ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009 - APRIL 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

ALLEN TOUSSAINT - THE BRIGHT MISSISSIPPI

DEMI EVANS - MY AMERICA

BIG GILSON - SENTENCED TO LIVING

LHASA - LHASA

ENRICO CRIVELLARO - MOJO ZONE

WILCO - ASHES OF AMERICAN FLAGS (DVD)

TURNER CODY - FIRST LIGHT

HURRICANE CHASER - THE MAP IS NOT THE TERRITORY

MICK STOVER'S GENTLEMEN'S BLUES CLUB - THE SKY'S ON FIRE

VARIOUS ARTISTS - RIDE THE PALE HORSE

 


 

 

ALLEN TOUSSAINT
THE BRIGHT MISSISSIPPI
Label: Nonesuch Records
Distr.: Warner Records

 

Als fan kan je zweren bij Bob Dylan of vallen op Van Morrison, maar mijn voorkeur gaat uit naar gentleman Allen Toussaint uit dezelfde periode. Dat heeft zo zijn redenen, maar toch vooral omwille van zijn charisma en zijn songschrijverkunst waar geen leeftijd op staat. In de sixties schreef hij nog het sfeervolle ‘Southern Nights’ en in 2006 het betekenisvolle ‘Who’s Gonna Help Brother Get Further’, waarin hij zijn betrokkenheid toont bij de medeslachtoffers van de Katrina orkaan. Daartussenin schreef de in New Orleans geboren songwriter nog ontelbare songs waarvan meerdere de hitlijst haalden. ‘Mother-in-Law’, ‘Working In A Coalmine’, ‘Night People’ zitten verankerd in het collectief geheugen, toch bij iedereen die in de sixties al eens de radio aanzette. Daarnaast werd deze componist/arrangeur, die liever in de schaduw bleef, stelselmatig gecoverd door andere artiesten. Zelfs Barack Obama ontleende mogelijk van hem zijn ‘Yes We Can Can’ als motto. Bovendien is de minzame Toussaint, inmiddels zeventig, een pianist met een eigen stijl die je al vlug gaat herkennen als het jazzy relaxte ‘Big Easy’ ritme. Vanaf de beginjaren 1960 was Allen Toussaint, geboren in 1938, een van de kernfiguren in de muziekscène in New Orleans. Fats Domino en Professor Longhair waren zijn eerste invloeden. Met The Meters ging hij de meer funky richting uit. Hij producete ook de muziek van anderen en zijn SeaSaint Studio werd legendarisch. Deze werd temidden van het Katrina geweld verwoest samen met archiefstukken, platen en vleugelpiano. Dit hield de producer/componist niet tegen om zijn werk voort te zetten. Integendeel het zette hem aan tot meer toeren en schrijven. Op deze ‘The Bright Mississippi’ herinterpreteert hij echter de nummers van voorvaderlijke jazzgrootheden, legendarische componisten en muzikale wegvoorbereiders, wiens nalatenschap Toussaint heel zijn leven bleef koesteren. Daar horen ook twee traditionals bij. Vriend Joe Henry is na ‘The River In Reverse’ opnieuw de producer. Alleen ‘Long, Long Journey’ is een gezongen nummer, de overige zijn instrumentaal. Centraal staat zijn pianospel op Steinway piano: subtiel, lyrisch, intiem of sprankelend. Adequate woorden ontbreken. Zoals hij in ‘St. James Infirmary’ elegantie met kracht combineert grenst aan magie. De linkerhand geeft het ritme aan, de rechter danst over de toetsen. Ook in ‘West End Blues’ speelt hij gevarieerd en fantasievol. Trompet en klarinet vergezellen hem. De instrumentalisten op dit album zijn de besten: Don Byron op klarinet, Nicholas Payton op trompet en niet te vergeten Marc Ribot met akoestische gitaar. Blazers en percussionist, contrabassist en twee gastmuzikanten verrijken dit album, o.a. Brad Mehldau, die in ‘Winin’ Boy Blues’ Jelly Roll Morton eert. ‘Dear Old Southland’ is in weemoed gedrenkt. ‘Blue Drag’ van Django Reinhardt is ragtime met opzwepend ritme. ‘Just A Closer Walk With Thee’ zwermt piëteitsvol uit en ‘Solitude’ kan je beluisteren als een bezinning tussen piano en gitaar. De nummers vloeien aftastend verder in een jazzy stroombedding tussen oude en nieuwe dijken, heden en verleden. In ‘Bright Mississippi’ van Thelonious Monk komt alles bijeen, alsof de Mississippi zelf door de aderen van de instrumentalisten stroomt. Basdrum, staande bas, kopersectie en Toussaint zelf, die met beweeglijke vingers zijn toverkunsten aan het klavier toevertrouwt, het klopt allemaal. Na een dozijn albums is ook dit meesterwerkje van zestig minuten weer een onvervalste ‘Allen Toussaint’ geworden, die bij geen enkele liefhebber van New Orleans muziek mag ontbreken. Terecht werd deze componist, pianist en grootmeester van de New Orleans Rhythm 'n' Blues in januari 1998 ingewijd in de Rock & Roll Hall of Fame’. Zijn invloed op de Amerikaanse muziek is immers onbegrensd. (Marcie)


