ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006


 


 


 

 

 


PATTI WITTEN
TELL THE WIND
Website: www.pattiwitten.com
Email: info@pattiwtten.com
Label: Potent Folk Records
www.cdbaby.com/cd/witten4

 

“Patti's new record is beautiful, her voice is so radiant, and the writing is better than ever.”
— Rosanne Cash


"Tell The Wind" is het vierde album van Patti Witten, een inwoonster van Ithaca in de staat New York, wiens muziek niet beter omschreven kan worden als "Lyric-driven acoustic rock and folk-pop". Witten wordt publicitair ondersteund door niemand minder dan Rosanne Cash en hier en daar werden al vergelijkingen gemaakt met Shawn Colvin, Joni Mitchell en Aimee Mann betreffende haar gepolijste folk-rock en op Americana gebied met Lucinda Williams, omwille van haar teksten en het hele kleine beetje twang in de muziek. Witten wordt wederom op deze CD ondersteund door een solide band, met daarin veel aandacht voor subtiele gitaarwerk van onder andere Rich DePaolo, die ook de productie voor zijn rekening neemt. Sinds haar onopgemerkte debuut uit 1999, "Land of Souvenirs", een miniplaat, "Prairie Doll" en "Sycomore Tryst" uit 2004 is Witten, wat heet, een professionele zangeres. Witten beschikt niet meteen over de meest opvallende zangstem in de geschiedenis van de popmuziek, maar we hebben ook nooit beweerd dat het een vereiste voor een goede plaat. "Tell The Wind" is in de eerste plaats een verzameling van tien volwassen en fraai uitgewerkte folkliedjes uit de grote stad. De sfeervolle liedjes vallen eenvoudig in het hoekje van potente folk, pop en Americana te duwen. "Tell The Wind" moet het hebben van de alleraardigste productie en een handvol uitschieters, waaronder de titeltrack, het atmosferische "No More Crying" met het prachtige pedal steel-werk van Robert Powell, het rootsy "Perfect Blue", een nummer dat ze zelf schreef met Rich DePaolo, en misschien wel het zogenoemde prijsnummer van de cd, "Dandelion", een Stones cover, de enige cover op deze plaat, waarvan ze een warm klinkende folky song maakt. In vergelijking met "Sycamore Tryst" is deze "Tell The Wind" wederom een stap voorwaarts. Of dit haar het succes oplevert dat ze verdient is te alleen maar te hopen.

 



 

 

 


JENNIE STEARNS
BIRDS FALL
Website: www.jenniestearns.com
www.myspace.com/jenniestearns
Info: jenniestearns@lycos.com
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/stearns3

 

