ROOTSTIME cd reviews

 




BARRELHOUSE CHUCK
GOT MY EYES ON YOU
Website: www.barrelhousechuck.com
Email: chuck@barrelhousechuck.com
Label: The Sirens
www.thesirensrecords.com
Distr.: Parsifal
www.parsifal.be

 

Barrelhouse Chuck (Columbus, OH. 1958) aka Chuck Goering, vertoeft sinds '79 in Chicago, waar hij leerde van zijn helden Sunnyland Slim, Little Brother Montgomery, Blind Jon Davis, Floyd Jones, Detroit Jr., Memphis Slim, Big Moose Walker, Smokey Smothers, Pinetop Perkins, Eddie Taylor en Muddy Waters. Zijn staat van dienst liegt er immiddels niet om. Zo toerde hij in 35 staten, in 15 Europese landen en is hij op 50 albums te horen op 16 labels. Wie twee weken in Chicago doorbrengt, komt hem vrijwel zeker in de clubs tegen. Naast zijn bijdrage op "8 Hands on 88 Keys" - Chicago Blues Piano Masters - de cd waarop Steve Dolins (The Sirens) twee pianoveteranen van de Chicago blues, Pinetop Perkins en Detroit Junior samen met Erwin Helfer en Barrelhouse Chuck de studio inloodste, om aldaar in één dag enkele tracks vast te leggen - maakte Chuck in 2002, een solo-album "Prescription For The Blues", waarop ook Helfer op drie nummers meespeelt. Op het nieuwe album "Got My Eyes On You" gaat Barrelhouse Chuck terug naar de bluessound van de jaren '50, hetgeen we hier gewoon "Chicago blues" noemen. Nu we weten wie Chuck's belangrijkste invloeden zijn geweest, is duidelijk dat we ook hier met een blues- en slechts bij vlagen met een boogie-pianist te maken hebben. Dat maakt het album, binnen de grote blanke uitstoot aan boogie woogie worldwide, in eerste instantie interessanter. Toch bewandelt ook Chuck veel platgetreden paden. Maar als je weet dat hij als begeleiding kon rekenen op harpspeler Kim Wilson (Fabulous Thunderbirds), en de ex-Muddy Waters leden Willie "Big Eyes" Smith op drums en bassist Calvin "Fuzz" Jones, en de gitaristen Joel Foy en Eddie Taylor is het geen wonder dat ook, "Got My Eyes On You" een uitstekend album is geworden en misschien wel zijn beste cd tot nu toe! Als je zo'n talentvol gezelschap hebt dat van al die invloeden en al die rijkdom een geheel eigen geluid weet te bakken zit je goed. De cd bevat vele covers met als uitschieters de titeltrack van Otis "Big Smokey" Smothers, een prachtige versie van Memphis Slim's "Mother Earth" (dat we beter kennen van Tracy Nelson) met een gedreven Kim Wilson op bluesharp, en een uitzonderlijke versie van Booker T.'s "Green Onions", dat hier de mooie titel "The Bright Sounds of Big Moose" meekreeg en dat natuurlijk op naam staat van Johnny Walker en waarin we een uitstekende Barrelhouse Chuck horen op orgel. Wilson horen we verder in "Cleo's Mood" en in de twee instrumentals, de opener "Floyd’s Blues" en Joel Foy’s "Red River Rumba", drie nummers met Kim in grootse vorm en waarin hij bewijst de enige echte opvolger te zijn van Little Walter. Je hebt het waarschijnlijk al begrepen: Harmonica wizard Kim Wilson trekt de meeste aandacht van de bluesliefhebber op deze tweede cd voor het label, The Sirens, maar dat het hoog tijd is om deze Barrelhouse Chuck eens te laten overkomen voor één van de vele bluesfestivals in Europa!