 

DEMI EVANS
MY AMERICA
Website
VIDEO
Label: Dixiefrog
Distr.: Parsifal (B) Bertus (NL)

 

 

Demi Evans groeide op in Texas in een gelovige en religieuze gemeenschap en de liefde voor de blues en is geïnspireerd door de poëtische en emotionele muziek van de grote Nina Simone, waarvan ze het werk enorm bewondert. Soul en folk-pop is haar voorliefde me hier en daar een snuifje country music. Live vermaakt ze haar publiek dan ook moeiteloos met haar vocale meesterschap. Ze werd geboren in Dallas, waar haar moeder een zangeres was in soul en bluesclubs, zo leerde ze als kind al soulgrootheid Johnny Taylor kennen. Wat later verhuisden ze naar Calfornië waar de jonge Demi in een modellenbureau ging werken en hiermee haar studies betaalde. Halfweg jaren tachtig verhuisden ze nog eens, naar New York dit keer, waar ze naast haar mannequin werk ook in homoclubs optrad als succesvolle Grace Jones imitator. Via haar modellenwerk deed ze shows in Europa voor Jean Paul Gauthier en Christian Lacroix in Paris, Milaan en Wenen. Daar ontmoette ze de bekende dj Sven Vath, bracht enkele succesvolle pop nummers uit en begon met Stevie Wonder samen te werken. Terug In Amerika, concentreerde ze zich volop op haar zangcarrière. Maar in 95 sloeg het noodlot toe, in Monaco was ze betrokken in een ernstig auto ongeval aan boord van een Ferrari Testarossa. Haar revalidatie neemt lange tijd in beslag en ze besloot daarna in Parijs te gaan wonen en werken, onder meer met mondharmonica speler Jean Jacques Milteau. In 2006 brengt ze "Why Do You Run" uit en ze treed op in de Olympia. Op het bekende Dixiefrog label is nu "My America" verschenen. Zoals we al zegden is Nina Simone haar grote voorbeeld, beslaat My America alle genres van soul, via Southern tot jazzy ballads. Haar aparte diepe stem en de verzorgde, perfecte productie maken van deze cd een aangename luisterervaring van het bluesy "Trouble in Mind" en "Blues In Pink" tot de pure jazzsongs als "Too Bold To Be Ashamed" en "See Me Bawling". Als extra bevat de cd bovendien een twaalf minuten lange documentaire met live opnames en een kort interview. (RON)


 

