ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

THE DEREK TRUCKS BAND - ALREADY FREE

CLEM SNIDE - HUNGRY BIRD

EEF BARZELAY - LOSE BIG

CARL VERHEYEN - TRADING 8’S

LAÏS LENSKI - LAÏS LENSKI

SOUTHERLY - STORYTELLER & THE GOSSIP COLUMNIST

DAVID MUNYON - BIG SHOES

 


 

THE DEREK TRUCKS BAND
ALREADY FREE
Website
Label: Victor Records
Distr.: Sony Music Entertainment

 

 

De Derek Trucks Band is niet zoals de naam doet vermoeden een band waar DerekTrucks de baas is, maar een groep waarin de rol van alle muzikanten even belangrijk is. De achternaam Trucks zal muziekliefhebbers bekend in de oren klinken. Trucks is namelijk de neef van drummer Butch Trucks van de Allman Brothers Band. Al op vroege leeftijd blijkt Derek een talent op de slide gitaar te zijn: zijn eigen benadering van deze gitaartechniek zorgt ervoor dat hij op het podium klimt om mee te spelen met Bob Dylan, Buddy Guy, Joe Walsh, Stephen Stills en Allman Brothers Band. Het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone noemde Trucks één van de 100 invloedrijkste gitaristen aller tijden. Derek Trucks begint zijn muziekcarrière op negenjarige leeftijd. Hij krijgt van zijn moeder een tweedehands gitaar en leert zichzelf het instrument bespelen. Binnen een jaar speelt hij mee met muzikanten in de muziekscène van zijn woonplaats. De jaren die volgen zijn een muzikale leerschool voor Trucks. Zijn muzikale smaak strekt zich uit naar alle muziekgenres: van jazz tot rock; van blues tot oosterse muziek. In zijn gitaarspel zijn deze invloeden goed te horen: waar de slide guitar zich meestal leent voor de blues, tilt Trucks de muziek naar andere werelddelen. In 1999 wordt Trucks gevraagd om te komen spelen in de Allman Brothers Band. Daarnaast speelt hij ook in zijn eigen band: de Derek Trucks Band, die verder bestaat uit: Todd Smallie (bas, vocals), Kofi Burbridge (fluit, toetsen, vocals), Yonrico Scott (drums, percusie, vocals), Mike Mattison (vocalen) en Count M'Butu (congas, percussion). De band is continu bezig om hun muzikale grenzen te verkennen door het mengen van verschillende muziekgenres. Op de twee studioplaten: "Joyfull Noise"(2002) en "Soul Serenade" (2003), waren ook Greg Allman, Solomon Burke, Rahat Fateh Ali Khan, Rubén Blades en zijn echtgenote Susan Tedeschi te horen als zijn gastmuzikanten. In 2004 verscheen zijn liveplaat "Live at Georgia Theatre" en in 2006 "Songlines", allemaal weergaloze platen, waarvan "Songlines" misschien wel tot dusver de beste was. Met het nu verschenen "Already Free" bewijst The Derek Trucks Band echter dat het nog altijd beter kan, een plaat waarop Trucks zich wederom manifesteert als een briljant slide-gitarist, maar hij is meer dan dat. Op "Already Free" horen we een geweldige band aan het werk. Een band die de pannen van het dak kan spelen, maar die ook wat te zeggen heeft. Blues doordrenkt met gospel, jazz en rock en werkelijk fenomenaal gitaarwerk. "Already Free" bevat twaalf songs die niet alleen door de band geschreven zijn maar ook een aantal covers, en wederom bijgestaan door vrouwtje Susan, Doyle Bramhall II en een flinke blazerssectie werkt hij zich met zijn band op een zeer competente wijze door deze songs die allen overlopen muzikaal vakmanschap. Trucks heeft qua spel zeker wat meegekregen van Duane Allman alhoewel hij op sommige momenten ook als Lowell George klinkt, iets wat ook door de muziek komt die wel ergens tussen de Allmans en Little Feat in ligt, terwijl hij ook etnische invloeden door laat klinken. Zanger Mike Mattison laat meteen zijn vocale kunsten horen in de semi-obscure Dylan cover "Down In The Flood", "Get What You Deserve", en in het funky "Down Don’t Bother Me". Andere hoogtepunten zijn hiernaast: het Americana getinte "Our Love" met hier als zanger Doyle Bramhall II, "Back Where I Started" met Susan Tedeshi die hier vocaal uitblinkt en de Trucks slide gitaar showcase "I Know". In muzikaal opzicht is er niet zoveel veranderd, want het is nog altijd muziek die improviseren en soleren niet schuwt, zonder dat dit resulteert in eindeloos gesoleer of geïmproviseer. Kortom: Een lekkernij voor de echte fijnproever. Derek Trucks Band tourt binnenkort door Europa, zo zullen ze in April te zien zijn in, London, Sheffield, Manchester, Hamburg, Berlin, en Paris. Volgens hun tourschema is in de maand juli nog alles mogelijk, laat het ons hopen, Peer maybe.

