ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006


 

 



TRUCKSTOP SOUVENIR
LEAVE NOTHING BEHIND
website: www.truckstopsouvenir.com
www.myspace.com/truckstopsouvenir
info: dennis@truckstopsouvenir.com
lauryn@truckstopsouvenir.com
label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/truckstopsouvenir
www.milesofmusic.com

 


" From rousing fiddle-guitar leavin’ songs to sparse takes on the darker side of life, Truckstop Souvenir is about pure and honest music: two voices, two acoustic instruments, and songs that are best taken straight up, no chaser."

 

De kerk netjes in het midden houden ... blijkbaar een nobel streven om een huwelijk in stand te houden. Ook het singer/songwriters echtpaar Lauryn Shapter (Vocals, Fiddle, Guitar, Piano) en Dennis James (Vocals, Guitar, Mandolin) deelt die mening want voor hun debuutalbum "Leave Nothing Behind" mocht ieder netjes vijf songs voor zijn/haar rekening nemen. Bovendien hadden zij ook geen pottekijkers nodig want de backing/harmony vocals namen zij ook voor hun rekening. Iedereen tevreden zou je denken en toch blijken de meningen erg verdeeld betreffende dit album. Zo zijn het gezaghebbende Miles of Music en Amerikana UK laaiend enthousiast en wordt het album en vooral de vocale kwaliteiten van Lauryn Shapter in twijfel getrokken door onze Duitse collega's van www.countryhome.de/recordnews/cd/september . Ondergetekende deelt die laatste mening hoegenaamd niet en durft zelfs opperen dat het album "Leave Nothing Behind" tot een van de betere albums van 2006 behoort. Het zal ongetwijfeld drummen zijn voor vele artiesten om in mijn persoonlijke top 25 te geraken, maar Shapter/James aka Truckstop Souvenir mogen op beide oortjes slapen ... Beiden vonden mekaar in Seattle en het was niet zo vanzelfsprekend dat de man uit Texas met zijn Lone Star invloeden tot een harmonieuze samenzang zou komen met het frele meisje uit New York dat via Colarado haar weg zocht in het bluegrass wereldje. Nochtans is het resultaat verbluffend, opener "Pretty Woman, you walk on my soul", "The Bootlegger's Daughter" en het titelnummer "Leave Nothing Behind" hebben bijzonder veel voeling met the Everly's, Buddy & Judy Miller en zelfs het betere werk van het duo Harris/Parsons. Mandoline, fiddle, schitterende harmony vocals en meteen het startsein voor Lauryn Shapter om onze Duitse vrienden te overtuigen dat ze wel degelijk kan zingen want met de pareltjes "My Heart Ain't Yours", Mama's Debt", "All Night Franchise Diner", "Front Porch and You" en "Memorial Day" komt zij dicht in de buurt met wat gerespecteerde artiesten als Gillian Welch, Carrie Rodriguez, Margo Timmons, Mary Gauthier, Glenna Bell, Heather Waters, Rachel Harrington in het verleden lieten horen. Hun cover van "Ramblin' Man" (Richard Betts, the Allman Brothers) was mijn inziens overbodig geweest want "Horse and Rider" met Tom Parker (the Starlings, Pelusa, zie rev: Juni 06, Feb 05) op harmonica en "It's Simple Here" bewijzen nogmaals, mochten de overige songs je nog niet overtuigd hebben, dat zij beiden uit het betere singer/songwriters hout gesneden zijn en bovendien slagen met grote onderscheiding in hun thesis "Old-school country music junkies, the two share an undying passion for music that matters, as well as a profound respect for life and all its myriad emotions, stories, and characters."

foto by Chris Force (www.forceweb.com)



GRAYSON CAPPS
WAIL & RIDE
Website: www.graysoncapps.com
Label : Hyena Records
www.hyenarecords.com
HyenaRecords@aol.com
Distr.: Bertus
www.bertus.nl

 

