ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006




 

 

TOM WAITS
ORPHANS: BRAWLERS, BAWLERS & BASTARDS
Website: www.officialtomwaits.com
Label: Anti / Epitaph / www.anti.com
Distr.: PIAS / www.pias.be

 

BIO:
Tom Waits werd op 7 december 1949 geboren in Pomona, Californië. Op jonge leeftijd volet hij zich aangetrokken tot muziek. Tom leert zichzelf piano en gitaar spelen en gaat niet naar bed zonder pen en papier om die ene gouden inval midden in de nacht te vereeuwigen. Waits tourt met grootheden als Frank Zappa en Rickie Lee Jones. In 1973 levert hij met "Closing Time" zijn eerste, lovend ontvangen, studioplaat af. Opvolgers "The Heart of Saturday Night" (1974), "Nighthawks at the Diner" (1975) en "Small Change" (1976) doen het nog beter. Het leven waar de zanger zo lang naar verlangde, keert zich tegen hem. Bovendien worden de albums "Foreign Affairs" (1977) en "Blue Valentine" (1978) erg lauw ontvangen en flopt Francis Ford Coppola's film 'One From the Heart' waarvoor Waits de soundtrack schreef. In augustus 1980 trouwt Waits met scriptschrijfster Kathleen Brennan. Waits heeft eindelijk de rust gevonden waar hij zo lang naar op zoek was. Het album "Swordfishtrombones" uit 1983 wordt door platenmaatschappij Asylum niet commercieel genoeg geacht en afgewezen. De plaat wordt uitgebracht door Island Records en wordt in Nederland uitgeroepen tot plaat van het jaar. In de jaren die volgen ontwikkelt Waits zich steeds meer richting film en theater. Zo schittert hij in 1986 als acteur in de film ´Down by law´ en schrijft hij samen met z´n vrouw de musical ´Frank Wild Years´. Een jaar later vertolkt Waits naast Jack Nicholson en Maryl Streep een bijrol in de succesvolle speelfilm 'Ironweed'. Waits verschijnt in meer films en schrijft er ook vaak de muziek voor. In 1991 levert Waits "Bone Machine" af, zijn 14e album en die wordt bekroond met een Grammy Award in de categorie alternatieve muziek. Van het oorspronkelijke singer/songwriter repertoire van begin jaren '70 is niet veel meer over. Waits heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een briljant tekstschrijver die zijn folk- en jazzroots heeft ingeruild voor een bloedstollende mix van muziek en emotie. Soms melodieus, soms abstract, maar altijd inspirerend en oprecht.

ORPHANS:
Eind vorig jaar verscheen de nieuwe Tom Waits "Orphans: Brawlers, Bawlers & Bastards", 3 cd’s onder de titel Orphans, grof gezegd: een ruige ("Brawlers"), een rustige ("Bawlers") en een rare ("Bastards"), 3 cd’s met in totaal 54 nummers. Meer dan 3 uur lang wordt de luisteraar meegezogen in de weirde maar bovenal betoverende en fabelachtige wereld van Waits. Maar "Orphans" biedt meer dan drie uur aan Waits' muziek en is niet zomaar een terugblik op zijn inmiddels vier decennia durende carrière met meer dan 20 albums (zie discografie). Dertig van de songs zijn nooit eerder verschenen. De andere titels waren eerder al te vinden (soms in andere uitvoeringen) op soundtracks, compilatie-cd’s en tributes of kwamen voort uit theaterprojecten. Er komen bovendien interpretaties voorbij van werk van The Ramones, Sparklehorse, Daniel Johnston en Leadbelly, echter ook van schrijvers als Brecht & Weill, Jack Kerouac en Charles Bukowski. Maar vooral veel materiaal van Tom Waits zelf natuurlijk. Soms gloednieuw, soms van een plank gehaald en afgestoft. "Orphans: Brawlers, Bawlers And Bastards", de opvolger van prachtige plaat "Real Gone" (2004), werd wederom geproduceerd door Waits en zijn vrouw Kathleen Brennan. Het koppel werd onlangs nog uitgeroepen als één van de 100 beste levende songwriters. Naar eigen zeggen hebben ze hun zakken leeggeschud en wilden dat het resultaat zou klinken als "a shortwave radio show where the past is sequenced with the future, consisting of things you find on the ground, in this world and no world, or maybe the next world." Het gevaar bestaat dat bij een dergelijke aanpak het resultaat als los zand aan elkaar hangt, maar naast de opmerkelijk hoge kwaliteit van het gebodene valt vooral op hoezeer "Orphans" als één harmonieus geheel klinkt. Het "Orphans" materiaal, opgenomen met en zonder band(s), is grofweg afkomstig uit de periode 1985 tot nu.

