ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008 - JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

GRETCHEN PETERS WITH TOM RUSSELL - ONE TO THE HEART, ONE TO THE HEAD

SETH WALKER - LEAP OF FAITH

DANNY SCHMIDT - INSTEAD THE FOREST ROSE TO SING

KATHLEEN VANDENHOUDT - GRACIOUS

SPIRIT - CALIFORNIA BLUES/ REDUX

JORMA KAUKONEN - RIVER OF TIME

TOMMY MCCOY & LUCKY PETERSON - LAY MY DEMONS DOWN

DAN AUERBACH - KEEP IT HID

BOW THAYER & PERFECT TRAINWRECK - SAME

JO’ BUDDY & DOWN HOME KING III - WHOLE LOTTA THINGS TO DO

 


 

 

GRETCHEN PETERS WITH TOM RUSSELL
ONE TO THE HEART, ONE TO THE HEAD
Label: Scarlet Letter Records & Frontera Records
Distr.: Sonic Rendezvous VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

"....I'm a guest singer on the record. Gretchen is God's chanteuse.We covered Bob Dylan, Townes Van Zandt, Rosalie Sorrels, Mary McCaslin, Jennifer Warnes, Ian Tyson, Stephanie Davis…and Gretchen sang a version of my new song: "Guadalupe." The music and Gretchen's voice was hauntingly simpatico to the desert landscape. The yucca, sagebrush, chimesa and Mexican broom washed past our windows, like a Maynard Dixon painting touched up by Willem DeKooning. All of the singing was underscored by Barry Walsh's marvelous piano score. Eric Satie meets Eno. The landscape and the music blended until they fused together. Eric turned to me and said: "This record is a western masterpiece. There's not a bad song on it." I listened to Gretchen's voice. Unearthly. There was no motive in putting this out, except a love for the West and a desire to make "westerners" aware of Gretchen's powers. And to celebrate the poetry of the songs." - Tom Russell.

 

Tom Russell gaan we zeker niet voorstellen:hij is veteraan van de zogenaamde Americana, misschien zelfs de uitvinder van dat genre. Zoals Tom Russell bezield blijft zingen over gekwetste mensen en scheve situaties, en daarover hartverscheurende songs schrijft, dat kunnen we ook over Gretchen Peters zeggen. Zij bracht haar jeugd door in New York en Boulder (Colorado). Op het einde van de jaren tachtig vestigde zij zich in Nashville, en begon haar muziekcarrière als songwriter voor vele grote artiesten waaronder Faith Hill, Etta James, Bryan Adams en Neil Diamond. Gretchen Peters behoort dan ook sinds het begin van die jaren negentig tot de eredivisie van songwriters uit Nashville en omgeving. In een stad waar waarschijnlijk meer songwriters per vierkante meter zijn te vinden dan waar ook ter wereld is dat geen geringe prestatie. Haar hitcomposities voor andere artiesten als Bonnie Raitt, Trisha Yearwood, George Strait, Martina McBride en Patty Loveless getuigen ook daarvan. Tegelijkertijd heeft Peters een zeer behoorlijke naam opgebouwd als uitvoerend artiest, al bereikten haar eigen albums tot nu toe nooit haar maximale potentieel. In 1996 bracht ze haar eerste album uit, en met haar album, "Burnt Toast & Offerings" (2007), een mix van jazz, country, folk en pop, bewijst ze dat ze niet alleen prachtige songs kan schrijven maar ook over uitstekende zangkwaliteiten beschikt. Totdat dus onlangs "One To The Heart, One To The Head" verscheen. Het album is in 4 dagen opgenomen nadat Tom Russell een voorstel voor het album via email bij Gretchen had aangekaart. Verwacht geen grote arrangementen noch uitbundige melodieën. Het album is grotendeels akoestisch en dat is de manier hoe deze nummers moeten gebracht worden. Gretchen’s stem beweegt zich door alle nummers alsof ze nooit iets anders heeft gedaan. Het openingsnummer "North Platte" is de eerste kennismaking met het Amerikaanse Westen en haar eigen roots, een nummer dat later op de plaat nog eens wordt hernomen. Het grote succes van het album ligt in het feit dat luisteraar zich onmiddellijk kan vinden in de persoonlijke en ervaringsgerichte inhoud van de nummers, gezien zij allemaal covers brengt van bekende songwriters, zoals o.a. Mary McCaslin's "Prairie In The Sky", Bob Dylan's "Billy 4", Ian Tyson's "Blue Mountains Of Mexico", Stephanie Davis’ "Wolves", Townes Van Zandt's "Snowin’ On Raton" tot het afsluitende, Jennifer Warnes’ "Prairie Melancholy". Maar ook een traditional als "I Ride an Old Paint" weet ze te brengen met veel verve. Zoals de cover - schilderkunst van Tom Russell - laat vermoeden is Russell ook van de party. Naast dit artwork en co-producer is Russell vooral aanwezig op de achtergrond. Maar als hij een bijdrage doet in zijn eigen "Guadalupe" of meer nadrukkelijk in het eerder vernoemde "Billy 4" (video 2), dan is het wel echt smullen geblazen. De prachtige begeleiding en Gretchen’s stem, die tot de verbeelding spreekt, kronen deze nummers dan ook tot de beste van het album. Voeg daarbij het mooie accordeonwerk van Joel Guzman in tal van deze songs, en we treffen hier 14 songs die niemand onberoerd zullen laten. De instrumentale begeleiding en Gretchen’s stem vloeien wonderwel samen in deze songs tot één geheel. Voorlopig houden we het album alvast dicht bij ons in de wagen. Voor wanneer de file uitnodigt tot een snuifje van Gretchen’s rust.


