. Die gitaar kreeg ze als kind in 1972 als geschenkje van haar zus en gebruikt ze nu nog steeds om een geheel eigen stijl van gitaarspel te ontwikkelen. In “Your Name” komt er echter geen gitaar aan te pas want het is een jazzy, laid back pianoballad. Haar songschrijverstalent exposeert ze in songs als “Watching You Fall Into Sleep” (een liedje dat ze schreef voor haar dochtertje Seana), het folky “Don’t I Know You From Somewhere?” en het bluesy “Manchild”. Het zijn warme, persoonlijke, eerlijk doorleefde en vaak ontroerende songteksten die ze vertrekkend vanuit haar eigen ervaringen heeft neergeschreven. Vocaal kan je Sara K. het best positioneren in de dichte nabijheid van iemand als Joni Mitchell maar qua muzikaliteit gaat het nog wat meer in de richting van easy listening jazz en soft pop. Zij is vooral in eigen land en in Duitsland zeer populair en treed dan ook veelvuldig op bij onze oosterburen. Dat is niet zo ver van ons landje verwijderd, dus een klein overstapje zou toch tot de mogelijkheden moeten behoren. Het gerucht doet overigens de ronde dat Sara K. overweegt om haar muzikale carrière te gaan afsluiten en zich meer op haar gezinnetje te gaan concentreren. Aan de Benelux-concertpromotoren om voordien nog snel een optreden in onze contreien in orde te brengen. (valsam)


 

 

OLD RED
SHOTS IN THE DARK
Myspace VIDEO CDBaby

 

 

Op zoek naar erkenning en succes trok de Ierse singer-songwriter Old Red (artiestennaam voor Paul Kirwan) enkele jaren geleden vanuit Dublin naar New York. Daar speelde hij in allerlei clubs en Music halls met als hoogtepunt een optreden in het voorprogramma van The Counting Crows en enige bemoedigende woordjes van Adam Duritz. ‘Shots In The Dark’ is het debuutalbum van deze artiest. Hierop bewijst Old Red zichzelf vooral een muziekfan en laat hij geen gelegenheid voorbij gaan om zijn lof uit te drukken voor de artiesten die hem inspireerden: Bob Dylan, Johnny Cash, Neil Young, Leonard Cohen en Jimi Hendrix. Zijn goede smaak in het kiezen van zijn helden is voorlopig misschien ook een beetje zijn zwakte. De invloeden van zijn muzikale goden zijn soms nog wat te veel aanwezig om echt goed te zijn. In zijn ‘The Story Of Old Red’ vertelt Kirwan een soort levensverhaal waarin hij door de geest van The Man In Black wordt aangesproken. Eerlijk is eerlijk, zijn Johnny Cash imitatie klinkt perfect, maar als hij in het volgende (live)nummer ‘It’s A Poor Whore Who Doesn’t Learn’ zichzelf ook nog eens aankondigt als: ‘Hello, I’m Old Red’ is het er toch een beetje over, al zal het natuurlijk humoristisch bedoeld zijn. De song zelve blijkt daarenboven nog eens zwaar schatplichtig aan Dylan’s ‘Desolation Row’. Maar je kan natuurlijk wel beter schatplichtig zijn aan Bob Dylan dan aan, ik-zeg-maar-iets, Phil Collins bijvoorbeeld. Daarom treffen we ook een aantal prima songs op dit album aan, zoals het gedreven ‘Nothing Is Sacred No More’, de folk-with-a-punk-atitude, genaamd ‘Zack Snakes’ en de geslaagde afsluiter ‘Everchange’. Old Red heeft heel wat potentie in huis, zoveel is zeker. Als deze artiest erin slaagt om iets meer zichzelf te worden en aldus wat meer los te komen van de invloeden van zijn muzikale helden, zien we zeker nog een mooie toekomst weggelegd voor deze Old Red. We kijken alvast uit naar zijn volgende cd. (Shake)

 


 

 

 

MARK BARKER
HINDMAN, AUGUST 1969
THE BALLAD OF ALVIN RIDLEY

 

