ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009 - APRIL 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

JEB LOY NICHOLS - PARISH BAR

BILLY PRICE & FRED CHAPELLIER - NIGHT WORK

THE MYSTIX - DOWN TO THE SHORE

EMIL & THE ECSTATICS - BIT BY BIT

PHIL BERKOWITZ - ALL NIGHT PARTY

GORDON SMITH - THE ESSENTIAL

KURT CRANDALL - GET WRONG WITH ME

MUNDY - STRAWBERRY BLOOD

NORTH TWIN - STRONGER AT THE BROKEN PLACES

FAMILY STYLE - PADDY'S BLUES

 


 

 

JEB LOY NICHOLS
PARISH BAR
Website Myspace
VIDEO
Label: Compass Records


 

Jeb Loy Nichols is een singer songwriter, muzikant en beeldend kunstenaar, hij maakt vooral prints van houtsneden. Het was tijdens een project met een reeks van die houtsneden met de naam "Ghost Yard" dat het idee voor deze cd ontstond. "Ghost Yard" is een park in de Bronx waar Afrika Bambaataa Zulu Nation liet ontstaan. Hij zegt zelf van deze release: "This is an inbetween record, recorded at home, some covers, some country, some jazz, some soul, all the stuff that's matters". De party’s die Afrika Bambaataa hield in Ghost Yard begin jaren tachtig inspireerden Jeb Loy voor deze plaat. Zo is het eerste nummer "Countrymusicdisco45" gebaseerd op een echt gebeurd verhaal. Tijdens één van die fuiven werd er gedanst op echte discogrooves, toen plots de dj een single van Charlie Rich draaide. Heel het park ging uit zijn bol. Dat herinnerde Jeb Loy aan zijn dagen in Jamaica toen hij naar dub fuiven ging in Parish Bar, die steevast, tegen de morgen, zo gauw de zon opging eindigden met country nummers, want beiden zijn roots, reggae zowel als country. Die aparte mix vinden we dan ook volop terug op deze cd, lekkere "grooves" gecombineerd met wat soul, maar evenzeer country. Hij werd in Wyoming geboren, en groeide op in Missouri. De invloed van de muziek waar zijn ouders naar luisterden werkte door natuurlijk, de jazz waar zijn moeder naar luisterde en vader was grote fan van Hank Williams. Jeb Loy zelf luisterde vooral naar de soulzenders op de radio en hoorde zo Bobby Womack , Al Green en de Staple Singers. Via Austin waarnaar de familie later verhuisde kwam hij terecht in New York voor zijn kunststudies, en ontmoette daar de hip-hop scéne. Maar na drie jaar New York was de rusteloze Jeb alweer op weg naar Londen, waar hij een huis deelde met niemand minder dan Neneh Cherry en producer Adrian Sherwood. Hij richtte een groep op "The Fellow Travellers" waarvan Jeb zegt: het was verschrikkelijk leuk. We deden allemaal ons eigen ding zonder elkaar te beïnvloeden, en het vreemde was dat het perfect klonk, ze maakten vier cd's, en iemand van de vakpers beschreef hen als "de kinderen van Merle, Marley en Marx". Jeb kennende verhuisde hij na drie jaar Londen opnieuw, naar een boerderij in Wales ditmaal, samen met vrouwtje Loraine Morley. Vorig jaar werd zijn cd “Days Are Mighty” hier lovend besproken, daarom waren we uiterst benieuwd naar deze opvolger. Die klinkt tegelijkertijd vertrouwd en toch anders. Terug is dat vertrouwde warme laid back geluid van zijn voorganger, maar zo afwisselend als zijn leven tot nu toe was, zo vol afwisseling zit ook deze "Parish Bar". Onze impressies gaan van J.J. Cale via Boz Scaggs en Jack Johnson tot Pop Staples en Bob Marley. "Country Soul meets Dub in a laid-back groove" dekt de lading misschien het best. Daarvoor zorgen heerlijke songs als “Whole Thing Going On” en “I Took A Memory To Lunch” wel voor. Een heerlijke originele, uniek klinkende release. Mijn favoriete chill-out plaat vanaf nu. (RON)


 

BILLY PRICE & FRED CHAPELLIER
NIGHT WORK
Website
VIDEO 1 VIDEO 2
Label: Dixiefrog
Distr.: Parsifal (B) Bertus (NL)


 

