ROOTSTIME cd reviews

 



P.G. SIX
SLIGHTLY SORRY
www.myspace.com
Label: Drag City
www.dragcity.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

Singer songwriter P.G. Six (aka Pat Gubler Six) werkt al jaren in de marge, maar weet al enkele albums lang indruk te maken, zoals met zijn voorganger "The Well of Memory" (2004) waar Pat bewees één van de vruchtbaarste takken aan de freefolkboom van de Americana te zijn. Anders dan in zijn vorige band The Tower Recordings houdt hij het bij zijn persoonlijke project P.G. Six op mooie liedjes, eerder dan zich over te geven aan de excessen van de freakfolk. Met P.G. Six heeft hij een in eerste instantie hobbyachtig, doch nu toch zeer serieus te nemen project opgericht. Samen met zijn zeven gelijkgestemde medestanders brengt hij muziek die een pak toegankelijker is dan deze met zijn vorige band. Naast een klein beetje vreemd is zijn nieuwe cd "Slightly Sorry" vooral bloedstollend mooi en weet P.G. Six de luisteraar met zijn fluisterliedjes aan zijn lippen te kluisteren. Daarbij spint hij rond zijn teksten met een breed gamma aan instrumenten (waaronder een mellotron, een clavinet en de hurdy-gurdy), een breekbaar muzikaal web dat in de verte refereert aan Espers en andere gelijkgezinden. Dat P.G. Six hierbij geheel eigen accenten weet te leggen blijkt uit prachtige creaties zoals "I've Been Traveling", "Cover and Reprised" en "The Dance". Maar ook covers als Jeffrey Cains "Not I the Seed" en Bob Dylan's bekende traditional "Lily of the West" (uit Dylan's zijn gelijknamige plaat uit 1973) moeten daar niet bepaald voor onder doen. P.G. Six staat sterk onder invloed van de psychedelische folk die in de zestiger en zeventiger jaren werd gemaakt en laat dan ook prachtig verstilde akoestische gitaren combineren met hemelse samenzang en de groep weet het beste te kristalliseren uit hun overduidelijke invloeden. Het album is dan ook een tijdloos document geworden, dat zich met zijn rijke arrangementen en melodieuze prachtsongs laag na laag laat ontdekken door de fijnproever. Het geheim zit ‘m vooral in de songs. Ze klinken zo simpel, maar al na één kaar draaien zitten ze in je kop en veer je soms op, zoals bij een scheurende gitaar in het afsluitende "Sweet Music" of in het rockende "I’ve Been Travelling", songs waarmee P.G. Six met al zijn charmes de luisteraar volledig inpakt.



AMY SPEACE
SONGS FOR BRIGHT STREET
Website: www.amyspeace.com
Label: Wildflower Records / Navarre
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
www.cdbaby.com

 