 

SETH WALKER
LEAP OF FAITH
Website
Label: Hyena records
Dist: Bertus
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Een van onze interviews waar ik met veel plezier aan terugdenk was het gesprek wat we hadden in zijn hotel te Ospel vorig jaar met Seth Walker. Hij had even voordien een pracht van een plaat op de wereld losgelaten, die me zo beviel dat ik ze tot mijn cd van het jaar 2008 bombardeerde. Tijdens ons gesprek vertelde Seth me dat hij enkele weken later de studio zou induiken voor zijn opvolger. Hij had daarvoor niemand minder dan Gary Nicholson onder de arm genomen en vroeg me of ik de man kende. En of we hem kenden! Gary was als vaste songschrijver van Delbert McClinton verantwoordelijk voor heel wat van mijn favoriete songs in mijn platenkast. De titelsong "Leap Of Faith" van deze cd is trouwens een song die McClinton al lang geleden opnam. Hoe goed zijn voorganger ook was, deze is zo mogelijk nog sterker. Samen met Gary Nicholson schreef Seth het merendeel van de songs, maar ook enkele covers vullen deze cd, zoals het uitstekende "Memory Pain" van Percy Mayfield. Zoals op zijn vorige, ook hier een portie soulvolle slow songs afgewisseld met bluesy rockers zoals bijvoorbeeld "Something Fast" wat lijkt weggelopen van een Fabulous Thunderbirds cd, of het wat aan Bo Diddley's werk herinnerende "In The Dark" of "I Don't Dance", drie rockers op een rijtje. In Nick Lowe's prachtsong "Lately I Let Things Slide" toont hij zich van zijn van zijn droevere, donkerder zijde, net als in de afsluiter" Falling Out Of Love". De bezetting mag er eveneens zijn, of wat zeg je van Colin Linden op gitaar, Kevin McKendree, toetsen en zelfs Delbert McClinton die backing vocals komt doen. Het was te verwachten, maar ik heb er al zeker ééntje voor het "2009" lijstje, hopelijk doet hij nog eens vlug onze lage landen aan. (RON)

 


 

 