Tracks:
01. Down In The Flood
02. Something To Make You Happy
03. Maybe This Time
04. Sweet Inspiration
05. Don’t Miss Me
06. Get What You Deserve
07. Our Love
08. Down Don’t Bother Me
09. Days Is Almost Gone
10. Back Where I Started
11. I Know
12. Already Free

25 JAAR BLUES PEER

BLUES PEER GAAT EXTRA LARGE

Het Belgium Rhythm ‘n’ Blues Festival is allerminst van plan zijn zilveren jubileumeditie ongemerkt te laten voorbijgaan. Onder het motto ’25 Years of Kings and Legends’ doen ze er voor deze feesteditie in Peer zelfs nog een flinke schep bovenop. De kers op de taart wordt een extra dag op maandag 20 juli. Voor de meesten een brugdag in aanloop naar de Nationale Feestdag en dus is er ruimte voor dat ‘ietsje meer’. De man die daarvoor werd aangetrokken
hoort zonder twijfel thuis in het rijtje koningen en legendes: JOHN FOGERTY. Wie hem niet kent van zijn soloplaten en hits als Rockin’ All Over The World en The Old Man Down Road heeft wellicht ooit wel eens van CREEDENCE CLEARWATER REVIVAL gehoord. Als frontman en songleverancier van deze hitmachine, was Fogerty verantwoordelijk voor onsterfelijke classics als Proud Mary, Bad Moon Rising, Green River, Who’ll Stop The Rain, Born On
The Bayou en Down On The Corner. Hebben ondertussen eveneens hun komst naar Peer bevestigd: Joe Bonamassa, The Derek Trucks Band, Mike Sanchez, Boo Boo Davis, Dede Priest, The Shiner T wins, Wolfpin en Moonshine Reunion.

Tot dusver ziet de line-up er als volgt uit:
• Vrijdag 17 juli:
Mike Sanchez, Dede Priest, Wolfpin, Moonshine Reunion
• Zaterdag 18 juli:
Steve Winwood, Joe Bonamassa, Hokie Joint, The Shiner Twins
• Zondag 19 juli:
Jeff Beck, John Mayall and The New Band, The Derek Trucks Band, Roger McGuinn, Boo Boo Davis, Lightnin’ Guy and The Mighty Gators
• Maandag 20 juli:
John Fogerty

Meer namen voor Blues Peer op 17, 18, 19 en 20 juli volgen spoedig. INFO

 


 

 

 

CLEM SNIDE
HUNGRY BIRD
Website Myspace
Label : Freeworld
Info : Bertus

 

 

