ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 200


 

 


THE RED FLAGS
HUNDREDS OF SUNSHINE
Website: www.theredflags.net
Email: htb@theredflags.net
Label: Folkwit Records
www.folkwit.biz
mail@folkwit.biz

 

The Red Flags is een duo uit Wiltshire, Engeland, bestaande uit Keith Mouland (zang, harmonica en akoustische gitaar) en K.C. (Harry) O'Shea (piano, accordeon en staande bas). En als hij niet op tournee is met Van Morrison doet ook Paul Godden mee op elektrische gitaar of mandoline. "Hundreds Of Sunshine" is hun eerste CD, uitgebracht in eigen beheer. Ze bevat 15 songs met kortverhalen die bij elkaar gepend werden door Keith Mouland en door The Red Flags op vrij simpele maar mooie muziek werden gezet. De stijl van dit album is alt.country en country blues met zeer veel professionele klasse gebracht door deze rasmuzikanten. De thema's van de songs zijn universeel zoals over de liefde in "Bye Bye Baby", over het leven in "Quirky" en over de dood in "Funeral Song". Maar ze worden meestal op een behoorlijk persoonlijke wijze gebracht. Het veruit mooiste nummer op "Hundreds Of Sunshine" is naar mijn bescheiden mening "Bye Bye Baby", een murder-ballad met zo'n heerlijke accordeonklanken en het klagerige gezang van Mouland. Een nummer waarbij je even stil wordt van de prachtige sfeer die in de enkele minuten dat het nummer duurt wordt geschapen. Er wordt met de juiste woorden een schilderij gemaakt dat je meteen begrijpt en in zijn context kan plaatsen. Ook "Jonnie Cheese" is zo'n song en in "Haunted House" - dat met een indringende mondharmonica-klank begint - kan je de eenzaamheid van het alleen achter blijven in een leegstaande woonst zo voelen. Haast volledig akoestische sets werden neergezet in "One-Way Train", "Cool Canyon" en "Dead Snake", waarmee nogmaals werd aangetoond dat minder ook best meer kan zijn. "Hundreds Of Sunshine" werd in het eerste kwartaal van 2006 opgenomen in de living van Harry O'Shea en zo goed als volledig van de eerste keer live ingezongen. Echte Americana-muziek zonder cowboyhoed of Amerikaanse vlag in de buurt. Een zeer verdienstelijk debuut.
(valsam)



TEDDY LEE HOOKER
ELEKTRIK RAIN
Website: www.teddyleehooker.com
Info: www.socalblues.org
Label: TLH music
www.cdbaby.com/cd/tlhooker

 

 