DANNY SCHMIDT
INSTEAD THE FOREST ROSE TO SING
Website
Label: Red House Records
Distr.: Music & Words
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Texaan Danny Schmidt moet een onrustige natuur zijn. Opgegroeid in Austin en van college weggelopen, trok hij later naar Missouri en nadien naar Virginia, leefde vijf jaar lang in communes om uiteindelijk weer terug in Austin te belanden. In al die jaren had hij het druk met zijn folksongs en composities vooraleer hij in 2007 de prestigieuze Kerrville New Folk Award in ontvangst mocht nemen. De songwriter / gitarist startte officieel zijn carrière in 1999 met het album ‘Live at the Prism Coffeehouse’. Daarvoor had hij in en rond Charlottesville al podiumervaring opgedaan. Er zouden nog meerdere albums volgen vooraleer het hem teveel werd en hij de muziekbusiness de rug wou toekeren. De muziekmuzen zagen dat anders en wilden hem niet loslaten. Want toen bij Danny kanker werd vastgesteld droegen nieuwe songs en opnames er noodgedwongen toe bij om de medische kosten af te betalen. Thans genezen bleef hij van de weeromstuit zijn muziek getrouw en was het tijd om opnieuw de studio in te trekken, ditmaal in The Congress House Studio voor het Red House Label. Multi-instrumentalist Mark Hallman, dezelfde die ook Eliza Gilkyson en Ani Difranco onder zijn hoede nam, speelt mee op Danny’s ‘Red House’ debuutalbum met het ganse gamma van mandoline, piano, orgel, slidegitaar en percussie-instrumenten. Tussen de tien instrumentalisten vallen nog Elena en Eleanor op die met hun beider violen de gevoelslaag verdiepen of intensifiëren. Het lieflijke ‘Swing Me Down’ en bitterzoete ‘Oh Bally Ho’ zweven rond als ongrijpbare miniatuurliedjes. De mooie harmonieën van zangeressen Carrie en Joia benadrukken de weemoed om wat voorgoed verloren of onbereikbaar is. Op ‘Southland Street’ komen mandoline en accordeon mee treuren. De narratieve verhaallijnen verraden mededogen en roepen diezelfde sfeer op alsof John Steinbeck’s proza naar melodische taal werd overgeheveld. Danny is het type schrijver dat aandacht heeft voor de kleine man in zijn volhardende grootheid. En ook al wordt deze vaak op een zijspoor gezet, toch blijft hoop datgene wat hem hoe dan ook overeind houdt. Hier spreekt een ervaren man voor wie muziek ooit zijn reddingsboei betekende. In tien songs verhaalt hij verder over ‘Grampa Built Bridges’ of het somber lot van de ikfiguur uit ‘Two Timing Bank Robber’s Lament’ waar de jazzy harmonica de onvermijdelijkheid suggereert. In het poëtische ‘Accidentally Daisies’ voegt de cello nog tristesse toe alsof de madeliefjes mistig opgeslorpt worden in de tranen van de dichter. Het allermooiste ‘Firestorm’ met trompet, viool en discrete accordeon grijpt aan als een fragiel Mexicaans treurdicht alsof het innerlijke smeulend vuur bang is om voorgoed uit te doven. Danny’s warme stem evoceert spontaan figuren en gevoelsstemmingen en zit daarmee in hetzelfde muzikaal straatje als Josh Ritter, Greg Brown, Peter Case en Buddy Miller. Zijn verhaaltjes lijken bedrieglijk eenvoudig maar verbinden wijsheid met een scherp lyrisch oog voor wat er zich in de wereld afspeelt. En Jacek Yerka’s illustratief hoesje is de perfecte surrealistische uitbeelding van Danny’s creatieve persoonlijkheid die ergens zingt ‘cause singing is about bringin’ that mud some soul’. (Marcie)


 

 

KATHLEEN VANDENHOUDT
GRACIOUS
Label: Plansjee Records
Booking: Aja Productions

 

 

