ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

BEN KWELLER - CHANGING HORSES

HIGHTIDE BLUES - LOVE COME EASY

RICHARD LINDGREN - A MAN YOU CAN HATE

KRISTINA OLSEN - QUIET BLUE

CONNOR CHRISTIAN AND SOUTHERN GOTHIC - 90 PROOF LULLABIES

MATYAS PRIBOJSZKI BAND - HOW MANY MORE

ADRIEN SALA - DIAMOND IN THE MIND

DEAN OWENS - WHISKEY HEARTS

GREG HARRIS - THE RECORD

KENNY NEAL - LET LIFE FLOW

 


 

BEN KWELLER
CHANGING HORSES
Website Myspace Contact
Label : ATO Records
Info : Rough Trade

 

 

De nu 27-jarige Ben Kweller werd in San Francisco geboren maar verhuisde al gauw samen met zijn vader die dokter was naar Texas. In 1999 trok hij met zijn vriendin Lizzy Smith - nu zijn vrouwtje - naar New York waar hij zijn muzikale solocarrière aftrapte en diverse platen lanceerde. Nog maar pas vader geworden van zoontje Dorian verhuisde hij in april 2008 terug naar Austin, Texas waar hij zich in die open natuur al snel opnieuw thuis voelde als een echte country & western-kid. Tijdens zijn jeugdjaren had hij allerlei soorten muziekgenres voorgeschoteld gekregen, gaande van zijn vaders’ golden oldies platen uit de sixties tot traditionele countrysongs en Nirvana’s punkrock. Daaruit distilleerde Ben Kweller zijn eigen muzikale brouwsel dat op zijn platen als een brede mix van genres wordt uitgesmeerd en waarbij hij deze muzikale uitersten op bijna schizofrene wijze tot één geheel weet te verenigen. Toch is het de good old rootscountrymuziek die overheersend aanwezig is op zijn nieuwste album “Changing Horses”. Al van bij de bluesy beginsong “Gypsy Rose” over een prostituee die alles betekent voor de man die de hoofdrol speelt in het verhaal tot bij het laatste nummer “Homeward Bound” dat gaat over een junkie die onder een brug ergens in Colorado probeert te overleven. Daartussenin boeien de door een schitterende Kitt Kitterman bespeelde pedal steel gedomineerde countryballads over de liefde, het verdriet en de eenzaamheid in songs als “Old Hat”, “Hurtin’ You” en “Ballad Of Wendy Baker”. Dit laatste nummer vertelt het trieste verhaal van een oude schoolvriendin die op jonge leeftijd in een auto-ongeval is omgekomen. Het is echter niet alleen kommer en kwel(ler) op “Changing Horses” want Ben Kweller heeft ook enkele upbeat roadsongs aan de playlist toegevoegd zoals “Fight” en het op honkytonkpiano gespeelde “Sawdust Man”, twee liedjes die beiden gaan over het leven van stoere truckers onderweg. Eveneens erg knap is de song “On Her Own” waarin we werk in de stijl van ‘Whiskeytown’ menen te herkennen. Wij zijn wat minder onder de indruk van de songs “Wantin’ Her Again” en “Things I Like To Do”. In een eigen productie heeft Ben Kweller zijn ‘country-piece-of-art’ afgeleverd met een knap gearrangeerde registratie van verhalen over zijn eigen verleden en over de vele herinneringen aan de jaren waarin countrymuziek zijn leven grotendeels bepaalde. Deze plaat werd tijdens een 11 dagen durende studiosessie opgenomen in Austin, Texas, het hart van de countrymuziek. Maar niet alleen daar zal dit een goedverkopende cd gaan worden. Voor dit soort countrymuziek is er ook een behoorlijk groot publiek te vinden in Europa. (valsam)


 

HIGHTIDE BLUES
LOVE COME EASY
Website Myspace CDBaby VIDEO

 

 

