ROOTSTIME cd reviews

 



 

 

 


JUBAL LEE YOUNG
website : www.juballeeyoung.com
www.myspace.com/juballeeyoung
www.myspace.com/juballee
label : Jooboo Records
info : Joanna Serraris

 

Troubadour & Southern man Steve Young is en blijft tot nader orde mijn favoriete singer/songwriter en daar zullen de optredens die de man ooit in mijn woonplaats verzorgde niet vreemd aan zijn. Enkele jaren geleden bracht hij nog eens een bezoekje aan Nederland (zie Extra Support '05) en een van die concerten vond plaats in Heeze, niet ver van de Belgische grens. Voor ons een hartelijk wederzien met de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee en een eerste kennismaking met zoontje lief Jubal Lee die zijn eerste muzikale inspiraties opdeed bij het verzameld Motown/Presley repertoire dat moeder Terrye Newkirk in huis had. In een volgend stadium zouden the Beatles, Bob Dylan, Jimi Hendrix, Led Zeppelin, Pink Floyd, Dire Straits en Tom Petty aan de beurt komen. Natuurlijk hoort "dad" Steve Young in dat rijtje thuis want eerlijk is eerlijk. "Most of my heroes have been people who just did what they did, without too much regard for what other people might like. I guess you'd have to take my dad into account, too" Dat Jubal Lee in de (rustige) voetsporen van zijn vader zou duikelen was niet vanzelfsprekend want zijn debuutalbum "Not Another Beautiful Day" liet een vrij stevige, rockende indruk (complete with powerhouse drums, blazing slide and wah - wah guitars). Voor de opvolger deed Jubal Lee opnieuw beroep op guitar player/songwriter/ producer Thomm Jutz die al eerder zijn strepen verdiende met ondermeer Mary Gauthier, Nancy Griffith, Jim Lauderdale, David Olney en Richard Dobson. De prima opener "Greed is the Greed" met een heerlijk stukje smoelschuiverij haalt de jonge Bob Dylan voor de geest en met de pareltjes "She Don't Like Clowns", "I Don't Know What I Want" (inclusief slide gt) en "Things You Only Wonder When It's Raining" zou zelfs Rodney Crowell uit de voeten kunnen. Maar ook vadertje Young moet zo een fier zijn als een gieter wanneer Jubal Lee alle familie registers opentrekt met de rustige southern rock in "More Than Anything" en "Streets of Caen", de trompetten laat schetteren op "Deep South Blues" (van mama Terrye Newkirk), een schitterend pedal steel geluidje de boventoon voert op "Greedy Old Men Without Pens" en erg dicht in de buurt komt van Steve's excellent singer/songwriters werk met "As I Lay Dying", "Just Passing Trough Your World" en de prima afsluiter "the Window Song". Schitterend album van een singer/songwriter die met zijn "reckless, deep and spiritual - meticulously crafted songs, delivered by an amazing voice that can go in a heartbeat from a falsetto whisper to a lion's roar" aardig voor de dag komt. Natuurlijk was de hulp van Thomm Jutz, Dave Roe, Pat Mc Inerny en natuurlijk Fats Kaplan (!) niet te versmaden ... slotsom ... Jubal Lee Young has learned from the greats, first - hand, right there at the kitchen table. You can hear it - he's the real deal!

PS: Jubal Lee Young & Justin Townes Earle : 24 September - 14 Oktober 2007 - "The Sons Of The Guns" Tour.


Inlichtingen :
Joanna Serraris
Musemix
Frankenstraat 12
2582 SK The Hague
The Netherlands
T: +31 70 338 8708
C: +31 615 640 226
www.musemix.com
joanna@musemix.com

 

 



 

 

 

JIM CAMPILONGO ELECTRIC TRIO
HEAVEN IS CREEPY
Website: www.jimcampilongo.com
Email: jim@jimcampilongo.com
Label: Blue Hen Records
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)

 

