ROOTSTIME cd reviews

 



MURDER BY DEATH
IN BOCCA AL LUPO
Website: www.murderbydeath.com
www.myspace.com
Mail: band@murderbydeath.com
Label: Cooking Vinyl
www.cookingvinyl.com
Distribution : Bertus
www.bertus.com

 


"We’ve made mistakes that we can’t change,
but there’s still time to start again" - The Devil Drives

 

De groepsnaam werd gevonden bij de titel van een film van Robert Moore uit 1976. Eerder noemde deze 4-koppige rockband uit Bloomington, Indiana zich "Little Joe Gould". Hun muziek kan je klasseren onder etherische gothic of punkrock met ook alt.country-invloeden. De aantrekkelijke celliste Sarah Balliet staat in het middelpunt van de groep terwijl gitarist Adam Turla ook de vocalen verzorgt. Zoals de groepsnaam al laat vermoeden zijn er murdersongs terug te vinden op "In Bucca Al Lupo" (vertaald als "in de muil van de wolf") over thema's als de duivel en zombies. Voor dit album hebben ze hun inspiratie gezocht bij Dante's "Inferno - The Divine Comedy" en worden zonde, straf, slechtheid en verdoemenis bezongen. Elk nummer bezingt de ervaringen van een overleden iemand die terechtstaat voor de verschillende poorten van de hel. Niet voor niets dragen hun vorige albums titels als "Like The Exorcist, But More Breakdancing" (2002) en "Who Will Survive, And What Will Be Left Of Them" (2003). Vergelijkingen met de king of murderballads Nick Cave and The Bad Seeds liggen dan ook voor de hand. Ook de verhalende wijze van zingen komt overeen met wat o.a. The Decemberists ook doen op hun platen. Soms zijn de teksten angstaanjagend, soms poeslief, hetgeen een mysterieuze sluier over de meeste songs legt. Bassist Matt Armstrong en drummer Ales Schrodt slagen er ook in om een eigen klemtoon te leggen in enkele nummers, zoals bijvoorbeeld in "Dynamite Mine". Zo zijn er de rocksongs "Brother" en "Sometimes The Line Walks You", een tango-melodie in "One More Notch" en country and western-gitaren in walsachtige songs als "Shiola" en "Raw Deal". "The Big Sleep" is een nummer over een terdoodveroordeelde die een boodschap achterlaat voor zijn vrouw ("live honest and love again") alvorens naar de electrische stoel te stappen en even later aan te kloppen aan de poorten van de hel voor een confrontatie met Satan. Interessant, toch! Afsluiter "The Devil Drives" is zelfs een lichtjes opgewekte jazzachtige mix van een walsje met gospelmuziek. Door deze afwisseling in tempo's en songs is "In Bocca Al Lupo" een behoorlijk diverse plaat geworden die een goede kwotering verdient. Murder By Death speelde onlangs een hele reeks voorprogramma's voor The Reverend Horton Heat in Amerika, waar ze zeker een mooie aanvulling voor moeten zijn geweest. Voor de liefhebbers van dit genre : live schijnen ze indrukwekkend te zijn en op 24 april is Murder By Death te bewonderen in de "Charlatan"-club te Gent. Dus je weet wat je die avond kan doen. Wel opletten dat je niet geheel onverwacht in de hel belandt. Best vooraf je geweten zuiveren.
(valsam)



THE MOANERS
BLACKWING YALOBUSHA
Website: www.moaners.com
www.myspace.com
Label: Yep Roc Records
www.yeproc.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com
Video

 

 