Begin jaren ’90 ontstond in Boston een nieuwe groep onder de naam ‘Clem Snide’ die ontleend werd aan een typetje uit de novelle ‘Naked Lunch’ van William Burroughs. De originele bandleden waren Eric Paul, Jason Glasser en Eef Barzelay. Toen Barzelay naar New York verhuisde kwam er een periode van stilte rond Clem Snide tot hun eerste plaat “You Were A Diamond” werd uitgebracht en er meteen succes werd geoogst. Al snel volgden nog twee prachtige albums “Ghost Of Fashion” en “Your Favorite Music”. Hun muziek werd omschreven als ‘art country’. Toen Jason Glasser naar Parijs verhuisde hervormde Eef Barzelay de band met multi-instrumentalist Brendan Fitzpatrick en drummer Ben Martin. De vierde cd “Soft Spot” verscheen in 2002 en twee jaar later werd nummer 5 boven het doopvont gehouden onder de titel “End Of Love”. Na een periode van veel toeren en optreden begon Clem Snide in de studio van Lambchop-producer Mark Nevers in Nashville aan de opnames van een nieuwe cd “Hungry Bird”. Persoonlijke en financiële problemen overschaduwden deze opnamen, de groep splitte en het project werd ‘on hold’ gezet. Eef Barzelay bracht een soloalbum “Bitter Honey” uit en begon alleen op te treden. Maar onlangs besloot hij om met 2 andere muzikanten Tony Hamel en Roy Agee de onafgewerkte cd “Hungry Bird” te completeren zodat ze alsnog na 5 vijf jaar stilte op de markt kon worden gebracht als zesde en laatste cd ter afsluiting van een bijna twee decennia durende muzikale aanwezigheid van de formatie Clem Snide. De cd is een typerende verzameling liedjes voor deze groep: country- en folksongs met een donker kantje en een in romantische stemming verkerende Eef Barzelay aan de microfoon. Eén opvallende song is “Encounter At 3AM” waarin een ‘spoken word’ bijdrage te horen valt van de Pulitzer-prijs winnende dichter Franz Wright. De thema’s van de songteksten variëren weer van geloof, hoop, liefde tot overpeinzingen over de toekomst en de eerlijke expressie van zijn emoties krijgt ook weer vaak de bovenhand. Waarschijnlijk heeft Eef Barzelay ingezien dat het voortbestaan van de groep perfect in harmonie kan gebeuren met zijn succesvolle solocarrière want tegelijkertijd met deze Clem Snide-cd brengt hij ook een splinternieuwe soloplaat uit die “Lose Big” heet en elders op deze pagina’s besproken wordt. Standout-tracks zijn “Me No” waarin de groep probeert om ‘R.E.M.’ of ‘Snow Patrol’ naar de kroon te steken, “Born A Man” waarin we Adam Duritz van ‘Counting Crows’ menen te ontwaren, het eerder vermelde “Encounter At 3AM” over de geheime liefde van een oudere man voor een tienermeisje, het intieme “Our Time Will Come”, het 7 minuten durende etherische epos “Pray” en de meest typische Clem Snide-song “With All My Heart”. (valsam)


 

EEF BARZELAY
LOSE BIG
Website Myspace
Label : Freeworld
Info : Bertus

 

 

 

De stuwende kracht achter de alt.country groep ‘Clem Snide’ heet Eef Barzelay en werd geboren in Tel Aviv in Israël maar groeide op in de Amerikaanse staat New Jersey. Zijn eerste soloplaat “Bitter Honey” dateert uit 2006. Daarna schreef hij wat nummers voor een film ‘Rocket Science’ en toerde hij als solozanger in het voorprogramma van zijn goede vriend Ben Folds, de bekende pianist en singer-songwriter uit Nashville. Nu verschijnt zijn tweede soloabum op de platenmarkt onder de titel “Lose Big”. Deze plaat werd midden 2008 reeds een eerste keer uitgebracht op het ‘429 Records’-label maar krijgt nu een internationale release, inclusief 2 extra bonus tracks waaronder “I Love The Unknown” uit de soundtrack van ‘Rocket Science’ en een naaktere demo-versie van de song “Me No” die ook op het nieuwe album van Clem Snide te beluisteren valt. Over zijn activiteiten bij Clem Snide berichten we elders op deze pagina’s bij de bespreking van hun cd “Hungry Bird” maar ook als soloartiest drukt Eef Barzelay zijn stempel nadrukkelijk op alle 12 liedjes die op “Lose Big” te horen zijn. Qua stijl verschilt dit nauwelijks van wat hij bij Clem Snide aflevert: lyrische overpeinzingen over het leven, de liefde, de wereld en de vriendschap, soms gekruid met een portie ironie en sarcasme. Een beluistering van de liedjes bezorgt de luisteraar de indruk dat Barzelay wat autobiografische details in zijn eenvoudige maar vooral eerlijke songteksten heeft verwerkt. In een zeer creatieve bui schreef hij de helft van de songs op dit album in amper 4 dagen tijd. De swingende debuutsong “Could Be Worse” sluit het nauwst aan met het werk van Ben Folds en de op country geïnspireerde song “The Girls Don’t Care” toont een zanger die qua stem wat aanleunt bij onze eigen Stash. “Song For Batya” is een akoestische ballad die Eef Barzelay opdraagt aan zijn overleden moeder en gaat over het verlies van de persoon maar ook over het verlies van andere zaken als een job of een relatie. De liedjes zijn wat persoonlijker en intiemer dan voorheen en vertonen een hogere graad van maturiteit. Eén van de beste liedjes op dit album is de knap opgebouwde song “Apocalyptic Friend” waarin hij op spirituele wijze reflecteert over vriendschap en waarin een onweerstaanbaar geneuried melodietje verwerkt werd. Ook het wat absurd klinkende “Numerology” en de simpele gitaarballad “Make Another Tree” behoren tot het beste dat op “Lose Big” te beluisteren valt. De titeltrack is zeker niet het beste nummer maar de dubbele bodem in de songtitel zal wellicht de aanleiding geweest zijn om het album ook zo te noemen. “True Freedom” lijkt eerst een simpele akoestische gitaarsong te zijn maar inhoudelijk gaat het over een man die net een gans flesje pillen heeft achterovergeslagen en zijn nakende dood tegemoet ziet. Als songschrijver is Eef Barzelay een grote mijnheer en zijn herkenbare stem zorgt er voor dat een song van dit natuurtalent altijd een belevenis op zich zal blijven. “Lose Big” is een heel mooi plaatje van een man die ons zowel solo als met zijn groep Clem Snide zal blijven boeien. (valsam)