Muziek met zijn wortels diep in het zuiden, dat brengt deze jonge band uit Atlanta, na hun debuut e.p."Tired Of Leaving" twee jaar geleden, was het nu tijd voor een full album, al is dat wel wat een over-statement, want met zijn acht songs, en een speelduur die nipt over de dertig minuten gaat, is dit album helemaal niet zo full. Laten we het dus hun tweede e.p noemen. Maar ik moet het toegeven, het halfuurtje is nuttig besteed. Hightide maakt een soort rootsrock-Americana met een sound die me af en toe doet denken aan Black Crowes, toevallig een titel van een van de songs op deze "Love Come Easy". Maar ook evenzeer met Ryan Adams vertoont hun muziek soms wat gelijkenissen. Ze speelden vorig jaar zelfs op het prestigieuze Bonnaroo festival. Frontman zanger gitarist Paul McDonald heeft een karakteristiek stemgeluid, een wat rasperige stem, maar in de zachtere nummers tegelijkertijd zalvend en zoet. De andere gitarist Jonathan Pierce is de man die zorgt voor de rock inbreng, Jimmy Page meets Mark Ford. In "Merle's Last Stand" kan hij zich volledig laten gaan en dat levert echt Southern vuurwerk op. "Black Crows" is een van de mooiste songs op deze plaat, een langzame, indringende song. De afsluiter "Dancing With The Angels" is opgedragen aan één van hun grootste en trouwste fans, Maggie Ingram, die aan kanker overleed en waarvoor Paul deze song schreef in de nacht voor haar begrafenis, waar hij het nummer ook ging zingen. Een ontroerend nummer om deze "Love Come Easy" af te sluiten. Omdat de jongens ook hun debuut "Tired Of Leaving" uit 2007 meestuurden, zoals gezegd een e.p die 5 songs bevat, hebben we ook die even een luistertest laten ondergaan. Dezelfde "Southern rock meets alt.country" hier, wat vanzelfsprekend is, maar wel vijf sterke nummers, deze jongens zijn duidelijk van het principe "All killers, no fillers" en brengen dan liever e.p's uit dan full cd's die voor de helft met zwakkere nummers gevuld zijn. Aanraders hier zijn: "4.15" en de titelsong "Tired Of Leaving", echt een prachtsong. Hightide Blues is een beloftevolle band, die de Southern rock in wat getemperde vorm een nieuwe richting uitstuurt. (RON)


 

 

RICHARD LINDGREN
A MAN YOU CAN HATE
Myspace
Label: Rootsy.nu

 

 

