ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
THE DEREK TRUCKS BAND - ALREADY FREE
CLEM SNIDE - HUNGRY BIRD
EEF BARZELAY - LOSE BIG
CARL VERHEYEN - TRADING 8’S
LAÏS LENSKI - LAÏS LENSKI
SOUTHERLY - STORYTELLER & THE GOSSIP COLUMNIST
DAVID MUNYON - BIG SHOES

THE
DEREK TRUCKS BAND
ALREADY FREE
Website
Label: Victor Records
Distr.: Sony Music Entertainment
De
Derek Trucks Band is niet zoals de naam doet vermoeden een band waar DerekTrucks
de baas is, maar een groep waarin de rol van alle muzikanten even belangrijk
is. De achternaam Trucks zal muziekliefhebbers bekend in de oren klinken. Trucks
is namelijk de neef van drummer Butch Trucks van de Allman Brothers Band. Al
op vroege leeftijd blijkt Derek een talent op de slide gitaar te zijn: zijn
eigen benadering van deze gitaartechniek zorgt ervoor dat hij op het podium
klimt om mee te spelen met Bob Dylan, Buddy Guy, Joe Walsh, Stephen Stills en
Allman Brothers Band. Het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone noemde Trucks
één van de 100 invloedrijkste gitaristen aller tijden. Derek Trucks
begint zijn muziekcarrière op negenjarige leeftijd. Hij krijgt van zijn
moeder een tweedehands gitaar en leert zichzelf het instrument bespelen. Binnen
een jaar speelt hij mee met muzikanten in de muziekscène van zijn woonplaats.
De jaren die volgen zijn een muzikale leerschool voor Trucks. Zijn muzikale
smaak strekt zich uit naar alle muziekgenres: van jazz tot rock; van blues tot
oosterse muziek. In zijn gitaarspel zijn deze invloeden goed te horen: waar
de slide guitar zich meestal leent voor de blues, tilt Trucks de muziek naar
andere werelddelen. In 1999 wordt Trucks gevraagd om te komen spelen in de Allman
Brothers Band. Daarnaast speelt hij ook in zijn eigen band: de Derek Trucks
Band, die verder bestaat uit: Todd Smallie (bas, vocals), Kofi Burbridge (fluit,
toetsen, vocals), Yonrico Scott (drums, percusie, vocals), Mike Mattison (vocalen)
en Count M'Butu (congas, percussion). De band is continu bezig om hun muzikale
grenzen te verkennen door het mengen van verschillende muziekgenres. Op de twee
studioplaten: "Joyfull Noise"(2002) en "Soul Serenade" (2003),
waren ook Greg Allman, Solomon Burke, Rahat Fateh Ali Khan, Rubén Blades
en zijn echtgenote Susan Tedeschi te horen als zijn gastmuzikanten. In 2004
verscheen zijn liveplaat "Live at Georgia Theatre" en in 2006 "Songlines",
allemaal weergaloze platen, waarvan "Songlines" misschien wel tot
dusver de beste was. Met het nu verschenen "Already Free" bewijst
The Derek Trucks Band echter dat het nog altijd beter kan, een plaat waarop
Trucks zich wederom manifesteert als een briljant slide-gitarist, maar hij is
meer dan dat. Op "Already Free" horen we een geweldige band aan het
werk. Een band die de pannen van het dak kan spelen, maar die ook wat te zeggen
heeft. Blues doordrenkt met gospel, jazz en rock en werkelijk fenomenaal gitaarwerk.
"Already Free" bevat twaalf songs die niet alleen door de band geschreven
zijn maar ook een aantal covers, en wederom bijgestaan door vrouwtje Susan,
Doyle Bramhall II en een flinke blazerssectie werkt hij zich met zijn band op
een zeer competente wijze door deze songs die allen overlopen muzikaal vakmanschap.
