ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008
JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009 - APRIL 2009
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
JEB LOY NICHOLS - PARISH BAR
BILLY PRICE & FRED CHAPELLIER - NIGHT WORK
THE MYSTIX - DOWN TO THE SHORE
EMIL & THE ECSTATICS - BIT BY BIT
PHIL BERKOWITZ - ALL NIGHT PARTY
GORDON SMITH - THE ESSENTIAL
KURT CRANDALL - GET WRONG WITH ME
MUNDY - STRAWBERRY BLOOD
NORTH TWIN - STRONGER AT THE BROKEN PLACES
FAMILY STYLE - PADDY'S BLUES

JEB
LOY NICHOLS
PARISH BAR
Website Myspace
VIDEO
Label: Compass Records
Jeb
Loy Nichols is een singer songwriter, muzikant en beeldend kunstenaar, hij maakt
vooral prints van houtsneden. Het was tijdens een project met een reeks van
die houtsneden met de naam "Ghost Yard" dat het idee voor deze cd
ontstond. "Ghost Yard" is een park in de Bronx waar Afrika Bambaataa
Zulu Nation liet ontstaan. Hij zegt zelf van deze release: "This is
an inbetween record, recorded at home, some covers, some country, some jazz,
some soul, all the stuff that's matters". De party’s die Afrika
Bambaataa hield in Ghost Yard begin jaren tachtig inspireerden Jeb Loy voor
deze plaat. Zo is het eerste nummer "Countrymusicdisco45" gebaseerd
op een echt gebeurd verhaal. Tijdens één van die fuiven werd er
gedanst op echte discogrooves, toen plots de dj een single van Charlie Rich
draaide. Heel het park ging uit zijn bol. Dat herinnerde Jeb Loy aan zijn dagen
in Jamaica toen hij naar dub fuiven ging in Parish Bar, die steevast, tegen
de morgen, zo gauw de zon opging eindigden met country nummers, want beiden
zijn roots, reggae zowel als country. Die aparte mix vinden we dan ook volop
terug op deze cd, lekkere "grooves" gecombineerd met wat soul, maar
evenzeer country. Hij werd in Wyoming geboren, en groeide op in Missouri. De
invloed van de muziek waar zijn ouders naar luisterden werkte door natuurlijk,
de jazz waar zijn moeder naar luisterde en vader was grote fan van Hank Williams.
Jeb Loy zelf luisterde vooral naar de soulzenders op de radio en hoorde zo Bobby
Womack , Al Green en de Staple Singers. Via Austin waarnaar de familie later
verhuisde kwam hij terecht in New York voor zijn kunststudies, en ontmoette
daar de hip-hop scéne. Maar na drie jaar New York was de rusteloze Jeb
alweer op weg naar Londen, waar hij een huis deelde met niemand minder dan Neneh
Cherry en producer Adrian Sherwood. Hij richtte een groep op "The Fellow
Travellers" waarvan Jeb zegt: het was verschrikkelijk leuk. We deden
allemaal ons eigen ding zonder elkaar te beïnvloeden, en het vreemde was
dat het perfect klonk, ze maakten vier cd's, en iemand van de vakpers beschreef
hen als "de kinderen van Merle, Marley en Marx". Jeb kennende
verhuisde hij na drie jaar Londen opnieuw, naar een boerderij in Wales ditmaal,
samen met vrouwtje Loraine Morley. Vorig jaar werd zijn cd “Days Are Mighty”
hier lovend besproken, daarom waren we uiterst benieuwd naar deze opvolger.