BRAWLERS, BAWLERS & BASTARDS:
Orphans is opgedeeld in drie hoofdstukken dus elk van de drie cd's draagt een 'eigen titel' en verzamelt songs van Waits met een soortgelijke muziekstijl. Eerste cd "Brawlers" (vechtersbazen) staat derhalve bol van de rauwe blues en stomp, het bekende potten-en-pannen drumwerk en scheurende gitaren. Het nummer "Lie to Me" is een fijne rockabilly stomper, Leadbelly's cover "Ain’t Going Down To The Well" krijgt hijgerig nieuw leven ingeblazen, "Lord I’ve Been Changed" is een perfect gospelsong en Ramones-cover "The Return Of Jackie And Judy" is keiharde boogie geworden. In het opvallende, duistere garagerocknummer "Lowdown" is Waits' 20-jarige zoon op drums te horen. Waits adresseert zoals gewoonlijk de zelfkant van de maatschappij doorspekt met zijn typische humor, maar spreekt zich op "Brawlers" ook uit over een actuele, politieke kwestie, zoals in de rustige bluesrocker "Road To Peace", het verhaal van Abdel Madi Shabneh, een Palestijnse student die met een zelfmoordactie in een bus te Jeruzalem 17 mensen doodde. Meteen ook het hoogtepunt op dit eerste deel over het conflict tussen de Israëli's en Palestijnen. Tweede schijf "Bawlers" (huilebalken) bevat de Celtische en country ballads, walsen, slaapliedjes en pianogeoriënteerde nummers. Van een tijdloze liedje als "Fannin Street" naar meer schaamteloos sentimentele songs als "Take Care Of All My Children" en "World Keeps Turning", maar zonder uitzondering hartverscheurend mooi, met als hoogtepunt het aangrijpende "The Fall Of Troy". Er komen op dit deel bovendien geregeld spaarzame ingezette instrumenten als harmonica en pedalsteel gitaar om de hoek kijken en ook hier passeren Leadbelly's melodramatische "Goodnight Irene", de Ramones ingetogen versie van "Danny Says" en zelfs het origineel van het door Norah Jones gezongen "Long Way Home". Voor de fanatieke Waits-volgers en avontuurlijk ingestelde muziekliefhebbers is de derde schijf helemaal om de vingers bij af te likken. "Bastards" (schoften) is namelijk gevuld met experimentele songs en zijn typerende vreemde spoken word verhalen. Waits begint met Berthold Brecht en Kurt Weill's "What Keeps Mankind Alive", beatboxt zich intens door Daniel Johnston's "King Kong" en in "Poor Little Lamb" en "Dog Door" verkent Waits onontgonnen gebieden met zijn stemgeluid. Ook treffen we in deze caterogie een relaas over het leven der insekten ("Army Ants") en een hilarische anekdote over het hoe en waarom van hondenvoer ("Bullpenis"). Tom Waits verkent op deze cd onontgonnen gebieden met zijn stemgeluid. De onconventionele singer-songwriter, die ooit is begonnen als portier van een nachtclub, is inmiddels een genre op zichzelf en blijft zich met elk album opnieuw uitvinden. "Orphans: Brawlers, Bawlers & Bastards" zet simpelweg adembenemend alle facetten van het Amerikaanse icoon op een rij met zijn bijzondere stem als stralend middelpunt. Kortom: De nieuwe drie schijven tellende cd van Tom Waits is zijn beste in tien jaar tijd. Zijn werk grijpt je vast om drie uur lang niet meer los te laten, waarna je een zoveelste glas whisky inschenkt en op 'play' drukt.

Discografie
• 1973 Closing Time
• 1974 Heart of Saturday Night
• 1974-75 Nighthawks at the Diner (Live)
• 1976 Small Change
• 1977 Foreign Affairs
• 1978 Blue Valentine
• 1980 Heart Attack & Vine
• 1982 One from the Heart (Soundtrack)
• 1983 Swordfishtrombones
• 1985 Raindogs
• 1987 Frank's Wild Years
• 1988 Big Time
• 1992 Night On Earth (Soundtrack)
• 1992 Bone Machine (Grammy Award voor "Best Alternative Music Album")
• 1993 Black Rider (in samenwerking met William S. Burroughs)
• 1993 Jesus' Blood Never Failed Me Yet (orkest werk door Gavin Bryars, Waits treedt op als gastzanger)
• 1999 Mule Variations (nog een Grammy, dit keer voor "Best Contemporary Folk Album")
• 2001 Blood Money
• 2001 Alice
• 2004 Real Gone
• 2006 Orphans (subtitel: "Brawlers, Bawlers and Bastards")



JOHN MAYALL
ESSENTIALLY JOHN MAYALL
Website : www.johnmayall.com
feedback@johnmayall.com
Label : Eagle records
www.eagle-rock.com
Distr.: PIAS
www.pias.be

 

BIO:
Op 29 november 1933 wordt in Macclesfield bij Manchester John Mayall geboren. Hij is één van de mensen die de bluesmuziek in de jaren zestig immens populair maakt. Hij richt de band John Mayall & The Bluesbreakers op, die later de meest invloedrijke blues-rockband wordt. Hierin spelen muzikanten als Eric Clapton, Jack Bruce, Peter Green en Mick Taylor.John Mayall kan uitstekend piano en orgel spelen. Ook zijn spel op bluesharp wordt geroemd. Zijn liefde voor de blues en de jazz krijgt hij door het beluisteren van zijn vaders platen. Een bluesman waardoor hij geïnspireerd raakt, is J.B. Lenoir. Zijn eerste band heet The Hounds of Sound. Hiervan is het repertoire geleidelijk van jazz naar blues verschoven. De stem van John Mayall heeft een wat nasale klank en geen groot bereik. Toch zegt men vaak dat hij wel zeggingskracht heeft en goed bij zijn composities past. Wel staat hij bekend als een wat autoritaire bandleider. Hij zou in het busje op de weg terug van een optreden wel eens bandleden opdracht geven een gitaarversterker op schoot te nemen, zodat hij zelf languit kan liggen. Opvallend hierbij is dat het verloop in zijn band zeer groot is. Op veel van de oude albums van John Mayall staan, naar eigen zeggen, nummers gewijd aan zijn toenmalige vriendin Christine Perfect. Het gaat onder andere om "Little Girl", "Key to Love" en "You Don't Love Me".