Jennie Stearns (meisjesnaam Brandhorst) is een Amerikaanse singer-songwriter. Naast haar muziekcarrière werkt ze in een muziekwinkel in Trumansburg (New York) en is ze mede-eigenaar van een muziekwinkel in Ithaca.... ook de woonplaats van Patti Witten (zie recensie hierboven). Haar liedjes zijn in folkstijl met soms een lichte alternatieve country-invloed. De teksten zijn breekbaar en melancholisch, evenals de muziek, al is die soms onverwacht vrolijk. In 1998 verscheen het album "Angel With A Broken Wing" gevolgd in 2002 met het album "Sing Desire". Het jaar daarna tourde ze door Nederland, zowel solo als een aantal optredens met Johnny Dowd. Muzikaal zou je haar ergens tussen Joni Mitchell en Lucinda Williams kunnen plaatsen, al willen we hier toch de lat wat hoger leggen als bij Patti Witten. Nu haar kinderen wat groter zijn, heeft Stearns meer tijd om zich aan de muziek te wijden. Gelukkig voor ons als liefhebbers, want haar muziek vormt zonder twijfel een aanwinst voor het roots- en Americana-genre. Haar songs -veelal rustig werk- brengt zij vrij ingetogen. De muzikale omlijsting is vrij conventioneel en vaak op enkele akkoorden gebaseerd. Een geheel dat breekbaar en wat herfstig bij me overkomt, maar onmiskenbaar een prachtige sound oplevert, getuige haar nieuwe plaat "Birds Fall", die ze met producer Gurf Morlix in Austin heeft zitten klaarstomen. En als u weet dat die Morlix vroeger werkte met Ray Wylie Hubbard, Slaid Cleeves en Lucinda Williams om er maar een paar te noemen, mogen we weer een super album verwachten. "Birds Fall" vertoont dromerige soms donkere Americana die je eigenlijk pas op waarde kunt beoordelen na een keer of drie te beluisteren, omdat het zich pas dan diep in je ziel gaat nestelen. Wees niet ongerust, dat het dan is, want ook daarna groeit dit album door om uiteindelijk te eindigen op ongekende hoogte, die voorheen slechts werd bereikt door dames als Lucinda Williams, Emmylou Harris, Mary Gauthier of Aimee Mann. Met die laatste vertoont ze trouwens ook een opvallende stemverwantschap. Alle dertien liedjes werden geschreven door Jennie, en klinken sfeervol loom en zijn hier en daar voorzien van hightech momenten, maar ondanks van deze gekke geluidjes blijft alles prachtig in balans. Hartverscheurende songs zijn wel het titelnummer, "Everything" en "Step into the Picture", trage ballads waarin Stearns op haar best is. Ontroering alshetware die ook niet meer wegging doordat "Birds Fall" allemaal van die prachtige liedjes telt, met telkens weer andere unieke elementen die haar intens weemoedige stem ondersteunen. Als je dan weet dat naast Gurf Morlix enkel Rick Richards (drums) en Jim Lauderdale op een tweetal tracks vocale ondersteuning geven is de kwaliteit op deze plaat zeker verzekerd. "Birds Fall" zou wel eens de terechte doorbrak van deze uitzonderlijke laatbloeier kunnen markeren en dat hopen we hier bij Rootstime allemaal.



BART BRYANT
FEEL THING
website : www.bartbryant.net
label : Eigen Beheer
info : bartmusicworks@yahoo.com
www.cdbaby.com/cd/commanderbryant2

 

 

Bart ... who? Bart Bryant ... who? Google slaat je om de oren met info maar jammer genoeg blijkt die BB een collega van Tiger Woods te zijn en laat de golfsport nu niet bepaald mijn ding zijn .... De singer/songwriter/gitarist Bart Bryant integendeel kan mij wel bekoren vooral om dat zijn album "Feel Thing" een leuk allegaartje is van shuffle blues, blues rock, jazz, swing & funk en zelfs een vleugje country (Eastside Flash op dobro). Van een nieuwkomer in het wereldje is er geen sprake want Bryant is al enkele decennia aktief, nam in de jaren '80 zelfs het album "Revolution in the Puppet House" op met zijn toenmalige band Current. De verhuis naar Austin Texas gaf zijn carrière een nieuw elan en onder leiding van het duo Frank Campbell/George Coyne zag het album "Bart" het levenslicht in 2000 (www.cdbaby.com/cd/bartbryant). De volgende stap in zijn muzikale ontwikkeling was de samenwerking met die andere Texaanse bluesrocker Curt Commander en boegbeelden Gary Primich, Skip Nowlin en Rodney Craig. Het resultaat was het mini - album Commander-Bryant (zes songs) dat nog steeds verkrijgbaar is (www.cdbaby.com/cd/commanderbryant). De rode draad in dit verhaal is dat niemand minder dan levende legende Floyd Domino (piano) steeds van de partij is en dat is niet zo relevant in dit voornamelijk bluesgetint gezelschap. Hij laat het zeker niet aan zijn hart komen en samen met ondermeer Kent Melilo op harmonica, 'the blistering (slide)guitars, smooth vocals from BB, powerful bass lines & kick'in drums' steken zij een leuk album in mekaar. Last but no least ... take care .... because the horns will blow your mind!