Die klinkt tegelijkertijd vertrouwd en toch anders. Terug is dat vertrouwde
warme laid back geluid van zijn voorganger, maar zo afwisselend als zijn leven
tot nu toe was, zo vol afwisseling zit ook deze "Parish Bar". Onze
impressies gaan van J.J. Cale via Boz Scaggs en Jack Johnson tot Pop Staples
en Bob Marley. "Country Soul meets Dub in a laid-back groove" dekt
de lading misschien het best. Daarvoor zorgen heerlijke songs als “Whole
Thing Going On” en “I Took A Memory To Lunch” wel voor. Een
heerlijke originele, uniek klinkende release. Mijn favoriete chill-out plaat
vanaf nu. (RON)

BILLY
PRICE & FRED CHAPELLIER
NIGHT WORK
Website VIDEO
1 VIDEO
2
Label: Dixiefrog
Distr.: Parsifal (B) Bertus (NL)
Mijn
kennismaking met de muziek van Billy Price vergeet ik niet vlug. Ik hoorde lang
geleden, in 1982 om precies te zijn, op een dag een medley van O.V Wright songs
en dacht dat de zanger die ik hoorde ook zwart was, want met zo 'n soulstem
kon een blanke niet gezegend zijn. Ik hoorde dat het om een zekere Billy Price
ging en daardoor ging op zoek in de betere importzaken naar de LP "They
Found me Guilty" van Billy Price and the Keystone Rhythm band. Groot was
mijn verwondering toen ik het kleinood eindelijk te pakken kreeg, want Billy
was een blanke met een stem als de echte soulgrootheden. De LP was gevuld met
covers van Otis Clay, O.V Wright, Deadric Malone en andere soulsterren. Enkele
dagen later ontdekte ik dat ik zelfs al werk van de man in huis had, namelijk
op platen van Roy Buchanan als zanger, maar daar was die prachtstem me niet
zo opgevallen, verblind als ik was door het unieke gitaargeluid van Roy. Bovendien
bleek Billy’s stem ook pas echt tot zijn recht te komen in het pure soulwerk.
Vandaag brengt Billy nog steeds dat: pure soul, en dit keer zelfs met één
van zijn grote voorbeelden als gast. "Love and Happiness" van Al Green
wordt hier namelijk gezongen door Otis Clay himself, zowat het grote voorbeeld
van Billy. Maar Billy Price is niet allen op deze Dixiefrog release, het is
een samenwerking met de Franse gitarist Fred Chapellier. Een samenwerking die
in het verlengde ligt van het eerbetoon dat de gitarist eerder in 2007 al maakte
voor Roy Buchanan. Net als op zijn Keystone Rhythm Band release uit het verleden
steekt Billy ook hier zijn bewondering voor het werk van O.V.Wright niet onder
stoelen of banken, een nummer met die naam is gebruikt als eerbetoon en alle
hits van O.V. passeren de revue. Een van de mooiste songs op deze release is
"All The Love In The World" een langzame song die zweeft tussen blues
en soul, waar beide heren het beste van zichzelf laten horen. Ex-Nighthawk Mark
Wenner komt ook even langs om een drietal songs van zijn mondharmonica signatuur
te voorzien. Ik zou zeggen: kopen deze cd, en laat je onderdompelen in wat heerlijk
klinkende "Pittsburg Soul". (RON)

THE
MYSTIX
DOWN TO THE SHORE
Website Myspace
CDBaby
Info: Americana Media Produtions
Label: Mystix Eyes Records
VIDEO 1 VIDEO
2
"Down
To The Shore" is de nieuwe cd van The Mystix en is na "Blue Morning"
(2007) en "Satisfy You" (2007), de derde plaat in twee jaar tijd.
Hun vorige album "Blue Morning", de tweede opname voor Mystix Eyes
Records, kreeg in de media veel positieve reacties. Singer-gitarist Jo Lily
die vroeger deel uitmaakte van de legendarische Duke and the Drivers uit Boston
laat zich in zijn band omringen door keyboardist Tom West (Susan Tedeschi, Peter
Wolf), bassist Marty Ballou (John Hammond, Edgar Winter, Duke Robillard), drummer
Marty Richards (Robillard, Gary Burton, The J. Geils Band) en gitarist Bobby
Keyes (Robin Thicke, Mary J. Blige, Lil' Wayne, Jerry Lee Lewis), een supergroup
alshetware. "Down To The Shore" telt twaalf songs, American rootscovers
van o.a. Pops Staples, Porter Waggoner en Georgie Riddle, naast enkele traditionals
en originals van het schrijversduo Lily en Keyes. Songs met het stampende blues
gevoel, de warme omlijsting en zeker niet vergeten, het mooie slide gitaarspel
van Lily. En ze weten dit allemaal zo ontspannen te brengen met een no-nonsense
groove in hun sound, zoals je dit kan verwachten van doorgewinterde professionals.