Zweden blijft ons maar verbazen. De ene keer met verstilde alt-country, de volgende keer met perfecte pop en nu weer met een huiveringwekkende portie Americana. Voor deze verrassing is nu Richard Lindgren verantwoordelijk. Ook daar zijn er artiesten die drie cd's per jaar uitbrengen. Lindgren is wat dat betreft een stuk zuiniger. Tussen iedere studioplaat van hem ligt ongeveer een drietal jaren. Na een dergelijk lange winterstop kan er echter ontzettend veel zijn veranderd: een nieuwe wereldleider en een kredietcrisis. Zodoende is ook de cd "A Man You Can Hate" weer net een tikkeltje anders dan de eerste rauwe tittelloze debuutplaat "Richard Lindgren" uit 1996 en de volwassen opvolgers "Postcard From Elsehere" (2003) en "Salvation Hardcore" (2006). Je zou gerust kunnen zeggen dat Lindgren voor de vierde keer debuteert. Een totaal andere plaat trouwens dan zijn voorgangers, want waar artiesten tegenwoordig stoppen met het opnemen van cd's, komt Lindgren met een dubbelaar op de markt met 18 songs, allemaal originals, waarmee hij in de voetsporen treedt van collega’s als Dylan/The Band/Young/Springsteen. Het levert wederom een hele mooie plaat op. Een plaat die zich, net als zijn voorganger, wentelt in de melancholie van het hoge Noorden, maar ver blijft van de mystieke soundscapes die zo vaak onlosmakelijk verbonden blijken met de wat somberdere klanken uit Scandinavië. Waar "Salvation Hardcore" het moest hebben van de eenvoud, horen we op "A Man You Can Hate" een stemmig en gevarieerd klankenpalet. Een klankenpalet dat fraai kleurt bij Lindgren's stem. Soms roept de nasale zangstem van Lindgren veel herinneringen op aan een jonge en onbezonnen Bob Dylan. De sfeer op dit nieuwe album is echter dusdanig ingetogen en minder uitbundig, dat je nauwelijks het idee krijgt dat Lindgren te koop loopt met de verering van zijn jeugdhelden. "A Man You Can Hate" is van een beklemmende schoonheid en zeker voor insiders interessant spul. Wel is het zo dat pas na ettelijke malen luisteren de achttien onheilspellende en flink uitgesponnen nummers hun diepste geheimen prijsgeven. Dit botertrage album moet het hebben van onderhuidse spanning, boeiende songteksten en een donker bovenlaagje waar zelfs de meest doorgewinterde fijnproever even doorheen moet bijten. Doorleefde muziek die wordt gespeeld met een genadeloze intensiteit. Muziek met een heel donker randje, maar dat hoort een beetje bij muziek als deze. Deze uit Malmö afkomstige singer/songwriter kiest nu voornamelijk voor apocalyptische en licht pretentieuze rock, maar wat hij met deze nieuwe plaat heeft neergezet is indrukwekkend. In 18 songs weet hij een beklemmende atmosfeer te schetsen, die slechts af en toe wordt verlicht. Raspend en schurend, dan weer met bedrieglijk lieflijke akoestische gitaren en wijds Hammond B3 spel, wordt de luisteraar meegenomen op een reis door het diepe zuiden van de geest, die niet anders dan slecht kan aflopen zoals in het opener "Dead Man" en afsluiter "East ChestnutStreet" van CD1. Het is beklemmend, dreigend, donker, meeslepend en vooral erg mooi. Over het algemeen is "A Man You Can Hate" dus een melancholieke en meeslepende plaat geworden, zoals de meer ingetogen liedjes op deze CD1: "Back To Brno" en "A Man You Can Hate", maar zijn grofgevooisde stem komt ook goed tot zijn recht in de onheilspellende songs, als "Drunk On Arrival" en "From Camden Town To Bleecker Street". "A Man You Can Hate" is geen plaats voor lichtzinnigheid. In hun thuisland Zweden kan het behoorlijk eenzaam zijn. Voeg daarbij nog het chronisch gebrek aan zonlicht en je begrijpt waar de donkere, onheilspellende sfeer vandaan komt. Er is geen ontwijken aan. Deze muziek neemt je mee voor een dolle rit op de highway to hell. Opgejaagd door alt.country-instrumentaria - producer Magnus Nörrenberg op tal van instrumenten naast Henrik en Sören Poulsen op respectievelijk bas en drums. En andere gasten als de Canadese zangeres Sarah MacDougall en de gitaristen Magnus Anderssonen en Svante Sjöblom - raak je al snel op desolate offroadwegen. "A Man You Can Hate" is niet vergelijkbaar met het gros van de Scandicana-platen die ons de voorbije maanden wisten te verblijden, dit is pure Americana met de voeten diep in de zuidelijke staten van Amerika. Je moet blijkbaar uit het hoge noorden komen, om dat op een werkelijk indrukwekkende manier op plaat te kunnen zetten.


 

 

