ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006




MISS LESLIE & HER JUKE-JOINTERS
HONKY TONK HAPPY HOUR
(Live @ The Continental Club)
website: www.miss-leslie.com
www.myspace.com/missleslieherjukejointers
label: Zero Label Records
info: leslie@miss-leslie.com
www.billwencepromotions.com
www.cdbaby.com/cd/missleslie3

 


"If this ain't country ... I'll kiss your A **. This is Honky Tonk Gold, made me wish I was there"
( Dale Watson)

 

 

In september 2005 waren zowel collega Benny Metten (www.ctrlaltcountry.be) als ondergetekende erg tevreden over het album "Honky Tonk Revival" van Miss Leslie (Lindley) & Her Juke-Jointers (www.cdbaby.com/cd/missleslie2). Met een reeks van nominaties op zak (Houston Press Music Awards in 2004 and 2005. In 2005, they were nominated for Best Original Band in the Houston Chronicle's Ultimate Houston Awards, 3 awards for the 2006 Academy of Western Artists) zou je denken dat haar broodje gebakken is maar de werkelijkheid is wel eventjes anders... "I am working 2 jobs, playing music on the weekends and taking a college class so I am very busy"! Een van die optredens vond plaats in de befaamde Continental Club in Houston, Texas (4/19/06) en liefst negentien songs werden in een live album gegoten dat de alleszeggende titel "Honky Tonk Happy Hour" meekreeg. "Country music with a hardwood floor sound" en wat dat betekent weet John Nova Lomax perfect te analyseren : "wailing pedal steel, crying fiddles, alternately growling and keening Telecasters, plunking upright piano figures and songs about the trouble women and men get into when they spend too much time in barrooms". Country music die in de jaren vijftig/zestig glorietijden beleefde en anno 2007 nog steeds bestaansrecht heeft. Voor de hand liggende covers die het gezelschap krijgen van obscure songs uit lang vervlogen tijden zijn het basisrecept van Miss Leslie & her Juke-Jointers, en dat bandje kan serieus wat adelbrieven voorleggen. ... Ondermeer daddy "Country Jim" Sloan, acoustic gt & vocals on "Bubbles in My Beer", echtgenoot Randy 'Bobo" Lindley, telecaster, Ricky Davis (steel player for Dale Watson, Gary P. Nunn, Pat Green, Aleep at the Wheel), Ric Ramirez (doghouse, Two Tons of Steel), Sean Reefer, drums ( Resin Valley Boys) en Damien O' Grady, piano en lead vocals on "Blistered" en "Place in my Heart" zijn van de partij. Charline Arthur, Jean Shepard, Patsy Montana, Texas Ruby, Wanda Jackson, Patsy Cline, Loretta Lynn, Tammy Wynette, Connie Smith zijn en waren coryfeeën van het country/honky tonk gebeuren maar de opvolging is met Miss Leslie verzekerd! "She's a woman with a powerful voice, a plucky personality and the ability to hold her own amid a gaggle of talented male players" (Joey Guerra, Houston Cronicle). "Bake up the brownies, dust off the boots and dig in"!

TRACK LISTING: Into by Leslie T Travis / Yes Ma'am (He Found Me In A Honky Tonk) / Everything Ain't Right / You're Still On My Mind / Bubbles In My Beer / I'm Barely Hangin' On To Me / The Arms Of A Fool / I Want To Hear It From You / Bobo's Boogie / I'll Be Gone Tonight / Things Have Gone To Pieces / Blistered / Cry, Cry, Cry / Ship Of Love / Touch My Heart / Place In My Heart / Empty Barstool / Little Ole Wine Drinker Me / A-11



SWEET EMMA & THE MOOD SWINGERS
MORE!
Website: www.sweetemma.se
E-mail: emma@sweetemma.se / anders@sweetemma.seanders@sweetemma.se
label : HepTown Records / www.heptownrecords.com
records@heptown.com
www.cdbaby.com/cd/sweetemma

 

 