GIRLS, GUNS & GLORY
PRETTY LITTLE WRECKING BALL
website : www.girlsgunsandglory.com
www.myspace.com
info:girlsgunsandglory@yahoo.com
label : Eigen Beheer
www.cdbaby.com

 

Het zal wel toeval wezen dat juist wanneer Chris Isaak opnieuw tekens van leven vertoont met ondermeer een concert in de AB, er een album op de markt komt van een band waarvan de frontman/singer-songwriter, met name Ward Hayden, vocaal erg dicht in de buurt komt van de glansprestatie die Isaak leverde met ondermeer de albums "Silvertone" ('85), "Chris Isaak" ('87) en "Heart Sheaped World" ('89). Hayden is de bezieler van Girls Guns & Glory (Boston) die in 2005 hun debuut maakten met het album "Fireworks & Alcohol" (http://cdbaby.com/cd/girlsgunsglory) dat jammer genoeg aan onze aandacht ontsnapte. De opvolger "Pretty Little Wrecking Ball" zal er ongetwijfeld voor zorgen dat ook dat schijfje binnen de kortste tijd in onze verzameling staat te prijken want Hayden (rhythm gt, vocals) zorgt samen met Colin Toomey (lead gt), Bruce Beagley (bass), Brendan Murphy (percussie) en Jonh T. Graham aka "Johnny Surprises" (drums) voor één van de betere albums die dit jaar al het levenslicht zagen. Opener "Big Man" (Hank Williams?) refereert naar de jonge Dwight Yoakam en Chris Isaak stemgeluidjes en laat de gitaartjes scheuren in de beste Outlaws /Charlie Daniels traditie. Pareltje "Brown Bottle Blues" met Jeff Calder op piano & orgel wordt een klassieker in de zuip/zelfbeklag hitparade, "Love Got Murder", "Born Mad", "Tennessee Rose" en voornamelijk "Here's To The Girls" zorgen ervoor dat Isaak de hete adem van zijn opvolger in de nek voelt. Maar Ward Hayden schuwt ook het iets ruigere werk niet want met het titelnummer "Pretty Little Wrecking Ball" krijgt het geheel een ferme scheut country twang geserveerd dat uitmondt in een fraai gitaarduel ("Soft Racoon", Colin Toomey versus Colt Thompson). Een wedstrijd waar Ward Hayden en Girls Guns & Glory als gezamelijke winnaars uit de strijd komen en je moet geen weken wachten om dit schitterend album in huis te halen ... "Wait a Minute" is voldoende!


ELLIOTT MURPHY
COMING HOME AGAIN
Website: www.elliottmurphy.com
info@elliottmurphy.com
Label : Last Call Records
www.lastcallrecords.com
patrick@lastcallrecords.com
Distr.: Bang! Records
www.bang-records.net
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Elliott Murphy, die nog steeds muzikaal actief is, debuteerde in 1974 bij major Polydor en bracht twee jaar later twee platen uit bij RCA: "Lost Generation" en "Night Lights". Hij kreeg dit platencontract door toedoen van Lou Reed en in muzikaal opzicht bevond Murphy zich in de buurt van The Velvet Underground en een jonge Bruce Springsteen. Beide albums verkochten nauwelijks, maar kregen wel zeer lovende kritieken. "Lost Generation" werd in Californië opgenomen onder leiding van Doors-producer Paul A. Rothchild en met een aantal bekende sessiemuzikanten. "Night Lights" werd in New York opgenomen met Steve Katz, o.m. bekend van de Blood, Sweat & Tears, en leden van The Modern Lovers en Doug Yule van Velvet Underground. De slechte verkopen betekende het einde bij RCA en daarna kreeg hij nog een kans bij Sony (het prachtige "Just A Story From America"). Sindsdien is hij platen blijven opnemen, maar het hoge niveau van zijn eerste platen heeft hij nooit meer gehaald. Echt groot doorgebroken is hij nooit, ook niet in zijn geboorteland. Zijn nummers verschijnen ook niet meer op de populaire compilatie cd’s van het roots-label Blue Rose, want daar is de 57-jarige singer-songwriter inmiddels weg. Het Franse Last Call Records brengt nu na "Strings Of The Storm" (2003), "Never Say Never – The Best Of 1995-2005" en "Murphy Gets Muddy" (2005) de opvolger "Coming Home Again" op de markt. Met zijn voorganger "Murphy Gets Muddy" kregen we totaal iets anders voorgeschoteld. Murphy heeft zich laten kennen als een zeer kundig songwriter, des te verrassender dat de man met dit album kwam met blues covers, zijnde een eerbetoon aan voornamelijk Muddy Waters met als absolute hoogtepunt B.B. King's "The Thrill Is Gone". Om het kortweg te zeggen: hij heeft ons met "Murphy Gets Muddy" zeker positief weten te verrassen, want naarmate de jaren verstrijken, winnen de platen van de New Yorkse veteraan zeker aan intensiteit. Hetgeen we ook kunnen zeggen van zijn 22ste album "Coming Home Again", een plaat die meteen een ommekeer lijkt in te luiden. Want het album bevat meer hoogtepunten dan gewoonlijk en doet vermoeden dat Murpy ook figuurlijk nog niet is uitgezongen. Deze plaat wordt een terugkeer naar Elliot’s klassieke stijl genoemd. Murphy toont opnieuw zijn scherpe pen, waarin soms wat heimwee naar Amerika is te speuren. Daarnaast krijgt hij een steun in de rug van oudgedienden als Patrick Riguelle, Kenny Margolis en zoonlief Gaspard. Er zijn stevige rockers als "Mary Ann’s Garage Sale", poëtische ballades als "Making Friends With The Dead" en het elegische "Jesse", songs zoals alleen Murphy ze kan maken. Andere hoogtepunten zijn de prima single "A Touch Of Kindless" en het benauwende "The Prince Of Chaos", een kolfje naar de hand van Mark Lanegan. Vakwerk heette dat vroeger. Murphy heeft in zijn carrière zelden teleurgesteld en doet dat ook nu niet. Niet baanbrekend, wel erg mooi.