Ted Grimes, wiens oudste zus Freda de vrouw was van John Lee Hooker, zag dikwijls zijn oom gitaar spelen terwijl deze babysitter speelde voor hem.Toen hij op een dag,Teddy was toen 5, zijn gitaar even alleen liet om de telefoon op te nemen, was de kleine even vlug zijn oom gaan imiteren en maakte een hels lawaai op de ingeplugde gitaar. Een dag later kreeg Teddy zijn eerste gitaar van Uncle John Lee met de boodschap: "This is yours, now leave mine alone!" Vanaf toen zat Teddy steeds vlakbij om John Lee's handen te volgen als hij op de veranda van hun huis nieuwe songs aan het uitproberen was. Het was toen ook dat John Lee hem enkele akkoorden aanleerde van zijn nieuwe song "Boom, Boom, Boom". Vanaf die tijd wist Teddy dat hij ook gitarist zou worden. Hijzelf noemt zijn voornaamste invloed James Brown (waarvan ik enkele uren voor ik deze bespreking begon 't overlijden vernam). Ook B.B King en vooral Hendrix behoren tot de artiesten die hem als voorbeeld dienen. "Toen ik Hendrix'"Red House" hoorde, wou ik 't niet alleen spelen, maar ik wou lid van zijn band worden", zegt Teddy. Op16 jarige leeftijd gaat 't dan vlug richting bekendheid, maar niet in de blues, eerder in de jazzwereld. Hij begint in de band van George Benson, later vraagt Miles Davis 'm voor een wereldtournee. Dit gaat echter niet door, omdat Teddy's vader ernstig ziek wordt en hij voor de familie moet zorgen. Exit muziekcarrière voor een lange tijd, want ook een ernstig auto-ongeval, waarbij zijn 5-jarig dochtertje sterft en hijzelf een maand in coma ligt, helpen zijn carrière niet erg in de goeie richting. Na enkele jaren begint hij echter terug te verlangen naar een muzikantenleven en richt de band "Monkey Meet" op waarmee hij10 jaar lang vooral het voorprogramma deed tijdens wereldtoernees van grote namen als Albert King, Smokey Robinson en anderen. Maar zijn problemen waren nog niet teneinde, enkele jaren geleden onderging hij een open-hart operatie. Op een dag, tijdens zijn revalidatie, zag hij een documentaire op tv over John Lee Hooker en besefte dat hij alles aan deze man te danken had op muzikaal gebied. Als hommage aan zijn oom nam hij de naam Teddy Lee Hooker aan en begon deze maal een pure bluesband, niet zonder succes want reeds een jaar na oprichting, won hij de "South Bay Music Award", de "Blues Artist of The Year 2005" trofee. Deze cd, zijn debuut, enkele maanden geleden opgenomen,bevat onder andere het eerder vermelde "Boom, Boom" in een up to date versie,die echter ook sterk herinnert aan de originele versie van oom John Lee.Voor het grote deel doen de opnames echter denken aan de moderne funky stijl van artiesten als Bernard Allison, Micheal Hill en Chris Cain. De erg mooie slide gitaar in het ondeugende "Got A Hard On For You Baby", het mooie soulvolle "Slip Away", maar vooral de indringende slowblues "A Quitter Never Wins", zijn stuk voor stuk kwaliteitnummers op ‘n cd die weinig of geen laagtes bevat. Gaf John Lee ons de wortels, dan zorgt Teddy Lee nu voor de takken aan de bluesboom … Boom, Boom, Boom…
(RON)


JIM BYRNES
HOUSE OF REFUGE
website: www.jimbyrnes.org
label: Black Hen Music
info: www.blackhenmusic.com
www.jamestbyrnes.com
www.myspace.com/blackhenmusic

"Who could take the Rolling Stones seriously after watching Howlin’ Wolf down on his knees singing Little Red Rooster?”
(Jim Byrnes)

 


Ik weet niet of het iets te maken heeft met Kerstmis, het schitterende concert van the Holmes Brothers dat een tijdje geleden plaatsvond in Mechelen of misschien signalen van een late roeping ... feit is dat het album "House Of Refuge" van acteur/singer/songwriter Jim Byrnes (22/9/1948) niet meer weg te branden is uit mijn cd-speler. "Songs of Hope, Longing, Sin and Redemption" oftewel gospel-soul-blues van prima kwaliteit gebracht door een man die bij de trouwe tv kijkers geen onbekende is. De liefhebbers van ondermeer de series "Wiseguy" en "Highlander" (zie foto) zullen Byrnes onmiddelijk herkennen maar wij richten onze aandacht op de vocale en instrumentale kwaliteiten van deze in St. Louis, Missouri geboren Amerikaan die midden jaren zeventig naar Vancouver, Canada verhuisde. Meteen sloeg het noodlot toe want de brave man verloor beide onderbenen bij een auto-ongeval maar het belette hem niet om na een langdurige revalidatie on the road te gaan met zijn eigen band. Drie albums hebben zij op hun naam staan ("Burnin'", "I Turned My Nights Into Days" en "That River") en met dat laatste album sleepte hij in 1996 zelfs the Juno Award for "Best Blues/Gospel album" in de wacht. Met "House Of Refuge" heeft Jim een excellente opvolger in huis voor het in 2004 verschenen "Fresh Horses" dat eveneens verscheen op Black Hen Records. Een schitterend album met twaalf 'songs & stories of deep soul and faith all brought to breathe by a lust for life and a deference for death'. Dit is een juweeltje van een album waarbij de prachtige stem van Byrnes volledig in harmonie is met het fantastische geluid van gitaren (Steve Dawson), fiddle & mandolin (Jesse Zubot), drums (Elliot Polsky), double bass (Keith Lowe), keyboards/organ/accordeon (Chris Gestrin) en niet onbelangrijk ... de harmonieuze backingvocals van het gospel trio The Sojourners (Marcus Mosely, Will Sanders & Ron Small). De opener en traditional "Didn't It Rain" alleen al rechtvaardigt de verplichte aankoop van dit schijfje, 'a powerful back beat of hope and salvation' en meteen zijn wij vertrokken voor een meer dan 52 minuten durende bedevaarstocht. De psalmen vliegen ons rond de oren en met "Of Whom Shall I Be Afraid", the slowly urgent death chaser "Running Out Of time" (inclusief Wurlitzer, fiddle, slide gt, pedal steel, mandoline), "The Death Of Ernesto Guevera" kan Byrnes iedereen overtuigen dat hij een prima singer/songwriter is die zijn eigen werk prachtig weet te mixen met de schitterende covers "Lay Me Down Sweet Jesus" (origineel van Justin Rutledge), Nick Lowe's "The Beast In Me", Thomas A Dorsey's "Today", Big Bill's Blues" (W Broonzy), Skip James' "Be Ready When He Comes", David Wall's "Fortify Me" en Robert Johnson's "Last Fair Deal Gone Down". De mensen die zich de optredens van Ted Hawkins, the Blind Boys Of Alabama, the Holmes Brothers,The Staple Singers en the Gospel Hummingbirds op de verschillende Belgium Rhythm & Blues festivals nog voor de geest kunnen halen gaan gegarandeerd uit de bol voor Jim Byrnes'"House Of Refuge". Opperden wij al dat er opnieuw mocht aangeknoopt worden met de New Orleans/South West Louisiana traditie op de festivals (zie rev december:Gumbohead) dan lijkt mij Jim Byrnes & band niet alleen just a pilgrim on the side of the road maar bovenal de geschikte kandidaat voor een anderhalf uurtje heerlijke gospel/soul/blues op menig festival.