Mood Swingers is een Zweedse band die laat in de jaren '90 in Uppsala startte met het spelen van akoestische Delta blues. In die tijd waren ze een trio waarvan nu enkel de leadzanger Anders Söderberg is overgebleven. Na een tijdje 'unplugged' gespeeld te hebben, viel zijn keuze op meer upbeat muziek. In 2002 begon Anders met het dansen van de Lindy hop en kreeg meteen het swing virus te pakken. Zijn danspartner was Emma, die ook lessen volgde voor het spelen van de staande bas. Het duurde niet lang, voor het vormen van een band die vooreerst uit vier en nu uit zeven muzikanten bestaat. In elk geval - bij het beluisteren van "More!" - éénmaal het Sweet Emma-virus je beet heeft laat het je niet meer los. Sweet Emma and The Mood Swingers brengen traditionele blues die men kan situeren in de jaren '40 -'50. Ze klinken zeer up-to-date en het swingende R&B gevoel is uniek aan deze formatie. Zoals de hierboven besproken recensie van Miss Leslie en haar Juke-Jointers weten ook Sweet Emma & band op hun debuut een reto sfeer van die tijd neer te zetten. Fifties jump & swing blues, waarmee dit Zweedse gezelschap laat blijken dat ze live zeker een publiek enkele uurtjes kunnen inpakken. Bovendien spelen ze niet de overbekende nummers, maar samen hebben ze een bijzondere selectie liedjes bij elkaar gesprokkeld, waarvan vier van de dertien nummers zelf geschreven zijn. Sweet Emma and The Mood Swingers kan gemakkelijk geboekt worden als voorprogramma van Brian Setzer’s Orchestra want de mix van old school blues en rockability brengt gegarandeerd de beentjes van de vloer. Vooral de staande bas (Emma Sannervik) fungeert als de brommende motor die de andere instrumenten, en dan vooral de tokkelende en hakkelende gitaar (Magnus Ottner) en de gemene smoelenschuiver aka de harmonica (Anders Söderberg), voortjaagt. Het klinkt allemaal als een groot ouderwets blues en rock ’n roll feest, met een band die ongelooflijk strak speelt. Kortweg: Sweet Emma and The Mood Swingers werken zich hier met verve en een hoop lol door een set Fifties R&B. Weinig Zweedse bands klinken zo vintage Amerikaans. Een goed geoliede Zweeds machine die een authentiek aandoende sound produceert die staat als een huis! "More!" speelt u liefst zoveel mogelijk en misschien wat luider als een gewone CD!


TRACKLISTING:
1. Breaking Up The House
2. I Wanna Be Like You
3. More
4. Loretta Jamboree
5. Ten, Ten A.M.
6. Walk Alone Swing
7. Hey Miss Fanny
8. Buzz, Buzz, Buzz
9. Flat Foot Floogie
10. Bloodshot Eyes
11. Jump The Floor
12. The Train Kept A Rollin'
13. What Have I Done



 

SCOTTY MEYER BAND
PAY THE PRICE
Website: www.scottymeyerband.com
Email: shoeless54956@yahoo.com
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/scottymeyerband


Deze cd is niet meer zo nieuw, hij stamt uit 2004 en kwam nu pas in onze brievenbus terecht, toch konden we dit kleinnood niet onopgemerkt laten voorbij gaan. Scotty Meyer is met deze cd aan zijn tweede werkstuk toe. Zelf noemt hij zoals veel van zijn collegas als grote voorbeelden Stevie Ray Vaughn, Clapton en Hendrix. Zodoende weet je direct waaraan je je mag aan verwachten, inderdaad, scheurende gitaren en pure bluesrock van hoog gehalte, slide-solo's, wah-wah pedalen die het zwaar te verduren krijgen en diens meer. Herinneringen aan Robin Trower en Leslie West’s groep Mountain komen me voor de geest. Scotty's stem zit qua timbre erg dicht bij die van de betreurde S.R.V., maar toch is het geheel qua geluid iets heavier, “old style” en echt bluesrock getint, meer zoals we van labels als Provogue gewend zijn. Over de ganse lijn is de cd van constant gehalte, met echt wel afwisseling in de samenstelling. Erg mooi is “Perfect Man”, dat middenin een break heeft waarna de gitaar langzaam de spanning terug opbouwt om helemaal op ’t eind echt door het lint te gaan. Live waarschijnlijk het hoogtepunt van de show. “Treat Me Right” dat daarop volgt, doet deze gimmick nog eens lichtjes over, maar met iets minder resultaat. “Hard to Get” is funky en lichtvoetig en contrasteert lekker met de rest van het heavy aanbod, alhoewel ook hier de gitaar stevig scheurt aan het eind. ”Love Gone Wrong” is het zoveelste bluesrocknummer dat schatplichtig is aan Jimi Hendrix‘ “Red House”, maar zoals altijd zal dat ook nu de echte bluesfan worst wezen, succes gegarandeerd! Dit zijn slechts enkele voorbeelden van wat deze driemansformatie ons te bieden heeft. Fans van goede bluesrock die bijvoorbeeld houden van het werk van Joe Bonnamassa, waarvoor deze jongens meerdere malen als support - act dienst deden, even luisteren, want het zal je bevallen!
(RON)