JEFF FINLIN
ANGELS IN DISGUISE
Website: www.jefffinlinonline.co.uk
www.myspace.com
Info: jefffinlinonline@hotmail.com
Label : Rykodisc
www.rykodisc.com
Distr.:Rough Trade
www.roughtrade.nl

 

 

Jeff Finlin - geboren in Cleveland, Ohio - heeft Ierse voorouders, wat volgens insiders het mystieke randje aan zijn stem verklaart. Hij begon zijn muzikale loopbaan in high school als drummer bij wat bandjes. Vervolgens vertrok hij naar Boston waar hij vooral kabaal maakte in de lokale punkscene. Samen met vriend Gwil Owen verhuisde hij naar Nashville om samen 'The Thieves' te beginnen. Eenmaal het drumstel moe, waagde Finlin zich aan een loopbaan als singer/songwriter. In bescheiden kring heeft Jeff Finlin inmiddels een enorme reputatie opgebouwd als een uitstekend singer-songwriter, maar echt doorbreken wil maar niet lukken helaas. Meer dan twee jaar geleden gaven we hem een goede kans met het uitstekende "Epinonymous" maar het werd niks. Of "Angels In Disguise" daar verandering in gaat brengen? We weten het niet. Aan de kwaliteit zal het in ieder geval niet liggen want ook dit is weer een prima cd. Een cd waarop Finlin wederom wordt bijgestaan door bevriende muzikanten onder wie Pat Buchanan (gitaar), Will Kimbrough (gitaar) en Dave Jacques (bas), en wederom herinneringen oproept aan Bob Dylan, Tom Waits en Randy Newman in hun beste dagen. "Angels In Disguise" is in feite een re-lease van "Epinonymous", met als extra vier nieuwe songs: "Angel in Disguise", "Don't Know Why", "Break You Down" en "Moon Man". Ondertussen verscheen ook nog een verzamelaar, "Alive & Retrospective", met twaalf zelfgepende nummers uit zijn reeds verschenen albums, maar dan wel in een nieuw jasje gestoken. Maar goed, met "Angels In Disguise" bewijst Finlin dat hij een prima songwriter is, bovendien beschikt hij over een lekker gruizige stem, waardoor hij niet alleen op Dylan, maar af en toe ook op Springsteen lijkt. Finlin houdt ook van afwisseling, op "Angels In Disguise" wisselt hij folk en country af met roots en pop, en is hierdoor een cd die blijft boeien, zoals in "Better Than This" waarin Buchanan loos mag gaan met een slidesolo of het poppy "American Dream #108" dat ons dadelijk doet denken aan, jawel Randy Newman. Inmiddels valt Finlin met zo’n 10 albums niet meer uit dit genre weg te denken en heeft hij vooral bij de insiders een behoorlijke naam en faam opgebouwd. Z’n werk vertoont wat minimalistische trekjes, vooral in z'n eerste albums. Z'n latere werk is wat voller en rijker qua instrumentatie. Qua composities zit het zeker goed en z’n karakteristieke stemgeluid zorgt voor een heel eigen en herkenbare sound. Kortom voor mensen die 'm niet kennen een prima aanleiding om met z’n werk kennis te maken. Vooral na een aantal malen draaien toont "Angels In Disguise" z’n pracht en praal. Kortom gun je de tijd om dit fraais te ontdekken.