Luister maar even naar de gedreven openingstrack, Blind Jimmie Strothers's traditional
"We Are Almost Down To the Shore", de swampy pop groove van "Good
Deal Lucille", het zalige slidegitaar werk in Lily's eigen "Roll of
the Dice" of het rustig akoestische "Gamblin' Man" en dan zijn
we nog maar halfweg. Want bijgestaan door deze fantastische muzikanten levert
Jo Lily ook verder het ene na het andere prachtliedje op. Prachtliedjes vol
nostalgie, maar tegelijkertijd hypermodern. Dit alles maakt van The Mystix de
weerspiegeling van de nieuwe lichting van het Americana-roots genre in de éénentwintigste
eeuw. Verder doet deze cd me denken aan een mix van John Hiatt, the Band, Van
Morrison met bluesgrootheden als Howlin’ Wolf en Elmore James, want Jo
Lily weet zijn teksten zo mooi aan te brengen in dit blues met rock en swing
doorweven roots-album. The Mystix betekent voor Boston daarbij zo'n beetje wat
the Subdudes zijn voor New Orleans. Ik denk dat ik nog veel deze cd zal spelen.
EMIL
& THE ECSTATICS
BIT BY BIT
Website Myspace
Label: Naked Productions
Distr: Bertus VIDEO
1 VIDEO
2
Gegroeid
uit de helft van de vroegere Stockholmse band The Young Guns, heeft Emil Arvidsson
met collega Hans Ericson, bassist, zijn eigen band Emil & The Ecstatics
opgericht. Drummer Tom Steffensen en hammondspeler Johan Bendrik vervolledigden
het kwartet, en één van de beste huidige Zweedse bluesbands zag
het daglicht. Dit is hun derde release die ze op de wereld loslaten, voorheen
was er al hun titelloze debuut, zowat 4 jaar geleden, en twee jaar later "Legacy"
waar ze de basis van hun eigen geluid legden. Een kleine personeelswissel die
onlangs gebeurde, bassist Hans werd vervangen door Mats Hammarlöf, een
sterke aanwinst, hij verbeterde het groepsgeluid nog eens extra. Driemaal is
scheepsrecht zegt men wel eens, en in het land van water en boten, Zweden, begrijpt
dat men eens te meer. Hierdoor is deze derde cd van Emil & The Ecstatics
een sterke bluesrelease geworden met afwisseling als hoofdthema: West Coast
jump, Brits aandoende blues, BB King riffs, Surf en zelfs Hawaian slide toestanden.
Het zit er allemaal in, en de plaat groeit bij elk nummer. De laatste songs
zijn de sterkste, afsluiter "Terms Of Purchase" met hoog Elmore James
gehalte is ons betreft de voltreffer, kort, maar oh zo krachtig! Ons eigen Belgische
label Naked Productions heeft het weer goed gezien en deze act aan hun palmares
toegevoegd tussen hun andere uitstekende bands. Ondertussen heeft België
al volop kunnen genieten van hun live prestaties onlangs in Diepenbeek en Mortsel.
Was je er toen niet bij, schaf je dan onverwijld dit juweeltje aan, want Zweden
heeft duidelijk meer te bieden dan Ikea en frisse blondines. Tijd om deze jongens
ook langzamerhand te gaan ontdekken: "bit by bit". (RON)

PHIL
BERKOWITZ
ALL NIGHT PARTY
Website CDBaby
Label: Dirty Car Records
VIDEO 1 VIDEO
2
Momenteel
trekt Phil Berkowitz, de zanger/mondharmonicaspeler uit San Francisco vooral
op met Sean Carney’s band en het is dan ook niet verwonderlijk dat op
zijn nieuwste cd “All Night Party” Sean Carney, Bill Stuve en Eric
Blume uitdrukkelijk aanwezig zijn. Toen Sean Carney onlangs optrad in Bierbeek
op het jaarlijkse Blues‘D Up gebeuren, was Phil dan ook van de partij
als mondharmonicaspeler in zijn band. “All Night Party” is weer
een pracht van cd geworden vol bluesharp hoogstandjes, wat minder “swing”
gericht dan zijn al even sterke voorganger, het aan Louis Jordan opgedragen
“Louis’ Blues”. Meer West Coast stijl deze keer, acht van
de veertien songs zijn van eigen hand, waarvan drie met Danny Carron de vroegere
rechterhand van Charles Brown. Ook het veelvuldige gebruik van diatonische en
chromatische harp, en de veelvuldigheid aan stijlen is opvallend op deze derde
release van de Bay Area muzikant. De cd opent met ”All Night Party”,
netjes middenin volgt het Nawlins geïnspireerde “Beach Bar Boogie”
en als afsluiter komt het toepasselijke “The Party’s Over”.