Er was een tijd dat deplatenboer jazz en blues in hetzelfde rek klasseerde. Deze opvolger van "American Hips" uit 2003 van het uit San Francisco komende Jim Campilongo Electric Trio, een trio van geroutineerde muzikanten, verklaart waarom. Nee deze bluesjazz-veteranen brengen geen jazzy versies van bluespatroontjes die s'nachts middels Radio 2 voor enig antislaapgeruis zorgen in de auto. Deze cd bevat niet fanatieke blues met een jazzy klankkleur. 'Jazz' gitaar betekent hier dus: afwijkend van de noten en akkoorden binnen clichématige bluesschema's, en een licht afwijkende speelwijze. 'Jazz' betekent hier verder vooral een prominentere rol voor de Telecaster. Met zijn nieuwe cd, "Heaven Is Creepy", heeft gitarist Campilongo, met naast hemzelf, Tim Luntzel op bas en Dan Rieser op drums en percussie, alweer een fantastische plaat afgeleverd waarop het trio hongerig en zeer geïnspireerd overkomt. Uitbundig en inventief zijn de voornaamste karakteristieken. Alsof Campilongo en de zijnen zich nog moeten bewijzen. Het gebodene is gecompliceerd maar omdat er veel 'lucht' tussen de gitaar, drums en bas blijft, is het geen opgave om "Heaven Is Creepy", uit te zitten. Deze plaat waarop traditionele jazz, blues en country een vrij ruw, maar daardoor juist heel authentiek klinkend huwelijk aangingen, ver verwijderd van de gestroomlijnde fake-jazz, brengen hier herinneringen naar boven van de groten, zoals Roy Buchanan, Jeff Beck en Robbie Robertson, met hun albums uit de jaren '70 en '80. "Heaven Is Creepy", met zijn twaalf tellende nummers doet nog het meest denken aan een filmsoundtrack, met heerlijk weemoedige, pakkende thema's, waarin met name Jim Campilongo een hoofdrol voor zich opeist. Vorig jaar speelde hij ook bij The Little Willies, de groep rasmuzikanten rond Norah Jones. En Jones is als op hun vorig album wederom aanwezig. Op deze plaat in het nummer "Cry Me A River", waarin ze zingt tegen de melodie van de gitaar in. Tevens is er ook een instrumentale versie te horen van dit nummer op deze plaat, een plaat die dan ook vooral uit instumentals bestaat. Andere gaste, Martha Wainwright, is te horen in Stephen Foster's "Beautiful Dreamer", maar hier dan in een meer jazzy- cabaretversie. Kortweg: Deze fantastische cd wordt grotendeels gedragen door het geniale gitaarwerk van Jim Campilongo. Wat deze man uit zijn Telecaster haalt is subliem, authentiek en technisch zeer gecompliceerd. Dit doet deze cd boven doorsnee uitstijgen. Kippenvel...



 

 

 

MARK BRAGG
BEAR MUSIC
Website: www.markbragg.com
www.myspace.com/markbragg
Mail: info@markbragg.com
Label: Eigen Beheer


 

In 2003 verscheen "The Reckless Kind", de eerste CD van Mark Bragg & The Black Wedding Band, dat bedolven werd onder de positieve kritieken in de vakpers en hem een nominatie opleverde voor 2 Canadese East Coast Music Awards : Best New Artist en Best Alternative Album. Daarnaast mocht hij ook al het podium delen met Canadese artiesten als Hawksley Workman en Ron Sexsmith. Voldoende stimulansen blijkbaar om intensief aan een opvolger te gaan werken die er nu is en hoe. "Bear Music" is een dijk van een plaat geworden met 11 zelfgeschreven songs. Bragg woont in St. John's, Newfoundland, Canada en dat blijkt goede grond te zijn om talent op te kweken. De nieuwe CD werd geproduceerd door Daryn Barry, die zijn sterren verdiende bij vroegere opnames van Jimmy Eat World, Cowboy Junkies, Jack Johnson en Snow Patrol. In de liedjes op "Bear Music" wordt de verbeelding de vrije loop gelaten en druipt de songschrijversoriginaliteit van enkele deuntjes af. Niet voor niets krijgt Bragg in de pers het label van Canadese Tom Waits en Elvis Costello, allicht omwille van zijn scherpe, donkere en soms ook komische teksten. Het is al meteen raak met "Bear & The Barbed Wire" dat inmiddels als single is verschenen en als een trein door de huiskamer rolt. Als een soundtrack voor een film met duistere karakters worden de volgende nummers op de luisteraar losgelaten : "Spark Man" en "Plans For The Boys". Emotioneel wordt het daarna in "Song For Marvin" dat op een toch wel frappant identieke wijze gezongen wordt als Ron Sexsmith het zou doen : "Poor Marvin, waking up is hard when only lonely hearts can heal the homely". De betreffende Marvin wacht namelijk dagenlang langs de telefoon op een boodschap van zijn verloren liefde. In "Born Trade" beschrijft Bragg het verhaal van het rare koppel Carl, een mannelijke prostituée en Lorraine, een jaloerse junkie. Interessante stof voor een verhaal over de donkere kant van de samenleving. The Bear in de songs is trouwens niet het dier maar de roepnaam voor een 150 kg wegende autistische straatvechter. Mark Bragg heeft de geschikte stem om de scherpe kantjes in zijn cabaretachtige verhalen te benadrukken en de speciale geluidjes die in zijn muziek verwerkt worden geven het geheel een mysterieus tintje. In "Uncle Milo" bemerk ik de opbouw van een song die je ook bij Hawksley Workman kan terugvinden : klagerig, met vibrato in de stem, haast paranoïde en overvloeiend in een meezingerig refrein. De muzikale troubadour in Bragg komt naar boven in het zeer mooi gezongen nummer "The Bridge". En om de sfeer van de plaat nog wat aan te houden wordt afgesloten met "Murder In The Southlands". Om deze recensie af te sluiten : "Bear Music" is een opvallende, wat moeilijkere plaat waarvan je de pure schoonheid pas volledig ontdekt na enkele beluisteringen. We durven hierbij Mark Bragg toch een lang verblijf in de alternatieve muziekscene toeschrijven.
(valsam)