SWAMP CABBAGE
HONK
Website: www.swampcabbage.com
E-mail: info@swampcabbage.com
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
www.cdbaby.com
VIDEO1 VIDEO2

 

Swamp Cabbage, een traditioneel gerecht, gemaakt van palmhart en gezouten spek is een van de oudste pioniersmaaltijden in Florida. Het is vandaar ook dat dit trio komt. Als je de muziek hoort van Swamp Cabbage, komen je dadelijk beelden voor de geest van de swampgebieden van Louisiana en de moeraslandschappen van Noord Florida. Walter Parks is afkomstig uit die moerasgebieden met zijn vele jonge palmboompjes of palmettos, zoals ze daar heten. Hij was de oprichter van deze band, schreef alle nummers en zorgt voor het drassige soundje, zijn stem die het midden houdt tussen Billy Gibbons van Z.Z. Top, Tom Waits en Dr.John, en zijn gitaarspel, waarin veel R.L Burnside en Fat Possum invloeden verwerkt zijn, zorgen voor die echte zompige gitaarblues, die zo zuiders is als maar enigzins mogelijk is. "Tallahassee" is zo'n Burnside achtig nummer, net als "The Lid". Jagoda, de drummer en bassist Matt Linsey zorgen samen voor een basis die daarenboven even vettig klinkt als de modder waarin de alligators huishouden. Heb je nu nog geen idee hoe ze klinken, beeld je dan Z.Z Top in 'n half jaar voor ze hun eerste LP maakten, dus in hun puurste embrionale bluesvorm en voeg daar een portie North Mississippi All Stars aan toe. Op andere momenten steken gelijkenissen met The Legendary Shack Shakers de kop op, zoals in het snelle "Dipstick Rag" en "Silver Meteor". Als even later de banjo boven gehaald word en Walter in allerbeste Tom Waits stijl gaat kreunen en grommen wordt 't helemaal weird. In de lange eindsong "Killowatt" worden nog eens alle registers opengetrokken en worden al die invloeden nog eens door mekaar gemengd tot 'n hete broeierige gumbo tot het nummer uitsterft in het "static" geruis en gepiep van de radio. En dan is er stilte... Hmm, Swamp Cabbage, my favorite dish of the month!
(RON)



 

 

 

 

THE CRAWDADDIES
KEEP LOOKIN' UP
Website : www.thecrawdaddies.com
www.myspace.com
Crawdaddies@TheCrawdaddies.com
Label: Loud Dust Recordings
www.louddustrecordings.com www.cdbaby.com/cd/thecrawdaddies

 