Zo gauw je "Blackwing Yalobusha" van de Moaners in de cd - lezer van je computer steekt, begint er een 22 minuten lange documentaire over "The making of.. "Wel erg handig voor een recensent natuurlijk, zo bekom je via een interessante documentaire de nodige achtergrond rondom de band, studio en nog veel meer, dit alles voorzien van een mooie soundtrack waarin veel van de nummers uit de cd de revue passeren. Heel wat aangenamer dan de info-sheets die je meestal moet doorwerken. En wat hebben we via deze weg vernomen? Dat de Moaners een meidenduo is, (wat we natuurlijk wel wisten van hun debuut) en omdat ze bluesy garagerock spelen en slechts met 2 zijn, vaak vergeleken wordt met the White Stripes, maar naar mijn mening meer muziek maken in de stijl van de Black Keys en North Mississippi All Stars. Als producer werd door Yep Records de befaamde Jimbo Mathus aanbevolen, die we wel kennen van de Squirrel Nut Zippers en ook door zijn bijdragen aan cd's van diezelfde North Mississippi All Stars. Jimbo wou de cd opnemen in zijn eigen studio in Como, maar toen ze daar aankwamen na een lange stoffige rit op wegen die er eigenlijk geen waren (allemaal te zien op de "road-movie") bleek Jimbo nergens te bespeuren. Om een lang verhaal kort te maken, Jimbo had goed en slecht nieuws toen hij eindelijk opdook. Ten eerste was er van opnemen in zijn studio geen sprake wegens een “harige rupsen” plaag, “little gremlins” genaamd in het zuiden, de beestjes hadden een gedeelte van de electronica vernield. De Mississippi Delta is een plaats waar dit ongedierte welig tiert. Maar er was ook goed nieuws, want als vervangstudio had Jimbo beslag kunnen leggen op de befaamde "Fat Possum" studios, waar de legendarische R.L Burnside ondere andere zijn opnames deed, een nieuwe vleugel van de studio, "Blackwing" genaamd, gaf gedeeltelijk zijn naam aan deze cd, het Yalobusha gedeelte verwijst naar "Yalobusha County" de streek waar deze studios liggen. Na hun debuut "Dark Snack" uit 2005, is deze opvolger de logische stap verder in de richting van een bluesier geluid, meer slide dan op de vorige, die meer rock georienteerd was. De zangeres en gitariste van de vroegere Trailer Bride, Melissa Swingle, met haar onmiskenbare Southern drawl, heeft net de stem voor dit soort songs, en Jimbo heeft met zijn productie gezorgd voor het ideale geluid, spontaan en ruig, zelden werden er meer dan 2 takes gedaan om een nummer op te nemen, een paar maal was 't zelfs vanaf de eerste maal raak, dit geeft ’t soort spontane, ietwat slordige geluid wat Fat Possum bekend maakte. Laura King van Grand National is volgens mij een van de beste vrouwelijke drummers momenteel en weet ook hier weer de juiste basis te leggen voor ‘r slidespel van Melissa. De broeierige hitte van de Mississippi voel je als ’t ware door de opnames heen, zo goed heeft Jimbo deze weten vast te houden, en de invloeden van T. Model Ford, Burnside en Kimborough zijn waarschijnlijk ongemerkt in Melissa’s gitaar gekropen, want haar slide klinkt op deze cd wel een beetje als haar voorbeelden, zij het een ietsje meer punky. Nummers als “Monkey Tongue” en het prachtige “Foxy Brown” zijn nummers die alleen al de aankoop van deze cd waard zijn. Aanrader!
(RON)



JERRY LEGER & THE SITUATION

FAREWELL GHOST TOWN
Website: www.jerryleger.com
info: jlsituations@hotmail.com
www.myspace.com/jerrylegerandthesituation
Label: Eigen Beheer
info: jlsituations@hotmail.com

 