 

Mijn kennismaking met de muziek van Billy Price vergeet ik niet vlug. Ik hoorde lang geleden, in 1982 om precies te zijn, op een dag een medley van O.V Wright songs en dacht dat de zanger die ik hoorde ook zwart was, want met zo 'n soulstem kon een blanke niet gezegend zijn. Ik hoorde dat het om een zekere Billy Price ging en daardoor ging op zoek in de betere importzaken naar de LP "They Found me Guilty" van Billy Price and the Keystone Rhythm band. Groot was mijn verwondering toen ik het kleinood eindelijk te pakken kreeg, want Billy was een blanke met een stem als de echte soulgrootheden. De LP was gevuld met covers van Otis Clay, O.V Wright, Deadric Malone en andere soulsterren. Enkele dagen later ontdekte ik dat ik zelfs al werk van de man in huis had, namelijk op platen van Roy Buchanan als zanger, maar daar was die prachtstem me niet zo opgevallen, verblind als ik was door het unieke gitaargeluid van Roy. Bovendien bleek Billy’s stem ook pas echt tot zijn recht te komen in het pure soulwerk. Vandaag brengt Billy nog steeds dat: pure soul, en dit keer zelfs met één van zijn grote voorbeelden als gast. "Love and Happiness" van Al Green wordt hier namelijk gezongen door Otis Clay himself, zowat het grote voorbeeld van Billy. Maar Billy Price is niet allen op deze Dixiefrog release, het is een samenwerking met de Franse gitarist Fred Chapellier. Een samenwerking die in het verlengde ligt van het eerbetoon dat de gitarist eerder in 2007 al maakte voor Roy Buchanan. Net als op zijn Keystone Rhythm Band release uit het verleden steekt Billy ook hier zijn bewondering voor het werk van O.V.Wright niet onder stoelen of banken, een nummer met die naam is gebruikt als eerbetoon en alle hits van O.V. passeren de revue. Een van de mooiste songs op deze release is "All The Love In The World" een langzame song die zweeft tussen blues en soul, waar beide heren het beste van zichzelf laten horen. Ex-Nighthawk Mark Wenner komt ook even langs om een drietal songs van zijn mondharmonica signatuur te voorzien. Ik zou zeggen: kopen deze cd, en laat je onderdompelen in wat heerlijk klinkende "Pittsburg Soul". (RON)


 

THE MYSTIX
DOWN TO THE SHORE
Website Myspace
CDBaby
Info: Americana Media Produtions
Label: Mystix Eyes Records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

"Down To The Shore" is de nieuwe cd van The Mystix en is na "Blue Morning" (2007) en "Satisfy You" (2007), de derde plaat in twee jaar tijd. Hun vorige album "Blue Morning", de tweede opname voor Mystix Eyes Records, kreeg in de media veel positieve reacties. Singer-gitarist Jo Lily die vroeger deel uitmaakte van de legendarische Duke and the Drivers uit Boston laat zich in zijn band omringen door keyboardist Tom West (Susan Tedeschi, Peter Wolf), bassist Marty Ballou (John Hammond, Edgar Winter, Duke Robillard), drummer Marty Richards (Robillard, Gary Burton, The J. Geils Band) en gitarist Bobby Keyes (Robin Thicke, Mary J. Blige, Lil' Wayne, Jerry Lee Lewis), een supergroup alshetware. "Down To The Shore" telt twaalf songs, American rootscovers van o.a. Pops Staples, Porter Waggoner en Georgie Riddle, naast enkele traditionals en originals van het schrijversduo Lily en Keyes. Songs met het stampende blues gevoel, de warme omlijsting en zeker niet vergeten, het mooie slide gitaarspel van Lily. En ze weten dit allemaal zo ontspannen te brengen met een no-nonsense groove in hun sound, zoals je dit kan verwachten van doorgewinterde professionals. Luister maar even naar de gedreven openingstrack, Blind Jimmie Strothers's traditional "We Are Almost Down To the Shore", de swampy pop groove van "Good Deal Lucille", het zalige slidegitaar werk in Lily's eigen "Roll of the Dice" of het rustig akoestische "Gamblin' Man" en dan zijn we nog maar halfweg. Want bijgestaan door deze fantastische muzikanten levert Jo Lily ook verder het ene na het andere prachtliedje op. Prachtliedjes vol nostalgie, maar tegelijkertijd hypermodern. Dit alles maakt van The Mystix de weerspiegeling van de nieuwe lichting van het Americana-roots genre in de éénentwintigste eeuw. Verder doet deze cd me denken aan een mix van John Hiatt, the Band, Van Morrison met bluesgrootheden als Howlin’ Wolf en Elmore James, want Jo Lily weet zijn teksten zo mooi aan te brengen in dit blues met rock en swing doorweven roots-album. The Mystix betekent voor Boston daarbij zo'n beetje wat the Subdudes zijn voor New Orleans. Ik denk dat ik nog veel deze cd zal spelen.