ESSENTIALLY:
John Mayall is een levende legende. Vooral levend dan, gezien zijn niet te stuiten tournees en releases. Met sinds mid jaren '60 tientallen lp's en cd's, tot en met die heuse 'novelty' hit in '69: het onweerstaanbaar vrolijkmakende "Room To Move". Zijn Bluesbreakers golden altijd al - zeker live - als één der meest gerenommeerde blues-leerscholen: helden als o.a. Eric Clapton, Peter Green, Mick Fleetwood, Mick Taylor, Peter Green, Jack Bruce, Walter Trout en John McVie. En ondertussen verhuisde deze veelzijdige Brit naar Californië, van waaruit hij sinds midden jaren '80 steeds weer met nieuwe getalenteerde Bluesbreakers de wereld rondtrekt. Al die jaren dat John al aan de weg timmert met zijn Bluesbreakers heeft zijn muziek nog niet ingeboet aan overtuigingskracht. Dit ondanks het feit dat de bezetting in de loop der jaren al vele malen is veranderd. De Britse bluesgigant is mede bekend geworden door het feit dat hij een goed oor had voor jong talent. Oneindig is de rij Britse bluesmuzikanten die in zijn band tot volle wasdom kwamen. Eric Clapton was ongetwijfeld het belangrijkste talent dat in het team van Mayall kon rijpen. Onder de vaderlijke hoede van Mayall ontwikkelde Clapton zijn kennis van de blues en verbeterde zijn techniek. Op Eagle Records verscheen de verzamelaar "Essentially", een 5 CD boxje, met als vijfde schijfje onuitgegeven live-werk van Mayall samen met Clapton op twee live opnames uit ’66 en twee uit ’67 met de kortstondige Fleetwood Mac incarnatie van de Bluesbreakers. Een nummer met Mick Taylor uit ’69 is te horen alvorens we met diezelfde Taylor de op zich minder interessante jaren tachtig en negentig induiken. Geluidstechnisch veel en veel beter hoor maar het zwaartepunt ligt in de jaren zestig. Daar kan ook de opvoering van Coco Montoya en Walter Trout weinig aan veranderen. De andere delen in deze box zijn van platen die al eerder verschenen zijn en zeker niet slecht zijn. "Padlock On The Blues": In de line-up vinden we hier o.a. toetsenist Tommy Eyre (o.a.Gary Moore) en Ernie Watts. John Lee Hooker wordt prominent geafficheerd op de hoes maar mag slechts op een nummer gitaar spelen. "Along For The Ride": Geen Bluesbreakers dit keer maar meer. Op de hoes worden zo ongeveer alle witte blueshelden van de afgelopen eeuw, voor zover in leven, genoemd naast enkele anderen. Zo horen we in titeltrack een duet met Billy Preston, Otis Rush op "So Many Roads" terwijl Mick Fleetwood, John McVie en Peter Green te beluisteren zijn op "Yo-Yo Man". Verder nog bijdragen van Gary Moore, Billy Gibbons, Steve Cropper, Steve Miller, Mick Taylor en Chris Rea. "Stories": Ook hier geen flamboyant gitaarwerk in de traditie Clapton/Green/Taylor of spierballengeweld à la Trout. gewoon mooie nummers met prettige muzikale omlijsting. Als laatste deel is er een uittreksel van het "70th Birthday Concert": Voor deze viering doet Mayall (vocals, keyboards,harmonica, gitaar) opnieuw een beroep op zijn Bluesbreakers waarmee hij al enkele jaren de wereld rondtrekt. Samen met Joe Yuele (drums), Buddy Whittington (lead gitaar), Hank Van Sickle (bas) en Tom Canning (orgel, piano) laveert Mayall samen met enkele 'Friends', Eric Clapton, Mick Taylor, Chris Barber, die ook nog in de ondertitel genoemd worden, op dit deel doorheen acht tracks. Mayall is zeer goed bij stem en vooral zijn mondharmonica spel staat nog altijd op eenzame hoogte. Zoals gebruikelijk is bij dit soort concerten wordt in het finalenummer "Talk To Your Daughter" iedereen nog eens opgevoerd.
Kortom: Na de echte hoogtepunten gehad te hebben eind zestiger/begin zeventiger jaren heeft Mayall een lange mindere periode gehad waarna hij begin negentiger jaren opkrabbelde en met een aantal respectabele platen terugkeerde op het label Silvertone en later voornamelijk het label Eagle, waarvan we met deze verzamelaar tenvolle kunnen genieten. Eigenlijk is het niveau sindsdien niet meer ingezakt met als gevolg dat ook "Essentially" goed te verteren is. Waarschijnlijk zal hij nooit meer zo baanbrekend zijn als vroeger maar het niveau van muziek op deze laatste platen kan mij wederom bekoren. Lekkere nummers met prettige muzikale omlijsting maakt dat "Essentially" weer regelmatig een rondje zal maken in mijn speler. Liefhebbers weten nu denk ik wel genoeg en kunnen met een gerust hard tot aanschaf overgaan.