Het debuut "If You Knew My Mind" van Grayson Capps, was vorig jaar zeer verbluffend overtuigend. De zanger uit New Orleans presenteerde een vanzelfsprekende mix van souplesse, swing en diepgang. De opvolger "Wail & Ride" is vooral meer van hetzelfde. Al blijft die ruige, doorleefde en donkerbruine stem een wonderlijk effectief instrument, maar ook zijn akoestische slidegitaar en teksten liegen er niet om. Dat zijn de belangrijkste bestanddelen van de muziek van deze rootsy troubadour. In zijn liedjes ontpopt hij zich tot een dichter-van-de-straat die prachtige sfeerbeelden weet te schetsen van mannen en vrouwen die leven aan de zelfkant van de maatschappij. Zo bracht hij op zijn vorig album, het nummer "Washboard Lisa", waarin hij op meeslepende wijze de vrouw weer tot leven brengt die jarenlang op blote voeten op de hoeken van de straten van New Orleans stond om met een ratelend wasbord een paar centen bijeen te schrapen. Ook was op dit solodebuut onder meer de indrukkende titelsong van de film "Love Song for Bobby Long" (met John Travolta en Scarlett Johansson) te horen. Muzikaal gezien leunen Capps’ sfeertekeningen van het met whiskydampen doortrokken leven van de ‘verworpenen der aarde’ nogal sterk op countryblues en dat geeft de teksten precies de juiste toon mee. Grayson Capps heeft kortom met "If You Knew My Mind" een bijzonder verdienstelijk debuut afgeleverd, waarmee Capps het collectieve bewustzijn van iedere zichzelf respecterende singer/songwriter en Alt.Country minnaar invloeide. Zijn tweede album "Wail & Ride" is inmiddels gearriveerd en laat een makkelijker in het gehoor liggend groepsgeluid horen door een grotere rol voor zijn vaste band The Stumpknockers (“the best barband in town”). De kenmerkende doorrookte stem krinkelt door het hele album en de sympathieke bard voelt zich hoorbaar prima thuis in de wiegende songs over “that rotten old town that everyone loves” New Orleans. We keken dus met bijzondere belangstelling uit naar dit nieuwe album en Capps overtreft onze stoutste verwachtingen, dit is eigenlijk de gedroomde rootsplaat uit het diepe zuiden van de VS. Capps is een een liedjesschrijver en performer van formaat en met zijn nieuwe plaat zet hij voorlopig de kroon op zijn werk. Veel heeft ook te maken met de productie, want zo als voor "If You Knew My Mind" en nu "Wail & Ride" nam niemand minder dan Trina Shoemaker (Whiskeytown, Queens of the Stone Age, Emmylou Harris, Sheryl Crow) plaats achter de knoppen. Het levert een fantastisch geproduceerde plaat op. Shoemaker houdt van een lekker vol geluid, maar overdrijft dit gelukkig nergens. Capps’ mooie liedjes verzuipen daarom niet in een overdadige productie, maar krijgen door precies de juiste accenten net dat beetje extra dat een cd nodig heeft om uit te kunnen groeien tot een meesterwerk. En dat is het, want ook Grayson Capps overtreft zichzelf op "Wail & Ride" met een serie fantastische songs. De kracht van zijn muziek schuilt in de eenvoud. Zijn liedjes bestaan uit simpele, catchy melodieën die zich onmiddellijk in je hoofd nestelen. Shoemaker heeft de songs voorzien van een sobere, hechte productie waarin zijn gitaarspel, net als zijn stem, licht schurend de boventoon voeren. Daarnaast komt er af en toe, als aangename accent, een orgeltje, een piano of de prachtige vocale backing van Shoemaker zelf om de hoek, om de downtempo liedjes even licht op te tillen. En de muzikanten? Luister naar de samenstelling van zijn band en het water loopt je in de mond: Tommy MacLuckie (electric guitar, harmony vocal), Trina Shoemaker (harmony vocal, shaker, backing vocal), Larry Paxton (bass), Trevor Brooks (piano, organ), John Milhamen Shannon Forrest (drums) en Charlie Judge (piano, Wurlizter). Begeleid door deze rockers verhaalt Capps op klassieke wijze over de muziekgeschiedenis van The Big Easy, maar dan als een sociaal statement. Natuurlijk gaan vele songs over de teloorgang van New Orleans ("New Orleans Waltz") en ook over Capps zijn geloof in de wederopstanding van deze mysterieuze stad. Capps heeft gewoon een gitaar in de hand en een hoofd vol markante passanten. Dromers, zwervers, hartenbrekers en als dorpsgek vermomde profeten. Al woont hij nu in Nashville schrijft Capps in de liner-notes, dat zijn hart echter bij New Orleans blijft, en dat is ook zo te horen op deze "Wail & Ride": Loom, swampy, schurend en genesteld in de beste New Orleans traditie. Super-intense prachtplaat van Grayson Capps.

Grayson Capps LIVE
zaterdag 3 februari
De Prins, Ospel NL.