 

DARREN DEICIDE
TEMPTATION AND THE TABOO PART 1
Website: www.darrendeicide.com
www.myspace.com/darrendeicide
Email : deicide@mutualaid.org
Label: Ever Reviled Records
www.everreviledrecords.com
Email:info@everreviledrecords.com

 

Darren Deicide werd in Chicago geboren op de dag van Halloween en werd er opgevoed in een omgeving vol van blues en rock and roll. Zichzelf begeleidend op gitaar speelt hij een rauwe bluesachtige punk. John Lee Hooker meets Johnny Rotten-stijl dus met een mix van invloeden uit de blues, rock'n'roll, boogie en punk. In New Jersey richtte hij Ever Reviled Records op dat zich toelegt op het uitbrengen van culturele muziek en een creatieve bron voor de sociale revolutie wil zijn. Darren Deicide is een aanhanger van meditatie en creatieve energie, hij noemt zichzelf een geboren anarchist en schrijft columns voor het New Yorkse Urban Folk-magazine. Hij is ook nog zanger-gitarist van de underground-groep Hopeless Dreggs of Humanity. Darren Deicide speelt alle instrumenten zelf en schrijft ook alle teksten. "Rockin Til The Apocalypse" was zijn debuutalbum en nu is er dus "Temptation And The Taboo Part 1". Het is een moeilijkere album met misterieuze geluiden en verhalen, zoals bijvoorbeeld in "A Night In Journal Square" waarin een vriend met de naam Evil een tekst declameert van een bedelaar in de straten van New York die een klein aalmoes vraagt en de waarde ervan relativeert door vergelijkingen te maken met het vele geld dat door de mensen door ramen en deuren wordt gegooid. Het meest toegankelijke nummer is "The Day The Man Went Down" met punkgitaar en scherpe teksten. De blues in zijn meest simpele vorm kan je horen in "Winter Blues" op gitaar en mandoline gespeeld. Al bij al nogal zwaarmoedig en donker, maar wat kan je anders verwachten van iemand die op Halloween is geboren.

(valsam)



CIRCE LINK
MOODY GIRL
Website: www.circelink.com
www.myspace.com/circelink
E-mail: info@circelink.com
Label : Black Wings
www.cdbaby.com/cd/circelink5

 