KRISTINA OLSEN
QUIET BLUE
Website Myspace Contact CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Vrouwen met de blues, daar zijn er maar weinig van. Singer-songwriter/multi-instrumentalist Kristina Olsen heeft de blues wel te pakken. Deze dame is geboren in 1957 in San Francisco, groeide op in Haight-Asbury, en zorgt nu vijftig jaar later met haar luchtige stem en charmante verschijning voor een aangename afwisseling in een genre dat voornamelijk gerund wordt door mannen. Deze keer dan ook geen rampetamp op vuilnisemmers of luid gegorgel, want Kristina Olsen oogt als een dame van stand en "Quiet Blue" is een keurige bluesplaat. Oftewel: dit is geen plaat die Fat Possum zou uitbrengen. Olsen staat in haar lange carrière, ze maakte haar debuutalbum in 1992, garant voor kwalitatief hoogstaande muziek. Inmiddels staan er tal van albums en een dvd op haar naam, zodat "Quiet Blue" haar tiende cd is. De start van haar carrière blijft anders uit, maar moest deze nieuwste plaat opgepikt worden door de radiostations dan zou daar misschien wel eens verandering in kunnen komen. Niet dat het zo’n wereldschokkende plaat is, maar Olsen bewijst wel dat ze het nog steeds heeft. Zoals de titel van het album al aangeeft, brengt Olsen op deze schijf haar interpretatie van de blues. Inderdaad, haar interpretatie van dat platgetreden genre, dat uitgeoefend wordt door vrouwen en mannen die niet zozeer hun eigen leed willen bezingen, maar doorgaans commentaar leveren op de wereld om hen heen. Maar Olsen heeft niet zomaar een paar ouwe bluesklassiekers opnieuw geïnterpreteerd, ze heeft 13 nieuwe tracks geschreven met een bluesy inslag. Naast dat haar stem zo goed past bij de blues bewijst ze niet alleen dat ze haar karakteristieke timbre kan buigen richting een haar wezensvreemd genre, zij bewijst ook eens te meer dat ze een hele fijne gitariste is. Qua stijl is het vaak bluesy, maar even zo vaak duiken er elementen van folk en jazz op. "Quiet Blue" combineert een warm stemgeluid met knappe songs over liefde, verlies en het menselijk tekort, songs die snel blijven hangen. Maar toch zijn we lichtjes gevallen voor haar charmes. Het is vooral die speelse en ongedwongen sfeer die ze creëert rondom haar ogenschijnlijk eenvoudige liedjes. Hoewel blues in de dertien tracks van "Quiet Blue" altijd de hoofdmoot is, rockt ze meteen in de openingstrack "Something Tells Me", stoeit ze voorzichtig met boogie blues mandolinist Al Hughes in "Hey Did You Ever", laat ze met een song als "That’s a Secret I’ll Keep" ook haar folky kant horen, geeft ze zich over aan akoestische jazzy blues in "You'll Spoil My Chances" en sluit ze deze plaat af met de meezinger "Didn't Think It Would Happen Tonight". Kristina Olsen bewijst op het geslaagde "Quiet Blue", waarvan de opnames gebeurden in New South Wales, Australië, dat blues lang niet altijd vuig en gemeen moet zijn, maar dat ook een soepele vrouwenstem en natuurlijk fijn gitaarspel van harte welkom zijn.


 

CONNOR CHRISTIAN AND SOUTHERN GOTHIC
90 PROOF LULLABIES
Website MySpace
Info Michael J. Media Group/Bullz-Eye.com
Label: Vintage Earth Music
Distr.: Shuteye Records

 

 

Connor Christian is een echte avonturier. Op veertienjarige leeftijd ontvluchtte hij de ouderlijke woonst om op zoek te gaan naar een eigen identiteit. Dit gaf hem tegelijkertijd de kans om een muzikale ontdekkingstocht te ervaren doorheen landen zoals onder andere België, Frankrijk, Singapore en Zuid Korea. De indrukken die hij daaraan overhield versterkten enkel zijn kritische visie op de Amerikaanse maatschappij en zijn motivatie om zijn boodschap uit te dragen door middel van zijn muziek. De songs die Connor Christian ons voorschotelt op zijn nieuweling en opvolger voor zijn in 2007 verschenen “A Southern Gothic”, kleurt een breed muzikaal spectrum dat gaat van country tot Southern Rock en zelfs soulvolle pop. Met veertien nummers in achtenveertig minuten is er ruimte genoeg om plaats te bieden aan al die afwisseling. Het eenvoudige vintage bruin gekleurde hoesje trekt niet bepaald de aandacht en verraadt geenszins de verbazingwekkende inhoud. Connor gaat sterk van start met het zeer soulvol “Sunday Suit”, dat een swingende Elton John evenaart, met een aanstekelijke banjotokkel van Jody Hughes die vrolijk duelleert met een klaterende saloon piano. Een nummer dat wel eens hoog zou kunnen scoren in de country charts is de hitgevoelige, mooie ballade “Midnight Moon”, met een pedalsteel die countryfanaten zal doen watertanden. Nummer drie “It’s Alright” toont zowel een Conor Christian als zijn begeleidingsband Southern Gothic op de top van hun kunnen. Dezelfde saloonpiano als in de opener drijft nu deze stampende Southern Rocker, vervuld van stevig gitaarwerk en een ruw kelende Connor Christian naar hogere sferen. Ook “3 Times” is zo’n stevige, maar dan akoestische, bluesy gitaarrocker. Grootste verrassing van de plaat is de dronken meezinger “Chipping Away”, die op zijn Iers Connor’s ziel blootlegt in een song die de ware sfeer van The Pogues oproept. “Let Ya Slide” zegt al voldoende met zo’n titel en wordt mooi doortekent met gedreven mandolinespel. We krijgen zelfs een ware gospelrilling bij het aanhoren van “One Toke Over The Line”, dat prachtig harmonisch gezongen wordt. De ware kracht van Connor Christian And Southern Gothic schuilt hem echter in de ruwe, rockende songs, die zeer goed bij zijn stem aanleunen en zijn band de kans geven om hun creativiteit volledig te ontplooien. “Meet My Angel” sluit zo verdiend de plaat af met een stevige countryrocker, stoelend op scheurend elektrische gitaarwerk in de achtergrond en de Southern Gothic’s die voor de laatste maal in koor zingen voor hun bandleader. Connor Christian heeft met dit album zijn grenzen verlegd in de Southern Rock nummers. Het veelzijdige album scoort hoog op alle niveaus, maar het is duidelijk in welke richting deze getalenteerde groep zijn succes helemaal kan waarmaken. We duimen samen met u dat we dit ooit mogen beleven. (Blowfish)