Liefhebbers die houden van Louisiana's cajun/zydeco, blues sounds with Nort Eastern rootsrock, Americana, ska, swing, reggae en niet op de hoogte waren van het bestaan van the Crawdaddies zullen zich wellicht voor het hoofd slaan. Al dit fraais kon je in het verleden op de kop tikken met de albums "Accordions Are Cool" en "Spice It Up" dat in 2006 verkozen werd tot "Best Cajun Album" (Just Plain Folks Music Awards, California). Voor "Keep Lookin' up" gingen bezieler van het eerste uur Kraig B. Greff (accordion, Hammond B - 3), Chris Huntington (vocals, electric gt), Rick Olaguer (vocals, washboard, guitars), Darryl Matarozza (bass, vocals) en Tim Steele (drums, vocals, percussie) in zee met Loud Dust Recordings en nam Head - On Entertainment de jongens uit Baltimore onder hun vleugels om de publicrelations te verzorgen. En dat afgevaardigde Chris Huntington zijn werk goed doet bewijst hij met het steeds populairder wordend Rootstime te voorzien van een exemplaar. Dat de accordeon centraal staat in het hele muzikale gebeuren van the Crawdaddies is natuurlijk vanzelfsprekend maar belet niet dat de andere leden hun hartje niet kunnen ophalen. Zo lijkt het wel of Sting & the Police om de hoek komen gluren op het titelnummer "Keep Lookin' Up", de jongens van Madness hun gekke pasjes nog eens van stal halen op "Free Man", er zelfs een streepje Americana te ontdekken valt op "My Old Heart" en "Walk With Me" die ondermeer naar Joe Ely refereert. "Keep Lookin' Up" is een album dat bulkt van muzikale veelzijdigheid en dat toch precies in één hokje past nl. ... ambiance!


SEAN CARNEY BAND
LIFE OF EASE
Website: www.seancarneyband.com
www.myspace.com
E-mail: ray@bluegate-media.com
Label: Nite Owl Records
Distribiteur: Blues Promotion / Parsifal
www.blues-promotion.be
blues.promotion@proximedia.be
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Hij schreef samen met Teeny Tucker, de dochter van Tommy Tucker, de meeste songs op haar debuutrelease "Fist Class Woman", en sindsdien is er een hechte samenwerking onstaan. Op zijn debuut krijgt hij dan ook de nodige vocale hulp van haar. Sean kreeg 2 nominaties (2003/2005) als meest belovende gitarist in de wedstrijd van de “Albert King Blues Foundation”. Hij is inderdaad ook een veelbelovend gitarist. Alhoewel hij van Ohio afkomstig is, is zijn gitaarstijl vooral Texaans en lijkt erg op die van Ronnie Earl, en bovendien lijkt zijn stem dan weer op die van Darell Nulisch, die op meerdere platen van Ronnie Earl voor de vocals zorgde, zodat de overeenkomst wel erg treffend is. Het merendeel van de songs op deze CD is van eigen hand, maar er staan ook enkele covers op van grootmeesters als T.Bone Walker, Louis Jordan en Pee Wee Crayton. Sean is een perfectionist wat betreft opnames en dit is dan ook echte blues. Je merkt het al aan de coverkeuze, als je “When It Rains, It Pours” beluistert, waan je je zo in een club waar Pee Wee Crayton op’t podium staat, zo echt klinkt het. Overtuig jezelf met het bijgevoegde videofragment van dit nummer. Als het, zoals op “Tramp” de Stax richting uit moet is het ook weer echte Stax sound die we horen, zonder dat ’t een copie is, want Sean maakt er toch een bluesnummer van, maar de “soul” feel is echt. Wanneer dan Teeny komt meedoen op “I Live Alone” gaan we op de boogie toer, en ze toont ons dat er wel degelijk daddy’s girl is want ze is een geboren passievolle blueszangeres van de bovenste plank. Deze (lange) cd laat ons na 13 studiosongs ook nog drie live nummers horen om af te sluiten, en geeft ons een mooi beeld van het kunnen van deze band, waarvan we zonder twijfel in de toekomst meer gaan horen, en als je geluk hebt kan je ze aan het werk zien in oktober, want dan komt er een Europees tournee georganiseerd door Georges Lemaire, de Belgische tourmanager. Zeker de kans grijpen als ze zich moest voordoen, want al is het nog geen grote naam, het is wel een groot artiest.
(RON)



KENNY HARLAN
WAITING FOR YOU
Website: www.kennyharlan.com
www.myspace.com
Mail: info@hammerbonemusic.com
Label: Hammer Bone Music Inc.
www.hammerbonemusic.com
www.cdbaby.com/kennyharlan

 