 

EMIL & THE ECSTATICS
BIT BY BIT
Website Myspace
Label: Naked Productions
Distr: Bertus VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Gegroeid uit de helft van de vroegere Stockholmse band The Young Guns, heeft Emil Arvidsson met collega Hans Ericson, bassist, zijn eigen band Emil & The Ecstatics opgericht. Drummer Tom Steffensen en hammondspeler Johan Bendrik vervolledigden het kwartet, en één van de beste huidige Zweedse bluesbands zag het daglicht. Dit is hun derde release die ze op de wereld loslaten, voorheen was er al hun titelloze debuut, zowat 4 jaar geleden, en twee jaar later "Legacy" waar ze de basis van hun eigen geluid legden. Een kleine personeelswissel die onlangs gebeurde, bassist Hans werd vervangen door Mats Hammarlöf, een sterke aanwinst, hij verbeterde het groepsgeluid nog eens extra. Driemaal is scheepsrecht zegt men wel eens, en in het land van water en boten, Zweden, begrijpt dat men eens te meer. Hierdoor is deze derde cd van Emil & The Ecstatics een sterke bluesrelease geworden met afwisseling als hoofdthema: West Coast jump, Brits aandoende blues, BB King riffs, Surf en zelfs Hawaian slide toestanden. Het zit er allemaal in, en de plaat groeit bij elk nummer. De laatste songs zijn de sterkste, afsluiter "Terms Of Purchase" met hoog Elmore James gehalte is ons betreft de voltreffer, kort, maar oh zo krachtig! Ons eigen Belgische label Naked Productions heeft het weer goed gezien en deze act aan hun palmares toegevoegd tussen hun andere uitstekende bands. Ondertussen heeft België al volop kunnen genieten van hun live prestaties onlangs in Diepenbeek en Mortsel. Was je er toen niet bij, schaf je dan onverwijld dit juweeltje aan, want Zweden heeft duidelijk meer te bieden dan Ikea en frisse blondines. Tijd om deze jongens ook langzamerhand te gaan ontdekken: "bit by bit". (RON)


 

PHIL BERKOWITZ
ALL NIGHT PARTY
Website
CDBaby
Label: Dirty Car Records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Momenteel trekt Phil Berkowitz, de zanger/mondharmonicaspeler uit San Francisco vooral op met Sean Carney’s band en het is dan ook niet verwonderlijk dat op zijn nieuwste cd “All Night Party” Sean Carney, Bill Stuve en Eric Blume uitdrukkelijk aanwezig zijn. Toen Sean Carney onlangs optrad in Bierbeek op het jaarlijkse Blues‘D Up gebeuren, was Phil dan ook van de partij als mondharmonicaspeler in zijn band. “All Night Party” is weer een pracht van cd geworden vol bluesharp hoogstandjes, wat minder “swing” gericht dan zijn al even sterke voorganger, het aan Louis Jordan opgedragen “Louis’ Blues”. Meer West Coast stijl deze keer, acht van de veertien songs zijn van eigen hand, waarvan drie met Danny Carron de vroegere rechterhand van Charles Brown. Ook het veelvuldige gebruik van diatonische en chromatische harp, en de veelvuldigheid aan stijlen is opvallend op deze derde release van de Bay Area muzikant. De cd opent met ”All Night Party”, netjes middenin volgt het Nawlins geïnspireerde “Beach Bar Boogie” en als afsluiter komt het toepasselijke “The Party’s Over”. Feesten en fuiven lijkt wel een beetje de rode draad doorheen de cd. In “Ghost Child” waart de geest van T. Bone Walker wat rond, terwijl Ginger T. Sonny Boy Williamson als inspiratiebron lijkt te hebben. Echte West Coast geluiden ook voldoende natuurlijk, de “Beach Bar Boogie” en “Here’s My Picture” zijn daar duidelijke voorbeelden van, maar de echte swing kan Phil ook natuurlijk niet verloochenen. In “She’s My Baby” met een lekkere blazerssectie brengt de combinatie met zijn chromatic harp die echte West Coast Swing waarin hij zo goed is. Liefhebber van de betere smoelschuiver releases zijn deze week verwend, want na het jonge geweld van Jason Ricci, is hier al weer een volgende waarvan we enkel kunnen zeggen Aanschaf: bijna verplicht! (RON)