Als u van de kanten van Tennesee bent, dan bestaat de kans dat Mark Barker al met zijn vingers in uw mond gezeten heeft. Dit vraagt om verduidelijking. Mark Barker is van beroep namelijk tandarts. Gewoonlijk stelt men zich voor dat een tandarts zich in zijn vrije uren bezighoudt met het inventariseren van middeleeuwse marteltechnieken of het opzetten van dode dieren of iets dergelijks. Niet Mark Barker alvast - al blijf ik de rest van het gild onverminderd wantrouwen. Mark Barker is geboren in Hindman, een prutsdorpje in Knott County, Kentucky, niet meteen een borrelende poel van avant-garde, maar wel een streek waar veel fijne muziek vandaan gekomen is. Mark Barker houdt zijn favoriete muziek levend met nieuwe songs gemaakt volgens traditioneel recept. Veelal akoestisch met uitstapjes richting blues en rockabilly. Zijn warme klassieke stem heeft een timbre dat aan Doc Watson doet denken en zijn songs zijn, hoewel niet revolutionair, stuk voor stuk knap geschreven. Barker maakt al heel zijn leven even fanatiek muziek als hij gaten in mensen hun tanden boort. Vorig jaar is hij in een hogere versnelling geschoten: in juni bracht hij 'The Ballad of Alvin Ridley' uit en in oktober 'Hindman, August 1969', twee fijne platen.

'Hindman, August 1969' is opgenomen in augstus 2008, bijna veertig jaar na de 'feiten' dus. Echte feiten zijn er eigenlijk niet te melden, vooral personages en faits divers. Even terugrekenen: Barker is er nu ongeveer vijfenvijftig. In 1969 was hij dus zestien. Op die leeftijd worden vaak de sterkste herinneringen gevormd. Mark Baker kan dan ook quasi feilloos het Hindman van zijn jeugd oproepen. Terwijl de rest van de wereld zijn année érotique beleefde, kabbelde het leven gewoon voort in Hindman. De barbershop met zijn klanten, de Baptist church met zijn gelovigen, het 'sophomore' basketballteam, de dorpsfiguren, kaarters, fiddlegroepjes her en der en verder hills, hills en creeks. Allemaal erg idyllisch - dat Barker de zoon van de de dorpsdokter was, kan misschien verklaren waarom er in Hindsman, August 1969 geen wolkje aan de lucht te bespeuren was... Niet moelijk doen, gewoon genieten van zachtaardige Barker en zijn muzikanten die met veel gevoel Appalachian americanamuziek maken: Thomm Jutz (akoestische gitaar), Doug Johnson (bas), Stuart Wyrick (banjo) Mike Ramsey (mandoline), Shad Cobb (viool), Beth Bramhall (accordeon) en Marth Jacobs (cello).

Op 'The Ballad of Alvin Ridley' tapt Barker uit een ander vaatje. De titel van de plaat verwijst naar een erg mooi slotnummer dat Barker schreef naar aanleiding van de Alvin Ridley case. We zijn het gaan opzoeken. Alvin Ridley was een excentrieke TV-reparateur in een of ander dorp in Georgia. Op een dag wordt zijn vrouw dood in huis gevonden. Dubbele consternatie: het hele dorp had de vrouw al in geen twintig jaar meer gezien en dacht dat ze al lang met de noorderzon verdwenen was. Ridley werd er dus meteen van verdacht zijn vrouw eerst jaren thuis opgesloten te hebben en haar dan het hoekje omgebracht te hebben. Barker schreef een ode aan alle zonderlingen en eist het recht op eigenzinnigheid op. Wij vragen niet liever, Mark! Mark Barker draagt zijn plaat op aan de overleden echtgenote van Alvin Ridley die met haar liefdesnotities haar man postuum uit de gevangenis wist te houden. Van elke song op de plaat kan je je afvragen wie aan het woord is, Barker zelf of Virginia Ridley. Dat dubieuze is interessant. Muzikaal is de plaat een schot in de roos. Ze gaat wat mat van start, maar vanaf het aanstekelijke 'Party Dog' zijn we vertokken voor een erg sterke set. Veel bluesy klanken en vooral heel erg mooie blazers - Kim Park doet wonderen op saxofoon.