Singer/songwriter Jerry Leger is een rare (muzikale) vogel ... met zijn debuutalbum dat verscheen in 2005 liet de man uit Toronto, Canada al duidelijk merken dat hij er niet voor terugdeinst om ook maar één blad voor de mond te nemen. Voldoende voor Ron Sexsmith om zijn landgenoot uitvoerig in de bloempjes te plaatsen "Jerry Leger is one of the best songwriters I've heard in quite some time" en meteen prees hij Don Kerr aan als producer voor Jerry's nieuwe album "Farewell Ghost Town". Als bedankje mocht "the one man jukebox" enkele handjes toesteken (piano) in de opnamestudios en rekenen op Jerry's eeuwigdurende dankbaarheid en vriendschap. Jammer genoeg kan je er geen brood van kopen en wij vermoeden dat Jerry Leger en zijn band the Situation (Corey Stinson, bass en Kyle Sulivan, drums, backingvocals en de nieuwste aanwinst James Mc Kie, violin, mandolin, guitar) dezelfde weg opgaan als Ron Sexsmith ... bejubeld door de insiders maar voor het grote publiek een nobele onbekende. Niet verwonderlijk want Jerry mag dan "Farewell Ghost Town" als "His Hank Williams" record beschouwen (songs about love, lost love, anger and the realism of every day), hij durft net als zijn grote voorbeeld duchtig buiten de traditionele lijntjes kleuren. En daar nijpt precies het schoentje bij de modale muziekliefhebber. Voor ons niet gelaten want voor een portie schitterende bar - room blues, lonesome ballads & barn - rockin stompers zijn wij altijd te vinden. Songs die je bij je nekvel grijpen en met "A Long Way", "On your Own" en het pareltje "Love Is Meant To Be Blue" (Tim Bovaconti / pedal steel) wel erg dicht in de buurt komen van ene Bob Zimmerman (aka Bob Dylan). Wanneer Terence Gowan alle (orgel) registers opentrekt op "Cutting Heads" en "Blue Chimmeys" (inclusief mandoline, banjo) maakt Jerry Leger brandhout van de theorie dat het punkgebeuren maar als een voorbijgaand iets moet beschouwd worden. Integendeel, Jason & the Scorchers mochten destijds al proeven van het après-punk succes en zovele jaren later genieten zowel Leger als wij nog van songs als "Too Broke To Die", "Send Me A Plane" die voor hetzelfde geld destijds het daglicht zagen. Een duikje in het muziekverleden is altijd meegenomen en effent de weg voor het hedendaagse vakmanschap dat Jerry & band tentoonspreiden in "See My Baby Run" , "On A Bet" (lijkt wat op Crowded House). Jerry Leger & the Situation behoren met "Farewell Ghost Town" tot een van de meest in het oogspringende nieuwkomers en laat het duidelijk wezen ... niet alleen wijst Jerry op een schitterende manier dat een verwittigd man er twee waard is (leg je oor maar eens goed te luisteren bij "the Ladder"), hij hoort vanaf nu thuis in mijn volière van "rare" vogels!



 

BRETT ANDERSON
Website: www.brettanderson.co.uk
www.myspace.com
Mail:contact@brettanderson.co.uk
Label: BMG/EMI Music
Distribution : V2 Records International Ltd
www.v2music.com

 