Amy Speace maakte met haar debuut "Fable" veel indruk. Deze Amerikaanse actrice gaf haar baan op bij de National Shakespeare Company en stopte met lesgeven aan een theaterschool in New York, om een loopbaan te beginnen als singer-songwriter. Het centrale thema op dit debuut waren voornamelijk over verloren vriendschappen en relaties gebracht in een combinatie van pop en roots. Deze thema's vormen nog steeds het onderwerp op haar nieuwe album "Songs For Bright Street", een cd waarop Speace gewoon door gaat met het maken van heel veel indruk, want "Songs For Bright Street" is een geweldige cd. Allereerst vanwege de zang die voor heel wat kippenvel zal gaan zorgen de komende tijd. Speace beschikt over een krachtige stem die in de nummers met veel countryinvloeden dicht tegen die van Emmylou Harris of Lucinda Williams aanzit, maar in de nummers met meer popinvloeden ook regelmatig doet denken aan die van Tift Merritt. "Songs For Bright Street" valt niet alleen op door de geweldige zang, maar ook door de hoge kwaliteit van de songs. Songs die voor het overgrote deel vallen in de categorie Americana, wat uitstapjes richting country daar gelaten. De muzikale begeleiding varieert van uitbundig tot zeer sober, wat van "Songs For Bright Street" een afwisselende cd maakt. Amy Speace schrijft tenslotte mooie, intieme liedjes die een sterk autobiografisch karakter hebben. Hieronder veel tranentrekkers, maar ondanks al het leed is "Songs For Bright Street" een optimistische cd. Op het label Wildflower Records, is "Songs For Bright Street" verschenen en met dit album gaat Speace alvast definitief doorbreken. Deze nieuwe plaat werd geproduceerd door James Mastro en bevat dertien sterke nummers, allemaal door haarzelf geschreven. Amy Speace maakt pure Americana, zoals de ballads "Shed This Skin" en "Make Me Lonely Again", maar voegt hier ook eigentijdse elementen aan toe, zoals countryrock ("Not The Heartless Kind"), country ("Dreaming") en pop ("Step Out Of The Shade") waardoor de muziek fris klinkt. "Two" is een old-timey duet met Gary Louris van The Jayhawks, een verhaal over een muzikant die nog een optreden heeft te gaan en dan terug naar zijn/haar geliefde kan gaan, en is zowat het meest uitschietende nummer mede door de viool bijdrage van Soozie Tyrell (Bruce Springsteen). De warme sfeer door het veelvuldig gebruik van akoestische instrumenten maakt van "Songs For Bright Street" een tijdloos album dat menig zomeravond meer dan prettig zal opluisteren. Alles bij elkaar kunnen we "Songs For Bright Street" alleen maar bestempelen als een schijfje dat we zeker moeten koesteren. Onthouden dus die naam: Amy Speace.



THE SON ROBERTS BAND
YOU DON'T KNOW YET
Website: www.sonroberts.ca
E-mail: son@sonroberts.ca
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com

 

Tijdens een rondreis met enkele vrienden in de Mississippi Delta voelde Son Roberts hoe alles daar de blues uitademde en hoe hij geinspireerd werd om ook deze muziek te maken. Son Roberts zegt: "Alhoewel we zoals elke bluesband wel eens bekende traditionals van onder 't stof halen en wat updaten voor onze live optredens, vonden we dat deze cd over ons moest gaan, dus enkel eigen werk, en liefst wat autobiografische songs." Toen ze voor het bekende Lorraine Hotel stonden, kreeg hij inspiratie voor een song. Toen ze later bij een van de groepsleden samenkwamen om wat songs uit te werken voor hun debuutcd, bleek deze in Lorrainestreet te wonen, dus was er al een titel voor een van de songs, "Lorraine". Trouwens een erg mooi nummer. Ook "40 Bucks And a Beer" over hun karig loontje per persoon voor hun eerste optredens, is hun eigen verhaal. De sound van Son Roberts beschrijven is geen sinecure, ja het is blues en anderzijds is er ook heel wat invloed van pop en originele vondsten die het oude bluesstramien doorbreken, zoals momenten waarop de groep plots enkele zinnen a-cappella gaat zingen (in "More My Mojo"). De accordeon van Ed Roth brengt ook de nodige originaliteit in het bandgeluid en gitarist John Crosby speelt zijn mooie solo's en fills met de nodige terughoudendheid en juist gedoseerd, waardoor ze juist in waarde winnen. Mooi voorbeeld hiervan is "My Sun Is Shining on You", volgens mij de beste track op deze cd, waarop ook Son Roberts stem perfect uit de verf komt. Sterkste punt van de Son Roberts Band is echter hun eigentijdse benadering van de blues zonder al te ver buiten de traditionele paden te treden en té vernieuwend willen te zijn. Ook de ietwat aparte stem van Son en de feeling die er om zo te zeggen uitstroomt maken van deze "You Don't Know Yet" een bluescd die ik met plezier uit mijn (uitgebreide) collectie zal pikken om regelmatig te draaien. Originaliteit wordt altijd beloond!
(RON)