Twee warm aanbevolen platen! (DukeJ)


 

 

ANA EGGE
ROAD TO MY LOVE
Website Myspace VIDEO
Label: Grace/Parkins / Lucky Dice Music




"Ana has the rare gift of being so eloquent and simple that she takes your breath away. I just love her." Shawn Colvin
"Ana's an exceptional songwriter, listen to the lyrics...the folk Nina Simone!" Lucinda Williams
"Ana has one of the prettiest voices I've ever heard and her songs are beautiful and refreshingly original." Ron Sexsmith


Ondanks een aantal hele goede platen, met "Out Past The Lights" uit 2004 en "Lazy Days" uit 2007 als voorlopige hoogtepunten en de lovende aanbevelingen zoals blijkt uit bovenvermelde quotes, is de Amerikaanse Ana Egge helaas nog altijd niet wereldberoemd. Als gerechtigheid bestaat wordt ze dit alsnog met het nu verschenen "Road To My Love", want wat is ook dit weer een overtuigende plaat. Ook op "Road To My Love" kan deze singer/songwriter - die op haar 19e vertrok naar het muziekmekka Austin, maar tegenwoordig woont in Brooklyn, New York - zich weer met speels gemak meten met de betere zangeressen van het moment en die uit het verleden. Haar intieme liedjes komen uit in de driehoek tussen Joni Mitchell, de jongste Heather Nova en Lucinda Williams, waaraan haar stemgeluid ook afwisselend doet denken, maar ook iets eigens heeft. Een buitengewoon doorleefd stemgeluid dat garant staat voor kippenvel. Bijgestaan door topmuzikanten als Steve Moore (Sufjan Stevens), Michael Jerome (Richard Thompson), Adam Levy (Norah Jones), Tony Scherr (Feist) en de backing vocals van Frazey Ford en Trish Klein van The Be Good Tanyas, heeft Egge haar meest veelzijdige plaat tot dusver gemaakt. "Road To My Love", bevat invloeden uit de folk, pop, rock, blues, soul en wat jazz, maar klinkt desondanks zeer consistent. Op zich niet verwonderlijk, want met de emotievolle stem van Egge zou zelfs een Nederlandstalige smartlap nog fantastisch klinken. "Road To My Love", is een plaat waarop eigenlijk alles klopt. De zang is van een hoog niveau, de muzikanten spelen de sterren van de hemel, de productie is doeltreffend en de songs van Ana Egge zijn zonder uitzondering aansprekend. Tegelijkertijd klinkt "Road To My Love", losjes en ontspannen. Persoonlijk hoor ik "Road To My Love", het liefst in wat meer ingetogen songs, als het met pedalsteel versierde "Farmer’s Daughter", het jazzy "Quitting Early" en het melancholische "Carey's Waltz", maar ook de iets wat meer uitbundige tracks als de afsluitende spiritual "Swing Low, Sweet Chariot", waarvan ze hier een prachtige akoestische folkbehandeling geeft, weet me diep te raken. Toen zij als kind gitaar wilde spelen leerde Ana een gitaar te bouwen. En ze schijnt er nog steeds op te spelen, maar hier in deze laatste song laat ze haar virtuositeit op de resonator gitaar ten volle blijken. Ana Egge heeft met haar zesde album, "Road To My Love" wederom een volstrekt tijdloze plaat van een ongekend hoog niveau gemaakt, simpelweg een mooi persoonlijk album. De hoogste tijd dus om deze geweldige zangeres in veel bredere kring te omarmen.


 

 

PAUL KARAPIPERIS
FIFTEEN RAINDROPS IN AN OCEAN OF BLUES TALES
Website Myspace Contact CDBaby VIDEO

 

 