Vraag me niet waarom, maar bij het beluisteren van deze eerste solo-CD van Brett Anderson denk ik om de haverklap aan Robbie Williams. Zijn het de ballads of is het de stem die zo'n sterke gelijkenis vertoont met deze van het populaire meisjesidool? Vast staat dat de 11 songs op dit album allemaal hitpotentieel hebben, voornamelijk omwille van hun moderne opbouw en eenvoudige melodieën die het zeemzoeterige inzingen van de ex-frontman van de Britse rockband Suede en The Tears ten volle tot uiting laten komen. De CD is voortreffelijk geproduceerd door Anderson zelf met behulp van Fred Ball. De ondertussen bijna 40-jarige singer-songwriter was in zijn jeugdjaren gitarist bij diverse garagegroepjes totdat hij eind jaren '80 Suede vormde samen met zijn jeugdvriend Mat Osman en met zijn toenmalige vriendinnetje Justine Frischmann. Later kwamen bassist Bernard Butler en ex-Smithsdrummer Mike Joyce de band vervolledigen. Joyce werd al snel vervangen door Simon Gilbert. Zijn lief zocht later het gezelschap op van Blur-zanger Damon Albarn en werd dan ook vriendelijk verzocht om de groep te verlaten. Meteen ook het geschikte ogenblik voor Anderson om zijn seksuele geaardheid te outen als bi-seksueel. Na enkele jaren van vallen en terug opstaan besloot Brett Anderson om in 2004 Suede te begraven en The Tears op te richten en het meer dan goede debuutalbum "Here Come The Tears" uit te brengen. Deze week verschijnt dan de eerste solo-CD onder zijn eigen naam "Brett Anderson". De single "Love Is Dead" trapt geslaagd af en wordt gevolgd door enkele nummers in dezelfde stijl : "One Lazy Morning", "Dust And Rain", "Intimacy" en "To The Winter". Drie van mijn persoonlijke favorieten zijn "Scorpio Rising", "Ebony" en "The Infinite Kiss" dat me soms doet terugdenken aan de ballads van Morrissey, heel theatraal gezongen met koortjes en violen. Voor softies misschien, maar daar hoor ik voor één keertje dan toch graag even bij. De stijl van de gehele CD is poppy, romantisch en alle songs worden liefelijk gespeeld en gezongen. Alleen het mooie, romantische walsje "The More We Possess The Less We Own Of Ourselves" valt een beetje op door zijn afwijkende stijl en opbouw, haast klassieke muziek genre 2007. Afsluiter "Song For My Father" dat gaat over het recente overlijden van zijn eigen vader is even sfeervol en mooi als de rest op deze CD. Dit zilveren schijfje gaat mijns inziens een topper worden in Engeland en zal hopelijk ook bij ons de verdiende airplay krijgen. Brett Anderson heeft een mooie, indrukwekkende stem en heeft bij deze 11 prachtige songs bij elkaar gepend. Alleen de die-hard fans van Suede zullen dit album een beetje klef vinden en niet van die aard om hun favoriete groep te doen vergeten, maar ze moeten beseffen : de tijd tikt onverbiddelijk verder en Brett Anderson heeft mij de voorbije 40 minuten een leuk gevoel bezorgd, hetgeen zeker als een grote verdienste moet worden beschouwd. Zij die mij wat beter kennen zullen dit zeker niet wensen tegen te spreken (... of er zal eens wat zwaaien). Een behoorlijk onder de indruk zijnde (valsam)



 

 

 

BILL KIRCHEN
HAMMER OF THE HONKY - TONK GODS
Website: www.billkirchen.com
www.myspace.com
info: bkirchen@aol.com
Label: Proper Records
Distr.:Rough Trade
www.roughtrade.nl

 

 

Bill Kirchen, geboren en getogen in Ann Abor, Michigan, liep school met ondermeer Iggy Pop en Bob Seger, schreef geschiedenis in de jaren zeventig als lid van Commander Cody & His Lost Planet Airmen, trok jarenlang de "Too Much Fun" kar, gaat momenteel door het leven als "The King of Dieselbilly" en "The Titan of the Fender Telecaster" en stond op de bühne met ondermeer Emmylou Harris, Nick Lowe, Doug Sahm, Elvis Costello. Een van zijn laatste wapenfeiten (in de Lage Landen) was zijn deelname aan de Blue Highway festivals '02 en '05 waarvan de editie met the Twangbangers (Redd Volkaert, Dallas Wayne, Joe Goldmark) nog steeds tot de verbeelding spreekt. Moeders mooiste tesamen in een ondermeer schitterende negen minuten durende versie van "Rod Hot Lincoln"... voor herhaling vatbaar. Voor het album "Hammer of the Honky Tonk Gods" kroop Kirchen zelf in de pen voor een aantal prima songs (ondermeer het titelnummer dat een snelcursus gitaar/muziekgeschiedenis aflevert in 2 minuten en 35 sekonden ) maar koos ook bewust voor een aantal niet voor de hand liggende covers. Of wat dacht u van Arthur Alexander's "If It's Really Got To Be This Way", Blackie Farrell's "Skid Row in My Mind", J. New's "Soul Cruisin'", Sam Brown's "Truth to be Told" en T. Johnson's "Heart of Gold". Door de jaren heen heeft Bill Kirchen een aardige vriendenkring opgebouwd en het is dan ook niet verwonderlijk dat ondermeer Nick Lowe (bass & backingvocals) & Geraint Watkins (keyboards & backingvocals) (zie extra support 2005), Hacienda Brothers Chris Gaffney & Dave Gonzales (4/21/07 Blue Highways Utrecht,NL zie home pagina), Danny Levin (fiddle), Cindy Cashdollar (steel guitar), Austin DeLone (keyboards, backingvocals), Robert Trehers (drums) en producer Paul Riley hun eigen drukke bezigheden eventjes voor bekeken hielden om hun "oude" vriend (1/29/'48) terzijde te staan in de Londense (!) studio's. Het resultaat van die noeste arbeid is een fraai album dat doorspekt is met verwijzigingen naar de talrijke muziekstromingen waar Kirchen zich, als een vis in het water, thuisvoelt.Honky - tonk, western swing, dieselbilly, rock & roll, blues, rockabilly, doo-wop, gospel .. .u roept maar ... Bill Kirchen rules, it's just that simple!