 

 

GORDON SMITH
THE ESSENTIAL
Website Label: Note-Music

 

 

Toen ik het pakketje met deze cd van Gordon Smith opende, ging er vaag een belletje rinkelen, had deze man niets te maken met de vroegere Blue Horizon releases, het legendarische Britse blueslabel van Mike Vernon waarvan ik eind jaren zestig een enorme fan was? En had ik zijn naam niet regelmatig op de hoezen van mijn favoriete LP's tegen gekomen? Inderdaad, bij nader toezicht bleek het om dezelfde man te gaan. In 1968 maakte hij de LP "Long Overdue", met leden van Fleetwood Mac, Peter Green inbegrepen, een van de weinige LP's van dat label die ik nooit kunnen bemachtigen had, vandaar dat zijn naam me dadelijk bekend voorkwam. Binnenkort zal aan dit euvel verholpen worden, want in het kader van de re-releases van de vroegere Blue Horizon opnames zullen ook zijn opnames van toen het levenslicht terug zien (misschien is het ondertussen zelfs al zo ver). Deze opnames echter werden vorig jaar in de Londense Roundel studios gemaakt met het kruim van de Engelse studiomuzikanten en als producer op enkele songs Roger Cotton, waarover hier binnenkort meer, want ook hij heeft onlangs een eigen cd opgenomen. Na de sixties opnames was Gordon Smith lange tijd Kevin Coyne's gitarist. Op dit nieuwe werk vinden we vijftien songs, vooral traditionals en covers van bekende klassiekers en ook een drietal eigen nummers. Toch is dit vlug afgehaspelde opnamesessie of Best of, zoals de titel zou kunnen doen vermoeden, maar een cd die twee studio’s, twee producers en enkele jaren tijd in beslag nam om af te geraken en wat als eindresultaat een sterke bluescd oplevert, met zeer sterke akoestische en elektrische bewerkingen van nummers van Sleepy John Estes, Blind Lemon Jefferson, Lowell Fullsome en andere "fathers of the blues". Gordon Smith kan dan ook een palmares van veertig jaar werken in de blues voorleggen, en zich dus terecht een door de wol geverfde professional noemen. Zoals het in het engels zo mooi klinkt: Gordon Smith is the real deal! (RON)


 

KURT CRANDALL
GET WRONG WITH ME
Website Myspace Contact
Label: Yester Year records
CDBaby VIDEO

 

 

Je hebt van die weken, het lijkt wel of er momenteel enkel mondharmonicaspelers op mijn bureau terecht komen, want na Jason Ricci en Phil Berkowitz is het nu de beurt aan die andere West Coast Jump specialist Kurt Crandall. Waarschijnlijk een samenloop van omstandigheden, en we hebben er geen probleem mee want muziek als deze gaat er bij mij altijd wel in. Net als bij Berkowitz is er hier ook een grote bewondering voor de muziek van Louis Jordan en Cab Calloway, iets wat we ook al op zijn debuut "True Story" merkten. Muziek die regelmatig herinnert aan William Clark en Rod Piazza, maar ook andere voorbeelden zijn merkbaar. "Take My Love" heeft Texaanse invloeden, het lijkt wel of Jimmie Reed en Guitar Slim elkaar ontmoeten in dit nummer. Tekstueel en op vocaal gebied zijn er referenties aan de humor en zangstijl van Rick Estrin en zijn Nightcats. "Pets Ain't People" is een voorbeeld daarvan en bovendien een stelling waar ik volledig achter sta. Gitarist Karl Angerer (Lee McBee) is in grote doen op "Late Night Rendez vous" en laat hier nog eens horen dat hij een echte belangrijke nieuwe pion is binnen de band. Ook wat Chicago blues is hier vertegenwoordigd, zoals in "Spider In My Stew" bijvoorbeeld, een ‘ontrouw’ song van Willie Dixon met wat Sonny Boy Williamson stijl harmonica bijdragen. Maar op chromatic blijkt Kurt Crandall toch het meest in zijn element, getuige jazzy songs als "Hypomanic", het prachtige duet met Myra Taylor "Get Wrong With Me" en "Speak Up". Alsof er nog niet genoeg afwisseling in zijn aanbod zit, durft hij het zelfs aan om wat echte rock 'n roll er tussen te gooien met de song "Annie" vol heuse Chuck Berry riffs van Karl Angerer. Kortom, Kurt Crandall bevestigt met deze opvolger de vermoedens die zijn debuut al dadelijk aangaf, namelijk dat hij een sterke en vooral originele nieuwe aanwinst is tussen het gros van de huidige bluesharpspelers. (RON)