 



 

CHRIS CHARLES
THE FOLKSINGER
Website: www.twangmusic.net
E-mail: chris@twangmusic.net
Label : Twang Music
www.cdbaby.com/cd/chrischarles

 

"The Folksinger" is de vierde solo-cd van Chris Charles en komt na zijn zijstapje met vriend en muzikale collega Tim Otto in een duo-album "Heroes Of The West" uit 2005, een jaar waarin hij ook zijn vorige solo-album "The Folk Code" aan de wereld toevertrouwde. Zijn muziek omschrijft Chris Charles als Anti-Nashville Country Folk Rock met extra nadruk of folk. Op "The Folksinger" wordt er nadrukkelijk gekozen voor meer akoestische troubadoursongs in een haast naakte muzikale omkadering. Singer-songwriter Chris Charles komt uit Portland, Oregon en probeert in zijn teksten een boodschap te verwerken over onderwerpen die er toe doen in de hedendaagse wereld, zoals de milieuproblematiek, de impact van de industrialisering, commercialisering en van de toenemende egotripperij in onze maatschappij ("I Don't Want To Talk To A Machine") en de politieke incorrectheid. Er zit wat Dylan, Byrds, Everly Brothers en Beach Boys in de muziek, niet toevallig ook muzikale favorieten van de artiest zelf die toegeeft vaak en graag op de retro-toer te gaan. Toen Chris Charles zijn eerste solo-album "The Road Of Life" uitbracht in 2003 was hij meer dan 15 jaar uit de muziekbusiness gestapt nadat hij in de jaren '80 deel uitmaakte van "The Surf Cowboys" als bassist. Eerder had hij ook al drums gespeeld en leerde hij de gitaar te betokkelen. En dat kwam nu allemaal goed van pas, want op "the Folksinger" speelt hij alle instrumenten zelf, behalve mondharmonica op "Big Cow" waarvoor oude gabber Tim Otto even van stal werd gehaald. In "The Good Samaritan" geeft hij een geheel eigen versie van het bijbelverhaal, sterk aangepast aan de 21ste eeuw. Een algemene beoordeling van dit album is dat het vlotte nummers bevat met toch behoorlijk wat country-invloeden en een goede zanger die de nummers stuk voor stuk op een aangename wijze brengt.
(valsam)
Discography :
The Road Of Life - 2003
Lone Wolf - 2004
The Folk Code - 2005
Heroes Of The West - 2005 / Tim Otto & Chris Charles
The Folksinger - 2006



STONE CITY STRAGGLERS
IT'S NEVER TOO LATE TO MEND
Website : www.stonecitystragglers.com
Info : www.myspace.com/stonecitystragglers
Label : Eigen Beheer
info : www.myspace.com/stonecitystragglers
www.cdbaby.com/cd/scs3

 


"If you knew when your time was coming to an end ... What would you mend ? Would you be happy with the things left unsaid ? It's never too late to mend".
(Brent James)

Het album "It's Never Too Late to Mend" is onze eerste kennismaking met the Stone City Stragglers. Op zoek naar informatie over het bandje kwamen wij al vlug terecht bij een recensie van collega Bart Ebisch (nu Hanx vroeger Alt. Country, NL) die de voorganger "the Last Resort" (2004) onder handen nam. Een band met perspectieven zou blijken maar blijkbaar niet in die mate om de man volledig te overtuigen. De opvolger "It's Never Too ..." zal dat ongetwijfeld wel doen, want het zestal uit Joliet, Illinois brengt een aanstekelijke mix van traditionele country, alt. country, folk, bluegrass, rock. Brent James (vocals, acoustic & electric guitars, harmonica) en Phil Lazzari (vocals, mandolin, acoustic & electric gt.) nemen de meeste songs voor hun rekening al doen de dames Karen Moats (percussie, vocals) en Allison Moroni (vocals, acoustic gt.) ook hun duit in het zakje. Enkel de klassieker "I'm so Lonesome I Could Cry" van Hank Williams kwam ditmaal in aanmerking om (schitterend!) gecoverd te worden. Buddy Miller, Camper Van Beethoven, Calexico, Gillian Welch worden door de bandleden vooruitgeschoven als bijzonderste inspiratiebronnen al kan ik Jamey Darmold op My Space Music geen ongelijk geven wanneer hij beweert dat de the Cowboy Junkies ook in aanmerking mochten komen. Songs als "Hot Tar & Rain", "Time Well Spent" en "Under The Sleeve" leunen erg dicht aan bij het hobbyclubje van de familie Timmins. Toch zijn The Stone City Stragglers er in geslaagd om met dit album hun eigen identiteit verder uit te bouwen, ondermeer de instrumentals "It's Never too Late" en "The Uprising", het a-capella begin en de harmonieuze samenzang op "Freakshow Addiction", de toevoeging van een erg leuk orgeltje op "I Fell Numb", het oordeelkundig aanwenden van een accordion op "Time Will Spent" en "Hot Tar & Rain" zijn daar expliciete voorbeelden van. Met "Comfort the Drug" hebben de SCS een potentiêle radiohit in wording, "Big River Blues" zou destijds een millionseller geweest zijn voor Fleedwood Mac en met een song als "Magnolia" zou meer dan de helft van het Americana wereldje in zijn nopjes zijn. "Six Feet Under" is een leuk in het gehoor liggend bluegrassje, met "White Collar Men" en "Piece Of the Pie" tappen de SCS uit een heerlijk rockvaatje en doen ons besluiten dat het album "I't's Never Too Late To Mend" een stevige voltreffer is. Bovendien werd er bijzonder veel aandacht geschonken aan de artwork van het digi-packje waar de afgebeelde skeletten nu eens niet doen denken aan dood en droefenis maar symbool staan voor de wedergeboorte van leven, liefde en respect.