In een jazzy blues, country en folkstijl met af en toe zelfs wat zydeco-accordeon (zoals in "Waiting To Shine") brengt Circe Link ons met "Moody Girl" alweer een nieuwe album. Ze mengt een hele reeks geluidjes tot een fris geheel en de algemene sfeer van dit album is het gevoel alsof je enkele decennia terug in de tijd bent gestuurd alwaar deze zangeres haar verhaaltjes voor je vertelt. De opener op dit album "Lost And Sinking" is pure jazz uit de jaren 40 met een heel eigen toetsje van de zangeres. Net zo leuk is het jazzy "Sugar Mine" waarbij de stem van Circe Link doet denken aan de jonge Ella Fitzgerald of Sarah Vaughn en waarbij je een trompetgeluid hoort dat je moeiteloos aan Louis Armstrong zou kunnen toeschrijven. Evenzo meer dan 50 jaar oud lijkt "City Blues" te zijn waarin de stem van Circe Link lijkt te zijn opgenomen met een versleten microfoon in een rokerige bar of studio. "Falling On Knives" is dan weer een mooi folkgetinte nummer dat haar toelaat om te tonen over welke krachtige stem ze beschikt. In "Breaking Bones" zit er een leuk stukje mondharmonica en het nummer straalt swingende gospelklanken uit. De diversiteit op het album wordt nog meer tentoon gespreid door de cover in swingstijl met lekkere honky-tonk piano blues die Circe Link brengt van een Alice Cooper-song "Muscle of Love". De titeltrack "Moody Girl" is een op kinderachtige wijze gezongen verhaaltje met enkel akoestische gitaar en staande bass als muzikale begeleiding. De geheimzinnige westernklanken à la Ennio Morricone zijn de muzikale dragers in één van de beste songs op de CD "The Crime". Circe Link - geboren in San Francisco en opgegroeid in Los Angeles - heeft op één na alle songs zelf geschreven en dat is toch een hele prestatie als je bedenkt dat dit haar vijfde CD in 3 jaar tijd is en dat ze tot 2001 nog nooit een song had gemaakt of gezongen. Vorig jaar heeft ze dan ook nog enkele maanden rondgetoerd in Japan waar ze blijkbaar over een grote supporterclub bechikt, getuige daarvan de uitverkochte concerten. Van die gebeurtenis heeft ze een live CD geregistreerd die in Japan met veel succes werd verkocht. Of het nu om beelden, geluiden, een lach of een traan gaat, Circe Link creëert een wereld van muziek in een filmische omgeving die je zeker zal bijblijven na beluistering van deze speciale en opvallende CD.
(valsam)

CD-lijst :
More Songs ! - 2003
Let's Go Together - 2004
One Drop Of Poison - 2005
Live in Japan - 2006
Moody Girl - 2006



 

 

FRANK CRITELLI
BEFORE YOU BREAK
Website: www.frankcritelli.com
www.myspace.com/frankcritelli
Email: frankcritelli@yahoo.com
Label: Thin Man Music
www.thinmanmusic.net

 

Frank Critelli is een Amerikaanse singer-songwriter uit New Haven, Connecticut, USA die zijn muzikale carrière begon in 1989 in Massachusetts als straatzanger en zijn kunstjes vertoonde in de metrostations van Boston. Sindsdien heeft hij een zevental CD's uitgebracht en meer dan 1000 keer opgetreden. Heel vaak in koffiehuisjes, café's en bars maar ook in voorprogramma's van grote namen als Arlo Guthrie, Joan Baez, John Sebastian, Richard Thompson, Steve Forbert Richard Shindell en Mary Lou Lord. Zijn songs zijn verhalen uit zijn eigen leven en de muziek is meestal beperkt tot akoestische gitaar waarmee hij zichzelf begeleidt. Folkinvloeden zijn duidelijk hoorbaar in nummers als "Downhill", "It's The Way", "Nothing To Say" en "Before You Break". In het dagelijkse leven is hij leraar engels in een middelbare school. Maar hij is ook een woordkunstenaar, dichter, verteller van verhaaltjes en brengt helemaal alleen op het podium zijn nummers met een rauwe emotionele eerlijkheid, maar ook met regelmatig een kwinkslag om het dagelijkse leven wat te relativeren. Hij brengt mooie liedjes in al hun naakte eenvoud en beschikt over een fijne stemgeluid, getuige daarvan "The Moment Of Creation", de afsluiter op "Before You Break". Frank Critelli : zonder meer mooi in zijn eenvoud.
(valsam)



 

 

 

 

 


COCO MONTOYA
DIRTY DEAL

Website: www.cocomontoya.com
Label: Alligator Records
www.alligator.com
info@allig.com
distr. : Munich Records
www.munichrecords.com

 