BIG GILSON
SENTENCED TO LIVING
Website Myspace
Label: Blues Boulevard
Distr: Music Avenue
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Je hebt van die plaatjes die eigenlijk typisch muzikantenplaten zijn. Er wordt virtuoos op gemusiceerd, op zodanige wijze dat voor collega-snarenwonders het allemaal nog wel te pruimen valt, maar waarbij de gemiddelde muziekliefhebber na tien minuten luid snurkend terzijde stort. Big Gilson is echter een begenadigd muzikant, die zijn luisteraars niet verveelt met gepriegel, maar de lol die hij zelf uitstraalt wil delen met zijn publiek. Dit viel tenminste op te maken uit zijn vorige album "Chrysalis" uit 2006 en dit blijkt evenzeer uit zijn nieuwste album "Sentenced To Living". Dit prachtige album is een nieuwe stap in Gilson's muzikale carrière: hij manifesteert zich zoals de voorganger als songwriter in het neo country genre, buiten een aantal covers en zijn voorliefde voor de slide gitaar natuurlijk. Want de op slide excellerende Braziliaan balanceert op deze plaat op het snijvlak van blues en Southern Rock en pikt van alle genres het beste mee. In zijn eigen composities, gaan de thema's voornamelijk over deze wereld met al zijn problemen en onrecht. Dat het leven werkelijk een last is horen we best in de titeltrack en in "Start It Over". Vanaf het moment dat we geboren zijn is het leven een veroordeling, "Sentenced To Living", hetgeen we best kunnen aannemen met het bekijken van de cover: Gilson, zes maanden oud en zijn eerste sigaret!

Big Gilson plaatst al jaren Rio de Janeiro op de blues map. In Rio is hij ook geboren in 1959, waar Gilson al gitaar speelde sinds hij vijftien was. Wanneer hij toen aan het luisteren was naar Johnny Winter's platen, was zijn keuze snel gemaakt. Gibson wou blues-rock spelen voor de rest van zijn leven. En met succes, want in dit genre heeft hij cd's op de markt die voornamelijk in zijn thuisland, maar ook in de rest van de wereld zeer goed onthaalt werden. Zo stond hij ook met zijn band the Rio Dynamite Band, in het voorprogramma van o.a. Steve Winwood, Johnny Rivers en B.B. King in Brazilië. Maar ook in Amerika waren ze de opener van o.a. Duke Robillard, Lonnie Brooks en Buddy Guy. Het gekke is dan wel dat deze 'master of the slide' niet van Memphis of Chicago afkomstig is, maar van Rio de Janeiro – hij brengt de blues werkelijk terug naar huis.

"Sentenced To Living" is al geruime tijd uit op het Brazilaanse Blues Time Records label en we moesten zoeken in de duurdere importbakken bij de platenboer om deze te vinden. Blues Boulevard/Music Avenue heeft hier snel verandering in gebracht, en zodoende wordt deze plaat nu in Europa gedistribueerd. Waar bij de voorganger, de Britse David 'The Wolf' Anderson de vocals voor zijn rekening nam, is het nu Big Gibson zelf die zingt, alleen in het afsluitende "Yer Blues" van de Beatles doet gast Sérgio Vid een vocale bijdrage. Zijn vaste Blues Dynamite band is zoals steeds van de partij en bestaat uit Pedro Leão (bas) en Gil Eduardo (drums, percusie). Al jaren zijn dit zijn buddy's en samen met maar liefst dertien gasten hebben ze samen deze topplaat afgeleverd die vanaf het openende "I Wonder Who" van Rory Gallagher tot de reeds vernoemde afsluiter ons vooral laten genieten van Gibson's gitaarspel. Muzikaal is er helemaal niks mis met "Sentenced To Living". Gibson mixt gewoon elf songs met een Sonny Landreth-achtig gitaarspel. En hij klinkt zo vertrouwd goed, dat ik bijna zou vergeten te melden wat voor een geweldig gitarist hij is. Kortweg: Op "Sentenced To Living" bewijst Gibson nog maar eens dat hij tot de beste slide-gitaristen van het moment behoort en bewijst hij bovendien dat blues op artistiek verantwoorde rootswijze in een eigentijds jasje is te stoppen. Bijgestaan door een aantal fantastische muzikanten levert Big Gilson het ene na het andere prachtliedje op. Prachtliedjes vol nostalgie, maar tegelijkertijd modern.