 

 

MATYAS PRIBOJSZKI BAND
HOW MANY MORE
Website
Label: Javipa VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Een meester op de diatonic of chromatic harp is Matyas Pribojszki uit Budapest, Hongarije. In zijn aparte stijltje dat het midden houdt tussen jazz en blues brengt hij op deze "How Many More" een twaalftal prima nummers. Matyas is een zeer joviale en vriendelijke kerel die we twee jaar geleden nog mochten ontmoeten backstage in (Ge)Varenwinkel toen hij optrad met de gelegenheidsformatie samengesteld uit Raphael Wressnig (orgel) Enrico Crivellaro (gitaar) en hemzelf. Het drietal verzorgde toen een prima set, en werd zowat de verrassing van die dag. Wat later hoorden we hem behoorlijk sterk bezig met Mike Sponza op zijn "Kakanic Blues" cd. Ook deze "How Many More" toont weer het meesterschap en de originaliteit van Matyas op zijn instrument. Dit is niet de zoveelste "smoelschuivers bluesplaat", maar een cd die bol staat van de sterke songs, en een aparte benadering tonen van de bluesharp als instrument. Hoewel er een groot aantal covers op deze release te vinden zijn, is er nergens sprake van luistermoeheid, net omdat Pribojszki zijn versies van die bekende songs telkens een eigen stempel meegeeft. Het geheel klinkt soepel en is gebracht met een professionalisme dat verbazend is. Netjes verdeeld in ongeveer evenveel bluesy als jazzy nummers blijft het geheel van begin tot einde boeien. Ook als zanger is Matyas een man die beide stijlen perfect beheerst, zowel in pure, ietwat ruigere bluesnummers als in het gevoeligere jazzgetinte materiaal past zijn stem perfect, dat laatste bewijst hij in de afsluiter "Old Rocking Chair", een nummer met een Toots Tielemans sfeertje. Maar ook de ruigere, pure blues schuwt Matyas niet, luister maar naar "Hard Workin' Man". Albert King's "I'll Play The Blues For You" verbouwt hij met het meeste gemak tot een bossa ritme met een zuiders gevoel, zonder dat het ook maar even onnatuurlijk gaat klinken. Heerlijk nummer! Fogerty's "Change In The Weather" krijgt dan weer een bluesjasje aangemeten. Dat is dus wat we bedoelen met die originele benadering van zijn covers. Even nog "Glare Of A Sea Dog" vermelden, een solo op "basharp", eens te meer zeer apart. Je hoort het al, er valt veel te genieten op deze "How Many More". (RON)


 

 

ADRIEN SALA
DIAMOND IN THE MIND
Myspace Contact
CSBaby
Label: Dollartone Records


 