Trucks heeft qua spel zeker wat meegekregen van Duane Allman alhoewel hij op
sommige momenten ook als Lowell George klinkt, iets wat ook door de muziek komt
die wel ergens tussen de Allmans en Little Feat in ligt, terwijl hij ook etnische
invloeden door laat klinken. Zanger Mike Mattison laat meteen zijn vocale kunsten
horen in de semi-obscure Dylan cover "Down In The Flood", "Get
What You Deserve", en in het funky "Down Don’t Bother Me".
Andere hoogtepunten zijn hiernaast: het Americana getinte "Our Love"
met hier als zanger Doyle Bramhall II, "Back Where I Started" met
Susan Tedeshi die hier vocaal uitblinkt en de Trucks slide gitaar showcase "I
Know". In muzikaal opzicht is er niet zoveel veranderd, want het is nog
altijd muziek die improviseren en soleren niet schuwt, zonder dat dit resulteert
in eindeloos gesoleer of geïmproviseer. Kortom: Een lekkernij voor de echte
fijnproever. Derek Trucks Band tourt binnenkort door Europa, zo zullen ze in
April te zien zijn in, London, Sheffield, Manchester, Hamburg, Berlin, en Paris.
Volgens hun tourschema is in de maand juli nog alles mogelijk, laat het ons
hopen, Peer maybe.
Tracks:
01. Down In The Flood
02. Something To Make You Happy
03. Maybe This Time
04. Sweet Inspiration
05. Don’t Miss Me
06. Get What You Deserve
07. Our Love
08. Down Don’t Bother Me
09. Days Is Almost Gone
10. Back Where I Started
11. I Know
12. Already Free
25 JAAR BLUES PEER BLUES PEER GAAT EXTRA LARGE Het
Belgium Rhythm ‘n’ Blues Festival is allerminst van plan zijn
zilveren jubileumeditie ongemerkt te laten voorbijgaan. Onder het motto
’25 Years of Kings and Legends’ doen ze er voor deze feesteditie
in Peer zelfs nog een flinke schep bovenop. De kers op de taart wordt
een extra dag op maandag 20 juli. Voor de meesten een brugdag in aanloop
naar de Nationale Feestdag en dus is er ruimte voor dat ‘ietsje
meer’. De man die daarvoor werd aangetrokken Tot
dusver ziet de line-up er als volgt uit: Meer namen voor Blues Peer op 17, 18, 19 en 20 juli volgen spoedig. INFO |

CLEM
SNIDE
HUNGRY BIRD
Website Myspace
Label : Freeworld
Info : Bertus
Begin
jaren ’90 ontstond in Boston een nieuwe groep onder de naam ‘Clem
Snide’ die ontleend werd aan een typetje uit de novelle ‘Naked Lunch’
van William Burroughs. De originele bandleden waren Eric Paul, Jason Glasser
en Eef Barzelay. Toen Barzelay naar New York verhuisde kwam er een periode van
stilte rond Clem Snide tot hun eerste plaat “You Were A Diamond”
werd uitgebracht en er meteen succes werd geoogst. Al snel volgden nog twee
prachtige albums “Ghost Of Fashion” en “Your Favorite Music”.