 

CARL VERHEYEN
TRADING 8’S
Website MySpace Contact
Label: Cranktone Entertainment Records
Distr.: Bertus
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Wanneer één van ’s werelds beste gitaristen, Carl Verheyen, zich de moeite troost om zijn grootste gitaaridolen rond zich te krijgen om hem bij te treden op zijn nieuw album, mag je gegarandeerd vuurwerk verwachten. De gitarist van Supertramp is niet alleen een zeer gegeerd studiomuzikant, het zal hem weinig moeite gekost hebben om gitaarvirtuozen als Joe Bonamassa, Scott Henderson, Steve Morse, Rick Vito, Robben Ford Jim Cox en last but not least Albert Lee aan zijn zijde te krijgen, want hij kan ook onder collega’s op de grootste erkenning rekenen. Op de hoes prijkt hij met zijn onafscheidelijke blauwe Fender Stratocaster, zijn lievelingsinstrument, dat hem de meeste mogelijkheden geeft om zijn breed klankenpalet te benutten. Carl schakelt als geen ander gitarist van de ene pickup naar de andere tijdens éénzelfde nummer en vermits een Strat de mogelijkheid bied om vijf verschillende standen te kiezen is de rekening snel gemaakt. Carl Verheyen is onmogelijk op één stijl vast te pinnen en dit om de simpele reden dat hij ze allemaal tot in de perfectie beheerst. Geen verrassingen voor hem dus en een gegrepen kans om muziek totaal van in de breedte te benaderen. Niets zo fijn als acht maten te verdelen onder muzikale vrienden in tien songs. De cocktail mag je gerust fenomenaal noemen. In de opener en stevige bluesrocker “Highway 27”, bindt Carl met zijn Strat de strijd aan met de Gibson Les Paul van Joe Bonamassa en denk maar niet dat hij het onderspit moet delven. “The Taxman” van een andere meesterlijke gitarist George Harrison, wordt in een reggaekleedje gestopt met een Steely Dan bijklank, maar deint in de solo met Scott Henderson zeer ver uit in jazzy toestanden. Mooi ingetogen, filmisch en romantisch klinkt “On Your Way” zijn duet met Steve Morse, terwijl hij solerend op gitaar in “Constant As The Wind” meer de experimentele rockklanken opzoekt en zijn op chorus drijvende stem de vlucht van een arend moet symboliseren. De plaat telt met “Higher Ground” een zeer mooi radiogevoelig en hartverwarmend nummer, opgedragen in steun aan de slachtoffers van de overstromingen in 2008 in The Midwest. Carl’s stem sluit perfect aan met de vocalen van Naomi Star, die in deze song de show steelt samen met het unieke slidegitaarwerk van Rick Vito. Helemaal van onze sokken worden we geblazen door de prachtige blues in mineur ,“New Year’s Day”, die perfect de enorme speelkwaliteiten illustreert van een Robben Ford, die het niet moet hebben van notengefreak, maar wel totaal gevoel weet te leggen in zijn spel, alsof hij door de snaren van zijn gitaar spreekt. Fenomenaal stukje clean instrumentaal gitaarwerk met een akoestische gitaar die afwisselend soleert met zijn elektrische tegenhanger, zowel in ritme als in solo, demonstreert Carl in “Henry’s Farm”. Deze song krijgt zelfs een tweede, meer abstracte versie in “Henry’s Farm # 2”, met een geweldige Jim Cox op piano. Als laatste gastgitarist mag Albert Lee zijn beste beentje voorzetten in “Country Girl”, een zeer soulvol nummer, dat in het refrein telkens van gedaante verwisselt in een stevige countryrocker waar Carl en Albert afwisselend hun virtuoze cowboylics mogen uitspreiden. “Trading 8’s” is een geniale en zeer afwisselende plaat geworden en must voor iedere gitaarliefhebber. Niet twijfelen, haast je naar de platenzaak om dit historisch document in huis te halen. (Blowfish)