LAURIE "WADDY" MITCHELL
OL' SOUL
Website: www.waddymitchell.com
Email: damitelec@bellsouth.net
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/lauriemitchell


 


Het is al langer duidelijk dat white men wel degelijk the blues kunnen spelen. En sinds Janis Joplin twijfelt niemand er nog aan dat ook white women echt the blues kunnen zingen. Laurie "Waddy" Mitchell is ook hiervan het bewijs, zo te horen op haar debuutalbum "Ol' Soul", waarmee ze voor niemand hoeft onder te doen. De hoes, waarop Laurie is afgebeeld, leunend op een piano, geeft de relaxte sfeer van het album goed weer. In deze sfeer komt haar stem goed tot zijn recht. "Ol' Soul" is dan ook een pracht van een plaat, waarbij ze een grote steun kreeg van haar producer Jack Holder en manlief, Dana. Memphis inspireerde Mitchell dusdanig, dat zij besloot een heel album op te nemen met blues uit de jaren twintig en dertig. Mitchell gaat met haar debuut een meer jazzy toer op, de muziek op deze plaat grijpt terug naar haar kinderjaren, de muziek die ze hoorde bij al haar ouders, tantes en nonkels. "Ol' Soul" bestaat uit twaalf tracks met invloeden uit de barrelhouse, swing en de Delta blues. Songs die duidelijk haar afkomst verraden, maar die tegelijkertijd opvallen door eigenzinnigheid. Naast vier nummers van Mitchell zelf komen ook nummers van legendes als J.C. Johnson, George Brooks, C. Williams en C.Warfield voorbij. Met haar nieuwe album duikt Mitchell diep in de 'old New Orleans and Beale St.'- sound van welleer. De kenners likken nu al de vingers af, zeker wanneer zij eenmaal in de winkel aangekomen het indrukwekkende lijstje gasten zien. We hoeven u natuurlijk niet te vertellen dat dat voornemen met goed volk als gitaristen William Lee Ellis, Josh Roberts en Jack Holder, pianisten Tony thomas en Jim Dickinson en een handjevol mindere goden nauwelijks kans van mislukken heeft. Doordat de nummers met smaak en veel respect voor de originelen uitgevoerd worden, klinkt dit album ondanks de verschillende gasten als een hechte eenheid, luister maar eens naar het 'geleend werk', zoals J.C. Johnson's "Empty Bed Blues", Leroy Carr's "How Long, How Long Blues" en C.Warfield/ C. Williams' "Baby, Won't Yoy Please Come Home". De authenticiteit die hier werkelijk vanaf druipt doet gedachten opdoemen aan Bessie Smith en Ma Rainey. Kortweg: Laten we het er maar op houden dat "Ol' Soul" van a tot z fantastisch is en door elke bluesliefhebber van oude jazzy Delta blues zeker eens beluisterd moet worden. Een onbescheiden meesterwerk van een misschien wat te bescheiden artieste.