Discography :
• 1965 John Mayall Plays John Mayall (Decca*)
• 1966 Blues Breakers with Eric Clapton (Decca*)
• 1967 A Hard Road (Decca*)
• 1967 Bluesbreakers with Paul Butterfield (Decca EP single)
• 1967 Crusade (Decca*)
• 1967 Blues Alone (Ace of Clubs*)
• 1968 Diary of a Band Volume 1 (Decca*)
• 1968 Diary of a Band Volume 2 (Decca*)
• 1968 Bare Wires (Decca*)
• 1968 Blues from Laurel Canyon (Decca*)
• 1969 Looking Back (Decca*)
• 1969 Thru The Years (London)
• 1969 Primal Solos (Decca)
• 1969 The Turning Point (Polydor*)
• 1970 Empty Rooms (Polydor*)
• 1970 USA Union (Polydor*)
• 1971 Back to the Roots (Polydor*)
• 1971 Memories (Polydor*)
• 1972 Jazz Blues Fusion (Polydor*)
• 1973 Moving On (Polydor)
• 1973 Ten Years Are Gone (Polydor)
• 1974 The Latest Edition (Polydor)
• 1975 New Year,New Band,New Company (ABC - One Way*)
• 1975 Notice to Appear (ABC - One Way*)
• 1976 Banquet in Blues (ABC - One Way*)
• 1977 Lots of People (ABC - One Way*)
• 1977 A Hard Core Package (ABC - One Way*)
• 1978 Last of the British Blues (ABC - One Way*)
• 1979 The Bottom Line (DJM)
• 1980 No More Interviews (DJM)
• 1982 Road Show Blues (DJM*)
• 1982 Return of the Bluesbreakers (Aim Australia)
• 1985 Behind the Iron Curtain (GNP Crescendo*)
• 1987 Chicago Line (Entente - Island*)
• 1988 The Power of the Blues (Entente*)
• 1988 Archives to Eighties (Polydor*)
• 1990 A Sense of Place (Island*)
• 1992 1982 Reunion Concert (One Way*)
• 1992 Cross Country Blues (One Way*)
• 1993 Wake Up Call (Silvertone*)
• 1995 Spinning Coin (Silvertone*)
• 1997 Blues for the Lost Days (Silvertone*)
• 1999 Padlock on the Blues (Eagle*)
• 1999 Rock the Blues Tonight (Indigo*)
• 1999 Live at the Marquee 1969 (Eagle*)
• 2000 Time Capsule (Private Stash)
• 2001 UK Tour 2K (Private Stash)
• 2001 Boogie Woogie Man (Private Stash*)
• 2001 Along For The Ride (Eagle/Red Ink*)
• 2002 STORIES (Eagle/Red Ink*)
• 2003 No Days Off (Private Stash*)
• 2003 Rolling With The Blues (Shakedown UK*)
• 2003 70th Birthday Concert CD & DVD (Eagle*)
• 2004 Cookin' Down Under DVD (Private Stash*)
• 2004 The Godfather of British Blues/Turning Point DVD (Eagle*)
• 2004 The Turning Point Soundtrack (Eagle*)
• 2005 Road Dogs (Eagle*)
• 2006 Essentially



DAVID RODRIGUEZ
PROUD HEART
Website: www.davidrodriguez.nl
www.myspace.com/davidrodriguezmusic
Email: guitardavy@gmail.com
Label: Recovery Recordings
www.recoveryrecordings.com
www.cdbaby.com/cd/rodriquezdavid

 

David Roland Rodriguez is op weg om 55 te worden in 2007. Geboren uit Mexicaanse ouders in Houston, Texas werd hij op 2-jarige leeftijd getroffen door kinderverlamming en sindsdien horen zijn beenbeugel en wandelstok tot zijn vertrouwde beeld. Hij studeerde af als advocaat en verdedigde sindsdien de rechten van de straatarme Mexicaanse immigranten in de rechtzalen en in zijn liedjes. In 1994 trad hij op bij onze noorderburen en hij besloot ter plekke om niet meer terug naar huis te gaan en om vanuit Nederland verder aan zijn reeds indrukwekkende muzikale carrière te bouwen. In 1995 nam hij in Eindhoven de CD "Proud Heart" op die nu - meer dan 10 jaar later - opnieuw uitgebracht werd door Recovery Recordings en voor het eerst in de Amerikaanse shops verkrijgbaar is. Wellicht is dit een goede commerciële zet om de aandacht te vestigen op een in 2007 nieuw te verschijnen live-album "A Winter Moon" (Folkwit Records) waarop ook een vooraanstaande rol is weggelegd voor zijn talentrijke dochter Carrie die violiste is. Tijdens zijn muzikale loopbaan heeft David Rodriguez op podia gestaan naast grote namen als Nanci Griffith, Dar Williams, Steve Young, Ani DiFranco, Michelle Shocked, Lyle Lovett. Lucinda Williams behoort tevens tot zijn vriendenkring. Zij nam tijdens haar recente tournee door Nederland tijdens het optreden in de Amsterdamse Paradiso even de tijd om David in de bloemetjes te zetten voor zijn indrukwekkende talent en carrière. Op één van zijn CD's "The True Cross" hadden ze ooit nog samen "Plane Wreck At Los Gatos" van Woody Guthrie gezongen. Nu even nog wat over het album "Proud Heart" : met een werkelijk betoverende stem weet David Rodriguez ons van song 1 "Out Of Range" tot song 14 "Michoacan" in de ban te houden met prachtige muziek, dito teksten en vocalen in de stijl van de allergrootsten als daar zijn Joe Ely, Townes Van Zandt, Gram Parsons en Steve Young. De eerste keer dat dit album werd uitgebracht heb ik 'm flagrant gemist, daarom ben ik nu zo blij dat ik deze re-release een ereplaatsje in mijn CD-rekjes kan bezorgen. Liefhebbers van singer-songwriter en goede Americana : NU kopen.
(valsam)