CAMERON CLARK
THIS DARK SEASON IS REBORN
Website: www.cameronclarkmusic.com
www.myspace.com
Mail:info@cameronclarkmusic.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com

 

Vanuit het Canadese Toronto bereikte ons een EP-tje met de titel "This Dark Season Is Reborn" van de coming star Cameron Clark. Deze man was in een vorig leven gitarist bij een rock'n'rollgroepje Lovemethod en nadien ook bij de ruige band The Urban Street Scandal. Zelf zegt hij dat het voor het eerst in zijn leven is dat niemand hem de opmerking maakt dat hij te luid speelt. Dat lijkt me ook moeilijk als je 6 songs opneemt met voornamelijk een akoestische of elektrische gitaar aangevuld met een mooie stem. In een groep spelen vereist dat je steeds wat moet geven en nemen zodat alle bandleden aan bod kunnen komen. Dat komt echter niet altijd de kwaliteit van de songs ten goede maar dat probleem stelt zich gelukkig niet als je een solo-album uitbrengt. Je kan dan al je emoties laten opborrelen in eerlijke en emotioneel zwaarder geladen liedjes die gebracht worden op de tonen van een mix van country en soulmuziek, maar waarbij ook Americana en folk aan bod komen. Er zijn enkele nummers bij die je moeiteloos zou toeschrijven aan Whiskeytown en Ryan Adams omwille van de opbouw van de songs en de sterk op Adams gelijkende stem van Cameron Clark. Voorbeelden hiervan zijn "Sit Still", "This Leaving Season" en "The Poor Soul". Maar op "Down And Out" gaat Clark de psychedelische toer op en rockt hij stevig ondanks een akoestische bewerking. Deze sympathieke Canadees kan mooie liedjes schrijven en beschikt over een stemgeluid dat je kan blijven boeien, alleszins gedurende de korte tijd dat dit EP-tje duurt. In afwachting van een full-CD verdient Cameron Clark alvast het label "beloftevol".
(valsam)



TERRY BLANKLEY
THE BLUES DADDY
MONEY TALKS
Website: www.terryblankley.com
www.myspace.com
Label: Eigen beheer (Rootetoot Records)
www.cdbaby.com/cd/terryb
www.cdbaby.com/cd/terryb2

 


Toen ik enkele dagen geleden de cd recenseerde van de Canadese "Blues Delight" zei ik nog dat er momenteel vanuit die hoek veel releases binnenkwamen, gisteren was het de beurt aan de Trevor Finlay Band (zie volgende recensie), waarrond ik een special van hun ganse oeuvre maakte. Vandaag is het de beurt aan Terry Blankley, een keyboardspeler en zanger uit Oshawa, een stadje dat niet in Japan ligt zoals je zou kunnen veronderstellen maar op enkele minuten van Toronto in Canada. Terry stuurde ons 2 cd's met de vraag ze te recenseren.

THE BLUES DADDY

De stem van Terry is ruig als schuurpapier, de opnames klinken alsof ze live recordings zijn en de sound is Angelsaksisch, een jaren 60/70 achtig geluid zoals op de oude John Mayall platen uit die periode. Het pianowerk van Terry komt natuurlijk dikwijls op de voorgrond. "When Love comes Calling" is een BB King achtig song maar uitgewerkt op de wijze van de Britse bluesboom van de jaren 60. "Jarvis St." kon zo van een Rhythm Kings cd geplukt zijn. "Hurricane" is ook mooi, het is natuurlijk de zoveelste song die er over geschreven is, het nummer bevat een mooie bas-intro en halfweg een scheurende gitaarsolo. Spijtig genoeg weten we niet wie de snaren zo mooi laat zingen, want bij de muzikanten staan wel 5 gitaristen, maar wie wat waar speelt is niet te achterhalen. In "Mississippi Love Machine" een barrelhouse boogie, kreunt Terry met zijn ruige stem zo, dat het wel lijkt of Tom Waits even langsgekomen is, je raakt er zowaar bijna zelf van buiten adem. De mooie shuffle "Wind Me Up And Turn Me On" herinnert me aan het werk van Tom Principato en heeft een rockabilly basis. Heel apart is het jazzy "Lenny" waar het pianowerk van Terry heel mooi en sfeervol is. "Fallin Back In Love With You" een nummer van Lonnie Mack wat bij mij thuis in het bovenste schuifje ligt, is een goede cover. Spijtig genoeg is de afsluiter "Trouble In Mind" dit niet en is het nogal geforceerd gezongen, een klein schoonheidsfoutje op 't eind van een toch wel aparte bluescd.
MONEY TALKS

