ROOTSTIME cd reviews

 



 

TAD ROBINSON
A NEW POINT OF VIEW
Website: www.tadrobinson.com
Email :tadrobinson@broadreach.net
Label : Severn Records / www.severnrecords.com
Rounder Europe / www.roundereurope.com
distr. : Munich Records / www.munichrecords.com

 

“When Tad Robinson dies, he’s going to soul heaven … a place reserved for a very few people.”
– OTIS CLAY


Van de nieuwe soulbluesartiesten die zich de laatste jaren hebben aangediend, heeft Tad Robinson het grootste publiek bereikt. Je zou kunnen stellen dat dat komt doordat hij de minste eisen aan de luisteraar stelt en hapklare swingende soulblues maakt, waar geen hond zich een buil aan kan vallen. Tad Robinson werd tijdens zijn jeugd in New York beïnvloed door Motown, Stax en top 40 muziek. Hij verhuisde naar Chicago, waar hij al gauw een gerespecteerd zanger en harmonicaspeler werd. Zijn lokale reputatie verbreidde zich aanzienlijk wanneer hij begin jaren 90 zanger werd bij Dave Specter & the Bluebirds. Even later verscheen dan zijn solo album "Last Go Round" (1998), en in 2004 leverde hij een zeer prima album, "Did You Ever Wonder?", af op het Severn label met prachtige mix van Chicago blues en Memphis soul. Hiervoor ontving hij twee nominaties voor het '26th Annual W. C. Handy Blues Award Nominations' - 2005 - 'Soul/Blues Album of the Year' en 'Soul/Blues Male Artist of the Year'. Gelukkig hebben we nu geen zes jaar moeten wachten voor een opvolger want de songs op het pas verschenen "A New Point Of View", zijn allemaal van zo'n klasse, en worden met behulp van klasse muzikanten ook zo fraai gebracht, dat je wel een diehard bluesfundamentalist moet zijn om niet te bezwijken voor hun charme. Soul vormt de basis voor deze prachtige plaat, maar ook invloeden uit de blues en funk bepalen de sfeer op "A New Point Of View". Hij is daarbuiten iemand die nog best zijn harmonica weet te bespelen en bovenop nog een begenadigd songschrijver is. Voor zo’n artiesten moet een grote carrière zijn weggelegd. Hij bewees dit al op zijn juist vermelde albums en met een container vol aan lovende recensies krijgt zijn soul/blues-muziek meer en meer belangstelling, gewoon omdat 't puur draait om de intensiteit die Robinson met zijn soulvolle stem uitstraalt, gekoppeld aan het soort swingende muziek dat verrekt slim is opgebouwd, maar uit de speakers knalt alsof het door een enthousiaste technicus tijdens repetities spontaan op tape is gezet, hetgeen echter gebeurde met analoge apparatuur in de Severn Studios. Van de elf tracks zijn negen originals, songs die stuk voor stuk uit kunnen groeien tot hits. Allemaal prachtige nummers op dit album dat door David Earl, Steve Gomes, Willie Henderson en Robinson zelf geproduceerd werd, en waarbij hij zonder schroom verder borduurt op zijn voorganger. Vele songs voltrekken zich in een strak en energiek tempo, in andere neemt de gedreven zanger gas terug zoals in de slijper "He's Movin' In (To Her Life)", waarin Robinson's stem doet denken aan die van W.C. Clark. Daar tegenover doet de opener "Long Way Home" ons meer denken aan de sound van Isaac Hayes. Gevolgd door Johnnie Taylor’s "Ain’tThat Lovin’ You (For More Reasons than One)" die meer weg heeft van Dennis Brown’s versie dan de original. Onze voorkeur gaat meer naar de straight-up blues van "Broken-Hearted Man" waarin Schultz zich echt kan bewijzen en "Love Is Everything", een geweldige soul ballade die Robinson echt op het lijf is geschreven. Maar naast deze soulvolle stem van Robinson is het vooral de geweldige band, die een authentiek soulgeluid weet te combineren met een meer eigentijdse sound, die de rest doet. Naast Robinson (vocals, harmonica) zelf, vinden we in de begeleidingsband niemand minder als zijn beste vriend Alex Schultz (Rod Piazza, William Clark) op gitaar terug, en bestaat de rest van de band uit ander leden dan voor de opnames van "Did You Ever Wonder?". Deze muzikanten zijn nu: Kevin Anker (keyboards), Steve Gomes (bas), Robb Stupka (drums) en Victor Williams (percusie). "A New Point Of View" klinkt zo aanstekelijk en overtuigend want de liedjes als de uitvoering ervan zijn van grote klasse. Dit album is dan ook niet alleen met gemak Tad Robinson beste plaat, maar tevens met afstand het mooiste en verfijnde soulalbum dat ons de laatste maanden ter ore kwam. Voor originaliteit hoef je bij Tad Robinson niet aan te kloppen, maar als soul/bluessinger laat hij de concurrentie niettemin met verbluffend gemak achter zich.