Voor dat Walter Trout einde jaren 80 besloot een eigen band op te richten (Walter Trout and The Free Radicals), speelde hij met diverse artiesten zoals John Lee Hooker, Canned Heat, Big Mama Thorton en met John Mayall's Bluesbreakers. In die tijd speelde bij John Mayall ook de bekende gitarist Coco Montoya. Dat was vroeger, maar ondertussen is Montoya één van de meest geliefde bluesmuzikanten van nu. Waarom dat zo is, laat hij horen op "Dirty Deal", dat werkelijk van de eerste tot de laatste minuut boeit. Van de elf nummers zijn slechts twee van de hand van Montoya zelf, songs die hij samen schreef met Dave Steen. Maar laat dit geen bezwaar zijn, want wat dadelijk opvalt is zijn veelzijdigheid. Hij wisselt traditionele blues af met dampende bluesrock. Daarnaast verraadt zijn muziek southern soul en funk invloeden. Voeg daarbij zijn werkelijk uitmuntende stem - de soul druipt er vanaf - en de populariteit van in 1951 in Californië geboren muzikant is verklaard. Het valt niet mee de hoogtepunten aan te wijzen, omdat vrijwel alle nummers juweeltjes zijn.Toch wil ik "Last Dirty Deal", "Three Sides To Every Story", "Coin Operated Love", "Clean Slate", "Ain’t No Brakeman", "Put The Shoe On The Other Foot" en "Love Gotcha" eruit lichten vanwege het prachtige gitaar- slide-spel van producer Paul Barrere. Maar ook andere muzikanten van Little Feat zijn te horen op sommige tracks, zo treffen we naast bassist Kenny Gradney en drummer Richie Hayward, Bill Payne op keyboards in "Three Sides To Every Story" en Fred Tackett op rhythm' gitaar in "How Do You Sleep At Night?" aan. Verder is vermeldenswaard dat Montoya ook op dit album weer gekozen heeft voor een nummer van Albert Collins: "Put The Shoe On The Other Foot", feitelijk geschreven door vrouwlief Gwen. Dat is niet verwonderlijk want Montoya heeft de klappen van de zweep van Collins geleerd. In de begin jaren 70 kwam hij min of meer met de Master of the Telecaster in contact. De eigenaar van de club had Collins zonder enig overleg permissie gegeven om het drumstel van Montoya te gebruiken. Die was daarover achteraf zeer verbolgen, waarna Collins telefonisch contact met Montoya zocht om het probleem uit te praten. De heren bleken dezelfde taal te spreken. Het gevolg was Collins Montoya opnam in zijn band, aanvankelijk als drummer, later als gitarist. Montoya had leren gitaar spelen van Collins zelf en bleek dat als geen ander in de vingers te hebben. Na tien jaar wou hij wel eens wat anders, en zo komen we terug bij het begin van het verhaal, John Mayall. In 1990 achtte Montoya de tijd rijp op eigen benen te staan en verliet de Bluesbreakers. Daarin werd hij vooral gestimuleerd door de terminaal zieke Collins. Montoya vomde zijn eigen band, waarna in 1995 zijn eerste album op Blind Pig verscheen: "Gotta Mind To Travel", gevolgd door "Ya Think I'd Know Better" (1996) en "Just Let Go"(1997). In 2000 maakte hij de overstap naar Alligator, voor welk label hij meteen zijn best verkochte album "Suspicion", produceerde. "Can't Look Back" verscheen in 2002 en nu vijf jaar later verschijnt deze maand samen met de nieuwe release van The Holmes Brothers dit prachtig album, "Dirty Deal". Het zal mij echter niet verbazen dat deze plaat die vorige verkoopcijfers allemaal moeiteloos overtreft.



JEREMY SPENCER
PRECIOUS LITTLE
Website: www.jeremyspencer.com
Label: Bluestown Records /Blind Pig Records
www.bluestownrecords.com
post@bluestownrecords.com
www.blindpigrecords.com
Distr.: Parsifal
www.parsifal.be

 