KENNY ROBY
THE MERCY FILTER
Website: www.kennyroby.com
www.myspace.com/kennyroby
Email: kennyrobyinfo@earthlink.net
Label: Pulp Recordings
pulpinfo@earthlink.net
www.cdbaby.com/cd/kennyroby2

 

Deze CD is een echte aanrader. Ik heb hem deze week al 5 keer volledig laten uitspelen wat van niet veel andere schijfjes kan gezegd worden. In 13 songs weet deze band mij alvast meteen te overtuigen van hun grootse kwaliteiten. "Rather Not Know" en "Mercury's Blues" - een live album met Neil Casal - gingen vooraf aan deze derde CD "The Mercy Filter". Kenny Roby is nu een groep met 5 leden (Scott McCall, Mark O'Brien, Justin Faircloth, David Kim, Ray Duffey) en met singer-songwriter Kenny Roby als drijvende kracht. Roby was eerder de voorman van een mij onbekende band met de naam "6 String Drag". Tijdens zijn lange carrière heeft hij opgetreden met de groten der aarde zoals Buddy en Julie Miller, Son Volt, The Jayhawks, Whiskeytown, Richard Buckner, Matthew Ryan, Robert Earl Keen, Tres Chicas en The Gourds. Opener op "The Mercy Filter" is "New Day" dat meteen naar de strot grijpt om niet meer los te laten. Afwisselend swingend en rootsrockend en daarna weer prachtige soulvolle ballads, allemaal met schitterende vocalen en teksten waarover serieus is nagedacht. Hoogtepunten - als je dan toch iets hoger moet plaatsen dan de rest - zijn de rustigere songs "Everything Goes Black", "Bettin' On The Blues", "Not For You" (extatisch, zwaarmoedig, om bij te janken, man ..man ...man), "Evidently You" (poepsimpele melodie, orgelriffje - met grote stip), "Foot Soldier" en "Lead Dancer's Dance", maar ook de songs met schwung zoals "New Day", "The Liver" en "The Committee" evenals afsluitend walsje "Still Breathin' At the King's Motel" blijven oorstrelend. In de wat stevigere nummers hoor je invloeden van Elvis Costello en van John Hiatt, wiens typische ballad-vocals ook reflecteren in haast alle bovenstaande rustige songs. Deze band uit Raleigh, North Carolina wordt niet voor niets gerespecteerd door artiesten als Steve Earle en Ryan Adams, waarvoor ze destijds nog het voorprogramma verzorgden als die optrad met Whiskeytown. Adams noemt Kenny Roby als één der meest onbekende singer-songwriter talenten. Een sublieme revelatie en een waarachtige openbaring voor (valsam).



 

 

BRUCE MOLSKY
SOON BE TIME
Website: www.brucemolsky.com
Label: Compass Records
www.compassrecords.com


 