OBLIO
CREATE THE NIGHT pt. I
Website: www.obliomusic.com
www.myspace.com/oblio / Email: obliomusic@gmail.com
www.cdbaby.com/cd/oblio

In 2005 verscheen "Dichotomy", het eerste album van Oblio, een 4-koppige formatie met leden die uit verschillende delen van de Verenigde Staten afstammen en die samen kwamen om een groep te vormen in Nashville, the home of country - music. En toch was het geen country-plaat maar een behoorlijk swingend album. Travis Vance (bas), Terry Price (zang en gitaar), Mikie Martel (keyboards en trompet) en Ben Dumas (drums) beweren zelf dat ze een goed geschreven song verkiezen boven het gebruik van vele instrumenten. Op hun tweede album "Create The night pt. I" staan maar 7 van dergelijke goed geschreven songs en het geheel is over na 28 minuten. Maar de liedjes zijn origineel en elk van een gans verschillende aard. De begintrack "End Of The Night" klinkt een beetje als Calexico, gevolgd door "She-Devil", een mooie swingende uptempo-song. "Marlborough Blues" is dan weer een groovy funk-song met vele geluidjes en bluesy zangwerk. "Times Square", "Never That Cold" en "Skyline" lijken uit de pen van Ryan Adams te zijn voortgekomen en worden op charmante wijze gezongen in de seventies-stijl van Sufjan Stevens en Steely Dan. In "Kathleen", de afsluitende song op dit mini-album, hoor je een mooi en eenvoudig gezongen liefdesliedje opgedragen aan een onbereikbare geliefde, onder begeleiding van een leuke accordeondeuntje. Slotconclusie is dat er op deze CD een fijne verzameling liedjes staan die na enkele beluisteringen beklijven blijven. Laat "part 2" maar snel komen, jongens.
(valsam)



KAREN JO FIELDS
IN YOUR PAGES
Website: www.karenjofields.com
Label: Frode Records
www.ccrecords.com
mail@ccrecords.com

 

Deze dame werd 33 jaar geleden geboren in Noorwegen uit een Noorse moeder en een Amerikaanse vader als een gepast toonbeeld van de uitersten : de woestijn in Arizona en het Noorse winterlandschap. Kunst en muziek stonden altijd al centraal in haar grote familie. Als kind begon ze schuchter met haar eerste probeerseltjes op piano en gitaar, maar ze had al snel de smaak definitief te pakken en besloot op 19-jarige leeftijd om liedjes te schrijven in het engels en zichzelf daarbij op gitaar te begeleiden. Haar eerste liedje dat op plaat verscheen was "High And Deep" dat ze op een demo zette ter gelegenheid van de 50e verjaardag van haar vader. In 2000 verscheen dan haar debuutalbum "Embrace Me" en de Noorse producer Frode Da Costa Lia nam daarna ook de produktie van haar tweede CD "Chase The Blue" en dit derde album "In Your Pages" voor zijn rekening. Tussendoor zorgde ze ook nog even voor vocale ondersteuning op nummers van Minor Majority en Muzzlewhite en droeg ze ook bij aan "We Walk The Line", een tribute-CD voor Johnny Cash, die in een Noorse gevangenis werd opgenomen. Twee jaar geleden voltooide ze dan haar beste werk tot nu toe, de geboorte van haar zoontje Gabriel en tussen borstvoeding en luiers in bedacht ze nieuwe nummers voor een derde CD, die nu in Europa werd uitgebracht onder de titel "In Your Pages". Het album bevat 12 zeer onderhoudende songs met een verhaal, allemaal bij elkaar gepend door Karen Jo Fields zelf, behalve dan die éne zeer geslaagde cover van "Famous Blue Raincoat" van Leonard Cohen. Ook leuke bijdragen zijn "In Your Pages", "Was It You", "The Rain May Fall" en "Love, But It Isn't You". Als je eens naar het noorden afreist loont het misschien de moeite om even te kijken of je er geen optreden van deze lokaal best beroemde dame aan vast kan breien.
(valsam)