Hun muziek werd omschreven als ‘art country’. Toen Jason Glasser
naar Parijs verhuisde hervormde Eef Barzelay de band met multi-instrumentalist
Brendan Fitzpatrick en drummer Ben Martin. De vierde cd “Soft Spot”
verscheen in 2002 en twee jaar later werd nummer 5 boven het doopvont gehouden
onder de titel “End Of Love”. Na een periode van veel toeren en
optreden begon Clem Snide in de studio van Lambchop-producer Mark Nevers in
Nashville aan de opnames van een nieuwe cd “Hungry Bird”. Persoonlijke
en financiële problemen overschaduwden deze opnamen, de groep splitte en
het project werd ‘on hold’ gezet. Eef Barzelay bracht een soloalbum
“Bitter Honey” uit en begon alleen op te treden. Maar onlangs besloot
hij om met 2 andere muzikanten Tony Hamel en Roy Agee de onafgewerkte cd “Hungry
Bird” te completeren zodat ze alsnog na 5 vijf jaar stilte op de markt
kon worden gebracht als zesde en laatste cd ter afsluiting van een bijna twee
decennia durende muzikale aanwezigheid van de formatie Clem Snide. De cd is
een typerende verzameling liedjes voor deze groep: country- en folksongs met
een donker kantje en een in romantische stemming verkerende Eef Barzelay aan
de microfoon. Eén opvallende song is “Encounter At 3AM” waarin
een ‘spoken word’ bijdrage te horen valt van de Pulitzer-prijs winnende
dichter Franz Wright. De thema’s van de songteksten variëren weer
van geloof, hoop, liefde tot overpeinzingen over de toekomst en de eerlijke
expressie van zijn emoties krijgt ook weer vaak de bovenhand. Waarschijnlijk
heeft Eef Barzelay ingezien dat het voortbestaan van de groep perfect in harmonie
kan gebeuren met zijn succesvolle solocarrière want tegelijkertijd met
deze Clem Snide-cd brengt hij ook een splinternieuwe soloplaat uit die “Lose
Big” heet en elders op deze pagina’s besproken wordt. Standout-tracks
zijn “Me No” waarin de groep probeert om ‘R.E.M.’ of
‘Snow Patrol’ naar de kroon te steken, “Born A Man”
waarin we Adam Duritz van ‘Counting Crows’ menen te ontwaren, het
eerder vermelde “Encounter At 3AM” over de geheime liefde van een
oudere man voor een tienermeisje, het intieme “Our Time Will Come”,
het 7 minuten durende etherische epos “Pray” en de meest typische
Clem Snide-song “With All My Heart”. (valsam)

EEF
BARZELAY
LOSE BIG
Website Myspace
Label : Freeworld
Info : Bertus
De
stuwende kracht achter de alt.country groep ‘Clem Snide’ heet Eef
Barzelay en werd geboren in Tel Aviv in Israël maar groeide op in de Amerikaanse
staat New Jersey. Zijn eerste soloplaat “Bitter Honey” dateert uit
2006. Daarna schreef hij wat nummers voor een film ‘Rocket Science’
en toerde hij als solozanger in het voorprogramma van zijn goede vriend Ben
Folds, de bekende pianist en singer-songwriter uit Nashville. Nu verschijnt
zijn tweede soloabum op de platenmarkt onder de titel “Lose Big”.
Deze plaat werd midden 2008 reeds een eerste keer uitgebracht op het ‘429
Records’-label maar krijgt nu een internationale release, inclusief 2
extra bonus tracks waaronder “I Love The Unknown” uit de soundtrack
van ‘Rocket Science’ en een naaktere demo-versie van de song “Me
No” die ook op het nieuwe album van Clem Snide te beluisteren valt. Over
zijn activiteiten bij Clem Snide berichten we elders op deze pagina’s
bij de bespreking van hun cd “Hungry Bird” maar ook als soloartiest
drukt Eef Barzelay zijn stempel nadrukkelijk op alle 12 liedjes die op “Lose
Big” te horen zijn. Qua stijl verschilt dit nauwelijks van wat hij bij
Clem Snide aflevert: lyrische overpeinzingen over het leven, de liefde, de wereld
en de vriendschap, soms gekruid met een portie ironie en sarcasme. Een beluistering
van de liedjes bezorgt de luisteraar de indruk dat Barzelay wat autobiografische
details in zijn eenvoudige maar vooral eerlijke songteksten heeft verwerkt.
