ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009 - APRIL 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

TIM EASTON - PORCUPINE

MICHAEL J. SHEEHY & THE HIRED MOURNERS - WITH THESE HANDS

DAVE ALVIN AND THE GUILTY WOMEN - DAVE ALVIN AND THE GUILTY WOMEN

CRACKER - SUNRISE IN THE LAND OF MILK AND HONEY

JOHN NEMETH - LOVE ME TONIGHT

RACHEL HARRINGTON - CITY OF REFUGE

 


 

TIM EASTON
PORCUPINE
Website Myspace
Label: New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

Het is nog steeds moeilijk Tim Easton van een label te voorzien. Hij kan klinken als een folkie die eigenlijk rocker had willen zijn, om dat een minuut later met een sobere, intense blues weer te logenstraffen. Later ontpopt hij zich als soundscape-architect, die met gevonden geluiden een nieuw liedje maakt. En natuurlijk zijn country, en countrysoul, zelden ver uit de buurt. Dat zijn nieuwe album "Porcupine" toch zo’n sterke samenhang heeft, komt door zijn songwriting. Zijn teksten spreken dezelfde even nonchalante en trefzekere houding uit als zijn muziek, eerlijke songs zonder opsmuk, maar wel met veel passie. Dank zij die overtuiging weet hij alle genres naar zijn hand te zetten. "Porcupine" is weer eens wat anders: meer blues en gedrevenheid dan op zijn vorige cd's. Wie de muziek van Bob Dylan, Daniel Lanois of de latere John Mellencamp een warm hart toedraagt, kunnen wij dit fijne Americana plaatje zeker aanbevelen.

De uit Akron, Ohio, afkomstige singer-songwriter Tim Easton, komt oorspronkelijk uit de Haynes Boys. En eerder bracht deze voormalige Haynes Boy al twee soloalbums uit, nl. "The Truth About Us" (2001) en "Break Your Mother’s Heart" (2003), waarop de Dylan-referenties alom aanwezig waren, maar de volstrekt unieke manier waarop Easton het kleine leed vertolkt op deze cd's is van een hoogstaand niveau. Dit waren trouwens cd’s waarop Easton niet alleen excelleerde als singer-songwriter, maar waarop hij bovendien het belang van goede muzikanten en een geschikte producer onderkende. Zo werkte hij op "The Truth About Us" met producer Joe Chiccarelli (Frank Zappa, Clem Snide) en liet hij zich muzikaal bijstaan door het grootste deel van Wilco. Op "Break Your Mother’s Heart" werd John Hanlon (Neil Young) ingehuurd als producer en doken oude rotten als Greg Leisz en Jim Keltner op. Voor "Ammunition" (2007) was het Tim weer gelukt topproducers en topmuzikanten te strikken, want naast producer Mark Howard (Bob Dylan, Daniel Lanois, Lucinda Williams) en co-producer Gary Louris (voorman van The Jayhawks), geven onder andere Lucinda Williams en Tift Merritt act de présence op deze cd.