Grayson Capps kom terug op Ospelse bodem. Nadat hij tijdens de afgelopen editie van Moulin Blues diepe indruk achterliet bij publiek, pers en bij Logjam Concerts, komt de ambassadeur van New Orleans met het bakstenen stemgeluid terug. Op zaterdag 3 februari geeft Grayson Capps een exclusief optreden in café De Prins. Tijdens zijn korte Europese tournee naar aanleiding van zijn onlangs verschenen album "Wail & Ride" zal Grayson Capps slechts twee maal in Nederland te bewonderen zijn: in Paradiso in Amsterdam en in de Prins in Ospel!

Aanvang 20:00 uur – entree €14
Info + reserveringen www.logjamconcerts.nl



J. TEX & THE VOLUNTEERS
LOST BETWEEN CLOUDS OF TUMBLEWEED & SPACE
website : www.jtex.dk / www.myspace.com/jtexampthevolunteers
info: jtex@jtex.dk
label : HepTown Records / www.heptownrecords.com
records@heptown.com

 


Globetrotter Jens Einer Sorensen a.k.a. J.Tex (12/8/'65) zag het levenslicht in Detroit, Michagan, verhuisde op erg jonge leeftijd naar Kopenhagen, Denemarken, vroeg aan de H. Sint een gitaar, was vroegrijp en ... verstandig aangezien zijn eerste zelfgepende song de veelzeggende titel "Big Bad Woman" meekreeg. Op zijn twintigste keerde hij terug naar de States en die periode in zijn leven kan je bestempelen als één groot feest. In 1990 had hij blijkbaar zijn buik vol van "living the wild life on the road" en met een tussenstop in Italie koos Jens bewust voor "Oost West, Thuis Best" en settelde zich opnieuw in Denemarken. "Lost Between Clouds of Tumbleweed & Space" is zijn debuutalbum en zoekt zich meteen een plaatsje in de alt. country/Americana "boom" die al een tijdje bezig is in het Hoge Noorden. Inspiratie vond J. Tex voldoende in zijn turbulente leven en met ondermeer de songs "Day By Day", "What a Bummer", de cover van "Me and Bobby McGee" (Kris Kristofferson), "Tennessee", "Going Back to Memphis" laat hij toe dat wij ons verdiepen in die boeiende verhaaltjes. Alles wordt nog veel leuker omdat het geheel pruttelt in een urban hillbilly/bluegrass/country/Americana sausje en af en toe lijkt het wel of Jens in de leer gegaan is bij Wayne "the Train" Hancock of Hank Williams III. Voor ons niet gelaten want laat dat nu twee gasten zijn die in de bovenste la liggen bij ondergetekende, dan zal het je niet verwonderen dat J. Tex (leadvocal, guitars, banjo, mandolin) en zijn Volunteers, Frank Borgaard (bas), banjo, backing vocal), Jason Bednard/Jens Jones (percussion, drums, backing vocal), Peter Knudsen (lap steel, guitar, backing vocal) en Joel Pedersen (guitars, keybord, drums) in de toekomst van erg nabij zullen gevolgd worden. Dit album verscheen al eerder maar werd onlangs onder de hoede genomen van Heptown Records en het zou ons niet verwonderen dat het meteen de doorbraak naar de rest van Europa zou betekenen en J. Tex en zijn vrijwilligers op die manier een plaatsje kunnen versieren op de talloze festivals. In hun thuishaven staan zij bekend als een van de beste live - bands ....wie haalt dit gezelschap eens naar ... juist!

Tracklisting:
• Day By Day
• Nine Pound Hammer
• White Paper Lane
• What A Bummer
• Left With Someone Dear
• My Kind Of Town
• Me And Bobby McGee • Bring U Down, Down
• Sometimes I Feel Like An Angel
• Tennessee
• Going Back To Menphis
• Deep, Deep Valley
• Good Morning, Mr Railroadman
• Baby Tonight



 

SUMMER HYMNS
BACKWARD MASKS
Website: www.summerhymns.com
www.myspace.com/summerhymns
E-mail: summerhymns@hotmail.com
Label : Misra Records
www.misrarecords.com

 