In ons mistroostig landje met grijze luchten zijn gevoelvolle zangeressen toch veeleer spaarzaam verspreid. Enkele daarvan verstaan de kunst om verdriet, afscheid, sensualiteit en passie in eigen songs te verwerken op een manier die alleen aan vrouwelijke poëten is voorbehouden. Kathleen Vandenhoudt geboren in Diest, in de grensovergang naar Limburg, woont nu in het Gentse. Maar haar uitstraling is internationaal. De meeste Belgische muzikanten kennen deze veelzijdige artieste/zangeres, thuis in verschillende kunstdisciplines en al twintig jaar actief in de muziekbranche en op diverse podia. Zelfs in Spanje en Frankrijk is haar naam doorgedrongen, tenminste bij liefhebbers van blues met soul of het betere lied. Een tijdlang was zij immers één van de ‘Queens of the Blues’ samen met Pascale Michiels en in 2004 verscheen haar eerste soloalbum ‘Heart & Wings’. Nu, in haar tweede singer-songwriteralbum hoor je opnieuw die licht hese stem kwetsbare gevoelens vertolken. Ergens lijkt zij een kruising van een jonge Marianne Faithfull en een halfvolwassen Anaïs Nin, maar de poëtische liedkunst lijkt van Sylvia Plath te komen. Alle songs schreef Kathleen zelf, sommige met J. Mahieu en gitarist Luc Alexander als co-acteur. Die mannelijke component hoor je in het obsessieve ‘Obsession’, waarin woestheid en kracht het tempo opjagen. In ‘Let It Burn’ laait diezelfde felheid op, maar dan meer ingehouden. De elektrische gitaarbegeleiding houdt het vuur gloeiend. Kathleen is een zangeres/muzikante van het kaliber dat wil uittesten hoe vuur aanvoelt, met alle risico’s om zich eraan te verbranden. In meerdere songs kiest zij zo voor onbevangen intimiteit. Het bloedmooie en intense ‘Moon’ met de cello van Robrecht Kessels vermengt tristesse met hoop, net zoals het sensuele ‘Kiss The Longing’, dat hunker reveleert. De jazzy Mark Isham sfeer vind je terug op ‘Don’t Ever Stop Carressing Me’ met discrete koperblazers. In het zwoele ‘Dance Naked Dance’ met de bandoneon van Gwen Cresens tref je Latijnse melancholie en dito ritmes aan. In het wiegelied ‘Little Song For Little You’ zit tederheid verscholen, alsof een beschermengel een zegen meegeeft aan de slaap van een kind. De dichteres in Kathleen deinst er niet voor terug om haar broze kant te tonen, vooral in de liefdessongs. Insgelijks in ‘Framed My Dad’ alsof daar de mythische Elektra het even van haar overneemt. Behalve het magische ‘Moon’ heeft ook het titelnummer ‘Gracious’ iets tijdloos. Ooit beweerde zij dat veel van haar songs biografisch zijn. Toch durft zij het aan om zich in haar songs volledig te geven. Typisch voor een songschrijfster die zichzelf aanspoort om als een vrouwelijke Zorro het paard te bestijgen en de degens te kruisen. Deze rebelse amazone van het songwriterwereldje bewijst met dit gevarieerd album dat zij vele genres aankan, compositorisch èn dichterlijk. Zij wordt daarin bijgestaan door een tiental muzikanten, vrienden, sympathisanten en tijdelijke reisgezellen op haar creatief pad. Een enkele keer zingt ook Pascale Michiels mee. Alle instrumentalisten voegen muzikale rijkdom toe aan dit meergelaagd album dat Live werd ingespeeld met Nils De Caster als producer. Kathleen’s wereldklasse ligt in haar eerlijke vertolking van het hele gamma van zielskwellingen en groeipijnen zoals alleen engelen met gehavende vleugels en schorre stem dat kunnen. (Marcie)


 