RAPHAEL WRESSNIG & ENRICO CRIVELLARO
MOSQUITO BITE
Website: www.raphaelwressnig.com
www.enricocrivellaro.com
Contact: office@raphaelwressnig.com
info@enricocrivellaro.com
Label: Pepper Cake
Distr: Zyx Music Gmbh
www.zyxmusic.de
zyx@cuci.nl


 

Raphael Wressnig is geboren in oktober 1979 ergens in Oostenrijk en begon de kunst van orgel en piano te bestuderen op zijn 16de. Zijn invloeden vond hij bij o.a. Jimmy Smith en Jack McDuff maar ook bij John Medeski en Larry Goldings. Door deze invloeden te mengen met zijn eigen stijl zorgde er al snel voor dat hij de stempel beter muzikant in de blues & jazzwereld kreeg opgepind. Enrico Crivellaro is dan weer geboren in Italië maar week later uit naar Los Angeles, al snel kreeg hij de erkenning die hij zocht als gitarist in zowel de blues, jazz, rock en countrywereld, dit om maar even te melden dat hij uit verschillende vaatjes tapt. In 2003 werd hij uitgeroepen tot beste bluesgitarist in Italië en een jaartje eerder mocht hij de nominatie van beste swinggitarist internationaal op zijn hoed spelden. Nu hebben beide heren hun talenten gebundeld om samen nieuw leven te brengen in wat men noemt een klassiek orgeltrio. Dat dit niet zo evident is mag wel duidelijk wezen maar met deze cd in de speler wordt het duidelijk dat het kan. Wat mag je verwachten van deze cd? Cool retro soul-jazz maar dan met een frisse hedendaagse wind. Alleen al de bezetting van drums, gitaar en Hammond B3 orgel brengen ons terug naar die legendarische trio’s van weleer. Acht van de tien songs zijn geschreven door zowel Enrico als Raphael en laten dan ook meer dan voldoende ruimte voor beiden om hun talenten uit te smeren. Al vanaf het openingsnummer ‘Speedin’ kan je moeilijk blijven stilzitten en heb je zin om te swingen. Dit gevoel gaat onveranderd verder met het titelnummer ‘Mosquito Bite’ waar we getrakteerd worden op een schitterende ouderwetse solo van Enrico. ‘Wally’s March’ brengt ons dan weer terug naar die oude Ballroom klassiekers en zou perfect passen in een film van Martin Scorcese. Verder ook mijn bewondering voor drummer Lukas Knöpler en de mooie trompetklanken van Scott Steen (bekend van de Royal Crown Reveu) op het nummer ‘Wally’s March’. Enkele van mijn favorieten zijn ‘Boom Bello’ (dit nummer klinkt alsof het zo uit hun mouw geschud werd tijdens een jam, heerlijk), het bluezy ‘Cherokee’ en het met een knipoog naar Muddy Waters achtige nummer ‘Franky Lee Goes Uptown’. Of beide heren reeds meermaals het podium met elkaar hebben gedeeld kan ik nergens terug vinden maar ze klinken alsof ze al jaren samen spelen. Hopelijk gaan deze heren in de toekomst ook samen de baan op zodat we ook live van deze heerlijke songs kunnen genieten. Het is in elk geval weer een prima visitekaartje voor beide heren.
Blueswalker.



THE ROBBER BARONS
KEROSENE COMMUNION
Website: www.therobberbarons.com
Email: web@therobberbarons.com
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com

 