Doorzettingsvermogen. Vastberadenheid. Communicatie. Drie begrippen die het leven van singer-songwriter Kenny Harlan het best omschrijven. Als zoon van een arbeidersgezin groeide hij op in Chicago als een echte sportman die baseball, voetbal en basketbal speelde. Maar zijn belangrijkste objectief was het slagen als muzikant. Eerst nog even zijn studies als Master in Business Administration and Financial Planning voltooien en dan volledige toewijding geven aan zijn levensdoel : songs schrijven en ze live zingen voor een geïnteresseerd publiek. Zijn liedjes zijn verhalen over verbroken relaties in "Letting You Go", over beantwoorde en onbeantwoorde liefde in "Amsterdam" en "Thing About Love". Het verlangen naar de vrouw van zijn dromen in "Waiting For You" dat hij schreef in de periode van 5 maanden die hij moest wachten op haar visum (zijn vrouw Marina is van Oekraïne), in "She's Coming" en in "Me And You". Zijn muzikale invloeden zijn James Taylor, Dan Fogelberg, The Beatles en Genesis, minder qua stijl maar vooral met betrekking tot het vakmanschap om sterke melodiën en goede riffs te bedenken voor de songs. Kenny Harlan woont nu in Nashville, Tennessee en dat kan je horen aan de muziek op deze plaat waarbij country nooit veraf is. Zijn zalvende stem is oprecht en emotioneel en in zijn teksten zijn vaak familiewaarden terug te vinden. Af en toe zijn er ook lichte bluesinvloeden te horen zoals in het voortreffelijke gitaarspel bij "Waiting For You" en in "California Sky". Met zijn liedjes wil hij de harten van de luisteraars beroeren en gezien de radiokwaliteiten van de meeste songs zal hij daarvoor zeker de gelegenheid krijgen. Tips voor de top zijn "Thing About Love", "The Round", "Dreams" en "Think About You". Overigens ook een pluim voor de uitstekende produktie van deze CD en wat me ook meteen als vermeldenswaardig opviel waren de uitstekende vrouwelijke backing vocals die verzorgd werden door het trio Dana McVicker, Kerry Lee Wagner en Andrea Pearson. Best aangename debuutalbum van Kenny Harlan.
(valsam).



JULIE DOIRON
WOKE MYSELF UP
Website : www.juliedoiron.com
Label: Jagjaguwar/Konkurrent
www.jagjaguwar.com
info@jagjaguwar.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

De Canadese Julie Doiron begon als zangeres met het in 1990 opgerichte en in 1996 ter ziele gegane Eric's Trip, met wie ze drie platen heeft gemaakt voor het Sub Pop label en daarbuiten heeft ze nu bijna tien solo albums op haar c.v. staan zoals "Desormois" (2001), "Heart and Crime" (2002) en "Goodnight Nobody" (2004), platen die gekenmerkt worden door hun directe en minimalistische karakter. Het liedje staat daarbij altijd centraal. Als alle voorgangers allemaal zo mooi zijn als haar nieuwe cd "Woke Myself Up", dan hebben we heel veel gemist de afgelopen jaren. "Woke Myself Up" staat vol met prachtige songs. Songs met een beetje country, folk en blues. De begeleiding van Rick White, Chris Thompson en Mark Gaudet, inderdaad, de voltallige Eric’s Trip formatie, is uitermate spaarzaam. De sfeer is vaak verstilt en dromerig. Eenvoudige liedjes die op eenvoudige wijze zijn opgenomen. Zo mooi gezongen en zo gevoelig dat de tranen je soms in de ogen springen, zoals in de titeltrack, waarin ze op een pakkende wijze zingt: "I Woke Myself up to Rest My Weary Head - From All the Work I'd Done in All Those Dreams I Had". Maar pas op want op deze nieuwe plaat wordt gerockt! De combinatie van een eenzame stem met een nog eenzamere gitaar als begeleider was verpletterend op de vorige albums en dit in al zijn eenvoud en bijkans verstikkend qua emotie. Met een minimum aan instrumenten probeert zij zichzelf én de luisteraar wakker te schudden met "Woke Myself Up" en dat lukt, want deze plaat is meer steviger als haar eerdere werk. Toch is het een typische Julie Doiron plaat geworden. Dat wil zeggen intieme liedjes vol lieflijke geluiden, alleen nu soms wat directer en met meer volume gebracht, zoals het nummer "Don't Wanna Be/Liked by You". Dit heftige, krachtig gezongen nummer zorgt, naast de daaropvolgende rocksong “Dark Horse", en mede dankzij de aardige dosis girlpower - voor de beste minuten van de cd. Absolute hoogtepunt op deze plaat is misschien wel het tedere "Swan Pond". Maar deze plaat is werkelijk lekker rauw en helder geproduceerd, dit geeft een meerwaarde aan het album, vooral het titelnummer rockt hierdoor. Kortom: Het is een plaatje van amper een half uur, waarin haar breekbare stem en lieflijke gitaarklanken, centraal staan, hetgeen meer dan genoeg is om de persoonlijke boodschappen van Doiron goed tot je door te laten dringen. "Woke Myself Up" bevat meestal gevoelige en bescheiden gitaarpop, muziek die lekker wegkabbelt, maar toch verantwoord en geheel eigen is. Het minimalisme viert hier hoogtij, maar het is gemaakt met een charme waar je wel voor móét vallen. Het is jammer dat het na een half uur alweer afgelopen is. De stem van Doiron, zal niet iedereen liggen. Maar als je er eenmaal aan gewend bent valt er veel te genieten. Een zeer bescheiden prachtplaatje dat het verdient om gehoord te worden.