Rauwe folkmuziek komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen en is nou niet bepaald iets nieuws. Maar ook een iets meer recente en ontzettend hard aan de weg timmerende Adrien Sala, een singer-songwriter uit het momenteel zo koude Canada, verdient eindelijk eens wat meer waardering. Nieuwkomers moeten echter een beetje oppassen met Sala's nieuwe cd. "Diamond In The Mind" staat werkelijk bol van de creativiteit. Je moet ettelijke malen je hoofd tussen de speakers leggen, wil je een pad ontdekken in deze ondoorgrondelijke jungle van vluchtige hersenspinsels. Duidelijk is ook wel dat Sala nieuwe wegen inslaat en zichzelf niet probeert te herhalen na het zeer indringende album "High Water Everywhere" uit 2006. De werkelijkheid is echter dat deze wonderboy uit Winnipeg ook nieuwe dingen uit wil proberen. De plaat splitst zich ook doodeenvoudig in breekbare liedjes en meer rockgeoriënteerde nummers. Daarbij doet Sala niet moeilijk over wat harmonieuze houthakkersrock tegen een decor van slonzige gitaarmomenten. Juist onwaarschijnlijke verbroedering van uitersten maakt dit album eigenlijk ontiegelijk veel interessanter dan je op het eerste gehoor zou vermoeden. En daarmee doet Sala waar hij erg goed in is: ontroeren met zijn wat ijle stem en treurig gestemde akoestische liedjes met wat sfeervolle begeleiding, vooral door toevoeging van een viool en mandoline in een song als "Hudson" en trompetgeschal in "Storm Record" meteen ook de hoogtepunten op deze plaat, die slechts negen nummers bevat maar ons wel ruim 40 minuten luisterplezier verschaft. Dit laidback altcountry gevoel komt dan ook weer duidelijk naar boven in "Fish Lung Balloon" en "Palace in the Cold" als Dan Walsh plaats neemt achter zijn dobro. Sala klinkt soms zo ‘dichtbij’ dat het lijkt alsof je met "Diamond In The Mind" een kaartje voor een huiskamerconcert hebt gekocht. Adrien Sala levert klassewerk af, niet ver verwijderd van het hoge niveau van gelijkgestelde zielen als een Josh Tillman of Neal Casal. Vriend Johan Schoenmakers en voor mij de ontdekker van dit groot talent omschrijft Sala als: Van fingerpicking stijl met invloeden van Arlo Guthrie en Townes Van Zandt tot laidback altcountry met invloeden van Neil Young, The Band en Gram Parsons, een omschrijving die ik volledig kan beamen. Zoals de voorganger intrigeert deze opvolger dan ook bij een eerste beluistering meteen, daarna moet je het de gelegenheid geven om te kunnen groeien, je daarvoor enigszins openstellen is een must. Sala's muziek biedt barre eenvoud, maar kenmerkt zich allerminst als hapklare brok. De intensiteit echter dwingt je automatisch tot meerdere beluisteringen, en je zult ervaren dat de muziek groeit. Op "Diamond In The Mind" horen we een bijzonder storyteller aan het werk. Alleen de teksten maken deze plaat daarom al de moeite waard, maar Sala maakt ook nog eens geweldige muziek.


 

 

DEAN OWENS
WHISKEY HEARTS
Website Myspace
Info: Hemifrån
Label : Navigator Records

 

 

”Telkens als hij een song brengt meent hij wat hij zingt en kan je als luisteraar horen dat elke vezel in zijn lijf voelt waarover hij verhaalt”. Dat is hoe Irvine Welsh van het magazine ’Trainspotting’ spreekt over de uit het Schotse Leith bij Edinburgh afkomstige singer-songwriter Dean Owens. Met zijn 10 songs tellende album ”Whiskey Hearts” heeft deze artiest een zeer geëngageerde plaat afgeleverd met liedjes die nauwe aansluiting vinden bij de countrymuziek en invloeden van de Keltische folk in de muziek verwerken. Toch zit er ook wat pop en rock in de nummers van deze voormalige frontman van de Americana-groep ”the Felsons”. Sinds drie jaar toert hij in zijn eentje van optreden naar optreden en brengt hij er zijn zelfgeschreven songs ten gehore. ”Whiskey Hearts” is zijn derde soloplaat na ”The Droma Tapes” en ”My Town”. Dit album werd helemaal opgenomen in Nashville, Tennessee met een serie bekende muzikanten waaronder Al Perkins (pedal steel voor o.a. Dylan, Stones en Solomon Burke), Thad Cockrell (zelf singer-songwriter), Jen Gunderman (keyboardsspeler bij ’Jayhawks’) en The Mavericks-muzikanten Robert Reynolds (bas) en Paul Deakin (drums). Op zich is dat al iets om ontzettend fier over te zijn maar ook de liedjes zelf op dit album zijn van een hoge kwaliteit. De song ”Sand In My Shoes” waarmee het album begint heeft alles in zich om een grote radiohit te worden. Maar in dezelfde adem kan je ”Just Another Day”, ”Years” Ago” en de schitterende ballad ”Raining In Glasgow” de hitparades in vernoemen. Zijn Schotse roots en zijn liefde voor zijn thuisland komen ook uitgebreid aan bod in de walsende ballade en titelsong ”Whiskey Hearts” en in de zeer mooie ode aan zijn vader in het ontroerende ”Man From Leith”. De met hart en ziel gezongen liedjes overtuigen moeiteloos en de soul die Dean Owens aan zijn songs toevoegt is inderdaad heel oprecht. Wij wensen hem graag een verdiende doorbraak toe bij het grotere publiek met deze schitterende cd en daarnaast ook veel sterkte om te proberen de klasse van ”Whiskey Hearts” te evenaren bij het opnemen van een nieuwe cd. Wij genoten alvast ruimschoots van dit leuke en hedendaagse schijfje. (valsam)