LUCY KAPLANSKY
OVER THE HILLS
Website: www.lucykaplansky.com
Label: Red House Records
Website: www.redhouserecords.com
Distr.: Music & Words
www.musicwords.nl

 

Hoewel folkzangeres Lucy Kaplansky niemand minder dan Shawn Colvin als een van haar fans mag noemen, en The New York Times haar al in 1994 tot ster betitelde, is Kaplansky bij velen amper bekend. Hopelijk komt daar met haar nieuwe album "Over The Hills" verandering in, want dit album is een plaat die van het begin tot het eind weet te boeien. Zij heeft een mooie stem waarmee ze haar songs op onnadrukkelijke wijze vertolkt en muzikaal valt Kaplansky te vergelijken met Shawn Colvin en Suzanne Vega, maar dan met minder experimenteerdrift. Ook tekstueel hoeft zij zeker niet voor Colvin en Vega onder te doen, en dankzij de hulp van haar band met o.a. Larry Campbell (Bob Dylan, Elvis Costello, Emmylou Harris) op gitaar en viool, de gitaristen Jon Herington (Steely Dan) en Duke Levine (Mary Chapin Carpenter) en als extra vocale gasten, Eliza Gilkyson, Richard Shindell en Jonathan Brook, klinkt "Over The Hills" gepolijst maar nergens te gladjes, volwassen maar niet minder spontaan. Hoewel Kaplansky afkomstig is uit de Greenwich Village-folkscene in New York is haar intieme, relaxte sound doorspekt met traditionele countryinvloeden uit het Zuiden. Haar vorig album "The Red Thread" (2004), stond helemaal in het teken van het grote geluk dat ze toen beleefde. Alles is compleet anders nu haar dochtertje Molly Fuxiang er is, horen we haar zingen op de opener "I Had Something" (hier ook met Richard Shindell). Een boodschap die de min of meer herhaalt op "This Is Home", met Kaplansky intens tevreden als moeder. Deze liedjes waren een duidelijke reflectie van Kaplansky’s geestesleven van de voorbije jaren. Daarentegen zijn de teksten op haar nieuwe album soms breekbaar en melancholisch, zoals in de nummers "Today's The Day" en "The Gigt", songs die gaan over het emotionele afscheid van haar vader, die recentelijk overleden is. Evenals de muziek, al is die soms onverwacht vrolijk, maar dan meer in de gebrachte covers van Bryan Ferry, Ian Tyson, Loudon Wainwright, Johnny Cash en Julie Miller. Op deze laatste cover van Miller's "Somewhere Trouble Don't Go" krijgt ze trouwens vocale ondersteuning van Buddy Miller. Haar liedjes zijn in folkstijl met soms een lichte alternatieve country-invloed. Kaplansky had eigenlijk te weinig materiaal voor een nieuw album. Daarom voegde ze een stel ijzersterke covers toe met als uitschieter June Carter's "Ring Of Fire" en van haar zelfgepende songs vinden we de titeltrack gebracht met collega Eliza Gilkyson een pracht van een song. Haar trefzekere pen, die hemelse stem en tonnen goede smaak volstaan ruimschoots om van dit album een meer dan aangenaam schijfje te maken. Gelukkig voor ons als liefhebbers, want haar muziek vormt zonder twijfel een aanwinst voor het roots- en Americana-genre. Haar songs -veelal rustig werk- brengt zij vrij ingetogen. "Over The Hills" vertoont dromerige Americana die je eigenlijk pas op waarde kunt beoordelen na een keer of drie te beluisteren, omdat het zich pas dan diep in je ziel gaat nestelen. Wees niet ongerust, dat het dan is, want ook daarna groeit dit album door om uiteindelijk te eindigen op ongekende hoogte, die voorheen slechts werd bereikt door dames als Lucinda Williams of een Emmylou Harris. "Over The Hills" zou wel eens de terechte doorbrak van deze uitzonderlijke laatbloeier kunnen markeren en dat hopen we hier bij Rootstime allemaal.