Discografie
- The True Cross - 1992
- Landing '92 - 1992
- Forgiveness - 1994
- The Friedens Angel - 1994
- Proud Heart - 1995 en 2006
- The Lonsesome Drover - 2006
- A Winter Moon - lente 2007


CARY HUDSON
BITTER SWEET BLUES
website: www.caryhudson.com
www.myspace.com/caryhudson
Info: caryhudson@gmail.com
label: Black Dog Records
www.cdbaby.com/cd/cary

 

 

De naam Cary Hudson zal bij de alt. country fans zeker een belletje doen rinkelen. De man was in de jaren negentig samen met John Stiratt (Wilco) aktief bij the Hilltops. Stiratt koos destijds op een bepaald moment om de bas te beroeren bij Uncle Tupelo en geraakte in een later stadium bij de groep Wilco. Cary Hudson stond, na het op de klippen lopen van the Hilltops, aan de wieg van de legendarische band Blue Mountain en genoot op een bepaald moment zelfs tenvolle van een cult-status. Een fraai gedetailleerd overzicht van zijn noeste arbeid kan je terugvinden op www.rwin.nl/caryhudson. Inmiddels is de band opgedoekt, kwam er ook een einde aan zijn huwelijk met Laurie Stirrat (ex Blue Mountain, bass) en koos Hudson bewust voor een solo carrière. Met de albums "The Phoenix" ('01), "Live in Wredenhagen" ('02) en "Cool Breeze" ('04) gaat Hudson resoluuut voor een verderzetting van de country/bluesinvloeden die destijds al duidelijk hoorbaar waren op de laatste schijfjes van Blue Mountain. "Bittersweet Blues" is dan ook het ultieme bewijs dat de rock het onderspit moet delven voor de roots en dat Hudson zich enorm thuis voelt in dat wereldje bewijst hij met verve. Collega Will Kimbrough draait er zelfs geen doekjes om ... "Cary Hudson, one of the best and (most under rated) musicians working in the folk/blues/country/rock field. Carys Mississippi John Hurt-inspired open tuned fingerpicking warmed the very cockles of my soul. His slide work made my hair stand on end. He makes it look so effortless." Blues, country-blues, Southern gospel, Hudson verloochent zijn Mississipi roots niet en laat ons op een (h)eerlijke wijze genieten van een prachtig, voornamelijk akoestisch album dat volgens mijn bescheiden mening Hudson in pole-position brengt voor een optreden op het BRBF 2007.



 

 

 

 

 


BARRY Mc CABE
BEYOND THE TEARS
Website: www.barrymccabe.com
www.myspace.com/barrymccabe
email: info@barrymccabe.com
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/bmcband4


 

Barry McCabe werd geboren in het kleine stadje Virginia in Ierland. Daar droomde hij ervan om later in een muziekgroep te spelen en zo de wereld te zien. Eerst toerde hij nog als support voor Rory Gallagher door Europa, maar inmiddels is hij als headliner te zien in alle uithoeken van de wereld. Zijn mix van rock & blues wordt overal gesmaakt. Luister maar eens naar één van de 3 live cd’s die hij met zijn begeleidingsgroep Albatross uitbracht. In 1998 pakte Barry uit met zijn eerste studioalbum "The Peace Within". Op deze plaat werkte hij intensief samen met Davy Spillane, de bekendste doedelzakspeler ter wereld. De op het eerste zicht vreemde combinatie van blues en folk (Celtic) leverde een waar meesterwerk op dat geboekt staat als de geboorte van de "Celtic Blues". De plaat is technisch perfect met fijne gitaarsolo’s van Barry en pipesolo’s van Davy. Naast enkele superbe covers, "The Emigrant" als tribute voor de overleden Rory Gallagher en "Oh Well" van Peter Green zijn indrukwekkend - kunnen ook de Barry McCabe composities bekoren : de titeltrack en "One Of These Days" zijn pareltjes. "One Of These Days" werd in Finland door de Backas Jazz Society zelfs uitgeroepen tot één der zes beste blues songs ter wereld! De opvolger van "The Peace Within" werd "Beyond The Tears" (2006), een schijf waarop Barry samenwerkt met Mark Feltham (de mondharmonicaspeler van wijlen Rory Gallagher, Nine Below Zero) en de gitaristen Pat McManus (Mama’s Boys & Celtus) en Johnny Fean (Horslips). De plaat klinkt doelbewust anders. Hier geen doedelzak meer maar toch komt het geheel zeer "Celtic" over. Zo horen we in één van de drie instrumentale nummers op deze plaat, "Catch Me If You Can" deze typisch-Ierse/Keltische ritmes op zijn best, één ander instrumental "Arthur", is opgedragen aan de in 2003 aan kanker overleden soulzanger Arthur Conley. Naast de dreigende klanken in "In The Dead Of Night" en de enige cover, het romantische "Crazy Love" van Van Morrison, gaat onze voorkeur naar "I Wonder", als grootste uitschieter. Het geheel doet soms zo wat denken aan die goede oude blues, gemixt met de 50-jaren rock sound, waarin McCabe alle ruimte heeft om te sliden en te fingerpicken. Blues in zijn puurste vorm, hartstochtelijk en levenskrachtig bepalen de sound van dit album, waarop de grenzen die hij aftast tussen zijn slidegitaar en zijn stem vrij rekbaar zijn. McCabe verstaat de kunst te boeien, zoveel is zeker. Meer zelfs, hij laat je huiveren. Zijn prachtig stemgeluid, zijn perfect getimede licks en zijn niet aflatende liefde voor de traditionele blues doen in mij veel bewondering opwekken en laten me steeds denken aan het vroegere werk van Fleetwood Mac. "Beyond The Tears" is een CD met een betekenisvolle titel, een CD waarin alle zelfgeschreven songs bij mijn eerste beluistering een onuitwisbare indruk maken. Kortom: "Beyond The Tears" is een volwassen CD, een kwalitatief hoogstaande opvolger van "The Peace Within" waarmee Barry McCabe best wel eens zou kunnen doorbreken.