SPIRIT
CALIFORNIA BLUES/ REDUX
Website
Label: Floating World/Evangeline records
Distr: Bertus VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Spirit, een groep die vanaf 1965 samen met de Doors, Jefferson Airplane, Hendrix en konsoorten het mooie weer uitmaakten, onder leiding van Randy California, behoorde tot de "Woodstock" generatie. Mick Skidmore is opnieuw in de archieven gedoken en heeft met deze "California blues" opnames die enkele jaren voor Randy's tragische dood ingeblikt werden, terug uitgebracht, een cd die ondertussen niet meer verkrijgbaar was. De zwaardere, niet bluesgetinte nummers en een gedicht opgedragen aan Lennon werden van de originele release verwijderd en aangevuld met wat bonussongs die nooit verschenen uit de jaren zestig, en daar bovenop een live cd met opnames uit 1993 van de meeste songs uit die "California blues". Toen Randy op 2 januari 1997 met zijn zoontje aan het zwemmen was voor de kust van Molokai in Hawai, waar zijn moeder woonde kwamen ze plots in een hevige onderstroom terecht. Randy kon zijn zoon nog tot bijna op het strand duwen en deze werd gered, maar hij was zo uitgeput dat hij verdronk. Enkele dagen later zou hij normaal vertrokken zijn op een Europese tour, met zijn herboren Spirit. Randy Calofornia was een groot songschrijver, hoewel Spirit nooit de bekendheid van bijvoorbeeld de Doors kreeg. Spirit was meer een cultgroep met een vaste, trouwe fanbasis. Randy was ook een goed en vooral veelzijdig gitarist, en een persoonlijke vriend van de jonge Jimi Hendrix die evenzeer perfect in de stijl van Roger McGuinn, diezelfde Hendrix als van Wes Montgomery speelde als een nummer dat vroeg. Dit is duidelijk hoorbaar op de live cd waar vooral zijn gitaarspel op de voorgrond staat, en die in feite als bonus cd meer indruk op ons maakt dan de studio versies op de originele cd. Op deze release staat de blues centraal, vandaar ook de aanpassingen voor deze redux versie. Nummers als Pawnshop blues van Sonny Tery & Brownie McGhee, songs van Mance Lipscombe en natuurlijk Hendrix, zoals diens befaamde "Red House", maar vooral eigen geschreven bluessongs. De eerste cd klinkt soms lichtjes gedateerd, terwijl de live cd daar veel minder last van heeft. Het lange (bijna negentien minuten) "Love From Here" is een ronduit prachtig nummer. Ed Cassidy (van de originele Spirit line-up) speelt hier op alle nummers drums, en op de studio cd vinden we gasten terug als Robbie Krieger en Spencer Davies. Als document, zeker voor de Spirit fans van vroeger is deze release een waardevolle aanwinst. (RON)

 


JORMA KAUKONEN
RIVER OF TIME
Website
Label: Red House Records
Distr.: Music & Words
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Een nieuw album van de levende legende Jorma Kaukonen is altijd iets om naar uit te kijken. Eindelijk is het wachten dan beloond met "River Of Time", waarvan alleen de titel al voor vele interpretaties vatbaar is. Dat belooft veel goeds. De naam Kaukonen wordt waarschijnlijk eerder met Finse folklore geassocieerd dan met Amerikaanse rock. Toch is deze Amerikaanse gitarist een grootheid in die laatste categorie. Hij werd in 1940 geboren in Washington D.C. maar vertrok begin jaren zestig naar de hippie-hoofdstad San Francisco. Daar speelde hij met mensen als Janis Joplin en Jimi Hendrix. In 1965 was hij één van de oprichters van de legendarische hippieformatie Jefferson Airplane. Na het uiteenvallen van deze band in 1973 begon Kaukonen samen met Jefferson Airplane's bassist Jack Casady het akoestische project Hot Tuna, waar hij voor het eerst zijn voorliefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek kwijt kon. De meestergitarist bracht zijn eerste soloplaat in 1974 uit. Sindsdien heeft hij de wereld regelmatig verblijd met solowerken, waarvan de songs steeds een kruising van bluegrass, country, ragtime en akoestische blues vertonen. "River of Time" is zijn nieuwste cd, een plaat die prima weg luistert, subtiel de inventiviteit van de Hot Tuna-periode combinerend met de stevigere toon van het solowerk van Kaukonen. De 69 jarige is strijdbaar en scherp, precies zoals men hem graag ziet. De obscure referenties in de teksten zijn een beetje naar de achtergrond geraakt, maar hebben nu plaats gemaakt voor meer gevoeligheid. Waarschijnlijk door ouder te worden krijgt hij een andere kijk op het leven, hetgeen hij dan ook met ons wil delen. De titeltrack is misschien dan ook het beste voorbeeld hiervan, een nummer waar de liefde in wordt verwoord aan de mensen die ons ondertussen al jaren hebben verlaten. De teksten zijn loodzwaar en zouden deprimerend zijn, als iemand anders dan Kaukonen ze zou zingen. Hij bezingt de ellende en melancholie triomfantelijk, vermengd met een ironische ontkenning van enig probleem. De begeleidingsband bestaat zoals steeds uit de ‘crème de la crème’ van de hedendaagse country: met o.a. Levon Helm (The Band), snarenvirtuoos Larry Campbell (o.a. Bob Dylan) en mandoline-wizard Barry Mitterhoff. De dertien tracks vertonen allemaal een ontspannen mengeling van folk, blues en country. Covers vinden we terug van zeer geslaagde klassiekers als o.a. Rev. Gary Davis' "There’s A Bright Side Somewhere", Merle Haggard's "More than My Old Guitar" en Mississippi John Hurt's "Preachin’ On The Old Camp Ground". Deze nummers worden afgewisseld met eigen nummers, waarvan de openingstrack "Been So Long" reeds eerder werd opgenomen op een live Hot Tuna - album uit 1985. Waarbij maar eens duidelijk is dat de tijd weinig verandering heeft gebracht in het leven van Jorma Kaukonen. "River Of Time", is daarom een prachtige, tijdloze cd waarop spelvreugde, authenticiteit en muzikaal meesterschap hoorbaar aanwezig zijn.