The Tide (1994) - Red House Records
Flesh and Bone (1996) - Red House Records
Ten Year Night (1999) - Red House Records
Every Single Day (2001) - Red House Records
The Red Thread (2004) - Red House Records
Over The Hills (2007) - Red House Records


 

LOS STRAITJACKETS
ROCK EN ESPANOL VOL 1.
Website: www.straitjackets.com
www.myspace.com
Label: Yep Roc Records
www.yeproc.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

 

De naam Los Straitjackets zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, tenzij je van instrumentale surf 'n roll houdt tenminste, want in dat genre staat de band uit Nashville inmiddels al een jaar of twaalf aan de top. Of we Los Straitjackets serieus moeten nemen weten we na al die jaren nog steeds niet. De muziek van de gemaskerde heren doet het vooral goed op feestjes. Ook het nieuwe album, "Rock En Español Vol. 1", zal het weer uitstekend doen. Danny Jamis, Eddie Angel, Pete Curry en Jason 'Teen Beat' Smay dragen Mexicaanse worstelaarsmaskers en worden op dit album vocaal bijgestaan door Big Sandy (Fly-Rite Boys) en Little Willie G. (Thee Midniters) en producer Cesar Rosas (Los Lobos) en zoals we van Los Straitjackets gewoon zijn, maken ze er weer een muziekfeestje van. Hun muziek was reeds voordien te horen in de tv-serie Pacific Blue (een soort Baywatch op motorfietsen) en te zien in de cultfilm Psycho Beach Party, een parodie op de zoetige strandfilms uit de jaren zestig. Muziek zonder woorden dus. Hun sound is het beste te omschrijven als een combinatie van Dick Dale en Duane Eddy and the Ventures en door vele muzikanten en rock ’n roll / surfliefhebbers wordt de band geroemd als de beste surfband ter wereld. Met iedere release schijnen Los Straitjackets zich echter opnieuw te moeten uitvinden. Op de nieuwe plaat is de pure surf van de vroegere platen verruilt voor een Spaanse versie van klassiekers uit natuurlijk die zestiger jaren. Hun allernieuwste album "Rock En Español Vol. 1" klinkt zoals de vorige albums ook lekker trashy en twangy, en tijdens het feestje horen we o.a. nummers als "Hey Lupe" ("Hang on Sloopy"), "Popotitos" ("Bony Maronie") en "El Microscopico Bikinicomes" ("Dizzy Miss Lizzie"). Natuurlijk kennen we veel melodietjes uit de jaren zestig, maar het heeft allemaal toch wel iets eigens en klinkt gewoon heerlijk, mede ook door de messcherpe productie. Aan het begin van de lente en de zomer niet ver weg verwelkomen we graag deze feestplaat, die precies klinkt zoals ze behoort te klinken: elementair en afgemeten, alhoewel het van mij nog wel wat rauwer had gemogen allemaal. Verplichte kost en weer eens wat anders van deze gemaskerde buitenaardse wezens. Voetjes van de vloer en Let the fiesta begin!

TRACKS
1. "De Dia Y De Noche" - "All Day and All of The Night"
2. "Dejenme Llorar" - "Cesar Rosas"
3. "Whittier Boulevard"
4. "Ana" - "Anna"
5. "El Microscopico Bikini" - "Dizzy Miss Lizzie"
6. "Dame Una Seña" - "Gimme Little Sign"
7. "La Hiedra Venenosa" - "Poison Ivy"
8. "Calor" - Slow Down"
9. "Hey Lupe" - "Hang On Sloopy"
10."Lagrimas Solitarias" - "Lonely Teardrops"
11."Popotitos" - "Bony Maronie"
12."Magia Blanca" - "Devil Woman"
13. "Loco Te Patina El Coco" - "Wild Thing"
14. "Tu Te Vas" - "You'll Lose a Good Thing"