Het nieuwe album "Porcupine" was al te koop tijdens het SXSW festival, maar enkel als LP, waarvan Tim iedere hoes eigenhandig beschilderde. Het kostte je dan wel aardig wat geld, maar je hebt er dan wel een zeldzame hoes voor terug (zie website). Easton presenteert zich op "Porcupine" als een muzikant met vele gezichten, zonder zijn eigen gezicht te verliezen. Een muzikant bovendien die bereid is zowel muzikaal als tekstueel risico's te lopen. Vrijwel elk van de twaalf liedjes heeft een eigen klankkleur. Zowel in de sobere ballads, als in het dreigende "The Young Girls" met gospel-backingvocals van Susan Marshall als in de meer up-tempo rocksongs als de Dylanesque titeltrack tot de ware rootsrockers als de openers "Burgundy Red" en "Broke My Heart" laat Easton horen dat hij zich met de besten kan meten. "I wanted to make some noise and get that jagged, midwestern rock and roll sound again", zegt Easton, hetgeen we zeker kunnen beamen na deze twee rauwe openende rockers. Maar ook in de rustige songs, als de met strijkers opgesierde songs "Stones Throw Away" en "Goodbye Amsterdam", of het poppy "7th Wheel", het rockende "Get What I Got", het swampy "Northbound", het rockende "Get What I Got", Tim Easton weet overal wel raad mee. De zanger beheerst vooral de finesses van de Dylaneske song tot in de puntjes. Een goed voorbeeld is misschien wel het rockende nummer "Stormy" en hij moet daarbij de platen van Sonny Terry en Brownie McGhee wel grijs gedraaid hebben. "Porcupine" is alweer een bescheiden meesterwerk, een plaat om te koesteren. Easton voegt met dit nieuwe album immers twaalf schitterende juweeltjes aan zijn oeuvre toe. Zijn muzikale vrienden weten het al lang, maar ook alle liefhebbers van singer-songwritermuziek moeten het nu maar eens ontdekken: Tim Easton is echt een hele grote!


 

MICHAEL J. SHEEHY & THE HIRED MOURNERS
WITH THESE HANDS
THE RISE AND FALL OF FRANCIS DELANEY
Myspace
Label: Glitterhouse Records Distr.: Munich Records

 

 

Een voortijdige dood is het beste recept voor een status als rock & roll-legende. Dat was zo (Jim Morrison, Janis Joplin, Jimi Hendrix) en dat is nog steeds zo, getuige als voorbeeld de heldenverering die singer-songwriter Jeff Buckley na zijn onverwachte verdrinkingsdood genoot. Van Buckley verschijnt begin volgende maand een nieuwe DVD/CD set "Live Around The World", waar we natuurlijk al naar uitkijken. Want was hij bij zijn leven een meer dan gemiddeld muzikant, inmiddels wordt Buckley geëerd als een pop-halfgod en verschijnen er om de haverklap postume cd's van zijn hand. Wie voldoende van zijn dood is hersteld om eens rond te kijken wat er nog aan levende singer/songwriters rondloopt, doet er goed aan eens naar de cd "With These Hands" van Michael J Sheehy te luisteren. Niet dat Sheehy de zoveelste Buckley-sound-alike is, maar qua emotionele zeggingskracht benaderen de beide zangers elkaar heel dicht. Na een periode als zanger van de formatie Dream City Film Club, besloot de Engelsman de hectiek van de rock & roll achter zich te laten en terug te keren naar zijn liefde voor de ambachtelijke song. Het vertolken van oprechte emoties werd daarbij zijn uitgangspunt. Want: ,,Wat me irriteert aan veel alternatieve en rockmuziek is dat er geen emotionele boodschap in lijkt te zitten. Wat willen deze mensen eigenlijk zeggen?''. En dus koos Sheehy ervoor om zijn inspiratie vooral te zoeken bij de luisterpop, folk en country en in de teksten zijn emoties niet onder stoelen of banken te steken. Bovendien beschikt de Brit over een stem waarmee hij zijn gevoelens, van dromerig poëtisch tot rauw en wanhopig, perfect weet over te brengen. Het maakt van "With These Hands" een aangrijpende plaat, waarmee Sheehy ongetwijfeld veel vrienden zal maken onder de liefhebbers van de betere luisterpop.

De autobiografie die Michael J. Sheeny schreef op zijn MySpace is een verhaal van godsdienstgekte, seks-excessen, drank, ruzie en haarverlies. Dat moet een understatement zijn, want Sheeny deed genoeg inspiratie op om na meer dan vijf jaar het album "Ghost on the Motorway" (2007) uit te brengen. Die klinkt bepaald niet als de soundtrack bij zijn leven, maar ingetogen en beheerst, de muziek van een man in harmonie met zichzelf. Sheeny houdt zijn muziek compact, maar kiest voor een veelheid aan instrumenten, waardoor de klankkleur gevarieerd is. De Engelse singer-songwriter zit ook op zijn vijfde soloalbum "With These Hands", dat zoals de voorganger via het Duitse kwaliteitslabel Glitterhouse verschijnt niet voor een gat gevangen. Michael J. Sheeny komt met sierlijke pop met soms wat Tom Waits-invloeden of omfloerste pop op zijn Leonard Cohens en dit in een mix van gothic, vaudeville, blues en folk.