In vergelijking met de vorige cd zien we duidelijk evolutie op 2 vlakken, de opnames zijn iets gladder, er is duidelijk meer studiowerk bij te pas gekomen zodat het "bijna live" geluid nu minder aanwezig is. Tweede evolutie is het zangwerk van Terry, zijn stem klinkt nog steeds ruig, maar Terry zingt nu normaler, terwijl op de eerste de stem steeds gebruikt werd "op het randje" en er soms "net over" ging, is het geforceerde nu helemaal weg, hetgeen resulteert in een rustige, relaxte cd. Blues speelt nog steeds de hoofdrol, maar de jazzy benadering wint veld, en dat vinden we helemaal niet erg, want keyboards lenen zich nu eenmaal goed voor jazzy bluesnummers. Er staan dan ook een aantal erg goeie songs op "Money Talks". Zo begint het al dadelijk mooi me "Last Nations" een eigen song, dat ik niet beter kan beschrijven als: Springsteen meets Dylan, het nummer heeft iets van Dylan of The Band, en Terry's stem klinkt als Springsteen hier. "Squeegee Kids", een bijna gesproken jazzy song is heel mooi, met knap pianowerk van Terry. In sommige van de songs hoor ik subtiele invloeden van Steely Dan, soms van de Rhythm Kings. Alle nummers zijn van Terry zelf, behalve"Money Talks", dat geschreven werd door zijn vriend en harpspeler Steven C.Barr. Mijn favoriete song op deze cd is "68 Pontiac" waar de gelijkenis met Bill Wyman's Rhytm Kings weer treffend is. We begonnen sterk met een song die aan Springsteen deed denken, en zo eindigen we ook ."Lyna" is ook zo'n Springsteen - achtige ballade en een mooie compositie van Terry Blankley. Canada blijkt ons verrassen de laatste weken!
(RON)


TREVOR FINLAY BAND


SHOW ME WHAT YOU GOT (2005) - HOME TONIGHT (2003) -BUMPY ROADS (2001) - MORNING MAN (1998)


Website : www.tfband.com
Label : BKSA Records
info: management@dime-a-glass.com (Josee Deschenes)
www.cdbaby.com
VIDEO 1
VIDEO 2
VIDEO 3

 

MORNING MAN

De wekker loopt af. Een prachtige slide-intro, en we zijn op een originele manier vertrokken met “Morning Man”, de eerste kennismaking met de Trevor Finlay Band. Deze Canadese band was tot voor kort een onbekende voor mij, toch verscheen “Morning Man” reeds in 1998, dus ondertussen nu al 9 jaar geleden en toch klinkt dit even fris en up to date alsof ‘t gisteren opgenomen was. Het was met een nummer uit hun laatst verschenen CD “Show Me What you Got” namelijk “I’ll Come To You” dat Trevor mijn aandacht trok, al is dit een understatement, mij overdonderde is een beter woord. Na een vlugge beluistering van korte fragmentjes op de site wist ik dat ik indien mogelijk een “special” of zoals wij het hier noemen een “Blikvanger” moest maken van dit trio. Dankzij de bereidwillige hulp van Josee Deschenes en Dime –a- glass entertainement is dit nu mogelijk. Momenteel is de band op tournee in Australië en als het even kan moet ook Europa er aan geloven. De band heeft een uitstekende live reputatie en dat zal je niet verwonderen na het bekijken van een van de videoclips van hun live werk. Afwisseling is troef bij TFB, hij neemt risicos met zijn repertoirekeuze, van blues, via rock and roll naar jazzy nummers, maar het is niet zomaar een samenraapsel van verschillende stijlen, alles heeft die stempel met het echte eigen Trevor Finlay geluid. Al klinkt deze eersteling nog vrij conventioneel toch is hier reeds het eigen gezicht van TFB te bespeuren, een ontwikkeling die zich bij iedere nieuwe release verderzet. Wat is dan die eigen TFB stijl? Wel, het zijn vooral die bijna hypnotiserende gitaarriffs van Trevor die zo eigen zijn. "Morning Man" is al direct een voorbeeld hiervan. “I Remember Sundays” heeft wat van het beste van Little Feat en de Allman Brothers in zich. “Instead Of Love” is lekker funky, terwijl iets verder ”Why” klinkt als een jaren 50 tearjerker. “Nicfit” is een instrumentale boogie die naadloos overgaat in “You’re The Only One” een uptempo swingende compositie met prachtig gitaarwerk. "Last Saturday Night " sluit deze cd met enkel eigen werk af en is een jump-blues in de beste Roomful of Blues traditie, met leuke blazers en koortjes. Als debuut kan dit al tellen. ”Morning Man” sure woke me up!