Echt toepasselijk is dit album niet tijdens deze warme dagen van de maand july, vandaar dat we dit duistere album van harte aanbevelen, bij vrieskou, een dik pak sneeuw, erwtensoep en kaarslicht. Kortom een echt winters rootsrock album. The Robber Barons is een groepje oudere kerels uit de grote stad, namelijk uit San Francisco. Zij brengen hun platen zelf uit, want ze moeten niets hebben van grote boze platenbazen en doen alles lekker zelf. Toch hebben ze hiermee al heel wat bereikt omdat hun vorige plaat "Dragging The River" (2004) tal van goede recensies meekreeg. Zoals het Earwax Magazine schreef : "Runs the gamut from Americana to alternative rock without abandoning a pop sensibility." The Robber Barons kregen het label Americana al snel opgeplakt, daar ze dit genre eigenlijk overstijgen en gewoon hele mooie krachtige muziek maken. Hun nieuwe album "Kerosene Communion", is nóg mooier! The Robber Barons is een band die zich lastig laat vergelijken met andere bands omdat ze gewoon een heel erg eigen sound hebben. Ze gebruiken de sfeer en textuur van het oude vreemde Amerika zoals The Band ooit deed. Dan hoor je ook weer invloeden van het vroegere REM,16 Horsepower en Steve Earle die ook veel gebruik maken van hele uitgesponnen liedjes. Het ene moment is het rockachtig en het andere moment wordt er weer heel subtiel gemusiceerd met viool, accordeon, pedal steel, melodica, banjo en een meer folky sound. De tempowisselingen en arrangementen op dit album zijn absoluut niet voor de hand liggend, maar als je de plaat een paar keer hebt geluisterd kom je tot de conclusie dat alles op zijn plaats valt en dat hij bij elke luisterbeurt dieper onder je huid kruipt. Daarin doet het ook wel weer wat denken aan de sfeer en arrangementen van de platen van The Replacements. Hoewel de zangers van The Robber Barons, Nik Edwards (elektr.gt;, banjo) en Kevin Johnson (akoest.gt.) wel weer een heel ander soort stemmen hebben. Verder bestaat dit vijftal uit Alex Holderness (bas), Jeff Kingman (drums) en William Earl (elektr.gt.). Kortom: Op opvolger "Kerosene Communion" maakt de band een enorme sprong voorwaarts. De songs zijn overtuigender, de band heeft een balans gevonden tussen Southern-rock en het meer ingetogen country-noir werk. Van een veelbelovend debuut naar een plaat die we best een bescheiden meesterwerk durven noemen.



DAVID BROMBERG
TRY ME ONE MORE TIME
Website:www.davidbromberg.com
Label: Appleseed Recordings
www.appleseedrec.com
Joevinyl@aol.com
Distr.: Music & Words
www.musicwords.nl

 

 

Na 17 jaar afwezigheid van de folk en bluesscene is David Bromberg er weer. Na een burn-out van het vele optreden in de jaren 80, besloot hij vioolbouwer te worden, en tot op heden heeft hem dat geen windeieren gelegd. Enkel in 1990 maakte hij nog een CD. ”Try Me One More Time” vraagt David Bromberg ons nu. Okee, David, maar we hebben het allemaal al zo vaak gehoord, en meestal in betere versies, dat is het spijtige. David Bromberg is een meestergitarist, zoveel is zeker, maar zijn vocale prestaties missen het vuur van de originele versies. Het klinkt meestal echter nogal zoutloos en daarbij vragen we ons ook nog eens af waarom een man met zoveel ervaring kiest voor steeds weer die overbekende covers. Zo is er een van de beste Dylan songs "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry" dat reeds zoveel maal is gecoverd, maar alle versies die ik thuis in mijn bezit heb, overtreffen deze zonder moeite. Zelfs een Robert Johnson song als "Kind Hearted Women" is hier met een koude low key stem gezongen en zo gaat het jammer genoeg nummer na nummer verder. Muziek voor bij het haardvuur, een beetje oudbollig. Vakmanschap zonder vuur of emotie. De burn-out is duidelijk nog niet helemaal weg bij David Bromberg.
(RON)



LARRY "SUNDANCE" PIATT
LIVE WIRE
Website: www.larrypiatt.com
E-mail:Info@LarryPiatt.com
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com

 

 