"The Rise and Fall of Francis Delaney" is de ondertitel van deze cd, waarvan Sheehy zelf zegt: "These songs were written for a musical which is set in the early 1960s and the fight promoters are the real villains". Deze songs vertellen alshetware het verhaal van Francis Delaney, een fictieve bokser wiens leven ontrafelt nadat hij deelneemt aan de meest belangrijke strijd van zijn carrière. Het verhaal wordt verteld door de ogen van Delaney zelf en andere duistere personen als de promotors, de tegenstanders en de gokkers die allen opduiken in Sheeny’s songs waarvan de sound vaak weldadig gedrenkt is in vette accenten van bepaalde instrumenten en waarvan de backing vocalen ook opmerkelijk mooi aanwezig zijn. Zo horen we in "Ain't a White Boy Alive", "The Gospel According To Marcelus J Mudd" en "Frankie My Darling" respectievelijk de stemmen van Sandy Dillon, Patsy Crime en Gemma Ray. Zo gaat deze eerste song 'Ain't a White Boy Alive" over een Amerikaanse promoter met Ierse en Joodse roots die een zwarte wil zijn. Alle songs zijn over het algemeen ingetogen, liedjes gaan over ellende en andere treurigheid, maar steeds vinden we een juiste vorm van dreiging of weemoed in zijn liedjes. Triestigheid klonk nog nooit zo prachtig, als ook in het afsluitende "Goodnight Irene", een cover van een klassieker die Huddie 'Lead Belly' Ledbetter in 1932 opnam. De gepassioneerde acappella lezing die Sheehy aan deze song meegeeft is gewoon klasse!


 

DAVE ALVIN AND THE GUILTY WOMEN
Website Myspace
Label: Yep Roc
Distr.: Munich Records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Iedereen weet dat Dave Alvin een van de meest prominente en productieve figuren in de wereld van Americana is. Hij zingt, hij schrijft, hij produceert en hij kan een goed potje gitaarspelen. En zoals bijvoorbeeld iemand als Tom Waits een volledig genre op zich is, kan ook van Dave Alvin gezegd worden dat hij wars is van alle trends en rustig zijn eigen gangetje gaat. Dat lang niet alles even geslaagd is, lijkt haast vanzelfsprekend. Maar alles kan bij deze oud-Blaster, oud-Flesh Eater en oud-Knitter, zolang hij maar blues en country op zijn herkenbare manier kan interpreteren. Maar Dave Alvin is ook een echte expert aan het worden in het maken van tribute-albums. Negen jaar geleden bracht hij het met Grammy bekroonde "Public Domain" (2000): Songs from the Wild Land uit, een plaat vol traditionele country en folk. "West of the West" uit 2006 was eerder een eerbetoon aan collega songschrijvers die net als hij hun wortels in Californië hebben. Voor dit album, bij zijn nieuw platenlabel, Yep Roc, maakte hij een eigenwijze keuze uit al die songschrijvers, dus horen we werk van Los Lobos en Tom Waits, naast dat van minder bekende namen als Kate Wolf en Blackie Farrell en dit naast het baanbrekende soloalbum "Ashgrove" (2004) dat halfweg deze releases verscheen. Vorig jaar overleed accordeonist - beste vriend - en bandlid Dave Gaffney en dit was meteen het einde van 'The Guilty Men'. Alvin besloot het over een andere boeg te gooien en trad in oktober 2008 op het Hardly Strictly Bluegrass Festival aan met een all-star meidengroep, genaamd 'The Guilty Women'.