 

LHASA
Website Myspace
Label: Audiogram
Distr.: Warner Bros.
VIDEO

 

Na haar vorige bejubelde ‘La Llorona’ uit 1997 en ‘The Living Road’ uit 2003 was het enkele jaren stil rond Lhasa de Sela, singer-songwriter uit Big Indian, New York, die vanaf haar debuut indruk maakte met verrassende wereldmuziek en surrealistische poëzie. Haar Mexicaanse vader met Europese roots beïnvloedde haar muziek, maar ook haar zwerftochten als kind doorheen Amerika, Mexico en Canada. Waren op haar vorige albums nog Spaanse en Franse songs te horen op dit titelloze album zingt Lhasa alleen Engelstalige songs, allen door haar geschreven, een paar samen met medemuzikanten. Gitarist Freddy Koella en harpspeelster Sarah Pagé zijn er twee van. Geen trompet op dit album, zodat de ranchera sound plaats maakte voor alt-folk verklanking. In de plaats komen resonator gitaar, pedal steel, staande bas, piano en evocatieve harpklanken. Alles werkt mee om rond de twaalf songs een bevreemdende sfeer te creëren waar fabeltaal, metaforen, fantasie een eigen vlucht nemen, zoals ook zij deed in haar ontvankelijk nomadisch verleden. Haar etherische zang maakt dat beelden en gevoelens in een grimmige sprookjeswereld opgaan, bevolkt met broze figuren die verdwaasd en hunkerend achter blijven. ‘A Fish On Land’ en ‘The Lonely Spider’ spreken qua symboliek sterk tot de verbeelding. Het ongrijpbare ‘Rising’ lijkt zo weggelopen uit een balletchoreografie van Pina Bausch. Lhasa onderbrak een tijdlang haar Amerikaanse en Europese tournees maar niet haar lyrische songsmeedkunst. Bij breekbare songpareltjes als ‘What Kind Of Heart’ en ‘I’m Going In’ denk je aan Fado en saudade. Bij anderen aan Tolkien of Carlos Saura. Datzelfde lome tempo en de nostalgische gevoelsstemmingen vind je ook bij The Cowboy Junkies of Jesse Sykes. De songdichteres voelt zich ook thuis in de onthechte wereld van de Tindersticks en zong trouwens mee op een van hun albums. Toch is Lhasa een artistiek fenomeen op zich en haar imaginaire wereld ongewoon feeëriek. Je laat je best meedrijven op de melodieën waarop zij zich als een ballerina voortbeweegt zonder dat haar voeten de notenbalk lijken te raken. Lhasa, die in 1998 al een Juno Award in ontvangst mocht nemen voor Best Global Artist, exploreert duidelijk nieuwe folky paadjes met haar blik op weidse vertes. Een fascinerend album dat benieuwd maakt naar alle volgende. (Marcie)

LHASA Live
Koninklijk Circus, 1000 Brussel
za 17/10/09 om 20:00

 


 