 

 

 

 

 

 

DAVID OLNEY
ONE TOUGH TOWN
Website: www.davidolney.com / www.myspace.com/davidolney
e-mail: davidolney@musemix.com
Label: Red Parlor Records / www.redparlor.com
Distr: Xango Music Distribution / info@xmd.nl
Info: Joanna Serraris - Musemix - www.musemix.com
VIDEO

David Olney is een niet bij iedereen bekende singer-songwriter die door andere artiesten op handen wordt gedragen en ook door veel mensen gezien wordt als één van de beste, zo niet de beste in dit genre. Olney’s liedjes geven altijd net een iets andere kijk dan gewoonlijk op alledaagse en minder alledaagse toestanden. Olney’s liedjes zijn door veel artiesten opgenomen, Emmylou Harris ("Deeper Well", "Jerusalem Tomorrow"), Linda Ronstadt ("Women across the River", "1917"), Steve Earle ("Saturday Night/Sunday Morning"), Del McCoury ("Queen Anne’s Lace"), en dat is maar een klein gedeelte van de namen die me dadelijk te binnen schieten. Olney is vooral tekstueel een grootmeester, zijn teksten zijn juweeltjes vol met filosofische beslommeringen, en lezen als de beste gedichten en toch zijn ze vol eenvoud en meestal ook humor. Hoewel de kwaliteit van zijn cd's nog wel eens durft te wisselen doordat hij op veel verschillende labels verschijnt, hebben we deze keer nog eens te doen met een album van zeer hoge kwaliteit. De titelsong "One Tough Town" bijvoorbeeld schets hij een beeld van het leven onderweg, jaren optreden in de onmogelijkste steden. Olney zelf noemt "One Tough Town" een dwarsdoorsnede van honderd jaar Amerikaanse muziekstijlen. Inderdaad bevat deze cd onder andere blues (het J.J.Cale achtige "Whistle Blow"), rock ("Sweet Poison" met rockabilly invloeden) en jazz ("Who's The Dummy Now", "Rainbow's End" en "Sweet Potato"). Die prachtig ouderwetse jazz uit de de Amerikaanse depressiejaren met klarinet, banjo en tuba en sterk lijkend op het werk van Leon Redbone en Ry Cooder’s CD uit 1978 "Jazz". Gospel vinden we in "See How The Mighty Have Fallen". Producer is deze keer de bekende Jack Irwin, die we reeds naam maakte met werk van de Legendary Shack Shakers en Stacey Earle & Mark Stuart. Deze nieuweling van Olney is weer een schot in de roos, vol afwisseling, met prachtig gitaarwerk ook van de meestergitarist Sergio Webb.
(RON)



 

NICO WAYNE TOUSSAINT
SOUTHERN WIND BLOWIN’
Website: www.nwtoussaint.com
Contact : contact@nwtoussaint.com
Label : DixieFrog Records
www.bluesweb.com
distr.: Parsifal
www.parsifal.be

 