Einde deze maand komt op het Yep Roc label het gelijknamige debuutalbum van Dave Alvin & The Guilty Woman uit, en komt tevens op dezelfde dag uit als het tribute album aan Chris Gaffney: "Man of Somebody's Dreams: A Tribute to the Songs of Chris Gaffney". De Guilty Women line-up bestaat uit de gitaristen Cindy Cashdollar (Asleep at the Wheel) en Nina Gerber, de soulvolle violisten Laurie Lewis en Amy Farris, vocaliste Christy McWilson, legendarische bassiste Sarah Brown en drumster Lisa Pankratz. Met speciale hulp van Marcia Ball en Susie Thompson maakte hij deze rootsplaat, gebaseerd op country, bluegrass, rockabilly, roots-rock en western-swing.

Er spreekt eerbied uit de versies van Alvin en zijn Guilty Woman. Luister maar even naar zijn fantastische uitvoering van zijn eigen openende "Marie Marie". Deze rockende song kennen we natuurlijk uit zijn periode met de The Blasters, maar de versie op deze plaat met het prachtige vioolwerk van Laurie Lewis en Amy Farris naast wat accordeon klanken maakt van deze song wel een indrukwekkende en nooit gehoorde cajun tune. "California’s Burning" is een intens broeierige song met Cindy Cashdollar op slide gitaar en samen met het drummen van Lisa Pankratz ontbloot Alvin zijn ziel meer dan ooit tevoren. “Coyotes howling, the devil winds begin to blow”, hier kan u dus niet aan ontsnappen. "Boss of the Blues" brengt een boogie-woogie, jump-jive sfeertje aan dit nummer waarvan de invloeden terug te vinden zijn in Dave’s vroege jaren toen Big Joe Turner voor hem de 'the boss of the blues' was. De vocalen van Christy McWilson maken van tal van songs, de hoogtepunten van dit album. Met haar klagende stem, doet ze soms, als in "Weight of the World" denken aan Loretta Lynn. Naast mooie versies van Ana Egge's "River Under the Road", Amy Farris' "Anyway", sluit dit album af met een cover van Doris Day klassieker, "Que Sera, Sera". De versie die we hier krijgen voorgeschoteld is allerminst poppy als de original, maar het klinkt als een honky-tonk swing beat waarin Alvin wederom zijn creativiteit toont die hij al jaren in de Americana scène brengt. Het moet gezegd worden: hij brengt het samen met zijn dames er heel goed van af. Dave Alvin & The Guilty Woman is niet minder dan een topplaat, een mooie toevoeging aan die toch al indrukwekkende lijst.

Tracks:
1. "Marie Marie" (Dave Alvin)
2. "California's Burning" (Dave Alvin)
3. "Downey Girl" (Dave Alvin)
4. "Weight of the World" (Christy McWilson)
5. "Anyway" (Dave Alvin/Amy Farris)
6. "Boss of the Blues" (Dave Alvin)
7. "Potter's Field" (Christy McWilson)
8. "River Under the Road" (Sarah Brown/Anna Egge/Jimmie Dale Gilmore)
9. "These Times We're Living In" (Kate Wolf)
10. "Nana and Jimi" (Dave Alvin)
11. "Don't Make No Promises" (Tim Hardin)
12. "Que Sera, Sera" (Raymond Evans/Jay Livingston)


 

CRACKER
SUNRISE IN THE LAND OF MILK AND HONEY
Website Myspace
Label : Freeworld
Distr. : Bertus

 

 