BUMPY ROADS

Trevors slide klinkt weer lekker smeuig! In “Mother Goose”, de openingssong lijkt ’t wel of Duane Allman heropgestaan is, de hele song heeft trouwens dat Southern gevoel. Verder met “Midnight Ferry Ride”, een rockende bluessong met weer die slide in een hoofdrol. ”Coffee”, een song over het ochtenritueel en de functie van de dagelijkse portie cafeine om op te starten. Een funky nummertje met een heerlijke solo van Trevor waar de energie (van die koffie) zo vanaf spat. Op “Better Than Other Days” is het vooral de mooie stem van Trevor die de aandacht trekt in deze iets rustigere song. “Jambalaya” is natuurlijk overbekend, net als “Hey Bo Didley” maar TFB drukt er een eigen stempel op met mooie gitaarbreaks en Bo Didley gaat zelfs even buikdansen. Lievelingssong op deze CD is echter de titelsong “Bumpy Roads” omdat ook hier weer dat typische repetatieve, hypnotiserende gitaarspel de bovenhand heeft. Simpele riffs die je in je hoofd nestelen. Halverwege ’t nummer gaat Trevor dan nog even uit de bol op de wah-wah pedalen. ”Hurry Up” is wat de titel zegt een opgejaagde supersnelle song met heerlijke slide en vingervlugge passages waar zelfs Albert Lee een puntje kan aan zuigen. Het humoristische “The Couple Next Door” zegt alleen al door het hamerende ritme waarover de song gaat, dunne wanden en een superhoog libido: “I could call them rabbits, but rabbits take a break.. “ zingt Trevor. Afsluiter ”It Ain’t Right” is ’n supersnelle en vingervlugge song in rockabilly stijl waar Trevor kan bewijzen een unieke gitarist te zijn (weer is de gelijkenis met het werk van Albert Lee hier groot. De rit op de “Bumpy Roads is voorbij. A hell of a ride!

HOME TONIGHT

Om eens een andere kant van zijn veelzijdig talent te tonen, trakteert Trevor Finley ons op een unplugged cd. Maar vervelend of saai zal het zeker niet worden. Het begint al dadelijk heel mooi met een sublieme cover van “Up On Cripple Creek” van de Band. Daarna ragtime met “Home Tonight”, een eenvoudige song, maar lekker swingend, en mooi gezongen. Deze song over ’t zwerversbestaan met zijn problemen, maar ook zijn vrijheid. “Morning Man”, titelsong van de debuutcd krijgt daarna een stripbeurt en is ontdaan van alle slidegeweld, maar is nu met de dobro even mooien toch compleet anders dan de eerste versie. Na “It’s Over” met zijn close harmony zangpartijen is ’t dan de beurt aan “Craving Your Attention” een knap duet met zangeres Terri Loretto. Heel origineel zijn de “Modern Campfire Songs part 1 & 2” . Dit zijn grappige, misleidende, korte country “redneck” versies van “Anarchy” van de Sex Pistols en “The Bad Touch” van Bloodhound Gang. Hoogtepunt voor mij op deze cd is echter de supermooie relaxte versie van “All Along The Watchtower”, na Dylan en Hendrix, heeft Finlay de derde versie gemaakt die reden van bestaan heeft, de (honderden) anderen zijn imitatie. Ook Tampa Red’s “You Can’t Get That Stuff No More“ kent natuurlijk veel coverversies, maar Trevor weet er weer een eigen stempel op te drukken met zijn eigen zangstijl en gitaarspel. Als laatste eigen compositie komt “Clean Living”, ‘n bluessong over de nadelen van het “te braaf” zijn, een song waarin ik me volledig kan terugvinden. Clean Living is killing me too. Om af te sluiten Louis Jordan’s “Safe, Sane & Single” in, zoals we van Trevor gewoon geraken een knettergekke versie met Spike Jones allures. Na een minuutje komt dan als hidden track nog de slow motion versie er bovenop. Trevor Finlay, een man met gevoel voor humor en muziek (zie ook zijn videos).
(RON)