In een zeer creatieve bui schreef hij de helft van de songs op dit album in
amper 4 dagen tijd. De swingende debuutsong “Could Be Worse” sluit
het nauwst aan met het werk van Ben Folds en de op country geïnspireerde
song “The Girls Don’t Care” toont een zanger die qua stem
wat aanleunt bij onze eigen Stash. “Song For Batya” is een akoestische
ballad die Eef Barzelay opdraagt aan zijn overleden moeder en gaat over het
verlies van de persoon maar ook over het verlies van andere zaken als een job
of een relatie. De liedjes zijn wat persoonlijker en intiemer dan voorheen en
vertonen een hogere graad van maturiteit. Eén van de beste liedjes op
dit album is de knap opgebouwde song “Apocalyptic Friend” waarin
hij op spirituele wijze reflecteert over vriendschap en waarin een onweerstaanbaar
geneuried melodietje verwerkt werd. Ook het wat absurd klinkende “Numerology”
en de simpele gitaarballad “Make Another Tree” behoren tot het beste
dat op “Lose Big” te beluisteren valt. De titeltrack is zeker niet
het beste nummer maar de dubbele bodem in de songtitel zal wellicht de aanleiding
geweest zijn om het album ook zo te noemen. “True Freedom” lijkt
eerst een simpele akoestische gitaarsong te zijn maar inhoudelijk gaat het over
een man die net een gans flesje pillen heeft achterovergeslagen en zijn nakende
dood tegemoet ziet. Als songschrijver is Eef Barzelay een grote mijnheer en
zijn herkenbare stem zorgt er voor dat een song van dit natuurtalent altijd
een belevenis op zich zal blijven. “Lose Big” is een heel mooi plaatje
van een man die ons zowel solo als met zijn groep Clem Snide zal blijven boeien.
(valsam)

CARL
VERHEYEN
TRADING 8’S
Website MySpace
Contact
Label: Cranktone Entertainment Records
Distr.: Bertus
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO
3
Wanneer
één van ’s werelds beste gitaristen, Carl Verheyen, zich
de moeite troost om zijn grootste gitaaridolen rond zich te krijgen om hem bij
te treden op zijn nieuw album, mag je gegarandeerd vuurwerk verwachten. De gitarist
van Supertramp is niet alleen een zeer gegeerd studiomuzikant, het zal hem weinig
moeite gekost hebben om gitaarvirtuozen als Joe Bonamassa, Scott Henderson,
Steve Morse, Rick Vito, Robben Ford Jim Cox en last but not least Albert Lee
aan zijn zijde te krijgen, want hij kan ook onder collega’s op de grootste
erkenning rekenen. Op de hoes prijkt hij met zijn onafscheidelijke blauwe Fender
Stratocaster, zijn lievelingsinstrument, dat hem de meeste mogelijkheden geeft
om zijn breed klankenpalet te benutten. Carl schakelt als geen ander gitarist
van de ene pickup naar de andere tijdens éénzelfde nummer en vermits
een Strat de mogelijkheid bied om vijf verschillende standen te kiezen is de
rekening snel gemaakt. Carl Verheyen is onmogelijk op één stijl
vast te pinnen en dit om de simpele reden dat hij ze allemaal tot in de perfectie
beheerst. Geen verrassingen voor hem dus en een gegrepen kans om muziek totaal
van in de breedte te benaderen. Niets zo fijn als acht maten te verdelen onder
muzikale vrienden in tien songs. De cocktail mag je gerust fenomenaal noemen.
In de opener en stevige bluesrocker “Highway 27”, bindt Carl met
zijn Strat de strijd aan met de Gibson Les Paul van Joe Bonamassa en denk maar
niet dat hij het onderspit moet delven. “The Taxman” van een andere
meesterlijke gitarist George Harrison, wordt in een reggaekleedje gestopt met
een Steely Dan bijklank, maar deint in de solo met Scott Henderson zeer ver
uit in jazzy toestanden. Mooi ingetogen, filmisch en romantisch klinkt “On
Your Way” zijn duet met Steve Morse, terwijl hij solerend op gitaar in
“Constant As The Wind” meer de experimentele rockklanken opzoekt
en zijn op chorus drijvende stem de vlucht van een arend moet symboliseren.
De plaat telt met “Higher Ground” een zeer mooi radiogevoelig en
hartverwarmend nummer, opgedragen in steun aan de slachtoffers van de overstromingen
in 2008 in The Midwest. Carl’s stem sluit perfect aan met de vocalen van
Naomi Star, die in deze song de show steelt samen met het unieke slidegitaarwerk
van Rick Vito. Helemaal van onze sokken worden we geblazen door de prachtige
blues in mineur ,“New Year’s Day”, die perfect de enorme speelkwaliteiten
illustreert van een Robben Ford, die het niet moet hebben van notengefreak,
maar wel totaal gevoel weet te leggen in zijn spel, alsof hij door de snaren
van zijn gitaar spreekt. Fenomenaal stukje clean instrumentaal gitaarwerk met
een akoestische gitaar die afwisselend soleert met zijn elektrische tegenhanger,
zowel in ritme als in solo, demonstreert Carl in “Henry’s Farm”.