Een nieuwe cd van de alt-rockers van Cracker is altijd iets om nieuwsgierig naar uit te kijken. De heren zijn ondanks de zeer herkenbare sound in hun carrière nooit vies geweest van muzikale revolutionaire omwentelingen. Hun nieuwe plaat komt drie jaar na “Greenland”, heet “Sunrise In The Land Of Milk And Honey” en laat de 4 heren op hun allerbest aan het woord komen. David Lowery zingt met volle overgave alsof elke song zijn laatste is geweest. De gitaren van David Lowery en Johnny Hickman scheuren tegen razendsnel tempo doorheen de songs en de bas van Sal Maida en de drums van Frank Funaro zorgen voor een swingende ritmesectie. Dit wordt het best geïllustreerd in een nummer dat de titel “Show Me How This Thing Works” meekreeg. De countrytune krijgt nadien even de bovenhand in de Americana-ballad “Turn On, Tune In, Drop Out With Me” dat naar onze mening verdient om de titel ‘beste song van deze plaat’ mee te krijgen. De ironie in de songteksten die de liedjes van Cracker sinds hun ontstaan in 1992 altijd al heeft gekenmerkt zit hier ook weer in meerdere nummers ingekapseld. Na acht platen waarvan er drie goud haalden en ééntje zelfs platinum verkoop kon realiseren is “Sunrise In The Land Of Milk And Honey” natuurlijk geen stijlbreuk meer te noemen. De band groeit echter nog steeds richting perfectie en de songschrijvertalenten zijn nog steeds niet aan hun maximum niveau. Recht-voor-de-raap-rock is ook aanwezig op deze cd, zie daarvoor “We All Shine A Light”, het grappige, punkerige “Hand Me My Inhaler” en het scheurende “Time Machine”. Ze konden ook rekenen op de bereidwillige medewerking van een lange reeks muzikale vrienden waaronder John Doe die zingt op “We All Shine A Light” en Counting Crows-zanger Adam Duritz die de backing vocals verzorgt bij het pakkende romantische nummer “Darling One”. De countryballad “Friends” - waarin Lowery in duet zingt met ‘Drive-By Truckers’-zanger Patterson Hood - is de enige song die niet door de ganse groep gecomponeerd werd maar enkel ontstond in het brein van gitarist Johnny Hickman. “I Could Be Wrong, I Could Be Right” rockt en swingt in een funky bluesstijl waarbij David Lowery vocaal ijzersterk uit de hoek komt. Van bij het eerste nummer op deze cd – het aan de Ramones schatplichtige “Yalla Yalla (Let’s Go)” – tot bij de afsluitende titeltrack “Sunrise In The Land Of Milk And Honey” toont Cracker in zowat elke song dat ze een band zijn die in het hedendaagse muziekgebeuren een vooraanstaande plaats verdient. De oude rockers zijn terug van nooit echt weg. (valsam)


 

 

 

JOHN NEMETH
LOVE ME TONIGHT
Website Myspace
Label: Blind Pig records
Distr.: Parsifal VIDEO

 

De in Boise, Idaho geboren en getogen John Nemeth klinkt als de reïncarnatie van Little Willie John. Maar Nemeth heeft niet enkel een fantastische stem, hij is daarnaast ook een wereldklasse harp speler in de stijl van Little Walter. De kenners hadden hem al getipt en terecht! Want na "The Jack of Harps" (2002), "Come And Get It" (2004) en "Magic Touch" (2007) levert hij met "Love me Tonight" een zeer sterke vierde plaat af, zijn tweede plaat voor Blind Pig Records en meteen een cd waarop zijn kunsten op harmonica en zijn zangkwaliteiten nog meer tot uiting komen.

De relatief nog jonge Amerikaanse blueszanger en mondharmonicaspeler John Németh verdiende zijn sporen al bij Junior Watson en Anson Funderburgh en deelde het podium reeds met Tommy Castro, Curtis Salgado, Phillip Walker, Johnny Rawls, Lloyd Jones, Steady Rollin' Bob Margolin, Paul deLay, Rusty Zinn, Rick Estrin, Steve Freund, Mark Hummel en R.J. Mischo. Anson Funderburgh vroeg hem in te vallen voor de zieke Sam Myers, en deze samenwerking resulteerde uiteindelijk in een verhuis van Idaho naar San Francisco en een platendeal. John Németh maakt blues en hij doet dit met hart en ziel. Een scheurende mondharmonica, spetterend gitaarwerk en een stem die gemaakt lijkt voor dit soort bluesmuziek. Bluesmuziek uit vervlogen tijden, hier en daar voorzien van een stevige soulimpuls. Muziek die live vast nog veel beter tot zijn recht komt, maar ook op de plaat weet Németh de aandacht moeiteloos vast te houden.