 

 

 

TOMMY MCCOY & LUCKY PETERSON
LAY MY DEMONS DOWN
Website Myspace
Label: Blues Boulevard Distr: Music Avenue

 

 

Gitarist Tommy McCoy en toetsenman Lucky Peterson zijn voor deze cd samen gaan werken in de Kingsnake studios, begeleid door de Tuff Tones, Tommy's live band.Lucky Peterson's warme Hammond B3 geluid is de ideale basis voor de southern gitaargeluiden van Tommy McCoy. Dit zijn zoals meestal het geval is met de Belgische Blues Boulevard releases, geen recente opnames, maar wel wat "verloren" blues pareltjes, die terug opgediept zijn en terloops van een mooie nieuwe hoes voorzien worden, eveneens twee sterke pluspunten van dit label. Rock Bottom, de bekende mondharmonica speler die deze cd producete, is ondertussen overleden. Bij Blues boulevard schijnen ze een zwak te hebben voor Tommy McCoy, want zoals de aandachtige lezer merkt is dit reeds zijn derde op korte tijd die we van hem bespreken. Van die die releases is dit de meest bluesy, en dat betekent dat de perfecte gitaarlicks van Tommy hier mooi in interactie gaan met die Hammond b3 partijn van Lucky. Ik zei het al een perfecte combinatie die de blues naar een zeer hoog niveau tilt.Toimmy is daarenboven nog een prima zanger, met een stem boordevol blues Zeer knappe songs zijn "Ludella", de Jimmy Rogers cover, "Hate To Wait" en vooral "Stay in F.L.A" beiden met een mooie southern invloed, vooral in de slidesolo's. Het is moeilijk om uit deze cd een song te pikken die wat zwakker uitvalt, alles is op hoog niveau, en een aanrader voor wie gek is op het betere blueswerk, vooral op gitaargebied. Wat natuurlijk niets afdoet van de kwaliteiten van Lucky Peterson's toetsenwerk want dat is ook van het beste. Om duimen en vingers af te likken is de instrumentale afsluiter "56' Chevy" een combinatie van het oude Fleetwood Mac geluid en de "sting" van Albert Collins in één song. Wat ik eigenlijk wil zeggen is kort en bondig: Aanrader! (RON)


 

 

DAN AUERBACH
KEEP IT HID
Myspace Label: V2 VIDEO

 

 

