ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009 - APRIL 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

JEFF MATTISON - TALES OF WAYWARD ANGELS

GONSTERMACHERS - THE CRUSHING GIFT

PATRICK VINING BAND - ATLANTA BOOGIE

RIK MERCALDI - RIK MERCALDI

AMAR SUNDY - SADAKA

JESSE DEE - BITTERSWEET BATCH

SOPHIA - THERE ARE NO GOODBYES

CELILO - BENDING MIRRORS

MATT SCHOFIELD - HEADS TAILS & ACES

DUKE ROBILLARD - DUKE'S BOX - THE BLUES AND MORE...

 


 

 

JEFF MATTISON
TALES OF WAYWARD ANGELS
Website CDBaby

 

 

Singer-songwriter Jeff Mattison afkomstig uit Northern California pakte in het verleden al uit met "Moonshine Rain" (1998) en "Backroads Heart Attack" (2003). Zes jaar later brengt hij ‘Tales Of Wayward Angels’ uit dat alom wordt geprezen als zijn beste plaat tot nog toe. The Wayward Angels is tevens de bandnaam van de Jeff’s begeleidingsgroep, bestaande uit muzikanten die de songs van Mattison prima in de verf weten te zetten. Een bijzondere vermelding geven wij graag aan Multi-instrumentalist Dave Zirbel die op Lead Guitar, Dobro en Pedal Steel zo’n wonderbaarlijke dingen laat horen, dat wij meteen bereid waren om ons de komende weken in Ze Country terug te trekken. De opener ‘Rainmaker’ schiet met een geweldigde vaart uit de startblokken en grijpt ons meteen bij het nekvel. De muzikale edelmetalen Country, Blues en Rock versmelten tot een perfect juweeltje in de stijl van Dylan in zijn beste jaren. ‘Regen’ en ‘Tranen’ blijken overigens vaak terugkerende motieven op deze plaat, die thematisch vooral focust op gevoelens van verdriet, eenzaamheid en verlies. Dat wordt al meteen duidelijk in ‘Trying Not To Cry’, alt-country met een rootsy sausje. ‘Bittersweet’ klinkt zoals de titel laat vermoeden en zit dicht bij het mooie werk dat een groep als ‘Green On Red’ af en toe liet horen. ‘Lowdown Blues’ mag dan wel gaan over opperste miserie (‘There’s too many tears and a river they make / It runs to hell for heaven’s sake’), de song is een genot om naar te luisteren. In ‘Laredo’ klaagt een bluesy mondharmonica het leven van een Junkie op de rand van het bestaan aan. In het met pedal steel & loney teardrops overgoten ‘Falling Below’ blijft de ellende maar aanduren, maar alleen om puur muzikale redenen vinden wij dat helemaal niet erg. ‘Dinner With God’ lijkt eerder op een zakenlunch op het scherpst van de snee. ‘Wanted Man’ heeft het op een drafje over het helemaal niet meer weten en achteraf volgt een walsje met een ‘Hungry Ghost’ die je meeneemt en al je dromen laat sterven. Hoog tijd dus voor het onvermijdelijk afscheid dat deze keer de vorm aanneemt van een uptempo ‘Leaving Blues’. Wat overblijft is slechts een ‘Afterglow’, on the morning after, dat niet meer blijkt te zijn als een flauw afschijnsel van de geliefde. De plaat eindigt dan ook met de indrukwekkende woorden ‘Imagine the funeral, Imagine the Blues’ en laat ons verweest achter. ‘Tales of Wayward Angels’ geeft alle macht aan de hopelozen, maar is wat ons betreft een meesterwerk. Dank u, Jeff! (Shake)


 

 

GONSTERMACHERS
THE CRUSHING GIFT
Website Myspace
Info: Blind Raccoon
CDBaby

 