Feesten en fuiven lijkt wel een beetje de rode draad doorheen de cd. In “Ghost
Child” waart de geest van T. Bone Walker wat rond, terwijl Ginger T. Sonny
Boy Williamson als inspiratiebron lijkt te hebben. Echte West Coast geluiden
ook voldoende natuurlijk, de “Beach Bar Boogie” en “Here’s
My Picture” zijn daar duidelijke voorbeelden van, maar de echte swing
kan Phil ook natuurlijk niet verloochenen. In “She’s My Baby”
met een lekkere blazerssectie brengt de combinatie met zijn chromatic harp die
echte West Coast Swing waarin hij zo goed is. Liefhebber van de betere smoelschuiver
releases zijn deze week verwend, want na het jonge geweld van Jason Ricci, is
hier al weer een volgende waarvan we enkel kunnen zeggen Aanschaf: bijna verplicht!
(RON)

GORDON
SMITH
THE ESSENTIAL
Website Label: Note-Music
Toen
ik het pakketje met deze cd van Gordon Smith opende, ging er vaag een belletje
rinkelen, had deze man niets te maken met de vroegere Blue Horizon releases,
het legendarische Britse blueslabel van Mike Vernon waarvan ik eind jaren zestig
een enorme fan was? En had ik zijn naam niet regelmatig op de hoezen van mijn
favoriete LP's tegen gekomen? Inderdaad, bij nader toezicht bleek het om dezelfde
man te gaan. In 1968 maakte hij de LP "Long Overdue", met leden van
Fleetwood Mac, Peter Green inbegrepen, een van de weinige LP's van dat label
die ik nooit kunnen bemachtigen had, vandaar dat zijn naam me dadelijk bekend
voorkwam. Binnenkort zal aan dit euvel verholpen worden, want in het kader van
de re-releases van de vroegere Blue Horizon opnames zullen ook zijn opnames
van toen het levenslicht terug zien (misschien is het ondertussen zelfs al zo
ver). Deze opnames echter werden vorig jaar in de Londense Roundel studios gemaakt
met het kruim van de Engelse studiomuzikanten en als producer op enkele songs
Roger Cotton, waarover hier binnenkort meer, want ook hij heeft onlangs een
eigen cd opgenomen. Na de sixties opnames was Gordon Smith lange tijd Kevin
Coyne's gitarist. Op dit nieuwe werk vinden we vijftien songs, vooral traditionals
en covers van bekende klassiekers en ook een drietal eigen nummers. Toch is
dit vlug afgehaspelde opnamesessie of Best of, zoals de titel zou kunnen doen
vermoeden, maar een cd die twee studio’s, twee producers en enkele jaren
tijd in beslag nam om af te geraken en wat als eindresultaat een sterke bluescd
oplevert, met zeer sterke akoestische en elektrische bewerkingen van nummers
van Sleepy John Estes, Blind Lemon Jefferson, Lowell Fullsome en andere "fathers
of the blues". Gordon Smith kan dan ook een palmares van veertig jaar werken
in de blues voorleggen, en zich dus terecht een door de wol geverfde professional
noemen. Zoals het in het engels zo mooi klinkt: Gordon Smith is the real deal!
(RON)

KURT
CRANDALL
GET WRONG WITH ME
Website Myspace
Contact
Label: Yester Year records
CDBaby VIDEO
Je
hebt van die weken, het lijkt wel of er momenteel enkel mondharmonicaspelers
op mijn bureau terecht komen, want na Jason Ricci en Phil Berkowitz is het nu
de beurt aan die andere West Coast Jump specialist Kurt Crandall. Waarschijnlijk
een samenloop van omstandigheden, en we hebben er geen probleem mee want muziek
als deze gaat er bij mij altijd wel in. Net als bij Berkowitz is er hier ook
een grote bewondering voor de muziek van Louis Jordan en Cab Calloway, iets
wat we ook al op zijn debuut "True Story" merkten. Muziek die regelmatig
herinnert aan William Clark en Rod Piazza, maar ook andere voorbeelden zijn
merkbaar. "Take My Love" heeft Texaanse invloeden, het lijkt wel of
Jimmie Reed en Guitar Slim elkaar ontmoeten in dit nummer. Tekstueel en op vocaal
gebied zijn er referenties aan de humor en zangstijl van Rick Estrin en zijn
Nightcats. "Pets Ain't People" is een voorbeeld daarvan en bovendien
een stelling waar ik volledig achter sta. Gitarist Karl Angerer (Lee McBee)
is in grote doen op "Late Night Rendez vous" en laat hier nog eens
horen dat hij een echte belangrijke nieuwe pion is binnen de band. Ook wat Chicago
blues is hier vertegenwoordigd, zoals in "Spider In My Stew" bijvoorbeeld,
een ‘ontrouw’ song van Willie Dixon met wat Sonny Boy Williamson
stijl harmonica bijdragen. Maar op chromatic blijkt Kurt Crandall toch het meest
in zijn element, getuige jazzy songs als "Hypomanic", het prachtige
duet met Myra Taylor "Get Wrong With Me" en "Speak Up".