SHOW ME WHAT YOU GOT

Dit is wat collega Swa schreef in februari 2006 over de toen verschenen en voorlopig laatste cd van Trevor Finlay, en ik kan hem alleen volmondig beamen, vandaar deze blikvanger. - Serieuze adelbrieven kan deze singer/songwriter/gitarist/frontman van the Trevor Finlay band uit Ottawa (Canada) voorleggen en toch is hij aan deze kant van de oceaan alleen bij de insiders bekend. Geen wonder dat Bobtjes Blues (www.bobtjeblues.com) reeds verschillende malen uitvoerig de band in het zonlicht plaatste en met zijn vierde album "Show Me What U Got" is ook Rootsime aan de beurt. Beter laat dan nooit zullen wij maar zeggen want Finlay liet voor het eerst van zich horen in 1998 met het album "Morning Man" en de opvolgers "Bumpy roads" (01), "Home Tonight" (acoustic, 03) bezorgden de man in Canada en Amerika onsterfelijke roem. Met dit album worden de grenzen verlegd en worden alle pijlen afgeschoten op Europa en krijgen de plannen om ons landje met een bezoekje te vereren meer en meer vaste vorm. Misschien dat daarom voor een prima opener als "I'll Come to You" gekozen werd onder het motto "Trevor Finlay Rocks The blues". Maar het is niet allemaal blues/rock wat de klok slaat want het album herbergt zelfs schitterende bijna/unplugged bluesversie's van Gene Vincent's "Bebopalula" en Prince's "Kiss" , een prima akoestisch slide pareltje met "Philly no More", een rockabilly nummertje uit de oude doos met "Dance Like No One's Looking" en kan je "It's Over" de ganse dag horen op alle commerciële radiostations in zijn thuishaven. Finlay nam bijna alle nummers voor zijn eigen rekening en in blues/rock middens is dat geen alledaag iets. Maar het zou de waarheid geweld aandoen als wij the Trevor Finlay Band louter als een bluesact beschouwen want daarom zijn de invloeden van rockabilly, rock, funk & country te duidelijk aanwezig. Met vier albums en supportingact voor James Brown, John Hiatt, Buddy Guy, Chris Isaac, Kathleen Edwards, Ronnie Hawkins heeft de band inmiddels bewezen dat zij klaar zijn voor het grote werk en onder de leuze "Couldn't Wait (til the Morning) "... "Let's Dust Get Drunk" solliciteren zij met een overtuigende CV voor een plaatsje op de Europese blues/rock festivals.



LITTLE FEAT
ROCKY MOUNTAIN JAM
Website: www.littlefeat.net
www.myspace.com
Label : Hot Tomato Records
www.hottomatorecords.com
info@hottomatorecords.com
Distr.: Bertus / www.bertus.nl
VIDEO 1 VIDEO 2

 

"We have so many great memories of Colorado and The Rockies. From the way back when Lowell was still with us and we played on the football field at C.U. with Leon Russell, and all of the shows at Ebbitts Field with Tommy Bolen and Zypher to the now with all of the fun that we have had at The Fox and Boulder Theaters jammin' with the folks from Leftover Salmon and String Cheese Incident. It was only a matter of time that we finally grabbed some live jams for a release. Here it is, spread a little on your muffin and get to rockin'".
-Paul Barrère


Met optredens van The Who, Stones, Dylan en Fogerty nog op de agenda wordt Nederland dit jaar overspoeld met gouwe ouwen. Iets minder bekend bij het grote publiek maar minstens zo legendarisch is het Amerikaanse Little Feat: een gezelschap dat zich al sinds 1969 bezighoudt met een mix van rock'n'roll, R&B, jazzrock, country en blues. En dat Little Feat nog niet vergeten is, blijkt uit de nagenoeg uitverkochte grote zaal in Paradiso begin deze maand. Mede-oprichter/zanger Lowell George is in ’79 overleden waardoor de band zo’n tien jaar ‘on hold’ heeft gestaan, maar naar een nieuwe plaat van Little Feat kijk ik altijd uit. Natuurlijk is de vernieuwing er af, maar je doet de band te kort als je alleen naar de periode van deze Lowell George kijkt. Dat was wel de glorietijd, maar de huidige line-up kan toch ook prima uit de voeten en bewijst dat met een stroom platen van constante kwaliteit. De één akoestisch de ander elektrisch, de éne een compilatie met Lowell George en het nieuwe album "Rocky Mountain Jam" is zonder hem. Wederom een liveplaat opgenomen in The Boulder Theater in Boulder, Colorado, en bevat een 21-minuten tellende versie van Dixie Chicken, naast minder voor de hand liggende tracks als "Marginal Creatures", "One Clear Moment/Sunday Jam", "Spanish Moon/Skin It Back" en "Feats Don't Fail Me Now". Een eerste blik op deze nummers doet vermoeden dat we weinig nieuws onder de zon voorgeschoteld krijgen. Toch blijft bij beluistering van "Rocky Mountain Jam" overeind dat Little Feat ook in de huidige samenstelling nog steeds een band is om rekening mee te houden. Het is natuurlijk de fenomenale versie van "Dixie Chicken" dat met de eer gaat strijken, maar ook nummers als "Spanish Moon" (hier ook in een 15 minuten durende jam met "Skin It Back") en "Rocket In My Pocket" met zo'n prachtige slide solo, zijn vooral nummers die een prettig gevoel oproepen. Paul Barrère en Fred Tackett zijn werkelijk meesters op hun instrumenten terwijl ook Bill Payne (keyboards) de sterren van de hemel speelt en Shaun Murphy benadrukt nog eens een werkelijk prachtige stem te hebben. De opnamen stralen een losheid en ongedwongenheid uit waardoor het spelplezier erg opvalt. Dat is ook te merken aan de ritmesectie die alsvanouds strak speelt. Maar "Rocky Mountain Jam" maakt wel duidelijk dat Little Feat, ook al is de geest van Lowell George immer aanwezig, op een goede avond nog steeds iedereen naar huis speelt (zie recensie, Little Feat: louter en alleen hoogtepunten bij Alt country.nl) en dat de hedendaagse incarnatie alleszins bestaansrecht heeft. Muzikaal tot de top behorend krijgen we zes tracks, waarvan we een aantal op zich al vaker gehoord hebben, maar die in een hier en daar licht gewijzigd arrangement nog eens over gedaan worden. Kortweg: Little Feat bestaat uit topmuzikanten die puur voor hun plezier spelen en dat hoor je er ook aan af. De band gaat flink aan de haal met hun eigen composities en jammen er stevig op los. In een tijdperk van strakke songformats is het een lust om een band te horen die nog echt speelt. Hoewel dus weer een liveplaat, weldegelijk de moeite waard.