ENRICO CRIVELLARO
MOJO ZONE
Website
Label: Electro-Fi Distr: Parsifal
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Hij was één van de pioniers van de swing rage door zijn werk met de Royal Crown Revue, een zeer talentvolle band die meer belang hechtte aan zijn muziek dan aan de bijpassende zoot suits die het genre typeerde. Ondertussen is swing op sterven na dood, enkel de bands die niet krampachtig aan de stijl vasthouden en overschakelen naar blues met swingaccenten, zoals de muziek van T-Bone Walker en Pee Wee Crayton doen het goed. Een voorbeeld daarvan is de uitstekende Sean Carney en ook deze Enrico Crivallero, die met zijn perfecte gitaarsound momenteel vele ogen in de blueswereld op zich gericht heeft. "That Italian Swing gitarist" begint een begrip te worden bij velen, vooral in de West Coast natuurlijk, het gebied bij uitstek voor de jump en swing blues. Hij won als jongen een beurs voor de National guitar workshop in Connecticut waar hij les kreeg van de Duke and The Earl, (Duke Robillard en Ronnie Earl) maar ook van Kenny Neal en vele andere bekende gitaristen. Een van zijn klasgenoten en vriend was de betreurde Sean Costello, toen pas veertien. Duke en Ronnie overhaalden hem naar Boston te verhuizen waar hij Luther Johnson ontmoette, Muddy Water's gitarist. Daarna volgde een periode als gitarist bij Jason Ricci, en via deze jongen kwam hij in contact met Junior Kimbrough, R.L Burnside, T-Model Ford en andere Mississippi grootheden. Vandaar ging het naar Californië, waar James Harman en de hele West Coast scène hem met open armen ontvingen. Omdat dit verhaal ons te ver gaat leiden noemen we enkel nog een paar namen in de lange rij met wie Enrico ooit nog speelde: Lynnwood Slim, Lester Butler, Finis Tasby, Junior Watson, Kirk "Eli" Fletcher, Kid Ramos enz, enz. Niet slecht voor een jongen die geboren werd in het Italiaanse Padova, om zo erkend te worden tussen al die Amerikaanse die-hard bluesmuzikanten. "Mojo Tone" is een dijk van een instrumentale bluesgitaarplaat geworden, duidelijk vergelijkbaar met de opnames van een van zijn grote leermeesters Ronnie Earl. Enrico zegt zelf over deze plaat: “Ik probeer al sinds mijn jeugd mijn gitaar te gebruiken als het verlengde van de menselijke stem, ik wil zingen door mijn gitaar”. Op elke cd had Enrico wel een instrumental en nu kreeg hij van Electro-Fi, samen met Delta Groove nog een van de echte blueslabels, carte blanche om zo een full-instrumental te maken. De cd werd in Italië opgenomen met de twee geluidstechnici die het grootste deel van alle Ronnie Earl cd's mixten en masterden, Huck Bennert en Mark Donahue. Het resultaat is een soort tribute aan al de gitaristen die Enrico inspireerden of met wie hij het geluk had te mogen samenwerken. Meer dan 70 minuten genieten van perfecte gitaargeluiden die hommage brengen aan mensen als Kenny Burrell, Magic Sam, Earl Hooker, en vele anderen, maar vooral toch naar mijn idee, is dit een hulde aan Ronnie Earl, gebracht in zijn eigen stijl. (RON)


 

 

WILCO
ASHES OF AMERICAN FLAGS – (LIVE DVD)
Website Myspace
Label : Nonesuch Records Distr.: Warner Music

 

 

In 1994 ontstond in Chicago een splinternieuwe formatie uit de restanten van de groep ‘Uncle Tupelo’, vlak na het vertrek van hun zanger Jay Farrar. Het initiatief voor de rockband Wilco kwam van toenmalig bassist en singer-songwriter Jeff Tweedy. Deze wat excentrieke muzikant verzamelt vijf excellente muzikanten om zich heen en begint aan een succesvolle carrière met Wilco. Met hun alt-countrysound produceren ze enkele platen die al gauw als klassiekers in dat genre beschouwd worden. “Being There” uit 1996, “Yankee Hotel Foxtrot” uit 2002, “A Ghost Is Born” uit 2004 - waarmee ze twee Grammy Awards binnen haalden - en hun in 2007 verschenen album “Sky Blue Sky” tonen een gestaag groeiende rockgroep met ijzersterke songs en unieke muzikale patronen. Geleidelijk aan verwisselen ze hun oorspronkelijk vooral experimentele klanken meer en meer door vlotter in het gehoor liggende gitaarsongs waarop afwisselend Jeff Tweedy en raspaardje Nels Cline de hoofdrol voor hun rekening nemen. Hoe intensief en betoverend hun live optredens zijn kan je nu zelf voor het eerst bewonderen op de pas verschenen live-dvd “Ashes Of American Flags” met registraties van diverse optredens gedurende 2008 in gezellige clubs zoals ‘Cain’s Ballroom’ in Tulsa, het ‘Ryman Auditorium’ in Nashville, de ‘9:30 Club’ in Washington en het legendarische ‘Tipitina’s’, the place to be in Bourbon Street in New Orleans. Tussen de songs door zie je fragmenten over het leven ‘on the road’ en over de kwaaltjes en problemen die het vele optreden en toeren teweeg brengen bij de groepsleden. Maar het is vooral de kwaliteit van de songs en de originaliteit van Wilco die de kijker en luisteraar meeslepen in een bijna twee uur durende avontuur. De aanstekelijke gitaarcountryrock in songs als “Handshake Drugs”, “Wishful Thinking”, “Impossible Germany”, “Shot In The Arm”, “You Are My Face” en het steengoede “War On War” dwingen je uit je luie zetel te komen om mee te wiegen en te swingen. Een opvallend moment in de dvd is als de song “Via Chicago” gebracht wordt, een op het eerste gezicht zachte countryballad die tot drie keer toe onderbroken wordt door een geluidskakofonie om daarna weer gewoon gezapig verder te gaan als ballad. Nooit eerder gezien en een schitterende vondst van de band. Als de concert-setlist beëindigd is krijgen de fans nog zeven extra songs waarvan wij vooral “I’m The Man Who Loves You”, “It’s Just That Simple”, “At Least That’s What You Said” en “I Am Trying To Break Your Heart” warm willen aanbevelen. “Ashes Of American Flags” is een absolute aanrader voor de vele fans van de muziek van Wilco. En voor al de anderen is het een gelegenheid tot een eerste kennismaking met deze formidabele formatie die in juli hun zevende studioplaat zullen gaan uitbrengen met de veelzeggende titel “Wilco (The Album)”. Dit wordt dus vervolgd bij Rootstime. (valsam)