Veel van de hedendaagse blues is vergeven van clichés. Onvermijdelijke mondharpen en platgetreden akkoordenschema's, anyone? Het bandje dat zichzelf tot doel stelt om originele en gevarieerde blues te maken wacht een flinke taak. Toch lukt dat de Gonstermachers uit Syracuse eigenlijk prima, want "The Crushing Gift" zal zeker veel liefhebbers van Cream, Nick Cave en vooral Tom Waits aanspreken en dat is natuurlijk mooi meegenomen. Aan de basis staan uiteraard wel de geijkte bluesingrediënten: een scheurende mondharp, een stevige gitaar en een zanger die gorgelt met steengruis. Maar de New-Yorkers trappen niet in de voor de hand liggende valkuilen en brengen de nodige variatie aan in hun donkere liedjes. Ze zijn godzijdank niet zo puristisch om andere stijlelementen dan blues volledig te verbannen en er mag dus al eens lekker gerockt worden. Voor een groot deel is het 'gruizige' stemgeluid van zanger Leo Crandall bepalend. Maar ook de andere bandleden Curtis Waterman (bluesharp), Richard Curry (bas) en Hymie Witthoft (percussie) nemen afwisselend met gasten als Mark Gibson, Bill Harsma en Natasha Jack de vocals voor hun rekening. Met een beste grom klinken stevigere nummers lekker ruig en rustigere nummers als het bijzonder mooie akoestische "And Your Devil Is Comin" spannend en meeslepend. Naast deze meest traditionele song is het funky "Bushmeat" een ander hoogtepunt op deze cd, waarbij deze strak spelende band, die nergens uit de bocht vliegt, steeds in dienst van het geheel blijft spelen. De Gonstermachers halen zowel inspiratie uit stokoude deltablues, maar doet ook denken aan grootmeesters als een Howlin’ Wolf. Deze opgeschoten combinatie van rock, blues en rock-‘n-roll, die al omschreven is als "Deep south Blues as processed through dark and disturbed imaginings...quake, little mortals, and fear the darkness”, klinkt dan ook minder gemaakt dan de capriolen van hippe bandjes. Geloof het of niet maar "The Crushing Gift" klinkt ruig, gevaarlijk en stomend. In een ware Waits-stijl brengten de Gonstermachers ruwe blues ten gehore die door de opname erg warm en levendig klinkt. Mooiste voorbeeld is hierbij "All of Heaven's Fallin’ Rain", een nummer dat prachtig ingekleurd wordt met accordeon. Met die eerste nummers heb je een aardige indruk van dit rauw viertal dat graag teert op de platencollectie van hun ouders. Zo is de openende song "Charlemagne" opgebouwd rond een Doors-achtig orgel riff van gast Mark Nanni. Waarna de band met het hypnotiserende "Come To Life No More" met een mandolin-en-viool intro deze song een Celtic feel geeft, met het accordeon en het blaaswerk in "Effamira's Tango", van dit nummer een rhumba swing maakt en met de jazzy instrumental "Baby, Get Over It", een gevarieerde bluesplaat afleveren die je doet uitkijken naar hun live optredens. De vier Gonstermachers geven het genre een aanstekelijke draai, door oude en nieuwe elementen te verenigen tot één geheel. Tijdens het luisteren naar de afsluiter, de blues-klassieker "John The Revelator" droom je al over die rokerige, hete bluesclub waar je ze gaat zien.


 

 

PATRICK VINING BAND
ATLANTA BOOGIE
Website
CDBaby
Label : Blue Edge Records

 

 

Patrick Vining is een blanke zanger uit Atlanta, Georgia met een voorliefde voor de R’n’B van eind jaren 40, begin jaren 50. Zijn grote voorbeelden zijn Big Joe Turner, Roy Brown, Louis Jordan, Little Milton en streekgenoot Tommy Brown. Vooral deze laatste is zeer belangrijk voor het tot stand komen van zijn nieuwe album ‘Atlanta Boogie’. Patrick liet voor het eerst van zich horen in ’98. Hij maakte toen zijn debuut met ‘Blues With Bite’ op het Ichiban label. In 1999 werd Patrick opgemerkt door het Britse JSP Records en werd ‘Ready Right Now’ uitgebracht. Met deze plaat werd intensief getourd en deed hij gemiddeld 200 optredens per jaar. In het begin van het nieuwe millennium nam hij een break en sloot hij zich aan als leadzanger bij de bluesrockgroep Magic Red and the Voodoo Tribe. Rond 2004 keerde hij terug naar zijn eerste liefde met ‘That Away You Move Me’. Het label CMO, dat het album uitbracht, kampte met financiële moeilijkheden en door gebrek aan distributie en promotie blijft de plaat onopgemerkt. In 2006 werd ‘Ready Right Now’ opnieuw uitgebracht onder de naam ‘Released’. Vandaag is Patrick helemaal terug met het nieuwe ‘Atlanta Boogie’. Het schijfje bevat 7 zelfgepende nummers, 1 nummer van Jimmy Rodgers en 2 nummers van de legendarische Atlanta bluesshouter Tommy Brown. Tommy werd uitgenodigd in de studio om zijn ‘Atlanta Boogie’ mee in te zingen. Patrick beschikt over een krachtige, autoritaire stem. De muziek is een mix van jump blues, swing en boogie woogie met een snuifje rockabilly. De nummers op de plaat zijn allemaal uptempo met een vrolijke ondertoon. De composities worden gedragen door de stem van Patrick, maar ook de inbreng van gitarist Mike Bourne verdient een pluim. Ook pianist en orgelist Matt Wauchope demonstreert op ‘Atlanta Boogie’ en ‘Money’s Getting Cheaper’. Het enigste minpuntje aan de plaat is dat ze met 10 nummers maar 39 minuten duurt. Maar ja, goede dingen duren zelden lang genoeg. In 2007 was Patrick al met enkele Backbones-leden in Nederland. Met zijn nieuwe plaat heeft hij terug materiaal om de overstap naar Europa te maken. Bij voorkeur met zijn eigen band want daar won hij in 2008 de Atlanta Blues Society’s Blues Challenge competitie mee als beste live band. Als de 78 jarige Tommy Brown op rust gaat, staat deze Patrick Vining klaar om de fakkel als beste Atlanta bluesshouter op te eisen. (Bootsy Lester)