Met het jongste album van The Black Keys "Attack & Release" lieten ze meteen een grote sprong voorwaarts horen, een overgangsplaat van een groep die weet dat ze een andere richting uit wil, maar nog niet goed weet welke richting. Dat kunnen we ook zeggen van de eerste soloplaat van Dan Auerbach, de enehelft van dit uitmuntende Amerikaanse rootsrockduo. Een zijstapje, maar niet om iets anders te proberen. Veeleer intensifieert hij de aanpak van zijn band in de diepte. Het is namelijk een stuk anders dan de Black Keys. Het is veel rustiger. De lekkere keiharde gitaarriffs zijn veel minder aanwezig. Ondanks blijft Auerbach gewoon een geweldige componist. Na het album "Attack & Release" heeft gitarist Auerbach zeker niet stil gezeten: tijdens de opnames van deze plaat pende hij een aantal songs bijeen die hij nu verzamelt op zijn solodebuut, met de titel "Keep It Hid". Op het album zijn gastbijdragen te horen van Auerbach's oom James Quine (vocalen en de elektrische gitaar in "Street Walkin"), Bob Cesare en zijn eigen protegee Jessica Lea Mayfield, die getekend is bij Auerbach's eigen label Polymer Sounds zorgt voor de harmonieën. Bij een eerste beluistering horen we geen gepolijst, synthesizer of andere invloeden, maar puur blues is het ook weer niet. Als we verder luisteren vinden we dan wel invloeden uit psychedelica, soul, bluegrass en countrypop terug, een sound die doet denken aan eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Het ingetogen openingsnummer, de akoestische countryblues van "Trouble Weighs a Ton", roept als gospelsong zowel echo's op aan de songs van Josh Tillman en Damien Jurado. Met deze song kan je Dan heen en weer bewegend op een schommelstoel in de veranda van een half vergaan houten huis in de zuidelijke staten van de VS zien zitten. Nummers als "When The Night Comes" en "Whispered Words" dragen ook bijvoorbeeld zo'n sfeertje met zich mee. In de andere tracks als "I Want Some More" en "Heartbroken, In Disrepair" zet Auerbach echter de volumeknop open en trakteert ons op een collectie potige, vervaarlijk om zich heen schoppende bluesrockers, die soms klinken als ZZ Top in lofi-uitvoering of een postmoderne versie van Santana. Het album is dan ook een aanrader voor iedereen die van het betere gitaarwerk houdt. Het betere bluesgitaarwerk wel te verstaan. Al vinden we op deze plaat ook een aantal slepende midtemporockers en soulballades terug, een stijl die Auerbach echt op het lijf is geschreven. "Keep it Hid" is een plaat met veel verstoring in de snijdende stem, ruige bluesgitaar en lompe drums, maar niettemin een meer dan geslaagd en stilistisch erg divers debuut. En alweer een bewijs van 's mans enorme talent. Liefhebbers van van The Black Keys kunnen dit album blind aanschaffen!


 

 

BOW THAYER & PERFECT TRAINWRECK
SAME
Website Myspace CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Deze nieuwe titelloze cd ging Bow Thayer opnemen in Levon Helm's Barn studio in Woodstock en dat is voor ons al bijna een garantie voor kwaliteitswerk. Een eerste beluistering laat deze vermoedens uit komen. Wat we hier horen is prima Amerikaanse rootsmuziek. Kern van The Perfect Trainwreck is natuurlijk Bow Thayer, die de gitaar, stem, banjo en ukelele voor zijn rekening neemt, en zijn maat, drummer Jeff Berlin. Sinds een aantal jaren spelen ze al samen, vanaf 1995 om precies te zijn, en hun voorgaande bands droegen namen als Elbow, Jethro en in een paar andere bands en regelmatig was daar ook bassist Jeremy Mosis Curtis en gitarist Steve Mayone in terug te vinden. Deze vier vormden nu Perfect Trainwreck, een gekke naam, maar als je weet dat een Trainwreck een muzikanten term is voor een optreden met flaters wegens het ontbreken van repetities, dan is deze contradictie wel erg grappig. Bow zegt ergens: Als je hoort dat we live niet spelen wat je op de plaat hoorde, dan is dat o.k., zelfs perfect voor ons. De nummers op deze cd herinneren natuurlijk, hoe kan het anders aan The Band of The Gourds, maar ook Grateful Dead invloeden steken hier en daar de kop op. Verschillende prachtige songs op deze cd, zoals het heerlijke "Sprawl" met duidelijke invloeden van The Band, of "Powerfull Lonesome" een bedekte hommage aan Tim Easton, wiens "Get some Lonesome" hier geleend word, en in de song wordt dat ook ridderlijk en vol humor toegegeven. De traditionele Appalachian song "In The Pines" (uit 1870), is dikwijls gecoverd, tot en met Nirvana toe, al heette het daar "Where Did You Sleep Last Night". Hier krijgt het een van de mooiste versies aangemeten die ik ken, maar veruit de beste song op deze schijf is voor ons toch "Steady Diet Of Worms", een nummer dat voor ons de status van meesterwerkje verdient een soort van worksong, Field Holler met zijn prachtige aparte en agressief klinkende banjopassages, afgewisseld met mooie slidegeluiden en acappella zanglijnen. Perfect! Trainwreck? (RON)


 

JO’ BUDDY & DOWN HOME KING III
WHOLE LOTTA THINGS TO DO
Myspace - Booking: Blues 'n' Roots
Label: Ram-Bam Records
Distr.: Blues Promotion

 