 



FILIP
CRANE-GRIEF
Website: www.filipsongs.com
www.myspace.com
Mail:andreas@filipsongs.com
Label: Filipsongs
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)

 

Multi-instrumentalist Andreas Filipsson is 27 jaar en afkomstig uit Zweden, waar de laatste tijd meer en meer goede muziek gemaakt wordt. Op zijn album "Crane-Grief" begeleidt hij zichzelf op gitaar, piano, orgel of harp. De CD duurt maar 33 minuten maar dat doet niets af aan de kwaliteit van de 12 songs die door deze artiest geselecteerd werden voor een plaatsje op zijn tweede album. Voor de opnames werd uitgeweken naar een kelderkamer in Stockholm waar hij zich samen met producers Tom Hakava en Henrik Af Ugglas opsloot tot alles op tape stond. Op zijn eerste full-CD had hij een selectie gedichten van Charles Bukowski op muziek gezet. Filip - zoals hij zich noemt als artiest - beschikt over een werkelijk prachtige stem met een superbe tremelo waardoor de vergelijking met bvb. Jeff Buckley en Anthony (and the Johnsons) voor de hand lijkt te liggen. Ook de meeste liedjes zijn schatplichtig aan deze heren : opener "Whistling In A Shell" grijpt je meteen bij de keel en die blijft gedurende de hele CD behoorlijk dichtgeknepen door verwondering en bewondering voor wat Filip ten gehore brengt in de songs. Van een betoverende schoonheid is ook "Ohh Iceland" waarin het lijkt of zijn hart gebroken werd en hij vanuit een groots en intensief pijngevoel zingt. Ook de stemgelijkenis met Rufus Wainwright is treffend in de wondermooie songs "She-Swallow" en "Tan-Lines". "Trembling China" is ook zo'n prachtsong die op een originele wijze gebracht wordt. De algemene teneur van de nummers is een gevoel van eenzaamheid en stilte. Het gebruik van instrumenten is overal tot het minimum beperkt waardoor de naaktheid van de liedjes je haast dwingen om zeer aandachtig naar de teksten te luisteren. Liefhebbers van mysterieuze muziek à la Sufjan Stevens, Will Oldham, Tom Waits of de eerder genoemde Buckley & Anthony zullen "Crane-Grief" met graagte aanhoren.

(valsam)



 

KENNY SARA & THE SOUND OF NEW ORLEANS
A TRIBUTE TO NEW ORLEANS
Website: www.kkaremusic.com
kkaremusic@sbcglobal.net
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com

 

Ik heb al steeds een zwak gehad voor muziek uit New Orleans, als jonge snaak ontdekte ik de muziek van de Meters, Neville Brothers, Allan Toussaint, Professor Longhair Dr. John en anderen, en nu nog steeds merk ik dat veel nieuwere bands die ik vanaf de eerste kennismaking goed vindt, toevallig uit New Orleans komen, zoals bij voorbeeld de Subdudes. Mijn interesse was dan ook dadelijk gewekt toen deze week de cd "Tribute To New Orleans" op mijn bureau belandde. Kenny Sara was voor mij onbekend, maar dat wil niks zeggen bij Rootstime waar veel debuutcd's in de speler belanden en vaak voor aangename ontdekkingen zorgen. In dit geval gaat 't echter niet om een debuut, deze heren timmeren al langer aan de weg en zij zijn tevens de house band van het werelberoemde "Ralph Brennan's Jazz Kitchen" in Disneyworld, Anaheim, een imitatie van een French quarter restaurant/jazzcafe. De band die er speelt is zeker geen imitatie, maar echte “Nawlins style musicians”. Ze waren zelfs aan het werk in het leuke Disney, toen Katrina toesloeg en de hele stad verwoeste, sommige bandleden hoorden meer dan een week niets meer van familieleden, anderen verloren hun huis. Toen ze na een week “Louisiana” van Randy Newman (hier in een versie die zelfs ’t origineel doet verbleken) weer brachten op’t podium was ’t na de song muisstil in de zaal, want de tekst van de song was letterlijk woord voor woord waarheid geworden, zoveel jaren nadat ’t geschreven was. Gelukkig is ’t niet allemaal droefnis op deze cd. New Orleans is vooral vrolijkheid, Mardi Gras, ambiance, daar kan zelfs Katrina niet tegenop. Dat is dan ook de hoofdbrok op dit stukje jazz en blues bloemlezing. Veel bekende nummers die verbonden zijn met New Orleans, naar mijn mening iets te ver naar de jazz neigend, maar da’s objectief want ik ben nu eenmaal een bluesliefhebber, maar ook hiervan staat er voldoende op. Zo is er een lekker swingende versie van “Little Red Rooster”. Maar zoals gezegd is de echte ”Nawlins” goed vertegenwoordigd, met oa. “Ya Ya” van Lee Dorsey en Professor Longhair’s “In The Night” . Hoogtepunt blijft echter “Louisiana”, indringend gezongen door Woody Woodford,. Kenny Sara, trouwens de drummer van de band heeft met deze cd gezorgd voor een mooie gumbo met kruidige ingredienten als jazz, blues en zydeco. Moest ik ooit in Disneyworld geraken, weet ik zeker waar ik ga eten/dansen.
(RON)