 

 

RIK MERCALDI
Website Myspace Contact
Label : Merton Records
CD-Baby

 

 

Rik Mercaldi is een singer-songwriter, gitarist en multi-instrumentalist - voor zijn eerste soloplaat speelde hij ook mandoline, lap steelgitaar, keyboards, mondharmonica en sitar - afkomstig uit Jersey City in de Amerikaanse staat New Jersey. Sinds meer dan 20 jaar opereerde hij als muzikant in diverse bands en als solo-performer in de buurt van de New Yorkse metro waarnaast hij meestal in een leidende functie meewerkte aan diverse muzikale projecten. Tien jaar geleden verscheen een laatste cd op de markt van de formatie ‘The Subterraneans’ waar hij als gitarist en songschrijver de honneurs waarnam. Dat was indertijd nog melodieuze powerpunk en rock and roll, geheel in de seventiesstijl die bij het punkgenre thuishoorde. De groep speelde toen al zo’n tien jaar samen in New York en lanceerde pas in 1998 met “The Subterraneans” hun eerste full-cd, opgevolgd door een ep-tje met 5 songs en in 2007 volgde de laatste worp van deze band met de cd “Close To Real”. Toen vast groepslid en bassist Mike Curry de band verliet besloten de andere leden om er mee op te houden. Maar Rik Mercaldi had intussen al zoveel nieuwe songs geschreven in een geheel ander genre dat hij besloot om zich toe te leggen op de opname van een eerste soloplaat. Dat werd het titelloze “Rik Mercaldi” wat wij hier vandaag voor u recenseren. Alle grote gitaristen uit de voorbije 30 jaar zoals Pete Townshend, Jimmy Page, David Lindley en Rory Gallagher evenals grote singer-songwriters als Bob Dylan, Graham Parker, Gram Parsons en Neil Young behoren tot zijn groepje favorieten en beïnvloeders voor zijn eigen muzikale richting die we op deze plaat te horen krijgen. De songs op deze cd zijn zo sober mogelijk gehouden en hun akoestische basis geven de hele plaat een rustig, laidback tempo. De wilde haren en jaren zijn duidelijk achter de rug want Rik Mercaldi koos voor een melodieuze aanpak in folk en softrockstijl. De tracks op de cd werden in eerste instantie ingezongen in de studio met enkel akoestische gitaarbegeleiding, waarna hij de sound nadien wat bijkleurde met vleugjes andere instrumentatie. De productie door zijn goede vriend Juano Lippi is ook zeer verzorgd en sober gehouden. Nu houden wij wel van dit soort akoestische werk, maar bij dit album vragen we ons toch vaker dan gewoonlijk af hoe deze songs zouden geklonken hebben met een volwaardige bandbegeleiding. Vooral “Falling Rain”, “You Waited”, “Something” en “Anyone” hadden wel wat meer kleur kunnen gebruiken om helemaal tot hun waarde te komen. Onze favoriete tracks zijn “Don’ Mean A Thing”, het jazzy “Anyone” en het aan Jesse Malin herinnerende “Greedy Fingers”. In het afsluitende instrumentale en toepasselijke “Exit” laat Rik Mercaldi nog eens duidelijk horen wat voor een goede snarenspecialist hij wel is door een meesterlijk stukje sitar te spelen. Al bij al een heel mooi plaatje. (valsam)


 