Net een jaartje geleden werden we bij Rootstime verrast door een erg originele cd van een bluesband uit Griekenland, of all places! Small Blues Trap heette die band en voornamelijk de zanger, gitarist en frontman Paul Karapiperis trok de aandacht, hun muziek werd mede dank zij hem een erg aparte mix van al het goede van de Delta en vooral Paul's karakteristieke Tom Waits achtige vocals en zangstijl. De enige randbemerkingen die we toen bij die release hadden was de overdaad aan extravagante, en soms wat carnavaleske toevoegsels in hun geluid dat soms op dat gebied net ‘over de top’ was, zeker gezien de erg korte speelduur van het geheel, ongeveer veertig minuutjes. Wel die frontman heeft nu zijn eigen debuut en aan dat eerste euvel is zeker verholpen, weg zijn de gekke geluidstoevoegsels, in de plaats is er een mooi uitgebalanceerde blues cd met alleen die sterke elementen. Paul's heerlijke stem, waarvan we niet anders kunnen dan zeggen dan ze regelmatig weer erg aan Tom Waits herinnert, is erg sterk, maar ditmaal overheerst de blues. Rustig van sfeer, akoestisch, met af en toe wat mooi sfeervol mondharmonicawerk. De voorliefde van Paul voor korte songs die vooral sfeeroproepers zijn blijft echter, het blijft soms toch wat filmmuziek, en de titel geeft het al aan, vijftien korte sfeerfragmenten vol blues zijn dit. Samen zijn deze vijftien songs net genoeg voor drie kwartier muziek. Toch heb ik volop genoten van deze cd, nummers vol gevoel over liefde, overpeinzingen en obsessies, gebracht als een ietwat theatraal scenario. Paul's rustige harpspel en zijn”tricone steel” doen de Delta even naar Malesina in Griekenland verhuizen. Songs als “In wood Alcohol Line” , “S.B.T” en “Up In Heaven & Down In Hell” zijn prachtige voorbeelden van hoe Paul’s blues het best tot zijn recht komt, en volgens ons ook best zou evolueren: met beide voeten diep in de pre-war blues en dan die unieke stem van hem. Hiermee zou zelfs in Amerika wat aandacht voor hem kunnen ontstaan. In dat geval doet hij er echter best aan die (overigens wel mooie) etherische filmmuziek tracks als “Midnight Ride” wat te beperken tot het minimum, en van zijn opvolger nu eens een pure blues cd te maken, wat dat hij dat kan is bij deze duidelijk bewezen. (RON)


 

PAUL BENOIT
BLUE BIRD
Website MySpace CD Baby
Label Zebadiah Records

 

 

 

Al twintig jaar timmert singer-songwriter Paul Benoit vanuit Seattle aan de muzikale snelweg, zowel met zijn eigen composities als in samenwerking met andere songwriters. Zijn muzikale bagage is er alleen maar door uitgebreid en uit de ervaringen die hij opdeed in zijn andere projecten zoals de electro/akoestische rootsrockband Crosseyed en het vierkoppig akoestisch ensemble Hanuman, dat een geniale mix bracht van Afrikaanse ritmes met jazz, bluegrass, funk, country en rock and roll, ontstond een eigen originele klank. Paul Benoit presenteert ons vandaag reeds zijn vijfde soloalbum “Bluebird”, dat groeide en opgenomen werd in het paradijselijke badstadje Casa Tortuga aan de prachtige stranden van de Stille Oceaan in El Salvador. Deze rustgevende omgeving spoort aan tot nadenken en zelfreflectie en heeft duidelijk zijn stempel gedrukt op Paul Benoit. Bij de beluistering van zijn plaat snuif je die rustig sfeer van bezinning en soms wat melancholie op tot in je huiskamer. De intieme en dromerige opener en titelsong “Bluebird” begint bluesy, maar heel soulvol als een Sam Cooke, doorkruist met een aangrijpende harmonische zang van Paul in duet met de hoge vrouwelijke vocalen van Sydney Kilgus Vesely. De catchy akoestische gitaarrif die “All My Friend’s Are Crazy” opfleurt, het narratieve van een beste Brendan Croker en een Paul Benoit die de teugels strak houdt zodat deze licht akoestische rocker de nodige ingetogenheid bewaart, getuigt van grote klasse. “There’s No Fallin” is nog zo’n pareltje dat je in al zijn warmte omhelst, met mooi meegezongen gitaarnoten en een levenswijsheid om U tegen te zeggen: dieper dan de bodem kun je niet zakken. Bob Dylan stond zeker in de platenrek van Paul als je “Let Me Down Easy” hoort weerklinken, maar het zijn de illustere tonen van een solerende twelve string die deze song een zeer mysterieuze toon geven. “If Love Is A Stranger” walst traag en dronken door de huiskamer en trekt en sleurt aan je ziel met slepende slidegitaaruithalen. Sfeer scheppen met dikwijls eenvoudige accenten is wel een zeer sterke eigenschap van Paul Benoit. Zo word je in “Call You Out “ vastgehouden door een eenvoudige vingerknip als percussie en een repetitief gitaarrifje. Benoit’s nieuwe plaat “ Bluebird” boeit moeiteloos tot de laatste track “Sad Melody”, een exemplarisch stukje van folkgetinte singer-songwriting en mag zeker niet ontbreken in de verzameling van elke liefhebber van het singer-songwritergenre die verlekkerd is op mijmerende teksten opgefrist met een uitgekiende dosis virtuoos gitaarspel. Een absolute aanrader. (Blowfish)

 

PAUL BENOIT LIVE
02/04/2009 Crossroads Café Antwerpen