 

CARL VERHEYEN LIVE
31 MAART 2009 - Verviers Spirit of ‘66

 


 

 

 

 

LAÏS LENSKI
Website Myspace Contact
Info: Greenhouse Talent
Label : Bang! Music

 

Jorunn Bauweraerts, Annelies Brosens en Nathalie Delcroix vormen al meer dan tien jaar het trio ‘Laïs” en zijn vooral bekend om hun unieke interpretaties van folkliedjes en hun als brave engeltjes klinkende samenzang. Simon Lenski anderzijds vergaarde plaatselijke roem als cellist bij de avant-gardeformatie ‘D.A.A.U.’ (‘Die Anarchistische Abentunderhaltung’). Voor het conceptalbum “Laïs Lenski” koppelden de drie dames van Laïs hun stemmen en hemels gezang aan het experimentele en soms mystiek klinkende cellogeluid van Simon Lenski. Het resultaat daarvan is een wat vreemd en onaards aandoende cd met tien nummers waarop Laïs in het Frans, het Engels en het Nederlands zingt (of eerder klanken uitstoot). Daarbij klinken ze af en toe als hoofse minnestrelen en een andere keer weer alsof ze in een operette hun nummertje staan op te voeren. “Laïs Lenko” is derhalve geen makkelijk schijfje geworden en zou misschien wel eens enkel voer voor vaste fans van de groep kunnen zijn. De sacrale klanken van de cello van Simon Lenski zijn ook hier soms zeer experimenteel te noemen en het neo-klassieke zangwerk van de drie dames is vaak etherisch, mysterieus en onconventioneel. De barokke gezangen in “The Cuckoo’s Cry” en in “I Tell My Beloved” en de mysterieuze stemmen in “Requiem”, “Hymne” en Désespéré” doen meermaals bevreemdend aan. Het geïmproviseerde “Liefdeskonkelarij” klinkt wat ijl in de verte gezongen en wordt vooral door de donkere cello van een duivelse muziek voorzien. “Zandberg” is woordenloze filmmuziek en de cover van Nico’s “All That Is My Own” is samen met het muziekloze a-cappella gezongen sluitstuk “Didn’t Leave Nobody But The Baby” van het makkelijkst in het gehoor liggende op deze plaat. Meerdere beluisteringen zullen noodzakelijk blijken maar eens dit achter de rug is zal je de pracht en praal van deze unieke muzikale samenwerking tussen Laïs en Simon Lenski toch vooral weten te appreciëren. (valsam)

Laïs/Lenski - CD-presentation
16 Apr 2009 - Zuiderpershuis - Antwerpen
Tickets via web site Zuiderpershuis

 


 