Athens, Georgia, USA is de thuishaven van Summer Hymns, de groep rond het trio Zachary Gresham (zanger, pianist en gitarist), Philip Brown (drummer) en Chris Riser (bassist en ex-Whiskeytown). Deze laatste heeft ook staande bas gespeeld op de CD "Chainsaw of Live" van Hellwood, het recente project van Jim White en Johnny Dowd. Inspiratie hebben deze heren opgedaan bij grootheden als Neil Young, Robert Wyatt, Smog en Yo La Tengo. Met hun eerste CD "Voice Brother And Sister", die in 2000 uitkwam, maakten ze meteen duidelijk dat ze geen ééndagsvliegen waren. Twee jaar later volgde dan "A Celebratory Arm Gesture" en hun derde CD "Clemency" uit 2003 werd opgenomen in de studio van Mark Nevers, de man die ook alle CD's van Lambchop produceerde. "Backward Masks" is dus hun vierde full-CD en ook hier sluit de stem van Zachary Gresham alweer zeer dicht aan bij die van de akoestische Neil Young. Zo is er in opener "Way You Walk" niet zo veel verbeelding nodig om de bezongen dame in kwestie heupwiegend voorbij te zien wandelen. De zanglijnen zijn eenvoudig en de orchestratie lijkt subtiel. Anderzijds is het liefdesverdriet in "Pity and Envy" zeer intens (Sparklehorse is zéér dichtbij) en kan je het einde van de wereld naderbij zien komen in het afsluitende nummer "If/When The Bombs Fall". Eén van de mooiste songs is "Start Swimming" dat heel rustig start maar uitmondt in een bombastische orchestratie, hetgeen ook al het geval is in "Bombay Brown India Ink" dat begint met een tremelo in de stem van Gresham als hij zingt : “You could be the one to remember / her smell… in your sheets”. Als Willy Nelson of Neil Young dit ooit ter ore komt, kan je ervan op aan dat het nummer op hun eerstvolgende CD gecoverd wordt. In "Darkness Comes" hoor je dan weer een jazzy piano, een folkgitaar en een sausje van iets dat het meest op soul lijkt. Wat opvalt in de meeste songs van Summer Hymns is dat ze zo poepsimpel lijken te zijn, maar als je de teksten wat verder analyseert merk je dat er behoorlijk wat complexiteit in de songs verwerkt zit. Niets is zo simpel als het lijkt. Summer Hymns heeft voor de opnames van "Backward Masks" niet minder dan 15 muzikanten opgetrommeld om de nummers van een uitzonderlijk hoge professionele orchestratie te voorzien. In deze tijd van cadeautjes moet je niet meer verder zoeken, geef "Backward Masks" van Summer Hymns maar. Men zal je er eeuwig dankbaar voor zijn. Je kan hem natuurlijk ook voor jezelf aanschaffen en ook daar krijg je gegarandeerd nooit spijt van.
(valsam)



 

BIG ED SULLIVAN
300 POUNDS OF BROOKLYN LOVE
Popa Chubby Productions
Label : DixieFrog Records
www.bluesweb.com
distr.: Parsifal
www.parsifal.be

 

Big Ed Sullivan - natuurlijk niet de legendarische tv host maar de New Yorkse bluesman, ontwikkelt zich prima. Na de albums "Big" (1999) en "Fast Cars, Cheap Women And Dirty Pool" uit 2004 bewijst Popa Chubby's oogappel, dat onomstotelijk met zijn nieuwe opvolger, "300 Pounds Of Brooklyn Love". Werd hem in het verleden nogal wat gebrek aan een muzikale identiteit verweten, met dit nieuwe album veegt hij met deze kritiek de vloer aan. De ex-Rebel Rocker heeft vooral door de toevoeging van special effects, gebruik van piano en een hoog rock & roll gehalte juist een - plezierige en relaxte - eigen stijl weten te creëren. En dat is knap met de altijd op snoeiharde bluesrock aansturende Popa Chubby als producer. Het album bevat vijf eigen creaties. Ed opent met zo'n zelfgepend nummer, het rockende "Ridin' in The Night" waarin Big Ed’s telecaster alle kanten opgiert. Swingend gaat het vervolgens over in "Hello Darlin'", één van de twee door Chubby aangebrachte nummers. De titeltrack "300 Pounds Of Brooklyn Love" is geschreven door zijn gitarist V.D. King die we meerdere malen horen als backing vocals, net als Chubby die ook de bas en de slidegitaar hanteert. Zijn echoënde stem geeft een bijzondere draai aan het mooie bluesnummer "Hey Jonah". In "If U C K " illustreert hij hoe mooi slow blues kan klinken. Dit ruspunt wordt gevolgd door "One Piece At The Time" van Wayne Kemp, hierin krijgt Ed de Johnny Cash fanaten op zijn hand, een prachtig nummer met de boogie woogie klanken van toetsenist Dave Keyes. U heeft het waarschijnlijk al begrepen: Op "300 Pounds Of Brooklyn Love" schakelt Big Ed Sullivan even makkelijk over op jump en rockabilly. Big Ed beweegt zich graag tussen Urban Blues maar als muzikant bij Popa Chubby is de invloed van zijn werkgever op deze cd heel duidelijk aanwezig, zoals we dit kunnen horen in het andere Chubby's nummer, "I'm Da Big Dog". Met zijn eigen "Nothin' To Lose" sluit de zeer op de dreef zijnde Ed af. En zo streeft hij zijn ontdekker qua creativiteit aan alle kanten voorbij. Kortweg: Met de reputatie van Popa Chubby in het achterhoofd, dachten we een stevig partijtje krachtblues te verwachten, maar dat valt best mee. "300 Pounds Of Brooklyn Love" is op sommige momenten vrij stevig, maar niet echt 'over de top' en ... best genietbaar. Ed swingt, rockt, heeft straight slow blues en shuffles in huis, kortom de man is van alle markten thuis.