  1. KING ROBINSON AND THE HOUSEWRECKERS
    HIT THE BIG TIME
    Website: www.brucesblues.com/bands.htm
  2. Email: astrumur@aol.com
    Label :HIGHLAND LAKE RECORDS

Een kerel die vol overgave de "smoelschuiver" hanteert, dat is wat we zien op het hoesje van de debuutcd van "King Robinson and The Housewreckers - Hit The Big Time". Meteen is mijn aandacht getrokken, want sinds ik eind jaren 60 voor 't eerst Sonny Boy Williamson hoorde, ben ik een levenslange fan van de bluesharp. Rob Sulki,a.k.a King Robinson is een meester op dit instrument en brengt ons op deze CD een bloemlezing van goeie Chicago blues, samen met gitaristen Bruce Williams en Mike Landers, bassist Marty Willis en drummer Jeff Blum. Soulvolle ballads, swing, boogie, alles is aanwezig. Hoogtepunt is voor mij het uiterst mooie “Five Long Years“, bekend van Eddie Boyd, maar hier op sublieme wijze gebracht op chromatic harp, zoals enkel grootmeester George ”harmonica” Smith dat kon of nu nog Rod Piazza met zijn Mighty Flyers. Zuivere “kippevel” muziek. Lowell Fulsom’s “Reconsider Baby”, Hooker’s “Crawlin’ "Kingsnake”, Howlin Wolf’s “Who’s Been Talking”, allemaal krijgen ze een hedendaags jasje aangemeten, met Rob Sulki’s mooie bluesharp in de hoofdrol. Ook de beide gitaristen krijgen (terecht) een belangrijke rol toegeschreven. Bruce Williams, die nog speelde bij Junior Wells en Jimmy Dawkins, schittert in “Crawlin’ Kingsnake”, een tien minuten durende live-song, waarin de spanning langzaam opgebouwd wordt tot Bruce al improviserend helemaal uit de bol kan gaan. Buiten dit hoogstandje staan er nog 2 andere live-recordings op de cd, zodat we een goed beeld krijgen van hoe het er op hun concerten ongeveer aan toe gaat. Tussen de gebruikelijke covers heeft Rob voorzichtig twee eigen nummers verwerkt : “Doin’ The Best I Can”, dat erg aan Sonny Boy Williamson schatplichtig is, en het onverwachte en erg korte slide-instumentaaltje “Kingpickin” om de rij te sluiten. Kim Wilson en Rod Piazza, beware ..., King Robinson is coming ... and he’s gonna hit the big time!
(RON)



SWITCHBACK
FALLING WATER RIVER
Website: www.waygoodmusic.com
www.myspace.com/switchbacksince1993
Email: waygoodmusic@earthlink.net
Label: WayGood Records
www.cdbaby.com/cd/switchback4




"A Must Hear For Anyone Who Cares About the Toll of War"

 

Switchback zijn Brian FitzGerald en Martin McCormack, twee Amerikanen met Ierse roots die reeds een tiental full-CD's hebben uitgebracht sinds hun debuut in 1994. Hun muziek valt te catalogeren onder Americana en traditionele Keltische muziek. Hun sound kan je typeren als een mix van blues, folk en jazz. Alle instrumenten op de songs worden door beide heren zelf bespeeld en vocaal komen ze ook beiden aan bod, soms apart en dan weer in harmonie, waardoor het geheel véél meer wordt dan de som van de twee stemmen. "Falling Water River" is een conceptalbum waarin het verhaal wordt verteld over het leven en de dood van de jonge soldaat William Henry die de emoties van de oorlog ervaart als plattelandsjongen uit Tennessee, vechtend voor zijn land ver weg van de wereld waarin hij opgroeide. Het is een doorlopend verhaal van de jonge soldaat die verliefd wordt, naar het front wordt gestuurd, daar de zinloosheid van de oorlog ervaart, er sterft en als oorlogsheld in een doodskist terug naar zijn familie en geliefden wordt gebracht. De mandoline is een vaak gebruikt instrument in de songs van Switchback zoals in het instrumentale "The Death of William Henry" en vormt het referentiepunt naar de Ierse rootsmuziek die in heel wat songs duidelijk aanwezig is. "The Last Lullaby" is dan weer een sentimentele ballade die op een bepaalde wijze zeer aanstekelijk werkt en die je het gevoel geeft dat je dit nummer al enkele jaren kent. Het onderwerp van de song is echter keiharde realiteit over de laatste song die voor iemand gezongen wordt vooraleer hij zal worden begraven. Opvallendste song op "Falling Water River" is het celebrale "Requiem" waarbij je je als stille getuige op een begrafenis waant in een Iers kerkje en waar beide heren een oprechte ode brengen aan de gestorvene. Je wordt er helemaal stil van, ook al omwille van het prachtige rustgevende akoestische gitaarspel en het sacrale karakter van het nummer. Een all-time klassieker voor alle toekomstige afscheidsvieringen in de Keltische landen en daarbuiten. Een nummer dat zelfs de die-hards kippenvel zal bezorgen. Zonder te politiek getint te worden proberen Switchback de banaliteit van de oorlog te tranformeren in een wereld vol menselijkheid, dromen, verlangens en angsten. Ze wijzen op de menselijke tol die oorlogen en geweld eisen en hun impact op de achterblijvende familie en vrienden. In "Looking At Love" wordt gewezen op de overpeinzingen van de soldaat die op wacht staat en voor zich uitstaart en eigenlijk wezenloos naar zijn geliefde zoekt die ver weg van het front op hem zit te wachten. Mocht je nog geen opinie over de oorlog bvb. in Irak hebben gevormd, dan zal "Falling Water River" je hierbij zeker een serieuze stap voorwaarts hebben helpen zetten. Een plaat met één grote boodschap : stop de zinloze oorlogen.
(valsam)