 

MUNDY
STRAWBERRY BLOOD
Website Myspace Contact
Label : Camcor Recordings
Distr. : Bertus

 

 

De 33-jarige Ierse singer-songwriter Edmund Enright is onder zijn artiestennaam ‘Mundy’ een gevestigde waarde in zijn thuisland waar hij er met zijn vorige drie albums “Jellylegs” uit 1996, “24 Star Hotel” uit 2002 en “Raining Down Arrows” uit 2004 meteen in slaagde om een platina platenverkoop te realiseren. De song “To You I Bestow” uit zijn debuutalbum werd destijds geselecteerd voor de soundtrack van de film ‘Romeo & Juliet’ wat hem toen veel royalties opleverde en toeliet om zijn eigen platenlabel ‘Camcor Recordings’ op te richten. Daarop brengt hij nu na een stilte van meer dan 4 jaar in volledige artistieke vrijheid zijn vierde album “Strawberry Blood” uit met 14 zelfgeschreven nieuwe songs. Moderne, ruim en rijkelijk georkestreerde popsongs waarop een schare lokale beroemdheden bijspringt voor een bijdrage aan één of meerdere songs. Zo helpt de Ierse Pogues-zanger Shane McGowan vocaal in ruime mate bij de song “Love Is A Casino”, de Ierse zangeres Gemma Hayes zingt heel mooi mee op “Fever” en de charismatische zanger Fergus O’Farrell van de Ierse traditionele folkgroep ‘The Interference’ draagt zijn steentje bij aan het nummer “Pepper In My Dreams”. De rode draad doorheen dit album is een sfeer van positivisme die Mundy wilde creëren in deze negatieve crisistijden om zo een hart onder de riem van de getormenteerde luisteraars te steken. Alle diverse staten van emoties komen aan bod in de teksten die over hartzeer, ambitie, verdriet, vreugde en eerbied voor traditie verhalen. Mundy gaat bovendien toch nergens zijn Ierse traditionele roots uit de weg en verweeft ze wonderwel in meerdere songs op dit album. Van het betere werk op het album “Strawberry Blood” onthouden wij vooral de 3 bovenvermelde songs met de beroemde gastvocalisten, de beginsong “Waiting For The Night To Come”, de moderne gitaarpopsongs “It’s All Yours” en “January Is Blue”, het upbeatnummer “Avalon” en afsluiter “Me And My Guitar”. Mundy heeft de vele invloeden van zijn muzikale idolen Bob Dylan, Neil Young, Tom Waits en Lucinda Williams op subtiele wijze in zijn eigen songs verweven en er zijn persoonlijke kwaliteiten op mooie wijze aan toegevoegd. (valsam)


 

 

NORTH TWIN
STRONGER AT THE BROKEN PLACES
Website Myspace
Contact CD-Baby

 

 