Alsof er nog niet genoeg afwisseling in zijn aanbod zit, durft hij het zelfs
aan om wat echte rock 'n roll er tussen te gooien met de song "Annie"
vol heuse Chuck Berry riffs van Karl Angerer. Kortom, Kurt Crandall bevestigt
met deze opvolger de vermoedens die zijn debuut al dadelijk aangaf, namelijk
dat hij een sterke en vooral originele nieuwe aanwinst is tussen het gros van
de huidige bluesharpspelers. (RON)

MUNDY
STRAWBERRY BLOOD
Website Myspace
Contact
Label : Camcor Recordings
Distr. : Bertus
De
33-jarige Ierse singer-songwriter Edmund Enright is onder zijn artiestennaam
‘Mundy’ een gevestigde waarde in zijn thuisland waar hij er met
zijn vorige drie albums “Jellylegs” uit 1996, “24 Star Hotel”
uit 2002 en “Raining Down Arrows” uit 2004 meteen in slaagde om
een platina platenverkoop te realiseren. De song “To You I Bestow”
uit zijn debuutalbum werd destijds geselecteerd voor de soundtrack van de film
‘Romeo & Juliet’ wat hem toen veel royalties opleverde en toeliet
om zijn eigen platenlabel ‘Camcor Recordings’ op te richten. Daarop
brengt hij nu na een stilte van meer dan 4 jaar in volledige artistieke vrijheid
zijn vierde album “Strawberry Blood” uit met 14 zelfgeschreven nieuwe
songs. Moderne, ruim en rijkelijk georkestreerde popsongs waarop een schare
lokale beroemdheden bijspringt voor een bijdrage aan één of meerdere
songs. Zo helpt de Ierse Pogues-zanger Shane McGowan vocaal in ruime mate bij
de song “Love Is A Casino”, de Ierse zangeres Gemma Hayes zingt
heel mooi mee op “Fever” en de charismatische zanger Fergus O’Farrell
van de Ierse traditionele folkgroep ‘The Interference’ draagt zijn
steentje bij aan het nummer “Pepper In My Dreams”. De rode draad
doorheen dit album is een sfeer van positivisme die Mundy wilde creëren
in deze negatieve crisistijden om zo een hart onder de riem van de getormenteerde
luisteraars te steken. Alle diverse staten van emoties komen aan bod in de teksten
die over hartzeer, ambitie, verdriet, vreugde en eerbied voor traditie verhalen.
Mundy gaat bovendien toch nergens zijn Ierse traditionele roots uit de weg en
verweeft ze wonderwel in meerdere songs op dit album. Van het betere werk op
het album “Strawberry Blood” onthouden wij vooral de 3 bovenvermelde
songs met de beroemde gastvocalisten, de beginsong “Waiting For The Night
To Come”, de moderne gitaarpopsongs “It’s All Yours”
en “January Is Blue”, het upbeatnummer “Avalon” en afsluiter
“Me And My Guitar”. Mundy heeft de vele invloeden van zijn muzikale
idolen Bob Dylan, Neil Young, Tom Waits en Lucinda Williams op subtiele wijze
in zijn eigen songs verweven en er zijn persoonlijke kwaliteiten op mooie wijze
aan toegevoegd. (valsam)

NORTH
TWIN
STRONGER AT THE BROKEN PLACES
Website Myspace
Contact
CD-Baby
De
volledige beluistering van het album “Stronger At The Broken Places”
van de Amerikaanse groep “North Twin” uit Seattle blijft me steeds
weer naar dezelfde conclusie grijpen: dit zou net zo goed de nieuwe cd van Los
Lobos kunnen zijn. Zowel qua stijl en songkeuze leunt dit kwartet zeer nauw
aan bij de topformatie uit LA en ook de vocale prestaties van zanger Tony Fulgham
lijken meer dan 100% op die van David Hidalgo, de zanger van de succesvolle
Wolven. Daarmee mogen we absoluut niet beweren dat we hier louter met een ‘copycat’
van Los Lobos te maken hebben. Ze hebben alvast de verdienste van elf ijzersterke
eigen composities te hebben uitgewerkt voor dit album. Bassiste en harmony-vocaliste
Rebecca Young is zeer opvallend aanwezig en de verdere combinatie van het gitaarspel
van Tim DiJulio en de drums van Rick Cranford bepalen de geluidskwaliteit van