SOUTHERLY
STORYTELLER & THE GOSSIP COLUMNIST
Website Myspace Contact
Label : Arctic Rodeo Recordings
Info : Bertus VIDEO

 

 

Het instrumentale beginnummer “Visage Sans _Expression” uit de cd “Storyteller & The Gossip Columnist” van Krist Krueger’s alter-ego “Southerly” is eigenlijk niet representatief voor de muziek die later zal volgen op dit album. Het is een Balkansound-achtige sfeermuziekje met accordeon en heel mooi om later eventueel ergens als soundtrack voor een film dienst te doen. Maar het eerste gezongen nummer “Close To The Crime” geeft al veel meer aan wat we grotendeels op deze cd mogen verwachten. Melodieuze poprocksongs met overweldigende en theatrale orkestratie, zoals te horen valt in o.a. “How to Be A Dreamer”, “Cold Caller” en de nieuwe single “Dreams That Make Men Free” dat naar ons gevoelen de beste song uit deze cd is. Maar ook akoestisch weet ‘Southerly’ knap uit de hoek te komen, zowel op piano in de eerste single “Soldiers” als op akoestische gitaar in “Taking Stock”. In de pers vergelijkt men zijn orkestrale popsound met die van artiesten als Richard Ashcroft (van ‘The Verve’), Elliott Smith en zelfs Stuart Staples (van ‘Tindersticks’). Helemaal oneens kunnen we het daarmee niet zijn want deze ‘do-it-yourself’-artiest schrijft mooie nummers die hij ook mooi inzingt met zijn rauwe stem, die ons meermaals doet herinneren aan de klankkleur van Matt Berninger van ‘The National’. Maar ook instrumentaal weet ‘Southerly’ ons te bekoren zoals in “Visage Sans _Expression”, “Pistols In Paradise” of “For The Speechless Coward”. “Storyteller & the Gossip Columnist” is het tweede album van ‘Southerly’ na de debuutplaat “Best Dressed And _Expressionless” dat destijds nog geheel door Krist Krueger in zijn eentje werd opgenomen en na enkele ep-tjes op de markt verscheen. De uit het Amerikaanse Portland stammende Krist Krueger begon in 2003 met het schrijven van melodieuze liedjes en directe, oprechte teksten. Voor dit nieuwe album verzamelde hij een groep muzikanten om zich heen die de sound van het album rijk ingekleurd hebben met hun strijk- en blaasinstrumenten. Met deze grotere groep zal hij ook een uitgebreide Amerikaanse en Europese tournee gaan maken die hem en zijn muziek een bredere bekendheid zal moeten gaan opleveren. (valsam)


 

DAVID MUNYON
BIG SHOES
Website Myspace
Label: Stockfisch Records

 

David "Jumper" Munyon komt uit Midland City, Alabama en is een legende op singer songwriters gebied. Zijn teksten, zijn gitaar en zijn stem doen het werk. Hij is een eenzame held, een aantoonbaar bewijs van een tekstschrijver die zijn muzikale eindbestemming op de toekomst heeft gericht. Ondanks, of juist door, zijn ecologische visie en religieuze levensbeschouwingen is David Munyon op dit ogenblik nogal in trek in de singer-songwriterwereld. Lang woonde hij samen met zijn vrouw Dixie, in een trailer, een afdankertje van Hank Williams, in Alabama. Zijn werk is uitgebracht op Glitterhouse-, Stockfisch- en het Mobile Home label. Sinds 1993 brengt hij zijn platen uit, die soms niet eens in de winkel, maar louter via internet te bestellen zijn. Zelf stond hij afgelopen jaren op het podium samen met mensen als Bill Monroe, Suzanne Vega, Richie Havens, The Band, The Drifters, Terry Lee Hale, Joseph Parsons, Danial Putnam Green, Warren Haynes, Gene Gillespie, etc. Munyon is zo'n excentrieke singer-songwriter die het nog moet doen met een handvol fans, maar als apostelen verspreiden die zijn woord. Dit moois moet met iedereen gedeeld worden! Ook in Rootstime lieten wij vorige jaren de lofzang voor deze artiest al horen, voor zijn laatste albums. Reeds vanaf zijn debuut "Code Name: Jumper" (1993) heeft de excentrieke singer-songwriter zich een warme plek in ons hart veroverd. Dit is een wereldplaat waarop David de gelukkige bezitters van dit album op het puntje van de stoel doet zitten. De cd werd opgenomen met een backing bestaande uit Warren Haynes (Allman Bros.), Matt Rollings (Lyle Lovett), Lee Sklar (CSN&Y) en Anthony Crawford (Neil Young), en biedt vooral meer uiterst rustige, onderkoelde liedjes. Maar anno 2009 en zovele albums verder, komt de legendarische Munyon eindelijk terug naar Europa om zijn nieuwe album te promoten: "Big Shoes", met hierop een erg interessante collectie van grote en bekende klassiekers uit de Rock en Roll geschiedenis. Jawel een coverplaat gefabriceerd op Munyon’s vroegere Stockfish label.