Line-up:
Barry McCabe (lead vocals, acoustic, lead & slide guitar)
Pat McManus (guitar)
Sean Maguire (bass)
Ronald Oor (drums)
Guests:
Johnny Fean (guitar & backing vocals)
Mark Feltham (harmonica)
Mick Kinsella (harmonica)
Jo Marsh (accordion)
Pascalle Smolders (backing vocals)
Peter van Bogaert (Hammond organ)
Frankie Vee (Hammond organ)


BARRY Mc CABE LIVE

CC Het SPOOR - HARELBEKE
Datum: 26/01/2007 - Aanvangsuur: 21h00
Info: http://www.livemusicharelbeke.be

 



MARK OTIS SELBY
AND THE HORSE HE RODE IN ON
Website: www.cdbaby.com/cd/mselby
Email: info@markselby.com
Label: ZYX Music
music.garden@ZYX.DE
Info: BUREAU OF BLUES / c/o Hans Zabienski
E-Mail: Bureau-of-Blues@web.de

 

Een paar maanden geleden werden we al getipt over deze cd, maar nu is hij bij Rootstime aangekomen en gelukkig maar, want wat is dit een mooie plaat. Mark Selby is een singer/songwriter woonachtig in Nashville met de slidegitaar als handelsmerk en heeft zich door de jaren ook als begenadigd tekstschrijver ontwikkelt. Hij heeft inmiddels 4 #1 hits op zijn naam staan, geschreven voor o.a. Dixie Chicks ("There's Your Trouble"), Kenny Wayne Shepherd ("Blue On Black") dat door Billboard in 1998 werd uitgeroepen tot 'Rock track of the year'. Recent schreef hij hits voor Tammy Cochran, Wynona Judd, Trisha Yearwood en JoDee Messina. Voor het label Vanguard bracht hij 2 albums uit "More Storms To Come" (2000) en "Dirt" (2003), twee platen waarop hij reeds zijn kunnen etaleerde en dat is tamelijk indrukwekkend. In het recente verleden speelde hij o.a. met Kenny Rogers, Ronnie Milsap. Live-optredens waren er o.a. samen met B.B. King, Jeff Beck, John Mayer, Robert Cray, Lynyrd Skynyrd, Collective Soul, Levon Helm, en Fabulous Thunderbirds. Een man met een enorme staat van dienst en nu met weer een prachtig album op de markt, "And The Horse He Rode In On", een album dat volledig akoestisch werd opgenomen. Selby manifesteert zich nog steeds als een briljant slide-gitarist, maar hij is meer dan dat. We horen een gitarist die de pannen van het dak kan spelen, maar die ook de kunst van het weglaten beheerst en bovendien in vele stijlen uit de voeten kan. Blues doordrenkt met roots en rock en ... werkelijk fenomenaal gitaarwerk. Op de veertien songs begeleidt hij zichzelf op gitaar, en zijn hoge stem klinkt met voldoende expressie om een hele cd in zijn eentje te kunnen dragen. Dat is, dunkt me, een hele kunst. Naast eigen werk, ook prachtige covers van Bob Dylan ("Down In The Flood"), Jimi Hendrix ("Little Wing") en Gary Brooker ("A Whiter Shade Of Pale"). Selby is een uitstekend gitarist die over een lekkere doorleefde stem beschikt, zo ééntje met veel gruis. Er zit eigenlijk alles in: stevige rock, oude blues en enkele mooie akoestische (1974 Mossman acoustic guitar) door een dobro, accordeon en orgel gedragen liedjes. De arrangementen zijn overal even spannend en geraffineerd, terwijl ook hier, net zoals bij zijn Vanguard platen, de juiste rauwe blues-"feel" overal in doorklinkt. En wat de cd vooral zo goed maakt is dat hij met een bijzonder gevarieerd repertoire toch een cd heeft weten te maken die een eenheid vormt. Kortom: Mark Otis Selby vertolkt met zijn indringende stem en zijn herkenbare gitaarspel de nummers op zo'n intense en beklemmende manier dat deze direkte aanpak een breekbare dreigende sfeer wordt opgewekt, waarin Selby op pad gaat door de blues/roots-geschiedenis. "And The Horse He Rode In On" is een absolute topplaat!