Tracks:
1- Marginal Creatures
2- One Clear Moment/Sunday Jam
3- Rocket In My Pocket
4- Spanish Moon/Skin It Back
5- Dixie Chicken
6- Feats Don't Fail Me Now



 

 

 

 


PONTUS SNIBB
ADMIRAL STREET RECORDINGS
Website: www.pontussnibb.com
www.myspace.com
Email: pontussnibb@hotmail.com
Label: Rootsy.nu / www.rootsy.nu
Distr.: Sonic Rendezevous / www.sonic.nl
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Wat mij betreft is dit nog gauw even het meest sympathieke Americana-plaatje van de laatste maanden geworden. De nota-bene Zweedse Pontus Snibb schrijft aanstekelijke liedjes met al even pakkende en soms geestige teksten. Eigenlijk staan zijn teksten bol van de clichés en zinsneden waar menig Amerikaans songwriter waarschijnlijk hoofdschuddend een streep door zou zetten. Pontus Snibb komt er geheel in stijl mee weg. Het past bij hem, al zijn liedjes dragen iets eigens mee. Of je zijn muziek nu goed vindt of niet, de man kun je op gehoor met geen mogelijkheid niet aardig vinden. Zo kwam hij in contact met de muziek van gitaristen als Eric Clapton, Pete Townshend, Al Andersson, Jimmy Page, Ron Wood, Albert King, Freddie King, Jimmie Vaughan ... Daarenboven heeft hij ook heel wat opgepikt van een vroegere generatie bands uit het verleden zoals Led Zeppelin, The Who, The Faces, Little Feat, The Meters, The Beatles, Black Crowes, The Jayhawks, Neil Young & The Band. Ik ben nogal onder de indruk van de kwaliteit van de songs op deze cd van deze veelzijde singer-songwriter. Ze kunnen makkelijk wedijveren met de betere Americana uit de States. Pontus Snibb componeert heel melodieuze songs die het midden houden tussen fraaie countryrock, Americana, blues en rock & roll. Zijn groepsleden, Pelle Jernryd, Micke Nilsson, Håkan Nyberg en Erika Nordahl, bespelen een gans arsenaal aan instrumenten, met een uitstekende Jernryd op slide & elektrische gitaar, lap & pedal steel en harmonica. Pontus neemt naast de vocals - de gitaren, drums en percusie voor zijn rekening. We mogen gerust van zeer competente muzikanten gewagen die op hun instrumenten voor een zeer warme en aangename sound zorgen. Van bij de eerste beluistering nestelen de songs zich in je oor en je bent verkocht. Je kunt amper stil zitten tijdens de stampende countryrocker "So The Story Goes", een duet met gast Jason Ringenberg. In deze collectie zit geen enkele minderwaardige song. Hun muziek valt zeker niet te catalogiseren onder de noemer alt.country, integendeel. Voor je het weet ben je enkele van de songs aan het meezingen want zo pakkend en goed in het gehoor liggend krijgen we ze ook niet elke dag geserveerd. "Admiral Street Recordings" klinkt zo divers, maar één zaak is zeker: veertien maal raak, met verdere uitschieters de rock & roll-getinte songs: "Ain’t Giving Up On Rock & Roll" en "Night Time" naast het bluesy "Ain’t Gonna Quit" en het funky "The Low Won’t Let Her Go". Dan zijn er de songs, overgoten met een flinke soul, zoals "Forever Gone", maar het is al knap genoeg dat zijn songs het hele album weten te boeien en tilt "Admiral Street Recordings" boven de gemiddelde releases uit. Dat Pontus Snibb maar lekker zijn eigen gang mag blijven gaan, want ik kan het niet verbergen dat ik een boontje heb voor deze jongens uit het hoge noorden.