AMAR SUNDY
SADAKA
Website Myspace
Label: DixieFrog
Distr.: Parsifal (B) Bertus (NL)
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Ogenschijnlijk lijkt hij de vreemde eend in de bijt tussen alle eigentijdse Amerikaanse en Europese blueszangers. Toch vertolkt Amar Sundy zijn woestijnblues met een diepgang alsof hij deze met emmers tegelijk uit de diepste van de bluesbronnen boven haalde. Deze liggen namelijk in Noord-Afrika waar het immers allemaal begon. Amar groeide op in de buitenwijken van Parijs, maar is geboren bij de Toearegs in het woestijngebied van Noord-Afrika. Het gezin verhuisde echter al vroeg naar Frankrijk om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Later trok Amar naar Italië en nog later naar Chicago, waar hij een zestal jaren aansloot bij bluesgrootheden die hem onder hun hoede namen. In de straten en clubs van Parijs oefende hij verder. Al die tijd verloochende hij echter nooit zijn Algerijnse roots. Dat rondzwerven en zich inwerken in de culturele mix liet zijn sporen na in zijn diverse albums. In ‘Sadaka’, vijf jaar na het uitbrengen van ‘Naima’, is dit niet anders. Franse, Engelse en in Saharoui gezongen talen, fingerpickende gitaar, accordeon, fluit, cimbalen, vrouwenkoren en Afrikaanse ritmes worden samen verweven tot een uitheems klankentapijt. Het album ‘Sadaka’ nodigt uit om deel te nemen aan een spirituele reis waarbij Amar landschappen creëert die zowel naar het innerlijke peilen als naar de wereld rond hem. Thema’s als water, de bron, identiteit, het zwerven en laven worden geïntegreerd in het universum van de muziek die alles overspoelt. Amar zingt met veel emotie en voegt er de finesse van zijn gitaarspel aan toe. Behalve een resem instrumentalisten en backing zangeressen kon de songwriter nog rekenen op een aantal gastmuzikanten die elk hun eigenheid inbrengen. In ‘Sahraoui’ strooit Eric Bibb met zijn warme stem magisch sterrenstof langs nomadische wegen. Ook Lisa Doby en Joe Louis Walker doen mee. Van ‘Men’na’, waarop Pura Fé zingt en zich met lapsteel gitaar begeleidt, gaat een fascinerende bekoring uit. Daartussen situeert zich een ‘Camel Shuffle’ en het melancholische ‘Lina’. Alle songs drijven op de expressieve zang van Amar en zijn delicaat of ritmisch gitaarspel. Amar gelooft onvoorwaardelijk in de muziek als zuivering en laat de songs elkaar opvolgen als een lichtspoor tussen het duinenzand. ‘Lilati’ en ‘Seghia’ zijn betekenisgeladen, wat je niet woordelijk ontcijferen kan maar des te beter aanvoelen door de emotionele verklanking. In de Bonus video van tien minuten geeft Amar enige uitleg over zijn invloeden en demonstreert hij met groot naturel zijn vingervaardigheid. Tevens drukt Eric Bibb zijn waardering uit voor deze muzikant die zijn eigenheid gevonden heeft en bij wie alles om muziek draait. Dit fusiealbum komt over als een zoektocht waarin Amar Sundy zijn verbeelding en muziek gebruikt als paspoort om zijn droom te realiseren. Het zijn niet mijn woorden maar die van de zanger zelf die in ‘Debhia’ droom en melodie tot een eenheid verenigt. (Marcie)


 

 

JESSE DEE
BITTERSWEET BATCH
Website Myspace
Label: Munich Records

 

 