Als deze Larry Piatt zou opgepikt worden door een "major company" zou waarschijnlijk 't geld binnenstromen. Mits een goeie dure promotiecampagne, wat airplay op de grote country & western radiostations, en de buit was binnen. Want hitpotentieel hebben een aantal songs op deze cd zeker. Dit is dan ook het soort country waar de Amerikanen plat voor gaan. Traditionele sound maar met dat tikkeltje pop-invloed. Spijtig genoeg krijgen weinig artiesten nog de kansen en mogelijkheden die er een aantal jaren geleden waren, en moeten ze nu hun eigen boontjes doppen. Als Larry 10 jaar vroeger geboren was prijkte zijn naam nu waarschijnlijk tussen die van mensen als Garth Brooks, Travis Tritt en Alan Jackson. Zover is het dus nog niet voor Larry Piatt, maar zijn debuutcd mag er wezen. Traditionele moderne country dus, zoals ik al zei met alle stijlen netjes vertegenwoordigd. “She’s Sleaping Like A Baby” is een mooie ballad, met een beetje vroegere Eagles invloeden, “Live Wire” balanceerd dan weer op de rand van country en pure rock & roll. Echte cowboy songs zowel qua tekst als muziek zijn “Keep The Farm In The Family” en ook “Society” over het gerenatieconflict, de oude traditionele waarden en de moderne hedendaagse cowboy. “Simple Man” gaat even in de alt.country richting en doet aanvankelijk wat denken aan Steve Earle bij de intro, maar blijkt toch braaf binnen de lijntjes. Opgenomen en gemixt werden de nummers in Nashville. Larry heeft de typische country-voice, mooi, maar zonder eigen herkenbaar timbre en de songs zijn sterk en afwisseling is er in overvloed. Voor liefhebbers van echte country, laarzen aan, Stetson op je hoofd en naar de cd- winkel (of wat daarvoor tegenwoordig moet doorgaan:die plasma en computerzaken met cd-hoekje).
(RON)



DANNY & DUSTY
CAST IRON SOUL
Website: www.stevewynn.net/bandcom
www.myspace.com/dannydusty
Mail: info@bluerose-records.com
Label: Blue Rose Records
www.bluerose-records.com
Distributie: Sonic Rendezvous
www.sonicrendezvous.com


 

Ongeveer 20 jaar geleden besloten Dan Stuart en Steve Wynn om even uit hun dagdagelijkse activiteiten te stappen en samen een zijsprongetje te maken door als Danny & Dusty een elpee vol te spelen met de titel “The Lost Weekend”. Dan Stuart maakte naam als gitarist bij “Green On Red” terwijl Steve Wynn de stuwende kracht was bij “The Dream Syndicate” en later bij “The Miracle Three”. Met “The Lost Weekend” hadden ze – allicht zonder het zelf te beseffen – een plaat gemaakt die van grote invloed bleek te zijn op enkele pioneers van de nieuwe alt.countrybeweging zoals daar zijn Uncle Tupelo en Whiskeytown. Sinds kort wonen beide heren in New York en toen Dan Stuart (Danny) vernam dat Steve Wynn (Dusty) zijn enkel had gebroken zag hij dat als de ideale aanleiding om hem te vragen om samen een nieuwe plaat voor te bereiden als Danny & Dusty. Wynn vond dat een goed idee en het resultaat is de CD “Cast Iron Soul” die volgende week in de platenzaken verschijnt. Voor dit album werd het duo geholpen door Bob Rupe (The Silos, Cracker), Johnny Hott (House Of Freaks, Sparklehorse), Stephen McCarthy (nu The Long Ryders) en Chris Cacavas (ook Green On Red) die hen twee decennia geleden ook al bijstonden voor “The Lost Weekend”. Voor de produktie van dit album tekende JD Foster. Op “Cast Iron Soul” kunnen we 12 zelfgepende songs terugvinden waarvan het plezier bij de makers ervan afdruipt. Enkele titels ter illustratie : “The Good Old Days” (waarin grapjes gemaakt worden over de enkelbreuk van Steve Wynn), “Last Of The Only Ones”, “Thanksgiving Day”, “It’s My Nature”, “JD Blues” en de afsluitende ballad “That’s What Brought Me Here”. De eerste 5000 CD’s van “Cast Iron Soul” bevatten overigens een DVD van een Danny & Dusty live-optreden uit 1986 in LA, echt pionierswerk dus. Dat beide muzikale heren het uitermate goed met mekaar kunnen vinden komen ze in april live tonen in de Benelux, samen met de volledige hierboven beschreven groepsbezetting. Op dinsdag 10 april staan ze op het podium van de ABBox (Ancienne Belgique, Brussel) en op zaterdag 21 april zijn ze één van de headliners op het Blue Highways-festival in Vredenburg-Utrecht. Zie in dit verband ook de homepage van Rootstime en win 5 x 2 vrijkaarten voor dit topfestival dat een must is voor liefhebbers van rootsmuziek. Hopelijk dient Steve Wynn niet opnieuw iets anders in zijn broze lijf te breken om de heren tot een derde album te bewegen en moeten we ook niet nog eens 20 jaar wachten. Het succes dat hen zeker te beurt zal vallen bij deze live-tour zal hen hopelijk wel al op goede gedachten kunnen brengen.
(valsam)