REINA G COLLINS & ROB BARTELETTI
EVEN IF I FA
LL
website : www.reinagcollins.com - www.myspace.com/reinagcollins
www.rbarteletti.com - www.myspace.com/robbarteletti
info : info@reinagcollins.com - robbart@rbarteletti.com
label : Eigen Beheer - www.cdbaby.com/cd/barteletticollins

 

Blijkbaar stond het in de sterren geschreven dat Reina G Collins en Rob Barteletti ergens mekaar op deze aardbol tegen het lijf zouden lopen. Niets wereldschokkends maar voor de muziekliefhebbers is die ontmoeting een geschenk uit de hemel geworden. Het mooie cadeau kreeg de titel "Even If I Fall" en is het schitterende resultaat van twee klasse artiesten die al decennia lang bezig zijn met hun geliefkoosde hobby/werk. Collins (Florida) was voornamelijk aktief in het pop/rock wereldje maar ook jazz & Brasilian music lieten haar niet onberoerd. De muzikale ommekeer kwam er toen zij midden jaren negentig deel uitmaakte van de country-rock 'road' band "Way Out West" en haar leven voornamelijk bestond uit optreden in de talloze country music nightclubs. Het was op een van die concerten dat zij haar hart verloor aan de Tetons Mountains en zouTeton Valley, Idaho haar (voorlopige) nieuwe thuis worden. In 2003 verscheen haar album "Kitchen Sink" (www.cdbaby.com/cd/reinagcollins) en staat ondertussen vermeld op ons maandelijks Cd Baby bestelformulier. Rob Barteletti zag het levenslicht in San Francisco, kwam via de accordion bij de gitaar terecht en zag geleidelijk aan zijn droom van gitarist/singer-songwriter worden in vervulling gaan. Toch dreven er op een bepaald moment donkere wolken aan de horizon ... de eerste ziekteverschijnselen (Parkinson) brachten hem echter niet van zijn stuk, integendeel, Rob beschouwt de diagnose zelfs als het beste wat hem ooit is overkomen ! ("Best thing that ever happened to me," he says. "Seriously. I'm not trying to sound stoic or heroic-frankly, I'd rather play the guitar as I used to than tremble my way from chord to chord. But there's good in everything, and the good I've taken from PD, so far, outweighs the effects of the illness. I've learned to go for it when it comes to life's dreams. I've learned to slow down, enjoy my moments, take naps, walk with gratitude, and laugh at myself. PD has made me humbler and, therefore, I hope, wiser - and a better songwriter"). In 2005 bracht hij het album "Old Sombrero" (www.cdbaby.com/cd/barteletti) op de markt en dat was gezien zijn medische toestand een klein huzarenstukje. Een eerder toevallige ontmoeting met dat dametje uit Florida was de eerste aanzet om hun krachten te bundelen en de inwoners van Portland, Oregon mogen meteen hun lijstje van beroemde inwoners aanvullen. Want het album "Even If I Fall" gaat onvermijdelijk geschiedenis schrijven. Barteletti nam het merendeel van het songschrijven voor zijn rekening en Collins doet wat ze al jaren doet ... zingen als een nachtegaal. Alleen het titelnummer al rechtvaardigt de aankoop van dit schijfje maar pareltjes als "Cain's Lament", "Yonder Ship", "Honky -Tonk Band", "Too Costly is Nothing" en "Something Blue" halen onmiskenbaar hetzelfde niveau. En dat de lat erg hoog ligt is ondermeer te danken aan de bereidwillige en erg gewaardeerde hulp van Tony Furtado (dobro,dojo, banjo), Paul Hirschmann (acoustic & electric gt), Jeff Minnick (drums), Bob Baker (fiddle), Terry Rob (slide & tremelo gt) en Rob Busey (bass). Liefhebbers van original Americana - roots - country - folkrock - newgrass, prachtige storytelling songs en hemelsmooi gezongen zijn bij deze gewaarschuwd ... Verplichte aankoop!



 

 

GLENY RAE VIRUS & HER TAMWORTH PLAYBOYS
HIGH ROLLIN'
Website: www.glenyrae.com
www.myspace.com/glenyraevirusandhertamworthplayboys
Info: gleny120@yahoo.com
Label: Eigen Beheer

 

Wat blijft er eeuwig duren ... ? Ook the Toe Sucking Cowgirls hielden het onlangs voor bekeken en dat is bijzonder jammer want voor hun album "Thirteen Tongs" (www.toesuckingcowgirls.com.au/Reviews_thongs.htm) kregen zij nog een plaatsje in mijn jaarlijstje van 2005. Ondertussen is Tracey Bunn in een (v)echtscheiding verwikkelt geraakt en koos Gleny Rae Virus ('31 Roth violin, excelsior Squeezebox & vocals), eieren voor haar geld en besloot voortaan met de Tamworth Playboys in zee te gaan (Grant Bedford - drums, Ray Cullen - Mullen pedal steel, Dougie Bull - string bass en Marty Moose - nastycaster guitar). Meteen nemen zij ons met het album "High Rollin'" terug naar de pré - Elvis periode toen Bob Wills de scepter zwaaide in de western swing. Onder het motto "Put the Swing back in the Country" kroop Gleny Rae Virus (Brunswick Heads, New South Wales Australia) in de pen voor een vijftal originals en greep naar een aantal bewust uitgekozen covers, ondermeer "Country Boy" - J. Cash, "I Don't Want to Love" - D. Hicks, "Funnel Of Love" - Westbury / Mc Coy, "I Heard About you" - S. Wooley, "A Good Man is Hard to Find" - Bob Wills en "Waltz of the Wind" - Roy Acuff werden voorzien van een leuk swingabilly jasje. Bovendien krijg je er nog twee bonus (live) tracks bovenop en dat alles zorgt voor een schitterende combinatie van big band sentiments of western swing with the slap and smack of rockabilly roots ... Move your bones and slide your shoes ... the crowd is jumping and the beer is flowing! "Music was meant to be fun" en zij zijn daar prima in geslaagd!