Nauwelijks drie kwartier en 11 songs heeft Jesse Dee nodig om de muziekliefhebber er van te overtuigen dat we met zijn debuut-cd “Bittersweet Batch” de eerste van vele nog volgende platen in handen hebben van een heel groot talent. De man stamt uit Boston, Massachussetts en brengt een amalgaan van soul, rootsmuziek en R&B in zijn swingende en zeer diverse nummers. Als u een fervent radioluisteraar mocht zijn kan u zeker niet om zijn hit “Around Here’ heen want die wordt ons zowat om het uur in diverse programma’s voorgeschoteld. Jesse Dee is in de eerste plaats een blanke soulzanger met een stem die herinnert aan de allergrootsten in dit genre zoals Sam Cooke, Al Green, Otis Redding, Ray Charles en de recentere toppers Amos Lee en James Hunter. Maar daarnaast moet je ook nog over de geschikte liedjes beschikken en ook die schrijft hij zoals de grootmeesters dat pleegden te doen. Als co-producer voor dit eerste album kon hij een beroep doen op Jack Younger die ook in die stoel zat voor het recente werk van dat andere grote soultalent Eli ‘Paperboy’ Reed. De cd “Bittersweet Batch” begint met het nummer “Alright” dat meteen voor 100% Otis Redding-soul vertegenwoordigt. Absolute vrolijkheid in zang en muzikaal de volle lading inclusief blazersensemble. Dan krijgen we de funk-rockerige single “Around Here” waarin Jesse Dee illustreert dat hij een op en top positivist is. Het groovy nummer “Slow Down” doet ons dan weer sterk denken aan Amos Lee en Ben Harper. Bij de topsongs uit dit in zijn geheel uitstekend klinkende album zijn ook het uptempo “Still Here” en “Alive & Kickin’” als uitschieters te vermelden. In de bitterzoete ballads “Over & Over Again”, “Remember Me” en “Yet To Come” komen de sterke vocale kwaliteiten van Jesse Dee misschien nog het best tot uiting. In het trage nummer “New Blades Of Grass” bezingt hij op respectvolle wijze de tragedie die de inwoners van New Orleans overkwam toen de orkaan Katrina over de stad denderde en er onherstelbare schade aanrichtte. En in de cd-afsluiter “Alive & Kickin’” brengt hij zowaar alle eerder gehanteerde stijlen (gospel, blues, rock en soul) samen in één nummer. Stevie Wonder zal waarschijnlijk heel blij zijn met het funky “Reap What You Sow” op deze plaat want dit nummer straalt het eerbetoon van Jesse Dee aan deze grote artiest overduidelijk uit. Dat hij zijn muzikale idolen niet klakkeloos kopieert maar ook een hedendaags tintje meegeeft aan zijn songs tonen aan dat hij als songwriter ook nog een brede toekomst tegemoet mag zien. Tussen al de eenheidsworst die we tegenwoordig op de radio moeten aanhoren is Jesse Dee met zijn liedjes een absolute verademing. (valsam)


 

SOPHIA
THERE ARE NO GOODBYES
Website Myspace Contact
Label : The Flowershop Recordings
Distr. : Bang!

 

 

De ouderen onder u kennen Xavier Debaere wellicht nog als de professionele afscheidnemer bij “Morgen Maandag”, het tv-programa van Mark Uyterhoeven. Wel, wij denken dat we met Robin Proper-Sheppard een nieuwe afscheidnemer gevonden hebben. Doorheen de vele cd’s die deze in Londen wonende singer-songwriter - die als “Sophia” door het muziekleven gaat - al heeft uitgebracht vloeit constant één rode draad: de steeds fout aflopende relatie en het zelfbeklag, het immense leed en het grote verdriet dat bij het afscheid nemen van deze geliefde gepaard gaat. Als je in zijn ruime repertoire op zoek gaat naar intussen klassiek geworden songs komt bij ons meteen “If Only”- vooral de versie op de live-cd “De Nachten” - bij ons op, het ultieme afscheidsliedje. Zo’n song staat er deze keer zeker niet op de nieuwste en zesde plaat van Sophia maar “There Are No Goodbyes” is wel opnieuw een verzameling van tien ijzersterke liedjes die het grote talent van Robin Proper-Sheppard als songsmid etaleren. De cd-hoes met diverse foto’s van een volledig leeggehaald appartement positioneert de cd-luisteraar al van meet af aan in de juiste stemming voor de liedjes op de plaat. De melancholische verhalen met voornamelijk akoestische gitaarbegeleiding gaan over de eenzame momenten, de lange avonden en nachten alleen en de intrinsieke gevoelens van pijn en verdriet. Het ritme van de titeltrack waarmee de cd begint is echter niet traag maar eerder uptempo en nodigt zelfs uit tot zachtjes meewiegen. Dat geldt ook nog voor track 2 “A Last Dance (To Sad Eyes)” maar daarna keert Sophia toch gemoedelijk terug naar de vertrouwde stal van emotionele, haast akoestische ballads in de songs “Storm Clouds”, “Dreaming”, het heerlijke duet “Something” met uitstekend vrouwelijk weerwerk van Astrid Williamson, “Signs” en “Heartache”. Dit album werd sober doch zeer mooi gearrangeerd en de regelmatig terugkerende strijkerssectie werd door Sophia’s oude getrouwe Calina de la Mare verzorgd. Dat zorgt voor perfecte soundscapes bij de album-afsluitende song “Portugal”. Voor de echte Sophia-liefhebbers willen we bovendien de ‘special double cd-edition’ aanbevelen met een tweede schijfje als bonus met daarop een volledig akoestisch live-concert dat Sophia samen met een strijkerskwartet afwerkte op Valentijntjesdag 14 februari van dit jaar in Wenen. Wij zullen maar al te graag naar al deze prachtige liedjes gaan luisteren bij het nakende concert van Sophia in de Brusselse AB op zaterdag 23 mei. Mogen wij u daar misschien ook zien opduiken? (valsam)