ROBERT BOBBY
TODAY!
website: www.robertbobby.com
label: I Like Mike Records
info: mrbobby@robertbobby.com
www.cdbaby.com/cd/robertbobby4

 

 

GOAL: To expand the audience for my music.
OBJECTIVE: To utilize my singing/songwriting skills in both live performance and on record to amuse, be thought provoking, make an emotional connection and generally entertain an ever increasing audience.

 

Het spiksplinternieuwe album "Today" van Robert Bobby moet nu maar eens eindelijk komaf maken met dat "One of the best singer/songwriter you've never heard of "stempeltje dat hij al decennia lang meedraagt. De man uit Philadelphia wordt sinds ons eerste kennismaking (zie rev: Mei 2005) door ondergetekende op handen gedragen en zijn song "Lucinda Williams" behoort tot mijn lijstje "Best Songs All Time". Met dertien 'All Songs Radio Friendly, no bad words' op "Today" zorgt Joe Milsom aka Robert Bobby voor één van de eerste muzikale hoogtepunten van 2007 en hopelijk komt er nu de lang verwachte doorbraak voor de man die ooit aan de wieg stond van the Speedboys. (albums "That's What I Like" en "Look What Love's Done To Me Now" '82/'83). Ondertussen heeft Robert Bobby een aantal schitterende solo-albums op de markt die nog steeds verkrijgbaar zijn bij CD Baby. (www.cdbaby.com/cd/robertbobby3, wwwcdbaby.com/cd/robertbobby2, www.cdbaby.com/cd/robertbobby). Voor de nieuwkomer "Today" deed hij beroep op Mike Bitts (bas), Jeff Geib (banjo) en de zeer getalenteerde Bill Nork (bas, dobro, mandolin, guitar & lap steel). Robert Bobby bleef getrouw aan de vaste concepten die hem kenmerken ... something old, something new, something borrowed, something blue! De songs "Secret Of The Heart" en "Little Bit Nasty" dateren uit zijn Speedboys periode en worden voor deze gelegenheid in een fraai akoestisch jasje gegoten, de Supremes hit "Stop in the Name of Love" krijgt van hetzelfde laken een pak aangemeten en wat hij uitricht met A.F. Beddoe's "Copper Kettle" is effenaf grandioos en overtreft Bob Dylan's versie. ("Selfportrait" 1970). Het pareltje "Feel So Blue" (bluesy love lost song featuring fine lap steel guitar) neemt ongetwijfeld plaats in mijn favorieten lijstje, "Sweet Potato Wine" is een heerlijk "old timey feel" met mandolin en dobro, "Older Than Old & In the Way" is een grappig verhaaltje in een new grass-jasje en op de vraag "How do you live with a broken heart " heeft Robert het gepaste muzikale antwoord ... "Ask a Man who Owns One" (lap steel!). Liefhebbers van 'La Dolce Vita' smelten weg bij het aanhoren van het schitterende akoestische "Dance" dat ondermeer Joe Ely en Willy DeVille groen doet uitslaan van jaloezie en met de movie-soundtrack "Hearts & Diamonds", "Love Drunk" en "Spend a Little Nighttime" bewijst Robert Bobby dat hij ongetwijfeld thuishoort in het gezelschap van John Prine, Dylan, Steve Young,... 2007 kon muzikaal niet beter beginnen!