 

Het Finse duo, Jo' Buddy en drummer "Down Home King III", timmerde al enkele jaren aan de weg voordat hun debuut "Grits & Rattles" in 2006 een ware hype ontketende. Van dit behoorlijk geslaagde debuut had in Europa zo goed als niemand nog van gehoord, echter toonde deze release aan dat we niet te maken hebben met een ééndagsvlieg, maar met een rijzende ster aan het firmament. Over de uitslag kunnen we kort zijn, want de opvolger, het nu pas verschenen album "Whole Lotta Things To Do" is uitermate geslaagd. Na het constante touren van de band, hebben ze het voor de opnamen van "Whole Lotta Things To Do", dan ook maar gewoon weer dicht bij huis gezocht in thuishaven Finland. Dit album haakt precies in, waar haar voorganger stopte en vult de leegtes aan. Voor de mensen die dan toch nog niet overtuigt waren met hun debuut, slaan Jo' Buddy en Down Home King III, nu ijzersterk terug. Dit live-album past niet alleen in de stijgende lijn van de vorige cd, maar overtreft zo mogelijk de verwachting, want Jo' Buddy weet zijn minimalistische stijl nog verder uit te bouwen en dat verdient alle lof. De tracks werden allen vorig jaar opgenomen in Finland, zeven in de Occupied Farm in Sipoo en vier in Cpon Huone in Orimattila, met Jo' Buddy op gitaar en Down Home King III op drums en andere percusie apparatuur. Met opener "Howlin' These Blues", voorzien van aanstekelijke "heartbeat" drum en aangepast gitaargeluid, laat dan ook meteen de vooruitgang horen, deze openingstrack legt meteen de herkenbaar meeslepende en minimalistische blues van Jo' Buddy vast, hetgeen de luisteraar al gauw in vervoering weet te brengen met hun rauwheid op alle mogelijke manieren die ze ten gehore brengen in hun rurale blues. Rauw als R.L. Burnside of Howlin’ Wolf, Jo' Buddy wisselt het met zijn krachtige stem schijnbaar moeiteloos af. De opbouw van de nummers is niet zo gevarieerd, want me horen voornamelijk één-akkoord-songs, zoals we die kennen als de traditionele worksongs, maar laat dit geen minpunt zijn, want "Whole Lotta Things To Do" staat vol met opwindende en buitengewoon rauwe blues, elf juweeltjes die aantonen dat we hier te maken hebben met een topmuzikant die schitterende songs kan componeren en arrangeren. Uitschieters zijn vooral het elektrische ragtime nummer "Ragtime Man", het aan Leadbelly refererende "Speedin' Up Mama", het John Lee Hooker getinte "They Don´t Know What I Do", "Do My Number", een bijna 'surf meets blues'- nummer en de prachtige slide instrumentale afsluiter "Way Back Rag". De vele stijlen van deze elf tracks voeren ons langs Ragtime, Down Home Blues, Old Spirituals, Boogie Woogie, vroege Jazz, Western Swing, Country, Zydeco, Swamp Boogie, New Orleans Rhythm & Blues, Soul, Rock´n`Roll, Rockabilly, Garage Rock, Heartfelt Ballads, Western-African Rhythms en zelfs Spaanse Flamenco ... samengevat: "Good Ol´Times"- blues. Kenners weten dat we te maken hebben met ruige vuige blues waarvoor niet doorgeleerd is: overstuurde gitaren, paniekzang en elementaire drums. Na talrijke releases van die ouwe voorvaderen van de punkblues maken Jo' Buddy en "Down Home King III", duidelijk dat er een nieuwe generatie klaar staat om de traditie op eigen wijze voort te zetten. Sterk aangeraden!

Jo Buddy & Down Home King III LIVE

Donderdag 23 april: Herberg de Graauw, Graauw
Vrijdag 24 april: DJS, Dordrecht
Zaterdag 25 april: Bluessocieteit l’Esprit, Rotterdam
Zondag 26 april: De Groot, Eindhoven
Dinsdag 28 april: Rode Pimpernel, Den Bosch
Woensdag 29 april: Gouden Leeuw, Dongen
Donderdag 30 april: Nacht van de Blues, Wuustwezel
Zaterdag 2 mei: Nix Bluesclub, Enschede