 

 

TURNER CODY
FIRST LIGHT
Website Myspace
Label : Boy Scout Recordings
Distr.:
b.y_records

 

 

‘Een bezige bij’, dat is het minste wat je van New Yorker Turner Cody kan zeggen. Amper 28 jaar oud lanceert hij met “First Light” al zijn achtste full-cd – na debuutplaat “60 Seasons” uit 2007 zijn tweede als soloartiest – sinds hij in 1999 vanuit Boston naar The Big Apple trok en nauwelijks enkele maanden na zijn kersverse huwelijk. Daarbij komt dat hij ook nog zowat altijd onderweg is met zijn beste vriend Herman Dune om die als bassist bij te staan in zijn Franse folkrockgroep bij de vele optredens over de hele wereld. Bij die shows verzorgt hij meestal ook nog het voorprogramma waarin hij zijn eigen songs ten gehore kan brengen. Hij is ook één van de muzikanten in de cabareteske groep ‘Citizens Band’ en hij schrijft daarnaast ook nog een behoorlijk grote hoeveelheid gedichten die in de voorbije jaren middels twee dichtbundels op de markt werden gegooid. Wanneer hij slaapt zijn we tot op heden niet te weten gekomen. Met zijn zelfgeschreven nummers opereert hij in de genres blues, jazz en folkrock. Vaak wordt er duchtig op los geswingd maar hij komt ook heel sterk uit de hoek in de ballads op “First Light”. Al bij cd-opener “Irene” waant de luisteraar zich in de swinging fifties met ragtime blues die gekruid werd met knappe instrumentale klarinet-intermezzo’s. Het lijkt wel of good old Benny Goodman op deze wereldbol is teruggekeerd om een muzikale bijdrage aan dit nummer te leveren. In realiteit is het Jon Natchez (van ‘Beirut’) die verantwoordelijk is voor het klarinet-, saxofoon- en trompetspel op deze cd. Turner Cody zingt de hele tijd zeer laid back met een warme, lichtjes nasale stem op nummers als “Underground”, “Lowlands” en de titeltrack “First Light”. De borstel-drumstokjes schuifelen zacht over de ezelsvellen om de jazzy percussieritmes te brengen, ondersteund door het zachte gepingel aan de snaren van de staande bas. Zijn luiachtige manier van zingen doet wat denken aan de jonge Bob Dylan of aan Jonathan Richman, vooral in de op jazz geïnspireerde songs “Corner Of My Room”, “Roll Them Blues” en “Think About You Anymore”. Een aangename gemoedstoestand van rust overvalt je als luisteraar bij het afspelen van deze cd. Af en toe duikt wat meer swing op in songs als “Camptown Ladies, het mooie “Heart To Heal”, “Missed You Dear” en afsluiter “Going To California”. In de songteksten komt dan ook regelmatig de poëet in Turner Cody naar boven. “First Light” bevat geen uitschieters maar is over de gehele lijn aangenaam. (valsam)