De cd begint meteen al goed met een prima uitvoering van de titeltrack, een up-tempo song doordrenkt met een groove in de Stax en Motown traditie. Németh kan voor de begeleiding rekenen op een all-star band, en er is tevens ook een bijdrage van die andere onweerstaanbare gitarist, Elvin Bishop die Németh op zijn laatste cd vier tracks liet zingen. Nu is anderzijds Bishop gitaarspel te horen in "Country Boy" en "Daughter of the Devil". Chicago-stijl/retro-moderne blues en soul muziek krijg je voorgeschoteld op deze nieuwe plaat waarin zijn zelfgeschreven soulvolle ballad "Fuel For Your Fire" zijn expressieve stem het meest benadrukt. Buiten één enkele cover, het Jackie Wilson- achtige "She's My Heart's Desire" weet de man ook in zijn eigen andere 10 songs ons te bekoren. Zo brengt hij het reeds vernoemde nummer "Daughter of the Devil" in een meer Howlin' Wolf -stijl en de ballad "Blues in My Heart" laat ons denken aan Buddy Guy. "Fuel For Your Fire" zou zo van een Otis Redding cd kunnen komen en "Too Good To Be True" op een Sam & Dave album. Allemaal hartverscheurend mooi! John Németh speelt en zingt zijn songs zoals hijzelf denkt dat ze horen te klinken… en dit is zijn sterkte. Hij laat je gedachten afdwalen naar de diepste pijnen binnenin je ziel. Je stelt jezelf bloot aan alle aanwezige emoties die op zijn beurt een helende kracht hebben… de kracht van de soulvolle blues! Zo draagt John Németh er zonder enige twijfel toe bij dat onze waardevolle bluescultuur in de belangstelling blijft. Soul, blues en R&B liefhebbers die een authentiek geluid, een soulvolle stem en prachtig mondharmonica spel waarderen zitten gewoon bij John Németh aan het juiste adres. Wat ons betreft één van de betere bluesplaten van het moment.


 

RACHEL HARRINGTON
CITY OF REFUGE
Website Myspace
Booking: Theo Looijmans
Label: SkinnyDennis Records
Distr.: Proper Music

 

 

Dit nieuwe album van Rachel Harrington is echt een juweeltje. Zij lijkt mij immers een artieste die tot grootse dingen voorbestemd is en ze heeft dan ook echt alles mee. Rachel ziet er niet alleen fantastisch uit, ze beschikt daarnaast ook over een bijzonder passionele stem, schrijft ijzersterke liedjes, zowel tekstueel als muzikaal gezien, en aan getalenteerde vrienden heeft ze bepaald geen gebrek. Als ik beweer dat "City Of Refuge" op z’n zachtst gezegd een regelrechte openbaring is, overdrijf ik echter geenszins. Er is dus al een EP "Halloween Leaves" (2004) van deze dame in omloop, en ook haar officiële debuut, "The Bootlegger's Daughter" (2007), maar met dit voornamelijk door Evan Brubaker (Holly Figueroa, Edie Carey) geproduceerde album schaart zij zich moeiteloos in het rijtje dames, welke dit jaar al geschitterd hebben.