 

 

GREG HARRIS
THE RECORD
Website Contact
CDBaby
Label Hoot Music BMI


 

Multi-instrumentalist Greg Harris (gitaar, banjo, mandoline, fiddle) speelde in de late jaren ’70 tot zowat midden de jaren ’80 mee met ‘The Flying Burrito Brothers’, u weet wel, de groep die vooral bekendheid verwierf door stichtend lid Gram Parsons. Deze laatste was echter al vijf jaar dood, toen Harris zijn carrière bij de Burrito’s begon. Verder werkte de man mee aan talrijke projecten van ex-leden van deze band en leverde hij ook zelf enkele opmerkelijke soloplaten af. Ook trad hij op met vele artiesten uit de Country Rock zoals Garth Hudson, Rick Danko, Gene Parsons en Roger Mc Guinn. En nu is er ‘The Record’, een cd waarop Greg samen met zijn producer en bass veteraan David Vaught bijna alle instrumenten zelf bespeelt. Ook alle songs zijn van Harris’ hand, met uitzondering van de ballad ‘Mexico’ die hij jaren geleden samen met Rick Danko schreef. Het resultaat van dit alles is ruim 40 minuten luisterplezier, waarmee wij hier thuis best tevreden zijn. Aangenaam om te horen hoe gevarieerd deze plaat klinkt: van goedgeaarde Californische Country Rock, over Folk, naar Western Swing met zelfs een uitstapje naar iets Rockabilly-achtigs. In de prachtige opener ‘The Gilded Palace Of Sin’ haalt Greg herinneringen op aan de eerste keer dat hij de debuutplaat van de klassieke Flying Burrito Brothers hoorde. Het werd het moment dat zijn leven een nieuwe wending zou geven. Het lekker voortkabbelende ‘Long Lonesome Feelin’ doet een beetje denken aan de stijl van John Hiatt. ‘The Sunday News’ heeft iets van een klassieke jazzsong en ‘Wills Point’ is een ode aan de Amerikaanse Western Swing, die vooral populair was in de periode rond de tweede wereldoorlog. Op ‘Don’t Do That’ bewijst Greg Harris dat hij ook nog op lekker ouderwetse wijze kan rocken. Het folky instrumentaaltje ‘Dales Tune’ sluit dit album op plezante wijze af. ‘The Record’ van Greg Harris is een pretentieloze plaat van een artiest die doorheen de jaren steeds beter is geworden in wat hij doet: eerlijke, kwaliteitsvolle muziek maken. Who could ask for more? (Shake)



 