Telkens ik een studio cd toegespeeld krijg van Nico Wayne Toussaint ben ik overnieuwsgierig, zal deze cd eindelijk klinken zoals hij live klinkt? Helaas en dan ook weer niet is het antwoord ditmaal weer neen. Pas op, Nico zorgt hier weer voor een prima cd met veel variatie. Zo opent de cd met een rocker van formaat genaamd ‘Put It Down’ en even denk ik van yes het is hem gelukt. Dat Nico ooit nog samen met z’n vader een band had zullen velen wel weten, zoniet vertelt het nummer ‘Southern Wind’ je hier alles over. Ik ben steeds weer verrast van hetgeen Nico uit z’n bluesharp haalt en wat hij vokaal bereikt, ik blijf erbij dat dit momenteel de nummer één in Europa is. Maar laat ik zeker ook niet vergeten melding te maken van de andere, al even klassevolle, bandleden. Zo krijgen we van song 1 tot song 11 knap gitaarwerk te horen van Henri “Rax” Lacour, Verrast Antoine Perrut me niet alleen regelmatig op de basgitaar maar ook op de alt saxofoon ( luister maar eens naar ‘Mali – Mississippi’ ). En op de drums zorgt Vincent Thomas voor de rake klappen en tevens een schitterende solo op het zelfde nummers nml. ‘Mali Mississippi’. Op ‘Long Bab’ bewijst Nico ook goed overweg te kunnen met het accordeon en waan ik me even in het verre zuiden van Amerika. En we blijven in het verre Amerika met het meer singer/songwriter nummer ‘Livin’ On The Highway’ waarin Nico beschrijft hoe het leven als muzikant onderweg voelt. En zo telt deze cd in totaal niets dan pareltjes en ben ik er zeker van dat het live weer de moeite is om hen te gaan zien. En wat de cd betreft, hij hoort zeker thuis in de cd collectie van iedere rootsliefhebber en Nico Fan want we spreken hier niet alleen over een cd voor in je cd-speler maar je kan hem ook in je computer stoppen. Ook dan kan je alle nummers één voor één beluisteren maar kan je verder ook de teksten terugvinden en ook een interview zien en horen van Nico Wayne Toussaint. Een interview waarin hij vertelt wie hij is, welke zijn invloeden zijn en met wie hij zoals gemusiceerd heeft. Ik mag dan ook besluiten met alweer volgende woorden, een cd die toch meer dan de moeite loont om in huis te halen.
Blueswalker.



CHRIS MC COY & THE GOSPEL
COLDER CHICAGO SEPT. HYMNS
Website: www.chrismccoy.net
www.myspace.com
Mail: tallgirlproductions@hotmail.com
Label: Beachhouse Records
www.beachhousemusic.net
www.cdbaby.com

 

 

Richard Buckner, Nick Drake, Jeff Buckley, Wilco, Woody Guthrie, Beatles : allemaal namen waar Chris McCoy & The Gospel mee vergeleken wordt. Dat zijn niet de eersten de besten. En daarmee wordt de lat ook erg hoog gelegd voor deze artiest uit Columbus, Ohio. Zijn bijzonder krachtige, warme, haast fluwelen stemgeluid vloeit moeiteloos doorheen de mooie arrangementen van de 9 songs op dit debuutalbum "Colder Chicago Sept. Hymns". Romantische liefdesliedjes die worden gezongen met de typische hoge noten die je normaal enkel aan Jeff Buckley zou toevertrouwen en die je soms koude rillingen doorheen het ruggemerg jagen. In het akoestische openingsnummer "Awake And Under" gaat zijn stem dan weer post vatten in de onderste regionen en ook bij die registers is McCoy imposant. Dit is een intens gezongen song die ook op een album van Mark Lanegan had kunnen staan. Het melancholische "Girl By The Water" verspreidt veel mist over de werkelijke bedoelingen met de tekst van de song : vol van hartepijn, maar toch ook met een optimistische noot op een melodietje dat drijft op een warme orgelgeluid of een zachte gitaarriff. Maar ook de begeleidingsband The Gospel komt zeer sterk uit de hoek. Met hun vieren eisen ze op een gebalanceerde wijze hun eigen plaatsje op frontaal naast zanger Chris McCoy met hun muziek die een mix is van alt-country, folk en popmuziek. Zij voegen dat vleugje extra toe aan nummers als "Pages I Fall In" door een mooie pianointro of in "No Devil" waar de subtiele gitaarstukjes het beeld van de song pas echt compleet maakt. Ook als tekstschrijver komt McCoy met behoorlijk intimistische schrijfsels die je een blik in zijn hart en ziel gunnen. De groep heeft drie jaar aan dit album gewerkt. Dit niet te overhaaste opnemen heeft hen ruim de tijd gegeven om de liedjes continu te verfraaien en daardoor ook te verbeteren. Dit alles maakt van "Colder Chicago Sept. Hymns" een aan te raden CD voor alle liefhebbers van intieme, goed gezongen en muzikaal knap in elkaar gestoken liedjes. De opvolger zal deze keer niet zo lang op zich laten wachten. De heren melden op hun website dat nummer 2 er tijdens de zomervakantie zal aankomen. We hoeven dus niet te veel geduld te oefenen vooraleer we meer van dit lekkers zullen aangereikt krijgen. Mooie plaat voor je collectie, maar oordeel vooral zelf na beluistering van enkele tracks op de CDBaby-website.
(valsam)



 

 