Jeremy Spencer is still alive! In 1967 werd Fleetwood Mac opgericht. Korte tijd daarna kwam slide-gitarist Jeremy Spencer de groep versterken. Goed voor melancholieke blues en gitaarduetten tussen Green en Spencer. Alleen op het eerste album is pure blues te horen, het geluid van de groep veranderde al snel, zeker nadat in 1968 de groep nogmaals wordt uitgebreid, ditmaal met gitarist Danny Kirwan. Plotseling verdween Spencer en werd begin jaren zeventig plotsklaps teruggevonden tijdens een Amerikaanse tour in een sekte - Children of God. Maar nu na 30 jaar laat hij weer van zich horen met deze in 2005, in een Noorweegse studio opgenomen cd, "Precious Little". Een onvoorziene comeback van de man die met zijn slide gitaar en zijn stem de klankkleur van de legendarische groep Fleetwood Mac bepaalde en op deze nieuwe plaat met een volledig Noorse band, waarmee hij in Notodden en Oslo de studio indook, bewijst dat hij het (slide)gitaarspelen zeker nog niet verleerd blijkt te zijn en qua schrijven van songs een grote stap voorwaarts te hebben gemaakt. Beïnvloed en geïnspireerd door het gitaarwerk van Elmore James, is meteen ook de reden dat een nummer als, "It Hurts Me Too" op deze plaat niet kon ontbreken, maar ook James'"Bleeding Heart" is misschien wel het hoogtepunt van deze verrassende cd. 12 nummers zijn er op "Precious Little" gezet, waarvan er zeven zijn geschreven door Spencer zelf. Vijf covers, waarvan de reeds twee vermelde Elmore James songs, maar ook in alle andere nummers draaide Spencer zijn hand niet om voor menige James-lick. De songs zijn voor het grootste deel ingespeeld op een Tsjechische resonator-gitaar en soms op een Mexicaanse Fender Telecaster. Het geheel doet soms zo wat denken aan die goede oude blues, gemixt met de 50-jaren rock sound, waarin Spencer alle ruimte heeft om te sliden en te fingerpicken. Hij speelt zeer gemoedelijk en gevoelig, maar is absoluut nergens agressief, zoals de titeltrack, deze zou best een Mark Knopfler-song kunnen zijn. De opener "Bitter Lemon", een laid-back shuffle, zet meteen de toon voor de hele plaat, waarin zijn slidespel de backing krijgt van de tweede gitarist, Espen Liland. Blues in zijn puurste vorm, hartstochtelijk en levenskrachtig bepalen de sound van dit album, waarop de grenzen die hij aftast tussen zijn slidegitaar en zijn stem vrij rekbaar zijn. Persoonlijk vind ik naast de Elmore covers, de nummers "Psychic Waste", het uptempo "Dr. J", de country blues van "Many Sparrows" en "Maria de Santiago", de meest uitschietende tracks op dit album, songs waarin Spencer bewijst hier ook een uitstekend songwriter te zijn. Dit album "Precious Little" is er niet om uit de bol te gaan, integendeel, Spencer verstaat de kunst te boeien, zoveel is zeker. Meer zelfs, hij laat je huiveren. Zijn prachtig stemgeluid, zijn perfect getimede licks en zijn niet aflatende liefde voor de traditionele blues doen in mij veel bewondering opwekken. Kortweg: Welcome back, Jeremy Spencer! Terug met een album waarvan alle zelfgeschreven songs bij mijn eerste beluistering een onuitwisbare indruk maken.


DUSTIN BENTALL
STREET WITH NO LIGHTS
Website: www.dustinbentall.com
Email: dustinbentall@hotmail.com
www.myspace.com/dustinbentall
Label: eigen beheer
Info: killbeat music / www.killbeatmusic.com
kb@killbeatmusic.com