NEIL YOUNG & CRAZY HORSE
LIVE AT THE FILLMORE EAST 1970

www.neilyoung.com
Label : Reprise Records
www.repriserecords.com
www.repriserec.com/neilyoung
Distr.: Warner Bros Records
www.warnerbrosrecords.com


 


Eerder dit jaar, rond het uitkomen van zijn protestplaat "Living With War", werd het al aangekondigd en nu is het zover: Neil Young is in zijn archief gedoken. Honderden uren ongebruikt materiaal ligt naar verluidt in de kluizen. En als de eerste release, "Live at the Fillmore East", een graadmeter is, valt er voor de fans nog heel wat te likkebaarden. Halverwege de jaren '60 van de vorige eeuw richtte Neil Young de formatie Buffalo Springfield op, samen met Stephen Stills. Vervolgens maakte hij eind jaren ’60 zijn eerste naamloze soloalbum. Young voegt zich niet veel later bij de inmiddels opgerichte band van Stills, David Crosby en Graham Nash. Crosby, Stills & Nash (and Young) of CSNY is een feit. Deze band maakt een aantal legendarisch albums, waarvan "Déjà Vu" waarschijnlijk het bekendst is geworden. Naast de activiteiten in CSNY werkt Young ook aan zijn solocarrière. Met zijn begeleidingsband Crazy Horse neemt hij in1969 het album "Everybody Knows This Is Nowhere" op. Dit album ligt dan al in de winkels en Young heeft al een serie shows met Crazy Horse gedaan als ze in maart 1970 een paar dagen in de Fillmore East bivakkeren. "Live at the Fillmore East" is de eerste glimp is die we te zien krijgen van de archieven van Neil Young. Het is een prachtige registratie van de legendarische serie optredens in Fillmore East 1970. De band werd in die tijd aangekondigd als een hardrock country band en speelde als het grootse slotconcert waarvoor eerst de Steve Miller Band en het Miles Davis quintet optraden. Een wat bizarre combi maar niet minder aantrekkelijk. Om het publiek gerust te stellen speelde Young eerst een half uur solo akoestisch en liet hij daarna zijn Crazy Horse komen om een onstuimig en prikkelende afwisseling in zijn set te bewerkstelligen. In Crazy Horse zit dan nog de legendarische Danny Whitten, de in 1972 aan een overdosis overleed. Whitten en Young zingen vrijwel alle songs samen en complementeren elkaar subliem op gitaar. De gitaar duels die Whitten en Young op deze live set uitvechten zijn van adembenemende klasse en behoren tot het allerbeste wat er ooit in de popmuziek opgenomen is. Samen met de ons zo vertrouwde Ralph Molina op drums, Billy Talbot op bas en Jack Nitsche op keyboards, die het totaalgeluid nog vetter maakt, zo kennen wij Crazy Horse het best. Gitarist Danny Whitten was echter absoluut de held van de originele Crazy Horse. Vanaf de opener, "Everybody Knows", wordt de toon van stuwende, bijna grungeachtige countryrock gezet.Young excelleert op zijn Les Paul in uitgesponnen versies van "Down By The River" en in het stormachtige "Cowgirl In The Sand". Gitaarsolo's die zo gedreven en emotioneel klinken hoor je gewoon niet meer. Songs van het debuutalbum komen voorbij, maar ook hoor je zinderende versies van "Winterlong, Wonderin'" en het door Whitten gezongen "Come On Baby Let’s Go Downtown", dit nummer blijft gewoon een wereldnummer. Van dat eerste akoestische gedeelte van Young is op dit album niets te vinden. De kracht van die eerste Crazy Horse heerst. Als "At The Fillmore 1970" een voorproefje is van de muziekschatten die Young ons wil toevertrouwen kunnen we nog de allermooiste opnamen gaan verwachten. Op de DVD een verbeterde audio met foto's van de historische shows die de band gaf (echter geen bewegende beelden). Een cruciale ommekeer voor de rest van Young’s carrière en daarmee op zijn minst een essentiële aanvulling op zijn oeuvre. Prachtig document dus. Kortweg: De gitaarduels die Whitten en Young op deze plaat uitvechten maken deze registratie een monument voor deze oorspronkelijke Crazy Horse-gitarist. Absolute hoogtepunten zijn een op twee seconden na dertien minuten klokkende versie van "Down By The River" en een bijna zestien minuten durend "Cowgirl in the Sand". Young heeft eerder releases als deze aangekondigd, maar ze steeds weer uitgesteld. De honger is nu eventjes gestild.