Laat het vooraf duidelijk zijn: coverplaten kunnen ons maar matig bekoren. Ze willen te vaak iets verbergen: een impasse, writer's block, de verplichting om aan de slotakkoorden van een contract te voldoen. Of ze zijn een vluggertje tussendoor, to keep the customer satisfied. Dit is dan ook geen échte coverplaat, ondanks de uiterlijke schijn. Het hangt van de teksten af of u de nummers herkent, zo ver staan ze van het origineel. Zoals ook Bob Dylan, vanwie hij hier het nummer "Forever Young" covert, tijdens zijn optredens zijn eigen klassiekers onherkenbaar maakt, zo vindt Munyon op "Big Shoes", de songs telkens opnieuw uit. En het zijn niet de minsten van wie hij de liedjes aldus stript en (schaars) heraankleedt: Tom Waits "Ol´55", John Fogerty's "Who´ll Stop The Rain", Neil Young's "Sugar Mountain", Tom Petty's "Louisiana Rain", Cat Stevens "Father And Son", Prince's "Purple Rain", Bruce Springsteen's "Atlantic City" en vele anderen, geen nieuwe liedjes van eigen hand, maar een eerbetoon aan deze singer- songwriters die hem door de jaren wisten te beïnvloeden. Munyon wordt op deze plaat bijgestaan door tal van artiesten, met onder anderen Ian Melrose (gitaar), Martin Huch (gitaar, pedal steel, dobro), Siard de Jong (viool), Grischka Zepf (bas) naast een aantal gastmuzikanten die hier en daar wat accenten toevoegen. Kaal is het adjectief dat het beste bij de uitvoeringen past: Munyon haalt het tempo eruit en maakt van zijn covers donkere, slepende, moderne blues. Niettemin bijzonder krachtig! Luister maar eens naar John Lennon’s "Imagine" dat hij hier van een nieuw elan probeert te voorzien. In alle 16 songs blijft hij vooral zichzelf, en is zijn gekende melancholie niet verdwenen. We hebben hier dus een zeer sterke coverplaat. Onze plicht dus om David "Jumper" Munyon op zijn beurt eens te verwennen door massaal zijn album te kopen. De melancholie is uiteraard nog niet verdwenen, die is immers aanwezig zowel in zang als in de songs, de kenmerkende stijl van Munyon. "Big Shoes", is een plaat die een diepe indruk maakt, een plaat die blijft groeien en zo mogelijk alleen maar beter wordt.

TRACKS:
Ol´55 (Tom Waits)
Who´ll Stop The Rain (John Fogerty)
Imagine (John Lennon)
Sugar Mountain (Neil Young)
Louisiana Rain (Tom Petty)
A Hard Rain´s A-gonna Fall (Bob Dylan)
Father And Son (Cat Stevens)
500 Miles (Hedy West)
Purple Rain (Prince)
Hello In There (John Prine)
Forever Young (Bob Dylan)
Fire And Rain (James Taylor)
Yesterday (John Lennon/Paul McCartney)
Angel From Montgomery (John Prine)
Atlantic City (Bruce Springsteen)
Industry (Lee Clayton)

 

DAVID MUNYON LIVE


27.03.09 - Toogenblik, Haren
28.03.09 – Diksmuide/B – "De Gevallen Engel"

29.03.09 – Ieper/B – "Les Halles"
30.03.09 – Eindhoven/NL – "Meneer Frits"