Als je vader een van de bekendste rocksterren van Canada was, en je grootvader priester, dan weet je dat er ten huize Bentall wel degelijk sprake was van een generatieconflict. Dustin’s rebelse vader Barney was wel degelijk het buitenbeentje van de (steenrijke) familie die hun geld met vastgoed verdiend hadden. Neen, daar had Dustin geen last van, hij volgde de voetstappen van vader, die zijn zoon alle artistieke vrijheid gaf. ”Ik had al enkele jaren plannen voor een cd, en er waren al wat nummers klaar, maar ik wou niets overhaast uitbrengen voor ik er helemaal tevreden over was” aldus Dustin. Groot gelijk, kerel, en als jij tevreden bent, wij zijn dat ook! In tegenstelling met vader, die eerder ruige rock bracht, krijgen we hier mooie Americana met heel veel Neil Young invloeden. De titelsong waarmee de cd opent is een mooie Dylan-achtige song die vertelt over de gevaren van de nachtelijke straten in de grote stad. Wanneer ik de intro hoor van het volgende nummer ”Crash Hard” lijkt het even of ik Neil Young’s “Harvest” nog eens in de cd speler zitten heb, maar het nummer heeft toch zijn eigen stijl door de mooie heze stem van Dustin en de sterke melodielijn heeft zich nu reeds in mijn hoofd genesteld voor langere tijd. Slechts een cover hier “Helplessly Hoping” van het debuut van Crosby, Stills & Nash, gebracht met diezelfde mooie close harmony vocals van de eerste versie. ”See It Comin” heeft qua instrumentatie weer die sterke Neil Young stempel, alleen is Dustin’s stem compleet het tegenovergestelde. Dan volgen er nog drie erg contrasterende songs.”The River Song” is een rockabilly nummer met Johnny Cash gitaren en ‘n aanstekelijk meezing gehalte. “You Know Nothing “is dan weer een suikerzoete tearjerker, maar van een zeer hoog gehalte. “Handful Of The Blues” kon ons hierna geen groter contrast brengen, want het is een “down to earth” stampende bluessong van het zuiverste water, met een prachtige slide-solo van gitarist Johnny Ellis. Eindigen doen we met “Blackie”, een zoveelste song waarin Dustin zijn Neil Young invloeden weer evenboven komen. Canada heeft weer een goeie singer-songwriter klaar staan. Als deze 22 jarige nog verder timmert aan zijn carrière op dit niveau, zal ook het grote publiek hem leren kennen.
(RON)



 

 

 

 

THE REDLANDS PALOMINO COMPANY
TAKE ME HOME
Website: www.redlandspalomino.com
www.myspace.com/theredlandspalominoco
Email: info@redlandspalomino.com
Label: Laughing Outlaw
www.laughingoutlaw.com.au
Email: laughingoutlaw@talk21.com
Distr.: Bertus
www.bertus.nl


 

Typische genres als alt. country en Americana zijn al lang geen exclusief Amerikaanse aangelegenheid meer. Canadezen, Australiërs, Nederlanders, Belgen, Duitsers, Zweden, Noren, Denen … We hebben ze de jongste weken zowat van overal zien komen aanwaaien. En zo staat er in dit nieuwe jaar, na het zeer bejubelde Deense Homesick Hank, nu ook het Britse vijfkoppige formatie, The Redlands Palomino Company, voor de deur met eveneens een tweede plaat. Als ik de naam van de Engelse stad Londen hoor moet ik niet altijd meteen denken aan countrymuziek, maar de alt-country die ons de echtgenoten Alex en Hannah Elton-Wall ons hier op hun nieuwe plaat "Take Me Home" voorschotelen is erg genietbaar. The Redlands Palomino Co. hun debuut album, "By The Time You Hear This.... We´ll Be Gone" uit 2004 klinkt oud maar tevens ook vernieuwend, traditionele countryrock met het vrijwel alomtegenwoordige pedal steel-werk van David Rothon. Hun opvolger "Take Me Home" ligt wat in het verlengde van hun debuut, met nog steeds die wondermooi, heldere en krachtige stem van zangeres-gitariste Hannah Elton-Wall en het meer gruizige stemgeluid van manlief Alex, die samen de songwriters zijn van dit twaalf tracks tellende album. Deze singer-songwriters maken er zeker geen geheim van dat ze een stevige boon hebben voor diverse coryfeeën uit het countryrockgenre, getuige de lange lijst van invloeden die ze aanvoeren op hun myspace. Op de nieuwe plaat wisselen ze hun stampend roots/countryrockmateriaal af met eerder traditioneel aandoende country- en folkmomenten. The Redlands Palomino Co. doen dit op zo'n geheel eigentijdse manier, dat dit door Chris Clarke & Sean Reed geproduceerde album, reeds een van de grootste uitschieters is in dit nieuwe jaar. Zo staan er bijvoorbeeld een stampende countryrocker "Coastline", een rockende "Pick Up, Shut Up" en het poppy "She Is Yours" op. Op deze laatste song horen we de vocale gastbijdrage van Gina Villalobos, waardoor dit nummer een beetje meer power krijgt. Daar tegenover staan de hartverscheurend mooie ballades "Take Me Home" en "Harbour Lights". Kortweg:Talent zat The Redlands Palomino Co.