MIKEY J
LIFE'S ROAD
Website: www.mikeyjsmusic.com
www.myspace.com
Mail: mickeyj@mikeyjsmusic.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com

 

Michael Joseph Johnson stond er 41 jaar geleden op de geboorteakte van deze artiest uit Hudson, New Hampshire die nu probeert om de wereld te veroveren als Mickey J met zijn debuutalbum "Life's Road". Met zijn akoestische gitaar begeleidt hij zichzelf op alle 10 songs terwijl hij met een nauw bij country aanleunende sound en stem zijn verhalen vertelt. Samen met vriendje Duane Carleton speelde hij in zijn jeugd in diverse beginnende bands als Attica en Chosen. Ook voor deze CD hebben ze nauw samengewerkt en geprobeerd om het album van een geheel eigen geluid te voorzien. Opvallend sterke song met een sterke emotionele boodschap is "Father" dat gaat over de moeilijke relatie tussen de zanger en zijn vader. Zittend naast het sterfbed van zijn "old man" zingt hij: "Father, I don't know how to love you, I don't think I ever learned, can't mend these bridges that we burned" . Ook in "3 Men In The Mirror" gaat hij verder over de verschillende generaties in zijn familie met elk hun eigen problemen en kenmerken: zijn vader, zichzelf en zijn zoon. De conclusie is hard en onvermijdelijk : wat door de genen werd overgedragen is in de karaktertrekken van elke generatie terug te vinden. In zijn teksten laat Mickey J doorschemeren dat hij altijd geleefd heeft met zijn hart op de tong. Zijn muziek en teksten zijn een afspiegeling van zijn eigen hart en zieleroerselen. Zijn leuze is : zonder pijn kan er geen vreugde zijn, zonder droefheid heeft blijdschap geen betekenis. Zijn gevoeligheid en idealisme worden hem niet altijd in dank afgenomen maar als basis voor zijn liedjes kan je geen beter eigenschappen bedenken. In de songs gebruikt hij vaak dubbele betekenissen en zijn de teksten vaak beschrijvende verhalen uit zijn persoonlijke leven. Daarmee dwingt hij de luisteraar ook even te reflecteren over gelijkaardige dingen in zijn eigen leven en dat is het uiteindelijke streefdoel van Mickey J met zijn muziek en zijn songs. Andere klassesongs op "Life's Road" zijn "Still", "Only The Mountains" en "Let Me Go". De afsluitende song "Just Gotta Love Me" verhaalt waar het voor Mickey J allemaal om draait. Laten we hem geruststellen : no problem, we love you!
(valsam)