SOPHIA LIVE
22.mei.2009 20:00 - Paradiso, Amsterdam (NL)
23.mei.2009 20:00 - Ancienne Belgique, Brussel (BE)

 


 

CELILO
BENDING MIRRORS
Website Myspace
Contact
Label : Homesweet Music
CD-Baby

 

 

Celilo is de naam van een in 2004 opgerichte zesmansformatie. Hun groepsnaam werd ontleend aan de oudste stad in de staat Amerikaanse Oregon waar de groepsleden in Portland ook al hun vaste thuishaven hebben. Vorig jaar in oktober kwamen ze voor het eerst onder mijn aandacht toen ik hun ep-tje “Bush Pilot” mocht bespreken. Dat was een verzameling van zes nieuwe songs en 4 live-tracks die dienst moest doen als voorbode voor hun nieuwe vierde full-cd “Bending Mirrors”. Dit splinternieuwe schijfje met 13 songs bevat ook 5 tracks die eerder al op die ep te horen waren: “Bush Pilot”, “Easter Lily”, “Pink Sofa” (in duet met Annalisa Tornfelt), “Pleistocene” en ”Wy-am” (over vriendschap en respect voor de oeroude Indiaanse tradities), liedjes die ook hier nog steeds tot de beste nummers op het album behoren. De groep rond zanger en songschrijver Sloan Martin werd door mij in die eerdere bespreking al vergeleken met o.a. “My Morning Jacket” en “Band Of Horses”, voornamelijk omwille van de met Jim James en Benjamin Bridwell vergelijkbare zangprestaties van de frontman maar ook de muziek van Celilo hoort thuis in diezelfde categorie. Dromerige en fragiele rootspop over het leed en de ellende in deze wereld en in het hemels mooie, zachte walsje “Bush Pilot” naast een verhaal over emotionele eenzaamheid ook een hartverscheurende, kwetsbare melancholie. In de meeste liedjes is er een onderliggende dreiging aanwezig waardoor de muziek uit zijn voegen dreigt te barsten, hetgeen telkens net niet gebeurt. Die intrigerende, mystieke sound is het handelsmerk van Celilo en de maturiteit die de groep door de jaren heen heeft opgebouwd krijgt in deze songs op “Bending Mirrors” een voorlopig hoogtepunt. Zelden wordt er echt doorgerockt omdat de ingehouden drang om muzikaal te exploderen net nog onderdrukt kan worden. Ook de songteksten hebben inhoud en een boodschap te brengen. Naast de hierboven reeds vermelde songs luisteren wij ook met plezier naar het ritmisch frequent wisselende en zeer sterk gezongen “Winter Pills”, het tragische liefdesverhaal in “Piñata”, het in harmonie gezongen “Sunken Ships”, het wat ruwere werkje “Sirens Of Metropolis” over eenzaamheid en verlies en tenslotte het prachtige “Clatter Of Hooves”. “Bending Mirrors” is de Americana-plaat waarmee Celilo eindelijk op grotere schaal zou moeten doorbreken want deze op prachtige muzikale geluiden gezongen liedjes moeten NU gehoord worden. (valsam)


 

MATT SCHOFIELD
HEADS TAILS & ACES
Website Myspace
Info: Broere Promotion
Label: Nugene Records
Distr.: Bertus

 