KENNY NEAL
LET LIFE FLOW
Website Myspace
Label: DixieFrog Records
Distr.: Parsifal
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Met deze titel geeft Kenny Neal aan, er weer helemaal klaar voor te zijn. Hij was namelijk gedurende meer dan drie volle jaren verdwenen uit alle studio’s en op alle podia wegens een zware ziekte, hepatitis C. Alsof dat nog niet genoeg was gingen ondertussen de beproevingen door. Zijn vader Raful, zoals je weet ook een bekende bluesartiest, zijn broer Ronnie, die dezelfde ziekte had, zus Jackie en medemuzikant, de drummer Kennard Johnson, stierven alle vier in een periode van minder dan één jaar. Toch liet Kenny zich hierdoor niet breken. Hij is genezen, kreeg van zijn nieuwe platenfirma Blind Pig een artistieke "carte blanche" en gaat er opnieuw tegenaan, vol frisse moed en ideeën, om een plaat af te leveren "from the heart". Zijn stijl waarmee hij zich sinds de jaren 80 een trouwe schare fans mee verdiende: een soulvolle laid back sound vol flitsende gitaarsoli was en blijft zijn handelsmerk. Gitaar spelen doet hij dan ook al van zijn dertiende, maar zijn eerste grote wapenfeit kwam er op zijn zeventiende toen hij voor vier jaar Buddy Guy's bassist werd. Hij concentreerde zich op aanraden van diezelfde Buddy Guy opnieuw op gitaarspelen en de rest is geschiedenis: een aantal sterke cd's voor Alligator, daarna Telarc en nu dus zijn debuut voor Blind Pig. De cd opent met een knappe mix van soul en blues in de titelsong "Let Life Flow". Als daarna de blazers er bijkomen in "Blues, Leave Me Alone" wordt de boel wat funkier, en de toepasselijke cover van Larry Duane Addison's "You Got To Love Before You Heal" doet hier en daar herinneren aan Otis Redding. Waar Kenny vandaan komt laat hij duidelijk horen in "Louisiana Stew", de Big Easy blijft zijn hometown, en hij kan als geen ander de bayou in zijn gitaar laten doorklinken, maar hier is het vooral zijn bluesharp die op de voorgrond treedt, een wat vergeten kwaliteit van Kenny. Slim Harpo was een vriend van vader Raful en dat hoor je duidelijk in "Starlight Daimond", al klinkt de productie hiervoor wat te glad, een klein euvel dat wat door de ganse plaat waart, maar dit is muggenziften want "Let Life Flow" is een prima cd zonder meer, alleen zou een wat ruiger geluid hier en daar volgens ons wonderen doen. Afsluiter "It Don't Make Sense You Can't Make Piece" dat door Willie Dixon waarschijnlijk ooit tegen de Vietnam oorlog werd geschreven is in handen van Kenny Neal echter even toepasselijk voor de huidige Bush oorlogjes. Kenny is back via deze prachtig klinkende soul en blues combinatie! (RON)

Kenny Neal werd geboren op 14 okt. 1957 in New Orleans, Louisiana en groeide op in Baton Rouge als zoon van blueslegende Raful Neal. De toekomst van Baton Rouge's swamp blues ligt pal in de handen van deze multi-instrumentalist. De bluesman van de tweede generatie van Zuid-Louisiana is volledig op de hoogte van de eerbiedwaardige bluestraditie van de regio's en toch vindingrijk genoeg om deze in nieuwe richtingen te sturen, zoals zijn albums voor Alligator reeds bevestigden. Door de jaren heen werkte hij met grootheden zoals BB King, Bonnie Raitt, Muddy Waters, en John Lee Hooker. Tot zijn vrienden behoorden niemand minder dan Buddy Guy en Slim Harpo (deze laatste overhandigde de 3-jarige Kenny op een dag een oude harp, waarmee de eerste tonen werden gezet). Op 13-jarige leeftijd speelde Neal reeds in de band van zijn vader en op zijn 17 speelde hij bass voor Buddy Guy. In 1987 bracht Neal zijn debuut album uit voor Florida producer Bob Greenlee, een magnifiek bijgewerkte swamp feest dat initieel op de markt was gebracht door King Snake Records. Alligator hervatte dit album het jaar nadien en hernoemde dit "Big News from Baton Rouge!!". De jonge Neal was op weg ... Hij bracht tot nu toe 14 cd's en 1 DVD op de markt, en heeft zich momenteel, met zijn doorleefde stem, zijn zinderend gitaarspel, energieke harmonica en zijn goede neus voor de juiste songs, genesteld tussen de groten der blues.

 

KENNY NEAL BLUESBAND
featuring:
Tyree Neal, Darnell Neal
Brian Morris, Frederick Neal

Za. 28 maart 2009, aanvang 21u
zaal "De Korenbloem" Kerkplein 12, 9750 Zingem - info