“North Twin”. Stevige rock and roll met bluesy gitaarwerk en opperbest
zangwerk vormen de basis van deze groep op hun tweede album. Naar eigen zeggen
werden de opnamen van hun eerste plaat “Falling apart” uit 2007
zeer sterk beïnvloed door de borstkankerdiagnose die Rebecca Young te horen
kreeg toen de groep amper drie dagen in de studio zat. Gelukkig is die zwarte
periode nu helemaal achter de rug en konden ze weer voluit gaan voor deze nieuwe
plaat waarvan de Amerikaanse pers beweert dat er invloeden van Elvis Costello,
Johnny Cash en Drive-By-Truckers te beluisteren zijn. Maar bij Rootstime gaan
we voluit voor de vergelijking met Los Lobos, temeer omdat we onvoorwaardelijke
fans van die groep zijn en we een verruiming van dergelijke muziek door andere
bands absoluut zien zitten. We zijn behoorlijk ‘impressed’ door
songs als “Hope It Goes Away” (een typische David Hidalgo-ballad),
de stevige rockers “Wreck”, “Clear As Day” (erg mooie
‘copy/paste’-oefening van “Good Morning Aztlan”), “Going
Down” en “Roll On”, het tegen Tom Waits aanschurende walsje
“High And Low” dat onweerstaanbaar mooi klinkt en de zachte countryballad
“I Remember You”. Graag heel snel nog veel meer van dat moois. Want
laat dit duidelijk zijn: North Twin heeft een sublieme eigen toekomst voor de
boeg met hun muziek die een hele grote groep van onvoorwaardelijke fans bedient.
(valsam)

FAMILY
STYLE
PADDY'S BLUES
Website CDBaby
VIDEO
Okee..
misschien niet de meest blitse naam voor een band die Chicago Blues brengt,
dat moeten we toegeven, maar toch zou je niet verwachten dat de muziek die je
hoort op deze "Paddy's Blues" stamt van een groepje Italiaanse muzikanten
uit de buurt van Milaan. De titel van het werkstuk verwijst naar "Paddy's
Cullen" een club waar de leider van Family Style, Franco Limido, zijn avonden
meestal doorbrengt. Op aanraden van de clubeigenaar werd daar deze cd opgenomen.
De "Paddy Cullen's" blijkt te beschikken over een uitstekende akoestiek
want hoewel alles opgenomen is met minimale technische middelen klinkt het geheel
uiterst verzorgd. Wanneer de groep aangekondigd wordt in 't Italiaans en de
groepsnaam zelf uitgesproken wordt met een superzwaar Italiaans accent hou je
even je hart vast, maar waarschijnlijk is 't de clubeigenaar of DJ die de honneurs
waarneemt want zanger Franco Limido zelf beheerst het Engels perfect, zodat
je, zoals ik al zei, niet het minste vermoeden hebt dat het hier om een band
uit Milaan gaat. Dit is pure, authentiek klinkende Chicago blues met een eigen
gezicht, aangevuld met wat Texaanse accenten. De Limido Brothers (had veel minder
braaf geklonken als groepsnaam) zijn de kern waarrond de groep draait. Zanger/mondharmonicaspeler
Franko Limido en zijn broer, de gitarist Marco vormen natuurlijk de hoofdmoot
van het groepsgeluid van Family Style,.bassist Davido Bianchi en de drumster
Stefania Avalini, "Funky Mama" voor de vrienden, vervolledigen deze
Milanese bluesrevelatie. Vooral het sterke mondharmonicawerk van Franco maakt
indruk, zoals op het sterke "Flat Land Shuffle" en de langzame blues
geschreven door Willie Dixon: "Mad Love". De slide geluiden van Marco
komen dan weer het best tot zijn recht in de snelle boogie nummers zoals "Every
Morning", dat herinnert aan het werk van Rory Gallagher en vooral het J.L
Hooker ritme van "Paddy's Boogie" waar de intense interactie tussen
de twee broers langzaam een mooie sfeer opbouwt die eindigt in een stomende,
stuwende apotheose en Paddy Cullen's even volledig op zijn kop zet. Grazie Mille,
Italian bluesbrothers and sister! (RON)