Op Compass Records verscheen een mooie fiddle CD van Bruce Molsky. Molsky is een traditioneel geschoold fiddler die voor deze CD een 15 tal werkjes verzamelde. Molsky vormt de link tussen Celtic folk en Amerikaanse mountainmuziek. Hij is een multi-instrumentalist op viool, banjo en gitaar, die op zijn nieuwe album "Soon Be Time" een combinatie van instrumentals en gezongen nummers laat horen, waarbij wisselend viool en banjo de boventoon voeren. De afwisseling zit hem verder in de genres die Molsky bespeelt. De ene keer geeft hij je het gevoel dat je ergens in de hooglanden in Schotland vertoeft, de andere keer is de intonatie duidelijk van over de oceaan. Het muzikale c.v. van Molsky liegt er bepaald niet om. We troffen zijn naam in het verleden ondermeer al aan op platen van Mike Seeger, Liz Carroll & John Doyle, Dirk Powell, Kevin Burke, Stuart Duncan, Bill Frisell en Tony McManus om er maar een paar te noemen. En met albums achter zijn naam als "Warring Cats", "Lost Boy", "Big Hoedown", "Poor Man's Troubles" en "Contented Must Be" bewijst hij nog steeds volop op eigen benen te kunnen staan. Appalachian- en akoestische blues en Ierse folk songs wisselen elkaar af op deze 15 liedjes met Molsky overtuigend als zanger en instrumentalist. En daarbij gaat Molsky dus ver terug in de tijd, terug naar de traditionele Amerikaanse muziek. "Soon Be Time" is een album die de liefhebbers van deze onmiskenbaar traditionele muziek beslist goed zal doen. Wonderschone, naadloze overgang van zang naar instrumentaal. Real 'old time', inderdaad!



 

 

ROSCOE PROJECT
OUTSIDE OF RENO
Website: www.laurenceroscoe.com
www.myspace.com/roscoeproject
Email: management@laurenceroscoe.com
Label: Mapl

 


Roscoe Project is het geesteskind van ene Laurence Roscoe, een multi-instrumentalist geboren in Schotland maar nu gevestigd in Toronto Canada. Hij is vooral actief als bassist in 2 andere bands genaamd Mark Ripp & The Confessors en de Jeff Getty Band. Daarnaast heeft hij ook nog zijn eigen opnamestudio Renaissance Sound Studios, inderdaad een manusje van alles. In zijn lange jaren als muzikant heeft zowat in alle soorten bands gespeeld, van funky tot ska en zelfs enkele jaren de instrumenten aan de kant gezet om zicht te focussen op zijn studio en werk als producer. Maar het alom bekende spreekwoord “het bloed kruipt….”. Slaat ook bij hem weer toe en in 1997 leent hij zijn muzikale diensten weer live uit aan Speed Orchid, een Brit-popband. Waarom vertel ik jullie dit allemaal? Wel, omdat jullie dan misschien beter begrijpen dat we hier te maken hebben met een cd die vol zit met verschillende muziekstijlen, van funk naar fm-rock tot zelfs rock-folk. Je kan de muziek van Roscoe Project het best omschrijven als singer-songwriter muziek. Alle twaalf de nummers zijn van eigen makelij en getuige van zeer hoog kwaliteitsniveau. Laurence Roscoe wordt op deze cd bijgestaan door Joe Calbery op bas en Richard Baker op drums. Verder horen we nog Damien Villeneuve op viool en Sean O’Connor op sax. Alle andere instrumenten die je hoort mag je op naam van Roscoe schrijven. Niet alleen beheert hij deze instrumenten uitstekend maar verder is hij ook nog gezegend met een paar stembanden om U tegen te zeggen. Om jullie een idee te geven hoe deze band klinkt kan ik vergelijkingen noemen met Crosby, Stills & Nash , Tom Petty & The Heartbreakers en Venice. Dit is muziek met een hoog radiogehalte, muziek die je in de wagen aangenaam gezelschap houdt en verder voorzien van de nodige easy listening songs om de cd ook in je huiskamer af te spelen tijdens de kille winteravonden. M.a.w. "Outside Of Reno" is een cd om U tegen te zeggen, ook al is het verre van blues.
Blueswalker



THE CORDWOOD DRAGGERS
A STARLIT SHINDIG WITH
website : www.cordwooddraggers.com
www.myspace.com/cordwooddraggers
Label : www.eltororecords.com
Distr.: Bertus / www.bertus.nl
www.cdbaby.com/cd/cordwooddraggers2


"ONLY THE CORDWOOD DRAGGERS ARE 100% HILLBILLY" - (My Space Music)