THE FILLMORE EAST DVD / TRAILER:
www.neilyoung.com/archives/fillmore-east/fillmoretrailer_wm.html

 



 

JESS KLEIN
CITY GARDEN
Website: www.jessklein.com
www.myspace.com/jessklein
E-mail: ellyn@vermillionmediagroup.com
Label : Rykodisc
www.rykodisc.com

 

Ondertussen is ze reeds 31 jaar geworden : Jess Klein, sinds midden jaren '90 actief als Amerikaanse singer-songwriter in de folkscene van Boston, waar ze voorprogramma's deed voor o.a. Ani DiFranco, Richard Shindell en Martin Sexton. Het was pas in 1998 dat haar eerste full-CD uitkwam, getiteld "Wishes Well Disguised", gevolgd door nog 4 andere albums waarvan we hier nu de laatste in de CD-speler hebben zitten. "City Garden" is ietsjes anders van opbouw dan voorganger "Strawberry Lover" doordat ze in dit album wat meer rootsy blues in haar nummers heeft verwerkt. Haar soulrijke, krachtige en passionele stem komt ten volle tot uiting in nummers als "City Garden", "Blood, Sweat, Tears" en "Middle Road". Als ze optreedt transformeert Jess Klein in een medium naar het publiek dat meegesleurd wordt in haar emotionele en energieke manier van zingen. Songs die dit overduidelijk illustreren zijn "Make Love", "Holy Land", "Alone" ("You can walk alone, or cry alone, or look between the lines / but everyone's gotta be alone sometimes.") en "All I Ever Had". Dit laatste is een zéér intens gezongen liefdesliedje dat bij optredens in Amerika geheid tot een traantje leidt bij het publiek. Jess Klein heeft een beetje in zich van vele anderen zoals P.J. Harvey, Nanci Griffith, Lucinda Williams, Tift Merritt en Stevie Nicks. Haar stijl van songschrijven is vergelijkbaar met die van Bob Dylan en Neil Young, vooral omwille van het verhalende in de liedjes : songs met een boodschap. Op deze CD durft ze ook al eens voor haar politieke overtuiging uitkomen, zoals in de afsluiter "World Could End". Dit "Klein"-e meisje heeft een grote en krachtige stem die in de meeste songs kan bekoren, maar - het dient gezegd - soms ook wat schreeuwerig wordt en dan stoort het toch wel een beetje. Maar met "City Garden" zal Jess Klein toch weer een behoorlijk stukje hebben verder gebouwd aan haar tempel in muziekland.
(valsam)

CD-Lijst :
• Wishes Well Disguised (1998)
• Draw Them Near (2000)
• Flattery (2003)
• Strawberry Lover (2005)
• City Garden (2006)




 

 

 

 

 

 

 


HOMESICK HANK
LEAVE IT BEHIND
Website: www.homesickhank.com
www.myspace.com/homesickhankmusic
Email: kudrehaan@webspeed.dk
Label: Playground Music:
www.playgroundmusic.com
www.cdon.com

 