THE TWISTERS
AFTER THE STORM
Website: www.twisters.ca
Email: david@twisters.ca / keithpicot@gmail.com
Label: Northern Blues / www.northernblues.com
Distr.: Parsifal / www.parsifal.be

 

 

De Canadese Twisters waren vorige weken voor het eerst in Belgie en Nederland en hun nieuwe cd "After The Storm" klingt veelbelovend. 2003 Juno Nominees and Canadian Independent Music Award winners voor het beste "Best Blues Album van het jaar" voor de tweede release "Long Hard Road" (2002), behoren The Twisters tot de "hardest hitting acts" in de bluesscène. Na hun liveplaat "Live At Harvest Fest" is "After the storm" nu hun vierde cd, een titel die verwijst naar de persoonlijke tragedies die de Canadezen moesten verwerken, want bassist James Taylor overleed in 2005 bij een auto-ongeluk en drummer Matt Pease raakte ernstig gewond. Rampspoed trof de groep op zaterdag 29 oktober 2005, toen een tractor-trailer kantelde en naar beneden gleed. Het gevaarte boorde zich in de vrachtwagen van bassist James Taylor en diens passagier Matt Pease. Hun voertuig kwam weer in botsing met de achteropkomende auto van collega-bandleden David Hoerl en Brandon Isaak. Bassist Taylor (33) overleed ter plekke. Als gevolg van het ongeval moest bij drummer Pease een nier worden verwijderd. Bandleider Hoerl kwam er vanaf met een gebroken vinger, Isaak bleef ongedeerd. De hechte bluesgemeenschappen van Calgary en Edmonton kwamen vrijwel direct in actie en hielden een benefiet voor de band. De muzikanten besloten vervolgens dat ze wel verder moesten gaan. Ze maken tenslotte blues, een genre waarin persoonlijke trauma's en de pijn van het leven een belangrijke rol vervullen. Met de nieuwe bassist Keith Picot begonnen The Twisters aan een reeks jamsessies. De uitprobeersels leidden tot deze nieuwe cd, opgedragen aan Taylor. En met respect voor de bluestraditie, swingen The Twisters wederom geinspireerd door drie vocalisten, verweven met gitaar, harmonica, dobro, banjo en orgel. Alle leden brengen hun muzikale talent en invloed naar voren, wat resulteert in een potpourri van "Blues Cuisine". Van de Mississippi Delta tot vroege Chicago shuffles, van geinfecteerde Texas grinders tot West Coast jump en funky swamp-soaked Louisiana rhythmes. Gewoon R&B in de stijl van The Fabulous Thunderbirds van deze dynamische band die bestaat uit frontman David Hoerl (harmonica, vocals) geboren in San Francisco en heeft al op het podium gestaan samen met o.a. Mike Bloomfield, Albert Collins, Big Mama Thornton en Sonny Rhodes. Brandon Isaak a.k.a. Yukon Slim (gitaar) sinds 1999 bij de Twisters, deelde het podium o.a. met Robben Ford, Rusty Zinn en Canned Heat. Matt Pease (drums) speelde met Kenny 'blues boss' Wayne en Edgar Winter en Keith Picot, de nieuwe drijvende kracht achter de Twisters met zijn staande bas. En als dit nog niet volstaat, op deze cd worden ze daarbij swingend bijgestaan door de boogie-woogie/pianist Kenny “Blues Boss’ Wayne, die in 2005 nog een Juno Award kreeg. Buiten elf originals treffen we slechts één cover, het zeer korte afsluitende "Bye Bye Bird" van Sonny Boy Williamson. Onze voorkeur gaat voornamelijk naar de meer up-tempo shuffles als "When Your Memory Goes Away" en "Thick Or Thin", waarin Hoerl bevestigd wat voor een virtuoos harmonicaspeler hij wel is en waarom hij uitgeroepen is tot de top harmonica speler van Canada. Kortweg: Ondanks het nieuwe elan zal de herinnering aan de gebeurtenissen van oktober 2005 nooit vervagen, maar de traditionele blues op "After The Storm" is muziek die aangenaam wegluistert en vooral bewijst dat The Twisters van alle markten thuis zijn.