Niet alleen El Toro Records boss Carlos "Diddley" Diaz is danig onder de indruk van The Cordwood Draggers (... "I knew from the first I heard if it that it was going to be smash it. I bopped, I strolled - I fell down drunk with excitement") maar ook collega's laten zich erg lovend uit over the Cordwood Draggers. ( Arsen Roulette -"GREAT ALBUM WITH A GREAT BEAT!", Shaun Young - "This is one mighty fine album!"). Met "A Starlit Shindig With" zijn de jongens uit Londen al aan hun derde album toe dat op het vermaarde El Toro Record label verschijnt. Mick Cocksedge (vocals, rhythm gt), Eddie Potter (lead gt, lap steel), Nick Hoadley (double bass - vervanger voor José Espinosa) en drummer Tony Hildebrandt lieten er geen gras over groeien in de studio... twee dagen waren ruimschoots voldoende om de twaalf songs een voortreffelijk "live" sound mee te geven. The Cordwood Draggers brengen voornamelijk eigen werk dat een mix is van mid-tempo rockabilly en voortreffelijke hillbilly Bop. Prima vocals, Gretch en Telecaster die dueleren, ' a solid rhytm section' die the good old (hillbilly) jukebox in de kijker zetten ("Jukebox Tell my Baby", "Lover's Moon") maar vlotjes overschakelen naar real rockabilly met "Kwitchurbelyakin", "ittle Martian Honey", "Game of Love" (Phil Morgan, pedal steel), een fraaie "two stepping shuffle" uit hun hoed toveren met "Honestly" of een schitterende hot rod rave up serveren ("255 Fattle"). Romantisch zielen vinden soelaas in de tearjercker "Falling For You", "Ten Year Itch" wordt met een surf sausje overgoten en Bill Monroe's "Lonesome Truck Driver Blues" helt in hun versie richting Waine "the Train" Hancock/Hank Williams III. Een avondje rock boppin again ... met als (norse?) middaggroet "Where' d Ya Stay Last Night ? ... the Cordwood Draggers lijken mij de geschikte band!



 

BLUES FEVER
MADE IN CHICAGO U.S.A.
Website: http://groups.msn.com/bluesfever
E-mail: hollywoodjohnny1@comcast.net
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/bluesfever

 

Niet de origineelste naam voor een band als je het mij vraagt, en hetzelfde geldt ook voor de titel, maar als de muziek maar lekker klinkt, vergeven we dat de heren graag. Blues Fever is dus inderdaad een band uit de Windy City, met als leider de gitarist Johnny Cosgrove, die zijn sporen verdiende bij o.a. Studebaker John. Even belangrijk is de zanger en mondharmonicaspeler Denny Stukenberg, want dit instrument bepaalt het geluid van de CD voor het grootste deel. De sound van het geheel doet erg denken aan wat we van de Ford Bluesband gewoon waren zo een tiental jaren geleden, en nog vroeger van de band van Paul Butterfield met Michael Bloomfield. Alleen draait het allemaal wat stroever en vierkanter dan deze bands, maar het is ook deze jongens hun debuut. Slechts drie covers op een totaal van twaalf, niet slecht voor een bluesplaat. Opener “Up The Line” van Little Walter is natuurlijk overbekend, maar is hier goed gecoverd en maakt direct de baan vrij voor de tweede cover “T-Bone Shufflle” wat we natuurlijk ook niet voor het eerst horen, maar hier toch een iets moderner jasje krijgt. Van het eigen werk bevalt me vooral “Nine Ball” een up-tempo Hounddog Taylor – achtig nummer, maar net iets te gepolijst om echt de vonk te doen overspringen. Veruit het beste nummer is toch “Who’s Lovin’ Who” van Jimmy Rogers, met een zeer verdienstelijke Denny Stukenberg op harmonica. ”Bang The Dittybop” kunnen we best omschrijven als de blues-remake van Junior Walker’s “Shake & Fingerpop” en ” Windy City Blues” is dan weer helemaal “Whammer Jammer” van J.Geils Band. Maar ja, dat zijn we gewend van bluesopnames. Al bij al, deze eersteling van Bluesfever is gewoon goed, maar nergens verrassend, we hebben het allemaal al eens gehoord, maar vervelen doet ’t zeker niet. Live zullen de heren zeker voor heel wat ambiance zorgen. Nu nog wat olie tussen de radertjes en de tweede zal veel gesmeerder lopen.
(RON)