CHARLOTTE HATHERLEY
THE DEEP BLUE
Website: www.charlottehatherley.com
www.myspace.com
Mail: contact@charlottehatherley.com
Label: Little Sister Records / www.revealrecords.com
Distribution : Vital Sales and Marketing / www.vitaluk.com
Distr.: Munich Records / www.munichrecords.com

 

Charlotte Hatherley heeft na "Grey Will Fade" en een EP-tje "Behave" nu haar tweede solo-album uitgebracht onder de titel "The Deep Blue". In een recente verleden was deze zangeres zowel de gitariste als de stem van de groep Ash, waarvan ze in februari 2006 afscheid nam om aan een solo-carrière te beginnen met haar zelfgeschreven songs. Zij begeeft zich liefst in een omgeving van experimentele klanken en melodietjes waarop ze op onnavolgbare wijze haar teksten declameert. Deze CD begint met het instrumentale, filmische nummer "Cousteau", gevolgd door het ietwat mysterieuze "Be Thankful". Dan volgt "I Want You To Know" dat heerlijk ouderwets swingt in de stijl van bijvoorbeeld The Bangles, The Go-Go's of The Raveonettes. In "Wounded Sky" worden de calypso-gitaren van stal gehaald en wordt er flink op de bongo's getimmerd vooraleer over te gaan in een ronduit schitterende blazers-kakafonie. Over het algemeen lijkt het alsof Charlotte Hatherley er weinig zin in heeft en de nummers op een laid-back wijze ingezongen worden maar bij een tweede beluistering merk je toch dat er enkele verborgen meesterwerkjes in enkele songs verwerkt zitten. De producers van deze CD zijn Eric Drew Feldman, die zijn sporen eerder verdiende bij o.a. Frank Black en Deus, samen met Rob Ellis (producer van o.a. PJ Harvey en Madrugada) en Charlotte Hatherley zelf. De nummers kan je klasseren als post-punk songs met raakvlakken bij de muziek van David Bowie, Kate Bush of The Flaming Lips. Alle songs zijn door de zangeres zelf geschreven, behalve het zweverig gezongen "Dawn Treader" dat ze samen schreef met Andy Partidge (van XTC), niet toevallig een idool uit haar jeugdjaren. "It Isn't Over" is mijn favoriete song op dit album, lekker voortkabbelend op een vlotte riff en met Mazzy Star-achtige vocalen. "Roll Over (Let It Go)" is een mooie ballad die finaal uitmondt in een stevig stukje rock. Afsluiter "Siberia" gaat er tenslotte nog wat steviger rockend tegen aan en roept flardjes Kim Wilde bij me op. Al bij al geen te gemakkelijke plaat die toch enkele beluisteringen vereist om de eigenheid van de experimentele sound van Charlotte Hatherley te ontdekken. Maar eens je die te pakken hebt weet je dat "The Deep Blue" een waardige opvolger is voor "Grey Will Fade".
(valsam)