DAGMAR AND THE SEDUCTONES
COME BACK TO ME
Website: www.theseductones.com
info:seductones@gmail.com
Label : TYM records
www.tymrecords.com
www.cdbaby.com/cd/dagmar2

 


IT ROCKS, IT ROLLS, IT BOPS, IT STROLLS ! (CD Baby)

 

Andrea Dagmar & the Seductones hebben "iets" met Belgie ... hun debuutalbum "Little Bitta Love" (zie rev: Feb '05) werd destijds door ondergetekende en collega Ben Vanhoegaerden (ex - Rootstown nu MazzMuzikas) met aardig wat complimentjes bedolven. Twee geblokte rootsrockers die wel pap lusten van "Food for the Jukebox" zoals Ben terecht de sound van dit bandje uit North Virginia omschreef. Met de opvolger "Come Back to Me" wijkt the Red Hot Mama geen duimbreed af van de succesvolle combinatie die van "Little Bitta Love" een voltreffer maakte. Opener "Get Ready ...You Ain't Heard Nothin' Yet" is veelzeggend... en de geschikte voorbode voor een aantal rockabillysongs die swingen als de pest. "Bad Sad Or Mad" met Chris Watling op baritone sax , "As Long as I'm Moving" (im going north, east, south, west), "Come and Get It" en "you Said" draaien er geen doekjes om ... 'Good Old' Wanda Jackson en de jongere generatie (Josie Kreuzer, Marti Brom, Rosie Flores, Kim Lenz, Gail & the Tricksters, Lil' Bit & the Customatics, Ruthie & the Wranglers, Dawn Shipley, the Stumbleweeds ... ) zijn met deze gewaarschuwd ... er is stevige concurrentie op komst. Vooral omdat Dagmar & band ook buiten de rockabilly lijntjes durven kleuren met een prima cover van Don Covay (& the Goodtimers) & Ron Miller's rhythm & blues pareltje "Have Mercy, Mercy" (Jimmy Hendrix was van de partij op het originele nummer) maar ook met "I'm not Going to Cry" een tearjerkertje in de beste Patsy Cline traditie. Of met de schitterende cover van Memphis Minnie's "Me and My Chauffeur Blues", het meezingertje "I Don't belie -i iiiiiii e- ve , that you lo-o-o-o-ve me no more... "Hush Your Mouth" (Huey 'Piano' Smith), het naar Joan Jett/Blondie refererende "Not My Concern" en het zelfgepende rumba - cha -cha -cha titelnummer "Come Back to Me". Dagmar kan voor dit album rekenen op een hechte band die ook al met uitzondering van drummer George Sheppard van de partij waren op het debuutalbum en dat betekend tevens dat echtgenoot Bob "Newcaster" Swenson / guitar en Bryan Smith / bass wederom talrijke open doekjes in de wacht slepen voor hun muzikale bijdrage. (met bijzondere aandacht voor "That Doghouse Double Bass"). Dagmar and The Seductones play high voltage, vintage rock 'n' roll, boppin' roots and rip roarin' rockabilly en zouden 'verrekt' graag hun muzikale kunstjes willen tonen in Europa ....