Je kan er niet omheen kijken. Matt Schofield uit Manchester, geboren in 1977, heeft zijn specifiek aandeel gehad in de vernieuwing van de Britse bluesscène. Met zijn gitaarspel leunt hij aan bij uiteenlopende bluesstijlen en al spelend kan hij zowel naar funk, soul, swing als jazz grijpen. Rhythm & Blues of fusiemuziek maakt hij tot iets persoonlijks. Als gitarist speelde hij zowel bij Dana Gillespie en Otis Grand als met de revelatie Ian Siegal en ook op zijn albums weigert hij zich tot één genre te beperken. Na zijn debuut ‘The Trio, Live’ uit 2004 volgden nog twee studioalbums die de aandacht trokken en nu is er dus weer deze ‘Heads Tails & Aces’ dat hij zelf producete. De fase van jonge bluesbelofte ligt al lang achter hem, want na zijn vele toeren door Europa is hij een gevestigde waarde geworden en zijn naam op de festivalaffiches werkt als een magneet. Gitaristen/autodidacten zijn erop gebrand om hem bezig te zien. Zijn eerste invloeden gaan terug tot de drie Kings, -BB, Albert, Freddie-, maar daar mag je ook The Meters en ZZ Top bij rekenen en wellicht nog Robben Ford en The Crusaders. Dus krijg je op zijn laatste album zowel een funky ‘Live Wire’ als een soulvolle ‘War We Wage’. Ook zijn vaste muziekmaat/toetsenist Jonny Henderson staat opnieuw terzijde. Bassist Jeff Walker en drummer Alain Baudry complementeren het kwartet. Matt zelf maakt zijn stem doorgaans ondergeschikt aan zijn magistraal gitaarspel. Hij was nog niet droog achter zijn oren toen hij al een gitaar kreeg en begon te oefenen. Altijd meegenomen als je vader een bluesfreak is die je aanmoedigt en je kan duiken in zijn blueselpees. Sindsdien vervolmaakte hij zijn spel en gebruikt hij zijn gitaar als communicatief verlengstuk om uit te drukken wat hij anders emotioneel niet kan verwoorden. Dat levert een magisch acht minuten lange ‘Lay It Down’ op met verfijnd gitaarspel. Contrasterend voegt hij er meer funky songs aan toe zoals o.m. ‘I Told Ya’. Op ‘Stranger Blues’ hoor je een heerlijke ritmesectie met een invallende piano die de New Orleans sfeer laat herleven. Matt, tevens songwriter, integreert alle ooit her en der opgevangen invloeden in een eigen stijl met een souplesse alsof het hem prénataal aangeboren is. Weinig gitaristen zullen het hem nadoen. Aldus werd dit album weer een wonder van subtiele elektrische gitaarkunst dat vele gitaristen in spe tegen hun ribben zullen drukken om in gedachte nog beter de snaartrilling te kunnen voelen. (Marcie)


 

 

DUKE ROBILLARD
DUKE'S BOX - THE BLUES AND MORE...
Website Label: DixieFrog
Distr.: Parsifal (B) Bertus (NL)

 

 