Deze song krijgt zelfs een tweede, meer abstracte versie in “Henry’s
Farm # 2”, met een geweldige Jim Cox op piano. Als laatste gastgitarist
mag Albert Lee zijn beste beentje voorzetten in “Country Girl”,
een zeer soulvol nummer, dat in het refrein telkens van gedaante verwisselt
in een stevige countryrocker waar Carl en Albert afwisselend hun virtuoze cowboylics
mogen uitspreiden. “Trading 8’s” is een geniale en zeer afwisselende
plaat geworden en must voor iedere gitaarliefhebber. Niet twijfelen, haast je
naar de platenzaak om dit historisch document in huis te halen. (Blowfish)
CARL VERHEYEN LIVE |

LAÏS
LENSKI
Website Myspace
Contact
Info: Greenhouse Talent
Label : Bang! Music
Jorunn
Bauweraerts, Annelies Brosens en Nathalie Delcroix vormen al meer dan tien jaar
het trio ‘Laïs” en zijn vooral bekend om hun unieke interpretaties
van folkliedjes en hun als brave engeltjes klinkende samenzang. Simon Lenski
anderzijds vergaarde plaatselijke roem als cellist bij de avant-gardeformatie
‘D.A.A.U.’ (‘Die Anarchistische Abentunderhaltung’).
Voor het conceptalbum “Laïs Lenski” koppelden de drie dames
van Laïs hun stemmen en hemels gezang aan het experimentele en soms mystiek
klinkende cellogeluid van Simon Lenski. Het resultaat daarvan is een wat vreemd
en onaards aandoende cd met tien nummers waarop Laïs in het Frans, het
Engels en het Nederlands zingt (of eerder klanken uitstoot). Daarbij klinken
ze af en toe als hoofse minnestrelen en een andere keer weer alsof ze in een
operette hun nummertje staan op te voeren. “Laïs Lenko” is
derhalve geen makkelijk schijfje geworden en zou misschien wel eens enkel voer
voor vaste fans van de groep kunnen zijn. De sacrale klanken van de cello van
Simon Lenski zijn ook hier soms zeer experimenteel te noemen en het neo-klassieke
zangwerk van de drie dames is vaak etherisch, mysterieus en onconventioneel.
De barokke gezangen in “The Cuckoo’s Cry” en in “I Tell
My Beloved” en de mysterieuze stemmen in “Requiem”, “Hymne”
en Désespéré” doen meermaals bevreemdend aan. Het
geïmproviseerde “Liefdeskonkelarij” klinkt wat ijl in de verte
gezongen en wordt vooral door de donkere cello van een duivelse muziek voorzien.
“Zandberg” is woordenloze filmmuziek en de cover van Nico’s
“All That Is My Own” is samen met het muziekloze a-cappella gezongen
sluitstuk “Didn’t Leave Nobody But The Baby” van het makkelijkst
in het gehoor liggende op deze plaat. Meerdere beluisteringen zullen noodzakelijk
blijken maar eens dit achter de rug is zal je de pracht en praal van deze unieke
muzikale samenwerking tussen Laïs en Simon Lenski toch vooral weten te
appreciëren. (valsam)
Laïs/Lenski
- CD-presentation 16 Apr 2009 - Zuiderpershuis - Antwerpen Tickets via web site Zuiderpershuis |

SOUTHERLY
STORYTELLER & THE GOSSIP COLUMNIST
Website Myspace
Contact
Label : Arctic Rodeo Recordings
Info : Bertus VIDEO
Het
instrumentale beginnummer “Visage Sans _Expression” uit de cd “Storyteller
& The Gossip Columnist” van Krist Krueger’s alter-ego “Southerly”
is eigenlijk niet representatief voor de muziek die later zal volgen op dit
album. Het is een Balkansound-achtige sfeermuziekje met accordeon en heel mooi
om later eventueel ergens als soundtrack voor een film dienst te doen. Maar
het eerste gezongen nummer “Close To The Crime” geeft al veel meer
aan wat we grotendeels op deze cd mogen verwachten. Melodieuze poprocksongs
met overweldigende en theatrale orkestratie, zoals te horen valt in o.a. “How
to Be A Dreamer”, “Cold Caller” en de nieuwe single “Dreams
That Make Men Free” dat naar ons gevoelen de beste song uit deze cd is.