De volledige beluistering van het album “Stronger At The Broken Places” van de Amerikaanse groep “North Twin” uit Seattle blijft me steeds weer naar dezelfde conclusie grijpen: dit zou net zo goed de nieuwe cd van Los Lobos kunnen zijn. Zowel qua stijl en songkeuze leunt dit kwartet zeer nauw aan bij de topformatie uit LA en ook de vocale prestaties van zanger Tony Fulgham lijken meer dan 100% op die van David Hidalgo, de zanger van de succesvolle Wolven. Daarmee mogen we absoluut niet beweren dat we hier louter met een ‘copycat’ van Los Lobos te maken hebben. Ze hebben alvast de verdienste van elf ijzersterke eigen composities te hebben uitgewerkt voor dit album. Bassiste en harmony-vocaliste Rebecca Young is zeer opvallend aanwezig en de verdere combinatie van het gitaarspel van Tim DiJulio en de drums van Rick Cranford bepalen de geluidskwaliteit van “North Twin”. Stevige rock and roll met bluesy gitaarwerk en opperbest zangwerk vormen de basis van deze groep op hun tweede album. Naar eigen zeggen werden de opnamen van hun eerste plaat “Falling apart” uit 2007 zeer sterk beïnvloed door de borstkankerdiagnose die Rebecca Young te horen kreeg toen de groep amper drie dagen in de studio zat. Gelukkig is die zwarte periode nu helemaal achter de rug en konden ze weer voluit gaan voor deze nieuwe plaat waarvan de Amerikaanse pers beweert dat er invloeden van Elvis Costello, Johnny Cash en Drive-By-Truckers te beluisteren zijn. Maar bij Rootstime gaan we voluit voor de vergelijking met Los Lobos, temeer omdat we onvoorwaardelijke fans van die groep zijn en we een verruiming van dergelijke muziek door andere bands absoluut zien zitten. We zijn behoorlijk ‘impressed’ door songs als “Hope It Goes Away” (een typische David Hidalgo-ballad), de stevige rockers “Wreck”, “Clear As Day” (erg mooie ‘copy/paste’-oefening van “Good Morning Aztlan”), “Going Down” en “Roll On”, het tegen Tom Waits aanschurende walsje “High And Low” dat onweerstaanbaar mooi klinkt en de zachte countryballad “I Remember You”. Graag heel snel nog veel meer van dat moois. Want laat dit duidelijk zijn: North Twin heeft een sublieme eigen toekomst voor de boeg met hun muziek die een hele grote groep van onvoorwaardelijke fans bedient. (valsam)


 

 

FAMILY STYLE
PADDY'S BLUES
Website CDBaby VIDEO

 

 

Okee.. misschien niet de meest blitse naam voor een band die Chicago Blues brengt, dat moeten we toegeven, maar toch zou je niet verwachten dat de muziek die je hoort op deze "Paddy's Blues" stamt van een groepje Italiaanse muzikanten uit de buurt van Milaan. De titel van het werkstuk verwijst naar "Paddy's Cullen" een club waar de leider van Family Style, Franco Limido, zijn avonden meestal doorbrengt. Op aanraden van de clubeigenaar werd daar deze cd opgenomen. De "Paddy Cullen's" blijkt te beschikken over een uitstekende akoestiek want hoewel alles opgenomen is met minimale technische middelen klinkt het geheel uiterst verzorgd. Wanneer de groep aangekondigd wordt in 't Italiaans en de groepsnaam zelf uitgesproken wordt met een superzwaar Italiaans accent hou je even je hart vast, maar waarschijnlijk is 't de clubeigenaar of DJ die de honneurs waarneemt want zanger Franco Limido zelf beheerst het Engels perfect, zodat je, zoals ik al zei, niet het minste vermoeden hebt dat het hier om een band uit Milaan gaat. Dit is pure, authentiek klinkende Chicago blues met een eigen gezicht, aangevuld met wat Texaanse accenten. De Limido Brothers (had veel minder braaf geklonken als groepsnaam) zijn de kern waarrond de groep draait. Zanger/mondharmonicaspeler Franko Limido en zijn broer, de gitarist Marco vormen natuurlijk de hoofdmoot van het groepsgeluid van Family Style,.bassist Davido Bianchi en de drumster Stefania Avalini, "Funky Mama" voor de vrienden, vervolledigen deze Milanese bluesrevelatie. Vooral het sterke mondharmonicawerk van Franco maakt indruk, zoals op het sterke "Flat Land Shuffle" en de langzame blues geschreven door Willie Dixon: "Mad Love". De slide geluiden van Marco komen dan weer het best tot zijn recht in de snelle boogie nummers zoals "Every Morning", dat herinnert aan het werk van Rory Gallagher en vooral het J.L Hooker ritme van "Paddy's Boogie" waar de intense interactie tussen de twee broers langzaam een mooie sfeer opbouwt die eindigt in een stomende, stuwende apotheose en Paddy Cullen's even volledig op zijn kop zet. Grazie Mille, Italian bluesbrothers and sister! (RON)