 

Rachel Harrington groeide op in een klein dorpje, Eugene in Oregon. En zoals vele blues- en soulzangeressen leerden zingen in de kerk was dat ook zo bij Rachel. Buiten al de gospels waarmee ze in contact kwam, was er ook de verzameling Stax- en Motownplaten van haar vader, met het gevolg dat ze naast vele gospelgroepen ook fan was van Otis Redding en Sam Cooke. Wat later komt via haar tante die in Montana een paardenfokkerij runde haar interesse in country music, en waren voornamelijk Hank Williams en George Jones die grote indruk op haar maakten. Later vertrok ze met haar moeder naar Texas waardoor die country-invloed nog groter werd. Als alleenstaande moeder had ze aanvankelijk niet veel tijd om songs te schrijven, maar muziek maken bleef haar grote wens. Een wens die in vervulling ging, een vijftal jaartjes geleden, met het verschijnen van haar demo-cd. Al snel trad ze op in voorprogramma’s van haar voormalige helden (o.a. Guy Clark, Eliza Gilkyson, Be Good Tanyas, Jim Lauderdale, Shawn Colvin, Todd Snider, Lucy Kaplansky) en maakte in 2007 dat bloedmooie "The Bootleggers’s Daughter" -album. "City Of Refuge" is een bij momenten even beklemmende als intrigerende hybride van elementen uit folk, roots, bluegrass en country waarbij ze zich omringt door een stel zeer competente musici: Zak Borden (mandolin), Mike Grigoni (pedal steel, dobro), Jon Hamar (staande bas), Dayan Kai (clarinet), Tim O'Brien (viool, backing vocals) en de backing vocals van Holly O'Reilly en Pieta Brown. Zij hielpen deze plaat omtoveren tot ongemeen soulvolle melancholische Americana. Rootsmuziek met een folky inslag, zo laten de tien songs zich het best omschrijven. Naast de songs van eigen hand vinden we Bobbie Gentry's "Ode To Billy Joe", twee traditionals, "Old Time Religion / Working On A Building" en "I Don't Want To Get Adjusted To This World", het prachtige "Truman" in coöperatie gepend met trouwe bondgenoot Zak Borden, allemaal door haar zeer mooi gebracht, waarbij de rootsinstrumenten zorgen voor een country- en folksfeer en alles bijeen levert dat rustgevende muziek op. De songs zijn vaak ingetogen of maximaal midtempo, maar nimmer uitgelaten. Het geeft het geheel een bepaalde somberte, die past bij de titel van deze plaat. Het gaat te ver om alle songs, allemaal van niveau, te noemen. Songs die handelen over persoonlijke en mythische verhalen van het Amerikaanse Westen, liedjes rond verhalen die ze hoorde van prostituees gedurende de goudkoorts in Alaska, de norse Harry Truman van Mt. St. Helens en over de schrijver Raymond Carver. Niet direct de meest onderscheidende thema’s, maar Rachel maakt er wél degelijk ééntje van een uitzonderlijk niveau. Er staan gewoon geen slechte songs op "City Of Refuge", daarvoor weet Rachel Harrington veel te goed waar zij mee bezig is. De muziek valt misschien het beste te omschrijven als minimalistische en tijdloze luistercountry, ontdaan van alle denkbare pretenties en verhullingen. Haar stem is aantrekkelijk, een stem die je vanaf het eerste moment pakt en die prachtig op de voorgrond geplaatst is, waardoor de liedjes een kalmerende werking hebben. "The Bootlegger's Daughter" was één van de beste Americana-albums van vorig jaar. "City Of Refuge" straalt niet alleen het rustieke uit van de schilderij van de cover maar is zowel letterlijk als figuurlijk ook een echte droomplaat!

Rachel Harrington komt deze cd promoten in Belgie en Nederland. Ze wordt begeleid door Zak Borden op mandoline en gitaar.

  • donderdag 28 mei, 20.30: T-Huis, Breda
  • vrijdag 29 mei, 21.00 uur: T'oogenblik, Haren, Brussel (B)
  • zaterdag 30 mei: MC Frits Philips, Naked Song Festival, Eindhoven
  • zondag 31 mei, 15.00 uur: Vurige Tongen, Ruigoord
  • maandag 1 juni, 21.00 uur: Crossroads Café, Antwerpen (B)
  • dinsdag 2 juni, 22.00 uur: De Rode Pimpernel, Den Bosch