Maar ook akoestisch weet ‘Southerly’ knap uit de hoek te komen,
zowel op piano in de eerste single “Soldiers” als op akoestische
gitaar in “Taking Stock”. In de pers vergelijkt men zijn orkestrale
popsound met die van artiesten als Richard Ashcroft (van ‘The Verve’),
Elliott Smith en zelfs Stuart Staples (van ‘Tindersticks’). Helemaal
oneens kunnen we het daarmee niet zijn want deze ‘do-it-yourself’-artiest
schrijft mooie nummers die hij ook mooi inzingt met zijn rauwe stem, die ons
meermaals doet herinneren aan de klankkleur van Matt Berninger van ‘The
National’. Maar ook instrumentaal weet ‘Southerly’ ons te
bekoren zoals in “Visage Sans _Expression”, “Pistols In Paradise”
of “For The Speechless Coward”. “Storyteller & the Gossip
Columnist” is het tweede album van ‘Southerly’ na de debuutplaat
“Best Dressed And _Expressionless” dat destijds nog geheel door
Krist Krueger in zijn eentje werd opgenomen en na enkele ep-tjes op de markt
verscheen. De uit het Amerikaanse Portland stammende Krist Krueger begon in
2003 met het schrijven van melodieuze liedjes en directe, oprechte teksten.
Voor dit nieuwe album verzamelde hij een groep muzikanten om zich heen die de
sound van het album rijk ingekleurd hebben met hun strijk- en blaasinstrumenten.
Met deze grotere groep zal hij ook een uitgebreide Amerikaanse en Europese tournee
gaan maken die hem en zijn muziek een bredere bekendheid zal moeten gaan opleveren.
(valsam)

DAVID
MUNYON
BIG SHOES
Website Myspace
Label: Stockfisch Records
David
"Jumper" Munyon komt uit Midland City, Alabama en is een legende op
singer songwriters gebied. Zijn teksten, zijn gitaar en zijn stem doen het werk.
Hij is een eenzame held, een aantoonbaar bewijs van een tekstschrijver die zijn
muzikale eindbestemming op de toekomst heeft gericht. Ondanks, of juist door,
zijn ecologische visie en religieuze levensbeschouwingen is David Munyon op
dit ogenblik nogal in trek in de singer-songwriterwereld. Lang woonde hij samen
met zijn vrouw Dixie, in een trailer, een afdankertje van Hank Williams, in
Alabama. Zijn werk is uitgebracht op Glitterhouse-, Stockfisch- en het Mobile
Home label. Sinds 1993 brengt hij zijn platen uit, die soms niet eens in de
winkel, maar louter via internet te bestellen zijn. Zelf stond hij afgelopen
jaren op het podium samen met mensen als Bill Monroe, Suzanne Vega, Richie Havens,
The Band, The Drifters, Terry Lee Hale, Joseph Parsons, Danial Putnam Green,
Warren Haynes, Gene Gillespie, etc. Munyon is zo'n excentrieke singer-songwriter
die het nog moet doen met een handvol fans, maar als apostelen verspreiden die
zijn woord. Dit moois moet met iedereen gedeeld worden! Ook in Rootstime lieten
wij vorige jaren de lofzang voor deze artiest al horen, voor zijn laatste albums.