BRIAN KRAMER & the COUCH LIZARDS
I WANT MY ILLUSION
Info:www.briankramerblues.com
Email : briankramerblues@hotmail.com
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com

 

 


 

"Brian Kramer lays it down with the real feeling of the blues; communication between people. His easy groove puts everyone in the blues spirit, in the best sense of the word. Great Stuff!" - Bob Brozman

 

"I Want My Illusion" is de nieuwe cd van Brian Kramer en zijn boys en is na "Live at the Folklore Center" (2000), "Everybody's Story" (2002) en "No Regrets" (2004), de vierde plaat in zes jaar tijd. Mooi verdeeld, om de twee jaar op de markt komen met een nieuwe release. Zijn vorige album "No Regrets", de eerste officiële opname voor Armadillo Records, werd opgenomen in juni 2003 in Engeland tijdens hun "Shadows of Nottingham an Sherwood Forest" tour, en kreeg in de media veel positieve reacties. In het verleden opende Brian Kramer samen met zijn Couch Lizards voor Taj Mahal en John Mayall, maar ook deelde hij de podia met o.a. Alvin Youngblood Hart, Bernard Allison, Bobby Rush, Eugene Hideaway Bridges, Steve James, Sven Zetterberg, Michael Barretto (of Taj Mahals Hula Blues band), Otis Grand, Jimmy Dawkins en Bob Brozman. Deze laatste is op zijn national slide-gitaar te horen op het nieuwe album , "I Want My Illusion". Namelijk in "My 2 Gents" en het één minuut tellende "Dala- Delta", de instrumentale afsluiter waarin Amerikaanse en Zweedse folk invloeden hand in hand gaan. "I Want My Illusion" telt dertien originele songs met het stampende blues gevoel, de warme akoestische omlijsting en zeker niet vergeten, het oeroude bottleneck slide gitaarspel van Kramer. Bijgestaan door een aantal fantastische muzikanten levert Brian Kramer het ene na het andere prachtliedje op. Prachtliedjes vol nostalgie, maar tegelijkertijd hypermodern. Dit alles maakt van Brian Kramer de weerspiegeling van de nieuwe lichting van de blues in de éénentwintigste eeuw. Verder doet deze cd me denken aan Eric Bibb of Keb Mo, want Kramer weet zijn teksten zo mooi aan te brengen in dit country-blues met folk doorweven roots-album. Ik denk dat ik nog veel deze cd zal spelen.



BLUES DELIGHT
ROCK ISLAND LINE
Website: www.bluesdelight.com
E-mail: Info@bluesdelight.com
Label: Blues del Records
www.cdbaby.com

 

 

Je neemt het niet voor mogelijk hoe productief de Canadese bluesmuzikanten momenteel zijn. Het stapeltje pas besproken en nog te bespreken cd's bevat bijna voor de helft Canadezen. Blues Delight is een vijftal uit Montreal. Hun debuutcd "Rock Island Line" bevat vrij traditionele blues gebracht met een professionele aanpak. De dobro van Vincent Beaulne speelt hierbij een belangrijke rol, samen met de mondharmonica van Laurent Trudel, tevens de tweede gitarist in de groep. Weinig up-tempo werk, het geheel baadt in een relaxte sfeer, wat vooral bij het nummer "Mademoiselle Super Cool" een knappe song oplevert. "Anonymus" (met viool en cello erbij) en "Lonelyville" verhogen dat luie zomeravondgevoel dat deze hele plaat uitstraalt nog meer. Een zwoel jazzy sfeertje met de mooie sax van Dave Turner krijgen we daarna met "The Look In Her Eyes". Als afsluiter een heel mooie versie van "Rock Island Line" met guest vocals van de verrassende Nanette Workman die deze gospel-achtige versie van de traditional naar een hoger niveau tilt. "Waddayamean" zowat het enige snellere nummer op deze CD is een knappe instumental die laat horen dat ook in het boogiestijltje dit vijftal aardig hun mannetje kan staan. Al bij al een sterk debuut van deze jongens. Can - adezen play the blues? Deze Canadezen can!
(RON)