 

 

HURRICANE CHASER
THE MAP IS NOT THE TERRITORY
Website Myspace Contact CD-Baby

 

 

We hebben met Hurricane Chaser alweer een beloftevolle band uit het Amerikaanse Seattle ontdekt via hun debuutalbum “The Map Is Not The Territory”. Deze vijfmansformatie combineert soulvolle ritmes met klassieke Americana. Geheel nieuw is deze groep echter niet want zanger, songschrijver en drijvende kracht achter Hurricane Chaser is Brad Zeffren, een man die tot dan toe zijn pluimen in de muziekbusiness had verdiend als producer van o.a. de zangeressen Star Anna en Kristen Ward en van singer-songwriter Nathan Wade. Zowat één jaar geleden besloot hij om voor het eerst achter de veilige mengtafel uit te komen en zelf naar de microfoon te gaan grijpen als leider van deze nieuwe formatie. Hij trommelde enkele gelijkgezinde muzikanten op en begon aan zelfgeschreven composities te werken die nu uiteindelijk op deze cd beland zijn. Op hun promobriefje vergelijken ze zichzelf met succesvolle bands als Calexico, My Morning Jacket, Wilco en Ryan Adams & The Cardinals. Voor enkele nummers op dit album kunnen we ons daarin wel vinden maar naar onze mening varen de jongens van Hurricane Chaser toch vooral hun eigen koers. Dit album is ook het laatste werk dat werd opgenomen in de inmiddels ter ziele gegane ‘Chroma Sound’-opnamestudio waarvan Brad Zeffren gedurende 5 jaar de eigenaar was maar die hij omwille van de ondraaglijk hoge exploitatiekosten noodgedwongen moest sluiten. Op die wijze is deze plaat ook een uniek document geworden als blijvende herinnering aan de vele dagen die hij hard werkend in deze studio heeft doorgebracht. De beste songs op dit album zonder echte uitschieters zijn ”The Heist”, “Sparrow”, “Barricades”, “Black And White” and de cd-afsluiter “The Lighthouse”. Onze favoriete nummers zijn echter “Blue Turns To Grey” en “Crowds Of The City”, twee wat uit de algemene toon van de plaat vallende ballads waarin we voortreffelijke instrumentatie en een sterk zingende Brad Zeffren horen. Ondertussen werkt deze getalenteerde muzikant rustig verder als producer van diverse artiesten in een andere studio. We wensen hem hiermede alvast wat geluk en voorspoed toe met zijn band Hurricane Chaser zodat hij misschien spoedig opnieuw een eigen studio kan intrekken voor de opnamen van een opvolger. (valsam)


 

 

MICK STOVER'S GENTLEMEN'S BLUES CLUB
THE SKY'S ON FIRE
Website
VIDEO
Label: Blues Boulevard Distr: Music Avenue


 