De Deense en Zweedse gemoederen zijn vaak nogal van melancholieke aard. Misschien zorgen de prachtige natuurgebieden die voor afsluiting van de rest van de wereld zorgen, voor een hang naar warmte en teruggetrokkenheid. Het kenmerkt in ieder geval de donkere liedjes van Homesick Hank. Veelal geschreven door Kudre Haan (zang, gitaar en mondharmonica) en rijkelijk gearrangeerd met melodica, banjo, piano, toepasselijke gitaarlijnen en een keur aan extra toegevoegde instrumenten. De Denen weten hiermee een breed scala aan sferen en gevoelens te etaleren, waarbij namen als Neil Young en Bonnie Prince Billy en soms ook Bob Dylan boven komen drijven. Weliswaar in flarden, want Homesick Hank is niet voor een gat te vangen. Naast Haan bestaat de band verder uit Jacob Vogel (zang, banjo, gitaar), Anders Blomqvist (bas) en Ulrik Corlin (drums, percusie). In 2004 verscheen hun debuut-cd "Hey", waarvoor de opnames gebeurden in een oude boerderij in Zweden. Na deze release dacht dit viertal even aan uitbreiding, en al snel werden Jesper Andersen (piano, accordeon) en Jesper Tullin (steelgitaar, mandoline) aan de groep toegevoegd. En nu dat we toch met namedropping bezig zijn: De opnames gebeurden deze keer in de maand November 2005 in de Rove Studio, Kentucky, met als producer de welbekende Paul Oldham (Bonnie Prince Billy, Amanoanon, Nicolai Dunger, Brightblack ...), opnames die allemaal live gebeurden in slechts zestien dagen. Will Oldham komt ook even op de proppen met een vocale bijdrage in de titeltrack "Leave It Behind". In de rustige opener "Rock ‘n’ Roll" en "The End Of The Road" horen we Catherine Irwin, die hier de tweede stem voor haar rekening neemt. Hoe dan ook, in hun ongedwongen maar nu toch bredere soundscape, zit er ruimte genoeg voor improvisatie en variatie hetgeen we duidelijk horen op hun nieuwe album, "Leave It Behind". Wat Homesick Hank met deze opvolger heeft neergezet is indrukwekkend. In elf songs weet de band een beklemmende atmosfeer te schetsen, die slechts af en toe wordt verlicht. Raspend en schurend, dan weer met bedrieglijk lieflijke akoestische gitaren, dan weer met ijle steelgitaartonen, droge banjo en wijdse accordeon, wordt de luisteraar meegenomen op een reis door het diepe zuiden van de geest, die niet anders dan slecht kan aflopen. Het is beklemmend, donker, meeslepend en vooral erg mooi. Voor een deel past deze plaat in wat we laatste tijd te horen krijgen vanuit Scandinavië, en daarmee doel ik op een lome, donkere Americana-stijl. Country, pop en folk gaan hand in hand, met af en toe een experimentelere inslag. Kortweg: Waar het om gaat is dat Homesick Hank prachtige muziek maakt. Muziek die invloeden uit de alt-country vermengt met het atmosferische en duistere dat de muziek uit het hoge noorden zo vaak kenmerkt. Muziek die opvalt door de variatie en de muzikale hoogstandjes, want wat kan dit zestal spelen. Homesick Hank zoekt met "Leave It Behind" aansluiting bij de groten van de alt-country, maar neemt hier tegelijkertijd afstand van. Een opvallende prachtplaat die na flink wat luisterbeurten zwaar verslavend blijkt.



ILL LIT
TOM CRUISE
Website: www.illlit.com
www.myspace.com/illlit
Email: info@illlit.com
www.cdbaby.com/cd/illlitmusic

 

De naam van de groep werd een 5-tal jaren geleden gevonden in een dichtbundel van Franz Wright. Na eerdere albums "Wacmusic" (2002) en "I Need You" (2004) is er nu "Tom Cruise", de derde full-CD van Ill Lit, de groep rond muzikale brein en singer-songwriter Daniel Ahearne en zijn kornuiten Jens Fleming en David J. Ook op dit album - dat overigens nergens enige verwijzing heeft naar de populaire acteur wiens naam aan de CD werd gegeven - zijn er weer enkele gastmuzikanten zoal Michael Mallory op bas, Probyn Gregory op pedal steel en Julie Fowells op viool. En het zijn net deze extra instrumenten die van "Tom Cruise" een volwaardige alt-country muziekalbum maken. De songs gaan over Amerikanen die hun roots verloren hebben door uit elkaar gevallen families, landen in oorlog en thuislozen maar die desondanks besloten hebben om iets nieuws op te bouwen uit dat niets. De knap uitgewerkte teksten creëren beelden die je verplichten om je brein aan het werk te zetten en na te denken over de onderliggende boodschap in elke song. Ahearne's superzachte stem geeft je de indruk dat het er allemaal heel romantisch aan toe gaat, maar de woorden die hij fluistert zijn echter scherp en keihard realistisch. In een CD van Ill Lit zitten er overigens ook altijd een hele reeks geluidjes via samples die werden opgepikt in de dagelijkse wereld, zoals het rinkelen van sleutels, het kloppen op metaal, het kabbelen van een riviertje met daarnaast ook veel electronische klankjes. Uit de 10 songs op "Tom Cruise" selecteren wij opener "Across Country", "Satan's Doing Fine Without Me" (mooie countrysong), "Worth The Wait", "The Bridge In Tracy", "Los Angeles" en afsluiter "You Left After Work" als de sterkste nummers. In sommige songs wordt electronica deskundig genormaliseerd naar de warmere varianten die we kennen van de country, Americana en emo-rock van Iron and Wine, Jayhawks, Calexico en Wilco. "Tom Cruise" treed hiermee toe tot mijn selecte collectie van favorieten, deze CD van Ill Lit toch; tot nader order de acteur nog niet.
(valsam)