Duke Robillard is een blueslegende in Amerika. Geboren op 4 oktober 1948, Woonsocket, Rhode Island, richt hij in 1967 de legendarische swingbluesband Roomful Of Blues op. Tot 1979 blijft hij bij de groep, die zijn tijd ver vooruit is met de swing bluesvorm zoals ze die creëert. Na zijn vertrek richt hij een eigen band op: The Pleasure Kings. Ook werkt hij samen met rockabillyster Robert Gordon en maakt hij twee platen met The Legendary Blues Band (met voormalige leden van de Muddy Water’s Band) en vervangt hij in 1990 Jimmy Vaughan bij The Fabulous Thunderbirds. In 1993 wordt hij gecontracteerd door het Canadese Stony Plain label, dat in Europa vertegenwoordigd wordt door de Franse platenmaatschappij Dixiefrog. Twee jaren achter elkaar (2000 en 2001) de W.C. Handy Award die hem als 'Best Blues Guitarist' benoemt. Robillard is een heuse ijzersmid. Momenteel wordt hij namelijk als autoriteit op het volledige rootsgebied gezien, en dat is nogal breed. Vandaar dat kort na het opmerkelijk sterke "Living With The Blues" van begin 2002 en de uitstekende duoplaat met legende Herb Ellis, "Conversations In Swing Guitar" (1999), het album "Exalted Lover" (2003) het licht zag, waarin we Duke meer in zijn rol als songwriter horen, waarbij wel geboogd wordt op zijn beheersing van de eerder beoefende stijlen op zijn instrument, maar dan wel 'In Dienst Van Het Liedje'. Met het album "Blue Mood" (2004) biedt hij ons weer blues in de beste Duke-traditie. Dat wil zeggen: blues vermengt met jazz en rock & roll en kompleet met blazers. Niet een ingewikkeld jazzy blues album, maar een herkenbaar recht tot recht aan de witte blues verwant album. Duke noemt T. Bone Walker "The Father Of The Blues Guitar" en vond het derhalve ook logisch dat hij ooit een tribute ging opnemen, en had toevallig toen een dusdanig goede band om zich heen verzameld. Enkele blazers erbij, en inderdaad wordt het geluid van T-Bone ernstig eng benaderd op "Blue Mood". En zo verzint Robillard dus steeds weer iets nieuws wat ons blijft verbazen over zijn geweldige heer-in-het- verkeer blues waarin hij zich nu eenmaal gespecialiseerd heeft tot in het absurde. Het volgende album in Duke's carrière is "Guitar Groove-A-Rama", dat een bepaald niet misselijke staalkaart van zijn inspiratiebronnen weergeeft. Het laatste nummer op deze plaat, "Blues-A-Rama", is meer een grande finale, een auditieve geschiedenisles van een flink kwartier dat, toegegeven, eerder is gedaan door geestverwante idioten, maar, stuiterend tussen achteloze patserigheid en toch ook een tegenwoordig ongekende know-how een gekmakende virtuositeit verraden, die hem op volstrekt eenzame hoogte plaatst, pal naast diezelfde, veelal overleden, daarin opgesomde reuzen, in volgorde van opkomst: Muddy, Jimmy Rogers, Guitar Slim, Johnny Guitar Watson, T-Bone Walker, Lowell Fulson, BB King, Gatemouth Brown, Freddie King, Albert King, Buddy Guy en Albert Collins. Deze track vinden we nu ook in de volle lengte terug op "Duke's Box", een drieling die het beste van deze artiest verzamelt over de afgelopen twintig jaar. Een bijna vier uur durend overzicht dat duidelijk maakt, dat Robillard steeds voor de nodige variatie weet te zorgen, want in deze verzamelaar treft u stijlen zoals jazz, country, rock 'n' roll, blues en rhythm & blues, dewelke hij zijn hele loopbaan gespeeld heeft. Wat extra interessant is dat er een aantal bonustracks zijn bijgevoegd die nooit eerder zijn uitgebracht, waaronder "The return Of Dukes Mood" uit de 'Groove-A-Rama' sessies en een versie van Amy Winehouse's "Rehab" dat eerder enkel digitaal te downloaden was. Robillard heeft met bijna iedereen samen gespeeld, maar bij een optreden van zangeres Sunny Crownover zag hij plots een kans die ene nog onvervulde wens te vervullen. Al jaren speelde Duke namelijk met het idee om het tijdperk der grote zangeressen te doen herleven. Dan hebben we het over de jaren ‘30 en ‘40, toen zangeressen als Ivie Anderson, Helen Humes en Billie Holiday de hitparade regeerden. In Sunny hoorde Duke direct de kwaliteiten die essentieel zijn om z’n project te doen slagen. Hij verzamelde een groepje topmuzikanten, en maakte een prachtig album, dat je meevoert naar een ander tijdperk, met een greep uit het beste materiaal dat het American Songbook heeft opgeleverd. Het dit jaar verschenen "Introducing Sunny & Her Joy Boys" is dan ook een juweel van een plaat, waarvan hier op CD2 de songs "I got It bad(And It Aint Good)" en "Undecided" te horen zijn. De volle luisterbeurt van deze drie schijven hoeft dan ook geen verveling op te leveren. "Stomp the Blues Tonight!" is de naam van zijn nieuwe meesterwerk, en natuurlijk kijken we hier al naar uit, want deze nieuwe plaat zal reeds in juni verschijnen.

Tracks:

Disc 1
01. I Still Love You baby
02. Buy Me A dog
03. Everything is Broken
04. Never let |you Go
05. How Long Has It Been
06. Midnight cannonball
07. West Side Shuffle
08. Gamblers Blues
09. Pony Blues
10. World Of blues
11. Goodtime Charlie
12. Blues Nightmare
13. Two Bones And A Pick
14. The return Of Dukes Mood-Bonus track

Disc 2
01 Lomesome Woman Blues
02. Glamour Girl
03. Gee I wish
04. The Lonesome Road
05. I am Still In Love With You
06. Train To Texas
07. When Your Lover Has Gone
08. Hardway
09. Red Dog
10. I got It bad(And It Aint Good)
11. I Miss My Baby In My Arms
12. Jimmies Texas Blues
13. Undecided

Disc 3
01. Real Live Wire
02. Slim jenkins Joint
03. Jumping Rocking Rhythm
04. Low Side Of The Road
05. Just before dawn-Dawn
06. Fishnet
07. Blues A Rama
08. Love Sick
09. Do The Memphis Grind
10. Too Much Stuff
11. Stratisfied
12. Addiction
13. Rehab-bonus track