Ze lieten nog maar net hun "Red White & Blue" op ons los, met die absolute biker-blues anthem uit hun gelijknamige full cd of daar zijn ze al met nieuw materiaal? Toch niet, Blues Boulevard, je kent ze ondertussen al vermoedelijk, het label dat steeds weer op de proppen komt met oersterke en verrassende re-releases en verzamelaars, heeft van de drie cd's die de band tot nu maakte, een prima compilatie gemaakt. Voor "Red , White & Blue" waren voorheen reeds het debuut "Shotgun Wedding" en de opvolger "Longhorn Honeymoon" verschenen. Blues Boulevard zocht de mooiste nummers uit die drie releases, stak ze in een mooie hoes (zoals altijd) en bracht het resultaat uit onder de naam "The Sky's on Fire". Mick Stovey was de bassist van de legendarische Californische bluesrock-act B.B Chung King & The Buddaheads, ze deden voorprogramma’s tijdens wereldtournees van artiesten als Johnny Winter, Robin Trower en Joe Bonnamassa. Toen Mick Stover dan in 2005 de beslissing nam zijn eigen band op te richten, had hij maar te kiezen tussen zijn vriendenkring van bekende muzikanten. Zo bestaat the Gentlemen's Blues club uit de zonet vernoemde BB Chung King als zanger, de bekende bluesgitarist Dave Osti, jarenlang een persoonlijke vriend, verder namen als Teddy Zigzag (Alice Cooper, Guns & Roses, Slash), drummer David Raven (Iggy Pop, Bobby Womack), de al even bekende Philip Sayce, ooit gitarist bij Melissa Etheridge en Jeff Healey en Frank Simes (Mick Jagger, Rodger Daltrey, David Lee Roth en Don Henley). De muziek die ze maken kan je zo al inbeelden bij het horen van hun herkomst. Power bluesrock met een hoog popgehalte zou ik het noemen, een sound tot aan de rand gevuld met vele lagen gitaarvuurwerk, denk aan een mix van ZZ Top, Led Zeppelin, Stevie Ray en Cream. Zoals een vorige recensent over hun debuut schreef: "These Gentlemen kick Ass'" en dat is nog een under-statement. Blues Boulevard zou Blues Boulevard niet zijn als ze niet voor een extraatje zorgden, en wel in de vorm van drie live bonus tracks "Since I've Been Loving You", "Dust Broom" en het dampende "Shotgun Wedding". Na 16 songs als deze weet je dat je Amerikaanse collega gelijk had met zijn uitspraak en kan je daar alleen maar aan toevoegen "These gentlemen sure got balls!!" (RON)


 

VARIOUS ARTISTS
RIDE THE PALE HORSE (Alternative country compilation)
Website
Label: Wolverine records

 

 

Een heleboel alt.country groepen staan verzameld op deze verzamelaar van het Wolverine label. Vijfentwintig in totaal zelfs. Bands waarvan we al materiaal bespraken, zoals de uitstekende Eric Hisaw, Smokestack Lightnin en Brent Amaker, maar ook veel bands die nieuw voor ons zijn. Bij enkelen gaat het om onuitgebrachte songs die speciaal voor deze release beschikbaar gesteld werden of songs die enkel in de U.S.A verkrijgbaar waren tot nu toe. Een van de bands die ons het aangenaamst verrassen is John Dear Mowing Club, die met hun song "Bare Hand" één van de sterkere composities van deze compilatie brengen. Verschillende bands brengen een soort rockabilly country mix met Johnny Cash signatuur. Van Brent Amaker wisten we dat al en natuurlijk ook van de Bastard Sons Of Johnny Cash, maar enkele bands in zowat hetzelfde straatje waren nieuw voor ons, zoals Rumble Club en Forgotten Sons. De volgende hoogtepunten zijn "Black Road" van Chuck's Wagon, en vooral "Alexander Platz Line" in een akoestische versie door Chip Hanna. Absolute topper is zoals verwacht Eric Hisaw, wiens cd één van de verrassingen van het laatste halve jaar was. Zijn "Jake", een song die het beste J.J. Cale ritme combineert met een stem als die van Elvis Costello (roep je "Allison" voor de geest) is de aankoop alleen al waard! Deze song nog eens opnieuw terughoren was dé aanleiding om zijn cd "Nature Of The Blues" terug op te diepen voor een hernieuwde luisterbeurt, en terecht. Tussen de resterende bands springt vooral Hack Mack Jackson er nog uit, met het aanstekelijke "Trouble Is Not My Bussiness", in een swampy Tailgators ritme. Heel bluesy klinken The Molenes in "Trouble In The Corn" gebouwd rond een dreunende dobro riff, een song over de terechtstelling van Jerry, "a hangman's tale", schuldige is de jenever of "corn liquor". Mooi maar triest verhaal. Als dit nummer representatief is voor hun full cd "Songs Of Sins & Redemption" wil ik me daar graag verder in verdiepen. "Ride The Pale Horse" is een aangename kennismaking met het werk van 25 nieuwe countrybands, en zo te horen zijn velen ervan nog steeds geïnspireerd door de geest van Johnny Cash, ook afsluiter "Coverin' The Sun" van LaCasa Del Cid vertoont duidelijke sporen daarvan. (RON)