 

CATIE CURTIS
LONG NIGHT MOON
Website: www.catiecurtis.com
Label: Compass Records
www.compassrecords.com

 

 

Catie Curtis is een singer-songwriter uit Boston die een grote aanhang onder lesbiennes heeft, speelt folkrock zo lees ik in allerhande recensies, maar je kan net zo goed spreken van Americana. Curtis maakt altijd gedegen albums die de moeite meer dan waard zijn. Het nieuwe "Long Night Moon" is daarop zeker geen uitzondering en waarschijnlijk zelfs één van haar beste. De arrangementen op deze plaat zijn niet zo heel erg spectaculair, maar geven aan precies elk liedje dat beetje meerwaarde waar het recht op heeft. Curtis volgt zo'n beetje de voetsporen van Lucinda Williams en gaat deze strijd aan met haar nieuwe album. Hoewel ze vroeger drums heeft bespeeld, heeft ze toch gekozen voor een akoestische gitaar die nu haar nummers bepalen. Catie's werk is nog niet zo bekend hier in Europa, maar daar probeert ze met "Long Night Moon" verandering in te brengen. Haar muziek heeft het meeste weg van Lucinda Williams en dat was meteen ook de vergelijking die ik trok toen ik dit nieuwe album beluisterde. Net als Lucinda maakt Curtis aanstekelijke folkmuziek met een gitaar die een grote rol hierin speelt. Andere instrumenten zijn dus vrij ver te zoeken, al komt er af en toe wel een viool om de hoek kijken die het geheel dan wat opfleurt en versterkt. Een groot pluspunt van deze cd is de aanstekelijkheid van de nummers. Al snel kun je de nummers neuriën en blijven ze tot het vervelende toe in je hoofd hangen. Muziek die swingt en veel energie geeft. Muziek die ook nergens afvlakt of verflauwt. Naast sterke folk- en rockinvloeden van andere hedendaagse stromingen, waardoor het album niet alleen afwisselend, maar zeker ook verrassend en vernieuwend is. De band van Catie bestaat uit een aantal zeer ervaren muzikanten als gitarist Mark Erelli en Mary Chapin Carpenter, Kris Delmhorst en Erin McKeown zingen fraaie tweede stemmen, dus ook zij herkennen de kwaliteiten van Curtis. Alle liedjes op "Long Night Moon" zijn door Curtis zelf geschreven. De teksten vormen een emotionele zoektocht door het echte leven, waarin zowel gebeurtenissen als emoties hun plaats krijgen. Deze "Long Night Moon" is zeker een mooi plaatje geworden. Om haar toch nog maar even te vergelijken met Lucinda Williams heeft ze net zo veel talent om een heerlijk album in elkaar kan zetten en weet ze als geen ander het folkgenre naar een hoger niveau te brengen.



O'DEATH
HEAD HOME
Website: www.odeath.net
www.myspace.com/odeath
Email: contactodeath@gmail.com
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/odeathmusic

 


traditional instrumentation mixes with high energy resulting in untraditional blackgrass, punk, shouty, driving, ghostly, swampy, mountain music, like a party for some kind of backwoods apocalypse (CD Baby)

 

Gothic, country and punk. Zo wordt de muziek van O'Death omschreven. Een toch wel zeer uitzonderlijke combinatie zal je denken, maar dat is nochtans een correcte omschrijving. Je zou er zelfs nog wat bluegrass, gospel en folk kunnen aan toevoegen. Met z'n zessen zijn ze en ze komen allemaal uit New York, waar ze bij live-optredens een regelrechte sensatie worden genoemd. Aanvoerder van de bende is zanger-gitarist Greg Jamie. "Head Home" lijkt soms allemaal live opgenomen te zijn op een dronkemansparty die behoorlijk uit de hand gelopen is. Vaklui vergelijken O'Death dan ook met The Pixies, The Pogues en Tom Waits (niet helemaal terecht, vind ik) maar in enkele wat rustigere ballads zoals "Only Daughter" en "Jesus Look Down" merk je dat deze band ook zijn weg weet te vinden in het songwriter-genre met meer aandacht voor de boodschap in de teksten. Naar mijn bescheiden mening zit er meer weirdo Will Oldham of Violent Femmes in hun muziek. Vooral in "Nathaniel" komt de geest van deze laatsten om de hoek kijken. In "O Lee O" wordt met enkel wat banjo en percussie een toch behoorlijk sterke song neergezet, alhoewel de schreeuwerige vocalen soms toch wat storen. "Busted Old Church" is voor mij het sterkste nummer van "Head Home" met behoorlijke swing en een prettig stukje electrische viool. Ook "Ground Stump" is van hetzelfde laken een broek. In "Adelita" hoor je gezang dat je bij beluistering zou omschrijven als kampvuurgeluid van enkele indianen die wat te veel aan het vuurwater hebben gezeten. "All The World" is The Pogues pur sang. Soms lijken de O'Deaths zelfs kwaad op elkaar te zijn, wat hopelijk niet zo is. De band gebruikt vele traditionele zang- en opnametechnieken waarij instrumenten zoals akoestische gitaar, ukelele, mandoline en banjo niet geschuwd worden. Door zijn opvallende verscheidenheid in de songs is "Head Home" toch vooral boeiend te noemen en merk je dat je alle nummers uitzit in afwachting van wat er volgen zal. En als dan afsluiter "Gas Can Row" komt weet je dat je deze CD binnen enkele dagen opnieuw in de speler zal schuiven omdat er zeker enkele rariteiten gemist werden na een eerste beluistering. Hopelijk zijn er nog enkele flessen overgebleven want die zullen nodig zijn om een even goede opvolger voor "Head Home" klaar te stomen. (valsam)