GRANT - LEE PHILLIPS
STRANGELET
Website: www.grantleephillips.com
Label: Cooking Vinyl
www.cookingvinyl.com
Distr.: Bertus
www.bertus.nl
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Aan frontman Grant-Lee Phillips van het ter ziele gegane Grant Lee Buffalo kunnen we ondertussen makkelijk een kwaliteitsmerk verbinden. Zijn debuutalbum "Ladies’ Love Oracle", een ingetogen melancholisch meesterwerkje en zijn opvolgers, "Mobilize" (2000), "Virginia Creeper" (2004) en "Nineteeneighties" (2006) kregen allemaal lovende kritieken en ook het nieuwe album, "Strangelet", is hier geen uitzondering op. Phillips warme stem, ingetogen en melodieuze songs zijn van grote klasse. "Virginia Creeper" was voor mij één van de mooiste albums van 2004, met prachtnummers als "Mona Lisa" en "Susanna Little". Op "Nineteeneighties" waren er geen nieuwe liedjes van eigen hand, maar een eerbetoon aan de bands die door de jaren hem wisten te beinvloeden. De jaren tachtig bracht ons ondermeer The Church, Nick Cave, Echo and The Bunnymen en vele andere die Phillips hier van nieuwe elan probeert te voorzien. Maar het zijn vooral de songs met een spannende opbouw die op deze plaat overeind blijven zoals R.E.M.'s "So. Central Rain (I'm Sorry)" en de meezinger "Boy's Don't Cry" van The Cure, die al met al een respectabel eerbetoon vormen. In feite hoefde deze coverplaat voor mij niet zo, maar nu is er dan "Strangelet" die reeds van vorige maand bij de platenboer in de rekken ligt. Grant-Lee Phillips gaat op zijn vijfde solo album weer als vanouds in discussie met zijn demonen, maar is in feite geeft hij wat meer kleur aan deze plaat dan aan zijn vorige herfstig klinkende albums en bewijst dat hij geen moeite heeft gehad met songschrijven, want het is alsof hij ze zo uit de mouw schudt bij het schrijven van deze twaalf liedjes, twaalf intieme dagboekschetsen van songs waarin hij extraheert hij licht uit de donkerte en motivatie destilleert uit misère. Deze nieuwe plaat is een album waarvan weer genoeg liedjes in het hoofd blijven steken en waarop Grant-Lee Phillips bewijst dat zijn songschrijven dusdanig sterk is om een ingetogen plaat volledig te dragen. Een album dat blijft groeien en zo mogelijk alleen maar beter wordt. Normaal lijkt hij met zijn eigen werk, ook nooit echt uitbundig, aanzienlijk minder moeite te hebben om spanning op te bouwen. Grant Lee toont zich gewoon in een opperbeste stemming en laat zijn songs overgieten met een fris en modern sausje. Hiervoor krijgt hij medewerking van R.E.M.-gitarist Peter Buck in het nummer "Fountain Of Youth", waarin hij zelfs nog even een paar subtiele ukulele-partijen speelt en een gitaartje op het meer sfeervolle "Soft Asylum (No Way Out)". Drummer Bill Rieflin tekende ook voor wat percussiewerk, The Section Quartet zorgde in voor een aantal nummers voor de strijkersinbreng en Stefanie O’Keefe deed in "Dream In Color" hetzelfde op haar French Horn. Phillips zelf deed het ondermeer op gitaren, bas, baritonukelele en diverse toetseninstrumenten, maar gelukkig blijft hij vooral zichzelf, en is ook de melancholie niet verdwenen. We hebben hier dus niet te maken met een wanhoopspoging, maar juist met een zeer sterke comeback. Onze plicht dus om Grant Lee op zijn beurt eens te verwennen door massaal zijn album te kopen, en wie weet kan hij met de zomerse single "Same Blue Devils" nog op enige airplay rekenen. Grant-Lee Phillips bewijst wederom, dat zijn songschrijven dusdanig sterk is om een ingetogen plaat volledig te dragen. De melancholie is uiteraard nog niet verdwenen, die is immers aanwezig zowel in zang als in het songschrijven, de kenmerkende stijl van Phillips. Kortweg: Grant-Lee Phillips brengt zijn muziek op "Strangelet" terug tot de essentie en levert een plaat af die diepe indruk maakt, een plaat die blijft groeien en zo mogelijk alleen maar beter wordt. Samen met zijn vrouw Denise Siegel maakte hij alvast zelf drie clips voor de songs "Soft Asylum", "Raise The Spirit" en "Return To Love" (zie videoclips 1, 2 & 3).