FELICITY URQUHART
MY LIFE
Website: www.felicityurquhart.com / www.myspace.com/felicityurquhart
Email: joandouglas@thepub.com.au / Label: Shock Records / www.shock.com.au

 

Het jaar begon uitstekend voor deze Australische sirene met een finaleplaats als beste vrouwelijke vocaliste van het jaar en een award als Australian Songwriters Associations Country Songwriter Of The Year 2006 voor het nummer "The Flood", een ontroerende ode aan haar ouders. Met dit nummer wordt de aftrap gegeven op haar nieuwe CD "My Life", een onvervalst countryalbum met 13 nummers die gaan over de dingen des levens, zoals de liefde, de eenzaamheid en gebroken harten. Muzikale invloeden zat voor Felicity Urquhart met namen als Dolly Parton, Rhonda Vincent, Shawn Colvin en Allison Krauss en het al zingende vertellen heeft ze duidelijk ook geleerd door aandachtig te luisteren naar James Taylor. De dame verkeert ook af en toe in beroemd gezelschap zoals toen ze mocht optreden als duo-vocaliste met de groep "The Ordinary Fear Of God". "Wie ???" zal u denken, maar als ik zeg dat dit het hobbybandje is van niemand minder dan Russell Crowe, dan zullen enkele dames alras de eerste gevoelens van jaloezie voelen opkomen. Felicity is ook een beetje een Australische versie van Koen Wouters - behalve dan dat ze van het mooiere vrouwelijke geslacht is - maar we doelen op het feit dat ze naast beroemd zijn als zangeres in Australië ook enkele TV-shows presenteert op het commerciële station Channel 7 en soms ook in de radiostudio de microfoon toefluistert voor ABC Radio Saturday Night Country. Haar stem op dit vijfde album is mooi met wat rauwe emotie, kwetsbaarheid en oprechtheid in de teksten, waarvan ze er twee zelf geschreven heeft. De muziek is pure country met wat rootsfolk-invloeden. De titeltrack "My Life" - dat in Australië de top 5 haalde - is een nummer geschreven door Robert Lee Castleman. Andere nummers werden geschreven door o.a. Randy Scruggs, Al Anderson, Kevin Bennett, Glen Hannah en Jennifer Kimball. Uitschieter voor mij is "Lonely Girl" waarin ze zeer persoonlijk wordt in de stijl van de Ierse Mary Black. En ook "That Boy Sure Can Jump A Train" is een mooie melodie op gitaar met wat zachte drums die net voldoende ritme in de song brengen en haar zuivere stem ten volle tot uiting laten komen. "Mr. Catfish" tenslotte laat zien dat Felicity Urquhart ook nog wat meer dan country in haar mars heeft, want de jazzy-invloeden in dit nummer laten het des te meer positief opvallen tussen de andere songs. Een leuke album dat de liefhebber van mooie ballads zeker zal aanspreken.
(valsam)