Reeds vanaf zijn debuut "Code Name: Jumper" (1993) heeft de excentrieke
singer-songwriter zich een warme plek in ons hart veroverd. Dit is een wereldplaat
waarop David de gelukkige bezitters van dit album op het puntje van de stoel
doet zitten. De cd werd opgenomen met een backing bestaande uit Warren Haynes
(Allman Bros.), Matt Rollings (Lyle Lovett), Lee Sklar (CSN&Y) en Anthony
Crawford (Neil Young), en biedt vooral meer uiterst rustige, onderkoelde liedjes.
Maar anno 2009 en zovele albums verder, komt de legendarische Munyon eindelijk
terug naar Europa om zijn nieuwe album te promoten: "Big Shoes", met
hierop een erg interessante collectie van grote en bekende klassiekers uit de
Rock en Roll geschiedenis. Jawel een coverplaat gefabriceerd op Munyon’s
vroegere Stockfish label.
Laat het vooraf duidelijk zijn: coverplaten kunnen ons maar matig bekoren. Ze willen te vaak iets verbergen: een impasse, writer's block, de verplichting om aan de slotakkoorden van een contract te voldoen. Of ze zijn een vluggertje tussendoor, to keep the customer satisfied. Dit is dan ook geen échte coverplaat, ondanks de uiterlijke schijn. Het hangt van de teksten af of u de nummers herkent, zo ver staan ze van het origineel. Zoals ook Bob Dylan, vanwie hij hier het nummer "Forever Young" covert, tijdens zijn optredens zijn eigen klassiekers onherkenbaar maakt, zo vindt Munyon op "Big Shoes", de songs telkens opnieuw uit. En het zijn niet de minsten van wie hij de liedjes aldus stript en (schaars) heraankleedt: Tom Waits "Ol´55", John Fogerty's "Who´ll Stop The Rain", Neil Young's "Sugar Mountain", Tom Petty's "Louisiana Rain", Cat Stevens "Father And Son", Prince's "Purple Rain", Bruce Springsteen's "Atlantic City" en vele anderen, geen nieuwe liedjes van eigen hand, maar een eerbetoon aan deze singer- songwriters die hem door de jaren wisten te beïnvloeden. Munyon wordt op deze plaat bijgestaan door tal van artiesten, met onder anderen Ian Melrose (gitaar), Martin Huch (gitaar, pedal steel, dobro), Siard de Jong (viool), Grischka Zepf (bas) naast een aantal gastmuzikanten die hier en daar wat accenten toevoegen. Kaal is het adjectief dat het beste bij de uitvoeringen past: Munyon haalt het tempo eruit en maakt van zijn covers donkere, slepende, moderne blues. Niettemin bijzonder krachtig! Luister maar eens naar John Lennon’s "Imagine" dat hij hier van een nieuw elan probeert te voorzien. In alle 16 songs blijft hij vooral zichzelf, en is zijn gekende melancholie niet verdwenen. We hebben hier dus een zeer sterke coverplaat. Onze plicht dus om David "Jumper" Munyon op zijn beurt eens te verwennen door massaal zijn album te kopen. De melancholie is uiteraard nog niet verdwenen, die is immers aanwezig zowel in zang als in de songs, de kenmerkende stijl van Munyon. "Big Shoes", is een plaat die een diepe indruk maakt, een plaat die blijft groeien en zo mogelijk alleen maar beter wordt.
TRACKS:
Ol´55 (Tom Waits)
Who´ll Stop The Rain (John Fogerty)
Imagine (John Lennon)
Sugar Mountain (Neil Young)
Louisiana Rain (Tom Petty)
A Hard Rain´s A-gonna Fall (Bob Dylan)
Father And Son (Cat Stevens)
500 Miles (Hedy West)
Purple Rain (Prince)
Hello In There (John Prine)
Forever Young (Bob Dylan)
Fire And Rain (James Taylor)
Yesterday (John Lennon/Paul McCartney)
Angel From Montgomery (John Prine)
Atlantic City (Bruce Springsteen)
Industry (Lee Clayton)
DAVID MUNYON LIVE
29.03.09
– Ieper/B – "Les Halles"
|